Bijlage 2 Diverse onderzoeken Blankensteijn 1-9 en Dreef 2
Tekst van het document
RAPPORT: Diverse onderzoeken Blankensteijn 1‐9 en Dreef 2 te Hedel
PROJECTNUMMER: B16.6633
VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V. Van Voordenpark 16 5301 KP Zaltbommel TEL: 0418-572060 FAX: 0418-515722 www.verhoevenmilieu.nl info@verhoevenmilieu.nl
RAPPORT: Diverse onderzoeken, Blankensteijn 1-9 en 11 en Dreef 2 te Hedel
PROJECTNUMMER: B16.6633
OPDRACHTGEVER: Woonstichting De Kernen
DATUM: 2 mei 2017
Auteur:
Autorisatie:
ing. M. Hennekes Projectmedewerker Verhoeven Milieutechniek B.V.
ing. H.M.W. van der Donk Senior projectleider Verhoeven Milieutechniek B.V.
B16.6633/R6633/MH
2 SAMENVATTING Woonstichting De Kernen heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. opdracht gegeven voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek en een indicatief onderzoek naar asbest ter plaatse van de Blankensteijn 1-9 en 11 en de Dreef 2 te Hedel. De onderzoeken, in het kader de voorgenomen herontwikkeling zijn uitgevoerd conform de normen NEN 5725:2009 en NEN 5740/A1 en afgeleid van de NEN 5707:2015 en afgeleid van de NEN 5897. Verhoeven Milieutechniek B.V. is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2019, afgegeven door Eerland Certification). De werkzaamheden zijn uitgevoerd conform BRL SIKB 2000 (versie 5), protocol 2001, het plaatsen van handboringen en peilbuizen (versie 3.2) en protocol 2002, het nemen van grondwatermonsters (versie 4). Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Namens Verhoeven Milieutechniek B.V. zijn de werkzaamheden gecoördineerd door de heer ing. H.M.W. van der Donk.
Conclusies historisch onderzoek en locatiebezoek Tijdens het bodemonderzoek voor de locatie gelegen aan de Dreef 2, Blankensteijn 9 en 11 te Hedel dient rekening te worden gehouden met de volgende zaken: Huidige/voormalige bebouwing; Achterkant bebouwing: grondophoging (<500 m2); Enkele gedempte sloten/greppels; Aanwezigheid van asbest (kleine kans op basis van de Asbestkansenkaart en puinlaag in voorgaande onderzoeken); Op de locatie zijn verder geen bodembedreigende activiteiten aanwezig (geweest). Op de locatie en in de directe omgeving (< 25 m) zijn geen boomgaarden aanwezig geweest. Conclusie verkennend bodemonderzoek Voor de onderzoekslocatie werd de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de gestelde hypothese aangenomen. Ter plaatse van de onderzoekslocatie is in de bovengrond ter plaatse van boring B03 een sterk verhoogd gehalte voor lood aangetoond. Tevens zijn in de bovengrond ter plaatse van boringen B03, B04, PB10 en B26 licht verhoogde gehalten voor zink aangetoond die de index van 0,5 overschrijden. Uit de NEN-analyses uit het verkennend onderzoek en de aanvullende analyses is gebleken dat de ondergrond ter plaatse van diverse boringen maximaal licht verontreinigd is met zink, waarbij de index van 0,5 niet wordt overschreden.
Overige zware metalen, PAK en PCB zijn in de boven- en ondergrond maximaal licht verhoogd aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden, waarbij de index van 0,5 niet wordt overschreden. In het grondwater zijn licht verhoogde gehalten voor barium en molybdeen aangetoond die onder de index van 0,5 blijven.
Diverse onderzoeken, Blankensteijn 1-9 en 11 en Dreef 2 te Hedel Rapportnr.: B16.6633 versie: 1.0 datum: 2 mei 2017
3 Op basis van de huidige onderzoeksresultaten is derhalve minimaal sprake van 3 deellocaties met licht (index >0,5) en/of sterk verontreinigde grond voor zink en/of lood. Het betreft resumerend de onderstaande deellocaties: - Sterke loodverontreiniging en zink met index >0,5 in de bovengrond tot 0,5 m-mv bij de boringen B03 en B04; - Zink met index >0,5 in bovengrond bij boring PB10; - Zink met index >0,5 in de oorspronkelijke bovengrond bij boring B26. Conclusie indicatief onderzoek naar asbest Voor wat betreft asbest in bodem is de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een asbestverontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de gestelde hypothese formeel aangenomen. Ter plaatse van boring B07 is onder de betonvloer in het samengestelde mengmonster (MMASB04) van de volledig baksteenhoudende ondergrond een concentratie van 959,9064 mg/kg d.s. voor asbest aangetoond. In deze laag zijn asbesthoudende plaatjes aangetroffen. De berekende asbestconcentratie van 2.399,6 mg/kg d.s. overschrijdt interventiewaarde van 100 mg/kg d.s.. Er is sprake is van een asbesthoudende fundering onder de betonvloer in de bestaande bebouwing. De fundering maakt onderdeel uit van de bouwconstructie en dient derhalve door een asbestinventariseerder nader te worden onderzocht.
In de overige grondmengmonsters zijn verder geen gehalten aan asbest aangetroffen, die een nader onderzoek naar asbest verplichten (50 mg/kg d.s.) of de interventiewaarde van 100 mg/kg d.s. overschrijden. Algehele conclusie en aandachtpunten Met de uitgevoerde onderzoeken is een indicatie verkregen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de locatie aan de Blankensteijn 1-9 en Dreef 2 te Hedel. Er is sprake is van een asbesthoudende fundering onder de betonvloer in de bestaande bebouwing. De fundering maakt onderdeel uit van de bouwconstructie en dient derhalve door een asbestinventariseerder nader te worden onderzocht. In de grond ter plaatse van de onderzoekslocatie is zintuiglijk en/of analytisch geen asbest aangetroffen. Voor wat betreft de algemene NEN-kwaliteit is de onderzoekslocatie in onvoldoende mate onderzocht. Op basis van de huidige onderzoeksresultaten is minimaal sprake van 3 deellocaties met licht (index >0,5) verontreinigde grond met zink en/of sterk verontreinigde grond met lood. Om van een geval van ernstige bodemverontreiniging te spreken dient voor tenminste één stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m3 grond hoger te zijn dan de interventiewaarde.
Gezien de resultaten van het historisch onderzoek en de verdeling van de aangetroffen verontreinigingen is niet uit te sluiten dat sprake is van heterogene aanwezigheid licht tot sterke verontreinigingen met zink en/of lood. Middels een nader onderzoek naar zink en/of lood dient de omvang en de ernst te worden vastgesteld. Het nader onderzoek naar zink en/of lood dient te worden uitgevoerd conform de NTA 5755:2010.
Diverse onderzoeken, Blankensteijn 1-9 en 11 en Dreef 2 te Hedel Rapportnr.: B16.6633 versie: 1.0 datum: 2 mei 2017
4 INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING................................................................................................................................................ 2 1.
INLEIDING .................................................................................................................................................. 5
2.
DOELSTELLINGEN VAN HET ONDERZOEK ..................................................................................... 5
3.
LOCATIEGEGEVENS EN UITGEVOERDE WERKZAAMHEDEN .................................................. 5 3.1. ALGEMENE GEGEVENS................................................................................................................................ 5 3.2. HISTORISCHE GEGEVENS EN LOCATIEBEZOEK .......................................................................................... 5
4.
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE .......................................................................................... 6 4.1. BODEMOPBOUW .......................................................................................................................................... 6 4.2. GEOHYDROLOGIE ....................................................................................................................................... 6
5.
HYPOTHESE ............................................................................................................................................... 6
6.
OPZET VAN HET ONDERZOEK ............................................................................................................ 7 6.1. ONDERZOEKSSTRATEGIE............................................................................................................................ 7 6.2. CERTIFICERING........................................................................................................................................... 8
7.
WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE .......................................................................... 9 7.1. GROND/GRONDWATER ................................................................................................................................ 9 7.2. ASBEST ...................................................................................................................................................... 10
8.
VELDWERKZAAMHEDEN .................................................................................................................... 11 8.1. VERKENNEND BODEMONDERZOEK........................................................................................................... 11 8.2. INDICATIEF ONDERZOEK NAAR ASBEST ................................................................................................... 11
9.
ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN EN ANALYSES ........................................................................ 12 9.1. ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN ............................................................................................................... 12 9.2. LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN EN ANALYSERESULTATEN .............................................................. 13
10. INTERPRETATIE ANALYSERESULTATEN ...................................................................................... 17 11. CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN ................................................................................................... 20 11.1. 11.2. 11.3.
CONCLUSIE VERKENNEND BODEMONDERZOEK ................................................................................. 20 CONCLUSIE INDICATIEF ONDERZOEK NAAR ASBEST ......................................................................... 20 ALGEHELE CONCLUSIE EN AANDACHTPUNTEN ................................................................................. 21
12. REFERENTIES ......................................................................................................................................... 22 BIJLAGEN 1.
Situering in de regio
2.
Situatieschets boringen, peilbuizen en proefgaten
3.
Boorprofiel beschrijvingen
4.
Analysecertificaten grond, grondwater en asbest
5.
Streef-, achtergrond- en interventiewaarden grond en grondwater (tabellen toetsingswaarden)
6.
Resultaten historisch onderzoek en locatiebezoek en onderzoeksopzet
7.
Berekening asbestonderzoek
Diverse onderzoeken, Blankensteijn 1-9 en 11 en Dreef 2 te Hedel Rapportnr.: B16.6633 versie: 1.0 datum: 2 mei 2017
5
1.
INLEIDING Woonstichting De Kernen heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. opdracht gegeven voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek en een indicatief onderzoek naar asbest ter plaatse van de Blankensteijn 1-9 en 11 en de Dreef 2 te Hedel. De onderzoeken, in het kader de voorgenomen herontwikkeling zijn uitgevoerd conform de normen NEN 5725:2009 [1] en NEN 5740/A1 [2] en afgeleid van de NEN 5707:2015 [3] en afgeleid van de NEN 5897 [4]. Verhoeven Milieutechniek B.V. is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2019, afgegeven door Eerland Certification). De werkzaamheden zijn uitgevoerd conform BRL SIKB 2000 (versie 5), protocol 2001, het plaatsen van handboringen en peilbuizen (versie 3.2) en protocol 2002, het nemen van grondwatermonsters (versie 4). Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Namens Verhoeven Milieutechniek B.V. zijn de werkzaamheden gecoördineerd door de heer ing. H.M.W. van der Donk.
2.
DOELSTELLINGEN VAN HET ONDERZOEK De diverse onderzoeken hebben tot doel een indicatie te verkrijgen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (inclusief asbest) op de onderzoekslocatie. Op basis hiervan wordt vastgesteld of vanuit milieuhygiënisch oogpunt bezwaren bestaan tegen de voorgenomen nieuwbouw.
3.
LOCATIEGEGEVENS EN UITGEVOERDE WERKZAAMHEDEN 3.1. Algemene gegevens De locatie is gelegen aan de Blankensteijn 9 en 11 en Dreef 2 te Hedel en is kadastraal bekend als gemeente Hedel, sectie H, nummers 943, 944, 1227,1228 en 1369. De totale oppervlakte van de onderzoekslocatie bedraagt circa 3.500 m2. Het terrein is grotendeels bebouwd en verhard met een betonvloer. Uitpandig is hoofdzakelijk een klinker- en tegelverharding aanwezig. Momenteel is de locatie gedeeltelijk in gebruik als sportschool. Daarnaast zijn de twee woningen verhuurd. Een groot gedeelte van de locatie is momenteel leegstaand en in gebruik als opslag. Voor de situering van het perceel in de regio wordt verwezen naar bijlage 1. 3.2.
Historische gegevens en locatiebezoek
Algemeen De historische informatie is opgevraagd en verkregen van de Omgevingsdienst Rivierenland en de gemeente Maasdriel (mevrouw T. Visser, e-mail d.d. 29 december 2016). Op dinsdag 3 januari 2017 is een dossieronderzoek uitgevoerd. De beschikbare informatie is door een medewerkster van Verhoeven Milieutechniek B.V. bestudeerd. Tevens zijn de websites www.topotijdreis.nl en www.bodemloket.nl en de Asbestkansenkaart van de Provincie Gelderland bekeken. Ter verificatie is een bezoek gebracht aan de locatie. Voor de volledige historische informatie van de locatie wordt verwezen naar bijlage 6. Hieronder zijn alleen de conclusies vermeld. Diverse onderzoeken, Blankensteijn 1-9 en 11 en Dreef 2 te Hedel Rapportnr.: B16.6633 versie: 1.0 datum: 2 mei 2017
6 Conclusies historisch onderzoek en locatiebezoek Tijdens het bodemonderzoek voor de locatie gelegen aan de Dreef 2, Blankensteijn 9 en 11 te Hedel dient rekening te worden gehouden met de volgende zaken: Huidige/voormalige bebouwing; Achterkant bebouwing: grondophoging (<500 m2); Enkele gedempte sloten/greppels; Aanwezigheid van asbest (kleine kans op basis van de Asbestkansenkaart en puinlaag in voorgaande onderzoeken); Op de locatie zijn verder geen bodembedreigende activiteiten aanwezig (geweest). Op de locatie en in de directe omgeving (< 25 m) zijn geen boomgaarden aanwezig geweest. 4.
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE 4.1. Bodemopbouw Het maaiveld van de onderzoekslocatie ligt op circa NAP + 3,0 meter [5]. In de Bommelerwaard is een circa 5 meter dikke deklaag aanwezig. De deklaag is een slecht doorlatende laag waarvan de sedimenten behoren tot de Nuenen Groep en het Holoceen. De deklaag bestaat hoofdzakelijk uit klei met plaatselijk zand- of veenlagen. Het onderliggende goed doorlatende eerste watervoerend pakket is circa 65 meter dik en bestaat voornamelijk uit uiterst grove tot middel grove zanden (Formaties van Veghel en Sterksel). Het eerste watervoerend pakket wordt van het tweede watervoerend pakket gescheiden door een 40 à 50 meter dik slecht doorlatend pakket slibhoudende zanden en kleien (voornamelijk bestaande uit de formatie van Kedichem en de formatie van Tegelen). 4.2. Geohydrologie De afzettingen van de Maas onderscheiden zich van die van de Waal. De stroomruggronden in het sedimentatiegebied van de Maas zijn nagenoeg kalkarm. Deze stroomruggronden zijn over het algemeen te beschouwen als infiltratiegebieden. De standen van het grondwater en het oppervlaktewater worden in dit gebied kunstmatig beheerst. Langs de Maas is plaatselijk een nauwe relatie aanwezig tussen de standen van het rivierwater en het grondwater. Of kwel of inzijging optreedt is sterk afhankelijk van de waterstand van de nabij gelegen Maas.
De gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) ligt tussen de 0,4 en 0,8 m-mv en de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) is lager dan 1,2 m-mv. Het grondwater in het eerste watervoerend pakket stroomt globaal in een west tot zuidwestelijke richting.
5.
HYPOTHESE Op basis van de beschikbare gegevens is voor de algemene bodemkwaliteit de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van bodemverontreiniging. Ten aanzien van het voorkomen van asbest is eveneens een verdachte hypothese gesteld.
Diverse onderzoeken, Blankensteijn 1-9 en 11 en Dreef 2 te Hedel Rapportnr.: B16.6633 versie: 1.0 datum: 2 mei 2017
7
6.
OPZET VAN HET ONDERZOEK 6.1.
Onderzoeksstrategie
Verkennend bodemonderzoek De onderzoeksopzet voor het verkennend bodemonderzoek is opgesteld conform de NEN 5740; A1:2016 voor een niet lijnvormige verdachte locatie, diffuse bodembelasting met een heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming (VED-HE-NL) voor een totale oppervlakte van maximaal 4.000 m2. Alle boringen worden minimaal doorgezet tot 1,0 m-mv in verband met de plaatselijke ophoging. Tevens zijn 2 extra boringen tot 1,0 m-mv, 4 diepe boringen en 1 extra peilbuis opgenomen in verband met de (voormalige) aanwezigheid van bebouwing, een bedrijfslocatie en twee woonhuizen met mogelijke zakputten. De peilbuizen worden in de zintuiglijk meest verontreinigde boring geplaatst, waarbij rekening wordt gehouden met de voormalige bodembedreigende activiteiten. Tevens zijn 2 extra NEN-pakketten opgenomen. Voor de onderzoeksopzet is rekening gehouden met de gedempte sloten. Ten behoeve van de gedempte sloten zijn zes extra dwarsraaien van drie boringen tot 2,0 m-mv geplaatst, waarbij één dwarsraai wordt gecombineerd met de peilbuis. Tevens is één extra NEN-pakket opgenomen. Indicatief onderzoek naar asbest De onderzoeksopzet voor het indicatief onderzoek naar asbest is afgeleid van de onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld (VED-HE) uit de NEN 5897 en NEN 5707:2015.
