Bijlage 2 - Bodemkwaliteitskaart
Tekst van het document
In bijlage in onder het kopje ‘PFAS-gehalten en effect op de kwaliteitsklassen’ wordt hier nader op ingegaan. Op basis van bekende PFAS-gegevens in de gemeenten nemen de gehalten aan PFASverbindingen af in de diepere bodemlagen. Gezien dit gegeven is het de verwachting dat de bodemlaag dieper dan 1,5 meter van een vergelijkbare of betere kwaliteit is als de bodemlaag 1,0-1,5 m-mv.
18
Er is geen informatie bekend in welke producten de PFAS-verbinding ‘MeFOSA’ is en/of wordt gebruikt
19
PFOA: perfluoroctaanzuur; gebruikt in vochtafwerende producten.
20
Het betreft de stoffen barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, PCB (7), PAK (10) en minerale olie. Voor de (voormalige) boomgaarden, de bodemlaag tot 0,5 meter diepte, is de bodemkwaliteitskaart ook opgesteld voor organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB).
BODEMKWALITEITSKAART REGIO RIVIERENLAND | GEMEENTEN BUREN, CULEMBORG, MAASDRIEL, NEDER-BETUWE, TIEL, WEST BETUWE, WEST MAAS EN WAAL EN ZALTBOMMEL | DOCUMENTCODE: 16M1223.RAP001 | STATUS: HERZIEN DEFINITIEF| VERSIEDATUM: JANUARI 2021
21 / 29
Controle saneringscriterium In de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten staat vermeld, dat voor elke bodemkwaliteitszone met een 95-percentielwaarde boven de interventiewaarde uit de Wet bodembescherming een controle op het saneringscriterium nodig is. Bij een overschrijding is het niet verantwoord om zonder partijkeuring grondverzet vanuit de betreffende zone te laten plaatsvinden. Voor PFAS-verbindingen zijn er geen interventiewaarden beschikbaar maar er zijn Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging (INEV’s) voor PFOS, PFOA en GenX21 [13] vastgesteld. De 95-percentielwaarden liggen zeer ruim onder de INEV’s (factor 92 tot 728). Ook liggen de 95-percentielwaarden van de PFAS-verbinding ruim onder de toepassingswaarden voor de bodemfuncties Wonen en Industrie (factor 2,10 tot 12,00). Heterogeniteit De heterogeniteit van de analysegegevens is berekend volgens de methodiek zoals beschreven onder het kopje “Heterogeniteit” in bijlage 1’. In de PFAS-deelgebieden is geen sterke heterogeniteit vastgesteld (bijlage 4B; kolom ‘Heterogeniteit’).
21
INEV’s: PFOS: 110 µg/kg ds; PFOA: 1.100 µg/kg ds; GenX: 97 µg/kg ds.
BODEMKWALITEITSKAART REGIO RIVIERENLAND | GEMEENTEN BUREN, CULEMBORG, MAASDRIEL, NEDER-BETUWE, TIEL, WEST BETUWE, WEST MAAS EN WAAL EN ZALTBOMMEL | DOCUMENTCODE: 16M1223.RAP001 | STATUS: HERZIEN DEFINITIEF| VERSIEDATUM: JANUARI 2021
22 / 29
Tabel 3.8 Bodemkwaliteitszones PFAS-verbindingen, verwachte ontgravingskwaliteit PFAS-verbindingen. PFAS-verbinding
Toetsingswaarden (in µg/kg ds)
Gemiddelde (in µg/kg ds)
Landbouw/natuur
Wonen / Industrie
Bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte # PFOA22 (som)
1,3
1,9*
7,0
PFOS23 (som)
0,5
1,4*
3,0
Maximum andere PFAS-verbindingen
0,2
1,4*
3,0
Bodemlaag vanaf 0,5 meter diepte tot en met 1,0 meter diepte ## PFOA (som)
0,6
1,9*
7,0
PFOS (som)
0,2
1,4*
3,0
Maximum andere PFAS-verbindingen
0,1
1,4*
3,0
Bodemlaag vanaf 1,0 meter diepte tot en met 1,5 meter diepte ### PFOA (som)
0,4
1,9*
7,0
PFOS (som)
0,2
1,4*
3,0
Maximum andere PFAS-verbindingen
0,1
1,4*
3,0
Deze waarde betreft de voorlopige landelijke achtergrondwaarde[3]. De gemiddelden van de PFAS-verbindingen zijn lager dan de voorlopige landelijke achtergrondwaarden vastgesteld, maar voor een aantal PFAS-verbindingen boven de bepalingsgrens. Dit leidt tot beperkingen bij de toepassing van grond in waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden én voor een aantal toepassingssituaties in oppervlaktewater (neem hiervoor contact op met de waterkwaliteitsbeheerder). ## De gemiddelden van de PFAS-verbindingen zijn lager dan de voorlopige landelijke achtergrondwaarden vastgesteld, maar voor een aantal PFAS-verbindingen boven de bepalingsgrens. Dit leidt tot beperkingen bij de toepassing van grond in waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden. ### De gemiddelden van de PFAS-verbindingen zijn lager dan de voorlopige landelijke achtergrondwaarden vastgesteld, maar voor een aantal PFAS-verbindingen boven de bepalingsgrens. * #
3.10
Bijzondere omstandigheden De bodemkwaliteitskaart doet geen uitspraak over de kwaliteit van de bodem ter plaatse van voor bodemverontreiniging verdachte locaties, locaties met lokale verontreinigingen, gesaneerde locaties of locaties met onvoorziene visuele waarnemingen (bodemvreemde materialen, kleur, geur). Op deze locaties wordt een afwijkende (betere of juist slechtere) bodemkwaliteit dan in de omgeving verwacht. Op terreinen die ooit een leeflaag van schone grond hebben gekregen, of oudere gesaneerde locaties is bijvoorbeeld een betere kwaliteit te verwachten. Een slechtere kwaliteit valt te verwachten op terreinen die (wellicht) door een puntbron verontreinigd zijn en ter plaatse van dempingen, stortplaatsen en lokale ophooglagen. Ook door de provincie aangewezen beschermingsgebieden vallen onder locaties met bijzondere omstandigheden voor grondverzet. Voorbeelden hiervan zijn archeologie en 22
PFOA: perfluoroctaanzuur; gebruikt in vochtafwerende producten.
23
PFOS: perfluoroctaansulfonzuur; gebruikt in blusschuim.
