Bijlage 3 Bijlagen bij regels
Tekst van het document
TAM-omgevingsplan Rossum, Schoofbandweg 10 Hoofdstuk 22a
Bijlagen bij regels
TAM-omgevingsplan Rossum, Schoofbandweg 10 - Hoofdstuk 22a
TAM-omgevingsplan Rossum, Schoofbandweg 10 - Hoofdstuk 22a
Inhoudsopgave
Bijlagen bij regels
4
Bijlage 1
Staat van bedrijfsactiviteiten
4
Bijlage 2
Voorwaardelijke verplichting sloop kapschuur
9
Bijlage 3
Landschappelijk inpassingsplan
17
3
TAM-omgevingsplan Rossum, Schoofbandweg 10 - Hoofdstuk 22a
Bijlagen bij regels Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten
4
GELUID
GEVAAR
GROOTSTE AFSTAND
CATEGORIE
-
AFSTANDEN IN METERS
STOF
-
OMSCHRIJVING
GEUR
SBI-2008
2
Dienstverlening t.b.v. de landbouw: - algemeen (o.a. loonbedrijven): b.o. <= 500 m²
30
10
30
10
30 D
2
4
- plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. <= 500 m²
30
10
30
10
30
2
KI-stations
30
10
30
0
30
2
0
30
2
10
30
2
nummer
SBI-1993
01
01
-
014
016
0
014
016
LANDBOUW EN DIENSTVERLENING T.B.V. DE LANDBOUW
014
016
0142
0162
11
06
-
AARDOLIE- EN AARDGASWINNING
15
10, 11
-
VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN
1531
1031
0
Aardappelproducten fabrieken:
1552
1052
2
1581
1071
0
Consumptie-ijsfabrieken: p.o. <= 200 m² Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen:
1581
1071
1
1584
10821
0
1584
10821
3
1584
10821
6
1592 1593 t/m 1595
110102 1102 t/m 1104
0
C
10
0
30
- v.c. < 7500 kg meel/week, bij gebruik van charge-ovens
30
10
30
Verwerking cacaobonen en vervaardiging chocolade- en suikerwerk: - cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken met p.o. <= 200 m2
30
10
30
10
30
2
30
10
30
10
30
2
Vervaardiging van wijn, cider e.d.
10
0
30
0
30
2
Vervaardiging van kleding en -toebehoren (excl. van leer) Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken
10 10
10 10
30 30
10 0
30 30
2 2
- Suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o. <= 200 m² Vervaardiging van ethylalcohol door vergisting:
C
C
182 205
141 162902
21
17
-
VERVAARDIGING VAN PAPIER, KARTON EN PAPIER- EN KARTONWAREN
2112
1712
0
Papier- en kartonfabrieken:
22
58
-
UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUKTIE VAN OPGENOMEN MEDIA
221
581
Uitgeverijen (kantoren)
0
0
10
0
10
1
2222.6
18129
Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen
10
0
30
0
30
2
2223
1814
A
Grafische afwerking
0
0
10
0
10
1
2223
1814
B
Binderijen
30
0
30
0
30
2
2224
1813
Grafische reproductie en zetten
30
0
10
10
30
2
2225
1814
Overige grafische activiteiten
30
0
30
10
30 D
2
223
182
0
0
10
0
10
1
24
20
-
Reproductiebedrijven opgenomen media VERVAARDIGING VAN CHEMISCHE PRODUKTEN
2442
2120
0
Farmaceutische productenfabrieken:
2442
2120
2
- verbandmiddelenfabrieken
10
10
30
10
30
2
GELUID
GEVAAR
GROOTSTE AFSTAND
CATEGORIE
-
10
10
30
10
30
2
30
10
30
10
30
2
Elektrotechnische industrie n.e.g.
30
10
30
10
30
2
30
0
30
0
30
2
VERVAARDIGING VAN GLAS, AARDEWERK, CEMENT-, KALK- EN GIPSPRODUKTEN
26
23
-
262, 263
232, 234
0
262, 263
232, 234
1
Aardewerkfabrieken: - vermogen elektrische ovens totaal < 40 kW
30
26, 28, 33
-
VERVAARDIGING VAN KANTOORMACHINES EN COMPUTERS
30
26, 28, 33
A
Kantoormachines- en computerfabrieken incl. reparatie
-
VERVAARDIGING VAN OVER. ELEKTR. MACHINES, APPARATEN EN BENODIGDH.
