CConstaterende datMaasdriel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Nader bodemonderzoek Blankensteijn 1-9 en 11 Dreef 2

Gemeenteraad 9 november 2023, gemeente MaasdrielBij agendapunt: Bestemmingsplan Hedel herziening 2022, Blankensteijn 1119.795 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

RAPPORT: Nader bodemonderzoek Blankensteijn 1‐9 en 11 en Dreef 2 te Hedel

PROJECTNUMMER: B17.6856

VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V. Van Voordenpark 16 5301 KP Zaltbommel TEL: 0418-572060 FAX: 0418-515722 www.verhoevenmilieu.nl info@verhoevenmilieu.nl

RAPPORT: Nader bodemonderzoek, Blankensteijn 1-9 en 11 en Dreef 2 te Hedel PROJECTNUMMER: B17.6856

OPDRACHTGEVER: Woonstichting De Kernen

DATUM: 7 december 2017

Auteur:

Autorisatie:

M. Schimmel MSc. Junior projectleider Verhoeven Milieutechniek B.V.

ing. H.M.W. van der Donk Senior projectleider Verhoeven Milieutechniek B.V.

B17.6856/R6856-01/MS

2 SAMENVATTING Woonstichting De Kernen heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. opdracht gegeven voor het uitvoeren van een nader bodemonderzoek voor de onderzoekslocatie gelegen aan de Blankensteijn 1-9 en 11 en de Dreef 2 te Hedel. De aanleiding tot het nader bodemonderzoek wordt gevormd door de resultaten van voorgaand onderzoek ten behoeve van de voorgenomen herontwikkeling. Het onderzoek is uitgevoerd conform de NTA 5755:2010. De doelen van het nader onderzoek naar de grondverontreinigingen met lood en/of zink zijn:  Het vaststellen van de mate van de grondverontreiniging met lood en/of zink;  Het bepalen van de omvang van de grondverontreiniging;  Het vaststellen of sprake is van een spoedeisend geval van ernstige bodemverontreiniging. Verhoeven Milieutechniek B.V. is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2019, afgegeven door Eerland Certification). De werkzaamheden zijn uitgevoerd conform BRL SIKB 2000. Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Conclusies voorgaand onderzoek In 2017 is door Verhoeven Milieutechniek B.V. reeds een historisch onderzoek en verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (kenmerk: VMT, B16.6633, d.d. 2 mei 2017). Uit de resultaten blijkt dat de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem vooralsnog in onvoldoende mate is onderzocht.

Op basis van de onderzoeksresultaten is sprake van 3 deellocaties met licht tot sterk met lood en/of zink verontreinigde grond, waarbij minimaal de index van 0,5 wordt overschreden. Om van een geval van ernstige bodemverontreiniging te spreken dient voor tenminste één stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m3 grond hoger te zijn dan de interventiewaarde. Gezien de resultaten van het historisch onderzoek en de verdeling van de aangetroffen verontreinigingen is niet uit te sluiten dat sprake is van heterogene aanwezigheid licht tot sterke verontreinigingen met zink en/of lood. Geadviseerd is de omvang en ernst vast te stellen van de verontreinigingen met lood en/zink middels een nader onderzoek conform de NTA 5755:2010. Conclusies nader onderzoek Middels het uitgevoerde aanvullend en nader onderzoek naar de lood- en/of zinkverontreinigingen in de grond zijn voor de onderzoekslocatie de verontreinigingen binnen de perceelsgrenzen ons inziens voldoende in beeld gebracht, rekening houdend met de nog aanwezige niet toegankelijke bebouwing. Het ligt niet in de verwachting dat de verontreinigingen onder de bebouwing aanwezig zijn, in verband met de ouderdom van de bebouwing en het feit dat sprake is van ophooglagen.

Er kan worden geconcludeerd dat ter plaatse van de onderzoekslocatie sprake is van een heterogeen verdeelde verontreiniging met licht tot sterk verhoogde gehalten voor lood en zink ter plaatse van de grondwal (noordzijde perceel, achter bebouwing) en van twee plaatselijke spots met een matig tot sterke verontreiniging met lood en/of zink in de grond.

Nader bodemonderzoek, Blankensteijn 1-9 en 11 en Dreef 2 te Hedel Rapportnr.: B17.6656 versie: 1.0 datum: 7 december 2017

3 Grondwal (noordzijde perceel) De sterke verontreinigingen lijken zich te beperken tot boringen B105 en B03/B107, echter kan gezien de heterogeniteit niet worden uitgesloten dat in de niet onderzochte delen van de baksteenhoudende grondwal sterk verhoogde gehalten aan lood en/of zink voorkomen, mede aangezien verspreid over de locatie matig verhoogde gehalten voor lood of zink voorkomen (tegen de interventiewaarde). Derhalve wordt rekening gehouden met een diffuus belaste heterogeen verdeelde verontreiniging met lood en/of zink. De grondwal achter de bebouwing heeft een oppervlakte van circa 330 m2. Uitgaande van een gemiddelde laagdikte van circa 1,0 meter is circa 330 m3 grond matig tot sterk verontreinigd met lood en/of zink. Tevens is plaatselijk asbestverdacht materiaal aangetroffen. Het indicatief berekende gehalte van circa 87 mg/kg d.s. blijft onder de interventiewaarde, maar overschrijdt de norm voor nader onderzoek. Aangezien tijdens voorgaand onderzoek in de grond zowel zintuiglijk als analytisch geen asbest is aangetroffen ter plaatse van proefgaten B04, B06 en B10, is er vermoedelijk geen sprake van een asbestverontreiniging in de grond. Het gehalte asbest wordt veroorzaakt door het aangetroffen plaatmateriaal. Echter kan niet uitgesloten worden dat er meer asbest aanwezig is en dient formeel gezien nader onderzoek naar asbest uitgevoerd te worden.

Het aangetroffen asbest valt binnen de contouren van de grondverontreiniging met lood en zink. Westelijke spot, boring B26/B200 De grondverontreiniging met lood en zink nabij boring B26/B20 heeft binnen de perceelsgrenzen een oppervlak van circa 150 m2 en bevindt zich tot een diepte van maximaal 1,0 m-mv. De omvang van de grondverontreiniging met matig tot sterk verhoogde gehalten aan lood en/of zink bedraagt circa 150 m3. Zuidelijke spot, boringen B301, B304 en B314 De grondverontreiniging met matig tot sterk verhoogde gehalten aan lood nabij boring B301, B304 en B314 heeft binnen de perceelsgrenzen een oppervlak van circa 250 m2 en bevindt zich tot een diepte van maximaal 1,0 m-mv. De omvang van de matig tot sterke grondverontreiniging met lood bedraagt circa 250 m3. Algehele conclusie en aanbevelingen Middels het uitgevoerde nader bodemonderzoek zijn de aangetroffen verontreinigingen met lood en/of zink grotendeels in voldoende mate onderzocht voor de locatie aan Blankensteijn 1-9 en 11 en de Dreef 2 te Hedel. Op basis van de resultaten van het nader onderzoek is er sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging in het kader van de Wet bodembescherming voor wat betreft de aangetroffen gehalten voor lood en/of zink in de grond. In tabel 1 zijn de verontreinigingen met omvang schematisch weergegeven.

Nader bodemonderzoek, Blankensteijn 1-9 en 11 en Dreef 2 te Hedel Rapportnr.: B17.6656 versie: 1.0 datum: 7 december 2017

4 Tabel 1: Verontreinigingssituatie matig tot sterke verontreiniging met lood en/of zink Deellocatie

Stof

Grondwal (noordzijde perceel)

Lood en zink in grond

Oppervlakte (m2)

Matig tot Sterk verontreinigd (> index 0,5) ± 330

Traject (m-mv)

± 0,00 - 1,50

Gemiddelde dikte

1,0 meter

3

Westelijke spot, boring B26/B200

Zuidelijke spot, boringen B301, B304 en B314

Lood en zink in grond

Lood in de grond

Omvang (m )

± 330

Oppervlakte (m2)

± 150

Traject (m-mv)

± 0,00 - 1,00

Gemiddelde dikte

1,0 meter

Omvang (m3)

± 150

Oppervlakte (m2)

± 250

Traject (m-mv)

± 0,00 - 1,00

Gemiddelde dikte

1,0 meter

3

Omvang (m )

± 250

De verontreinigingen met lood en/of zink zijn vermoedelijk te relateren aan de historische (baksteenhoudende) erfophoging en grondwal. Naar verwachting zijn de grondverontreinigingen met lood en/of zink vóór 1987 ontstaan en is derhalve sprake van historische verontreinigingen. Op basis hiervan is geen sprake van Zorgplicht voor wat betreft de grondverontreinigingen met lood en/of zink. Voor wat betreft de verontreinigingen met lood en/of zink de grond, welke immobiel zijn, is naar verwachting geen sprake van een spoedeisend geval en kunnen humane, verspreidingsrisico’s en ecologische risico’s uitgesloten worden. Voor wat betreft het aangetroffen asbest dient formeel gezien een nader asbestonderzoek uitgevoerde middels proefsleuven. Aangezien naar verwachting sprake is van een plaatselijke spot, welke ondergeschikt is aan heterogeen verontreinigde grond met lood en/of zink in de grondwal, wordt ons inziens nader onderzoek niet noodzakelijk geacht. Het bevoegd gezag dient hierover echter een definitieve uitspraak te doen. Tevens dient rekening gehouden te worden met de asbesthoudende fundering onder de bebouwing dat middels een asbestinventarisatie conform SC540 nader onderzocht dient te worden. Mogelijk dient na afloop van de voorgenomen sloopwerkzaamheden aanvullend onderzoek te worden verricht. Ook hierover zal het bevoegd gezag een definitieve uitspraak moeten doen.

