Bijlage 2 Cirtex QA lijst van vragen uit de bestuurlijke route
Tekst van het document
Vragen en antwoorden, gesteld tijdens de bestuurlijke route in 2025 over hantering van een brede maatschappelijke businesscase voor Cirtex – 4/4/25
1. In de presentatie die op de raadsinformatiebijeenkomst van 3 februari jl. is gehouden, staat dat de huidige crisis op de wereldwijde textielmarkt van tijdelijke aard is. Kan een onderbouwing gegeven worden van deze verwachting? Met andere woorden, op basis van welke gegevens en cijfers wordt verwacht dat de crisis van tijdelijke aard is? En op welke termijn is de crisis dan afgelopen? Op grond van het Besluit regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (Besluit UPV) zijn producenten verantwoordelijk voor een passend innamesysteem en de financiering hiervan. De crisis is van tijdelijke aard omdat er een tweetal zaken zijn die daar invloed op hebben. Allereerst zal er vanuit de UPV een vergoedingstelstel komen voor inzameling en sortering en zijn we hiermee niet meer geheel afhankelijk van de marktsituaties. Daarnaast zal de UPV ook zorgen voor innovatie in de textielrecycling. Beiden zijn essentieel om de crisis te beëindigden. 2
UPV-vergoeding voor opschoning, inzameling en sortering: wat is de stand van zaken (wanneer wordt de vergoeding uitbetaald?) en wat is de verwachte hoogte van de vergoeding per ingezamelde kilo (tijdens de presentatie werd gesproken over een vergoeding van in totaal € 0,38 per kilo)? In het hoofdlijnenakkoord leggen de Stichting UPV Textiel, NVRD, VHT en BKN de textielbeheerstructuur vast voor 2025. Partijen hebben de intentie om met elkaar voor meerdere jaren samen te werken en onderkennen dat 2025 een leerjaar is. De garantievergoedingen voor 2026 zullen worden herzien op basis van een onafhankelijk uitgevoerd kostprijsonderzoek in 2025 ter bepaling van de keten. Voor 2025 is afgesproken dat de inzameling jan-jun € 0,08 per/kg is en jul-dec € 0,14 en voor basis sorteren is dat janjun € 0,21 per/kg is en jul-dec € 0,27. De definitie van basis sorteren is tot 100 artikelen en wij doen 12 soorten en het is nog niet duidelijk wat Cirtex krijgt van deze vergoeding. Daar worden nu gesprekken over gevoerd met UPV Textiel.
3
Alternatieve circulaire textielproducten: wat is de verwachting over de termijn waarop textiel vanuit Cirtex aangeleverd kan worden om allerlei producten in de openbare ruimte op basis van textiel te produceren? En wat is dan de opbrengst van textiel (de prijs per kilo en op jaarbasis)? En op basis van welke gegevens en cijfers kunnen hierover uitspraken gedaan worden? We kunnen nu al produceren en materialen maken waarmee we verschillende producten kunnen maken. Het Pleintje van Morgen is hier de voorloper van en sporadisch zetten we producten in de openbare ruimte. Verder zijn er samenwerkingen in de keten waar ook producten voor binnen worden geproduceerd zoals stoelen, tafels, plafondplaten, etc. We hebben het hier over laagwaardige toepassingen en dit komt uit de slechte soort textiel kwaliteit ook wel genoemd industrie. Uiteindelijk willen we van vezel tot vezel toepassingen ondersteunen, dit is waar de grootste innovatie moet plaatsvinden. Industrie hoeveelheid in 2024 was 151.000 kg. Het zou erg helpen als gemeenten afnemer worden van alternatieve circulaire textielproducten in de openbare ruimte. Op deze wijze kunnen we textiel circulair toepassen in onze eigen regio.
4
In het verlengde hiervan: wat is de potentie voor de afzet van textiel als grondstof voor andere producten in de regio, uitgaande van een groei van de circulaire economie? Is er een plan voor het verhogen van de afzet in de regio? Uiteindelijk willen we met elkaar naar een gesloten keten in Rivierenland, waar A kwaliteit in winkels wordt verkocht en B kwaliteit wordt ingezet als nieuw textiel en Industrie producten gemaakt voor openbare ruimte en bouwprojecten. Gemeenten kunnen hierin een grote rol spelen door te sturen op circulaire toepassingen in hun gemeenten en aanbestedingen hierop in te richten.
5
Tijdens de presentatie werd gesteld dat, wanneer Cirtex opgeheven wordt, dit kosten van in totaal € 700.000 als gevolg heeft. Uit de presentatie kan opgemaakt worden dat het dan om de uitkeringen die dan betaald moeten worden, en om de inzamelvergoeding die Avri niet meer ontvangt, gaat. Klopt dit? Maar Avri blijft toch textiel apart inzamelen en dus een inzamelvergoeding ontvangen, ook al zou Cirtex opgeheven worden? Die € 700.000 werd genoemd als het totaal van (afgerond) € 450.000 aan uitkeringen bij Werkzaak (die nu bespaard is gebleven door de inzet van doelgroepers bij Cirtex) en € 250.000 aan inzamel- en transportvergoeding bij Avri (welke zonder Cirtex in de huidige markt waarschijnlijk ook niet wordt verkregen bij andere textielafnemers). Zonder Cirtex hadden de medewerkers in de uitkering gezeten en is de vraag of deze groep, die een loonwaarde van 40% gemiddeld heeft, elders aan het werk kan komen. Het bedrag van 423k is maar een gedeelte omdat we ervan uitgaan dat een deel van de medewerkers herplaatst kan worden bij andere bedrijven. Het textiel is nu niets waard door de crisis en ook als Avri rechtstreeks in de markt zou zetten dezelfde vergoeding zou krijgen als Cirtex. Als de UPV Textiel in werking gaat zal Avri via een sorteerder dezelfde inzamelvergoeding kunnen krijgen.
