CConstaterende datMaasdriel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Motivering

Gemeenteraad 2 juli 2026, gemeente MaasdrielBij agendapunt: Vaststelling TAM-omgevingsplan Schoofbandweg 10 te Rossum14.653 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

82 alinea's met “omgevingsplan”: 1 3 4 8 23 27 33 43 47 48 50 51 60 64 70 77 79 100 126 141 149 150 155 161 168 173 175 177 181 185 187 191 194 195 198 199 201 203 205 208 …

TAM-omgevingsplan Rossum, Schoofbandweg 10 Hoofdstuk 22a

Motivering

TAM-omgevingsplan Rossum, Schoofbandweg 10 - Hoofdstuk 22a

TAM-omgevingsplan Rossum, Schoofbandweg 10 - Hoofdstuk 22a

Inhoudsopgave

Motivering

4

Hoofdstuk 1 INLEIDING 1.1 Algemeen 1.2 Ligging plangebied 1.3 Omschrijving huidige situatie 1.4 Omschrijving voorgenomen ontwikkeling 1.5 Omgevingsplan

4 4 4 5 5 6

Hoofdstuk 2 PLANBESCHRIJVING 2.1 Ruimtelijke vertaling 2.2 Kaders voor ruimtelijke ontwikkeling

7 7 10

Hoofdstuk 3 BELEIDSKADERS 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid

12 12 12 13 13

Hoofdstuk 4 INSTRUCTIES EN OMGEVINGSASPECTEN 4.1 Instructieregels Rijk (Bkl) 4.2 Instructieregels provincie Gelderland 4.3 Gezondheid 4.4 Besluit milieueffectrapportage 4.5 Natuur 4.6 Niet-gesprongen Conventionele Explosieven 4.7 Kabels en leidingen

18 18 29 31 32 33 34 35

Hoofdstuk 5 JURIDISCHE PLANOPZET 5.1 Wijzigingsbesluit 5.2 Analoge kaart 5.3 Juridische planopzet

36 36 36 36

Hoofdstuk 6 UITVOERBAARHEID 6.1 Economisch 6.2 Maatschappelijk

38 38 39

Hoofdstuk 7 CONCLUSIE 7.1 Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties 7.2 Handhaving

40 40 42

3

TAM-omgevingsplan Rossum, Schoofbandweg 10 - Hoofdstuk 22a

Motivering Hoofdstuk 1 1.1

INLEIDING

Algemeen

Op het perceel Schoofbandweg 10 in Rossum is een agrarisch bedrijf aanwezig. Bij de gemeente Maasdriel is het verzoek ingekomen om met toepassing van de regeling voor 'vrijgekomen agrarische bedrijfsbebouwing in het buitengebied' (VAB-regeling) de agrarische bedrijfsgebouwen te slopen. In plaats daarvan wordt de agrarische bedrijfswoning bestemd tot burgerwoning. Tevens wordt een nieuwe woning gerealiseerd ten westen van het voormalige agrarische bedrijf. Op basis van het geldende planologische regime is de realisatie van dit initiatief niet mogelijk. Om deze reden is deze wijziging van het omgevingsplan opgesteld.

1.2

Ligging plangebied

De locatie ligt aan de Schoofbandweg in Rossum. Het plangebied bestaat uit de percelen kadastraal bekend als sectie E, nummer 801, 1001 en 1002 en heeft een omvang van ongeveer 5.000 m2 . Op onderstaande afbeeldingen zijn de ligging en begrenzing van het plangebied weergegeven.

Ligging Schoofbandweg 10

4

TAM-omgevingsplan Rossum, Schoofbandweg 10 - Hoofdstuk 22a

Begrenzing Schoofbandweg 10

1.3

Omschrijving huidige situatie

Het plangebied ligt in het buitengebied van de gemeente Maasdriel aan de Schoofbandweg. De percelen direct om Schoofbandweg 10 heen, hebben een agrarische functie. De voornaamste functie in de directe omgeving is eveneens de agrarische functie.

1.4

Omschrijving voorgenomen ontwikkeling

Nieuwe situatie Het agrarische bedrijf wordt beëindigd en de voormalige agrarische opstallen worden gesloopt. Op basis van het VAB-beleid wordt de huidige bedrijfswoning bestemd als burgerwoning en wordt één extra woning gerealiseerd ten westen van de bestaande bedrijfswoning. De gronden achter de woonpercelen zullen in agrarisch gebruik blijven. In de loop der jaren is het een en ander gesloopt. Op het perceel staat nu een vrijstaande kapschuur. De sloop omvat in totaal 1.750 m2 van de bedrijfsgebouwen in het plangebied. De bestaande woning en een gedeelte van 332 m3 van het bestaande bijgebouw achter de woning blijven behouden. De nieuw te realiseren woning mag een maximale inhoud van 825 m³ bevatten. Hiermee wordt aangesloten op de regeling uit het bestemmingsplan Buitengebied herziening 2022, waarin woningen een maximale inhoud van 750 m3 mogen hebben. Daarbovenop wordt de 10% afwijkingsmogelijkheid bij recht toegestaan. Bij de nieuwe woning mag 150 m2 aan bijgebouwen worden gerealiseerd. De huidige bedrijfswoning, inclusief inpandig bijgebouw, blijft in stand. Dit betreft een inhoud van 1.157 m3 . Dit bestaat uit een woning van 825 m3 (750 m3 , inclusief 10% afwijkingsmogelijkheid) en 332 m3 aan bijgebouwen. Dit staat gelijk aan een oppervlakte van 65 m2 aan bijgebouwen. Op het perceel mag daarbovenop nog 85 m2 aan bijgebouwen worden gebouwd.

Het huidige agrarische perceel komt te vervallen. In plaats daarvan wordt een functievlak rondom de bestaande voormalige bedrijfswoning opgenomen.

5

TAM-omgevingsplan Rossum, Schoofbandweg 10 - Hoofdstuk 22a

Landschappelijke inpassing Voor de nieuw te realiseren woning is een landschappelijke inpassing opgesteld, zie Bijlage 1. In de landschappelijke inpassing is de meest wenselijke locatie van de nieuwe woning aangegeven. De gevel van de nieuwe bebouwing moet evenwijdig liggen aan de Schoofbandweg. De houtsingel aan de oostzijde wordt versterkt en doorgetrokken. Op het erf komen enkele losse bomen te staan, waardoor het open karakter van de omgeving niet wordt verstoord. Op de hoeken van het perceel komen enkele boomgroepen met boomsoorten die aansluiten op het bomenstructuurplan van de gemeente.

Landschappelijke inpassing (bron: BügelHajema Adviseurs) Waterberging Op het perceel wordt een vijver voor waterberging gerealiseerd. Deze vijver wordt achter de nieuwe woning gerealiseerd. De vijver heeft een oppervlak van 117 m2 . In het landschappelijk inpassingsplan wordt verder uitgewerkt hoe de waterberging vorm krijgt. Een uitgebreide verantwoording van de ontwikkeling is opgenomen in de hoofdstukken 2 tot en met 5.

1.5

Omgevingsplan

Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan Buitengebied herziening 2022, Reparatieplan. Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 13 oktober 2022 en maakt sinds 1 januari 2024 onderdeel uit van het omgevingsplan van rechtswege van gemeente Maasdriel. Ter plaatse van het plangebied geldt op het moment de bestemming Agrarisch met waarden. Ter plaatse van deze bestemming mag een agrarisch bedrijf worden geëxploiteerd. Ter plaatse van de woning en het voormalige bedrijf Schoofbandweg 10 is een bouwvlak opgenomen. Binnen dit bouwvlak is het toegestaan bebouwing op te richten. Op het noordwestelijk deel van het perceel geldt een archeologische dubbelbestemming. Deze dubbelbescherming beschermt mogelijke archeologische waarden in de grond. Op onderstaande afbeelding is een uitsnede van het geldende omgevingsplan opgenomen.

6

TAM-omgevingsplan Rossum, Schoofbandweg 10 - Hoofdstuk 22a

Uitsnede omgevingsplan (bron: regels op de kaart) Ter plaatse van de agrarische bestemming is een burgerwoning niet toegestaan. Ook biedt het huidige bouwvlak onvoldoende ruimte voor de nieuwe woning. Om deze reden is een wijziging van het omgevingsplan ter plaatse noodzakelijk.