Voorgesteld wordt om in overleg met het bevoegd gezag een passende saneringsvariant te bepalen (afgraven en/of afdekken). Alle sanerende maatregelen dienen plaats te vinden conform de beoordelingsrichtlijnen SIKB 6000 “Milieukundige begeleiding van (water)bodemsanering en nazorg” en SIKB 7000 “Uitvoering van (water)bodemsaneringen en ingrepen in de waterbodem”. Voorafgaand dient een BUS-melding te worden ingediend bij het bevoegd gezag.

Nader bodemonderzoek, Blankensteijn 1-9 en 11 en Dreef 2 te Hedel Rapportnr.: B17.6656 versie: 1.0 datum: 7 december 2017

5 INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING................................................................................................................................................ 2 1.

INLEIDING .................................................................................................................................................. 6

2.

DOELSTELLINGEN VAN HET NADER ONDERZOEK (NTA 5755) ................................................. 6

3.

BEKENDE GEGEVENS ............................................................................................................................. 6 3.1. ALGEMENE GEGEVENS................................................................................................................................ 6 3.2. VOORGAAND ONDERZOEK .......................................................................................................................... 6

4.

BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE .......................................................................................... 8 4.1. BODEMOPBOUW .......................................................................................................................................... 8 4.2. GEOHYDROLOGIE ....................................................................................................................................... 8

5.

OPZET VAN HET NADER ONDERZOEK ............................................................................................. 9 5.1. ONDERZOEKSSTRATEGIE NADER ONDERZOEK INCLUSIEF CONCEPTUEEL MODEL .................................. 9 5.2. VELDWERKZAAMHEDEN NADER ONDERZOEK ......................................................................................... 10

6.

WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE ........................................................................ 11 6.1. GROND/GRONDWATER .............................................................................................................................. 11 6.2. ASBEST ...................................................................................................................................................... 12

7.

RESULTATEN NADER ONDERZOEK ................................................................................................. 13 7.1. RESULTATEN NADER GRONDONDERZOEK GRONDWAL ........................................................................... 13 7.2. RESULTATEN NADER GRONDONDERZOEK BORING B26........................................................................... 15 7.3. RESULTATEN NADER GRONDONDERZOEK OVERIG TERREINDEEL .......................................................... 16 7.4. INTERPRETATIE ANALYSERESULTATEN NADER ONDERZOEK ................................................................. 18

8.

CONCLUSIES EN AANBEVELING ....................................................................................................... 20 8.1. CONCLUSIES NADER GRONDONDERZOEK................................................................................................. 20 8.2. ALGEHELE CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN ........................................................................................... 21

9.

REFERENTIES .......................................................................................................................................... 23

BIJLAGEN

1.

Situering in de regio

2a.

Situatieschets met (voorgaande) boringen en proefgaten incl. verontreinigingscontouren

2b.

Situatieschets met verontreinigingscontouren

3.

Boorprofiel beschrijvingen

4.

Analysecertificaten grond en asbest

5.

Achtergrond- en interventiewaarden grond

6.

Berekening totaalgehalten asbest

Nader bodemonderzoek, Blankensteijn 1-9 en 11 en Dreef 2 te Hedel Rapportnr.: B17.6656 versie: 1.0 datum: 7 december 2017

6

1.

INLEIDING Woonstichting De Kernen heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. opdracht gegeven voor het uitvoeren van een nader bodemonderzoek voor de onderzoekslocatie gelegen aan de Blankensteijn 1-9 en 11 en de Dreef 2 te Hedel. De aanleiding tot het nader bodemonderzoek wordt gevormd door de resultaten van voorgaand onderzoek ten behoeve van de voorgenomen herontwikkeling. Het onderzoek is uitgevoerd conform de NTA 5755:2010 [1]. Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2019, afgegeven door Eerland Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 5). Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Namens Verhoeven Milieutechniek B.V. zijn de werkzaamheden gecoördineerd door de heer ing. H.M.W. van der Donk.

2.

DOELSTELLINGEN VAN HET NADER ONDERZOEK (NTA 5755) De doelen van het nader onderzoek naar de grondverontreinigingen met lood en/of zink zijn:  Het vaststellen van de mate van de grondverontreiniging met lood en/of zink;  Het bepalen van de omvang van de grondverontreiniging;  Het vaststellen of sprake is van een spoedeisend geval van ernstige bodemverontreiniging.

3.

BEKENDE GEGEVENS 3.1. Algemene gegevens De locatie is gelegen aan de Blankensteijn 9 en 11 en Dreef 2 te Hedel en is kadastraal bekend als gemeente Hedel, sectie H, nummers 943, 944, 1227,1228 en 1369. De totale oppervlakte van de onderzoekslocatie bedraagt circa 3.500 m2. Het terrein is grotendeels bebouwd en verhard met een betonvloer. Uitpandig is hoofdzakelijk een klinker- en tegelverharding aanwezig. Momenteel is de locatie gedeeltelijk in gebruik als sportschool. Daarnaast zijn de twee woningen verhuurd. Een groot gedeelte van de locatie is momenteel leegstaand en in gebruik als opslag. Voor de situering van het perceel in de regio wordt verwezen naar bijlage 1. 3.2. Voorgaand onderzoek De resultaten van voorgaande bodemonderzoek zijn beschreven in het rapport ‘Diverse onderzoeken, Blankensteijn 1-9 en 11 en Dreef 2 te Hedel, Verhoeven Milieutechniek B.V. Projectnummer B16.6633, d.d. 2 mei 2017’. Uit voorgaand onderzoek is gebleken dat de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem vooralsnog in onvoldoende mate is onderzocht. Ter plaatse van de onderzoekslocatie is in de bovengrond ter plaatse van boring B03 een sterk verhoogd gehalte voor lood aangetoond. Tevens zijn in de bovengrond ter plaatse van boringen B03, B04, PB10 en B26 licht verhoogde gehalten voor zink aangetoond die de index van 0,5 overschrijden.

In de overige onderzochte boven- en ondergrondmonster zijn maximaal licht verhoogde gehalten voor de onderzochte NENparameters aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden, waarbij de index van 0,5 niet wordt overschreden. In het grondwater zijn licht verhoogde gehalten voor barium en molybdeen aangetoond die onder de index van 0,5 blijven. Nader bodemonderzoek, Blankensteijn 1-9 en 11 en Dreef 2 te Hedel Rapportnr.: B17.6656 versie: 1.0 datum: 7 december 2017

7 Op basis van de huidige onderzoeksresultaten is derhalve minimaal sprake van 3 deellocaties met licht (index >0,5) en/of sterk verontreinigde grond voor zink en/of lood. Het betreft resumerend de onderstaande deellocaties: - Sterke loodverontreiniging en zink met index >0,5 in de bovengrond tot 0,5 m-mv bij de boringen B03 en B04; - Zink met index >0,5 in bovengrond bij boring PB10; - Zink met index >0,5 in de oorspronkelijke bovengrond bij boring B26. Ter plaatse van boring B07 is onder de betonvloer in het samengestelde mengmonster (MMASB04) van de volledig baksteenhoudende ondergrond zowel zintuiglijk als analytisch asbest aangetoond. De berekende asbestconcentratie van 2.400 mg/kg d.s. overschrijdt ruimschoots de interventiewaarde van 100 mg/kg d.s. Er is sprake is van een asbesthoudende fundering onder de betonvloer in de bestaande bebouwing. De fundering maakt onderdeel uit van de bouwconstructie en dient derhalve middels een asbestinventarisatie nader te worden onderzocht. In de overige grondmengmonsters zijn verder geen gehalten aan asbest aangetroffen, die een nader onderzoek naar asbest verplichten (50 mg/kg d.s.) of de interventiewaarde van 100 mg/kg d.s. overschrijden. Voor wat betreft de algemene NEN-kwaliteit is de onderzoekslocatie in onvoldoende mate onderzocht.