BODEMKWALITEITSKAART REGIO RIVIERENLAND | GEMEENTEN BUREN, CULEMBORG, MAASDRIEL, NEDER-BETUWE, TIEL, WEST BETUWE, WEST MAAS EN WAAL EN ZALTBOMMEL | DOCUMENTCODE: 16M1223.RAP001 | STATUS: HERZIEN DEFINITIEF| VERSIEDATUM: JANUARI 2021
23 / 29
cultuurhistorie, habitat-gebieden, Natuur Netwerk Nederland, aardkundig waardevolle gebieden en waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden. De provincie kan hier aanvullende eisen stellen. De ligging van deze gebieden zijn te raadplegen op de website van de provincie Gelderland: http://kaarten.gelderland.nl/viewer/app/thema_drinkwater en http://kaarten.gelderland.nl/viewer/app/AtlasGelderland. Voorafgaand aan grondverzet moet zowel voor de ontgravingslocatie als op de toepassingslocatie worden nagegaan of er naar aanleiding van de ligging in één of meerdere beschermingsgebieden er restricties zijn ten aanzien van het grond- en baggerverzet. 3.11
Vaststellen nieuwe bodemkwaliteitskaart en bodemfunctieklassenkaart Met deze nieuwe gezamenlijke bodemkwaliteitskaart en bodemfunctieklassenkaart hebben de gemeenten een goed instrument in handen voor het toepassen van grond. Een gemeente is voor haar eigen gemeentelijke grondgebied het bevoegd gezag bij de toepassing van grond en gerijpte baggerspecie op de landbodem. De nieuwe gezamenlijke bodemkwaliteitskaart en bodemfunctieklassenkaart moeten bestuurlijk worden vastgesteld door de betreffende colleges van burgemeester en wethouders. Hierop is de procedure uit de Algemene wet bestuursrecht, Afdeling 3.4 (Art. 3:10), van toepassing. Het te voeren (geactualiseerde gebiedsspecifieke) grondstromenbeleid door de gemeenten wordt geformuleerd in de nieuwe gezamenlijke nota bodembeheer[4]. Deze nota bodembeheer moet, met deze bodemkwaliteitskaart en bodemfunctieklassenkaart als bijlagen, bestuurlijk worden vastgesteld met een besluit van de gemeenteraden (zie artikel 44 van het Besluit en paragrafen 4.1.1 en 4.6.2 van de bij het Besluit behorende Nota van Toelichting). Hierop is de procedure uit de Algemene wet bestuursrecht, Afdeling 3.4 (Art. 3:10), van toepassing.
In de laatste wijziging van het Besluit bodemkwaliteit24, in verband met de versnelling van de totstandkomingsprocedure voor het vaststellen van gebiedsspecifiek beleid voor PFASverbindingen, is tot 1 januari 2021 geregeld dat: • Gebiedsspecifiek beleid dat betrekking heeft op PFAS-verbindingen kan ook worden vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders in plaats van de gemeenteraad. • Met de wijziging van het Besluit bodemkwaliteit mogen gemeenten de reguliere procedure voor inspraak vooraf (Algemene wet bestuursrecht, Afdeling 3.4, Art. 3:10), vervangen door bezwaar achteraf. De in deze (voor PFAS-verbindingen) geactualiseerde bodemkwaliteitskaart (kaartbijlagen 1 t/m 4 en statistische onderbouwing) voor de gemeenten vervangen de eerder vastgestelde bodemkwaliteitskaart (kaartbijlagen 1 t/m 4 en statistische onderbouwing). Kaartbijlage 5 (verdachte locaties voor PFAS-verbindingen) wordt als themakaart toegevoegd aan de bodemkwaliteitskaart.
24
Publicatie Staatsblad 491, 17 december 2019.
BODEMKWALITEITSKAART REGIO RIVIERENLAND | GEMEENTEN BUREN, CULEMBORG, MAASDRIEL, NEDER-BETUWE, TIEL, WEST BETUWE, WEST MAAS EN WAAL EN ZALTBOMMEL | DOCUMENTCODE: 16M1223.RAP001 | STATUS: HERZIEN DEFINITIEF| VERSIEDATUM: JANUARI 2021
24 / 29
4
Samenvatting en conclusie In de gezamenlijke bodemkwaliteitskaart van de gemeenten Buren, Culemborg, Maasdriel, Neder-Betuwe, Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal en Zaltbommel zijn op basis van gebruikshistorie, huidig bodemgebruik en bodemkwaliteit in totaal 17 bodemkwaliteitszones onderscheiden. Er zijn 8 bodemkwaliteitszones in de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte, 6 bodemkwaliteitszones in de bodemlaag vanaf 0,5 meter tot en met 2,0 meter diepte onderscheiden en 3 bodemkwaliteitszones voor PFAS-verbindingen (bodemlagen 0-0,5 m-mv, 0,5-1,0 m-mv en 1,0-1,5 m-mv) (zie kaartbijlage 2). De volgende uitgesloten locaties/gebieden zijn afgebeeld op de kaartbijlagen: In de gemeenten is een aantal locaties en gebieden uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart: • Locaties waar vanwege (bedrijfs)activiteiten PFAS-verbindingen in verhoogde gehalten in de bodem kunnen voorkomen (PFAS producerende25 en verwerkende bedrijven26, inzet blusschuim27 en secundaire bronnen28). Op kaartbijlage 5 zijn de bij de Omgevingsdienst Rivierenland bekende locaties weergegeven die verdacht zijn voor verhoogde gehalten aan PFAS-verbindingen. • Voormalige stortplaatsen* (alleen voor wat betreft de ontgravingskaart).
• Water(bodems) die in beheer zijn van de betreffende waterkwaliteitsbeheerder: Rijkswaterstaat of het Waterschap Rivierenland; met uitzondering van de drogere oevergebieden zoals gedefinieerd in de Waterregeling. • De bodemlaag dieper dan 2 meter onder het maaiveld*. • Ook het grondwater is uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart*. * Deze locaties zijn vanwege uiteenlopende redenen (bijvoorbeeld het dynamische karakter of het relatief kleine oppervlak van het gebied) niet op de kaarten weergegeven De volgende locaties/gebieden zijn ook uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart, maar voor PFAS-verbindingen maken deze locaties wél onderdeel uit van de bodemkwaliteitskaart: • Rijkswegen, provinciale wegen, dijkwegen, spoorgebonden gronden inclusief onverharde (spoor)bermen* (allen een andere beheerorganisatie dan de gemeenten; alleen voor wat betreft de ontgravingskaart). • Locaties met, of die verdacht zijn voor, een sterke bodemverontreiniging, maar niet voor PFAS-verbindingen; waaronder wegen die tot het jaar 2000 zijn aangelegd (mogelijk asbesthoudende wegfundering en uitloging van stoffen vanuit de wegfundering naar onderliggende bodemlaag) en te vervangen riooltracés (lekkages vanuit het riool) *. 25
Zoals bijvoorbeeld productie van o.a. PFOS, PFOA, telomeren en andere PFAS-verbindingen.