31
26, 27, 33
316
293
AFSTANDEN IN METERS
STOF
-
OMSCHRIJVING
GEUR
SBI-2008
nummer
SBI-1993
33
26, 32, 33
-
33
26, 32, 33
A
VERVAARDIGING VAN MEDISCHE EN OPTISCHE APPARATEN EN INSTRUMENTEN Fabrieken voor medische en optische apparaten en instrumenten e.d. incl. reparatie
36
31
-
VERVAARDIGING VAN MEUBELS EN OVERIGE GOEDEREN N.E.G.
361
9524
2
Meubelstoffeerderijen b.o. < 200 m2
0
10
10
0
10
1
362
321
Fabricage van munten, sieraden e.d.
30
10
10
10
30
2
363
322
Muziekinstrumentenfabrieken
30
10
30
10
30
2
3663.1
32991
0
30
30
0
30
2
40
35
Sociale werkvoorziening PRODUCTIE EN DISTRIB. VAN STROOM, AARDGAS, STOOM EN WARM WATER
45
41, 42, 43
-
45
41, 42, 43
3
0
10
30
10
30
2
50
45, 47
-
501, 502, 504
451, 452, 454
Handel in auto's en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven
10
0
30
10
30
5020.4
45204
B
Autobeklederijen
0
0
10
10
10
1
51
46
-
GROOTHANDEL EN HANDELSBEMIDDELING
511
461
Handelsbemiddeling (kantoren)
0
0
10
0
10
1
5122
4622
Grth in bloemen en planten
10
10
30
0
30
2
5134
4634
Grth in dranken
0
0
30
0
30
2
5135
4635
Grth in tabaksproducten
10
0
30
0
30
2
5136
4636
Grth in suiker, chocolade en suikerwerk
10
10
30
0
30
2
5137
4637
30
10
30
0
30
2
5138, 5139
4638, 4639
Grth in koffie, thee, cacao en specerijen Grth in overige voedings- en genotmiddelen
10
10
30
10
30
2
514
464, 46733
Grth in overige consumentenartikelen
10
10
30
10
30
2
5148.7
46499
0
5148.7
46499
1
Grth in vuurwerk en munitie - consumentenvuurwerk, verpakt, opslag < 10 ton
5148.7
46499
5
- munitie
5153
4673
2
- algemeen: b.o. <= 2.000 m²
5153.4
46735
4
zand en grind:
BOUWNIJVERHEID - aannemersbedrijven met werkplaats: b.o.< 1.000 m² HANDEL/REPARATIE VAN AUTO'S, MOTORFIETSEN; BENZINESERVICESTATIONS
10 0
50 0
0
10
2
50
30
50
3.1
30
30
30
2
30
10
30
2
6
- algemeen: b.o. <= 200 m²
0
10
CATEGORIE
46735
GROOTSTE AFSTAND
5153.4
GEVAAR
-
AFSTANDEN IN METERS
GELUID
-
nummer
OMSCHRIJVING
STOF
SBI-2008
GEUR
SBI-1993
30
0
30
2
5154
4674
0
Grth in ijzer- en metaalwaren en verwarmingsapparatuur:
5154
4674
2
- algemeen: b.o. <= 2.000 m²
0
0
30
0
30
2
5155.2
46752
Grth in kunstmeststoffen
30
30
30
30 R
30
2
5156
4676
10
10
30
10
30
2
519
466, 469
Grth in overige intermediaire goederen Overige grth (bedrijfsmeubels, emballage, vakbenodigdheden e.d.