Op basis van de onderzoeksresultaten is sprake van 3 deellocaties met licht tot sterk met lood en/of zink verontreinigde grond, waarbij minimaal de index van 0,5 wordt overschreden. Om van een geval van ernstige bodemverontreiniging te spreken dient voor tenminste één stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m3 grond hoger te zijn dan de interventiewaarde. Gezien de resultaten van het historisch onderzoek en de verdeling van de aangetroffen verontreinigingen is niet uit te sluiten dat sprake is van heterogene aanwezigheid licht tot sterke verontreinigingen met zink en/of lood. Middels een nader onderzoek naar zink en/of lood dient de omvang en ernst te worden vastgesteld. Het nader onderzoek naar zink en/of lood dient te worden uitgevoerd conform de NTA 5755:2010.

Nader bodemonderzoek, Blankensteijn 1-9 en 11 en Dreef 2 te Hedel Rapportnr.: B17.6656 versie: 1.0 datum: 7 december 2017

8

4.

BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE 4.1. Bodemopbouw Het maaiveld van de onderzoekslocatie ligt op circa NAP + 3,0 meter [2]. In de Bommelerwaard is een circa 5 meter dikke deklaag aanwezig. De deklaag is een slecht doorlatende laag waarvan de sedimenten behoren tot de Nuenen Groep en het Holoceen. De deklaag bestaat hoofdzakelijk uit klei met plaatselijk zand- of veenlagen. Het onderliggende goed doorlatende eerste watervoerend pakket is circa 65 meter dik en bestaat voornamelijk uit uiterst grove tot middel grove zanden (Formaties van Veghel en Sterksel). Het eerste watervoerend pakket wordt van het tweede watervoerend pakket gescheiden door een 40 à 50 meter dik slecht doorlatend pakket slibhoudende zanden en kleien (voornamelijk bestaande uit de formatie van Kedichem en de formatie van Tegelen). 4.2. Geohydrologie De afzettingen van de Maas onderscheiden zich van die van de Waal. De stroomruggronden in het sedimentatiegebied van de Maas zijn nagenoeg kalkarm. Deze stroomruggronden zijn over het algemeen te beschouwen als infiltratiegebieden. De standen van het grondwater en het oppervlaktewater worden in dit gebied kunstmatig beheerst. Langs de Maas is plaatselijk een nauwe relatie aanwezig tussen de standen van het rivierwater en het grondwater. Of kwel of inzijging optreedt, is sterk afhankelijk van de waterstand van de nabij gelegen Maas.

De gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) ligt tussen de 0,4 en 0,8 m-mv en de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) is lager dan 1,2 m-mv. Het grondwater in het eerste watervoerend pakket stroomt globaal in een west tot zuidwestelijke richting.

Nader bodemonderzoek, Blankensteijn 1-9 en 11 en Dreef 2 te Hedel Rapportnr.: B17.6656 versie: 1.0 datum: 7 december 2017

9

5.

OPZET VAN HET NADER ONDERZOEK 5.1. Onderzoeksstrategie nader onderzoek inclusief conceptueel model Het nader onderzoek naar de grondverontreinigingen met lood en/of zink is uitgevoerd conform de onderzoeksstrategie zoals beschreven in de NTA 5755:2010. Bij het uitvoeren van een nader bodemonderzoek conform de NTA 5755 wordt gebruik gemaakt van een zogenaamd conceptueel model. Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek is voor de grondverontreiniging met koper en/of zink het conceptueel model gehanteerd. Op basis van de resultaten van het uitgevoerde onderzoek uit de 1e fase, is aanvullend een 2e fase uitgevoerd met aanvullende boringen en analyse. Het conceptueel model is in onderstaande tabel weergeven. Tabel 5.1: Conceptueel model grondverontreinigingen met lood en/of zink Conceptueel model Oorzaak van de verontreiniging Ernst van de verontreiniging

Ophoging (grondwal en/of erf) Mogelijk is er sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging voor zink en/of lood, aangezien niet kan worden uitgesloten dat 25 m3 sterk verontreinigde grond met gehalten > interventiewaarde aanwezig is. Spoed van de sanering / Zorgplicht Er is naar verwachting, gezien de ouderdom van de locatie, sprake van een oud geval van ernstige bodemverontreiniging (grotendeels ontstaan vóór 1987). Onderzoeksopzet Het nader onderzoek naar de lood en/of zink verontreinigingen dient in twee fases uitgevoerd te worden. Eerste fase Ten behoeve van de horizontale afperking van de grondverontreiniging ter plaatse van boring B26 worden rondom deze boring 4 boringen geplaatst tot 1,0 m-mv. Ter plaatse van de grondwal worden in totaal 9 boringen geplaatst, waarvan 2 tot 3,0 m-mv en 7 tot 2,0 m-mv zowel voor de afperking van de grondverontreinigingen met lood en zink als ter verificatie dat geen sprake is van een heterogeen verontreinigde grondwal. Ter plaatse van het overige (uitpandig) terrein worden 10 boringen tot 1,0 m-mv geplaatst, tevens ter verificatie dat geen sprake is van een heterogene verontreiniging. In totaal worden 30 grondmonsters op lood en zink (inclusief lutum en organisch stof) geanalyseerd.

Tweede fase Tijdens de eerste fase is gebleken dat ter plaatse van boring B26 in de grondlaag van 0,2-0,5 m-mv bij boring B200 nog licht tot sterk verhoogde gehalten voor zink en lood aangetoond, waarbij de index van 0,5 dan wel de interventiewaarde wordt overschreden. Ter verdere afperking zal de ondergrond (0,5-1,0 mmv) worden geanalyseerd op lood en zink. Tevens worden 2 aanvullende boringen geplaatst ter horizontale afperking, waarbij de bovengrond wordt geanalyseerd op lood en zink/ Tijdens de eerste fase bleek tevens dat ter plaatse van de grondwal in de ondergrond ter plaatse van boring B105 (0,5-1,0 m-mv) en boring B107 (voorgaande boring B03; 1,0-1,5 m-mv) nog licht tot sterk verhoogde gehalten voor lood en zink zijn aangetoond, welke minimaal de index van 0,5 overschrijden. Derhalve wordt aanvullend ter verticale afperking de diepere ondergrond van 1,5-2,0 m-mv geanalyseerd op lood en zink. Daarnaast is tijdens de eerste fase gebleken dat in de ondergrond (0,5-1,0) ter plaatse van B304 een sterk verhoogd gehalte voor lood is aangetoond. Tevens is in de bovengrond (0,0-0,5 m-mv) en ter plaatse van boring B301 een verhoogd gehalte voor lood aangetoond welke de index van 0,5 overschrijdt. Voor verdere verticale en horizontale afperking zal een diepe boring worden geplaatst bij boring B304 en 5 aanvullende boringen rondom boringen B301 en B04.

Tevens zullen aanvullend 8 grondmonsters worden geanalyseerd op lood en zink.

Nader bodemonderzoek, Blankensteijn 1-9 en 11 en Dreef 2 te Hedel Rapportnr.: B17.6656 versie: 1.0 datum: 7 december 2017

10 5.2. Veldwerkzaamheden nader onderzoek Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2019, afgegeven door Eerland Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 5). De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de geldende NEN/NPR-normen, BRL SIKB 2000 (versie 5), protocol 2001, het plaatsen van handboringen en peilbuizen (versie 3.2) en het plaatsen van handboringen en peilbuizen. In tabel 5.2 zijn de uitvoeringsdata, gehanteerde protocol en gecertificeerde medewerker weergegeven. Tabel 5.2: Uitvoeringsdata en gehanteerde onderzoeksprotocollen Data

Bedrijf

Gecertificeerde medewerker

2 oktober 2017 (eerste fase) 18 oktober 2017 (tweede fase)

Verhoeven Milieutechniek B.V.

De heer T. Nijman De heer M.A.H. van Baal De heer M.A.H. van Baal

Verhoeven Milieutechniek B.V.

Protocol BRL SIKB 2001 (v. 3.2) 2001 (v. 3.2)

In verband met het aantreffen van asbestverdacht materiaal ter plaatse van boring B104, tijdens de werkzaamheden op 2 oktober 2017, is aanvullend een proefgat gegraven tot circa 1,0 m-mv met afmetingen van 0,3 bij 0,3 meter. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd met behulp van een Edelmanboor en een schop. Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek.

Nader bodemonderzoek, Blankensteijn 1-9 en 11 en Dreef 2 te Hedel Rapportnr.: B17.6656 versie: 1.0 datum: 7 december 2017

11

6.

WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE 6.1. Grond/grondwater De verontreinigingssituatie van de bodem kan worden beoordeeld door toetsing van de gemeten gehaltes in grond en/of grondwater aan de streef-, achtergrond- en interventiewaarden. De achtergrondwaarden voor grond zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit [3]. De meest recente streef- en interventiewaarden voor grondwater en interventiewaarden voor grond zijn vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 [4] en worden gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. De streefwaarden geven voor het grondwater het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingsbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor het grondwater aan. De achtergrondwaarden geven voor de grond het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor de grond aan. De interventiewaarden geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig zijn of dreigen te worden verminderd. Om van een geval van ernstige bodemverontreiniging te spreken dient voor ten minste één stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m3 grond of 100 m3 bodemvolume voor grondwater hoger te zijn dan de interventiewaarde.

De achtergrond- en interventiewaarden voor de vaste bodem zijn gerelateerd aan het lutum- en/of het organische stofgehalte van de bodem. Om de verkregen analyseresultaten te kunnen toetsen aan de achtergrond- en interventiewaarden worden de meetwaarden, met behulp van de analytisch vastgestelde gehalten aan lutum en/of organische stofgehalte, teruggerekend naar gestandaardiseerde meetwaarden (GSSD). Indien de lutum en/of organische stofgehalten niet analytisch zijn vastgesteld, zijn ze aan de hand van de zintuiglijke waarnemingen, in combinatie met de overige analyseresultaten, ingeschat. Aan de hand van bovenstaande waarden wordt een index berekend. De index wordt voor grond berekend met de formule: (GSSD - achtergrondwaarde) / (interventiewaarde achtergrondwaarde). Voor grondwater wordt de achtergrondwaarde in de formule vervangen door de streefwaarde. Indien de index groter is dan 1 wordt de interventiewaarde overschreden. Uit de toetsing van de GSSD aan de streef-, achtergrond-, en interventiewaarden kan het volgende worden afgeleid:  Bij een overschrijding van de streef- en/of achtergrondwaarde is het vermoeden van bodemverontreiniging bevestigd.  Bij een berekende index groter dan 0,5 bestaat het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging.

Middels de uitvoering van de aanvullende analyses, mogelijk gevolgd door een nader bodemonderzoek, dient de omvang van de verontreiniging(en) te worden bepaald. Afhankelijk van de resultaten wordt het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging bevestigd dan wel verworpen. In het eerste geval dient overgegaan te worden tot de uitvoering van een saneringsonderzoek, gevolgd door een sanering.

Nader bodemonderzoek, Blankensteijn 1-9 en 11 en Dreef 2 te Hedel Rapportnr.: B17.6656 versie: 1.0 datum: 7 december 2017

12

6.2. Asbest De interventiewaarde voor asbest in de grond is vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 [3] en bedraagt 100 mg/kg d.s. gewogen asbestconcentratie (serpentijnconcentratie vermeerderd met tienmaal de amfiboolconcentratie). De aangetroffen concentraties voor asbestverdachte grondmonsters en aan asbestverdachte plaatmaterialen worden teruggerekend naar het in het veld geïnspecteerde volume en vervolgens getoetst aan de interventiewaarde bodemsanering. Indien uit vooronderzoek blijkt dat mogelijk respirabele vezels aanwezig zijn (bijvoorbeeld onder verweerde asbesthoudende dakbedekkingen, zonder dakgoot), wordt in de NEN 5707 geadviseerd, direct een onderzoek naar het aantal respirabele vezels uit te voeren. Dit gebeurt middels een Stereo Electro Microscoop (SEM) analyse. Als tijdens de analyse van asbest in fijne fractie (< 20 mm) blijkt dat er in een monster niethechtgebonden asbest is aangetroffen in de fractie > 4 mm, wordt in de NEN 5707/NEN 5897 eveneens geadviseerd een onderzoek naar het aantal respirabele vezels uit te voeren middels SEM analyse. Als tijdens het onderzoek naar asbest in de grond een gewogen asbestgehalte van meer dan 1.000 mg/kg d.s. (hechtgebonden) en/of meer dan 100 mg/kg d.s.

(niet-hechtgeboden) wordt aangetoond, moet op basis van de risicobeoordeling in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 [4] eveneens een onderzoek naar de respirabele vezels worden uitgevoerd. Indien de gewogen asbestconcentratie groter is dan de halve interventiewaarde bestaat het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Het uitvoeren van een nader onderzoek naar asbest in de grond is dan verplicht. De hoogst berekende waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Er is sprake van een geval van ernstige verontreiniging met asbest in de bodem indien de berekende concentratie binnen een ruimtelijke eenheid hoger is dan de interventiewaarde. Het vaststellen van de gemiddelde gewogen asbestconcentratie dient te worden uitgevoerd conform de NEN 5707. Als respirabele vezels in de bovengrond (contactzone, of diepte graafwerkzaamheden) worden aangetoond en het gewogen gehalte van 10 mg/kg d.s. wordt overschreden is reeds sprake van “onaanvaardbare risico’s buiten”. Opgemerkt wordt dat het volumecriterium voor een bodemverontreiniging met asbest niet van toepassing is bij het vaststellen van de ernst.

Nader bodemonderzoek, Blankensteijn 1-9 en 11 en Dreef 2 te Hedel Rapportnr.: B17.6656 versie: 1.0 datum: 7 december 2017

13

7.

RESULTATEN NADER ONDERZOEK 7.1.

Resultaten nader grondonderzoek grondwal

Zintuiglijke waarnemingen Tijdens de veldwerkzaamheden zijn zintuiglijk diverse bijmengingen met bodemvreemd materiaal aangetroffen. Een volledig overzicht van de zintuiglijk waargenomen bijzonderheden is weergegeven tabel 7.1. Tabel 7.1: Zintuiglijke waarnemingen per boring nader onderzoek grondwal Boring

Diepte boring (m -mv) Nader grondonderzoek grondwal B100 2,00 B101 2,00 B102 2,50 B103 2,00 B104 2,00 B105 3,00 B106 2,00 B107 3,00 B108 2,00 Toelichting bij de tabel: Sporen < 1% Zwak ≥1<5%

Traject (m -mv)

Grondsoort

Waargenomen bijzonderheden

0,50 - 1,00 0,50 - 1,00 0,50 - 1,00 0,50 - 1,00 0,50 - 1,00 0,50 - 1,00 0,50 - 1,00 0,50 - 1,00 0,50 - 1,00

Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei

zwak baksteenhoudend zwak baksteenhoudend zwak baksteenhoudend zwak baksteenhoudend zwak baksteenhoudend, sporen asbest verdacht materiaal zwak baksteenhoudend zwak baksteenhoudend zwak baksteenhoudend zwak baksteenhoudend

De volledige boorprofiel beschrijvingen zijn opgenomen in bijlage 3. Nader grondonderzoek grondwal Op basis van de resultaten van het verkennend onderzoek, het conceptueel model (zie paragraaf 5.1) en de zintuiglijke waarnemingen tijdens de veldwerkzaamheden zijn de onderstaande monsters geselecteerd. De grondmonsters met bijbehorende analyses en resultaten zijn in tabel 7.2 weergegeven. Tabel 7.2: Overzicht grondmonsters met bijbehorende analyses en resultaten Monster Eerste fase M100-1

Omschrijving

Traject (m -mv)

Boring

Bovengrond, klei 0,00 - 0,50 B100 Zintuiglijk: M100-2 Ondergrond, klei 0,50 - 1,00 B100 Zintuiglijk: zwak baksteenhoudend M101-1 Bovengrond, klei 0,00 - 0,50 B101 Zintuiglijk: M101-2 Ondergrond, klei 0,50 - 1,00 B101 Zintuiglijk: zwak baksteenhoudend M102-1 Bovengrond, 0,00 - 0,50 B102 Zintuiglijk: M102-2 Ondergrond, klei 0,50 - 1,00 B102 Zintuiglijk: zwak baksteenhoudend M103-1 Bovengrond, klei 0,00 - 0,50 B103 Zintuiglijk: M103-2 Ondergrond, klei 0,50 - 1,00 B103 Zintuiglijk: zwak baksteenhoudend M104-1 Bovengrond, klei 0,00 - 0,50 B104 Zintuiglijk: M104-2 Ondergrond, klei 0,50 - 1,00 B104 Zintuiglijk: zwak baksteenhoudend M105-1 Bovengrond, klei 0,00 - 0,50 B105 Zintuiglijk: M105-2 Ondergrond, klei 0,50 - 1,00 B105 Zintuiglijk: zwak baksteenhoudend M106-1 Bovengrond, klei 0,00 - 0,50 B106 Zintuiglijk: Nader bodemonderzoek, Blankensteijn 1-9 en 11 en Dreef 2 te Hedel Rapportnr.: B17.6656 versie: 1.0 datum: 7 december 2017