Hoofdstuk 2

PLANBESCHRIJVING

2.1

Ruimtelijke vertaling

2.1.1

Bestaande situatie

Het plangebied ligt in het buitengebied van de gemeente Maasdriel aan de Schoofbandweg. Het plangebied maakt onderdeel uit van de kern Rossum. De voornaamste functie in de directe omgeving is de agrarische functie. Op een afstand van circa 300 m ten noordoosten van het plangebied bevindt zich het bedrijventerrein De Wildeman van Zaltbommel. Op het perceel staat een bedrijfswoning met een bijgebouw eraan vast aan de straatkant. Achter de woning bevindt zich het bedrijfsgebouw. De gronden ter plaatse van de te realiseren woning zijn momenteel in gebruik als grasland. Op onderstaande afbeeldingen zijn enkele beelden van het plangebied weergegeven.

7

TAM-omgevingsplan Rossum, Schoofbandweg 10 - Hoofdstuk 22a

Woning Schoofbandweg 10 (eigen foto)

Locatie nieuwe woning Schoofbandweg (bron: maps.google.com) Gebiedskemerken Het initiatief ligt in het buitengebied, in het waardevol open gebied. Het gebied rond de Schoofbandweg wordt gekenmerkt door een afwisseling van doorzichten en verdichting. De verdichtingen zijn met name de (agrarische) erven langs deze weg. De verdichting wordt veroorzaakt door de bebouwing en de begroeiing om de erven heen. De doorzichten zijn over het algemeen de stukken open land tussen deze erven in. De Schoofbandweg en de andere wegen in de omgeving worden gemarkeerd door de bomenrijen langs de weg. Vanuit de omgeving is duidelijk te zien waar deze wegen lopen. Het plangebied wordt ontsloten via de Schoofbandweg. De Schoofbandweg sluit aan op de Van

8

TAM-omgevingsplan Rossum, Schoofbandweg 10 - Hoofdstuk 22a

Heemstraweg, een grotere ontsluitingsweg van de kern Maasdriel. Via de Veilingweg is de Schoofbandweg aangesloten op het bedrijventerrein De Wildeman. Via deze route kan men ook richting de snelweg. Historie Het gebied rondom de Schoofbandweg is al ruime tijd in gebruik met een agrarische functie. Ook kenmerkt het landschap zich in de afgelopen eeuw met een grote mate van openheid. Met de tijd is deze openheid steeds verder onderbroken door de komst van agrarische bedrijven. Op onderstaande afbeeldingen zijn enkele uitsneden van de historische kaarten weergegeven.

Historische kaarten Schoofbandweg (bron: topotijdreis.nl) Welstandsnota Maasdriel In de welstandnota van Maasdriel is het plangebied aangemerkt als Agrarisch landschap. Het agrarisch landschap is als geheel aangemerkt als een regulier welstandsgebied; welstandsniveau 3. Daarbij zijn de volgende (algemene) criteria van toepassing: respecteren van de landschappelijke en cultuurhistorische identiteit en waarde van het agrarische landschap als geheel; respecteren van de karakteristieke openheid van het landschap; handhaven van de bestaande oriëntatie mogelijkheden en doorzichten langs de landschappelijke hoofdstructuren; (vervangende) nieuwbouw vormgeven in relatie tot het omliggende landschap. 2.1.2

Plan (ontwerp en eindsituatie)

Het agrarische bedrijf is beëindigd en de voormalige agrarische opstallen zijn gesloopt. Op basis van het VAB-beleid wordt de huidige bedrijfswoning bestemd als burgerwoning en wordt één extra woning gerealiseerd ten westen van de bestaande bedrijfswoning. De gronden achter de woonpercelen zullen in agrarisch gebruik blijven. De sloop omvat 1.750 m2 van de bestaande bedrijfsgebouwen in het plangebied. De bestaande woning en een gedeelte van het bestaande bijgebouw achter de woning (332 m3 ) blijven behouden. De nieuw te realiseren woning mag een maximale inhoud van 825 m³ bevatten. Hiermee wordt aangesloten op de regeling uit het bestemmingsplan Buitengebied, waarin woningen een maximale inhoud van 750 m3 mogen hebben. Daarbovenop wordt de 10% afwijkingsmogelijkheid bij recht toegestaan. Bij de nieuwe woning mag 150 m2 aan bijgebouwen worden gerealiseerd. De huidige bedrijfswoning, inclusief inpandig bijgebouw, blijft in stand. Dit betreft een inhoud van 1.157 m3 . Dit bestaat uit een woning van 825 m3 (750 m3 , inclusief 10% afwijkingsmogelijkheid) en 332 m3 aan bijgebouwen. Dit staat gelijk aan een oppervlakte van 65 m2 aan bijgebouwen. Op het perceel mag daarbovenop nog 85 m2 aan bijgebouwen worden gebouwd. Het huidige agrarische perceel komt te vervallen. In plaats daarvan wordt een bestemmingsvlak rondom de bestaande voormalige bedrijfswoning

9

TAM-omgevingsplan Rossum, Schoofbandweg 10 - Hoofdstuk 22a

opgenomen. Landschappelijke inpassing Voor de nieuw te realiseren woning is een landschappelijke inpassing opgesteld, zie Bijlage 1. In de landschappelijke inpassing is de meest wenselijke locatie van de nieuwe woning aangegeven. De gevel van de nieuwe bebouwing ligt evenwijdig aan de Schoofbandweg. De houtsingel aan de oostzijde wordt versterkt en doorgetrokken. Op het erf komen enkele losse bomen te staan, waardoor het open karakter van de omgeving niet wordt verstoord. Op de hoeken van het perceel komen enkele boomgroepen met boomsoorten die aansluiten op het bomenstructuurplan van de gemeente.

Landschappelijke inpassing (bron: BügelHajema Adviseurs)

2.2

Kaders voor ruimtelijke ontwikkeling

2.2.1

Kaders omgevingskwaliteit

Gemeenten moeten landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteiten meenemen bij het uitoefenen van taken en bevoegdheden. Er gelden beperkt instructieregels van het Rijk. Een goede omgevingskwaliteit is opgenomen in de centrale doelstelling (artikel 1.3 Omgevingswet). Dit duidt op het belang van aspecten als cultureel erfgoed, architectonische kwaliteit van bouwwerken, stedenbouwkundige kwaliteit en kwaliteit van natuur en landschap. Het gaat daarbij om de menselijke beleving van de fysieke leefomgeving. Maar ook om de waarden die de maatschappij toekent aan de identiteit van gebieden en aan dier- en plantensoorten. Gemeenten moeten landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteiten meenemen bij het evenwichtig toedelen van functies aan locaties in het omgevingsplan, daaronder valt ook het stellen van regels over activiteiten (denk aan bouwhoogten en bebouwingspercentages bij een ruimtelijke bouwactiviteit). Het initiatief dient bij de verdere uitwerking in ieder geval aan de volgende beleidsdocumenten te voldoen wat betreft omgevingskwaliteit: Landschapsplan Bommelerwaard;

10

TAM-omgevingsplan Rossum, Schoofbandweg 10 - Hoofdstuk 22a

Welstandnota Maasdriel; Deelvisie groen- en bomen. Vanuit het oogpunt van omgevingskwaliteit stelt de gemeente Maasdriel de volgende concrete randvoorwaarden aan het initiatief: RANDVOORWAARDEN Algemene stedenbouwkundige kaders

In de omgevingsvisie is het plangebied aangemerkt als 'Open Kom'. In dit gebied zoekt de gemeente naar kansen om de openheid te vergroten. Met dit initiatief wordt hier invulling aan gegeven. Een groot deel van de agrarische bebouwing is/wordt gesloopt. Er wordt beperkt bebouwing terug gebouwd in de vorm van een woning.

Plaatsing

Hoofdmassa De nieuw te bouwen woning wordt op circa 25 m van de weg gerealiseerd. De woning verspringt iets in de rooilijn ten opzichte van de bestaande woning. De achterzijde van het kavel blijft open om zo het open zicht op het achterliggende landschap te behouden.

Massa en vorm

Hoofdmassa De nieuw te realiseren woning mag een maximale inhoud van 825 m3 bevatten. Hiermee wordt aangesloten op de regeling uit het bestemmingsplan Buitengebied, waarin woningen een maximale inhoud van 750 m3 mogen hebben. Bij de nieuwe woning mag 150 m2 aan bijgebouwen worden gerealiseerd.

