CConstaterende datMaasdriel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Motivering

Gemeenteraad 2 juli 2026, gemeente MaasdrielBij agendapunt: Vaststelling TAM-omgevingsplan Ammerzoden, Hogesteeg 54-5812.708 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Door aanwezigheid van voldoende ruimte voor water in en nabij de woonkernen wordt structurele wateroverlast in de woonkernen en afwenteling naar het buitengebied voorkomen. De gemeente zorgt voor voldoende waterberging, gebaggerde watergangen en onderhouden watergangen en duikers. Toetsing In het kader van planologische besluiten dient de watertoetsprocedure te worden doorlopen. Het doel van de Watertoets is om de waterbeheerders vroegtijdig te betrekken bij de ruimtelijke planvorming en waterhuishoudkundige doelstellingen zichtbaar te maken in het plan. Op basis van de waterparagraaf wordt een wateradvies aangevraagd bij waterschap Rivierenland. De watertoets ten behoeve de voorgestane ontwikkeling wordt uitgevoerd om inzicht te krijgen in de waterhuishoudkundige consequenties van het plan en het vaststellen van eventuele mitigerende of compenserende maatregelen. Bestaande situatie Bodem en grondwater Het plangebied maakt geen deel uit van een waterwingebied of een grondwaterbeschermingsgebied. Ter plaatse is sprake van kalkhoudende poldervaaggronden; lichte zavel. De locatie is gelegen binnen peilgebied BOM503, waar een zomerpeil van 1,45 m NAP aangehouden wordt en een winterpeil van 1,35 m NAP. De maaiveldhoogte ter plaatse bedraagt circa 2,5 meter boven NAP. Waterkwantiteit In de bestaande situatie is 770 m2 verhard op het totaal van 6.569 m2.

Adromi B.V.

R2024158

Pagina 29 van 44

TAM-omgevingsplan Ammerzoden, Hogesteeg 54 en 58 Hoofdstuk 22i

Aan de noord en noordwestzijde van het plangebied, is een A-watergang gelegen met bijbehorende beschermingszone van 4 meter breed aan beide zijden van de watergang. Deze beschermingszone moet vrij blijven van bebouwing vanwege de benodigde onderhoudswerkzaamheden. De A-watergang wordt onderhouden door het waterschap. Watersysteemkwaliteit en ecologie Binnen het plangebied of in de nabije omgeving liggen geen oppervlaktewaterlichamen die zijn aangewezen vanuit de Kaderrichtlijn Water. Verder bevinden zich tevens geen natte ecologische verbindingszones zoals opgenomen in het (provinciale) Natuurnetwerk Nederland binnen of in de nabijheid van het plangebied. Veiligheid en waterkeringen Het plangebied is niet gelegen binnen de kern- of beschermingszone van een waterkering. Afvalwaterketen en riolering Het plangebied is in de huidige situatie niet aangesloten op het gemeentelijk rioleringsstelsel. Toekomstige situatie Met het waterschap Rivierenland en de gemeente Maasdriel is meerder malen overleg gevoerd over de ontwikkeling. In de berekening voor de watercompensatie is het beleid vanuit de gemeente en het waterschap meegenomen. Op basis van dit overleg is gekomen tot de voorliggende invulling van het plangebied waarbij in de nieuwe situatie 4.393 m² volledig verhard zal zijn en 1.191 m² groen. In de bijlage is een notitie opgenomen die de benodigde watercompensatie berekend.

Vervolgens is hier een waterhuishoudkundig plan op geschreven (zie bijlage). Door de realisatie van open water, in combinatie met het toepassen van retentietanks of infiltratiekratten onder (half)verharding, wordt voldaan aan de benodigde watercompensatie. De berekening is reeds al afgestemd met het waterschap en akkoord bevonden. Het hemelwater in het plangebied zal worden afgevoerd naar de in de directe omgeving aanwezige oppervlaktewater. Watergang De bestaande watergangen blijven in de toekomstige situatie ongewijzigd. Afvalwaterketen en riolering Er komt een gescheiden systeem. De DWA wordt aangesloten op het bestaande gemeenteriool. De positie/wijze/capaciteit van deze DWA aansluiting zal in latere fase bekeken worden met de rioolbeheerder van de gemeente. Het TAM-omgevingsplan is in overeenstemming met de geldende normen en beleidsuitgangspunten van het aspect ‘water’.

Adromi B.V.