Analysepakket > AW < I

Resultaten >I

Pb, Zn, L en H

Pb, Zn

-

Pb, Zn, L en H

Pb*, Zn*

-

Pb, Zn, L en H

Pb, Zn*

-

Pb, Zn, L en H

Pb, Zn

-

Pb, Zn, L en H

Pb, Zn

-

Pb, Zn, L en H

Pb, Zn

-

Pb, Zn, L en H

Pb, Zn

-

Pb, Zn, L en H

Pb*, Zn

-

Pb, Zn, L en H

Pb, Zn

-

Pb, Zn, L en H

Pb, Zn

-

Pb, Zn, L en H

Pb, Zn*

-

Pb, Zn, L en H

Pb*

Zn

Pb, Zn, L en H

Pb*, Zn*

-

14 Monster M106-2 M107-1 M107-2 M108-1 M108-2

Omschrijving Ondergrond, klei Zintuiglijk: zwak baksteenhoudend Ondergrond, klei Zintuiglijk: zwak baksteenhoudend Ondergrond, klei Zintuiglijk: Bovengrond, klei Zintuiglijk: Ondergrond, klei Zintuiglijk: zwak baksteenhoudend

Traject (m -mv) 0,50 - 1,00

Boring

Analysepakket

B106

Pb, Zn, L en H

> AW < I Pb*, Zn

Resultaten >I -

0,50 - 1,00

B107

Pb, Zn, L en H

Pb, Zn*

-

1,00 - 1,50

B107

Pb, Zn, L en H

Pb*

-

0,00 - 0,50

B108

Pb, Zn, L en H

Pb, Zn

-

0,50 - 1,00

B108

Pb, Zn, L en H

Pb, Zn

-

Tweede fase M107-3

Ondergrond, klei 1,50 - 2,00 B107 Pb, Zn, L en H Zintuiglijk: Toelichting bij de tabel: Pb Lood; Zn Zink; L en H Lutum en organische stof (humus); AW Achtergrondwaarde; I Interventiewaarde; * Het gehalte overschrijdt de index van 0,5 (berekende gestandaardiseerde meetwaarde); Niets aangetroffen/waargenomen.

-

Asbest grondwal In het proefgat bij boring B104 is circa 15 gram asbestverdacht plaatmateriaal (fractie > 20 mm) aangetroffen in de grondlaag van 0,5 tot 1,0 m-mv. Van dit materiaal is een verzamelmonster (ASB-A) samengesteld. Het gevonden asbestverdacht plaatmateriaal (Type A) is in het laboratorium geanalyseerd op de aanwezigheid van asbest conform de NEN5896:2003 (asbest in plaatmateriaal). De resultaten zijn weergegeven in tabel 7.3. Tabel 7.3: Asbestverdachte plaatmaterialen en percentage asbest conform analysecertificaat Monstercode

Materiaal

Hechtgebonden

Type*

Gemeten gehalte %

ASB-A

Golfplaat

Ja

Chrysotiel Crocidoliet

10-15 2-5

Gemiddeld gehalte. % 47,5

Toelichting bij de tabel: * Chrysotiel (witte asbest) is een serpentijnasbest. Bij serpentijnasbest zijn de vezels gekruld. Crocidoliet (blauwe asbest) en amosiet (bruine asbest) zijn een amfiboolasbest. Bij amfiboolasbest zijn de vezels staafvormig en daardoor gevaarlijker. Daarom wordt de amfiboolconcentratie met een factor 10 verhoogd.

Het indicatief genomen grondmonster voor het aanvullend asbestonderzoek met bijbehorende analyse is weergegeven in tabel 7.4. Tabel 7.4: Samenstelling asbestmonster Monstercode

Proefgat

Zintuiglijke waarnemingen

Traject (m -mv)

Soort

Analysepakket

B104

zwak baksteenhoudend, sporen asbest verdacht materiaal

0,50 - 1,00

Grond

Asbest in grond (>10 kg)1

Grondwal MMASB104

Toelichting bij de tabel: Sporen <1% Zwak: ≥1<5% 1 Asbestanalyse conform NEN5898:2015: asbest in grond of puin < 20 mm.

Nader bodemonderzoek, Blankensteijn 1-9 en 11 en Dreef 2 te Hedel Rapportnr.: B17.6656 versie: 1.0 datum: 7 december 2017

15 De resultaten van het geanalyseerde grondmonster en de gewogen hoeveelheid asbest (< 20 mm, conform analysecertificaat) zijn weergegeven in tabel 7.5. Tabel 7.5: Asbestverdachte monster (< 20 mm) en gewogen hoeveelheid asbest conform analysecertificaat Monstercode (traject m-mv) Grondwal MMASB104 (0,50 - 1,00)

Proefgat

Soort

Hechtgebonden

Type

Gemeten < 20 mm (mg/kg d.s.)

Totaal gewogen (mg/kg d.s.)

B104

Asbestboard

Ja

Chrysotiel

1,7

12,4

Golfplaat

Ja

Chrysotiel Crocidoliet

2,9 0,79

Toelichting bij de tabel: Chrysotiel Wit asbest (serpentijnasbest); Crocidoliet Blauw asbest (amfiboolasbest);

Aan de hand van analyseresultaten in de tabellen 7.3 en 7.5 en de waarnemingen in het veld (o.a. afmetingen proefgat, hoeveelheid asbesthoudende materialen fractie > 20 mm, massa van de fractie > 20 mm) is indicatief de totaal gewogen asbestconcentratie in proefgat B104 berekend. De complete berekening is opgenomen in bijlage 6 en de resultaten zijn beknopt weergegeven in tabel 7.6. Tabel 7.6: Totale asbestconcentraties Proefgat (traject in m-mv) B104 (0,5-1,0)

7.2.

Gewogen asbestconcentratie fractie > 20 mm (mg/kg d.s.) 74,7

Gewogen asbestconcentratie fractie < 20 mm (mg/kg d.s.) 12,2

Totaal gewogen asbestconcentratie (mg/kg d.s.) 86,9

Resultaten nader grondonderzoek boring B26

Zintuiglijke waarnemingen Tijdens de veldwerkzaamheden zijn zintuiglijk diverse bijmengingen met bodemvreemd materiaal aangetroffen. Een volledig overzicht van de zintuiglijk waargenomen bijzonderheden is weergegeven tabel 7.7. Tabel 7.7: Zintuiglijke waarnemingen per boring nader onderzoek boring B26 Boring

Diepte boring Traject (m -mv) (m -mv) Nader grondonderzoek boring B26 B200 1,00 0,05 - 0,20 0,20 - 0,50 B201 1,00 0,40 - 1,00 B202 1,20 0,05 - 0,20 0,20 - 0,70 B203 1,20 0,05 - 0,40 0,40 - 0,80 B204 1,00 0,50 - 1,00 B205 1,00 0,20 - 0,50 Toelichting bij de tabel: Sporen < 1% Zwak ≥1<5%

Grondsoort

Waargenomen bijzonderheden

Zand Klei Klei Zand Klei Zand Klei Zand Klei

sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen kolen, zwak baksteenhoudend zwak koolhoudend, zwak baksteenhoudend

De volledige boorprofiel beschrijvingen zijn opgenomen in bijlage 3.

Nader bodemonderzoek, Blankensteijn 1-9 en 11 en Dreef 2 te Hedel Rapportnr.: B17.6656 versie: 1.0 datum: 7 december 2017

16 Nader grondonderzoek boring B26 Op basis van de resultaten van het verkennend onderzoek, het conceptueel model (zie paragraaf 5.1) en de zintuiglijke waarnemingen tijdens de veldwerkzaamheden zijn de onderstaande monsters geselecteerd. De grondmonsters met bijbehorende analyses en resultaten zijn in tabel 7.8 weergegeven. Tabel 7.8: Overzicht grondmonsters met bijbehorende analyses en resultaten Monster

Omschrijving

Eerste fase M200 M201 M202 M203

Bovengrond, klei Zintuiglijk: sporen baksteen Bovengrond, klei Zintuiglijk: sporen baksteen Grond, klei Zintuiglijk: sporen baksteen Bovengrond, zand Zintuiglijk: sporen baksteen

Traject (m -mv)

Boring

Analysepakket

0,20 - 0,50

B200

Pb, Zn, L en H

Pb*

Zn

0,40 - 0,60

B201

Pb, Zn, L en H

Pb, Zn

-

0,20 - 0,70

B202

Pb, Zn, L en H

Pb, Zn

-

0,05 - 0,40

B203

Pb, Zn, L en H

Pb, Zn

-

> AW < I

Resultaten >I

Tweede fase M200-2

Ondergrond, klei 0,50 - 1,00 B200 Pb, Zn, L en H Pb, Zn Zintuiglijk: M204 Ondergrond, zand 0,50 - 1,00 B204 Pb, Zn, L en H Pb*, Zn* Zintuiglijk: sporen kolen, zwak baksteenhoudend M205 Bovengrond, klei 0,20 - 0,50 B205 Pb, Zn, L en H Pb, Zn Zintuiglijk: zwak koolhoudend, zwak baksteenhoudend Toelichting bij de tabel: Pb Lood; Zn Zink; L en H Lutum en organische stof (humus); AW Achtergrondwaarde; I Interventiewaarde; * Het gehalte overschrijdt de index van 0,5 (berekende gestandaardiseerde meetwaarde); Niets aangetroffen/waargenomen.