In de presentatie wordt uitgegaan van een worstcases scenario waarin de UPV vergoeding en EFRO subsidie nog niet duidelijk zijn.
6
Wat wordt er gedaan met de opbrengsten die Avri ontvangt voor de verkoop van textiel (€ 0,02 tot 0,04 per kilo, zoals genoemd tijdens de presentatie)? Opbrengsten komen ten goede aan de bedrijfskosten van Avri en daarmee is het onderdeel van de afvalstoffenheffing. Omdat kosten en opbrengsten van de 28 grondstoffen in deze mondiale wereldmarkt fluctueren is er een egalisatiefonds bij Avri waarin meevallers de tegenvallers worden opgevangen, daarmee voorkomen we grote schommelingen in de afvalstoffenheffing. In 2019 heeft het algemeen bestuur in het kader van GRIP dit ingevoerd. De inzamelkosten voor textiel zijn 0,14 cent per kg, dit is ook wat Avri kreeg van Cirtex.
7
Wat zijn de gevolgen voor Avri van het niet door Cirtex aflossen van de lening die door Avri aan Cirtex verstrekt is? Cirtex komt haar verplichtingen na conform afspraak. De lening van 350k is nu voor 35k (2024) afgelost (volgende aflossing conform betaalritme: medio juni 2025). Mocht Cirtex op enig moment haar verplichtingen niet na kunnen komen, dan beschikt Avri over de sorteerbanden en -machine, waarvan de restwaarde het niet-afgeloste deel kan afdekken.
8
In een brief van Cirtex aan Avri staat het volgende: “In de prijsafspraken, die we hebben gemaakt met Avri, is een vergoeding opgenomen voor inzameling, transport en overslag. Daarbij hebben we ook afspraken gemaakt over het maximale afvalpercentage, namelijk 14%. Nu dit aanhoudend hoger blijft, zien wij ons genoodzaakt de extra kosten, die dit hogere vervuilingspercentage met zich meebrengt, per 1 oktober bij Avri in rekening te brengen c.q. met de vergoeding aan Avri te verrekenen.” Naar aanleiding hiervan: welke prijsafspraken zijn er gemaakt tussen Avri en Cirtex? En zijn deze meegenomen in de totale begroting van Cirtex? Wat wordt er met het bedrag dat bij Avri in rekening wordt gebracht, gedaan? Is dit meegenomen in het financiële totaalplaatje van Cirtex? De inzamel vergoeding van 14 cent is berekend op de werkelijk ingezamelde kg bij Avri met het risico dat er ook vervuiling in kan zitten die minder is dan 14%. De kosten voor de vervuiling in textiel wordt opgevangen in het basispakket benoemd. Bij de verhandeling van grondstofstromen zijn dergelijke afspraken over het maximaal toelaatbare vervuilingspercentage gebruikelijk. 9 Wat zijn de resultaten circulair en inclusief die gemaakt zijn in 2024? • • •
• • •
Circulair 1.649.371 kg textiel uit Rivierenland 710.000 kg opgeschoond (vuil en nat eruit gehaald) en ter sortering aangeboden 586.000 kg sociaal gesorteerd waarvan: o 40.000 kg A kwaliteit in de winkel van 2Switch o 395.000 kg B kwaliteit oftewel Afrika kwaliteit o 151.000 kg Industrie o 354.000 kg afval in het textiel Inclusief We hadden 72 werk en ontwikkelplekken tot en met 2024. 16 succesvolle doorplaatsingen naar reguliere werkgevers kunnen bewerkstellingen. Geen textiel verbrand en alles gesorteerd.
10 Mag uitkeringsgeld ingezet worden voor exploitatie dekking van de entiteit Cirtex? Het is logisch om een directe link te leggen tussen participerende en niet-participerende mensen uit de doelgroep: of ze ontvangen loon voor werk of ze ontvangen een uitkering als zij geen passend werk hebben. Formeel gaat het in de dekking van de middelen echter anders; het Participatiebudget wordt ingezet om de faciliteit ‘Cirtex’ een aantal jaren te ondersteunen als bewezen opstap/springplank voor doelgroepers om aan een betaalde baan te geraken. Het is dus een beetje ‘vestzak/broekzak’ voor gemeenten: praticpatiemiddelen inzetten om uiteindelijk op uitkeringen te bezuinigen. Zie ook het antwoord op vraag 14 e.v. 11 Waarom is de crisis straks weer voorbij? In vraag 1 wordt hier al aan gerefereerd. De crisis is van tijdelijke aard omdat er een tweetal zaken zijn die daar invloed op hebben. Allereerst zal er vanuit de UPV een vergoedingstelstel komen voor inzameling en sortering en zijn we hiermee niet meer geheel afhankelijk van de
marktsituaties. Daarnaast zal de UPV ook zorgen voor innovatie in de textielrecycling. Beiden zijn essentieel om de crisis te beëindigden. 12 Wat doet 2Switch in het tekort? In de exploitatie voor 2025 en 2026 betaalt 2Switch een substantieel hogere marktprijs per kilo voor de A kwaliteit (herdraagbare kleding), die weer in de kringloopwinkels in onze regio wordt verkocht. Naarmate we meer A kwaliteit weten te sorteren tegen een hogere prijs heeft dit uiteraard een direct positief effect op het voorziene exploitatietekort. Bovendien maken we gebruik van de kennis en kunde van 2Switch, welke zij opdoen op de andere plekken waar zij ook (participeren in het) textiel sorteren. 13 Er zou mogelijk een addendum worden opgesteld rondom de cijfers/financiële positie van Cirtex. Komt die toelichting nog? Naar aanleiding van de raadsinformatiebijeenkomst van 3 februari jl. zijn de financiële cijfers/tabellen aangepast, en inmiddels opgenomen in het DB en AB voorstel en de zienswijzebrief aan de gemeenten. Daarin is nu de financiële situatie uitgebreid uiteengezet.