0
0
30
0
30
2
52
47
-
DETAILHANDEL EN REPARATIE T.B.V. PARTICULIEREN
527
952
0
0
10
10
10
1
55
55
-
Reparatie t.b.v. particulieren (excl. auto's en motorfietsen) LOGIES-, MAALTIJDEN- EN DRANKENVERSTREKKING
5552
562
10
0
30
C
10
30
2
63
52
-
DIENSTVERLENING T.B.V. HET VERVOER
6312
52109
B
0
0
30
C
10
30
2
6322, 6323
5222
Opslaggebouwen (verhuur opslagruimte) Overige dienstverlening t.b.v. vervoer (kantoren)
0
0
10
0
10
1
633
791
Reisorganisaties
0
0
10
0
10
1
634
5229
Expediteurs, cargodoors (kantoren)
0
0
10
0
10
64
53
-
POST EN TELECOMMUNICATIE
72
62
-
COMPUTERSERVICE- EN INFORMATIETECHNOLOGIE
72
62
A
Computerservice- en informatietechnologie-bureau’s e.d.
0
0
10
0
10
1
72
58,63
B
Datacentra
0
0
30
0
30
2
73
72
-
SPEUR- EN ONTWIKKELINGSWERK
731
721
Natuurwetenschappelijk speur- en ontwikkelingswerk
30
10
30
30
R 30
2
Maatschappij- en geesteswetenschappelijk onderzoek
0
0
10
0
10
1
0
10
732
74
722 63, 69tm71, 73, 74, 77, 78, 80tm82 63, 69tm71, 73, 74, 77, 78, 80tm82
7481.3
74203
92
59
9253.1
91041
926
931
9301.2
96012
74
Cateringbedrijven
C
D
1
-
OVERIGE ZAKELIJKE DIENSTVERLENING
A
Overige zakelijke dienstverlening: kantoren
0
0
10
Foto- en filmontwikkelcentrales
10
0
30
C
10
30
2
30
10
30
C
0
30
2
30
0
30
30
R 30
2
-
1
CULTUUR, SPORT EN RECREATIE Kinderboerderijen
0
D
Zwembaden Chemische wasserijen en ververijen
SBI-1993
SBI-2008
-
-
nummer
GEUR
STOF
GELUID
GEVAAR
GROOTSTE AFSTAND
CATEGORIE
OMSCHRIJVING
AFSTANDEN IN METERS
9301.3
96013
A
Wasverzendinrichtingen
0
0
30
0
30
2
9301.3
96013
B
Wasserettes, wassalons
0
0
10
0
10
1
TAM-omgevingsplan Rossum, Schoofbandweg 10 - Hoofdstuk 22a
Bijlage 2 Voorwaardelijke verplichting sloop kapschuur
9
TAM-omgevingsplan Rossum, Schoofbandweg 10 - Hoofdstuk 22a
Bijlage 3 Landschappelijk inpassingsplan
17
LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN
SCHOOFBANDWEG 10, ROSSUM
Het huidige plangebied aan Schoofbandweg 10
1. INLEIDING De gemeente Zaltbommel heeft het perceel Schoofbandweg 10 in Rossum (gemeente Maasdriel) gedeeltelijk aangekocht. Een gedeelte van het perceel, te weten de bedrijfswoning met bedrijfsbebouwing, inclusief kavel, blijft in eigendom bij de huidige eigenaar, onder voorwaarde dat de agrarische bedrijfsgebouwen worden gesloopt. De huidige bedrijfswoning wordt een burgerwoning en op het overige gedeelte van het perceel wordt één nieuwe burgerwoning gerealiseerd. Voorliggend advies gaat hier nader op in. De bedrijfslocatie wordt in het zuiden begrensd door de Schoofbandweg. Aan de west-, oost- en noordzijde van het bedrijf bevinden zich weidegronden. Ten noorden van het bedrijf is de provinciale weg N322 gelegen. Aan de oostzijde wordt het bedrijf begrensd door een houtsingel.