7.3.

-

Resultaten nader grondonderzoek overig terreindeel

Zintuiglijke waarnemingen Tijdens de veldwerkzaamheden zijn zintuiglijk diverse bijmengingen met bodemvreemd materiaal aangetroffen. Een volledig overzicht van de zintuiglijk waargenomen bijzonderheden is weergegeven tabel 7.9. Tabel 7.9: Zintuiglijke waarnemingen per boring nader onderzoek overig terreindeel Boring

Diepte boring Traject Grondsoort (m -mv) (m -mv) Nader grondonderzoek overig (uitpandig) terreindeel B301 1,00 0,00 - 0,50 Zand B302 1,00 0,30 - 0,50 Klei B303 1,00 0,30 - 0,50 Klei 0,50 - 1,00 Klei B304 1,00 0,30 - 0,50 + 0,50 - 1,00 Klei B305 1,00 0,20 - 0,60 Klei B306 1,00 0,30 - 0,50 Klei B307 1,20 0,40 - 0,90 Klei 0,90 - 1,20 Klei B310 2,90 0,30 - 0,80 Zand 0,80 - 1,00 Klei 1,00 - 2,40 Klei B311 1,00 0,30 - 0,60 Zand 0,60 - 1,00 Zand B312 1,00 0,50 - 1,00 Zand B314 1,00 0,40 - 0,70 Zand B315 1,00 0,50 - 1,00 Klei

Nader bodemonderzoek, Blankensteijn 1-9 en 11 en Dreef 2 te Hedel Rapportnr.: B17.6656 versie: 1.0 datum: 7 december 2017

Waargenomen bijzonderheden

zwak baksteenhoudend matig baksteenhoudend zwak baksteenhoudend sporen baksteen volledig baksteen zwak baksteenhoudend zwak baksteenhoudend sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen uiterst baksteenhoudend, sporen beton zwak baksteenhoudend sporen baksteen, sporen kolen matig baksteenhoudend sporen baksteen uiterst baksteenhoudend, sporen beton, brokken asfalt matig baksteenhoudend sporen baksteen

17 Toelichting bij tabel 7.9: + Geen bodem (≥ 50 % bodemvreemd materiaal) Sporen/brokken < 1% Zwak ≥1<5% Matig ≥ 5 < 10 % Uiterst ≥ 20 < 50 % Volledig ≥ 50 %

De volledige boorprofiel beschrijvingen zijn opgenomen in bijlage 3. Nader grondonderzoek boring overig (uitpandig) terreindeel Op basis van de resultaten van het verkennend onderzoek, het conceptueel model (zie paragraaf 5.1) en de zintuiglijke waarnemingen tijdens de veldwerkzaamheden zijn de onderstaande monsters geselecteerd. De grondmonsters met bijbehorende analyses en resultaten zijn in tabel 7.10 weergegeven. Tabel 7.10: Overzicht grondmonsters met bijbehorende analyses en resultaten Monster Eerste fase M301 M302 M303 M304 M305 M306 M307 M309

Omschrijving

Bovengrond, zand Zintuiglijk: zwak baksteenhoudend Bovengrond, klei Zintuiglijk: matig baksteenhoudend Bovengrond, klei Zintuiglijk: zwak baksteenhoudend Ondergrond, klei Zintuiglijk: zwak baksteenhoudend Bovengrond, klei Zintuiglijk: zwak baksteenhoudend Bovengrond, klei Zintuiglijk: sporen baksteen Ondergrond, klei Zintuiglijk: sporen baksteen Bovengrond, zand Zintuiglijk: -

Traject (m -mv)

Boring

0,00 - 0,50

B301

Pb, Zn, L en H

Pb*, Zn

-

0,30 - 0,50

B302

Pb, Zn, L en H

Pb

-

0,30 - 0,50

B303

Pb, Zn, L en H

Pb, Zn

-

0,50 - 1,00

B304

Pb, Zn, L en H

-

Pb

0,20 - 0,60

B305

Pb, Zn, L en H

Pb, Zn

-

0,30 - 0,50

B306

Pb, Zn, L en H

-

-

0,40 - 0,90

B307

Pb, Zn, L en H

Pb, Zn

-

0,00 - 0,50

B309

Pb, Zn, L en H

Pb, Zn

-

Tweede fase M300

Analysepakket > AW < I

Bovengrond, zand 0,10 - 0,60 B300 Pb, Zn, L en H Zintuiglijk: M301-2 Ondergrond, zand 0,50 - 1,00 B301 Pb, Zn, L en H Pb Zintuiglijk: M310 Ondergrond, klei 1,00 - 1,50 B310 Pb, Zn, L en H Pb Zintuiglijk: sporen baksteen, sporen kolen M311 Grond, zand 0,30 - 0,60 B311 Pb, Zn, L en H Pb Zintuiglijk: matig baksteenhoudend M312 Ondergrond, zand 0,50 - 1,00 B312 Pb, Zn, L en H Pb, Zn Zintuiglijk: uiterst baksteenhoudend, sporen beton, brokken asfalt M313 Grond, klei 0,30 - 0,70 B313 Pb, Zn, L en H Pb Zintuiglijk: M314 Grond, zand 0,40 - 0,70 B314 Pb, Zn, L en H Pb* Zintuiglijk: matig baksteenhoudend M315 Ondergrond, klei 0,50 - 1,00 B315 Pb, Zn, L en H Pb, Zn Zintuiglijk: sporen baksteen Toelichting bij de tabel: Pb Lood; Zn Zink; L en H Lutum en organische stof (humus); AW Achtergrondwaarde; I Interventiewaarde; * Het gehalte overschrijdt de index van 0,5 (berekende gestandaardiseerde meetwaarde); Niets aangetroffen/waargenomen.

Nader bodemonderzoek, Blankensteijn 1-9 en 11 en Dreef 2 te Hedel Rapportnr.: B17.6656 versie: 1.0 datum: 7 december 2017

Resultaten >I

-

-

-

18

7.4.

Interpretatie analyseresultaten nader onderzoek

Nader grondonderzoek grondwal Eerste fase Zintuiglijk zijn in de grondwal zwakke bijmengingen met baksteen aangetroffen van circa 0,5 tot 1,0 m-mv. In de monsters van de zintuiglijk schone bovengrond (M100-1 t/m M106-1 en M108-1) zijn licht tot matig (overschrijding index van 0,5) verhoogde gehalten voor lood en zink aangetoond. In de monsters van de onderliggende zwak baksteenhoudende grond (M100-2 t/m M106-2, M107-1 en M108) zijn licht tot plaatselijk (boring B105, M105-2) sterk verhoogde gehalten voor lood en zink aangetoond. In het monster van de zintuiglijk schone ondergrond van boring B107 (M107-2; 1,0-1,5 m-mb), bij voorgaande boring B03 waar een sterk verhoogd gehalte voor lood is aangetoond, is nog een matig verhoogd gehalte voor lood aangetoond (index = 0,54) In de onderliggende grondlaag van het proefgat bij boring B104 (0,5-1,0 m-mv) is zowel zintuiglijk (> 20 mm) als analytisch (< 20 mm) asbest aangetoond. Het indicatief berekende gehalte van 86,9 mg/kg d.s. asbest blijft onder de interventiewaarde van 100 mg/kg d.s., maar overschrijdt de norm voor nader onderzoek (50 mg/kg d.s.). Tweede fase In de ondergrond van boring B107 (MMASB300, proefgat B104/B14; 0,5-2,0 m-mv) zijn geen verhoogde gehalten voor lood en zink aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden.