14 Wat zijn de directe en indirect financiële resultaten voor Werkzaak door plaatsing van bijstandsgerechtigden bij Cirtex (ook irt de ontwikkeling van de rijksfinanciering op korte en langere termijn (BUIG/lks/omzet)? Voor iedere medewerker die bij Cirtex gedetacheerd wordt en daarmee geen uitkering meer nodig heeft, wordt voor 2025 een bedrag van € 18.712 bespaard per jaar. Dit bedrag is vastgesteld in de door het Rijk gepubliceerde voorlopige bijstandsbudgetten 2025. Voor iedere medewerker die vanuit de Participatiewet geplaatst wordt op basis van een loonwaarde meting ontvangt Werkzaak een loonkostensubsidie. Deze is afhankelijk van de gemeten loonwaarde. Voor iedere medewerker die vanuit de Participatiewet geplaatst wordt, ontvangt Werkzaak een detacheringsvergoeding op basis van het minimumloon. Met de detacheringsvergoeding die in rekening gebracht wordt aan Cirtex wordt rekening gehouden met de vastgestelde loonwaarde. Voor iedere medewerker die vanuit de SW geplaatst worden, ontvangt Werkzaak een detacheringsvergoeding op basis van het minimumloon. Deze omzet valt nagenoeg volledig weg, op het moment dat Cirtex zou stoppen en de mensen op een andere plek moeten worden ondergebracht.
In de praktijk zal dit betekenen dat de mensen in de productie- en ontwikkelhallen aan de slag gaan op de bestaande pakketten, omdat de loonwaarde onvoldoende is om ze te herplaatsen bij een reguliere werkgever. Daarnaast zal Werkzaak extra kosten moeten maken om de medewerkers op een werkervaringsplek te plaatsen bij externe sociale activeringsbedrijven. Hiervoor betalen we een vergoeding per plek, wat uitkomt op € 52.000 per jaar op basis van 10 structurele plekken. 15 Volgens de presentatie gegeven op 3-2-25 gaat het om 72 werk- en ontwikkelplekken die gerealiseerd zijn bij Cirtex over de periode 2023 – 2024. Kloppen deze aantallen? Ja, deze aantallen zijn juist.
16 Inzicht in de totale kasstromen van Werkzaak naar Cirtex en vice versa met de relatie naar de jaarstukken 2023, 2024 en begroting 2025 ev. In totaal is er voor 2023 en 2024 een bedrag van respectievelijk € 244.000 en € 355.000 aan omzet op basis van detachering gerealiseerd. Voor 2025 is een bedrag van € 471.000 begroot. 17 Werkzaak heeft de bestuurlijke opdracht om kostendekkend te werken en geen staatsteun te verstrekken aan reguliere bedrijven. Is de vergoeding van Cirtex kostendekkend? Wat zijn de gemaakte afspraken hierover? Cirtex betaalt een uurtarief op basis van het prijsbeleid van Werkzaak. Dat betekent dat er geen staatssteun wordt verleend aan Cirtex. De totale detacheringsvergoeding die Cirtex betaalt aan Werkzaak voor de detachering van deze medewerkers bedraagt € 471.000. 18 Wat zijn de financiële consequenties voor Werkzaak (en voor de gemeenten) als de huidige medewerkers niet bij Cirtex kunnen werken? En hoe snel zijn de medewerkers te herplaatsen? Cirtex biedt een unieke infrastructuur voor mensen met een loonwaarde van 40 tot 45%. Hiermee vormt Cirtex een springplank voor deze mensen die onmogelijk op korte termijn regulier aan het werk kunnen. Ter indicatie: bij reguliere bedrijven werken mensen vanuit Werkzaak met een loonwaarde van ongeveer 60%. Omzet Op moment dat Cirtex ophoudt te bestaan, valt deze omzet weg.