Uitstraling Welstand/Uiterlijk van bouwwerken

Bij de realisatie van de woning worden de welstandseisen, zoals in de bovenstaande paragraaf beschreven in acht genomen. Het ontwerp wordt uitgewerkt nadat de ruimtelijke procedure is afgerond.

Voor de nieuw te realiseren woning is een landschappelijke inpassing opgesteld, zie Bijlage 1. 2.2.2

Volkshuisvesting

Vanuit het oogpunt van volkshuisvesting stelt de gemeente Maasdriel de volgende concrete randvoorwaarden aan het initiatief: Differentiatie

Het initiatief voorziet in de realisatie van een vrijstaande woning. Het initiatief spitst zich toe op nieuwe inwoners die een grotere woning zoeken.

Levensloopbestendigheid

De woningen zijn levensloopbestendig of eenvoudig levensloopbestendig te maken. In het definitieve ontwerp van de woning wordt hiermee rekening gehouden.

Ontmoeting

Het initiatief voorziet in een nieuwe woning vlak naast een bestaande woning. Hiermee wordt de kans aannemelijker dat bewoners elkaar ontmoeten.

2.2.3

Parkeren

Uitgangspunt voor de ontwikkeling zijn de parkeernormen uit de Beleidsregels parkeernormen 2024 gemeente Maasdriel. In bijzondere gevallen kan de gemeente, na onderzoek naar de parkeerdruk door de initiatiefnemer, besluiten om andere parkeernormen aan te houden voor een concreet initiatief.

11

TAM-omgevingsplan Rossum, Schoofbandweg 10 - Hoofdstuk 22a

Parkeren

2.2.4

Ten aanzien van parkeren kan worden gesteld dat voldoende parkeergelegenheid aanwezig is op eigen terrein om te kunnen voldoen aan de gemeentelijke parkeernorm (2,2 parkeerplaatsen per burgerwoning). Afgerond naar boven worden er 3 parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd.

Duurzaamheid en klimaat

Duurzaamheid gaat over de huidige en toekomstige generatie. De energietransitie, het hergebruik van grondstoffen en asbestsanering zijn belangrijke elementen. Evenals onderwerpen als duurzaam wonen, klimaatadaptatie en biodiversiteit. RANDVOORWAARDEN Energie- en warmtetransitie

De nieuwe woning wordt energieneutraal gerealiseerd.

Openbare ruimte

Het initiatief voorziet niet in de realisatie van nieuwe openbare ruimte.

Circulaire economie

De nieuwe woning wordt waar mogelijk circulair gebouwd.

Hoofdstuk 3

BELEIDSKADERS

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

Met de Nationale omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.

ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Planspecifiek Het initiatief heeft betrekking op belang 4: een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Met deze ontwikkeling wordt invulling gegeven aan een vrijkomende agrarische locatie in het landelijke gebied van Maasdriel. Conclusie Het initiatief past binnen de beleidskaders van de nationale omgevingsvisie. Het plan geeft invulling aan belang 4. Voor het overige is de ontwikkeling niet strijdig met de NOVI.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Gaaf Gelderland

Provinciale Staten hebben op woensdag 19 december 2018 ingestemd met de nieuwe 'Omgevingsvisie Gaaf Gelderland'. De kern van deze omgevingsvisie is dat een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland voorop staat. Om dit te behouden en te bereiken, worden in de omgevingsvisie drie uitgangspunten centraal gesteld: een Duurzaam, Economisch krachtig en een Verbonden Gelderland.

12

TAM-omgevingsplan Rossum, Schoofbandweg 10 - Hoofdstuk 22a

Planspecifiek Het initiatief heeft geen expliciete betrekking op een van de provinciale belangen die zijn opgenomen in de omgevingsvisie. Het initiatief staat de provinciale uitgangspunten niet in de weg en is daarmee passend binnen de provinciale omgevingsvisie. Conclusie Het initiatief past binnen de beleidskaders van de provinciale omgevingsvisie.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1

Regionale Woonagenda en Regionaal Woningbouwprogramma

Regionale Woonagenda 2020 - 2030 De provincie Gelderland geeft in de omgevingsverordening aan dat van de regio's wordt verwacht dat zij hun beleid op het gebied van wonen afstemmen met (externe) partners in een 'regionale woonagenda'. Hierin zijn de belangrijkste thema's omschreven waaraan de betreffende regio gaat werken. In de Regionale Woonagenda 2020-2030 zijn vijf thema's uitgewerkt waarop de acht regiogemeenten de komende jaren willen samenwerken. Deze thema's zijn: 1. 2. 3. 4. 5.

Continuïteit in productie Betaalbaarheid van het wonen Flexibiliteit op de woningmarkt Wonen en zorg Duurzaamheid

Planspecifiek Het initiatief is vanwege de beperkte omvang (één woning) niet opgenomen in het woningbouwprogramma in de lijst projecten categorie 1 of categorie 2. Wat betreft het programma scoort de ontwikkeling echter goed, omdat wordt bijgedragen aan het invullen van de woningbouwopgave in gemeente Maasdriel.

3.4

Gemeentelijk beleid

Bij de motivering dient aandacht te worden gevestigd op het beleid van de gemeente op het gebied van gezondheid, veiligheid, goede omgevingskwaliteit en duurzaamheid als centrale thema's gekoppeld aan maatschappelijke doelen uit artikel 1.3 van de Omgevingswet. 3.4.1

Omgevingsvisie Bommelerwaard

De gemeenteraad van Maasdriel stelde in 2022 de Omgevingsvisie Bommelerwaard vast. De omgevingsvisie gaat over de vraag: Hoe ziet de Bommelerwaard er in de toekomst uit? In de visie beschrijven we hoe we kijken naar de ontwikkeling van de gemeenten. Welke kansen én uitdagingen zijn er? Hoe willen we daarmee omgaan? Het gaat over thema's als wonen, werken, landbouw, voorzieningen, klimaat, gezondheid en cultureel erfgoed. Kortom alles wat te maken heeft met de fysieke leefomgeving komt voorbij. De visie is gebaseerd op bestaand beleid en aangevuld met nieuwe thema's en de Bommelerwaardse waarden. Het beschrijft de belangrijkste opgaven en ruimtelijke keuzes voor de Bommelerwaard, en voor Maasdriel in het bijzonder, en hoe hieraan uitvoering gegeven wordt. De omgevingsvisie is opgebouwd uit 3 hoofdonderdelen: De BommelerWaarden; De Kernopgaven; Visie en gebiedsopgaven. Gemeentelijk verkeers- en vervoersplan (Gvvp) Het oude recht (het recht van voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet) bevatte regels over het

13

TAM-omgevingsplan Rossum, Schoofbandweg 10 - Hoofdstuk 22a

opstellen van een verkeers- en vervoerplan (artikel 9 Planwet verkeer en vervoer). De omgevingsvisie uit de Omgevingswet komt in de plaats van dit sectorale strategisch beleidsdocument. In Maasdriel is het verkeers- en vervoersplan nog niet opgenomen in de omgevingsvisie. Uiterlijk in 2026 zal dat wel het geval zijn. Toch moet al rekening worden gehouden met de uitgangspunten uit het gvvp. In algemene zin moeten ruimtelijke ontwikkelingen in het kader van een goede ruimtelijke ordening worden getoetst aan de verkeersverwachting over 10 jaar. Daarvoor is een prognose van toekomstige intensiteiten in/van een verkeersmodel (prognosejaar) belangrijk. Een eerste toets richt zich daarbij of de ruimtelijke ontwikkeling al in het verkeersmodel is opgenomen en of dat in de juiste omvang (aantallen woningen, voorzieningen en dergelijke) is gebeurd. Daarvoor is een prognose van toekomstige intensiteiten in/van een verkeersmodel (prognosejaar) belangrijk. Planspecifiek Het initiatief ligt in het plangebied van de omgevingsvisie en valt binnen het deelgebied 'Open Kommen'. Relevante aandachtspunten zijn het versterken van het open karakter van het gebied. Als gevolg van dit initiatief wordt agrarische bebouwing gesloopt en wordt daarmee meer openheid gecreëerd in het gebied. Er wordt één woning gerealiseerd in het kader van dit plan.