R2024158

Pagina 30 van 44

TAM-omgevingsplan Ammerzoden, Hogesteeg 54 en 58 Hoofdstuk 22i

Natuurwaarden Normstelling De Wet natuurbescherming (Wnb) is opgegaan in de Omgevingswet; namelijk in de Aanvullingswet natuur, het Aanvullingsbesluit natuur en de Aanvullingsregeling natuur. Er is sprake van een beleidsneutrale overgang. Het normenkader, de instrumenten en de bevoegdheidsverdeling voor het natuurbeschermingsrecht blijft ongewijzigd. Onderdeel van de wetgeving is dat er beschermde gebieden worden aangewezen (netwerk van de zogenaamde Natura 2000-gebieden en de Beschermde natuurmonumenten) gericht op de bescherming van ongeveer 500 soorten in het wild voorkomende planten en dieren. Op provinciaal niveau hebben bepaalde natuurgebieden eveneens een beschermingsniveau toegewezen gekregen, in de vorm van Natuurnetwerk Nederland (NNN). 4.8.1. Soortenbescherming Het plangebied bestaat grotendeels uit agrarisch grasland wat regelmatig gemaaid wordt. Daarnaast is het plangebied gelegen tussen verschillende bedrijven. In juli 2025 heeft een ecologische quickscan plaatsgevonden. Uit bureaustudie en biotooptoets is naar voren gekomen dat het onaannemelijk is dat met de plannen vaste rust- en verblijfplaatsen worden aangetast van in de Omgevingswet beschermde soorten. Nader onderzoek hiernaar is niet noodzakelijk. Geadviseerd wordt om de groenstrook in het westen van het plangebied te behouden.

De wilgen in de groenstrook hebben een belangrijke functie voor de fauna in de omgeving, geadviseerd wordt de wilgen te behouden. Met bovenstaande adviezen wordt invulling gegeven aan de Vogelrichtlijn voor patrijs en de zorgplicht. De (specifieke) zorgplicht van de Omgevingswet is altijd van toepassing. Het plan heeft geen nadelige gevolgen voor de flora en fauna. Het in acht nemen van het voorzorgbeginsel conform artikel 1.7 Omgevingswet biedt in de gegeven situatie voldoende borging dat geen beschermde soorten zullen worden aangetast. Gelet hierop zijn er geen belemmeringen tot vaststelling van het plan. 4.8.2. Gebiedsbescherming Het plangebied maakt geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland. Het plangebied maakt eveneens geen onderdeel uit van een ander beschermd gebied, zoals Natura2000 of belangrijk weidevogelgebied. Binnen een straal van 10 kilometer liggen de volgende Natura 2000-gebieden: Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek op 6 kilometer, Rijntakken op 7,6 kilometer en Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen op 9,6 kilometer. Externe effecten op deze natuurgebieden zoals geluid, licht en trillingen die eventueel afkomstig kunnen zijn van het beoogde bouwplan, kunnen vanwege de grote afstand uitgesloten worden.

Blijkens de Omgevingswet dient de stikstofdepositie vanwege de activiteiten van de bouw- en gebruiksfase van deze ontwikkeling op de nabijgelegen Natura 2000-gebieden inzichtelijk te worden gemaakt.

Adromi B.V.

R2024158

Pagina 31 van 44

TAM-omgevingsplan Ammerzoden, Hogesteeg 54 en 58 Hoofdstuk 22i

Er is derhalve onderzoek gedaan naar de stikstofdepositie op natuurgebieden, afkomstig van het plan. Hierbij is zowel de bouwfase als de gebruiksfase beschouwd. Om deze reden is een AERIUS-berekening uitgevoerd, waarbij is bekeken of er in de bouwfase dan wel de gebruiksfase sprake zou kunnen zijn van een toename van stikstofdepositie in stikstof gevoelige Natuara2000 gebieden (Adromi, 25 maart 2025, nr. R2024158/2501). Uit de berekeningen blijkt, dat de meest nabijgelegen stikstofgevoelige natuurgebieden zijn Vlijmens Ven, Meerputten & Bossche Broek en Rijntakken. Het onderzoek laat zien dat er, als gevolg van de beoogde ontwikkeling, zowel in de realisatiefase als de gebruiksfase geen stikstofdepositie optreedt van hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. Hiermee is aangetoond dat er geen mogelijke significante effecten vanwege de stikstofemissies van de ontwikkeling op de natuurgebieden zijn. De stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden staat de realisatie van de beoogde ontwikkeling niet in de weg. Verkeer, parkeren en ontsluiting Het plangebied wordt ontsloten via de Hogesteeg. Fysiek wordt hierbij ruimte vrij gehouden voor een eventuele toekomstige aansluiting van het plangebied op de Hoge Weiden, zodat indien aan de orde later kan worden besloten over deze wijze van ontsluiten. De geplande functieverandering zal leiden tot een toename van verkeer.