De mensen die op dit moment zijn ondergebracht bij Cirtex zijn, behoudens een enkeling, nog niet in staat om te worden doorgeplaatst naar reguliere werkgevers. Voor hooguit 5 mensen is de inschatting dat dit binnen afzienbare tijd mogelijk is. Alle andere mensen die nu gedetacheerd zijn bij Cirtex, zullen in de hallen moeten worden geplaatst waar ze verspreid worden over de hallen. Daarmee dragen ze bij aan de productie voor bestaande werkpakketten. Omdat het al bestaande werkpakketten betreft, wordt geen extra omzet gegenereerd. Het is ook niet mogelijk extra werkpakketten binnen te halen omdat daarvoor geen ruimte is in de hallen. Op moment dat het niet lukt om mensen die voorheen in de bijstand zaten binnen de lopende 3 jaar dat ze een dienstverband hebben, regulier uit te plaatsen, vallen zij terug in de bijstand. Er van uitgaande dat 5 mensen worden doorgeplaatst met een loonwaarde van 45%, levert dat aan omzet € 72.000 op (uitgaande van een gemiddelde omzet per persoon van € 14.400 per jaar). Tegelijkertijd zal naar inschatting een aantal mensen terugvallen in de bijstand. De mensen die vanuit de bijstand een dienstverband hebben gekregen bij Werkzaak, krijgen dat voor maximaal 3 jaar (wetgeving en geldend beleid). Binnen die termijn moeten ze doorstromen naar regulier werk. Bij Cirtex hebben ze een springplank en in de hallen vallen ze terug in een vangnet.
De inschatting is dat minimaal 4 mensen zullen terugvallen in de bijstand. Bij een uitkering van gemiddeld € 16.500 per jaar komt dat neer op een extra uitkeringslast van €
66.000 Per saldo is dat een bedrag van € 6.000 In het voorstel hebben we dit niet meegenomen omdat het grotendeels tegen elkaar wegvalt en het in de uitleg onnodig complex wordt. Kosten voor opdoen werkervaring De mensen die bij Cirtex een werkervaringsplek hebben, moeten elders werkervaring opdoen. Bij Cirtex wordt daarvoor geen vergoeding gevraagd. Bedrijven en instellingen waar mensen hiervoor terecht kunnen, worden wel kosten berekend voor de te bieden begeleiding. Bij het herplaatsen van 10 mensen die nu werkervaring opdoen bij Cirtex, zullen de kosten € 52.000 bedragen. Lagere kosten door wegvallen tegemoetkoming huur Op moment dat Cirtex stopt, vallen ook kosten weg voor Werkzaak. Namelijk de vergoeding voor de infrastructuur. Cirtex betaalt kosten voor de huur van de hal waarin het is gehuisvest. Feitelijk is dat een verlengde infrastructuur voor Werkzaak omdat het een passende plek is voor mensen die het nodig hebben als springplank om de stap naar de reguliere arbeidsmarkt te maken. De bijdrage die Werkzaak levert als tegemoetkoming in de huur voor het pand van Cirtex is € 100.000 per jaar.
19 In de brief aan de gemeenteraden voor het uitbrengen van een zienswijze wordt gevraagd om een zienswijze met betrekking tot het voorgenomen besluit tot hantering van een brede maatschappelijke businesscase voor Cirtex en de hieruit voortvloeiende bijdrage door Werkzaak voor de jaren 2025 en 2026. In deze brief staat ook dat Avri bereid is om de inzamelvergoeding voor textiel van € 252.000 niet bij Cirtex in rekening te brengen gedurende deze jaren. Daarover moet m.i. ook een zienswijze gevraagd worden, want dit kan uiteindelijk consequenties hebben voor de afvalstoffenheffing (het egalisatiefonds grondstoffen waar dit verlies ten laste wordt gebracht, wordt namelijk gevoed door de afvalstoffenheffing). Bovendien is dit een verkapte subsidie vanuit Avri aan Cirtex. De inzamelvergoeding voor Avri wordt, in tijde van de textielcrisis, niet in rekening gebracht bij Cirtex omdat de verwachting is dat Avri dat bij een andere afnemer onder de huidige marktcondities ook niet zou ontvangen. De financiële dekking van dit tekort van € 252.000 vindt plaats via egalisatie, oftewel een voorziening grondstoffen hiervoor, die in 2019 door het AB is ingesteld om schommelingen in de afvalstoffenheffing te voorkomen. Het geheel van meer en minderopbrengsten over alle grondstoffen in het egalisatiefonds leidt ertoe dat juist de verschillen in de jaarlijkse afvalstoffenheffing worden voorkomen.
In dit geval zal het geen directe invloed hebben op de hoogte van de afvalstoffenheffing voor de inwoners, omdat er op andere grondstoffen meer opbrengsten zijn dan begroot. 20 Het is niet duidelijk op basis van welke gegevens en cijfers verwacht wordt dat de crisis van tijdelijke aard is en op welke termijn de crisis dan afgelopen is. Dit is wel essentieel voor de beslissers (lees gemeenteraden) van de toekomst van Cirtex . Zie vraag/antwoord 1. 21 Wat is er nodig om de komende 2 jaar van Cirtex te overbruggen binnen de begroting van Werkzaak en wat zijn de besparing op uitkeringen en de gerealiseerde omzet te gebruiken ter afdekking van het resultaat van Cirtex?