De veldwerkzaamheden voor het indicatief onderzoek naar asbest worden gecombineerd met het verkennend bodemonderzoek. Ten behoeve van het onderzoek naar asbest worden uitpandig met een schep proefgaten (0,3 m x 0,3 m) tot in de ongeroerde grond gegraven. Daarnaast zal aanvullend indicatief de opgeboorde grond uit de betonboringen worden bekeken. Op basis hiervan betreft het een indicatief onderzoek voor wat betreft de inpandige situatie en is formeel in de rapportage niet aangegeven dat de werkzaamheden conform het protocol 2018 zijn uitgevoerd. De hoeveelheid uitpandig gegraven proefgaten is daarbij voldoende voor de uitpandige oppervlakte. Ondanks dat inpandig geen proefgaten zijn gegraven, is ons inziens ‘verkennend’ een representatief beeld verkregen. Zintuiglijk kan tot 20 mm worden beoordeeld of asbestverdachte materialen aanwezig zijn. Voor de fractie <20 mm dient dit middels een analyse te worden geverifieerd. Voor de fractie <20 mm dient dit middels een analyse te worden geverifieerd.
Diverse onderzoeken, Blankensteijn 1-9 en 11 en Dreef 2 te Hedel Rapportnr.: B16.6633 versie: 1.0 datum: 2 mei 2017
8
6.2. Certificering Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2019, afgegeven door Eerland Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 5). De veldwerkzaamheden worden uitgevoerd onder certificaat door ervaren en gecertificeerde medewerkers conform de geldende NEN/NPR-normen, conform BRL SIKB 2000, protocol 2001 (versie 3.2): het plaatsen van handboringen en peilbuizen en protocol 2002 (versie 4): het nemen van grondwatermonsters. De peilbuizen zijn na een standtijd van minimaal één week, bemonsterd. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd met behulp van een schop, Edelmanboor en zuigerboor. Tijdens de veldwerkzaamheden is de opgeboorde grond zintuiglijk beoordeeld op het voorkomen van puin en/of asbest (fractie > 20 mm). In tabel 6.1 zijn de uitvoeringsdata, gehanteerde protocollen en gecertificeerde medewerker(s) weergegeven. Tabel 6.1: Uitvoeringsdata en gehanteerde onderzoeksprotocollen Data
Bedrijf
Gecertificeerde medewerker(s)
Protocol BRL SIKB
21 t/m 23 maart 2017
Verhoeven Milieutechniek B.V.
2001 (v. 3.2)
29 maart 2017
Verhoeven Milieutechniek B.V.
De heer T. Nijman De heer H.C.J. Langeveld De heer H.C.J. Langeveld
2002 (v. 4.0)
Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek.
Diverse onderzoeken, Blankensteijn 1-9 en 11 en Dreef 2 te Hedel Rapportnr.: B16.6633 versie: 1.0 datum: 2 mei 2017
9
7.
WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE 7.1. Grond/grondwater De verontreinigingssituatie van de bodem kan worden beoordeeld door toetsing van de gemeten gehaltes in grond en/of grondwater aan de streef-, achtergrond- en interventiewaarden. De achtergrondwaarden voor grond zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit [6]. De meest recente streef- en interventiewaarden voor grondwater en interventiewaarden voor grond zijn vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 [7] en worden gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. De streefwaarden geven voor het grondwater het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingsbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor het grondwater aan. De achtergrondwaarden geven voor de grond het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor de grond aan. De interventiewaarden geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig zijn of dreigen te worden verminderd. Om van een geval van ernstige bodemverontreiniging te spreken dient voor ten minste één stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m3 grond of 100 m3 bodemvolume voor grondwater hoger te zijn dan de interventiewaarde.
De achtergrond- en interventiewaarden voor de vaste bodem zijn gerelateerd aan het lutum- en/of het organische stofgehalte van de bodem. Om de verkregen analyseresultaten te kunnen toetsen aan de achtergrond- en interventiewaarden worden de meetwaarden, met behulp van de analytisch vastgestelde gehalten aan lutum en/of organische stofgehalte, teruggerekend naar gestandaardiseerde meetwaarden (GSSD). Indien de lutum en/of organische stofgehalten niet analytisch zijn vastgesteld, zijn ze aan de hand van de zintuiglijke waarnemingen, in combinatie met de overige analyseresultaten, ingeschat. Aan de hand van bovenstaande waarden wordt een index berekend. De index wordt voor grond berekend met de formule: (GSSD - achtergrondwaarde) / (interventiewaarde - achtergrondwaarde). Voor grondwater wordt de achtergrondwaarde in de formule vervangen door de streefwaarde. Indien de index groter is dan 1 wordt de interventiewaarde overschreden. Uit de toetsing van de GSSD aan de streef-, achtergrond-, en interventiewaarden kan het volgende worden afgeleid: Bij een overschrijding van de streef- en/of achtergrondwaarde is het vermoeden van bodemverontreiniging bevestigd. Bij een berekende index groter dan 0,5 bestaat het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging.
Middels de uitvoering van de aanvullende analyses, mogelijk gevolgd door een nader bodemonderzoek, dient de omvang van de verontreiniging(en) te worden bepaald. Afhankelijk van de resultaten wordt het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging bevestigd dan wel verworpen. In het eerste geval dient overgegaan te worden tot de uitvoering van een saneringsonderzoek, gevolgd door een sanering.
Diverse onderzoeken, Blankensteijn 1-9 en 11 en Dreef 2 te Hedel Rapportnr.: B16.6633 versie: 1.0 datum: 2 mei 2017
10
7.2. Asbest De interventiewaarde voor asbest in de grond is vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en bedraagt 100 mg/kg d.s. gewogen asbestconcentratie (serpentijnconcentratie vermeerderd met tienmaal de amfiboolconcentratie). De aangetroffen concentraties voor asbestverdachte grondmonsters en aan asbestverdachte plaatmaterialen worden teruggerekend naar het in het veld geïnspecteerde volume en vervolgens getoetst aan de interventiewaarde bodemsanering. Indien uit vooronderzoek blijkt dat mogelijk respirabele vezels aanwezig zijn (bijvoorbeeld onder verweerde asbesthoudende dakbedekkingen, zonder dakgoot), wordt in de NEN 5707 geadviseerd, direct een onderzoek naar het aantal respirabele vezels uit te voeren. Dit gebeurt middels een Stereo Electro Microscoop (SEM) analyse. Als tijdens het onderzoek naar asbest in de grond een gewogen asbestgehalte van meer dan 1.000 mg/kg d.s. (hechtgebonden) en/of meer dan 100 mg/kg d.s. (niet-hechtgeboden) wordt aangetoond, moet op basis van de risicobeoordeling in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 eveneens een onderzoek naar de respirabele vezels worden uitgevoerd. Indien de gewogen asbestconcentratie groter is dan de halve interventiewaarde bestaat het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Het uitvoeren van een nader onderzoek naar asbest in de grond is dan verplicht.
De hoogst berekende waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Er is sprake van een geval van ernstige verontreiniging met asbest in de bodem indien de berekende concentratie binnen een ruimtelijke eenheid hoger is dan de interventiewaarde. Het vaststellen van de gemiddelde gewogen asbestconcentratie dient te worden uitgevoerd conform de NEN 5707. Als respirabele vezels in de bovengrond (contactzone, of diepte graafwerkzaam-heden) worden aangetoond en het gewogen gehalte van 10 mg/kg d.s. wordt overschreden is reeds sprake van “onaanvaardbare risico’s buiten”. Opgemerkt wordt dat het volumecriterium voor een bodemverontreiniging met asbest niet van toepassing is bij het vaststellen van de ernst.
Diverse onderzoeken, Blankensteijn 1-9 en 11 en Dreef 2 te Hedel Rapportnr.: B16.6633 versie: 1.0 datum: 2 mei 2017
11
8.
VELDWERKZAAMHEDEN 8.1.