26
Zoals bijvoorbeeld productie en verwerking van teflon, galvanische industrie, textielindustrie, papier(verwerkende) industrie, lak- en verfindustrie, fabricage van cosmetica. 27 Brand blussen, brandweeroefenplaatsen (gemeenten), brandpreventie voorzieningen (industrie) met schuimblusinstallaties, militaire brandweeroefenplaatsen en vliegvelden, brandweeroefenplaatsen op vliegvelden (burgerluchtvaart). 28 Zoals bijvoorbeeld stortplaatsen, waterzuiveringsinstallaties, afvalverbrandingsinstallaties, ijzerinzamelbedrijven (inzamelen brandblussers), gebruik bestrijdingsmiddelen.
BODEMKWALITEITSKAART REGIO RIVIERENLAND | GEMEENTEN BUREN, CULEMBORG, MAASDRIEL, NEDER-BETUWE, TIEL, WEST BETUWE, WEST MAAS EN WAAL EN ZALTBOMMEL | DOCUMENTCODE: 16M1223.RAP001 | STATUS: HERZIEN DEFINITIEF| VERSIEDATUM: JANUARI 2021
25 / 29
•
Gesaneerde locaties in het kader van de Wet bodembescherming* (alleen voor wat betreft de ontgravingskaart). • Door gemeenten aangewezen gebieden die geheel verdacht zijn voor bodemverontreiniging, geen meetgegevens beschikbaar zijn om te voldoen aan de minimumeisen van de Richtlijnbodemkwaliteitskaarten en/of waar geen grondverzet wordt verwacht: ̶ Gemeente Buren: steenfabriek Roodvoet in Rijswijk, vakantiepark Eiland van Maurik, campingterrein De Schans in Maurik, fabrieksterreinen Marsdijk in Lieden (3x). ̶ Gemeente Culemborg: bedrijventerrein Parallelweg-West ̶ Gemeente Maasdriel: De Hoge Waard in Heerwaarden ̶ Gemeente Neder-Betuwe: steenfabriek Prins Willemweg in Echteld, fabrieksterrein Nieuweweg in IJzendoorn, steenfabriek De Wolfswaard in Opheusden, bedrijfsterrein van De Beijer Groep BV aan de Waalbanddijk in Dodewaard, het GKN-terrein aan de Waalbandijk in Dodewaard ̶ Gemeente Tiel: steenfabriek Zennewijnen ̶ Gemeente West Betuwe, deel voormalige gemeente Geldermalsen: Volvoterrein in Beesd. ̶ Gemeente West Betuwe, deel voormalige gemeente Lingewaal: steenfabriek Vuren, fabrieksterrein De Koornwaard in Spijk, terrein Van de Heuvel in Spijk. ̶ Gemeente West Betuwe, deel voormalige gemeente Neerijnen: fabrieksterrein Waaldijk in Opijnen, steenfabriek Haaften. ̶ Gemeente Zaltbommel: Waalfront Zaltbommel, fabrieksterrein Waaldijk in Zuilichem.
* Deze locaties zijn vanwege uiteenlopende redenen (bijvoorbeeld het dynamische karakter of het relatief kleine oppervlak van het gebied) niet op de kaarten weergegeven In tabel 4.1 staat voor de onderscheiden bodemkwaliteitszones en bodemlagen een totaaloverzicht van de voorkomende bodemfunctieklassen, verwachte ontgravingsklassen en de toepassingseisen. De kleuren in tabel 4.1 komen overeen met de gebruikte kleuren op de kaartbijlagen. Alle bodemkwaliteitszones zijn voor de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 2,0 meter diepte vastgesteld voor de stoffen barium (zie ook bijlage 1 kopje ‘Barium’), cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, lood, nikkel, zink, minerale olie en de stofgroepen polychloorbifenylen (PCB) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK). Voor de (voormalige) boomgaarden, de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte, is de bodemkwaliteitskaart ook opgesteld voor organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB). Voor de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 1,5 meter diepte is de bodemkwaliteitskaart ook voor PFAS-verbindingen vastgesteld. Op basis van bekende PFAS-gegevens in de gemeenten nemen de gehalten aan PFASverbindingen af in de diepere bodemlagen. Gezien dit gegeven is het de verwachting dat de bodemlaag dieper dan 1,5 meter van een vergelijkbare of betere kwaliteit is als de bodemlaag 1,0-1,5 m-mv.
BODEMKWALITEITSKAART REGIO RIVIERENLAND | GEMEENTEN BUREN, CULEMBORG, MAASDRIEL, NEDER-BETUWE, TIEL, WEST BETUWE, WEST MAAS EN WAAL EN ZALTBOMMEL | DOCUMENTCODE: 16M1223.RAP001 | STATUS: HERZIEN DEFINITIEF| VERSIEDATUM: JANUARI 2021
26 / 29
Voor de verschillende bodemlagen in het traject 0,5-2,0 m-mv wordt de kwaliteit voor de stoffen barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, lood, nikkel, zink, minerale olie, PCB en PAK gelijk gesteld. Op de ontgravingskaarten (zie de kaartbijlagen 3) zijn de te verwachten kwaliteitsgegevens weergegeven van de onderscheiden bodemkwaliteitszones. Op de toepassingskaarten (zie de kaartbijlagen 4) zijn de toepassingseisen weergegeven die gelden voor de onderscheiden bodemlagen in een gebied als een partij grond wordt toegepast en gebruik wordt gemaakt van het generieke kader van het Besluit. Met het bestuurlijk vaststellen van deze nieuwe gezamenlijke bodemkwaliteitskaart en bodemfunctieklassenkaart, komen de eerder bestuurlijk vastgestelde bodemkwaliteitskaarten voor de landbodem en bodemfunctieklassenkaarten[1] te vervallen.
