Bijlage 3 - Buitengebied herziening 2022, Hoorzik 32 - Toelichting
Tekst van het document
Zuivering van dit water is dan ook niet noodzakelijk. Het (schone) hemelwater van het plangebied zal worden afgevoerd naar de oostelijke en noordelijke perceelsrand, waar het water via een bodempassage kan infiltreren en/of afstromen naar de sloot bij onvoldoende infitratie bij zwaardere buien. Het vuilwater wordt gescheiden afgevoerd. de droogweerafvoer zal vanuit de nieuwe woningen aangesloten worden op het bestaande rioolsysteem. De inhoudelijke afstemming hierover zal plaatsvinden in het kader van de omgevingsvergunning voor het bouwen. Waterkwaliteit - Duurzaam waterbeheer De gemeente streeft naar een goede waterkwaliteit, die voldoet aan de gestelde eisen. Van belang is dat zo min mogelijk vervuilende stoffen worden toegevoegd aan het grond- en oppervlaktewatersysteem. Alleen schoon hemelwater wordt afgevoerd naar de bodem en/of het oppervlaktewater. Verontreiniging van hemelwater afkomstig van daken dient primair te worden voorkomen door toepassing van niet-uitlogende materialen (zoals bv lood, koper en zink). Afvalwater wordt op doelmatige wijze afgevoerd via de riolering. Het water wordt opgevangen en via de rioolpersleiding afgevoerd. Vervuiling van grondwater is niet aan de orde. Natuurwaarden Vanuit natuuroogpunt is in het plangebied geen sprake van bijzondere waarden ter plaatse. Er behoeven in dit kader geen maatregelen te worden getroffen.
4.7.6 Watertoets Voor het planvoornemen is de watertoets uitgevoerd en bijgevoegd als bijlage bij deze onderbouwing. De watertoets is bedoeld om ruimtelijke plannen meer waterbestendig te maken, waarbij wateraspecten vroegtijdig en expliciet worden meegenomen in ruimtelijke plannen en bij locatiekeuzen. De watertoets voor dit plan heeft plaatsgevonden via de Digitale Watertoets (www.dewatertoets.nl). Het plangebied ligt binnen de beschermingszones van A-watergangen die het gebied aan de oost- en noordzijde begrenzen. Gezien er geen ontwikkelingen plaatsvinden binnen deze beschermingszones, levert het aspect waterhuishouding geen belemmering op voor het planvoornemen. Het Waterschap Rivierenland wordt betrokken bij de verdere bestemmingsplanprocedure. Voor de volledigheid is het advies dat voortvloeit uit de digitale watertoets opgenomen als Bijlage 9 bij deze toelichting. Het waterschap heeft gereageerd op het
32
bestemmingsplan Buitengebied herziening 2022, Hoorzik 32
conceptplan. Naar aanleiding daarvan is de waterparagraaf op onderdelen aangepast, te weten: inmiddels geactualiseerd beleid gedurende de planprocedure is verwerkt; er is exact inzage gegeven in de te slopen en realiseren bebouwings- en verhardingsoppervlakte; hemelwater wordt niet langer gescheiden aangeboden aan de perceelsgrens, maar zal via bodempassage, gedeeltelijk infitratie en gedeeltelijke afstromen naar oppervlaktwater.
bestemmingsplan Buitengebied herziening 2022, Hoorzik 32
33
34
bestemmingsplan Buitengebied herziening 2022, Hoorzik 32
Hoofdstuk 5 regels 5.1
Toelichting op de juridische
Algemeen
Een bestemmingsplan is een planologische regeling die zowel de burger als de overheid rechtstreeks bindt. De regels en verbeelding dienen als één geheel te worden beschouwd en kunnen niet los van elkaar worden gezien. De toelichting op de regels en verbeelding is niet juridisch bindend, maar biedt wel inzicht in de belangenafweging die tot de aanwijzing van bestemmingen heeft geleid. Bovendien draagt de toelichting bij aan de planinterpretatie. Om inzicht te geven in de juridische opzet zijn hierna de systematiek en de opbouw van het bestemmingsplan toegelicht. Eerst wordt ingegaan op de verbeelding. Vervolgens wordt aangegeven op welke wijze de regels in algemene zin zijn opgebouwd en de bestemmingsartikelen in het bijzonder. Daarna wordt ingegaan op een aantal toetsingsaspecten.
5.2
Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012)
Op 1 juli 2008 is de Wet ruimtelijke ordening (Wro), alsmede het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in werking getreden. In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten te digitaliseren. Volgens het Besluit ruimtelijke ordening is het verplicht dat een nieuw bestemmingsplan in digitale vorm wordt vastgesteld. Dit moet gebeuren volgens de RO-standaarden, RO Standaarden en regels 2012. Voor het digitaliseren c.q. standaardiseren van bestemmingsplannen is de Standaard voor Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012) ontwikkeld. Ook moet van het plan een analoge versie worden vastgesteld. De inhoud van het digitale bestemmingsplan is hierbij van doorslaggevende betekenis.