Verkennend bodemonderzoek
Grond Ten behoeve van het verkennend bodemonderzoek zijn in totaal 38 boringen (B01A t/m B01C, B02 t/m B10, B11A t/m B11C, B12, B13, B14A t/m B14C, B15 t/m B18, B19A t/m B19C, B20A t/m B20C, B21, B22A t/m B22C, B23 t/m B26) geplaatst, rekening houdend met de extra geplaatste dwarsraaien in de gedempte sloten. Bij de situering van de overige boringen en peilbuizen is daarnaast rekening gehouden met de huidige bebouwing. In tabel 8.1 zijn de uitgevoerde veldwerkzaamheden weergegeven. Tabel 8.1: Uitgevoerde veldwerkzaamheden boringen/peilbuizen Maximaal 2,5 m-mv Peilbuis (filterstelling m-mv) B01A t/m B01C, B04, B05, B07, B11A t/m B11C, PB10 (3,20-4,20), B12, B13, B15, B16, B19A t/m B19C, B21, B22A PB20 (3,00-4,00), t/m B22C, B23, B26 Boringen B14A t/m B14C zijn gestaakt op circa 0,5 m-mv in verband met een (mogelijke) kabel of leiding.
Maximaal 1,0 m-mv B02, B03, B06, B08, B09, B14A t/m B14C*, B17, B18, B24, B25 *
Grondwater Het grondwater uit de peilbuizen PB10 en PB20 is na een standtijd van minimaal een week en twee keer afpompen op 29 maart 2017 bemonsterd. De bemonstering heeft plaatsgevonden volgens de techniek van lage- troebelheidsbemonstering, waarbij de grondwaterstand (GWS), zuurgraad (pH), geleidbaarheid (EC) en troebelheid (NTU) van het grondwater in het veld zijn bepaald. 8.2. Indicatief onderzoek naar asbest Ten behoeve van het indicatief onderzoek naar asbest dient op de locatie allereerst een locatie- en maaiveldinspectie te worden uitgevoerd. De onderzoekslocatie bestaat voornamelijk uit gras vegetatie, verharding en bebouwing. Het was mogelijk een efficiënte maaiveldinspectie (>25%) uit te voeren. Ten behoeve van de onderzoeksopzet zijn in totaal 17 proefgaten (0,3 m x 0,3 m) tot circa 0,5 m-mv gegraven (B01, B04, B05, B07 t/m B13, B16 t/m B18, B20, B22, B24 en B26). Bij de situering van de proefgaten is rekening gehouden met de zintuiglijke waarnemingen uit het verkennend onderzoek en de diverse bijzonderheden uit het historisch onderzoek. Op basis hiervan zijn de boringen verspreid over de onderzoekslocatie. Voor de inspectie van de ondergrond zijn de proefgaten bij diverse boringen doorgezet tot circa 1,0 à 2,0 m-mv. De proefgaten zijn gegraven met behulp van een schop en middels een Edelmanboor doorgezet tot de ongeroerde ondergrond.
Om een bodemverontreiniging met asbest vast te stellen is per proefgat de grove fractie (> 20 mm) van het vrijgekomen materiaal geïnspecteerd op asbestverdachte materialen (fractie > 20 mm) en puinrestanten. Er zijn geen asbestverdachte plaatmaterialen (fractie > 20 mm) waargenomen. De situatieschets met geplaatste boringen, peilbuis en proefgaten is opgenomen in bijlage 2.
Diverse onderzoeken, Blankensteijn 1-9 en 11 en Dreef 2 te Hedel Rapportnr.: B16.6633 versie: 1.0 datum: 2 mei 2017
12
9.
ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN EN ANALYSES 9.1. Zintuiglijke waarnemingen De bodem op de onderzoekslocatie bestaat vanaf maaiveld tot circa 0,5 m-mv voornamelijk uit zeer fijn, zwak siltig, zwak tot sterk humeus zand. Van 0,5 m-mv tot circa 1,0 m-mv bestaat de bodem afwisseling en zeer fijn, zwak siltig, zwak tot sterk humeus zand en matig tot sterke zandige, zwak tot matig humeuze klei. Vanaf 1,0 m-mv tot circa 2,7 m-mv bestaat de bodem uit zwak siltige, zwak tot sterk humeuze, matig tot sterk zandige klei. Vanaf 2,7 m-mv tot de maximale boordiepte van circa 4,2 m-mv bestaat de bodem uit zeer fijn, zwak tot sterk siltig zand. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn diverse bijmengingen met bodemvreemde materialen aangetroffen. Een overzicht van de zintuiglijke waarnemingen per boring / proefgat zijn in onderstaande tabel 9.1 weergegeven. Tabel 9.1: Overzicht zintuiglijke waarnemingen per boring/proefgat Boring
Proefgat
B01A B01B
X
Diepte (m-mv) 2,00 2,00
B01C
2,00
B02 B03 B04
X
0,70 0,70 2,00
B05
X
2,00
B06 B07 B08 B09
X X X
1,00 2,00 1,00 1,00
PB10
X
4,20
B12 B13 B14A B14B B14C B15 B16
X X
X
2,50 1,20 0,50 0,50 0,50 1,20 2,00
B17
X
1,00
B18
X
1,00
B19A B19B B19C B20A
PB20
2,00 2,00 2,00 4,00
X
4,00
Traject (m-mv) 0,30 - 0,50 0,50 - 1,00 0,30 - 0,50 0,50 - 1,00 0,30 - 0,50 0,50 - 1,00 0,50 - 0,70 0,00 - 0,70 0,00 - 1,00 1,00 - 2,00 0,18 - 0,80 0,80 - 1,00 1,00 - 1,50 0,50 - 1,00 0,20 - 1,00 0,50 - 1,00 0,19 - 0,40 0,40 - 0,70 0,70 - 1,00 0,00 - 1,00 2,70 - 4,20 1,00 - 2,00 0,50 - 0,70 0,10 - 0,50 0,10 - 0,50 0,10 - 0,50 0,30 - 0,70 0,20 - 1,00 1,00 - 1,50 0,10 - 0,50 0,50 - 1,00 0,13 - 0,50 0,50 - 1,00 0,50 - 1,50 0,50 - 1,50 0,50 - 1,50 0,30 - 0,50 0,50 - 1,00 2,50 - 4,00 0,30 - 0,50 0,50 - 1,00 2,50 - 4,00
Grondsoort
Waargenomen bijzonderheden
Zand Klei Zand Klei Zand Klei Klei Zand Zand Klei Zand Zand Klei Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Klei Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Klei Klei Klei Zand Klei Zand Zand Klei Zand
Matig puinhoudend Zwak puinhoudend Matig puinhoudend Zwak puinhoudend Matig puinhoudend Zwak puinhoudend Zwak puinhoudend Matig puinhoudend, sporen kolen Matig puinhoudend, zwak koolhoudend Zwak puinhoudend, sporen kolen Matig baksteenhoudend Zwak baksteenhoudend Sporen baksteen Zwak koolhoudend Volledig baksteen, 51 gr type A Zwak koolhoudend Zwak baksteenhoudend Matig baksteenhoudend Matig baksteenhoudend Matig puinhoudend, zwak koolhoudend, laagjes plastic Laagjes veen Sporen puin Volledig baksteen Gestaakt op KLIC Gestaakt op KLIC Gestaakt op KLIC Sporen beton Matig baksteenhoudend Kruipruimte Matig baksteenhoudend Matig baksteenhoudend Zwak baksteenhoudend Matig baksteenhoudend, laagjes klei Zwak puinhoudend, sterk kolengruis Zwak puinhoudend, sterk kolengruis Zwak puinhoudend, sterk kolengruis Matig puinhoudend, brokken baksteen Zwak puinhoudend, brokken baksteen Resten veen Matig puinhoudend, brokken baksteen Zwak puinhoudend, brokken baksteen Resten veen
Diverse onderzoeken, Blankensteijn 1-9 en 11 en Dreef 2 te Hedel Rapportnr.: B16.6633 versie: 1.0 datum: 2 mei 2017
13 Vervolg tabel 9.1: Overzicht zintuiglijke waarnemingen per boring/proefgat Boring B20C
Diepte (m-mv) 4,00
B21
1,50
B22A B22B B22C B23 B24 B25 B26
Proefgat
X
X X
2,00 2,00 2,00 1,20 1,00 1,00 2,00
Traject (m-mv) 0,30 - 0,50 0,50 - 1,00 2,50 - 4,00 0,10 - 1,00 1,00 - 1,50 0,50 - 0,55 0,50 - 0,55 0,50 - 0,55 0,00 - 0,70 0,10 - 0,50 0,00 - 1,00 0,20 - 1,00 1,00 - 2,00
Grondsoort
Waargenomen bijzonderheden
Zand Klei Zand Klei Klei Klei Zand Zand Zand Klei
Matig puinhoudend, brokken baksteen Zwak puinhoudend, brokken baksteen Resten veen Sporen baksteen, sporen kolen Sporen kolen Volledig hout Volledig hout Volledig hout Zwak puinhoudend, sporen kolen Sporen puin Zwak puinhoudend Zwak puinhoudend Zwak puinhoudend
Toelichting bij de tabel: Sporen < 1% Zwak < 1% < 5% Matig > 5% < 10% Sterk > 10% < 20% Uiterst > 20% < 50% Volledig > 50% X Proefgat; Betreft geen bodem.