BODEMKWALITEITSKAART REGIO RIVIERENLAND | GEMEENTEN BUREN, CULEMBORG, MAASDRIEL, NEDER-BETUWE, TIEL, WEST BETUWE, WEST MAAS EN WAAL EN ZALTBOMMEL | DOCUMENTCODE: 16M1223.RAP001 | STATUS: HERZIEN DEFINITIEF| VERSIEDATUM: JANUARI 2021
27 / 29
Tabel 4.1 Totaaloverzicht bodemkwaliteitszones, verwachte ontgravingsklassen, toepassingseisen conform het generiek kader Besluit en het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie[3]. Bodemkwaliteitszone
Verwachte ontgravingsklasse (kwaliteitsbepalende stof)
Toepassingseis @
Bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte # B1. Wonen voor 1950 I
Industrie (koper, zink, PCB, PAK) **
Wonen
B2. Wonen voor 1950 II
Wonen (kwik, lood, zink, PAK)
Wonen
B3. Wonen na 1950
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
B4. Industrie voor 1950
Industrie (koper)
Wonen
B5. Industrie na 1950
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
B6. Buitengebied
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Industrie (Chloordaan,
Afhankelijk van de
Heptachloor,
bodemkwaliteitszone waarin het
Heptachloorepoxide, DDT, DDE)
perceel is gelegen
Industrie (PAK) **
Industrie
B7. (Voormalige) boomgaarden*
B8. Wegbermen buitengebied
Bodemlaag vanaf 0,5 meter diepte tot en met 2,0 meter diepte ##
* ** #
##
@
O1. Wonen voor 1950 I
Industrie (koper)
Wonen
O2. Wonen voor 1950 II
Wonen (kwik, PCB, PAK)
Wonen
O3. Wonen na 1950
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
O4. Industrie voor 1950
Industrie (koper, nikkel)
Wonen
O5. Industrie na 1950
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
O6. Buitengebied
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Voor de ligging van de (voormalige) boomgaardpercelen wordt verwezen naar de website: www.topotijdreis.nl. In de periode 1945-2000 zijn bestrijdingsmiddelen gebruikt[9]. De 95-percentielwaarde voor één of meerdere stoffen overschrijdt de interventiewaarde. De gemiddelden van de PFAS-verbindingen zijn lager dan de voorlopige landelijke achtergrondwaarden vastgesteld, maar voor een aantal PFAS-verbindingen boven de bepalingsgrens. Dit leidt tot beperkingen voor een aantal toepassingssituaties in oppervlaktewater (neem hiervoor contact op met de waterkwaliteitsbeheerder). De gemiddelden van de PFAS-verbindingen zijn lager dan de voorlopige landelijke achtergrondwaarden vastgesteld, maar voor een aantal PFAS-verbindingen boven de bepalingsgrens. Voor de bodemlaag 0,5-1,0 m-mv leidt dit tot beperkingen bij de toepassing van grond in waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden. Voor de bodemlaag 1,0-2,0 m-mv leidt dit niet tot beperkingen bij de toepassing van grond. De toepassingseis is gebaseerd op het generieke kader van het Besluit bodemkwaliteit. Ook gelden de toepassingswaarden uit het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie[3].
BODEMKWALITEITSKAART REGIO RIVIERENLAND | GEMEENTEN BUREN, CULEMBORG, MAASDRIEL, NEDER-BETUWE, TIEL, WEST BETUWE, WEST MAAS EN WAAL EN ZALTBOMMEL | DOCUMENTCODE: 16M1223.RAP001 | STATUS: HERZIEN DEFINITIEF| VERSIEDATUM: JANUARI 2021
28 / 29
Bronvermelding [1]
[2] [3]
[4]
[5] [6] [7] [8]
[9] [10] [11] [12]
[13]
Bodemkwaliteitskaart regio Rivierenland (gemeenten Buren, Culemborg, Geldermalsen, Lingewaal, Maasdriel, Neder-Betuwe, Neerijnen, Tiel en Zaltbommel), projectnummer 09K083, CSO Adviesbureau voor Milieu-Onderzoek B.V., 12 september 2011. Bodemkwaliteitskaart gemeente Neder-Betuwe, projectnummer 08J023, CSO Adviesbureau voor Milieu-Onderzoek B.V., 18 februari 2010. Bodemkwaliteitskaart regio MARN (gemeente West Maas en Waal), projectnummer 11J023, CSO Adviesbureau voor Milieu-Onderzoek B.V., 12 maart 2012. (Water-)bodemonderzoek en bodemkwaliteitskaart Waalwaard, projectnummer M11B0339, MWH B.V., 21 november 2011. Besluit bodemkwaliteit, publicatie Staatsblad nr. 469, 3 december 2007. Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie, kenmerk IENW/BSK-2019/131399, 8 juli 2019; geactualiseerd op 29 november 2019 en op 2 juli 2020. Nota bodembeheer regio Rivierenland, Geldend voor de gemeenten Buren, Culemborg, Maasdriel, Neder-Betuwe, Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal en Zaltbommel, documentcode 16M1223.RAP002, LievenseCSO Milieu B.V., juli 2019. Wet bodembescherming, publicatie Staatsblad, nummer 404, 1986 en latere wijzigingen. Richtlijn bodemkwaliteitskaarten, Ministerie van VROM, Ministerie van Verkeer en Waterstaat, 3 september 2007 en latere wijzigingen. Waterregeling, publicatie Staatscourant nr.
19353, 17 december 2009 en latere wijzigingen. NEN 5740:2009+A1:2016 – Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond. Bronswijk et al. (2003) en De Jong en Van der Hoek (2009), PBL/dec13; http://www.clo.nl/indicatoren/nl026405-bestrijdingsmiddelen-in-de-bodem. Handreiking Achtergrondgehalten. Begeleidingscommissie actief bodembeheer, TNO MEP-R98/283.IPO/TNO, 1998. Regeling bodemkwaliteit, publicatie Staatscourant nr. 247, 21 december 2007 en latere wijzigingen. Model Beleid toepassen PFAS-houdende grond, opgesteld in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, kenmerk: 1248710-044 C04, TAUW, 10 januari 2020. Indicatieve niveaus voor ernstige bodem- en grondwaterverontreiniging (INEV’s) voor de stoffen PFOS, PFOA en GenX, RIVM, 15 januari 2020.
BODEMKWALITEITSKAART REGIO RIVIERENLAND | GEMEENTEN BUREN, CULEMBORG, MAASDRIEL, NEDER-BETUWE, TIEL, WEST BETUWE, WEST MAAS EN WAAL EN ZALTBOMMEL | DOCUMENTCODE: 16M1223.RAP001 | STATUS: HERZIEN DEFINITIEF| VERSIEDATUM: JANUARI 2021
29 / 29
Bijlagen
Bijlage 1
Begrippenlijst
Bagger(specie) Baggerspecie is materiaal dat is vrijgekomen uit de bodem via het oppervlaktewater of de voor dat water bestemde ruimte en bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 millimeter en organisch stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature wordt aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter. Baggerspecie die in het kader van het Besluit bodemkwaliteit nuttig wordt toegepast mag maximaal 20 gewichtsprocent aan bodemvreemd materiaal bevatten. De gemeenten hebben hieraan strengere eisen gesteld. Barium Voor barium bestaat op dit moment geen norm. De destijds voor deze stof geldende normen zijn per 4 april 2009 (Staatscourant nr. 67, publicatie 7 april 2009) ingetrokken omdat de interventiewaarde lager was dan het gehalte dat van nature in de bodem voorkomt. Dit blijft gehandhaafd. De onderzoeksgegevens over barium moeten wel in de bodemkwaliteitskaarten worden meegenomen, aangezien barium onderdeel uitmaakt van het stoffenpakket, met dien verstande dat geen eisen worden gesteld aan het aantal meetgegevens. Deze gegevens kunnen namelijk een indicatie zijn voor de aanwezigheid van antropogene bronnen die ook andere verontreinigingen met zich mee kunnen brengen.