Nader grondonderzoek B26 Eerste fase Zintuiglijk zijn in de grond ter plaatse van en rondom boring B26 sporen baksteen aangetroffen tot circa 1,0 m-mv. In de sporen baksteenhoudende bovengrond van de afperkende boring B200 (M200) is een sterk verhoogd gehalte voor zin aangetoond. Tevens is een matig verhoogd voor lood aangetoond met een index van 0,63. In de sporen baksteenhoudende grond van de overige afperkende boringen (boringen B201 t/m B203, M201 t/m M203) zijn maximaal licht verhoogde gehalten voor lood en zink aangetoond. De gehalten overschrijden achtergrondwaarden, maar blijven onder de index van 0,5. Tweede fase Zintuiglijk zijn ter plaatse van de aanvullende boringen B204 en B205 sporen tot zwakke bijmengingen met kolen en/of baksteen aangetroffen tot circa 1,0 m-mv. In het aanvullend onderzochte ondergrondmonster van de afperkende boring B200 (M200-2; 0,51,0 m-mv) zijn licht verhoogde gehalten voor lood en zink aangetoond. De gehalten overschrijden achtergrondwaarden, maar blijven onder de index van 0,5. In het ondergrondmonster van boring B204 met sporen kolen en zwakke bijmengingen aan baksteen (M204; 0,5-1,0 m-mv) zijn matig verhoogde gehalten voor lood en zink aangetoond, waarbij de gehalten de interventiewaarden benaderen (index = 0,9 voor zowel lood als zink).

Nader bodemonderzoek, Blankensteijn 1-9 en 11 en Dreef 2 te Hedel Rapportnr.: B17.6656 versie: 1.0 datum: 7 december 2017

19 In de zwak baksteen- en koolhoudende bovengrond van de afperkende boring B205 (M205; 0,20,5 m-mv) zijn licht verhoogde gehalten voor lood en zink aangetoond. De gehalten overschrijden achtergrondwaarden, maar blijven onder de index van 0,5. Nader grondonderzoek overig terreindeel Eerste fase Zintuiglijk zijn in de grond diverse bijmengingen met baksteen aangetroffen tot circa 1,2 m-mv. Ter plaatse van boring B304 is een laag volledig baksteen aangetroffen, wat vanwege de mate aan bijmengingen niet als bodem geclassificeerd is. In de zwak baksteenhoudende bovengrond ter plaatse van boring B301 (M301) zijn licht tot matig verhoogde gehalten voor lood en zink aangetoond, waarbij het gehalte voor lood de index van 0,5 overschrijdt (index = 0,64). In de zwak baksteenhoudende ondergrond ter plaatse van boring B304 (M304, onder volledige baksteenlaag) is een sterk verhoogd gehalte voor lood aangetoond. Zink is niet verhoogd aangetroffen ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarde. In de sporen tot matig baksteenhoudende grond van de aanvullende boringen B302, B303, B305, B307 en B309 (M302, M303, M305, M307 en M309) zijn licht verhoogde gehalten voor lood en/of zink aangetoond. De gehalten overschrijden achtergrondwaarden, maar blijven onder de index van 0,5.

In het sporen baksteenhoudende grondmonster van boring B305 (M306) zijn geen verhoogde gehalten voor lood en zink aangetoond ten opzichte van de achtergrondwaarden. Tweede fase Zintuiglijk is ter plaatse van de aanvullende boringen B310 en B312 uiterst baksteenhoudende grond met sporen beton en/of brokken asfalt aangetroffen tot circa 1,0 m-mv. In de ondergrond van boring B310 zijn van 1,0 tot 2,4 m-mv sporen baksteen en kolen aangetroffen. Verder zijn in de aanvullende boringen diverse bijmengingen met baksteen aangetroffen tot circa 1,0 m-mv. In het aanvullend onderzochte zintuiglijk schone ondergrondmonster van boring B301 (M301-2) en in het sporen baksteen en kolenhoudende ondergrondmonster van boring B310 ter verticale afperking (M310; 1,0-1,5 m-mv) is een licht verhoogde gehalte voor lood aangetoond. Het gehalte overschrijdt achtergrondwaarde, maar blijft onder de index van 0,5. Zink is in beide monsters niet verhoogd aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarde. In het aanvullende onderzochte zintuiglijk schone bovengrondmonster van boring B300 (M300) zijn geen verhoogde gehalten voor lood en zink aangetroffen ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden.

In de matig baksteenhoudende grond ter plaatse van boring B314 (M314; 0,4-0,7 m-mv) is een matig verhoogd gehalte voor lood aangetoond, waarbij het gehalte de interventiewaarde benadert (index = 0,95). In de sporen tot uiterst baksteenhoudende grond van de overige afperkende boringen (boringen B311 t/m B313 en B315, monsters M311 t/m M313 en M315) zijn maximaal licht verhoogde gehalten voor lood en/of zink aangetoond. De gehalten overschrijden achtergrondwaarden, maar blijven onder de index van 0,5.

Nader bodemonderzoek, Blankensteijn 1-9 en 11 en Dreef 2 te Hedel Rapportnr.: B17.6656 versie: 1.0 datum: 7 december 2017

20

8.

CONCLUSIES EN AANBEVELING 8.1. Conclusies nader grondonderzoek Middels het uitgevoerde aanvullend en nader onderzoek naar de lood- en/of zinkverontreinigingen in de grond zijn voor de onderzoekslocatie de verontreinigingen binnen de perceelsgrenzen ons inziens voldoende in beeld gebracht, rekening houdend met de nog aanwezige niet toegankelijke bebouwing. Het ligt niet in de verwachting dat de verontreinigingen onder de bebouwing aanwezig zijn, in verband met de ouderdom van de bebouwing en het feit dat sprake is van ophooglagen. Er kan worden geconcludeerd dat ter plaatse van de onderzoekslocatie sprake is van een heterogeen verdeelde verontreiniging met licht tot sterk verhoogde gehalten voor lood en zink ter plaatse van de grondwal (noordzijde perceel, achter bebouwing) en van twee plaatselijke spots met een matig tot sterke verontreiniging met lood en/of zink in de grond. Grondwal (noordzijde perceel) De sterke verontreinigingen lijken zich te beperken tot boringen B105 en B03/B107, echter kan gezien de heterogeniteit niet worden uitgesloten dat in de niet onderzochte delen van de baksteenhoudende grondwal sterk verhoogde gehalten aan lood en/of zink voorkomen, mede aangezien verspreid over de locatie matig verhoogde gehalten voor lood of zink voorkomen (tegen de interventiewaarde).

Derhalve wordt rekening gehouden met een diffuus belaste heterogeen verdeelde verontreiniging met lood en/of zink. De grondwal achter de bebouwing heeft een oppervlakte van circa 330 m2. Uitgaande van een gemiddelde laagdikte van circa 1,0 meter is circa 330 m3 grond licht tot sterk verontreinigd met lood en/of zink. Vanaf circa 1,0 à 1,5 m-mv zijn maximaal licht verhoogde gehalten voor lood en/of zink aangetroffen, waarbij de gehalten de index van 0,5 niet meer overschrijden. Tevens is plaatselijk asbestverdacht materiaal aangetroffen. Het indicatief berekende gehalte van circa 87 mg/kg d.s. blijft onder de interventiewaarde, maar overschrijdt de norm voor nader onderzoek. Aangezien tijdens voorgaand onderzoek in de grond zowel zintuiglijk als analytisch geen asbest is aangetroffen ter plaatse van proefgaten B04, B06 en B10, is er vermoedelijk geen sprake van een asbestverontreiniging in de grond. Het gehalte asbest wordt veroorzaakt door het aangetroffen plaatmateriaal. Echter kan niet uitgesloten worden dat er meer asbest aanwezig is en dient formeel gezien nader onderzoek naar asbest uitgevoerd te worden. Het aangetroffen asbest valt binnen de contouren van de grondverontreiniging met lood en zink.

Westelijke spot, boring B26/B200 De grondverontreiniging met lood en zink nabij boring B26/B20 heeft binnen de perceelsgrenzen een oppervlak van circa 150 m2 en bevindt zich tot een diepte van maximaal 1,0 m-mv. De omvang van de grondverontreiniging met matig tot sterk verhoogde gehalten aan lood en/of zink bedraagt circa 150 m3. Zuidelijke spot, boringen B301, B304 en B314 De grondverontreiniging met matig tot sterk verhoogde gehalten aan lood nabij boring B301, B304 en B314 heeft binnen de perceelsgrenzen een oppervlak van circa 250 m2 en bevindt zich tot een diepte van maximaal 1,0 m-mv. De omvang van de matig tot sterke grondverontreiniging met lood bedraagt circa 250 m3.