Verder zijn tijdens de visuele inspectie van het maaiveld en in de opgeboorde grond geen waarnemingen gedaan die duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging (slib/voormalige waterbodem en/of olie-water reacties). De volledige boorprofiel beschrijvingen zijn opgenomen in bijlage 3. 9.2. Laboratoriumwerkzaamheden en analyseresultaten De analyses zijn uitgevoerd door het geaccrediteerde laboratorium van ALcontrol Laboratories B.V. te Rotterdam (grond, grondwater en asbest). De achtergrondwaarden voor grond zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit. De meest recente streef- en interventiewaarden voor grondwater en interventiewaarden voor grond zijn vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en worden gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. De analyseresultaten voor asbest zijn getoetst aan de interventiewaarde bodemsanering. De interventiewaarde voor asbest bedraagt 100 mg/kg d.s. en betreft een gewogen norm. Daarbij wordt de serpentijnconcentratie vermeerderd met tienmaal de amfiboolconcentratie. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. Een volledig overzicht van de toetsings- en analyseresultaten voor de grond en het grondwater is opgenomen als bijlage 5.
Grond Op basis van de zintuiglijke waarnemingen tijdens de veldwerkzaamheden zijn de grond(meng)monsters samengesteld en/of geselecteerd en geanalyseerd welke zijn weergegeven in de tabel 9.2. Op basis van tussentijdse resultaten (index van een 0,5 wordt benaderd en/of overschreden) is een aanvullend analytisch onderzoek uitgevoerd.
Diverse onderzoeken, Blankensteijn 1-9 en 11 en Dreef 2 te Hedel Rapportnr.: B16.6633 versie: 1.0 datum: 2 mei 2017
14 Tabel 9.2: Overzicht grond(meng)monsters met analyses en resultaten (Meng-) Omschrijving monster
Traject (m -mv)
Boring / peilbuis
Verkennend bodemonderzoek MM01 Bovengrond, zand 0,00 - 0,50 B01B (0,30 - 0,50) Zintuiglijk: B25 (0,00 - 0,50) zwak/matig puin MM02 Bovengrond, zand 0,00 - 0,50 B03 (0,00 - 0,50) Zintuiglijk: matig puin, PB10 (0,00 - 0,50) sporen/zwak kolen, plastic MM03 Bovengrond, zand 0,13 - 0,60 B05 (0,18 - 0,50) Zintuiglijk: zwak/matig B09 (0,19 - 0,40) baksteen B16 (0,20 - 0,60) B18 (0,13 - 0,50) MM04 Bovengrond, zand 0,00 - 0,50 B02 (0,10 - 0,50) Zintuiglijk: B08 (0,15 - 0,50) B11B (0,00 - 0,50) B19B (0,10 - 0,50) MM05 Ondergrond, klei 0,50 - 1,50 B01B (0,50 - 1,00) Zintuiglijk: zwak puin B02 (0,50 - 0,70) B26 (1,00 - 1,50) M06 Ondergrond, klei 0,50 - 1,00 B19B (0,50 - 1,00) Zintuiglijk: sterk kolengruis MM07 Ondergrond, klei 1,00 - 2,00 B12 (1,50 - 2,00) Zintuiglijk: B21 (1,00 - 1,50) sporen puin, sporen kolen MM08 Ondergrond, klei 1,00 - 2,00 B05 (1,50 - 2,00) Zintuiglijk: B07 (1,00 - 1,50) B16 (1,50 - 2,00) MM09 Ondergrond, klei 0,70 - 2,00 B01B (1,00 - 1,50) Zintuiglijk: B11B (1,50 - 2,00) B19B (1,50 - 2,00) B23 (0,70 - 1,20) Aanvullend analytisch onderzoek M10 Bovengrond, zand 0,30 - 0,50 B01B (0,30 - 0,50) Zintuiglijk: matig puin M11 Bovengrond, zand 0,00 - 0,50 B25 (0,00 - 0,50) Zintuiglijk: zwak puin M12 Bovengrond, zand 0,00 - 0,50 B03 (0,00 - 0,50) Zintuiglijk: matig puin, sporen kolen M13 Bovengrond, zand 0,00 - 0,50 PB10 (0,00 - 0,50) Zintuiglijk: matig puin, zwak kolen,
plastic M14 Bovengrond, zand 0,00 - 0,50 B04 (0,00 - 0,50) Zintuiglijk: matig puin, zwak kolen M15 Bovengrond, zand 0,10 - 0,50 B24 (0,10 - 0,50) Zintuiglijk: sporen puin M16 Bovengrond, zand 0,20 - 0,70 B26 (0,20 - 0,70) Zintuiglijk: zwak puin M171 Bovengrond, zand 0,10 - 0,50 B02 (0,10 - 0,50) Zintuiglijk: M181 Bovengrond, zand 0,15 - 0,50 B08 (0,15 - 0,50) Zintuiglijk: M191 Bovengrond, zand 0,00 - 0,50 B11B (0,00 - 0,50) Zintuiglijk: M201 Bovengrond, zand 0,10 - 0,50 B19B (0,10 - 0,50) Zintuiglijk: M21 Ondergrond, klei 1,00 - 1,50 B26 (1,00 - 1,50) Zintuiglijk: zwak puin M22 Bovengrond, zand 0,15 - 0,50 B06 (0,15 - 0,50) Zintuiglijk: M231 Ondergrond, zand 0,50 - 1,00 B08 (0,50 - 1,00) Zintuiglijk: M24 Ondergrond, klei 1,00 - 1,50 B04 (1,00 - 1,50) Zintuiglijk: zwak puin, sporen kolen M25 Ondergrond, klei 1,00 - 1,50 PB10 (1,00 - 1,50) Zintuiglijk: -
Diverse onderzoeken, Blankensteijn 1-9 en 11 en Dreef 2 te Hedel Rapportnr.: B16.6633 versie: 1.0 datum: 2 mei 2017
Analyse > AW < I
Resultaten >I Besluit bodemkwaliteit
NEN, L en H
Cd, Hg, Pb, Zn, PAK
-
Industrie
NEN, L en H
Cd, Cu, Hg, Pb, Zn*, PAK, PCB Co, Cu, Pb, Zn
-
Industrie
-
Industrie
NEN, L en H
Pb, Zn, PAK, PCB
-
Industrie
NEN, L en H
Pb, Zn, PAK
-
Industrie
NEN, L en H
Hg, Pb
-
Altijd toepasbaar
NEN, L en H
Cu, Zn
-
Altijd toepasbaar
NEN, L en H
Hg, Pb, Zn
-
Wonen
NEN, L en H
-
-
Altijd toepasbaar
Pb, L en H
-
-
Nvt
Pb, L en H
Pb
-
Nvt
Pb, Zn, L en H
Zn*
Pb
Nvt
Pb, Zn, L en H
Pb, Zn*
-
Nvt
Pb, Zn, L en H
Pb, Zn*
Pb, Zn, L en H Pb, Zn, L en H PAK, L en H
-
-
Nvt
Pb, Zn*
-
Nvt
-
-
Nvt
PAK, L en H
-
-
Nvt
PAK, L en H
PAK
-
Nvt
PAK, L en H
-
-
Nvt
Zn, L en H
Zn
-
Nvt
Pb, Zn, L en H PAK Met, L en H Pb, Zn, L en H
Pb
-
Nvt
Pb, Zn
-
Nvt
+
-
Nvt
Pb, Zn, L en H
Pb, Zn
-
Nvt
NEN, L en H
Nvt
15 Toelichting bij de tabel: NEN De zware metalen barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni] en zink [Zn], polycyclische aromatische koolwaterstoffen [PAK, 10 VROM], polychloor bifenylen [PCB] en minerale olie [MO]; L en H Lutum en organische stof (humus); Zn Zink; Pb Lood; PAK Polycyclische aromatische koolwaterstoffen; Met Zware metalen barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni] en zink [Zn]; Niets aangetroffen/waargenomen; * Het aangetoonde gehalte benaderd de indexwaarde van 0,5 voor nader onderzoek; + Het monster was niet meer aanwezig in het lab en is derhalve niet geanalyseerd. 1 Voor PAK wordt formeel de conserveringstermijn overschreden, waarbij de kans bestaat dat de resultaten zijn beïnvloed. PAK’s bevatten hoofdzakelijk immobiele parameters, waardoor er weinig tot geen kans bestaat op vervluchtiging. Op basis hiervan zijn ons inziens de resultaten voor PAK van de deelmonsters M17 t/m M20 en M23 wel representatief.