Om de komende 2 jaar te overbruggen, is het nodig om binnen de begroting van Werkzaak dekking te vinden. Dat is logisch omdat Werkzaak van Cirtex een inleenvergoeding ontvangt voor de mensen uit de doelgroep die er werkzaam zijn. Deze mensen zijn afhankelijk van deze unieke werkplek vanwege hun loonwaarde en kunnen niet op een andere plek aan het werk tegen een zelfde inleenvergoeding. Dekking kan worden gevonden in het Participatiebudget dat vanaf 2025 structureel wordt verhoogd met € 600.000,-. Op die manier kan het worden opgelost binnen de bestaande begroting van Werkzaak, zonder verhoging van de gemeentelijke bijdrage. Dit komt voor de jaren 2025 en 2026 neer op een onttrekking uit het Participatiebudget van € 383.000 (€ 423.000 minus € 40.000) voor beide jaren. Hiermee wordt de verlengde infrastructuur van Cirtex die voor veel mensen uit de doelgroep een passende voorziening is, aangemerkt als een re-integratie instrument dat duurzaam bekostigd kan worden uit het Participatiebudget. Scenario stoppen met Cirtex Uiteindelijk is het financiële plaatje bij stoppen Cirtex voor Werkzaak: Verlies omzet
€ 471.000
Extra kosten voor nieuwe activeringsplekken
€ 52.000
Totaal
€ 523.00
Besparing kosten infrastructuur Cirtex
€ 100.000
Totaal “verlies” bij stoppen Cirtex
€ 423.000
22 Het is niet duidelijk over welke aantallen het gaat, in het AB stuk gaat het over een verlies van 40 tot 50 werkplekken. In het oorspronkelijke voorstel wordt gesproken over 30 betaalde plekken en 60 ontwikkelplekken. Het aantal ontwikkel- en betaalde werkplekken fluctueert door het jaar heen steeds, afhankelijk van het beschikbare aanbod, de loonwaarde en de hoeveelheid Textiel, die wekelijks bij Cirtex moet worden verwerkt. In de afgelopen jaren 2023 en 2024 zijn er binnen Cirtex 72 werk- en ontwikkelplekken ingevuld. 23 Waar is het bedrag van € 52.000 op gebaseerd? Het bedrag is gebaseerd op het aantal ontwikkelplekken en het dagdeeltarief dat Werkzaak betaalt aan andere sociale activeringsaanbieders. 24 De vergoeding voor de infrastructuur van Cirtex, door Werkzaak bedraagt € 100.000 op jaarbasis. In het nieuwe voorstel is niet goed terug te lezen of in de nieuwe situatie Werkzaak nog steeds dat bedrag van € 100.000 voor de infrastructuur van Cirtex moet betalen. Zie antwoord vraag 21. 25 De verhoging van het participatiebudget van structureel € 600.000: Waar komt dat vandaan en wat zijn de financiële gevolgen daarvan voor de afzonderlijke gemeenten?
Structurele verhoging van het Participatiebudget: deze is aangekondigd in de septembercirculaire 2023 en geëffectueerd in de meicirculaire 2024. Het gaat om extra middelen voor de financiering van de regeling beschut en een bedrag als compensatie voor de afschaffing van de regeling LIV (lage inkomensvergoeding). 26 Kan dit budget dan niet besteed worden aan niet-Cirtex mensen uit dezelfde doelgroep? Het gaat om structurele middelen die ‘landen’ in het Participatiebudget. Het Participatiebudget is bedoeld voor het ondersteunen van onze doelgroepen (werkzoekenden) en om hen aan werk te helpen en te houden. Het totale bestand aan werkzoekenden neemt af als gevolg van de afloop van de SW en een stabiel bestand van mensen in de Participatiewet. Tegelijkertijd zien we de ondersteuningsbehoefte toenemen van de groep die onze begeleiding nodig heeft. Voor deze begeleiding kwamen en komen we uit met het reguliere budget, vooral omdat we er voor kiezen om die begeleiding zelf te bieden en niet te kiezen voor dure externe trajecten. De structurele extra middelen kunnen verantwoord worden ingezet voor Cirtex, temeer omdat stoppen met Cirtex onder de streep leidt tot een hogere gemeentelijke bijdrage.
27 En hoe is de situatie na einde pilot en 2026? Het uitgangspunt is nog steeds is dat participatiemiddelen slechts incidenteel hoeven te worden ingezet en dat Cirtex uiteindelijk zwarte cijfers kan laten zien. 28 Welk besluit neemt het AB van Werkzaak? Het AB neemt het besluit. Zoals het concept AB voorstel beschrijft is het voorstel om in te stemmen met een tijdelijke financiële ondersteuning van Cirtex. En de hiervoor aan te wenden middelen (bijdrage Participatiebudget) te halen uit de bestaande begroting van Werkzaak, dus zonder verhoging van de gemeentelijke bijdrage (zie concept AB-voorstel). 29 Waar komt het bedrag van structurele verhoging van € 600.000 P-budget vandaan? En dan is er minder P-budget beschikbaar voor de groeiende doelgroep waarop we meer in moeten zetten om die geactiveerd te krijgen? Structurele verhoging van het Participatiebudget: deze is aangekondigd in de septembercirculaire 2023 en geëffectueerd in de meicirculaire 2024. Het gaat om extra middelen voor de financiering van de regeling beschut en een bedrag als compensatie voor de afschaffing van de regeling LIV (lage inkomensvergoeding). Het gaat om structurele middelen die ‘landen’ in het Participatiebudget. Het Participatiebudget is bedoeld voor het ondersteunen van onze doelgroepen (werkzoekenden) en om hen aan werk te helpen en te houden.