Als verhoogde bariumgehalten ten opzichte van de natuurlijke achtergrondwaarden worden aangetroffen als gevolg van een menselijke activiteit, kan dit gehalte worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium: 920 mg/kg ds (bij standaardbodem lutum 25%, organisch stof 10%). Bevoegd gezag Met bevoegd gezag wordt bedoeld elk college van burgemeester en wethouders van de gemeenten Buren, Culemborg, Maasdriel, Neder-Betuwe, Tiel, West Betuwe West Maas en Waal en Zaltbommel. Bodembeheergebied Een aaneengesloten, door het bestuursorgaan (bijvoorbeeld een gemeente, waterschap of Rijkswaterstaat) afgebakend deel van de oppervlakte van een of meer gemeenten of het beheergebied van een of meer beheerders. Bodemfunctieklassenkaart Kaart waarop de verschillende bodemfuncties zijn aangegeven, waarbij het bodemgebruik is ingedeeld in de klassen ‘Industrie’, ‘Wonen’ en ‘Overig’. Onder het laatstgenoemde gebruik vallen landbouw en natuur.
BODEMKWALITEITSKAART REGIO RIVIERENLAND | GEMEENTEN BUREN, CULEMBORG, MAASDRIEL, NEDER-BETUWE, TIEL, WEST BETUWE, WEST MAAS EN WAAL EN ZALTBOMMEL | DOCUMENTCODE: 16M1223.RAP001 | STATUS: HERZIEN DEFINITIEF| VERSIEDATUM: JANUARI 2021
Bodemkwaliteitskaart De bodemkwaliteitskaart bestaat uit drie hoofdkaarten: 1. Een kaart met uitgesloten locaties en gebieden. 2. De ontgravingskaart (deze kaart mag onder bepaalde voorwaarden worden gebruikt als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de te ontgraven grond, als deze grond elders nuttig wordt toegepast). De kaart doet alleen een uitspraak over welke kwaliteit in het algemeen verwacht mag worden. De kwaliteit van een individuele partij kan daarvan afwijken. 3. De toepassingskaart (deze kaart geeft de maximale kwaliteitseisen weer waaraan de toe te passen grond moet voldoen). Bodemkwaliteitsklasse In het Besluit bodemkwaliteit worden bodemkwaliteitszones afhankelijk van de gemiddelde kwaliteit ingedeeld in één van de drie onderscheiden bodemkwaliteitsklassen: • Klasse ‘Landbouw/natuur (Achtergrondwaarden - AW2000)’. • Klasse ‘Wonen’. • Klasse ‘Industrie’. Bij de toetsingsmethodiek voor de kwaliteitsklasse ‘Landbouw/natuur (Achtergrondwaarden - AW2000)’ wordt uitgegaan van een staffel voor het aantal toegestane overschrijdingen (zie onderstaand). Voor de bodemkwaliteitskaart van de gemeenten Buren, Culemborg, Maasdriel, Neder-Betuwe, Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal en Zaltbommel is het basispakket van toepassing.
Voor de gebieden waar de bodemkwaliteitskaart ook voor organochloorbestrijdingsmiddelen is vastgesteld, is het aantal gemeten stoffen ’16-26’ van toepassing. De toetsingsmethodiek voor het bepalen van de bodemkwaliteitsklasse ‘Wonen’ is minder streng dan de toetsingsmethodiek voor het bepalen van de ontgravingsklasse (zie het kopje ‘Ontgravingskaart’ in deze bijlage). Met de minder strenge toets wordt voorkomen dat de bodemkwaliteit van een gebied op basis van één stof wordt ingedeeld in de bodemkwaliteitsklasse Industrie. Dit zou in de praktijk de ongewenste situatie kunnen opleveren dat ook voor alle overige stoffen minder strenge regels gelden en de concentraties kunnen toenemen tot de maximale waarden voor de functie Industrie. Hierdoor verslechtert de kwaliteit van het gebied. Tabel B1 Staffel toegestane aantal overschrijdingen. Aantal gemeten stoffen
Aantal toegestane overschrijdingen
1-6
0
Basispakket (7-15)
2
16 – 26
3
27 – 36
4
37 – 48
5
BODEMKWALITEITSKAART REGIO RIVIERENLAND | GEMEENTEN BUREN, CULEMBORG, MAASDRIEL, NEDER-BETUWE, TIEL, WEST BETUWE, WEST MAAS EN WAAL EN ZALTBOMMEL | DOCUMENTCODE: 16M1223.RAP001 | STATUS: HERZIEN DEFINITIEF| VERSIEDATUM: JANUARI 2021
Klasse ‘Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde - AW2000)’: • Alle gehalten voldoen aan de ‘Landbouw/natuur (Achtergrondwaarden - AW2000)’, met uitzondering van een aantal overschrijdingen, zie staffel tabel B1. • De overschrijding mag maximaal twee maal de norm voor de klassegrens ‘Landbouw/natuur (Achtergrondwaarden - AW2000)’ bedragen. • De overschrijding is lager dan de norm voor klassegrens ‘Wonen’ (exclusief nikkel, zie tabel B2 bij 'Toetsingswaarden Besluit bodemkwaliteit'). Klasse Wonen: • Alle gehalten voldoen aan de klassegrens Wonen, met uitzondering van een aantal overschrijdingen, zie staffel tabel B1. • De overschrijding mag maximaal de norm voor de klassegrens Wonen plus de norm voor de klassegrens Achtergrondwaarden (AW2000) bedragen. • De overschrijding mag maximaal de norm voor de klassegrens Industrie bedragen. Klasse Industrie: • Als de indeling niet leidt tot de indeling in klasse Wonen of Achtergrondwaarden (AW2000) wordt de bodemkwaliteit ingedeeld in de klasse Industrie. Voor het effect van gehalten aan PFAS-verbindingen op de indeling in kwaliteitsklassen, zie het kopje ‘PFAS-gehalten en effect op de kwaliteitsklassen’. Bodemkwaliteitszone Een deel van een bodembeheergebied waarvoor geldt dat er sprake is van een zelfde gebiedseigen bodemkwaliteit, waarbij zowel de verwachtingswaarde als de mate van variabiliteit van belang zijn.