Het perceel was als agrarisch bouwland in gebruik en zal nu bedrijfsmatig in de vorm van een bedrijfsverzamelgebouw worden gebruikt. Bij de bepaling van de verkeersgeneratie kan gebruik worden gemaakt van de CROW publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren’.

Afbeelding 4.6: CROW nr. 381

In het buitengebied van niet stedelijk gebied gaat het om een verkeersgeneratie van 7,0 tot 8,7 bewegingen per 100 m2 b.v.o. Uitgaande van een gemiddelde van die norm van 7,85 bewegingen per 100 m² is er bij de bedrijfsverzamelgebouwen sprake van 3.556 m², waardoor de verwachte verkeersgeneratie uitkomt op (10,9 x 35,6) = 389 bewegingen. Dit betreft met name de dagperiode van 12 uur, waardoor sprake zal zijn van circa 32 vervoersbewegingen per uur. De Hogesteeg is voldoende gedimensioneerd om dit aantal bewegingen te verwerken.

Adromi B.V.

R2024158

Pagina 32 van 44

TAM-omgevingsplan Ammerzoden, Hogesteeg 54 en 58 Hoofdstuk 22i

Voor de volledigheid wordt opgemerkt, dat de ontsluiting van het plangebied in de toekomst plaats zou kunnen hebben via de Hoge Weiden. Op dit moment kan dat nog niet. Als er op de tussenliggende grond in de toekomst ontwikkelingen zijn, dan zou de verbinding met de Hoge Weiden alsnog gerealiseerd kunnen worden. De opzet van het plangebied is zodanig dat deze verbinding mogelijk zal zijn. Parkeren Ten aanzien van het aspect ‘parkeren’ het volgende. Voor het plangebied geldt ook het ‘Paraplubestemmingsplan Parkeren 2018’ van de gemeente Maasdriel. In dit paraplubestemmingsplan is bepaald, dat er bij bouwplannen voldoende parkeergelegenheid, overeenkomstig de beleidsregels en bijlagen van het 'Mobiliteitsplan Maasdriel 2020' moet worden gerealiseerd. In bijlage III van het ‘Mobiliteitsplan Maasdriel 2020’ zijn de gemeentelijke parkeernormen genoemd. Het parkeren dient op eigen terrein te geschieden. In genoemde bijlage III zijn geen specifieke parkeercijfers gegeven voor bedrijven zoals hier aan de orde. Op grond van het gemeentelijk beleid dient dan te worden teruggevallen op de CROW richtlijnen. In de recentste publicatie hieromtrent van CROW (publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren’) zijn voor bedrijfsverzamelgebouwen de volgende parkeercijfers gegeven.

Afbeelding 4.7: CROW nr. 381

Voor bedrijfsverzamelgebouwen geldt in de rest van de bebouwde kom in weinig stedelijk gebied een norm van 1,7 tot 2,2 parkeerplaats per 100 m² vloeroppervlakte. Voor de bedrijfsverzamelgebouwen is sprake van 3556 m2. Uitgaande van een norm van 1,7 pp per 100 m² is er een behoefte van 60,5 parkeerplaatsen. Uitgaande van een norm van 2,2 pp per 100 m² is er een behoefte van 78,2 parkeerplaatsen. Er worden 83 parkeerplaatsen gerealiseerd. Hiermee wordt voldoende in de parkeerbehoefte voorzien. Archeologie en cultuurhistorie Normstelling De essentie van deze wetgeving is behoud van archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem en de bescherming van het cultureel erfgoed en landschap. Zo zijn er in het Bkl ten aanzien van de bescherming een aantal beginselen geformuleerd (art. 5.130 Bkl). Deze beginselen richten zich op de omgang met monumenten die op grond van het omgevingsplan zijn beschermd, archeologische monumenten, (voorbeschermde) rijksmonumenten, beschermde stads- en dorpsgezichten en beschermde cultuurlandschappen. Daarnaast zijn in afdeling 8.8 van het Bkl regels gesteld voor de beoordeling van rijksmonumentenactiviteit en het verplaatsen van gebouwde monumenten. Het

Adromi B.V.