Grondwater De grondwatermonsters met bijbehorende analyses- en toetsingsresultaten zijn in tabel 9.3 weergegeven. Tabel 9.3: Peilbuizen met bijbehorende analyses- en toetsingsresultaten grondwater Peilbuis
Filterdiepte (m -mv) 3,20 - 4,20 3,00 - 4,00
GWS (m -mv) 2,70 2,91
pH
EC (µS/cm) 810 764
Troebelheid (NTU) 0,78 6,8
Analysepakket
Resultaten >S<I >I Ba, Mo Mo -
PB10 6,8 NEN PB20 7,0 NEN Toelichting bij de tabel: NEN Zware metalen (Barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni], zink [Zn]), Vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen), vluchtige chloorkoolwaterstoffen [VOCl] en minerale olie [MO]; Niets aangetroffen.
De gemeten waarden voor de zuurgraad (pH), de geleidbaarheid (EC) en de troebelheid (NTU) zijn niet afwijkend van een natuurlijke situatie. Indicatief onderzoek naar asbest Tijdens de veldwerkzaamheden zijn diverse bijmengingen van bodemvreemde materialen aangetroffen. Ter plaatse van boring B07 is onder de betonvloer, in een funderingslaag van volledige bakstenen, circa 51 gram asbestverdacht plaatmateriaal (fractie > 20 mm) aangetroffen. Dit plaatje is bemonsterd (MASBplaat01). In de ondergrond van boring B07 en in de boven- en ondergrond van de overige boringen/proefgaten zijn geen asbestverdachte plaatmaterialen (>20 mm) aangetroffen. In onderstaande tabel 9.4 zijn de waargenomen asbestverdachte plaatmaterialen (> 20 mm) weergegeven en de hoeveelheid gram van het plaatmateriaal. Tabel 9.4: Overzicht aangetroffen asbestverdacht plaatmateriaal (>20 mm) Proefgat B07
Traject (m -mv) 0,20-1,00
Soort
Hoeveelheid in gram
Type A – Plaat
151
Op basis van de zintuiglijke waarnemingen zijn in totaal 4 puin- en/of grond(meng)monsters (< 20 mm) samengesteld. De mengmonsters MMASB01, MMASB02 en MMASB03 van de grond zijn geanalyseerd op een kwalitatieve / kwantitatieve asbestanalyse (fractie < 20 mm) conform NEN5707. Het (meng)monster MASB04 van het puin is geanalyseerd op een kwalitatieve/ kwantitatieve asbestanalyse (fractie < 20 mm) conform NEN5897. De samenstelling en resultaten van de onderzochte monsters zijn in de tabellen 9.5 en 9.6 weergegeven. Diverse onderzoeken, Blankensteijn 1-9 en 11 en Dreef 2 te Hedel Rapportnr.: B16.6633 versie: 1.0 datum: 2 mei 2017
16
Tabel 9.5: Samenstelling mengmonsters asbest Mengmonster Traject M ASB plaat 01 0,20-1,00 MMASB01 (grond) 0,00-0,50 MMASB02 (grond) 0,00-0,50 MMASB03 (grond) 0,50-1,00 MASB04 (puin) 0,20-0,70 Toelichting bij de tabel: Sporen: < 1% Zwak: ≥1<5% Matig: ≥ 5 < 10 % Sterk: ≥ 10 < 20 % Uiterst: ≥ 20 < 50 % Volledig: ≥ 50 % niets waargenomen.
Proefgat B07 B05, B09, B16 t/m B18 B01, B04, B10, B20 B20 B07
Zintuiglijke bijmengingen Asbest Type A Zwak tot matig baksteenhoudend Matig puinhoudend Zwak puin, brokken baksteen Volledig baksteen
Het gevonden asbestverdachte plaatmateriaal (Type A) is in het laboratorium geanalyseerd op de aanwezigheid van asbest conform de NEN5896:2003 (asbest in plaatmateriaal). De resultaten zijn weergegeven in tabel 9.6. De resultaten van geanalyseerde asbestverdachte grondmonsters en de gewogen hoeveelheid asbest (<20 mm, conform analysecertificaten) zijn weergegeven in tabel 9.7. Tabel 9.6: Asbestverdachte plaatmateriaal en percentage asbest conform analysecertificaat Monstercode
Materiaal
Hechtgebonden
Type*
Gemeten gehalte % 10-15
Gemiddeld gehalte. %
M ASB plaat 01 (golf)plaat Ja Chrysotiel 12,5 Geen asbest * Chrysotiel (witte asbest) is een serpentijnasbest. Bij serpentijnasbest zijn de vezels gekruld. Crocidoliet (blauwe asbest) en amosiet (bruine asbest) zijn een amfiboolasbest. Bij amfiboolasbest zijn de vezels staafvormig en daardoor gevaarlijker. Daarom wordt de amfiboolconcentratie met een factor 10 verhoogd.
Tabel 9.7: Resultaten mengmonsters asbest conform analysecertificaat < 20 mm Mengmonster
Soort
MMASB01 (grond) MMASB02 (grond) MMASB03 (grond) MASB04 (puin) Serpentijn Toelichting bij de tabellen: Niets aangetroffen/waargenomen.
Hechtgebonden
Type
Ja
Chrysotiel
Gewogen (mg/kg d.s.) 959,9064
Totaal gewogen (mg/kg d.s.) <2 <2 <2 960
Aan de hand van analyseresultaten in de tabellen 9.6 en 9.7 en de waarnemingen in het veld (o.a. afmetingen proefgat, hoeveelheid asbesthoudende materialen fractie > 20 mm, fractie puin >20 mm) is indicatief de totale asbestconcentratie in de boring B07 berekend. In de overige proefgaten zijn geen asbesthoudende materialen in de fractie > 20 mm aangetroffen. Voor deze gaten is geen totaal gehalte berekend, maar wordt dit gelijk gesteld aan de weergegeven gehalten van MMASB01 t/m MMASB03 in tabel 9.7. De complete berekening is opgenomen in bijlage 6 en de resultaten zijn beknopt weergegeven in tabel 9.8. Tabel 9.8: Totale asbestconcentraties Proefgat/boring B05, B09, B16 t/m B18 B01, B04, B10, B20 B20 B07
Gewogen asbestconcentratie fractie > 20 mm (mg/kg d.s.) NVT NVT NVT 2015,65
Diverse onderzoeken, Blankensteijn 1-9 en 11 en Dreef 2 te Hedel Rapportnr.: B16.6633 versie: 1.0 datum: 2 mei 2017
Gewogen asbestconcentratie fractie < 20 mm (mg/kg d.s.) <2 <2 <2 383,96
Totaal gewogen asbestconcentratie (mg/kg d.s.) <2 <2 <2 2.399,6
17
10.
INTERPRETATIE ANALYSERESULTATEN Onderstaand worden de resultaten van de diverse uitgevoerde onderzoeken besproken. Grond In het mengmonster van de zwak tot matig puinhoudende bovengrond (MM01, klei) zijn licht verhoogde gehalten voor cadmium, kwik, lood, zink en PAK aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. In het mengmonster van de matig puin-, sporen/zwak kolen- en plastichoudende bovengrond (MM02, zand) zijn licht verhoogde gehalten voor cadmium, koper, kwik, lood, zink, PAK en PCB aangetoond boven de betreffende achtergrondwaarden. Het gehalte voor zink overschrijdt de indexwaarde van 0,5 voor nader onderzoek. In het mengmonster van de zwak baksteenhoudende bovengrond (MM03, klei) zijn licht verhoogde gehalten voor kobalt, koper, lood en zink aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. In het mengmonster van de zintuiglijk schone bovengrond (MM04, zand) zijn licht verhoogde gehalten voor lood, zink, PAK en PCB aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. In het mengmonster van de zwak puinhoudende ondergrond (MM05, klei) zijn licht verhoogde gehalten voor lood, zink en PAK aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. In het monster van de sterk kolengruishoudende ondergrond (M06, klei) zijn licht verhoogde gehalten voor kwik en lood aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden.