Het agrarische karakter van het gebied blijft hiermee grotendeels in stand. De nieuwe woning voorziet in een zeer beperkte extra verkeersgeneratie. Aanpassing van de bestaande infrastructuur is niet noodzakelijk. Conclusie Het initiatief past binnen de beleidskaders van de omgevingsvisie en het gemeentelijk verkeers- en vervoersplan. Het agrarisch karakter van het gebied blijft behouden en de openheid van het gebied wordt versterkt. Er zijn geen aanpassingen aan de infrastructuur noodzakelijk. 3.4.2

Woonvisie Bommelerwaard 2021-2025

De gemeente Maasdriel heeft samen met de gemeente Zaltbommel de Woonvisie Bommelerwaard 2021-2025 opgesteld. In de visie zetten de gemeenten hun ambities uiteen uit op het gebied van wonen. Centrale thema's van de woonvisie: Snel voldoende woningen; Meer variatie; Duurzame woningvoorraad; Wonen en zorg; Leefbaarheid. De ambities en woonthema's zijn in het uitvoeringsprogramma vertaald in uitvoeringsacties. Planspecifiek De Woonvisie Bommelerwaard 2021-2025 is wel van toepassing op het initiatief. De ontwikkeling heeft beperkt betrekking op de centrale thema's van de woonvisie. Dit komt doordat het een ontwikkeling is met een beperkte omvang (het realiseren van één woning). Met dit initiatief wordt bijgedragen aan het thema 'Snel voldoende woningen'. In paragraaf 2.2.2 staat verder uitgewerkt hoe dit initiatief past binnen de concrete randvoorwaarden die zijn gesteld in het oogpunt van de omgevingskwaliteit, hier wordt ook ingegaan op volkshuisvesting. Conclusie Het initiatief past binnen de beleidskaders van de woonvisie. 3.4.3

Beleidsvisie externe veiligheid Zaltbommel en Maasdriel 2023-2027

De directe aanleiding voor het opstellen van deze beleidsvisie is de invoering van de Omgevingswet. Een van de uitgangspunten van de Omgevingswet is dat overheden bij hun plannen zo vroeg mogelijk kijken naar veiligheid. Bovendien moet de huidige visie van gemeente Zaltbommel worden geactualiseerd (gemeente Maasdriel heeft op dit moment nog geen beleidsvisie). Een deel van de huidige regels rondom externe veiligheid blijft bestaan onder de Omgevingswet. De Beleidsvisie Externe Veiligheid Zaltbommel en Maasdriel is opgesteld met als primair doel een goede

14

TAM-omgevingsplan Rossum, Schoofbandweg 10 - Hoofdstuk 22a

bouwsteen te hebben voor de omgevingsvisie (2.0 versie) en het omgevingsplan. Daarnaast bevat de beleidsvisie een beoordelingskader om bepaalde taken door de gemeente en ODR (namens gemeente) sneller, uniformer en beter te kunnen uitvoeren. Het gaat dan met name om de beoordeling van: omgevingsplanactiviteiten nabij activiteiten met EV-risico's; vergunningaanvragen en meldingen voor activiteiten met EV-risico's; vergunningaanvragen voor bouwen van activiteiten op korte afstand van specifieke activiteiten met EV-risico's. Planspecifiek De beleidsvisie externe veiligheid heeft geen betrekking op het initiatief, omdat het initiatief niet in een extern veiligheidsgebied ligt. In de nabijheid van het plangebied ligt een hogedruk aardgasleiding. De belemmeringenstrook van de leiding ligt niet over het plangebied. Tevens liggen de 1% (invloedsgebied) en 100% letaalzones niet over het plangebied. In de nabijheid van het plangebied ligt een Sevesoinrichting (Distributiecentrum Mainfreight Docks), hier worden gevaarlijke stoffen opgeslagen. Het terrein van de inrichting en de risicocontouren liggen niet over het plangebied heen. Conclusie Het initiatief past binnen de doelstellingen uit de beleidsvisie externe veiligheid, omdat het gebied niet binnen een extern veiligheidsgebied ligt. 3.4.4

Landschapsplan Bommelerwaard

Het algemeen streven van het landschapsplan is om de kernkwaliteiten te behouden, de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteit te verstreken, nieuwe functies in te passen in het landschap en nieuwe landschappelijke structuren te ontwikkelen. Het landschapsplan onderscheidt in Bommelerwaard drie landschappelijke hoofdeenheden, namelijk de rivieren met de uiterwaarden, de oeverwallen en de komgronden. De hoofdeenheden zijn onder te verdelen in deelgebieden. Voor elk deelgebied beschrijft het Landschapsplan de kenmerkende landschappelijke, cultuurhistorische en ecologische waarden. Planspecifiek Het plangebied valt onder de landschappelijk hoofdstructuur 'De Komgebieden'. De ruimtelijke karakteristiek van de komgebieden wordt bepaald door de open weidegebieden met lange rijen populieren langs de wegen (het meest in het midden en westen van de Bommelerwaard) en de verspreid gelegen boerderijen. De meeste kommen hebben een strokenverkaveling. Een groot deel van de rechte wegen en (grote) waterlopen hebben een oost-west georiënteerde ligging. In de laagste delen zijn eendenkooien en bos- en griendpercelen aanwezig (met name langs de Capreton). Het plangebied valt onder het deelgebied 'De kommen de Vliert en het Groote Lage Broek'. Dit komgebied ligt grotendeels in de gemeente Maasdriel en deels in de gemeente Zaltbommel.

Voor dit gebied gelden de volgende landschappelijke waarden: door hun openheid zijn de kommen de Vliert en het Groote Lage Broek zeer belangrijk als weidevogelgebied. De openheid van de kommen is daarnaast van belang voor de beleving en oriëntatie in het landschap, in relatie tot de ruimtelijk sterk verdichte oeverwallen; de aanwezige weteringen en kades (de Zeedijk, de Kerkwijkse Kade, de Delwijnse Kade, de Molenachterdijk, De Lange en de Korte Achterdijk) vormen een eenheid met de Hoofdwetering; ook de sterke ruimtelijke samenhang tussen de kleine weteringen en parallelle wegen wordt gezien als waardevol; in het gebied ligt een eendenkooi; de nog aanwezige ruimtelijke relatie van het komgebied met de uiterwaarden bij het Hurwenensche Broek en bij Wellseind. Hieruit komen de volgende beleidsuitgangspunten naar voren: tegengaan verdere verdichting van de komgebieden binnen de ‘centrale openruimte contour’;

15

TAM-omgevingsplan Rossum, Schoofbandweg 10 - Hoofdstuk 22a

overwegen actieve verplaatsing glastuinbouwbedrijven en champignonkwekerijen uit de komgebieden naar concentratiegebieden op de oeverwallen (voorwaarden zijn: medewerking eigenaar, financiële mogelijkheden (subsidiemogelijkheden, gemeentelijk budget); ontmoedigen uitbreiding fruitteelt (laagstamboomgaarden) in centrale delen komgebieden en stimuleren verplaatsing naar de randen/oeverwallen (omvorming naar weidegrond); tegengaan versnippering (actief ontsnipperen) en verdichting langs infrastructuur; tegengaan verstoring komgebieden door geluid en verlichting en versterken rust (weidevogels); behoud differentiatie overgangen naar de oeverwallen. Voor de nieuw te realiseren woning is een landschappelijke inpassing opgesteld, zie Bijlage 1. In de landschappelijke inpassing is de meest wenselijke locatie van de nieuwe woning aangegeven. De gevel van de nieuwe bebouwing ligt evenwijdig aan de Schoofbandweg. De houtsingel aan de oostzijde wordt versterkt en doorgetrokken. Op het erf komen enkele losse bomen te staan, waardoor het open karakter van de omgeving niet wordt verstoord. Op de hoeken van het perceel komen enkele boomgroepen met boomsoorten die aansluiten op het bomenstructuurplan van de gemeente. Conclusie Het initiatief past binnen de doelstellingen uit het landschapsplan.