Doorzicht
Bedrijvigheid Doorzicht Open zicht achterzijde kavels
Bedrijvigheid
Open zicht achterzijde kavels Doorzicht
170m
Agrarisch gebied
Voorerf Vrij uitzicht nieuwe woning
Vrij uitzicht bestaande woningen Analyse zichtlijnen en plaatsing nieuwe kavel
minimaal 900m² achtererf
25m
2. ANALYSE Voorwaarden vanuit het beleid • Maximaal te realiseren woning: 825 m³ • Maximaal te realiseren aan-, uitbouw en bijgebouw: 150 m² • Achtererfgebied van de huidige en van de nieuwe woning moeten beiden minimaal 900 m2 worden (het gebied achter de woning) • -Afstand tot aan de Schoofbandweg en de N322 Historische analyse Op de historische kaartreeks is te zien dat het gebied een open gebied is geweest. Deze openheid wordt daarom ook meegenomen in het ontwerp. Ruimtelijke analyse Het bebouwingslint langs de Schoofweg wordt gekenmerkt door een afwisseling in doorzichten en verdichting. Door de realisatie van het nieuwe kavel komt er nu ruimte vrij om deze afwisseling te kunnen behouden en versterken. De woningen aan de schoofbandweg hebben zowel vrij uitzicht aan de achterzijde als aan de voorzijde van hun kavels. Dit kenmerk dient ook terug te komen in het nieuw te realiseren kavel. De relatie tussen bebouwing onderling is die van een besloten en een open kant die enerzijds zorgt voor een relatie met het landschap en anderzijds zorgt voor een stukje privacy ten opzichte van de omliggende percelen.
Analyse ruimtelijke opbouw Schoofbandweg
Uitgangspunten analyse: • Zichtlijnen • Landbouwgrond aan de kant van de N322 • Inheemse beplantingssoorten • Relatie met overige kavels aan Schoofbandweg • (Half)open achterzijde kavel • Open en besloten kant aan de randen van het kavel 1900 Historische analyse
1950
1975
Landschappelijke inpassing
3. LANDSCHAPPELIJKE INPASSING Om het doorzicht vanaf de N322 te waarborgen is de woning dusdanig gesitueerd dat deze in lijn komt te liggen met zijn naastgelegen bedrijfswoning. Dit heeft als resultaat dat de woning ingepast wordt en waarin de hoeken van het perceel worden geaccentueerd en versterkt door de hier geplaatste boomgroepen. Het bomenstructuurplan van de gemeente Maasdriel geeft aan dat de type boomsoorten die hier passen; ‘Wilgen, essen, walnoten en populieren kunnen zijn. De houtsingel aan de oostkant van het nieuwe kavel kan worden versterkt en doorgetrokken in lijn met de historische ontwikkeling van het kavel. (plangebied in 1978) Dit heeft als voordeel dat de relatie en privacy tussen het oude en het nieuwe kavel gewaarborgd blijft. In deze houtsingel worden van de type boomsoorten uit het bomenstructuurplan geen walnotenbomen gebruikt. Aan de westzijde van het kavel ligt een pad dat naar het achterliggende landbouwgebied gaat. Omdat er aan een secundair pad in het buitengebied nauwelijks bomen voorkomen die deze infrastructurele lijnen ondersteunen, (zie bomenstructuurplan) komen er enkel een aantal losse bomen te staan. Op deze manier wordt de nieuwe woning wel ingepast, maar wordt het open karakter van het landschap niet verstoort.Tevens komt dit overeen met naastgelegen kavels, evenals een solitaire boom in de voortuin.
Eventuele bijgebouwen kunnen dan ook aan deze zijde worden gesitueerd. Een vereiste bij de landschappelijke inpassing is dat de gevel van de nieuwe bebouwing evenwijdig ligt aan de Schoofbandweg. De achterzijde van het kavel blijft open om zo het open zicht op het achterliggende landschap te behouden.
Voor de watercompensatie op het perceel is gekozen voor een bergingsvijver. Achter de woning is voldoende ruimte beschikbaar om een vijver aan te leggen, waardoor de benodigde bergingscapaciteit eenvoudig kan worden gerealiseerd zonder ingrijpende aanpassingen aan bestaande watergangen. Deze afweging is verder uitgewerkt in hoofdstuk 4 op de volgende pagina’s. Het positioneren van de bergingsvoorziening op het eigen perceel maakt het onderhoud aanzienlijk eenvoudiger en beter beheersbaar. Daarnaast kan de vijver landschappelijk worden ingepast, zodat deze niet alleen functioneel is voor waterberging, maar ook een bijdrage levert aan de kwaliteit van het erf. Het principe van de bergingsvijver is dat bij hevige neerslag stijgt het water tijdelijk in een bergingszone boven het zomerpeil. Door flauwe taluds neemt het oppervlak toe naarmate het peil stijgt, waardoor extra bergingsruimte ontstaat. De vijver wordt omgeven door beplanting en natuurvriendelijke oevers, zodat naast waterberging ook ecologische en visuele waarden worden versterkt.