In het mengmonster van de sporen puin- en sporen kolenhoudende ondergrond (MM07, klei) zijn licht verhoogde gehalten voor koper en zink aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. In het mengmonster van de zintuiglijk schone ondergrond (MM08, klei) zijn licht verhoogde gehalten voor kwik, lood en zink aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. In het mengmonster van de zintuiglijk schone ondergrond (MM09, klei) zijn geen verhoogde gehalten aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Naar aanleiding van de verhoogde gehalten voor zink, lood en PAK, welke de indexwaarde van 0,5 benaderen en/of overschreden, zijn de monsters waaruit de mengmonsters MM01, MM02 en MM04 bestaan separaat geanalyseerd. In het monster van de matig puinhoudende bovengrond (M10, zand) zijn geen verhoogde gehalten voor lood aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. In het monster van de zwak puinhoudende bovengrond (M11, zand) is een licht verhoogd gehalte voor lood aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarde. In het monster van de matig puin- en sporen kolenhoudende bovengrond (M12, zand) is een licht verhoogd gehalte voor zink en een sterk verhoogd gehalte voor lood aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarde.
Het aangetoonde gehalte voor zink overschrijdt de indexwaarde van 0,5 voor nader onderzoek. Het aangetoonde gehalte voor lood overschrijdt de interventiewaarde. Diverse onderzoeken, Blankensteijn 1-9 en 11 en Dreef 2 te Hedel Rapportnr.: B16.6633 versie: 1.0 datum: 2 mei 2017
18 In de monsters van de matig puin-, zwak kolen- en/of sporen plastichoudende bovengrond (M13 en M14, zand) zijn licht verhoogde gehalten voor lood en zink aangetoond. De aangetoonde gehalten voor zink overschrijden de indexwaarde van 05 voor nader onderzoek. In het monster van de sporen puinhoudende bovengrond (M15, zand) zijn geen verhoogde gehalten lood en zink aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. In het monster van de zwak puinhoudende bovengrond (M16, zand) zijn licht verhoogde gehalten voor lood en zink aangetoond. Het aangetoonde gehalte voor zink overschrijdt de indexwaarde van 05 voor nader onderzoek. In de monsters van de zintuiglijk schone bovengrond (M17, M18 en M20, zand) zijn geen verhoogde gehalten voor PAK aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. In het monster van de zintuiglijk schone bovengrond (M19, zand) is een licht verhoogd gehalte voor PAK aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarde. In het monster van de zwak puinhoudende ondergrond (M21, klei) is een licht verhoogd gehalte voor zink aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarde. In het monster van de zintuiglijk schone bovengrond (M22, zand) is een licht verhoogd gehalte voor lood aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarde.
In het monster van de zintuiglijk schone ondergrond (M23, zand en M25, klei) zijn licht verhoogde gehalten voor lood en zink aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Grondwater In het grondwatermonster uit de peilbuis PB10 zijn licht verhoogde gehalten voor barium en molybdeen aangetoond ten opzichte van de betreffende streefwaarden. Alle overige onderzochte parameters zijn aangetoond in gehalten beneden de betreffende streefwaarden. In het grondwatermonster uit de peilbuis PB20 is een licht verhoogd gehalte voor molybdeen aangetoond ten opzichte van de betreffende streefwaarde. Alle overige onderzochte parameters zijn aangetoond in gehalten beneden de betreffende streefwaarden. Asbest Proefgaten B05, B09, B16 t/m B18 Ter plaatse van de proefgaten B05, B09, B16 t/m B18 is in het samengestelde mengmonster (MMASB01) van de zwak tot matig baksteenhoudende bovengrond geen asbest aangetoond. Zintuiglijk zijn in de proefgaten geen asbesthoudende plaatmaterialen aangetroffen. De berekende asbestconcentratie blijft hierbij beneden de interventiewaarde van 100 mg/kg d.s.. Proefgaten B01, B04, B10 en B20 Ter plaatse van proefgaten B01, B04, B10 en B20 is in het samengestelde mengmonster (MMASB02) van de matig puinhoudende bovengrond geen asbest aangetoond. Zintuiglijk zijn in de proefgaten geen asbesthoudende plaatmaterialen aangetroffen.
De berekende asbestconcentratie blijft hierbij beneden de interventiewaarde van 100 mg/kg d.s..
Diverse onderzoeken, Blankensteijn 1-9 en 11 en Dreef 2 te Hedel Rapportnr.: B16.6633 versie: 1.0 datum: 2 mei 2017
19 Proefgat B20 Ter plaatse van proefgat B20 is in het samengestelde mengmonster (MMASB03) van de zwak puin- en brokken baksteenhoudende ondergrond geen asbest aangetoond. Zintuiglijk zijn in de proefgaten geen asbesthoudende plaatmaterialen aangetroffen. De berekende asbestconcentratie blijft hierbij beneden de interventiewaarde van 100 mg/kg d.s.. Proefgat B07 Ter plaatse van proefgat B07 is in het samengestelde mengmonster (MMASB04) van de volledig baksteenhoudende bovengrond een concentratie van 959,9064 mg/kg d.s. voor asbest aangetoond. Zintuiglijk zijn in de proefgaten asbesthoudende plaatmaterialen aangetroffen. De berekende asbestconcentratie van 2.399,6 mg/kg d.s. overschrijdt ruim de interventiewaarde van 100 mg/kg d.s.. Verhoeven Milieutechniek B.V. besteedt veel zorg bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden, doch bestaat de mogelijkheid dat niet alle asbestverdachte plaatmaterialen zijn waargenomen. Doordat de aangetoonde concentraties voor asbest onder de interventiewaarde liggen, bestaat de mogelijkheid dat bij aantreffen van asbesthoudend plaatmateriaal de interventiewaarde wel degelijk wordt overschreden.
Diverse onderzoeken, Blankensteijn 1-9 en 11 en Dreef 2 te Hedel Rapportnr.: B16.6633 versie: 1.0 datum: 2 mei 2017
20
11.
CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN 11.1. Conclusie verkennend bodemonderzoek Voor de onderzoekslocatie werd de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de gestelde hypothese aangenomen. Ter plaatse van de onderzoekslocatie is in de bovengrond ter plaatse van boring B03 een sterk verhoogd gehalte voor lood aangetoond. Tevens zijn in de bovengrond ter plaatse van boringen B03, B04, PB10 en B26 licht verhoogde gehalten voor zink aangetoond die de index van 0,5 overschrijden. Uit de NEN-analyses uit het verkennend onderzoek en de aanvullende analyses is gebleken dat de ondergrond ter plaatse van diverse boringen maximaal licht verontreinigd is met zink, waarbij de index van 0,5 niet wordt overschreden. Overige zware metalen, PAK en PCB zijn in de boven- en ondergrond maximaal licht verhoogd aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden, waarbij de index van 0,5 niet wordt overschreden. In het grondwater zijn licht verhoogde gehalten voor barium en molybdeen aangetoond die onder de index van 0,5 blijven. Op basis van de huidige onderzoeksresultaten is derhalve minimaal sprake van 3 deellocaties met licht (index >0,5) en/of sterk verontreinigde grond voor zink en/of lood.
Het betreft resumerend de onderstaande deellocaties: - Sterke loodverontreiniging en zink met index >0,5 in de bovengrond tot 0,5 m-mv bij de boringen B03 en B04; - Zink met index >0,5 in bovengrond bij boring PB10; - Zink met index >0,5 in de oorspronkelijke bovengrond bij boring B26. 11.2. Conclusie indicatief onderzoek naar asbest Voor wat betreft asbest in bodem is de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een asbestverontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de gestelde hypothese formeel aangenomen. Ter plaatse van boring B07 is onder de betonvloer in het samengestelde mengmonster (MMASB04) van de volledig baksteenhoudende ondergrond een concentratie van 959,9064 mg/kg d.s. voor asbest aangetoond. In deze laag zijn asbesthoudende plaatjes aangetroffen. De berekende asbestconcentratie van 2.399,6 mg/kg d.s. overschrijdt interventiewaarde van 100 mg/kg d.s.. Er is sprake is van een asbesthoudende fundering onder de betonvloer in de bestaande bebouwing. De fundering maakt onderdeel uit van de bouwconstructie en dient derhalve door een asbestinventariseerder nader te worden onderzocht. In de overige grondmengmonsters zijn verder geen gehalten aan asbest aangetroffen, die een nader onderzoek naar asbest verplichten (50 mg/kg d.s.) of de interventiewaarde van 100 mg/kg d.s. overschrijden.