R2024158

Pagina 33 van 44

TAM-omgevingsplan Ammerzoden, Hogesteeg 54 en 58 Hoofdstuk 22i

gemeentelijk beleid over archeologie en cultuurhistorie is, indien aanwezig, opgenomen op de archeologische beleidskaart en de cultuurhistorische waardenkaart. Deze archeologische waarden en verwachtingen en de cultuurhistorische waarden zijn veelal doorvertaald in respectievelijk archeologische dubbelbestemmingen en cultuurhistorische dubbelbestemmingen opgenomen in het (tijdelijk) omgevingsplan of activiteitgericht in het gemeentebrede omgevingsplan. Indien het initiatief in deze (werkings)gebieden is gelegen, wordt hieraan getoetst. Toetsing archeologie Volgens de archeologische beleidskaart van de gemeente Maasdriel heeft het plangebied een archeologische verwachtingswaarde. Bij bouwplannen groter dan 1.000 m² moet er archeologisch onderzoek worden verricht.

plangebied

Afbeelding 4.8: archeologische waardenkaart en legenda (gemeente Maasdriel)

Om die reden is een Archeologisch Bureau- en booronderzoek uitgevoerd (SOB Research, oktober 2020, nr. 2792-2009). In het kort hierna de conclusies uit dit rapport, dat als bijlage bij deze toelichting is gevoegd. -

Er is een lage verwachting voor wat betreft de aanwezigheid van archeologische resten uit de periode van het Paleolithicum t/m de Midden Bronstijd, omdat de top van deze horizont hoogstwaarschijnlijk is geërodeerd door de latere geulinwerking van de Stroomgordel van Velddriel en de Maas;

Adromi B.V.

R2024158

Pagina 34 van 44

TAM-omgevingsplan Ammerzoden, Hogesteeg 54 en 58 Hoofdstuk 22i

-

-

Dit geldt ook voor archeologische resten uit de periode van de Late Bronstijd t/m de Romeinse Tijd; De verwachting van aanwezigheid van archeologische resten uit de Vroege Middeleeuwen is laag, vanwege rivieractiviteit van de Maas in dit gebied; De verwachting van het aantreffen van archeologische resten uit de Late Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd is laag. Het buitengebied waarbinnen het plangebied ligt, werd waarschijnlijk gebruikt als weide- of akkerland; Tijdens het booronderzoek zijn enkele puinspikkels aangetroffen in de subrecent opgebrachte bovenlaag. Deze kunnen niet gerelateerd worden aan activiteiten noch bebouwing ter plaatse van het plangebied. Er werden geen andere archeologische indicatoren aangetroffen.

Op basis van dit onderzoek kan worden geconcludeerd, dat de voorgenomen planrealisatie hoogstwaarschijnlijk niet zal leiden tot de aantasting van archeologische resten. Aanvullend onderzoek wordt in principe niet noodzakelijk geacht. Daarbij is aangegeven dat eventueel aanwezige resten van een in 1865 gebouwde woning waarschijnlijk in situ behouden kunnen worden. Alleen wanneer er omvangrijke bodemverstoringen aldaar worden voorzien, wordt een (waarderend) archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk geacht. Namens de gemeente Maasdriel is de regioarcheoloog Rivierenland akkoord met de resultaten en conclusies van het onderzoek. Aanvullend heeft in augustus 2025 nogmaals afstemming plaatsgevonden met de regioarcheoloog. Het besluit is genomen de aanbevelingen uit het rapport in zijn geheel over te nemen. Het onderzoek is volgens de geldende normen uitgevoerd en heeft geen indicatoren opgeleverd die aanleiding geven een archeologische vindplaats te verwachten. Ten aanzien van archeologie zijn er derhalve geen belemmeringen meer voor de uitvoering van de voorgenomen plannen. De meldingsplicht archeologische toevalsvondst (afdeling 19.2a van de Omgevingswet) blijft echter te allen tijde van kracht. Toetsing cultuurhistorie Het plangebied heeft geen cultuurhistorische waarde. Zie hiervoor onderstaande uitsnede van de provinciale Cultuurhistorie- Monumentenkaart (AMK).

Adromi B.V.

R2024158

Pagina 35 van 44

TAM-omgevingsplan Ammerzoden, Hogesteeg 54 en 58 Hoofdstuk 22i

Afbeelding 4.9 Uitsnede provinciale Cultuurhistorie- Monumentenkaart (AMK) en plangebied (bron: Provincie Gelderland)

Uit oogpunt van archeologie en cultuurhistorie zijn er geen belemmeringen voor het beoogde nieuwbouwplan. Duurzaamheid Duurzaam bouwen is gericht op het beperken van de negatieve milieuaspecten in alle fasen van het bouwproces en het vergroten van de ecologische kwaliteiten van het leefgebied. Concreet betekent dit het terugdringen van verspilling van grondstoffen, het verlengen van de levensduur, een flexibeler gebruik van gebouwen en het bevorderen van hergebruik van bouwmaterialen. Bij duurzaam bouwen wordt o.a. aandacht besteed aan waterhuishoudingsaspecten (bijvoorbeeld afkoppeling hemelwaterafvoer), stedenbouwkundige structuur (bijv. oriëntatie van gebouwen op de zon) en bouwkundige maatregelen (isolatie, zonnecollectoren, materiaalgebruik). Ook het gebruik van niet logende bouwmaterialen valt onder de noemer duurzaam bouwen. Dit is van belang voor de waterkwaliteit. Toetsing Duurzame energie De bedrijfsverzamelunits worden gasloos uitgevoerd. Momenteel wordt nog onderzocht of het toepassen van PV-panelen voor de bedrijfsunits efficiënt en doelmatig is. Duurzaam bouwen Er zal worden gebouwd volgens geldende normering. Deze normering gaat al uit van het toepassen van duurzame materialen en hergebruik waar dit mogelijk is. Klimaatadaptatie

Adromi B.V.