Nader bodemonderzoek, Blankensteijn 1-9 en 11 en Dreef 2 te Hedel Rapportnr.: B17.6656 versie: 1.0 datum: 7 december 2017

21

8.2. Algehele conclusie en aanbevelingen Middels het uitgevoerde nader bodemonderzoek zijn de aangetroffen verontreinigingen met lood en/of zink grotendeels in voldoende mate onderzocht voor de locatie aan Blankensteijn 1-9 en 11 en de Dreef 2 te Hedel. Op basis van de resultaten van het nader onderzoek is er sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging in het kader van de Wet bodembescherming voor wat betreft de aangetroffen gehalten voor lood en/of zink in de grond. In tabel 8.1 zijn de verontreinigingen met omvang schematisch weergegeven. Tabel 8.1: Verontreinigingssituatie matig tot sterke verontreiniging met lood en/of zink Deellocatie Grondwal (noordzijde perceel)

Westelijke spot, boring B26/B200

Stof Lood en zink in grond

Lood en zink in grond

Oppervlakte (m2)

Matig tot Sterk verontreinigd (> index 0,5) ± 330

Traject (m-mv)

± 0,00 - 1,50

Gemiddelde dikte

1,0 meter

Omvang (m3)

± 330

Oppervlakte (m2)

± 150

Traject (m-mv)

± 0,00 - 1,00

Gemiddelde dikte

1,0 meter

3

Omvang (m ) Zuidelijke spot, boringen B301, B304 en B314

Lood in de grond

± 150 2

Oppervlakte (m )

± 250

Traject (m-mv)

± 0,00 - 1,00

Gemiddelde dikte

1,0 meter

3

Omvang (m )

± 250

De verontreinigingen met lood en/of zink zijn vermoedelijk te relateren aan de historische (baksteenhoudende) erfophoging en grondwal. Naar verwachting zijn de grondverontreinigingen met lood en/of zink vóór 1987 ontstaan en is derhalve sprake van historische verontreinigingen. Op basis hiervan is geen sprake van Zorgplicht voor wat betreft de grondverontreinigingen met lood en/of zink. Voor wat betreft de verontreinigingen met lood en/of zink de grond, welke immobiel zijn, is naar verwachting geen sprake van een spoedeisend geval en kunnen humane, verspreidingsrisico’s en ecologische risico’s uitgesloten worden. Voor wat betreft het aangetroffen asbest dient formeel gezien een nader asbestonderzoek uitgevoerde middels proefsleuven. Aangezien naar verwachting sprake is van een plaatselijke spot, welke ondergeschikt is aan heterogeen verontreinigde grond met lood en/of zink in de grondwal, wordt ons inziens nader onderzoek niet noodzakelijk geacht. Het bevoegd gezag dient hierover echter een definitieve uitspraak te doen. Tevens dient rekening gehouden te worden met de asbesthoudende fundering onder de bebouwing dat middels een asbestinventarisatie conform SC540 nader onderzocht dient te worden. Mogelijk dient na afloop van de voorgenomen sloopwerkzaamheden aanvullend onderzoek te worden verricht. Ook hierover zal het bevoegd gezag een definitieve uitspraak moeten doen.

Voorgesteld wordt om in overleg met het bevoegd gezag een passende saneringsvariant te bepalen (afgraven en/of afdekken).

Nader bodemonderzoek, Blankensteijn 1-9 en 11 en Dreef 2 te Hedel Rapportnr.: B17.6656 versie: 1.0 datum: 7 december 2017

22 Alle sanerende maatregelen dienen plaats te vinden conform de beoordelingsrichtlijnen SIKB 6000 “Milieukundige begeleiding van (water)bodemsanering en nazorg” en SIKB 7000 “Uitvoering van (water)bodemsaneringen en ingrepen in de waterbodem”. Voorafgaand dient een BUS-melding te worden ingediend bij het bevoegd gezag.

Nader bodemonderzoek, Blankensteijn 1-9 en 11 en Dreef 2 te Hedel Rapportnr.: B17.6656 versie: 1.0 datum: 7 december 2017

23

9.

REFERENTIES 1. Nederlands Normalisatie Instituut, Delft 2010, NTA5755:2010, norm Bodem – Landbodem Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek - Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging. 2. Lekahena, E.G. en G.A.G. Nelisse, 1974. Grondwaterkaart van Nederland, ’s-Hertogenbosch (45 West, 45 Oost). Dienst grondwaterverkenning TNO, Delft. 3. Ministerie van VROM en Verkeer en Waterstaat, Regeling bodemkwaliteit, Staatscourant, 20 december 2007, nr. 247 (inclusief rectificaties en wijzigingen hierop volgend). 4. Ministerie van VROM, Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatscourant, 27 juni 2013, nr. 16675 (inclusief rectificaties en wijzigingen hierop volgend).

Nader bodemonderzoek, Blankensteijn 1-9 en 11 en Dreef 2 te Hedel Rapportnr.: B17.6656 versie: 1.0 datum: 7 december 2017

BIJLAGEN

Bijlage 1

Tekening: B17.6856

Schaal: 1 : 50.000

Bron: CC-BY Kadaster; Topografische kaart van Nederland (uitgave 2016) Onderdeel: Situering in de regio

Bijlage 3

Boring:

B100

Boring:

B101

Datum:

02-10-2017

Datum:

02-10-2017

0

0

braak Klei, sterk zandig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor

1

Klei, sterk zandig, matig humeus, zwak baksteenhoudend, donkerbruin, Edelmanboor

2 -100

100

Klei, matig zandig, zwak humeus, neutraal beigebruin, Edelmanboor

-50

50

Klei, sterk zandig, matig humeus, zwak baksteenhoudend, donkerbruin, Edelmanboor

2 -100

100

3

Klei, matig zandig, zwak humeus, neutraal beigebruin, Edelmanboor 3

150

150 4

4 -200

200

-200

200

Boring:

B102

Boring:

B103

Datum:

02-10-2017

Datum:

02-10-2017

0

0

braak Klei, sterk zandig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor

Klei, sterk zandig, matig humeus, zwak baksteenhoudend, donkerbruin, Edelmanboor

2 -100

100

Klei, matig zandig, zwak humeus, neutraal beigebruin, Edelmanboor

-50

50

Klei, sterk zandig, matig humeus, zwak baksteenhoudend, donkerbruin, Edelmanboor

2 -100

100

3

Klei, matig zandig, zwak humeus, neutraal beigebruin, Edelmanboor 3

150

150 4

4

200

200 5

250

Projectcode: B17.6856

braak Klei, sterk zandig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor

1 -50

50

0

0

1

getekend volgens NEN 5104

braak Klei, sterk zandig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor

1 -50

50

0

0

-250

-200

Bijlage 3

Boring:

B104

Boring:

B105

Datum:

02-10-2017

Datum:

02-10-2017

0

0

braak Klei, sterk zandig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor

1

braak Klei, sterk zandig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor

1 -50

50 2

0

0

5

6

Klei, sterk zandig, matig humeus, zwak baksteenhoudend, sporen asbestverdacht materiaal, donkerbruin, Edelmanboor

-100

100

Klei, matig zandig, zwak humeus, neutraal beigebruin, Edelmanboor

-50

50

Klei, sterk zandig, matig humeus, zwak baksteenhoudend, donkerbruin, Edelmanboor

2 -100

100

3

Klei, matig zandig, zwak humeus, neutraal beigebruin, Edelmanboor 3

150

150 4

4 -200

200

-200

200

Klei, sterk zandig, licht beigegrijs, Edelmanboor 5 -250

250

Zand, matig fijn, zwak siltig, licht beigegrijs, Edelmanboor 6 -300

300

Boring:

B106

Boring:

B107

Datum:

02-10-2017

Datum:

02-10-2017

0

0

braak Klei, sterk zandig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor

1

Klei, sterk zandig, matig humeus, zwak baksteenhoudend, donkerbruin, Edelmanboor

2 -100

100

braak Klei, sterk zandig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor

1 -50

50

0

0

Klei, matig zandig, zwak humeus, neutraal beigebruin, Edelmanboor

-50

50

Klei, sterk zandig, matig humeus, zwak baksteenhoudend, donkerbruin, Edelmanboor

2 -100

100

3

Klei, matig zandig, zwak humeus, neutraal beigebruin, Edelmanboor 3

150

150 4

200

4 -200

-200

200

Klei, sterk zandig, licht beigegrijs, Edelmanboor 5 -250

250

Zand, matig fijn, zwak siltig, licht beigegrijs, Edelmanboor 6

300

Projectcode: B17.6856 getekend volgens NEN 5104

-300

Bijlage 3

Boring:

B108

Boring:

B200

Datum:

02-10-2017

Datum:

02-10-2017

0

0

braak Klei, sterk zandig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor

0 -5

0 1

-20

1 2 -50

50

Klei, sterk zandig, matig humeus, zwak baksteenhoudend, donkerbruin, Edelmanboor

2 -100

100

Klei, matig zandig, zwak humeus, neutraal beigebruin, Edelmanboor

-50

50

tegel Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen baksteen, neutraal bruingrijs, Edelmanboor Klei, sterk zandig, matig humeus, sporen baksteen, neutraalbruin, Edelmanboor Klei, sterk zandig, matig humeus, neutraalbruin, Edelmanboor

3 -100

100

3 150 4 -200

200

Boring:

B201

Boring:

B202

Datum:

02-10-2017

Datum:

02-10-2017

0

0 1

tuin Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, neutraal bruingrijs, Edelmanboor

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13228127/1