3.4.5 Beleidskader hergebruik vrijgekomen agrarische bedrijfsbebouwing in het buitengebied (VAB) Bommelerwaard In 2017 heeft de gemeenteraad het beleidskader Hergebruik vrijgekomen agrarische bedrijfsbebouwing in het buitengebied (VAB) Bommelerwaard vastgesteld. Het beleid biedt de mogelijkheid om de landschappelijke en ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied te verbeteren door hergebruik en functieverandering van leegstaande en verouderde agrarische bedrijfsgebouwen. Ook kan via sloop en nieuwbouw functieverandering plaatsvinden. Stoppende agrariërs hebben op basis van het beleid de mogelijkheid nieuwe initiatieven te ontwikkelen. Het beleidskader biedt mogelijkheden voor het wijzigen van het agrarisch gebruik naar wonen, niet-agrarische bedrijvigheid, kleinschalige recreatie, zorgvoorzieningen of een veldopstelling van zonnepanelen. Planspecifiek Het beleidskader biedt de mogelijkheid tot het bouwen van één vrijstaande woning met een volume van maximaal 1.200 m³ in ruil voor sloop van tussen de 2.500-5.000 m² bedrijfsgebouwen.

Voorts gelden de volgende (voor dit plan relevante) voorwaarden: Alle op het perceel aanwezige voormalige bedrijfsgebouwen, bouwwerken en overige voorzieningen dienen te worden gesloopt/verwijderd (ook al telt de oppervlakte hiervan niet mee bij het berekenen van de oppervlakte van de gesloopte bedrijfsgebouwen), uitgezonderd de hoeveelheid bij recht toegestane bijgebouwen, voor zover die qua aard en schaal passen bij de woning(en), en met uitzondering van monumentale gebouwen of gebouwen die door de gemeente zijn aangemerkt als karakteristiek en/of beeldbepalend. Per saldo (na aftrek van de oppervlakte van de bij recht toegestane bijgebouwen) moet wel altijd de sloopdrempel van 1.000 m² worden gehaald. Uitgangspunt is dat nieuwbouw plaatsvindt op het perceel waar ook de sloop plaatsvindt. Soms zijn daartoe aantoonbaar geen mogelijkheden of is een andere locatie ruimtelijk gezien een goed alternatief. In deze gevallen kan de nieuwbouw ook op een andere locatie/perceel binnen de Bommelerwaard plaatsvinden, mits daarbij een, vanuit het oogpunt van ruimtelijke en landschappelijke kwaliteit, goed plan wordt overlegd. De maximale omvang van de nieuw te bouwen woning(en) bedraagt 750 m3 , uitgezonderd de maximale omvang van een 'woning met een grotere maatvoering' die 1.200 m3 bedraagt. De minimale omvang van de nieuw te bouwen woning(en) bedraagt 350 m3 .

Een zorgvuldige landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing van de nieuwe woning en de bijgebouwen. Nieuw te bouwen woningen mogen niet leiden tot beperking van de ontwikkelingsmogelijkheden voor

16

TAM-omgevingsplan Rossum, Schoofbandweg 10 - Hoofdstuk 22a

omliggende (agrarische) bedrijven. Bepalend daarbij zijn de zoneringen, afstanden en normen, zoals die op basis van geldende wet- en regelgeving en richtlijnen, waaronder de Wet milieubeheer en de VNG-handreiking Bedrijven en milieuzonering, van toepassing zijn. Gemeenten zullen bij het verlenen van goedkeuring aan het oprichten van nieuwe woningen de belangen die gediend zijn met functieverandering dan ook moeten afwegen tegen de toekomstperspectieven en -plannen van omliggende (agrarische) bedrijven. In het plangebied staat het agrarische bedrijf met bedrijfsgebouwen, waarvan minimaal 1.750 m2 wordt gesloopt. Naast de voormalige bedrijfswoning wordt één nieuwe vrijstaande woning toegestaan. Voorts wordt op de volgende wijze aan de aanvullende voorwaarden voldaan: het bestaande agrarische bedrijf zal worden weggestemd; de nieuwe woning wordt gebouwd aan de Schoofbandweg op hetzelfde perceel; de inhoud van de voormalige bedrijfswoning wordt als maximum opgenomen, te weten 825 m3 . Het bestaande inpandig bijgebouw (circa 332 m3 ) blijft behouden. Daarnaast mag nog 85 m2 bijgebouwen worden toegevoegd; het plan omvat landschappelijke inpassing (zie Bijlage 1); de nieuwe woning vormt geen belemmering voor omliggende agrarische bedrijven. Conclusie Het plan is niet in strijd met het VAB-beleid. 3.4.6

Huisvesting arbeidsmigranten gemeente Maasdriel 2019

Arbeidsmigranten zijn van groot economisch belang met name voor agrariërs en (delen van) het bedrijfsleven. De gemeente Maasdriel streeft daarom naar goede huisvesting van arbeidsmigranten en wil, mede uit dat oogpunt, streng optreden tegen illegale en ondeugdelijke huisvesting van arbeidsmigranten. Daarnaast heeft dit beleid als doel om ongewenste concentratie van huisvesting van arbeidsmigranten in een straat of wijk te voorkomen, conform het Bestuursakkoord. Het beleid is zodanig ingericht dat de nadruk ligt bij de huisvesting op het terrein van de werkgever. De mogelijkheden worden hiervoor in het beleid verruimd. Daarnaast blijft het mogelijk om arbeidsmigranten te huisvesten in woningen. De mogelijkheden worden in (dorps)kernen en wijken beperkt ten opzichte van het voorgaande beleid. In hele specifieke gevallen kan de gemeente geconcentreerde huisvesting mogelijk maken. Planspecifiek Het beleid Huisvesting arbeidsmigranten heeft geen betrekking op het initiatief, omdat de ontwikkeling gericht is op de realisatie van één woning, niet voor de huisvesting van arbeidsmigranten. Conclusie Het initiatief past binnen beleid Huisvesting arbeidsmigranten, omdat de ontwikkeling de realisatie van een woning mogelijk maakt. De ontwikkeling maakt geen huisvesting van arbeidsmigranten mogelijk. 3.4.7

Overig gemeentelijk beleid

De gemeente Maasdriel beschikt verder over een aantal beleidsnota's die richting geven aan de invulling van het initiatief. Daarbij gaat het om (niet-limitatief): Water- en rioleringsplan Bommelerwaard 2022-2026 Hemelwaterbeleid gemeente Maasdriel (2022) Deelvisie groen- en bomen Welstandsnota (2004) Nota Bodembeheer Archeologische beleidskaart Speelruimteplan Maasdriel Basis Leidraad Openbare Ruimte (BLOR)

17

TAM-omgevingsplan Rossum, Schoofbandweg 10 - Hoofdstuk 22a

Indien van toepassing zijn deze beleidskaders meegenomen in de uitwerking van Hoofdstuk 3 en Hoofdstuk 4.

Hoofdstuk 4 4.1

INSTRUCTIES EN OMGEVINGSASPECTEN

Instructieregels Rijk (Bkl)

Artikel 2.25 en artikel 2.26 van de Omgevingswet bepalen dat een omgevingsplan moet voldoen aan Hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl). 4.1.1

Dienstenrichtlijn (art. 5.1a Bkl)

Een omgevingsplan voldoet aan artikel 14, aanhef en onder 5, van de Dienstenrichtlijn. Conclusie Het initiatief voldoet aan de Dienstenrichtlijn, omdat in deze ontwikkeling geen dienst mogelijk wordt gemaakt die afhankelijk is van economische criteria. 4.1.2

Waarborgen van de veiligheid (§ 5.1.2 Bkl)

In deze paragraaf gaat het om instructieregels over externe veiligheid. In een omgevingsplan wordt voor risico's van branden, rampen en crisissen, als bedoeld in artikel 10, onder a en b van de Wet veiligheidsregio's, rekening gehouden met het belang van: a. b. c.

het voorkomen, beperken en bestrijden daarvan; de mogelijkheden voor personen om zich daarbij in veiligheid te brengen; en de geneeskundige hulpverlening, bedoeld in artikel 1 van die wet.

Het gaat onder andere om instructieregels over: de beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en de beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties waarvoor de regels gelden; de risicovolle activiteiten waarvoor de regels gelden; het plaatsgebonden risico (tot waar gelden de afstanden; rekenregels); het groepsrisico (begrenzing van de aandachtsgebieden). Planspecifiek De instructieregels uit deze paragraaf hebben geen betrekking op het initiatief.