4. WATEROPGAVE De bouw van de nieuwe woning met bijgebouw en bijbehorende erfverharding leidt tot een toename van het verhard oppervlak in het plangebied. Voor de compensatie wordt de noodzakelijke waterberging binnen het plangebied gerealiseerd. Daarbij wordt voldaan aan zowel de gemeentelijke eis als aan de eisen vanuit het waterschap. Gemeente Maasdriel Gemeente Maasdriel vereist een minimale capaciteit van de hemelwater-berging van 43,6 mm per m2 verhard oppervlak op het perceel. Waterschap Rivierenland Het waterschap hanteert als vuistregel dat er 436 m3 waterberging nodig is per hectare verharding. Deze vuistregel geldt alleen bij waterberging in open water. Voor watercompensatie in kunstmatige voorzieningen, zoals bijvoorbeeld wadi’s of kratten, geldt als vuistregel dat er 664 m3 waterberging nodig is per hectare verharding. De gemeente en het waterschap hanteren dus allebei dezelfde norm van 436 m3 waterberging per hectare verharding. Voor de berekening van de benodigde waterberging is in principe de bui T=10+10% maatgevend. Hierbij mag het waterpeil in de sloot in principe 0,30 meter stijgen. Dit is een regenbui die, volgens de statistieken, eenmaal per 10 jaar optreedt met 10% opslag vanwege klimaatsverandering.
Legger Waterschap Rivierenland Het plangebied valt in het peilgebied: BOM548: • Zomerpeil: 1,90 mNAP • Winterpeil: 1,75 mNAP In de toelichting van de legger zijn afmetingen opgenomen voor watergangen (2.2.1 Oppervlaktewaterlichamen met profielen). Daarbij geldt dat voor primaire en secundaire watergangen om de circa 250 meter leggerafmetingen zijn bepaald en vastgelegd in dwarsprofielen. Voor secundaire wateren geldt in het algemeen: • Talud van 1:1,5 • Bodembreedte 0,5 m • Bodemhoogte 0,50 meter onder zomerpeil Voor tertiaire watergangen zijn over het algemeen geen dwarsprofielen opgenomen. Voor nieuwe oppervlaktewaterlichamen met plas-drasoever gelden de volgende aandachtspunten: • Ondertalud: minimaal een schuinte van 1:2 • Plas-drasbanket: minimaal 2,00 m breed • Boventalud: minimaal een schuinte van 1:3 • Diepte plas-drasbanket: 30 cm tot 50 cm onder het laagste waterpeil
Waterberging wordt bij voorkeur gerealiseerd in een water met een B-status. Compensatie in een tertiair water wordt in het algemeen niet toegestaan. Dit tenzij het tertiair water na de compensatie kan worden opgewaardeerd naar een secundair water en een rechtstreekse verbinding zal hebben met primaire of secundaire wateren. Door de wijziging van de status ontstaat er wel een onderhoudsplicht en worden de gebruiksmogelijkheden van de grond voor aanliggende eigenaren beperkt. De aanvrager dien dan ook bij de aanvraag een verklaring van geen bezwaar van de betrokken eigenaren te voegen. Bronnen: https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR697103/1#hoofdstuk_n1_paragraaf_3_artikel_5 https://www.waterschaprivierenland.nl/waterberging
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR708864 https://www.waterschaprivierenland.nl/legger-wateren
4A. WATEROPGAVE - OPTIE A: VERBREDING SLOOT Bij voorkeur van het waterschap wordt de waterberging gerealiseerd in een water met een B-status. Aan het plangebied (westzijde) ligt een watergang met C-status. In de beleidsregels bij de waterschapsverordening wordt vermeld dat er in principe geen watercompensatie toegestaan wordt in tertiair water.
Toepassing plangebied In het ontwerp is rekening gehouden met een woning van 150 m2 en een verhard erf van circa 500 m2. Totaal is er sprake van 650 m2 verhard oppervlak in de nieuwe situatie.