De spreiding van gehalten binnen een bodemkwaliteitszone is relatief laag. Een bodemkwaliteitszone is begrensd in het horizontale vlak én het verticale vlak (diepte). Wanneer een bodemkwaliteitszone uit meerdere gebieden bestaat die niet aan elkaar grenzen, worden de individuele gebieden aangeduid als ‘niet-aaneengesloten bodemkwaliteitszone’. Bijzondere omstandigheden Voor een binnen een bodemkwaliteitszone liggend gebied geldt dat er sprake is van bijzondere omstandigheden, als er voor dat gebied een afwijkende verwachtingswaarde geldt ten opzichte van de verwachtingswaarde van de betreffende bodemkwaliteitszone. Te denken valt aan voor bodemverontreiniging verdachte locaties, onderzochte locaties, locaties waar een sanering heeft plaatsgevonden of locaties met onvoorziene visuele waarnemingen (bodemvreemde materialen, kleur, geur). Ook beschermde gebieden zoals bijvoorbeeld voor de ecologie, archeologie, aardkundige waarden en cultuurhistorie vallen onder de bijzondere omstandigheden. In gebieden met bijzondere omstandigheden kunnen vanuit andere wet- en regelgeving aanvullende eisen worden gesteld. Deelgebied Deel van een bodembeheergebied waarvoor geldt dat dit op eenduidige wijze kan worden gekarakteriseerd door middel van de voor het bodembeheergebied geldende onderscheidende gebiedskenmerken.
In tegenstelling tot de bodemkwaliteitszone is er voor het deelgebied nog geen toetsing uitgevoerd of het daadwerkelijk een bodemkwaliteitszone is. Wanneer een deelgebied uit meerdere terreinen bestaat die niet aan elkaar grenzen, worden de individuele gebieden aangeduid als ‘niet-aaneengesloten deelgebieden’. BODEMKWALITEITSKAART REGIO RIVIERENLAND | GEMEENTEN BUREN, CULEMBORG, MAASDRIEL, NEDER-BETUWE, TIEL, WEST BETUWE, WEST MAAS EN WAAL EN ZALTBOMMEL | DOCUMENTCODE: 16M1223.RAP001 | STATUS: HERZIEN DEFINITIEF| VERSIEDATUM: JANUARI 2021
Diffuse chemische bodemkwaliteit De diffuse chemische bodemkwaliteit in een bepaald gebied is de verdeling van gehalten van stoffen in dat gebied waarvoor de bodemkwaliteitskaart is vastgesteld. Deze verdeling kan worden gekwantificeerd door statistische parameters (gemiddelde, percentielwaarden).
Aantal w aarne m inge n
Frequentieverdeling
140 120
50-perc gemiddelde
100 80
95-perc
60 40 20 0
Gehalten (mg/kg)
Grond Onder dit begrip vallen onder andere: zand, veen, klei en löss. Het Besluit bodemkwaliteit definieert grond als volgt: ‘Vast materiaal dat bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 millimeter en organische stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature worden aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter, niet zijnde baggerspecie.’ Ook verontreinigde grond die is gereinigd en ontwaterde of gerijpte baggerspecie worden als grond beschouwd. Grond die in het kader van het Besluit bodemkwaliteit nuttig wordt toegepast mag maximaal 20 gewichtsprocent aan bodemvreemd materiaal bevatten. De gemeenten hebben hieraan strengere eisen gesteld. Heterogeniteit Wanneer de diffuse bodemverontreiniging in een bodemkwaliteitszone zeer heterogeen is verdeeld, is de betrouwbaarheid van het gemiddelde gehalte in de bodemkwaliteitszone ook kleiner. Bij bodemkwaliteitszones met een hoge heterogeniteit kan de gemeente besluiten dat de bodemkwaliteitskaart in bepaalde situaties niet gebruikt mag worden als bewijsmiddel. Het vastgestelde gemiddelde gehalte heeft naar mening van de gemeente dan een te lage betrouwbaarheid. Een zekere heterogeniteit op zich hoeft overigens geen probleem te zijn zolang er geen sprake is van een gebruiksrisico.
De heterogeniteit van een stof in een bodemkwaliteitszone wordt bepaald door een index die volgt uit de volgende formule:
heterogeniteit =
(P95− P5 ) (Maximale waarde industrie− Achtergrondwaarde )
BODEMKWALITEITSKAART REGIO RIVIERENLAND | GEMEENTEN BUREN, CULEMBORG, MAASDRIEL, NEDER-BETUWE, TIEL, WEST BETUWE, WEST MAAS EN WAAL EN ZALTBOMMEL | DOCUMENTCODE: 16M1223.RAP001 | STATUS: HERZIEN DEFINITIEF| VERSIEDATUM: JANUARI 2021
De beoordeling van de heterogeniteitsindex is als volgt: Index < 0,2 : weinig heterogeniteit 0,2 < Index < 0,5 : beperkte heterogeniteit 0,5 < Index < 0,7 : er is sprake van heterogeniteit Index > 0,7 : sterke heterogeniteit Interventiewaarde Wanneer een gemeten gehalte hoger is dan de interventiewaarde uit de Wet bodembescherming wordt gesproken over een sterke verontreiniging of een sterk verhoogd gehalte. De interventiewaarden zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering 2009, zoals gewijzigd op 1 juli 2013 (gepubliceerd in de Staatscourant nr. 16675, d.d. 27 juni 2013). Niet gezoneerd gebied Gebieden kunnen worden gezoneerd wanneer er voldoende meetgegevens beschikbaar zijn om te voldoen aan de eisen uit de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten. Wanneer er onvoldoende meetgegevens beschikbaar zijn, kan de actuele diffuse chemische bodemkwaliteit van het gebied niet met een voldoende onderbouwing en betrouwbaarheid worden bepaald en wordt het deelgebied niet gezoneerd. Een gebied kan ook niet worden gezoneerd als niet wordt voldaan aan de eisen voor de spreiding van de meetgegevens uit de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten. Een niet gezoneerd gebied kan ook ontstaan als de gemeente er bewust voor kiest een gebied niet op te nemen in de bodemkwaliteitskaart (zie ook: Uitgesloten locaties en gebieden). Voor niet-gezoneerde gebieden geldt het generieke kader van het Besluit.