18

TAM-omgevingsplan Rossum, Schoofbandweg 10 - Hoofdstuk 22a

Uitsnede kaart Atlas Leefomgeving, plangebied aangegeven met de blauwe cirkel In de nabijheid van het plangebied ligt een hogedruk aardgasleiding. Gelet op artikel 5.18 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) is een belemmeringenstrook tot 4 m aan weerszijde van de buisleiding aanwezig. Deze belemmeringenstrook ligt niet over het plangebied. Tevens liggen de 1% (invloedsgebied) en 100% letaalzones niet over het plangebied. In de nabijheid van het plangebied ligt een Sevesoinrichting (Distributiecentrum Mainfreight Docks), hier worden gevaarlijke stoffen opgeslagen. Het terrein van de inrichting ligt niet over het plangebied heen. Wel ligt het gifwolkaandachtsgebied van dit bedrijf over het plangebied heen. Bij een incident op dit terrein kunnen ter plaatse van het plangebied effecten ontstaan als gevolg van een gifwolk. Om deze effecten te mitigeren, is het noodzakelijk dat de ventilatie binnen de nieuwe woning handmatig kan worden uitgeschakeld zodat de lucht binnen de woning schoon blijft. De woning dient eveneens als schuilgelegenheid in het geval van een incident. Ook zijn er voldoende vluchtroutes rondom het plangebied, en zijn er voldoende toegangsroutes voor hulpdiensten. Te treffen maatregelen en conclusie Het initiatief voldoet aan de instructieregels uit deze paragraaf.

Wat betreft de risico's rondom het plangebied geldt dat ter plaatse van de ontwikkeling voldoende schuilmogelijkheden zijn. Ook zijn er voldoende toegangs- en vluchtroutes. Daarmee blijft het groepsrisico ter plaatse beheersbaar. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Vanuit het aspect waarborgen van de veiligheid is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies. 4.1.3

Beschermen van de waterbelangen (§ 5.1.3 Bkl)

In een omgevingsplan wordt rekening gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen (vergelijkbaar met de huidige watertoets in bestemmingsplannen). Daarbij worden, voor een duiding van die gevolgen, de opvattingen van het bestuursorgaan dat is belast met het beheer van die watersystemen betrokken (het waterschap). Er gelden ook specifieke instructieregels over onderdelen van watersystemen in het omgevingsplan, zoals primaire waterkeringen, het kustfundament en het rivierbed van de grote rivieren. De reserveringsgebieden voor de lange termijn voor de Maas zijn onder andere de dijkverlegging Alem en de dijkverleggingen Hedel waarvan de geometrische begrenzing bij ministeriële regeling is vastgelegd. Uit de weging van het waterbelang kan volgen dat het gewenst is beperkingen op te leggen aan bepaalde

19

TAM-omgevingsplan Rossum, Schoofbandweg 10 - Hoofdstuk 22a

ruimtelijke ontwikkelingen. Dit gaat uitdrukkelijk ook over het grondwaterbelang. Grondwater is niet altijd in beeld bij ruimtelijke ontwikkelingen, maar speelt wel een grote rol. Bijvoorbeeld bij de ontwikkeling van een nieuwbouwproject. Door het grondwaterbelang mee te wegen, kunnen beheerproblemen worden voorkomen na oplevering van de nieuwbouw. Planspecifiek en onderzoek Bij elke ruimtelijke ontwikkeling is de opstelling van een waterparagraaf verplicht gesteld, mede in relatie tot het wateradvies. Het wateradvies voor de ontwikkeling op deze locatie heeft digitaal plaatsgevonden. Het resultaat is opgenomen in Bijlage 2. In deze memo wordt het geldende waterbeleid beschreven en verwoord hoe in het plan met de aspecten water en ruimte rekening wordt gehouden, in relatie tot enerzijds het waterbeleid en anderzijds de waterhuishouding. In het ontwerp is rekening gehouden met een woning van 150 m2 en met een verhard erf van circa 500 m2 . Totaal is sprake van 650 m2 verhard oppervlak in de nieuwe situatie. In het kader van deze ontwikkeling is circa 1.800 m2 agrarische bedrijfsbebouwing verwijderd. Ook is een loods verwijderd met bijhorende verharding met een oppervlak van circa 400 m2 . Deze loods bevond zich direct achter de bestaande woning Schoofbandweg 10.

Te treffen maatregelen en conclusie In de landschappelijke inpassing (Bijlage 1) is de waterparagraaf voor de ontwikkeling van een nieuwe vrijstaande woning ter plaatse van Schoofbandweg 10 uitgewerkt. Het plan voorziet in een toename van verharding ter plaatse. Hiervoor worden compenserende maatregelen getroffen. Het initiatief is in lijn met de geldende beleidskaders en regelgeving ter plaatse. Het aspect water staat dit initiatief niet in de weg. Vanuit het aspect beschermen van de waterbelangen is sprake van een evenwichtige toedeling van functies. 4.1.4

Beschermen van de gezondheid en van het milieu (§ 5.1.4 Bkl)

4.1.4.1 Kwaliteit van de buitenlucht (§ 5.1.4.1) De artikelen 5.50 en 5.51 Bkl bevatten instructieregels voor specifieke situaties: het aanleggen of wijzigen van een wegtunnelbuis, het aanleggen van snelwegen en autowegen, het toelaten van activiteiten die een toename van de verkeersintensiteit veroorzaken op wegen, vaarwegen en spoorwegen en milieubelastende activiteiten waarover in het Besluit activiteiten leefomgeving regels zijn gesteld het oog op het beperken van verontreiniging van de lucht. Als de activiteiten leiden tot een verhoging van de concentratie in de buitenlucht van stikstofdioxide of PM10 , moeten in een omgevingsplan specifieke omgevingswaarden in acht genomen. Ook zijn gemeentes benoemd die worden aangewezen als aandachtsgebied luchtkwaliteit. Voor deze gemeenten gelden aanvullende omgevingswaarden. De gemeente Maasdriel behoort niet tot een aandachtsgebied luchtkwaliteit. Het is in ieder geval niet toegestaan om bepaalde activiteiten toe te laten (standaardgevallen NIBM) die leiden tot een verhoging van de kalenderjaargemiddelde concentratie van stikstofdioxide en PM10 van 1,2 µg/m3 of minder bedoeld in artikel 5.54 Bkl. NIBM staat voor: niet in betekenende mate. Een project of activiteit draagt niet in betekenende mate bij als de toename van de concentratie NO2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 µg/m3 .

Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. Planspecifiek De instructieregels uit deze paragraaf hebben geen betrekking op het initiatief. De wijziging van het plan voorziet in het bouwen van slechts één extra woning. Op basis hiervan kan worden gesteld dat het project niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Dit betekent dat de ontwikkeling ruim onder de NIBM-grenzen valt. Zie de tabel hieronder.

20

TAM-omgevingsplan Rossum, Schoofbandweg 10 - Hoofdstuk 22a

Te treffen maatregelen en conclusie Gelet op vorenstaande vormt het aspect luchtkwaliteit geen belemmeringen voor onderhavige planontwikkeling. Vanuit het aspect kwaliteit van de buitenlucht is sprake van een evenwichtige toedeling van functies. 4.1.4.2 Geluid Geluid door activiteiten (§ 5.1.4.2) In een omgevingsplan moet rekening worden gehouden met het geluid door activiteiten op geluidgevoelige gebouwen (artikel 5.59 Bkl). Dat is het geval bij het toelaten van een activiteit op een locatie, anders dan het wonen, die geluid veroorzaakt op een geluidgevoelig gebouw dat is toegestaan. En bij het toelaten van een geluidgevoelig gebouw waarop geluid wordt veroorzaakt door een activiteit op een locatie die is toegestaan, anders dan het wonen. Een omgevingsplan moet erin voorzien dat het geluid door een activiteit op geluidgevoelige gebouwen aanvaardbaar is (artikel 5.59 Bkl). Voor de volgende activiteiten gelden verschillende specifieke instructieregels: standaardactiviteiten (paragraaf 5.1.4.2.1 en 5.1.4.2.2 Bkl); specifieke activiteiten (paragraaf 5.1.4.2.1 en 5.1.4.2.3 Bkl); activiteiten op industrieterrein met een geluidproductieplafond (gpp); 'activiteiten in de openbare buitenruimte' en evenementen ((paragraaf 5.1.4.2.1 en artikel 5.73 (uitzonderingen geluidbronnen) Bkl).