R2024158

Pagina 36 van 44

TAM-omgevingsplan Ammerzoden, Hogesteeg 54 en 58 Hoofdstuk 22i

De ontwikkeling vindt plaats in een verstedelijkte omgeving. De stresstest die voor de gemeente is uitgevoerd laat zien dat dit zorgt voor een grotere kans op overlast bij overmatige regenval, droogte en hitte. Overmatige regenval De kans op hevige neerslag is toegenomen en zal de komende jaren verder toenemen door stijging van de temperatuur. Voor wateroverlast in bebouwd gebied zijn de korte hevige buien (lokaal) van 1 uur veelal maatgevend. Dit zijn vaak onweersbuien in de lente of de zomer die de capaciteit van het rioolstelsel te boven gaan. De kan leiden tot water-op-straat, overlast en schade. De eisen voor het voorkomen van wateroverlast hebben tot doel om hevige neerslag lokaal vast te houden en bebouwing en voorzieningen te beschermen. In paragraaf 4.7.2. wordt aangegeven dat het verhard oppervlak als gevolg van het plan toeneemt, maar dat hiervoor compensatie plaatsvindt. In genoemde paragraaf is aangegeven dat de watercompensatie in het plan voldoende is. Dit als geheel resulteert in voldoende capaciteit van het plangebied om hevige neerslag lokaal vast te houden en wateroverlast te voorkomen. Droogte Klimaatverandering zorgt voor langere periodes van droogte en daarmee verminderde toevoer van water naar het oppervlakte- en grondwater.

Het doel is het voorkomen of beperken van schade aan houten fundering, schade aan begroeiing, extra bodemdaling en een slechte waterkwaliteit. De eisen richten zich op het rekening houden met droogte en aanvulling van het grondwater. De inrichting van het plangebied is, evenals in de huidige situatie reeds het geval, afgestemd op de verwachte grondwaterstanden en de zoetwaterbeschikbaarheid tijdens droogte. Hierin vindt geen negatieve verandering plaats. Met de komst van meer oppervlaktewater wordt een grotere buffer gecreëerd. Gezondheid Normstelling Het aspect volksgezondheid heeft de laatste jaren meer aandacht gekregen bij het opstellen van ruimtelijke plannen. Aangetoond moet worden dat een ruimtelijke ontwikkeling geen negatief effect heeft op de volksgezondheid. Een beoordeling van de effecten op de volksgezondheid doet zich met name voor de ontwikkeling van of in de buurt van intensieve veehouderijen, teeltpercelen en hoogspanningsverbindingen. Voor andere omgevingsfactoren die van invloed zijn op de gezondheid, zoals luchtkwaliteit of omgevingsgeluid, gelden omgevingswaarden. De magnetische velden in de buurt van hoogspanningsverbindingen kunnen invloed hebben op de gezondheid.

Het beleid van de Rijksoverheid is erop gericht om zoveel als redelijkerwijs mogelijk is, te vermijden dat er nieuwe situaties ontstaan waarbij kinderen langdurig verblijven in het gebied rondom bovengrondse hoogspanningsverbindingen waarbinnen het jaargemiddelde magneetveld hoger is dan 0,4 microtesla.

Adromi B.V.

R2024158

Pagina 37 van 44

TAM-omgevingsplan Ammerzoden, Hogesteeg 54 en 58 Hoofdstuk 22i

Toetsing Er is geen sprake van een ontwikkeling in de buurt van veehouderijen, teeltpercelen of hoogspanningsverbindingen. Niet gesprongen explosieven Normstelling Op sommige plaatsen in Nederland bevinden zich nog onontplofte explosieven uit de Tweede Wereldoorlog in de bodem. Deze leveren een gevaar op, vooral als ze verplaatst of aangeraakt worden, bijvoorbeeld bij graaf- of baggerwerkzaamheden. Op het moment dat in de nabijheid van deze Niet Gesprongen Explosieven (NGE) trillingen worden veroorzaakt of grondwerkzaamheden in de bodem worden uitgevoerd, kunnen deze NGE alsnog afgaan. Onder grondwerkzaamheden worden verstaan activiteiten zoals grondverzet, graaf- en heiwerkzaamheden in de bodem. Toetsing Uit de explosievenkansenkaart Bommelenwaard van de gemeente Maasdriel blijkt dat nabij de locatie sprake is geweest van locaties voor wapenopstellingen, maar zijn geen inslagpunten van artillerie bekend of aangegeven. De gehele locatie is verdacht op verschoten geschutmunitie. De helft van de Bommelenwaard is hier verdacht op. Voor de locatie heeft een bureauonderzoek plaatsgevonden op de aanwezigheid van eventuele NGE, zie ook de bijbehorende bijlage.