5.3
Regels
De opbouw van de regels is gelijk aan Standaard Verbelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP 2012). De opbouw is als volgt: Hoofdstuk 1 bevat de begripsbepalingen en bepalingen over de wijze van meten; deze worden opsommingsgewijs in alfabetische volgorde gegeven en dienen als referentiekader voor de overige regels; Hoofdstuk 2 bevat de bestemmingen; Hoofdstuk 3 bevat enkele algemene regels, zoals de anti-dubbeltelregel, algemene gebruiksregels en algemene afwijkingsregels; Hoofdstuk 4 bevat tenslotte het overgangsrecht en de slotregel met daarin de titel van het bestemmingsplan Een bestemmingsartikel (Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels) wordt uit de volgende leden opgebouwd (voor zover relevant voor het betreffende artikel): Bestemmingsomschrijving; Bouwregels; Afwijken van de bouwregels; Specifieke gebruiksregels; Afwijken van de gebruiksregels; Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; Wijzigingsbevoegdheid.
bestemmingsplan Buitengebied herziening 2022, Hoorzik 32
35
5.4
Bestemmingsregeling
In het plan zijn de volgende bestemmingen opgenomen: ‘Wonen’, met een regeling voor de situering van de woningen (binnen een bouwvlak) met daarbij de maatvoeringseisen op de verbeelding; Dubbelbestemmingen ‘Waarde - Archeologie 3’, en 'Waarde - Archeologie 6' conform de gemeentelijke standaardregels. Daarnaast is de nieuwe parkeerregeling en het beleid met betrekking tot verkamering in de regels verwerkt in voorliggend bestemmingsplan.
36
bestemmingsplan Buitengebied herziening 2022, Hoorzik 32
Hoofdstuk 6 Economische en maatschappelijke aanvaardbaarheid 6.1
Economische uitvoerbaarheid
Bij het opstellen van een bestemmingsplan moet onderzocht worden of het plan economisch uitvoerbaar is. Ingevolge artikel 6.12 Wro is het opstellen van een exploitatieplan verplicht indien een bestemmingsplan de realisatie van een bouwplan mogelijk maakt. Hetzelfde artikel bepaalt verder dat deze verplichting niet geldt indien het verhaal van de kosten, genoemd in de artikelen 6.2.3 tot en met 6.2.5 Bro, op een andere wijze is geregeld en het stellen van locatie-eisen niet noodzakelijk is. Het voorliggende bestemmingsplan maakt de realisatie van een bouwplan als bedoeld in het Besluit ruimtelijke ordening mogelijk. Dit bouwplan betreft de realisatie van 1 extra woning en herbouw van een te slopen woning. De kosten voor opstelling van deze herziening van het bestemmingsplan komen voor rekening van de initiatiefnemer. In het kader van onderhavige planprocedure is met de initiatiefnemer een anterieure overeenkomst gesloten betreffende verhaal van exploitatiekosten en dat eventuele planschade wordt afgewend op de initiatiefnemer. Het plan is hiermee economisch uitvoerbaar. Omdat de gemeente in voorliggende situatie een anterieure overeenkomst sluit met initiatiefnemer, is het ingevolge artikel 6.12 Wro niet nodig om een exploitatieplan op te stellen. Het plan heeft verder geen consequenties voor de gemeentelijke kas.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
6.2.1 Omgevingsdialoog Initiatiefnemers hebben 5 en 7 november 2021 een omgevingdialoog gevoerd met belanghebbende in de directe omgeving van het plangebied. Het verslag van het omgevingsdialoog is opgenomen in Bijlage 10. 6.2.2 Procedure Na het in procedure brengen van het ontwerpbestemmingsplan heeft een ieder vervolgens de mogelijkheid om te reageren op dit plan. Nadat de gemeenteraad van Maasdriel het bestemmingsplan heeft vastgesteld, staat het bestemmingsplan open voor het instellen van beroep bij de Raad van State.
6.3
Vooroverleg gemeente
6.3.1 Principe-akkoordCollege Over het planvoornemen is vooroverleg geweest met de gemeente Maasdriel; dit vooroverleg heeft geleid tot het een op 20 juni 2020 door het college afgegeven principe-akkoord. Op basis van dit akkoord is het voornemen vertaald in onderhavige partiele herziening van het bestemmingsplan. 6.3.2 Welstand Het bouwplan is voorgelegd aan de welstandscommissie Maasdriel; op 15 december 2020 heeft de commissie een positief welstandsadvies gegeven.
bestemmingsplan Buitengebied herziening 2022, Hoorzik 32
37
38
bestemmingsplan Buitengebied herziening 2022, Hoorzik 32
Hoofdstuk 7 7.1
Handhaving
Duidelijke regelingen voor duidelijke doelen
Om in de toekomst adequaat handhavend te kunnen optreden zijn duidelijke regelingen voor duidelijke doelen noodzakelijk. De uitgangspunten van het plan moeten op een heldere en goed traceerbare wijze zijn vertaald in de juridische opzet van het plan. Van elke regel moet het oorspronkelijke doel traceerbaar zijn. Door de in dit plan gemaakte keuze voor een systematische planopzet, uitgesplitst naar diverse aspecten, die corresponderen met de bestemming, kan op eenvoudige wijze de vertaling van toelichting naar bebouwing- en gebruiksregels worden gevolgd. Het doel van de opgenomen regelingen is steeds duidelijk.
7.2
Handhaving binnen het kader van het bestemmingsplan
Na het van kracht worden van dit bestemmingsplan moet toegezien worden op handhaving van de volgende regelingen: - Gebruiksregels voor gronden en opstallen: opgetreden moet worden tegen strijdig gebruik van gronden en opstallen, zoals omschreven in de bestemmingsomschrijving en gebruiksregels voor gronden en opstallen; - De bouwregels: opgetreden moet worden tegen illegale bouwsels, dat wil zeggen bouwsels die zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning worden gebouwd en afwijken.
7.3
Afwijking van de bouwregels; overgangsrecht
De regelingen in het overgangsrecht zijn in de Wro vastgelegd. De gemeente zal zich aan de standaard overgangsregels, zoals vastgelegd in paragraaf 3.2 van het Bro, conformeren. Daarbij is het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan als toetsingsmoment van belang. Op grond van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat de handhaafbaarheid van het project voldoende is gegarandeerd.
bestemmingsplan Buitengebied herziening 2022, Hoorzik 32
39