Het totale bestand aan werkzoekenden neemt af als gevolg van de afloop van de SW en een stabiel bestand van mensen in de Participatiewet. Tegelijkertijd zien we de ondersteuningsbehoefte toenemen van de groep die onze begeleiding nodig heeft. Voor deze begeleiding kwamen en komen we uit met het reguliere budget, vooral omdat we er voor kiezen om die begeleiding zelf te bieden en niet te kiezen voor dure externe trajecten. De structurele extra middelen kunnen verantwoord worden ingezet voor Cirtex, temeer omdat stoppen met Cirtex onder de streep leidt tot een hogere gemeentelijke bijdrage. 30 Bij voortzetting Cirtex, blijft Werkzaak dan per jaar € 100.000 aan vergoeding voor de infrastructuur betalen?
Zie antwoord vraag 21.
31 Is deze begroting al meegenomen in de gemeentelijke begroting of in die van Werkzaak? In de begroting van Werkzaak is de gevraagde (extra) onttrekking uit het Participatiebudget nog niet meegenomen. We doorlopen de procedure als volgt: verzoek DB tot het nemen van een voorgenomen besluit, zienswijzeprocedure gemeenten om gemeenten in staat te stellen hun zienswijze uit te brengen en vervolgens na het inwinnen van zienswijzen via het DB een verzoek aan het AB om definitief in te stemmen. Pas op moment dat deze procedure is doorlopen en er een definitief bestuurlijk akkoord ligt van het AB van Werkzaak wordt dit verwerkt in de begroting. 32 Wat is de rol van 2Switch? Daar wordt niets over genoemd in dit voorstel. De rol van 2Switch: 2Switch is 1 van de moederorganisaties en samen met Avri en Werkzaak mede oprichter van Cirtex. 2Switch is de partij die het ingezamelde en gesorteerde textiel afneemt dat geschikt is voor verkoop in hun kringloopwinkels. Daarvoor betaalt 2Switch aan Cirtex een vergoeding. Zoals opgenomen in de zienswijzebrief doet ook 2Switch een ingreep gedurende de periode van de textielcrisis. Het tarief dat zij betalen voor de afname van de zogenaamde A-kwaliteit is substantieel verhoogd. 33 En na einde pilot, zijn de verliezen dan nog steeds zoals geschetst? Of wat zijn dan de gevolgen voor de gemeenten? Daar staat niets over genoemd.
Het perspectief naar de toekomst is opgenomen in de zienswijzebrief. Samenvattend verwachten we een structureel positief effect van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) en het aantrekken van tarieven op de textielmarkt. Verder zou het enorm bijdragen aan een positieve businesscase naar de toekomst als we als gemeenten in onze regio eindproducten afnemen die zijn vervaardigd van textiel grondstoffen. Het jaar 2023 liet een positief financieel resultaat zien en onze verwachting is dat we na de textielcrisis weer in de zwarte cijfers komen. 34 In het memo wordt niet ingegaan op de gevolgen van een beëindiging van de activiteiten door Cirtex. Wat zijn de liquidatiekosten? Wat betekent het voor de al toegekende en mogelijk nog te ontvangen subsidie (ESF, Cirtex 1.0 en Cirtex 2.0)? Wat is de (financiële) impact daarvan voor Werkzaak Rivierenland? Welke gevolgen zijn er voor de kandidaten op de werkervaringsen ontwikkelplaatsen die er actief zijn (kunnen zij elders geheel of gedeeld een traject bewandelen)? Wat betekent een liquidatie van Cirtex voor de Avri, o.a. met betrekking tot de aflossing van de uitstaande lening, Met welke aanvullende (verwerkings)kosten gaat Avri geconfronteerd worden? In de brief aan de gemeenteraden wordt aan deze aspecten géén of onvoldoende aandacht geschonken.
Wat als we stoppen met Cirtex? Stoppen met Cirtex leidt tot een persoonlijk drama voor de grote groep mensen die niet kan blijven werken op een voor hen passende plek (tussen productiehallen intern en regulier werk) en hun gezinnen. Onderzoek toont aan dat in geval mensen geen werk hebben, zij een fors hoger beroep doen op andere (met name) gemeentelijke voorzieningen.
Een aantal zou terugvallen in een uitkeringssituatie, de meesten zouden teruggeplaatst worden in de beschutte werkomgeving in Geldermalsen. Dat leidt tot hogere uitkeringslasten en verlaging van de omzet aan de kant van Werkzaak. De totale impact voor Werkzaak bij het stoppen met Cirtex bedraagt € 423.000 nadelig. Als we stoppen met Cirtex dan ontvangt Avri ook geen vergoeding voor het ingezamelde textiel omdat in de huidige markt blijkt dat hiervoor momenteel onvoldoende rendabele afzetmogelijkheden bestaan. En daar waar Avri wel andere afnemers vindt, zitten deze doorgaans veel verder weg, waardoor we meer transportkosten hebben. Vanuit het circulariteitsoogpunt is stoppen met Cirtex een enorme aderlating voor de opdracht aan Avri. Dit initiatief draagt juist bij aan het voorkomen van verbranding van textiel en ongewenste dump in oceanen en woestijnen. Uiteraard hebben we in het scenario ‘stoppen met Cirtex’ te maken met verliesgevende investeringen in huisvesting en materieel voor een bedrag van € 350.000,- (lening Avri), die waarschijnlijk niet geheel kunnen worden afgedekt door de restwaarde bij verkoop in de markt. Al met al zijn deze kosten tezamen hoger zijn dan het voorziene exploitatietekort. Verder hebben we een forse investering gedaan om partners aan ons te verbinden die innovatieve oplossingen bieden voor het hergebruik van materialen uit textielafval.