Op basis van het uitgevoerde bronnenonderzoek en de historische context wordt geconcludeerd dat er geen verhoogde verwachting bestaat op de aanwezigheid van Niet Gesprongen Explosieven (NGE) binnen het onderzoeksgebied De Hogesteeg 54 t/m 58 te Ammerzoden. Bij grondroerende werkzaamheden dient wel altijd de algemene zorgplicht in acht genomen te worden: bij een eventuele onverwachte vondst van mogelijk munitie dient het werk direct te worden gestaakt en de politie/EODD te worden ingeschakeld. Trillingen Normstelling Het omgevingsplan moet voorzien in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, het aspect trillingen maken onderdeel hier vanuit. Het Rijk geeft hier, vanuit landelijk belangen, sturing aan via instructieregels. Het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat instructieregels over trillingen door activiteiten. Toetsing Binnen de locatie is enkel bedrijvigheid direct toegelaten behorend tot categorie 1 of 2. Bedrijven uit maximaal categorie 3 zijn toegestaan na expliciete afweging van het bevoegd gezag. Binnen deze categorieën bedrijvigheid (1 en 2) is het voorkomen van trillingen afkomstig van bedrijfsactiviteiten niet mogelijk of deze zijn zo van beperkte aard dat dit niet waarneembaar is voor de directe omgeving. Binnen de locatie worden ook geen milieugevoelige functies gerealiseerd.

Adromi B.V.

R2024158

Pagina 38 van 44

TAM-omgevingsplan Ammerzoden, Hogesteeg 54 en 58 Hoofdstuk 22i

Geur Normstelling De gemeente moet in het omgevingsplan een waarde opnemen voor de toelaatbare geur op een gebouw. Het Rijk geeft daar een standaardwaarde bij aan die een gemeente zonder nadere motivering kan overnemen in het omgevingsplan. De opgenomen waarde in het omgevingsplan wordt ook wel 'geurnorm' genoemd. De minimale afstanden van stallen dienen van gevel-tot-gevel minimaal 25 of 50 meter te zijn tot geurgevoelige gebouwen als woningen. Tevens dient de gemeente bebouwingscontouren geur vast te stellen in het omgevingsplan waarbinnen een hoger beschermingsniveau aanwezig is dan erbuiten. Toetsing Binnen de locatie is enkel bedrijvigheid direct toegelaten behorend tot categorie 1 of 2. Bedrijven uit maximaal categorie 3 zijn toegestaan na expliciete afweging van het bevoegd gezag. Binnen deze categorieën bedrijvigheid (1 en 2) is het voorkomen van geur afkomstig van bedrijfsactiviteiten niet mogelijk of deze zijn zo van beperkte aard dat dit niet waarneembaar is voor de directe omgeving. Binnen de locatie worden ook geen milieugevoelige functies gerealiseerd. Schaduwwerking In de relevante omgeving is geen sprake van functies waarvoor toename aan schaduwwerking een rol kan spelen.

Adromi B.V.

R2024158

Pagina 39 van 44

TAM-omgevingsplan Ammerzoden, Hogesteeg 54 en 58 Hoofdstuk 22i

5.

Juridische aspecten

Standaard vergelijkbare bestemmingsplannen (SVBP) Het TAM-Omgevingsplan kan worden gepubliceerd volgens de zogenaamde STOP/TPOD-standaard op het DSO-LV, waarbij de (ongewijzigde) Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP 2012), die nog voortvloeit uit de Wet ruimtelijke ordening mag worden gehanteerd. Er wordt uitdrukkelijk op gewezen dat de standaarden geen betrekking hebben op de inhoud van een omgevingsplan. De SVBP 2012 geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het TAM-omgevingsplan, zowel digitaal als analoog. Dit om de gewenste vergelijkbaarheid zeker te stellen. De standaarden hebben geen betrekking op de toelichting van het omgevingsplan. Het TAM-omgevingsplan zelf bestaat uit een verzameling geografisch bepaalde objecten, die zijn opgeslagen in een digitaal ruimtelijk informatiesysteem. De objecten zijn voorzien van bestemmingen met bijbehorende doeleinden en regels. Opzet van de nieuwe regeling 5.2.1. Uitgangspunten en doelstellingen Het centrale onderdeel van een TAM-omgevingsplan zijn de regels waarmee functies aan op de verbeelding aangegeven locaties worden toegekend. Dit geschiedt uit de aard der zaak nog middels bestemmingen zoals gebruikelijk onder de Wet ruimtelijke ordening (oud).