De bestaande watergang kan in aanmerking komen voor een opwaardering naar de status van secundaire watergang. Aangezien er al een rechtstreekse verbinding bestaat met een primaire watergang, is dit technisch goed uitvoerbaar. Voor deze wijziging is echter een formeel besluit van het waterschap noodzakelijk.
De compensatieberekening vanuit het waterschap is dan als volgt: 650 * 0,0436 m3 = 28,34 m3 waterberging nodig.
Het is belangrijk om te benadrukken dat een statuswijziging gevolgen heeft voor de aangrenzende perceeleigenaren. Bij een secundaire watergang ontstaat een onderhoudsplicht en worden de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden beperkter dan in de huidige situatie. Daartoe moet er ook afstemming met de naastgelegen betrokken eigenaar plaatsvinden. Vanuit landschappelijk oogpunt is de verbreding van de watergang wenselijk binnen het verkavelingspatroon.
Dat komt overeen met een wateroppervlak van circa 94,5 m2 op zomerwaterpeil (28,34 m3 / 0,3 m peilstijging). Dat betekent dat de bestaande watergang over een lengte van circa 100 meter met 1 meter wordt verbreed. Voor het profiel geldt: • Talud van 1:1,5 • Bodembreedte 0,5 m • Bodemhoogte 0,50 meter onder zomerpeil
Voor deze optie is een berekening en principedoorsnede uitgewerkt.
Doorsnede bestaande situatie
Doorsnede situatie verbreding sloot met 1 meter
4B. WATEROPGAVE - OPTIE B: BERGINGSVIJVER Als alternatief voor het opwaarderen van de tertiaire watergang naar een secundaire watergang kan worden gekozen voor de aanleg van een vijver met een bergingsfunctie. Deze optie heeft de voorkeur in plaats van het verbreden van een sloot omdat de bergingsvijver praktisch en efficiënt is. Achter de woning is voldoende ruimte om de benodigde bergingscapaciteit te realiseren zonder ingrijpende aanpassingen aan bestaande watergangen. Bovendien maakt een vijver op eigen terrein het onderhoud eenvoudiger en beter beheersbaar. Door de vijver landschappelijk in te passen met beplanting en natuurvriendelijke oevers, draagt deze niet alleen bij aan waterberging, maar ook aan ecologische waarde en de uitstraling van het erf. Voor deze optie is een berekening en principedoorsnede uitgewerkt. Toepassing plangebied In het ontwerp is rekening gehouden met een woning van 150 m2 en een verhard erf van circa 500 m2. Totaal is er sprake van 650 m2 verhard oppervlak in de nieuwe situatie.
Doorsnede bergingsvijver
De compensatieberekening vanuit het waterschap is dan als volgt: 650 * 0,0436 m3 = 28,34 m3 waterberging nodig. De waterberging is alleen het extra volume in de laag 0,3 m boven het zomerpeil. Stel er wordt uitgegaan van een gemiddeld talud van 1:4. Dan wordt de vijver dus steeds breder naar mate het water stijgt. Bij dit talud neemt de breedte per zijde met 1,2 m toe (0,3 m * 4). Voor een rechthoekige vijver geldt dan ongeveer een oppervlakte van circa 71,3 m2 op zomerpeilhoogte (ongeveer 8,4 m * 8,4 m). Elke zijde wordt 1,2 m groter. Het oppervlakte van de waterberging is daarom circa 116,6 m2 (10,8 m * 10,8 m). (71,3 + 116,6) / 2 * 0,3 = circa 28,34 m3. Voor de vijver met plas-drasoever gelden de volgende aandachtspunten: • Ondertalud: minimaal een schuinte van 1:2 • Plas-drasbanket: minimaal 2,00 m breed • Boventalud: minimaal een schuinte van 1:3 • Diepte plas-drasbanket: 30 cm tot 50 cm onder het laagste waterpeil
Colofon Opdrachtgever Gemeente Maasdriel november 2025 BügelHajema Adviseurs Utrechtseweg 7 3811 NA Amersfoort T 033 465 65 45 E amersfoort@bugelhajema.nl I www.bugelhajema.nl