Die partijen en samenwerking met hen is voorwaardelijk om te slagen in onze missie om een sluitende textielketen te realiseren. Uiteraard heeft dit ook een negatieve financiële impact op de ontvangen subsidie voor Cirtex 2.0. Dit geldt niet voor Cirtex 1.0 omdat die subsidie inmiddels definitief is vastgesteld en afgewikkeld in het begrotingsjaar 2024. Al met al is stoppen met Cirtex gedurende de (resterende) pilotperiode nadelig voor mens, milieu en (gemeentelijke) portemonnee. 35 In de AB-stukken van Werkzaak wordt het voorstel gedaan om gedurende een periode van 2 jaren (de jaren 2025 en 2026) een financiële bijdrage te leveren van maximaal € 383.000,- per jaar. Je zou het ook kunnen zien als een garantiestelling voor het tekort tot dit bedrag. Er wordt niet aangegeven welke voorwaarden hieraan zijn verbonden. Wordt de Werkzaakbijdrage 1 op 1 verminderd met de bedragen gelijk aan de evt. aanvullende bijdragen die worden ontvangen vanuit de UPC Textiel, de subsidie Cirtex 2.0 en/of hogere inkomsten door de aantrekkende markt voor textiel? Zo niet, aan wie komen deze mogelijk aanvullende gelden dan ten goede? En wat als het tekort toch groter is dan het nu geschetste negatieve scenario? De gevraagde financiële bijdrage van €383.000,- per jaar is gebaseerd op de cijfers die ten tijde van de zienswijzebrief bij ons bekend zijn.
Zodra het tekort afneemt cq een positief exploitatieresultaat ontstaat, zal geen gebruik (meer) worden gemaakt van de ingezette participatiemiddelen uit de Werkzaakbegroting. 36 In de AB-stukken wordt gesteld dat de dekking voor de bijdrage van max. € 383.000,- binnen Werkzaak kan worden gevonden binnen het Participatiebudget. Er wordt geschreven “In de meicirculaire 2024 is geëffectueerd dat het Participatiebudget structureel wordt verhoogd met € 600.000,-- (verhoging van het Rijksbudget dat is bedoeld voor de begeleiding van werkzoekenden). Het is daarom niet nodig de begroting van Werkzaak en de gemeentelijke bijdrage te verhogen. Per saldo komt er in 2025 en 2026 nog steeds extra budget beschikbaar voor de totale groep werkzoekenden die Werkzaak begeleidt”. Dit mag dan juist zijn maar:
•
•
•
Deze hogere bijdrage kan ook aangewend worden voor andere of nieuwe doelgroepen – mogelijk zelfs met meer ontwikkelperspectief - om de uitstroom te versnellen of Het daardoor ontstane verwacht rekeningsvoordeel (door de hogere rijksvergoeding) wordt dus niet op basis van de verdeelmaatstaf uitgekeerd aan de deelnemende gemeenten (op basis van aantal uitkeringsgerechtigden en werknemers met een loonkostensubsidie). In de stukken en de brief aan de gemeenteraden voor een zienswijze wordt hier niet op ingegaan. Waarom worden deze keuzes niet benoemd en gewogen?
Wij zijn van mening dat juist voor deze doelgroep met een loonwaarde van gemiddeld 45% in een hybride werkomgeving en optimaal ontwikkel -en uitstroom resultaat kan worden bereikt ten opzichte van andere doelgroepen, die Werkzaak al succesvol weet te bemiddelen naar werk. Daarnaast zijn wij van mening dat de investering in deze doelgroep op lange termijn juist loont boven het eenmalig inboeken van een rekeningsvoordeel per gemeente. Bij onze dienstverlening maken wij geen onderscheid in bepaalde doelgroepen en/of belangen van individuele gemeenten. 37 De bijstandsgerechtigden die binnen Cirtex worden begeleid en ontwikkeld, vallen binnen het bereik van AB-voorstel “Kaders toekomstbestendige sociale infrastructuur” (ontwikkellijn 1 “in dienst nemen P-wetters). De bij Cirtex geplaatste personen hebben (voor een deel) een verminderde loonwaarde (tussen 30 en 50%). In 2024 is in de Rekening van Werkzaak Rivierenland al een eenmalig bedrag gereserveerd van € 700.000,-. Daarnaast wordt vanaf 2025 een structureel bedrag ontvangen. Is de inzet van (een deel van) de gelden die hiervoor beschikbaar zijn, niet een acceptabel alternatief? Er zijn verschillende keuzes denkbaar. De kern is dat het voortzetten van Cirtex onder de streep goedkoper is dan stoppen omdat in dat laatste geval de omzet en de uitkeringsbesparing die wegvallen tot een nadelig effect leiden.