Hiervoor is ook gekozen om het voor heel Maasdriel geldende algemene planologische kader voor wat betreft afwijkingsbevoegdheden en dergelijke zoveel mogelijk in stand te houden, aangezien het ontwerpen van een nieuw algemeen planologisch kader voor een deel van Maasdriel minder evenwichtig zou zijn. Kenmerk van bestemmingen/functies is dat het gehele plangebied ermee is bedekt. Elke bestemming/functie is geometrisch bepaald. Aanduidingen worden gebruikt om bepaalde zaken binnen een bestemming of dubbelbestemming nader of specifieker te regelen. Het gaat hierbij om specificaties met betrekking tot het gebruik of de bouwmogelijkheden. De aanduidingen hebben daardoor juridische betekenis en komen ook altijd in de regels van het TAM-omgevingsplan voor. Verklaringen zijn de overige in de verbeelding van het TAM-omgevingsplan voorkomende zaken. Verklaringen hebben geen juridische betekenis. Zij zijn bedoeld om nadere informatie te verschaffen of om de duidelijkheid en raadpleegbaarheid te bevorderen. Omdat verklaringen geen juridische betekenis hebben, wordt hierop niet nader ingegaan. Het uitgangspunt bij het opstellen van het TAM-omgevingsplan is dat de van geldende regelingen zodanig worden geactualiseerd dat samenhangende, op actuele beleidsinzichten en gebruikerswensen afgestemde bestemmingsregelingen ontstaan.

Als doelstellingen en uitgangspunten kunnen daarbij worden onderscheiden: − Rechtszekerheid en klantgerichtheid, dat wil zeggen voor de burger een duidelijk, toegankelijk en op actuele behoeften en eisen afgestemd plan.

Adromi B.V.

R2024158

Pagina 40 van 44

TAM-omgevingsplan Ammerzoden, Hogesteeg 54 en 58 Hoofdstuk 22i

−

−

Makkelijke toepasbaarheid en hanteerbaarheid voor de gemeentelijke diensten, een plan waaraan bouwaanvragen op heldere wijze kunnen worden getoetst met als resultaat een minimale bestuurslast. Duidelijkheid en inzichtelijkheid van hetgeen is toegestaan, dit houdt in dat de bestemmingen/functies met hun bouw- en gebruiksmogelijkheden zoveel als mogelijk is via de verbeelding zichtbaar worden gemaakt.

5.2.2. Verbeelding Binnen het plangebied hebben alle gronden een bestemming/functie gekregen. Binnen een bestemming/functie kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Deze aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien, en voor zover, deze in de regels daaraan wordt gegeven. Soms heeft een aanduiding juridisch gezien geen enkele betekenis en is uitsluitend op de verbeelding aangegeven ten behoeve van de leesbaarheid (bijvoorbeeld topografische gegevens). 5.2.3. Opbouw van de regels Dit TAM-omgevingsplan beoogt het mogelijk maken van een nieuwe functionele ontwikkeling van het plangebied. Primair is aansluiting gezocht bij de systematiek van binnen de gemeente recent vastgestelde geldende planologische regelingen. Gestreefd wordt naar de juridische verankering van de nieuwe (ruimtelijke) ontwikkelingen binnen het plangebied. Het TAM-omgevingsplan is opgesteld als een gedetailleerd plan. Het plan is in die zin gedetailleerd, dat in de verbeelding en de regels wordt vastgelegd welke functies en welke bouwmogelijkheden zijn toegestaan. De specifieke nadere eisenregelingen, bevoegdheden om af te wijken van de regels en wijzigingsbevoegdheden en mogelijk aanlegvergunningregels zullen zoveel mogelijk per bestemming worden opgenomen.