Dit betekent dat de kwaliteit van de toe te passen grond of gerijpte baggerspecie enerzijds moet voldoen aan de maximale waarden van de bodemfunctieklasse die voor de ontvangende bodem is aangegeven op de bodemfunctieklassenkaart (zie kaartbijlage 1). Anderzijds moet de kwaliteit van de ontvangende bodem worden onderzocht om vast te stellen of de kwaliteit van de toe te passen grond of gerijpte baggerspecie van een betere of vergelijkbare kwaliteit is. Op basis van de systematiek van het generieke kader van het Besluit wordt de toepassingseis bepaald. Deze wordt vastgesteld op basis van de bodemfunctieklasse en de kwaliteit van de ontvangende bodem waarbij de meest strenge eis leidend is. Dus als de bodemkwaliteit in de klasse ‘Wonen’ valt en de bodemfunctieklasse is ‘Industrie’, dan is de toepassingseis kwaliteitsklasse ‘Wonen’ (zie ook de kopjes 'Toepassingseis kwaliteit toe te passen grond op of in de bodem' en 'Toetsing toepassen grond' van deze bijlage). Niet-verdachte locatie voor bodemverontreiniging Een locatie waar geen puntbron, bijvoorbeeld een ondergrondse huisbrandolietank of een chemische wasserij, of een geval van ernstige bodemverontreiniging aanwezig is (geweest). Onderscheidende gebiedskenmerken Kenmerken in een gebied waarvan verwacht wordt dat deze een verband vertonen met de bodemkwaliteit.
Bijvoorbeeld: bodemtype, geomorfologie, landgebruik, historie, gebiedsontwikkeling en huidig gebruik. Bij het actualiseren van een bodemkwaliteitskaart kan de vastgestelde bodemkwaliteit in de huidige kaart ook als (aanvullend) onderscheidend gebiedskenmerk worden vastgesteld.
BODEMKWALITEITSKAART REGIO RIVIERENLAND | GEMEENTEN BUREN, CULEMBORG, MAASDRIEL, NEDER-BETUWE, TIEL, WEST BETUWE, WEST MAAS EN WAAL EN ZALTBOMMEL | DOCUMENTCODE: 16M1223.RAP001 | STATUS: HERZIEN DEFINITIEF| VERSIEDATUM: JANUARI 2021
Ontgravingskaart De ontgravingskaart geeft de te verwachten kwaliteit aan van de eventueel te ontgraven grond. Deze kaart mag onder bepaalde voorwaarden worden gebruikt als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de te ontgraven grond, als deze grond elders nuttig wordt toegepast. De ontgravingskwaliteit is gebaseerd op de te verwachten gemiddelde gehalten van een bodemkwaliteitszone en getoetst aan de toetsingswaarden uit het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit. De kaart doet dus alleen een uitspraak over welke kwaliteit in het algemeen verwacht mag worden. De kwaliteit van een individuele partij kan daarvan afwijken. De ontgravingskwaliteit kan vallen in één van de vier onderscheiden klassen: • Klasse ‘Landbouw/natuur (Achtergrondwaarden - AW2000)’. • Klasse ‘Wonen’. • Klasse ‘Industrie’. • Klasse ‘Niet toepasbaar’. Bij de toetsingsmethodiek voor klasse ‘Landbouw/natuur (Achtergrondwaarden - AW2000)’ wordt uitgegaan van een staffel (zie tabel B1 bij 'Bodemkwaliteitsklasse') voor het aantal toegestane overschrijdingen. Klasse ‘Landbouw/natuur (Achtergrondwaarden - AW2000)’: • Alle gehalten voldoen aan de norm voor de klassegrens ‘Landbouw/natuur (Achtergrondwaarden - AW2000)’, met uitzondering van een aantal overschrijdingen, zie staffel tabel B1.
• De overschrijding mag maximaal twee maal de norm voor de klassegrens klassegrens ‘Landbouw/natuur (Achtergrondwaarden - AW2000)’ bedragen. • De overschrijding is lager dan de norm voor klassegrens ‘Wonen’ (exclusief nikkel, zie tabel B2 bij 'Toetsingswaarden Besluit bodemkwaliteit'). Klasse ‘Wonen’: • De gehalten voldoen niet aan de klasse klassegrens ‘Landbouw/natuur (Achtergrondwaarden - AW2000)’ en de norm voor klassegrens ‘Wonen’ wordt niet overschreden. Klasse ‘Industrie’: • De norm voor klassegrens ‘Wonen’ wordt overschreden. • De norm voor klasse grens ‘Industrie’ wordt niet overschreden. Klasse ‘Niet toepasbaar’: • De norm voor klassegrens ‘Industrie’ wordt overschreden. Voor het effect van gehalten aan PFAS-verbindingen op de indeling in kwaliteitsklassen, zie het kopje ‘PFAS-gehalten en effect op de kwaliteitsklassen’. Ontgravingslocatie Een terreindeel waar grond ontgraven wordt. Onverharde wegberm Onder onverharde wegbermen wordt verstaan de strook grond naast de verharde (klinkerof asfalt)weg. De strook omvat de bodemlaag tot maximaal 0,5 meter diepte, en heeft gerekend vanuit de wegverharding een maximale breedte van 10 meter.
De onverharde wegberm wordt begrensd door (zie ook figuur B1): • de erfgrens of; • de meest afgelegen insteek van een droge bermsloot of; BODEMKWALITEITSKAART REGIO RIVIERENLAND | GEMEENTEN BUREN, CULEMBORG, MAASDRIEL, NEDER-BETUWE, TIEL, WEST BETUWE, WEST MAAS EN WAAL EN ZALTBOMMEL | DOCUMENTCODE: 16M1223.RAP001 | STATUS: HERZIEN DEFINITIEF| VERSIEDATUM: JANUARI 2021
• •
de meest nabij gelegen insteek van een natte bermsloot of; als voorgaande niet aanwezig zijn, de overgang naar andere begroeiing (houtopstanden zoals hagen, struiken, bosschages, bos).
Voor wegbermen langs dijkwegen en voor wegbermen gelegen in gebieden van het Natuur Netwerk Nederland (NNN, de voormalige Ecologische Hoofdstructuur) geldt voor beide zijden van het wegvak een strook van maximaal 2 meter. Dit in verband met de ecologische functie van de wegbermen. Buiten de aangegeven strook mag in de wegbermen alleen schone grond worden toegepast.
Figuur B1 Begrenzing wegbermen (bron: brief van het voormalige Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Dienst Verkeer en Scheepvaart, kenmerk RWS/DVS‐2009/2932, 19 november 2009).