Geluid door infrastructuur (§ 3.5) Bij toelaten van een activiteit, gemeenteweg, waterschapsweg, lokale spoorweg of geluidgevoelig gebouw op een locatie houdt het bevoegd gezag in ieder geval rekening met geluid. Deze instructieregel bevat geen concreet kwaliteitsniveau voor geluid. Daarom heeft het bevoegd gezag een grote beoordelingsvrijheid. Planspecifiek De instructieregels uit deze paragraaf hebben wel betrekking op het initiatief. Door Econsultancy is op 27 februari 2024 een onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd, zie Bijlage 3. De geluidbelasting op de nieuw te bouwen woning bedraagt ten hoogste 56 Lden als gevolg van de provinciale weg en ten hoogste 51 Lden als gevolg van de gemeenteweg. Aan de standaardwaarde van de gemeenteweg wordt voldaan. Als gevolg van de provinciale weg treedt een overschrijding op van de standaardwaarde. De grenswaardewaarde van 60 Lden wordt niet overschreden. Te treffen maatregelen en conclusie

21

TAM-omgevingsplan Rossum, Schoofbandweg 10 - Hoofdstuk 22a

De berekende geluidbelasting bedraagt 56 Lden en overschrijdt daarmee de voorkeurswaarde van 50 dB. Het treffen van bron- en overdrachtsmaatregelen is niet doelmatig, waardoor de geluidbelasting niet terug wordt gebracht naar de standaardwaarde. Voor de woning dient het akoestisch klimaat in de woning (de zogenaamde binnenwaarde) te worden gegarandeerd. Voor de bouw van de woning is een nader onderzoek naar de geluidwering van de gevels noodzakelijk. Dit onderzoek wordt uitgevoerd en wordt ingediend bij de bouwvergunning. 4.1.4.3 Trillingen (§ 5.1.4.4 Bkl) In een omgevingsplan wordt rekening gehouden met trillingen door activiteiten in trillinggevoelige ruimten van trillinggevoelige gebouwen (artikel 5.83 Bkl). Dat geldt bij het toelaten van een activiteit op een locatie, anders dan wonen, die trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz veroorzaakt in een trillinggevoelige ruimte van een toegestaan trillinggevoelig gebouw (artikel 5.79 Bkl). Dat geldt ook bij het toelaten van een trillinggevoelig gebouw waarop trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz worden veroorzaakt door een toegestane activiteit, anders dan het wonen (artikel 5.79 Bkl). Een omgevingsplan voorziet erin dat trillingen door een activiteit in trillinggevoelige ruimten van trillinggevoelige gebouwen aanvaardbaar zijn (artikel 5.83 Bkl). Planspecifiek De ontwikkeling betreft het realiseren van een woning.

Voor de sloop- en bouwprocessen wordt in het kader van de sloopvergunning onderbouwd of en hoe rekening wordt gehouden met mogelijke trillinghinder voor omliggende functies. Wat betreft de gevoeligheid van de nieuwe woningen voor trillingen kan vooraf worden uitgesloten dat er geen grote bronnen aanwezig zijn die trillinghinder kunnen veroorzaken. Grote (spoor)wegen liggen op grotere afstand. Te treffen maatregelen en conclusie Het initiatief voldoet aan de instructieregels uit deze paragraaf. Vanuit het aspect trillingen is sprake van een evenwichtige toedeling van functies. 4.1.4.4 Slagschaduw van windturbines (§ 5.1.4.4a) Als een windturbine met een rotordiameter van 2 m of meer op een locatie wordt toegelaten of een slagschaduw gevoelig gebouw waarop slagschaduw wordt veroorzaakt door een dergelijke windturbine, gelden voor het aspect slagschaduw instructieregels. Deze instructieregels gelden alleen ter bescherming van slagschaduw gevoelige gebouwen, zoals woningen, scholen, ziekenhuizen en kinderdagverblijven. Er geldt een tijdelijke uitzondering voor windparken (artikel 5.89aa Bkl). Planspecifiek De instructieregels uit deze paragraaf hebben geen betrekking op het initiatief, omdat in het plangebied of in de omgeving van het plangebied geen windturbines voorkomen.

Te treffen maatregelen en conclusie Het initiatief voldoet aan de instructieregels uit deze paragraaf; er komen geen windturbines in het plangebied en in de omgeving voor. Vanuit het aspect slagschaduw van windturbines is sprake van een evenwichtige toedeling van functies. 4.1.4.5 Bodemkwaliteit (§ 5.1.4.5) Het Rijk stelt instructieregels aan gemeenten voor het toelaten van een bouwactiviteit op een bodemgevoelige locatie. De gemeente moet daarom regels voor het tegengaan van bouwen op verontreinigde bodem opnemen in het omgevingsplan. De gemeente zorgt ervoor dat nazorg en instandhouding van bodemmaatregelen na het saneren in het omgevingsplan komt. Een omgevingsplan bepaalt daarom dat bepaalde maatregelen in stand moeten worden gehouden, moeten worden onderhouden of moeten worden vervangen, met daarbij op welke wijze en binnen welke termijn.

22

TAM-omgevingsplan Rossum, Schoofbandweg 10 - Hoofdstuk 22a

Planspecifiek Door Terra Milieu bv is op 1 maart 2024 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het plangebied (zie Bijlage 4). Naar aanleiding van dit onderzoek zijn twee nadere bodemonderzoeken uitgevoerd: een eindsituatie bodemonderzoek en een asbest bodemonderzoek. Deze onderzoeken zijn opgenomen in Bijlage 5 en Bijlage 6. Het eindsituatie bodemonderzoek concludeert dat de voormalige bodem belastende activiteiten mogelijk maximaal lichte verontreinigingen hebben veroorzaakt. Verhogingen ten opzichte van de bodemkwaliteitsklasse landbouw/natuur, respectievelijk de streefwaarde, worden vaker aangetroffen tijdens bodemonderzoeken en geven geen bezwaar. Op basis van dit bodemonderzoek zijn er geen belemmeringen of gebruiksbeperkingen met betrekking tot het huidige en/of toekomstige gebruik van de locatie. Het asbestonderzoek concludeert dat analytisch geen asbest is aangetroffen in de bodem en de (half)verharding. Op basis van dit bodemonderzoek zijn er geen belemmeringen met betrekking tot het huidige en/of toekomstige gebruik van de locatie. Vanuit de resultaten bestaat geen noodzaak tot het uitvoeren van sanerende maatregelen. De resultaten van het bodemonderzoek geven geen aanleiding om een nieuw onderzoek met een gewijzigde onderzoeksstrategie uit te voeren.

Te treffen maatregelen en conclusie Uit de onderzoeken blijkt dat de bodemkwaliteit ter plaatse geschikt is voor het gebruik van de grond voor wonen. Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de realisatie van dit plan. Vanuit het aspect bodemkwaliteit is sprake van een evenwichtige toedeling van functies. 4.1.4.6 Geur (§ 5.1.4.6) In een omgevingsplan wordt rekening gehouden met de geur door activiteiten op geurgevoelige gebouwen (artikel 5.92 Bkl). Een omgevingsplan moet erin voorzien dat de geur door een activiteit op geurgevoelige gebouwen aanvaardbaar is. Let op, in geval van functionele binding tussen gebouw en activiteit kunnen uitzonderingen gelden (artikelen 5.95 en 5.96 Bkl). Indien het omgevingsplan regels bevat over geur door het exploiteren van zuiveringtechnische werken, door het houden van landbouwhuisdieren in een dierenverblijf, door andere agrarische activiteiten wijst in het omgevingsplan, één of meer bebouwingscontouren geur aan rond stedelijk gebied (artikel 5.97 Bkl). De geometrische begrenzing moet worden vastgelegd in het omgevingsplan. Stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied of lintbebouwing langs wegen, waterwegen of waterkeringen binnen de bebouwingscontour worden opgenomen.

Er gelden specifieke instructieregels indien het initiatief betrekking heeft op: geur door het exploiteren van zuiveringtechnische werken (§ 5.1.4.6.2); geur door het houden van landbouwhuisdieren in een dierenverblijf (§ 5.1.4.6.3); geur door andere agrarische activiteiten (§ 5.1.4.6.4). Planspecifiek Op 14 maart 2024 is door De Roever Omgevingsadvies onderzoek gedaan naar geurhinder van veehouderijen, zie Bijlage 7. In de omgeving van het plangebied liggen veehouderijen. Deze veehouderijen en de totale geuremissies zijn aangegeven op onderstaande afbeelding.