Hierdoor wordt direct per bestemming inzicht geboden in de eventuele afwijkingsmogelijkheden en onnodig verwijzen naar andere artikelen voorkomen. Deze werkwijze bevordert de toegankelijkheid van het bestemmingsplan. 5.2.4. Flexibiliteitsregels Aan het plan kan flexibiliteit worden toegevoegd door met een omgevingsvergunning af te wijken van de regels, het afhankelijk stellen van de uitoefening van een bepaalde functie aan voorwaarden of het stellen van nadere eisen. Dit flexibiliteitinstrumentarium kent zekere begrenzingen. Een nadere eis mag slechts worden gesteld per afzonderlijk geval en geen algemene regel inhouden. Bovendien moet het plan al een regel bevatten omtrent het punt ten aanzien waarvan een nadere eis wordt gesteld. Op basis van het vorenstaande wordt voor het opnemen van flexibiliteitsregels de volgende benadering gehanteerd. − Flexibiliteitregels alleen gebruiken als van een wezenlijke belangenafweging sprake kan zijn, voor de onderbouwing waarvan de toelichting de noodzakelijke bouwstenen bevat. − Bij het besluit tot het opnemen van flexibiliteit planschade risico meewegen. − Nadere eisen alleen stellen als er als regels zijn opgenomen met betrekking tot hetzelfde onderwerp.

Adromi B.V.

R2024158

Pagina 41 van 44

TAM-omgevingsplan Ammerzoden, Hogesteeg 54 en 58 Hoofdstuk 22i

6.

Economische uitvoerbaarheid

In deze paragraaf wordt aandacht besteed aan de wijze van bekostiging. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de situatie waarin het omgevingsplan van rechtswege geldt en de situatie waarin er een gewijzigd omgevingsplan vigeert wat voldoet aan de wettelijke vereisten van de Omgevingswet (inclusief regels over kostenverhaal). Omgevingsplan van rechtswege Bij het omgevingsplan van rechtswege zijn er drie mogelijke scenario’s: 1. Gemeentelijke bekostiging/geen kostenverhaal (eventueel wel een nadeelcompensatieovereenkomst); 2. Anterieure overeenkomst; 3. Posterieure overeenkomst. De initiatiefnemer sluit een anterieure overeenkomst met de gemeente voor wat betreft vergoeding van de gemeentelijke exploitatiekosten. Een ander aspect dat in het kader van de economische uitvoerbaarheid dient te worden beoordeeld, is de vraag of er aanleiding bestaat voor omwonenden om vergoeding te vragen van schade. Een schadevergoedingsovereenkomst als bedoeld in artikel 13.3 van de Ow vormt onderdeel van de met de initiatiefnemer te sluiten anterieure overeenkomst. Conclusie Het plan wordt in financieel economische zin haalbaar geacht.

Adromi B.V.

R2024158

Pagina 42 van 44

TAM-omgevingsplan Ammerzoden, Hogesteeg 54 en 58 Hoofdstuk 22i

7.

Overleg en inspraak

Participatie De omgeving van het plangebied is in een vroegtijdig stadium betrokken bij de planontwikkeling. De initiatiefnemer heeft in 2021 omliggend eigenaren van het plangebied actief benaderd en het planvoornemen besproken en getoond. De definitieve stedenbouwkundige hoofdopzet is met omwonenden gedeeld. In het definitieve stedenbouwkundige plan is waar mogelijk rekening gehouden met de wensen van de omgeving. Participatie wordt beschouwd als een doorlopend proces gedurende de planvorming en realisatie. Met regelmaat zullen omwonenden en andere belanghebbenden bij het plan worden betrokken. Op deze wijze is voldaan aan de verplichte participatie op grond van participatie op grond van artikel 16.55 lid 7 Omgevingswet. Overleg Het concept plan (wat inhoudelijk niet afweek van onderhavig TAM-omgevingsplan) is in het kader van het vooroverleg al gedeeld met het waterschap. Het advies van het waterschap is verwerkt in het ontwerp. In het vervolg van de procedure zullen andere instanties gevraagd worden om advies. Zienswijze Het ontwerp TAM-omgevingsplan heeft van 24 december 2025 tot en met 3 februari 2026 ter inzage gelegen. In deze periode zijn geen zienswijzen ontvangen

Adromi B.V.

R2024158

Pagina 43 van 44

TAM-omgevingsplan Ammerzoden, Hogesteeg 54 en 58 Hoofdstuk 22i

Bijlagen Bijlage 1 – Akoestisch onderzoek Bijlage 2 – Watercompensatieopgave Bijlage 3 – Waterhuishoudkundig plan Bijlage 4 – Ecologische quickscan Bijlage 5 – Stikstofdepositieonderzoek Bijlage 6 – Archeologisch onderzoek Bijlage 7 – Verkennend bodemonderzoek Bijlage 8 – Aanvullend historisch bodemonderzoek Bijlage 9 – Asbest onderzoek Bijlage 10 – Verkennend NGE onderzoek Bijlage 11 – Beeldkwaliteitsplan

Adromi B.V.

R2024158

Pagina 44 van 44

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16988899/1