Het DB Werkzaak heeft aangegeven dekking voor het naar verwachting tijdelijke tekort van Cirtex te willen vinden binnen het Participatiebudget dat structureel wordt verhoogd. Uiteraard kan er voor worden gekozen om het uit een ander budget te financieren. 38 De raden van de gemeenten in de Regio Rivierenland worden – althans voor wat betreft hun deelname aan de GR Werkzaak Rivierenland - gevraagd om een zienswijze in te dienen. Hierover is het volgende in de tekst van de GR Werkzaak Rivierenland bepaald (Artikel 14, 7e lid- Besluitvorming): “Het algemeen bestuur legt naast de verplichte besluiten die in de WGR of in deze regeling worden genoemd, de besluiten die een aanzienlijk politiek of financieel belang hebben voor de deelnemers ter zienswijze voor aan de gemeenteraden en algemeen besturen van de deelnemers. Hiervoor geldt een termijn van acht weken”. Op vrijdag 21 maart 2025 is de brief (gedateerd 19 maart 2025) ontvangen. Ook is een folder toegevoegd die aan de brief aan de gemeenteraden is verzonden. In de brief aan de raden wordt aangegeven dat in de platformbijeenkomst van 7 april 2025 (van de Avri) de mogelijkheid is tot het stellen van vragen. Het thema ”Cirtex” staat – naar verwachting - ook op de agenda van de raadsbijeenkomst van 12 mei (waar ook al de doorontwikkeling van Werkzaak op de agenda staat). Gelet op de raadscyclus (college/Presidium/RTG-
commissie/Raad) is het vrijwel uitgesloten dat de gemeenteraden een definitieve zienswijze hebben uitgebracht voordat de termijn van 8 weken is verstreken. Eerdere behandeling dan 26 juni 2025 in onze raad is praktisch onmogelijk gelet op de data van aanlevering voor Presidium en RTG. Daarnaast wordt een zienswijze gevraagd in een periode waarin de gemeenten al bevraagd wordt om een zienswijze met betrekking tot zowel de Jaarrekening 2024 als de Begroting 2026. Dit naast de gemeentelijke P&C -cyclus. Dit maakt dat de in het memo van het AB geschetste procedure (“In het Algemeen Bestuur van 10 juli 2025 ligt het voorstel tot onttrekking van middelen uit het Participatiebudget voor om de voortgang van Cirtex te borgen”) wellicht onmogelijk, zo niet zeer risicovol. Hoe denkt het AB Werkzaak om te gaan met géén of slechts voorlopige zienswijzen op een thema dat binnen de gemeenten ongetwijfeld tot discussie zal leiden?. Conform bestuurlijke afspraken is de maximale zienswijze perioden voor de raden 8 weken. Op 24 maart zijn de stukken verzonden naar de griffies van de gemeenten en dit betekent dat er sprake is van een zienswijze periode van 10 weken tot 1 juni 2025.
Daar waar de gemeenten niet in staat zijn tijdig een formeel zienswijze besluit toe te zenden, zullen we het AB informeren aan de hand van ontvangen concept zienswijzen, als de formele raadsbehandeling nog niet heeft plaatsgevonden.
39 In de brief aan de raden wordt op geen enkele wijze ingegaan op de situatie die zich kan voordoen wanneer in het AB van Werkzaak Rivierenland geen meerderheid bestaat voor dekking van de bijdrage van € 383.000,- maar binnen het AB van Avri wel draagvlak is voor hun aandeel van € 252.000,- (of omgekeerd). Waarom niet? Wat dan? De bijlage (het ABvoorstel Cirtex overbrugging pilotperiode van Werkzaak Rivierenland) bij de brief - gedaan door zowel Werkzaak als de Avri - voor het uitbrengen van een zienswijze richt zich immers uitsluitend op de rol van de gemeente (als lokale overheid) binnen de GR Werkzaak Rivierenland (recht van zienswijze). Neemt het AB van de Avri een zelfstandig besluit zonder vooraf – anders dan via een platformbijeenkomst en de ingekomen zienswjjzen van de gemeenten op het AB-voorstel Werkzaak Rivierenland– een besluit over hun aandeel van € 252.000,-?. Werkzaak en Avri zijn beide moederorganisaties van Cirtex en hebben belang bij het voortbestaan om de inclusieve en circulaire doelen te realiseren. De DB’s van beide organisaties vragen daarom een zienswijze bij de gemeenteraden, waarbij de financiële impact voor Werkzaak zodanig is, dat zij eerst de raden wil hebben gehoord alvorens tot reservering van de gevraagde participatiemiddelen in de begroting over te gaan.
Bij Avri heeft de tijdelijke minderopbrengst nauwelijks financiële impact op het totaal van kosten en opbrengsten van alle grondstofstromen, welke altijd al op begrotings- en realisatiebasis worden geëgaliseerd en waarvoor dus geen separaat AB-besluit nodig is. Op basis van de ingekomen zienswijzen door de raden zal de definitieve besluitvorming hierover in het AB van Werkzaak in juli 2025 plaatsvinden. 40 Helder mag zijn dat snel bestuurlijke duidelijkheid gewenst is in het belang van Cirtex (gaan we door en zo ja, hoe financieren we dat dan of stoppen we er mee). Uitstel van deze duidelijkheid brengt Cirtex in een financieel uiterst kwetsbare positie. Anderzijds wordt rond de zomer uitsluitsel verwacht rond de subsidie-aanvraag Cirtex 2.0. De vraag komt op: is in
afwachting van een zorgvuldig bestuurlijk proces (zowel binnen de gemeenteraden als het AB) niet een tijdelijke tussenoplossing mogelijk? Er is geen andere oplossing mogelijk dan een financiële afdekking van het huidige oplopende financiële tekort 2025, omdat het sorteercentrum gewoon in bedrijf is. Ook bij het nu of in de toekomst stoppen zullen de gemeenten te maken krijgen met meerkosten dan de huidige bedrijfsvoering te continueren. Wel kan een incidentele meevaller in de vorm van een subsidie natuurlijk enige financiële verlichting geven, maar er is ons nog geen subsidie definitief toegekend.