23

TAM-omgevingsplan Rossum, Schoofbandweg 10 - Hoofdstuk 22a

Veehouderijen en geuremissies Voor dieren waarvoor in de Omgevingsregeling geen geuremissiefactoren zijn vastgesteld, moet een afstand van 50 m tussen het emissiepunt van een dierenverblijf en de gevel van een geurgevoelig object buiten een bebouwde kom in acht worden genomen. Daarnaast geldt een gevel-gevelafstand van 25 m tussen de gevel van een dierenverblijf en een gevel van een geurgevoelig object buiten een bebouwde kom. Voor de om te zetten agrarische bedrijfswoning naar burgerwoning geldt volgens artikel 22.100 van het omgevingsplan een afstandseis van 50 m (een woning die op of na 19 maart 2000 heeft opgehouden deel uit te maken van een veehouderij). Op onderstaande afbeelding is de afstandscontour van 50 m rondom de bouwvlakken van veehouderijen weergegeven.

24

TAM-omgevingsplan Rossum, Schoofbandweg 10 - Hoofdstuk 22a

Geurafstanden De bestaande woning en beoogde woning liggen buiten de afstandscontouren. Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en de belangen van veehouderijen worden niet geschaad. Hierbij is rekening gehouden met de maximale planologische mogelijkheden. Gelet op de geuremissie van de omliggende veehouderijen in relatie tot de afstand tot het plangebied zijn de veehouderijen aan Schoofbandweg 6 en Veilingweg 1 maatgevend voor de geurbelasting ter plaatse van het plangebied. Voor vorengenoemde veehouderijen is een berekening van de voorgrondbelasting uitgevoerd. Daarbij is uitgegaan van de maximale planologische mogelijkheden. Dat wil zeggen dat (uitgaande van de vergunde of gemelde veebezetting en stalsystemen) een emissiepunt is gekozen op de rand van het bouwvlak van de veehouderij, zo dicht mogelijk bij het plangebied. De hoogst berekende voorgrondbelasting ter plaatse van de beoogde woning bedraagt 0,4 ouE/m3 . Er wordt voldaan aan de geurnorm van 8 ouE/m3 . De veehouderijen worden niet in de belangen geschaad. Bij een onderzoek naar de achtergrondbelasting worden alle veehouderijen binnen een straal van 2 km van het plangebied betrokken. De achtergrondbelasting op de rand van het plangebied bedraagt ten hoogste 2,4 ouE/m3 . Deze waarde komt overeen met een ‘goed’ woon- en leefklimaat.

Als vuistregel geldt dat de achtergrondbelasting maatgevend is als deze meer dan het dubbele bedraagt van de voorgrondbelasting. Dat is hier het geval; de achtergrondbelasting is maatgevend en aanvaardbaar. Te treffen maatregelen en conclusie Geconcludeerd wordt dat het aspect geur geen belemmering vormt voor onderhavige ontwikkeling. Vanuit het aspect geur is sprake van een evenwichtige toedeling van functies.

25

TAM-omgevingsplan Rossum, Schoofbandweg 10 - Hoofdstuk 22a

4.1.5 Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (§ 5.1.5 Bkl) 4.1.5.1 Ladder voor duurzame verstedelijking (§ 5.1.5.4 Bkl) Voor zover een omgevingsplan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, wordt met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand in het omgevingsplan rekening gehouden met (artikel 5.129g): a. b.

de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling; als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien.

Vorenstaande geldt voor een stedelijke ontwikkeling die bestaat uit de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is. Tot stedelijk gebied wordt niet gerekend een stedelijke ontwikkeling waarvoor: a. b.

op grond van het omgevingsplan een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist; al een behoefteonderzoek (laddertoets) is gedaan.

Planspecifiek De instructieregels uit deze paragraaf hebben geen betrekking op het initiatief. Op basis van jurisprudentie blijkt dat één of enkele woningen niet worden gezien als een stedelijke ontwikkeling (ABRvS 14 januari 2014, nr. 201308263/2/R4; Midden-Delfland). Het initiatief betreft de realisatie van één vrijstaande woning. Vanwege de kleinschalige omvang van het project kan worden geconcludeerd dat geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. De duurzaamheidsladder is niet van toepassing. Conclusie De ontwikkeling voldoet aan het Besluit kwaliteit leefomgeving en aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. 4.1.5.2 Cultureel erfgoed en werelderfgoed (§ 5.1.5.5 Bkl) In een omgevingsplan wordt rekening gehouden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed, met inbegrip van bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten. Planspecifiek ('Archeologische waarden) Het plangebied valt in de beleidszone ''geen voorschriften''.

26

TAM-omgevingsplan Rossum, Schoofbandweg 10 - Hoofdstuk 22a

In of in de nabijheid van het plangebied zijn geen waardevolle cultuurhistorische waarden aanwezig. De instructieregels uit deze paragraaf hebben wel betrekking op het initiatief, omdat het plangebied valt onder de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 5. Hiervoor zijn planregels opgenomen in Artikel 14. Eveneens wordt rekening gehouden met landschappelijke inpassing, hiervoor is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld, dit wordt verder toegelicht in paragraaf 1.4 en in paragraaf 3.4.4. Op onderstaande afbeelding is een uitsnede van de provinciale cultuurhistorische waardenkaart weergegeven met het plangebied daarop rood omlijnd.

Provinciale cultuurhistorische waardenkaart. Plangebied rood omlijnd. Te treffen maatregelen en conclusie Het initiatief voldoet aan de instructieregels uit deze paragraaf. Er bevinden zich archeologische

27

TAM-omgevingsplan Rossum, Schoofbandweg 10 - Hoofdstuk 22a

verwachtingswaarden op het perceel. Met deze waarden is rekening gehouden bij de uitwerking van het plan. Ook worden de waarden geborgd in dit plan. Vanuit het aspect cultureel erfgoed en werelderfgoed is sprake van een evenwichtige toedeling van functies. 4.1.6

Behoud van ruimte voor toekomstige functies (§ 5.1.6 Bkl)

Op grond van de instructieregels van het Bkl mogen de activiteiten die met een omgevingsplan worden toegestaan, geen belemmering vormen voor de bestemming die daaraan is gegeven binnen reserveringsgebieden voor autowegen, autosnelwegen, hoofdspoorwegen, buisleidingen van nationaal belang. Deze instructieregels zijn niet van toepassing op activiteiten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit al rechtmatig op een locatie worden verricht of zijn toegestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van die bepalingen. Planspecifiek De instructieregels uit deze paragraaf hebben geen betrekking op het initiatief, omdat er geen reserveringsgebieden voor autowegen, autosnelwegen, hoofdspoorwegen, buisleidingen van nationaal belang binnen het plangebied liggen. Te treffen maatregelen en conclusie Het initiatief voldoet aan de instructieregels uit deze paragraaf want er liggen geen reserveringsgebieden voor autowegen, autosnelwegen, hoofdspoorwegen, buisleidingen van nationaal belang binnen het plangebied. Vanuit het aspect behoud van ruimte voor toekomstige functies is sprake van een evenwichtige toedeling van functies.

4.1.7 Behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (§ 5.1.7) Het Rijk geeft in deze paragraaf instructieregels voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Bovenlokale belangen werken daarmee door in de vaststelling en wijziging van een omgevingsplan. Deze instructieregels zijn niet van toepassing op activiteiten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit al rechtmatig op een locatie worden verricht of zijn toegestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van die bepalingen. Planspecifiek De instructieregels in deze paragraaf zijn niet van toepassing op het initiatief. Het plan heeft geen invloed op de landsverdediging en nationale veiligheid, omdat er geen militaire terreinen of terreinen met een militair doel in het gebied zijn. Bovendien is binnen het gebied geen locatie voor elektriciteitsvoorziening, grootschalige elektriciteitsopwekking, kernenergiecentrales of hoogspanningsverbindingen. Er is ook geen vrijwaringsgebied voor rijksvaarwegen in het gebied aanwezig. Aangezien er geen vliegveld op de locatie of in de directe omgeving ligt, zijn de instructies voor de burgerluchtvaart niet van toepassing op deze ontwikkeling. Bovendien zijn er geen nationale fiets- en wandelroutes aanwezig.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16988988/1