Diverse onderzoeken, Blankensteijn 1-9 en 11 en Dreef 2 te Hedel Rapportnr.: B16.6633 versie: 1.0 datum: 2 mei 2017
21
11.3. Algehele conclusie en aandachtpunten Met de uitgevoerde onderzoeken is een indicatie verkregen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de locatie aan de Blankensteijn 1-9 en Dreef 2 te Hedel. Er is sprake is van een asbesthoudende fundering onder de betonvloer in de bestaande bebouwing. De fundering maakt onderdeel uit van de bouwconstructie en dient derhalve door een asbestinventariseerder nader te worden onderzocht. In de grond ter plaatse van de onderzoekslocatie is zintuiglijk en/of analytisch geen asbest aangetroffen. Voor wat betreft de algemene NEN-kwaliteit is de onderzoekslocatie in onvoldoende mate onderzocht. Op basis van de huidige onderzoeksresultaten is minimaal sprake van 3 deellocaties met licht (index >0,5) verontreinigde grond met zink en/of sterk verontreinigde grond met lood. Om van een geval van ernstige bodemverontreiniging te spreken dient voor tenminste één stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m3 grond hoger te zijn dan de interventiewaarde. Gezien de resultaten van het historisch onderzoek en de verdeling van de aangetroffen verontreinigingen is niet uit te sluiten dat sprake is van heterogene aanwezigheid licht tot sterke verontreinigingen met zink en/of lood. Middels een nader onderzoek naar zink en/of lood dient de omvang en de ernst te worden vastgesteld.
Het nader onderzoek naar zink en/of lood dient te worden uitgevoerd conform de NTA 5755:2010.
Diverse onderzoeken, Blankensteijn 1-9 en 11 en Dreef 2 te Hedel Rapportnr.: B16.6633 versie: 1.0 datum: 2 mei 2017
22
12. REFERENTIES 1. Nederlands Normalisatie Instituut, Delft 2009. NEN 5725, Leidraad voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader bodemonderzoek. 2. Nederlands Normalisatie Instituut, Delft 2016. NEN 5740/A1, onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek, onderzoek naar de kwaliteit van de bodem en grond. 3. Nederlands Normalisatie Instituut, Delft 2015, NEN 5707/C1:2015, norm Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem. 4. Nederlands Normalisatie Instituut, Delft 2015, NEN 5897, monsterneming en analyse van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat. 5. Lekahena, E.G. en G.A.G. Nelisse, 1974. Grondwaterkaart van Nederland, Dienst grondwaterverkenning TNO, Delft. 6. Ministerie van VROM en Verkeer en Waterstaat, Regeling bodemkwaliteit, Staatscourant, 20 december 2007, nr. 247 (inclusief rectificaties en wijzigingen hierop volgend). 7. Ministerie van VROM, Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatscourant, 27 juni 2013, nr. 16675 (inclusief rectificaties en wijzigingen hierop volgend).
Diverse onderzoeken, Blankensteijn 1-9 en 11 en Dreef 2 te Hedel Rapportnr.: B16.6633 versie: 1.0 datum: 2 mei 2017
BIJLAGEN
Bijlage 1
Tekening: B16.6633
Schaal: 1 : 50.000
Bron: CC-BY Kadaster; Topografische kaart van Nederland (uitgave 2016) Onderdeel: Situering in de regio
Bijlage 3
Boring:
B01A
Boring:
B01B
Datum:
22-03-2017
Datum:
22-03-2017
0
0
-10 -30 -50
50
klinker Edelmanboor Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, neutraal bruinbeige, Edelmanboor
-100
Klei, sterk zandig, sterk humeus, zwak puinhoudend, donker grijsbruin, Edelmanboor Klei, matig zandig, neutraal beigebruin, Edelmanboor
150
-10
1 2 50
Zand, zeer fijn, matig siltig, sterk humeus, matig puinhoudend, donkerbruin, Edelmanboor 100
0
0
-30 -50
Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, neutraal bruinbeige, Edelmanboor Zand, zeer fijn, matig siltig, sterk humeus, matig puinhoudend, donkerbruin, Edelmanboor
3 -100
100
klinker Edelmanboor
4
Klei, sterk zandig, sterk humeus, zwak puinhoudend, donker grijsbruin, Edelmanboor Klei, matig zandig, neutraal beigebruin, Edelmanboor
150 5
-200
200
-200
200
Boring:
B01C
Boring:
B02
Datum:
22-03-2017
Datum:
22-03-2017
0
0 -10 -30
50
-50
klinker Edelmanboor Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, neutraal bruinbeige, Edelmanboor Zand, zeer fijn, matig siltig, sterk humeus, matig puinhoudend, donkerbruin, Edelmanboor
100
-100
Klei, matig zandig, neutraal beigebruin, Edelmanboor
150
200
Projectcode: B16.6633 getekend volgens NEN 5104
Klei, sterk zandig, sterk humeus, zwak puinhoudend, donker grijsbruin, Edelmanboor
-200
0
0
-10
1 -50
50 2
-70
klinker Edelmanboor Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, neutraal bruinbeige, Edelmanboor Klei, matig zandig, matig humeus, zwak puinhoudend, neutraalbruin, Edelmanboor
Bijlage 3
Boring:
B03
Boring:
B04
Datum:
22-03-2017
Datum:
22-03-2017
0
0 1
groenstrook Zand, zeer fijn, zwak siltig, sterk humeus, matig puinhoudend, sporen kolen, donker grijsbruin, Edelmanboor
50
0
0 1
groenstrook Zand, zeer fijn, zwak siltig, sterk humeus, matig puinhoudend, zwak koolhoudend, donker grijsbruin, Edelmanboor
50 2
-70
2 -100
100
Klei, sterk zandig, sterk humeus, zwak puinhoudend, sporen kolen, donker grijsbruin, Edelmanboor
3 150 4 -200
200
Boring:
B05
Boring:
B06
Datum:
21-03-2017
Datum:
22-03-2017
0
0
-18
beton Kernboor Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, matig baksteenhoudend, brokken klei, neutraal grijsbruin, Edelmanboor
1 50 2 3
-100
4
1
200
Projectcode: B16.6633 getekend volgens NEN 5104
Zand, zeer fijn, zwak siltig, sterk humeus, zwak baksteenhoudend, donker grijsbruin, Edelmanboor Klei, matig siltig, sporen baksteen, Edelmanboor Klei, matig siltig, zwak humeus, neutraal grijsbruin, Edelmanboor
5 -200
-50
100
groenstrook Zand, zeer fijn, zwak siltig, sterk humeus, donkerbruin, Edelmanboor Edelmanboor Zand, zeer fijn, zwak siltig, sterk humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor
2
-150
150
-10 -15
50
-80
100
0
0
-100
Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak koolhoudend, neutraal beigegrijs, Edelmanboor
Bijlage 3
Boring:
B07
Boring:
B08
Datum:
23-03-2017
Datum:
22-03-2017
0
0
-20
50
3
beton Kernboor Volledig baksteen, zwak asbestverdacht materiaal houdend, River, 151gr type A
4
0
0
-10 -15
1 -50
50
-100
Klei, matig zandig, matig humeus, donkerbruin, Guts
1
100
Edelmanboor Zand, zeer fijn, zwak siltig, sterk humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor
2 100
groenstrook Zand, zeer fijn, zwak siltig, sterk humeus, donkerbruin, Edelmanboor
-100
Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak koolhoudend, neutraal beigegrijs, Edelmanboor
0
groenstrook Zand, zeer fijn, zwak siltig, sterk humeus, matig puinhoudend, zwak koolhoudend, laagjes plastic, donker grijsbruin, Edelmanboor
150 2 -200
200
Boring:
B09
Boring:
PB10
Datum:
21-03-2017
Datum: GWS:
22-03-2017 270
0
0
-19
1 50
-40
2 -70
3 100
-100
beton Kernboor Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak baksteenhoudend, neutraal beigegrijs, Edelmanboor
0 1 50
Zand, zeer fijn, zwak siltig, sterk humeus, matig baksteenhoudend, donker grijsbruin, Kernboor Zand, zeer fijn, sterk siltig, sterk humeus, matig baksteenhoudend, donker grijsbruin, Kernboor
2 -100
100
Klei, matig zandig, matig humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
3 150 4 -200
200
Klei, sterk zandig, neutraal bruingrijs, Edelmanboor
5 250 6
300
350
400