Percentiel/percentielwaarde Waarde waar beneden een bepaald percentage van de analyseresultaten gelegen is. Bijvoorbeeld 90-percentiel: 90% van de analyseresultaten ligt beneden deze waarde. PFAS-gehalten en effect op de kwaliteitsklassen (Bron: https://www.bodemplus.nl/onderwerpen/wet-regelgeving/bbk/vragen/grondbaggerspecie-pfas-veldwerk-analyse-toetsing/faq/resultaten-pfas-onderzoek-toetsenaanvulling/) De toetsing aan de PFAS-verbindingen is een aanvullende (losse) toets ten opzichte van de toetsing op de reguliere parameters en indeling in kwaliteitsklassen. Dat betekent dat eerst de toetsing plaatsvindt op basis van de reguliere parameters en op basis daarvan een indeling in kwaliteitsklasse plaatsvindt. Vervolgens vindt de toetsing aan de voorlopige toepassingswaarden uit het tijdelijk handelingskader voor de PFAS-verbindingen plaats. Aan de hand van de aanvullende toetsing stel je vervolgens vast in hoeverre beperkingen aan de toepassing gelden, bijvoorbeeld een verbod op het toepassen onder grondwaterniveau of in oppervlaktewater. Voor PFAS zijn de bijzondere toetsregels voor het toetsen aan de Achtergrondwaarde of maximale waarde wonen niet van toepassing, omdat nog geen normen zijn opgenomen in bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit.
Ook tellen de gemeten PFAS niet mee als gemeten stoffen bij de bijzondere toetsregels voor het toetsen aan de achtergrondwaarde of maximale waarde wonen.
BODEMKWALITEITSKAART REGIO RIVIERENLAND | GEMEENTEN BUREN, CULEMBORG, MAASDRIEL, NEDER-BETUWE, TIEL, WEST BETUWE, WEST MAAS EN WAAL EN ZALTBOMMEL | DOCUMENTCODE: 16M1223.RAP001 | STATUS: HERZIEN DEFINITIEF| VERSIEDATUM: JANUARI 2021
Bij de inbouw van het handelingskader in de Regeling bodemkwaliteit wordt de wijze van toetsen aan normwaarden nader ingevuld. Daarnaast zijn hieronder twee voorbeelden volgens het landelijke beleid uitgewerkt: Voorbeeld 1 Als een partij grond op basis van de overige stoffen is gekwalificeerd in de bodemkwaliteitsklasse Wonen, dan moet aanvullend de PFAS-gehalten worden getoetst aan de voorlopige toepassingswaarden uit het tijdelijk handelingskader. Dit kan leiden tot de volgende drie situaties: 1. Als alle PFAS-gehalten zijn aangetoond beneden de bepalingsgrens, dan blijft de indeling in kwaliteitsklasse Wonen staan en gelden geen aanvullende toepassingsvoorwaarden. De partij kan als bodemkwaliteit Wonen worden toegepast zonder aanvullende voorwaarden. 2. Als één of meerdere PFAS-gehalten zijn aangetoond boven de bepalingsgrens maar alle PFAS-gehalten voldoen aan de voorlopige toepassingswaarden voor de bodemkwaliteitsklasse Wonen (7 µg/kg ds voor PFOA en 3 µg/kg ds voor de andere PFAS), blijft de indeling in kwaliteitsklasse Wonen staan, maar gelden wel beperkingen aan de toepassing: toepassingen van grond op de landbodem beneden grondwaterniveau (tenzij PFAS < voorlopige landelijke achtergrondwaarden voor PFAS), in waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden, en in oppervlaktewater zijn dan niet toegestaan. 3.
Als één of meerdere PFAS-gehalten zijn aangetoond boven de voorlopige toepassingswaarden van 7 µg/kg ds voor PFOA en 3 µg/kg voor de andere PFAS, kan de partij niet meer ingedeeld worden in de kwaliteitsklasse Wonen maar is deze niet generiek toepasbaar. Toepassing van de partij kan alleen plaatsvinden als in dat gebied verhoogde Lokale Maximale Waarden door het bevoegd gezag zijn vastgesteld in het kader van gebiedsspecifiek beleid. Voorbeeld 2 Als een partij grond op basis van de overige stoffen is gekwalificeerd in de bodemkwaliteitsklasse Landbouw/Natuur (< Achtergrondwaarde), dan moeten aanvullend de PFAS-gehalten worden getoetst aan de voorlopige landelijke achtergrondwaarden (1,9 µg/kg ds voor PFOA en 1,4 µg/kg ds voor de andere PFAS) en bij overschrijding daarvan ook toetsen aan de normen voor 7 µg/kg ds voor PFOA en 3 µg/kg ds voor de andere PFAS). Dit kan leiden tot de volgende vier situaties: 1. Als alle PFAS-gehalten kleiner zijn dan de bepalingsgrens, blijft de indeling in kwaliteitsklasse Landbouw/Natuur (< Achtergrondwaarde) staan en gelden geen toepassingsvoorwaarden. Kortom alle toepassingen zijn toegestaan. 2.
Als een PFAS-gehalte aangetoond wordt boven de bepalingsgrens (0,1 µg/kg ds) maar beneden de voorlopige landelijke achtergrondwaarden van 1,9 µg/kg ds voor PFOA en 1,4 µg/kg ds voor de andere PFAS, dan blijft de indeling in kwaliteitsklasse Landbouw/Natuur (< Achtergrondwaarde) staan, maar gelden wel toepassingsvoorwaarden: toepassing van grond op de landbodem in waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden en toepassing van grond in oppervlaktewater zijn dan niet toegestaan.
BODEMKWALITEITSKAART REGIO RIVIERENLAND | GEMEENTEN BUREN, CULEMBORG, MAASDRIEL, NEDER-BETUWE, TIEL, WEST BETUWE, WEST MAAS EN WAAL EN ZALTBOMMEL | DOCUMENTCODE: 16M1223.RAP001 | STATUS: HERZIEN DEFINITIEF| VERSIEDATUM: JANUARI 2021
3. Als een PFAS-gehalte aangetoond wordt boven de voorlopige landelijke achtergrondwaarde (van 1,9 µg/kg ds voor PFOA en 1,4 µg/kg ds voor de andere PFAS) en onder de voorlopige toepassingswaarden van 7 µg/kg ds voor PFOA en 3 µg/kg ds voor de andere PFAS, dan wordt de partij ingedeeld in de bodemkwaliteitsklasse Wonen, of in de bodemkwaliteitsklasse Landbouw/natuur (< Achtergrondwaarde) als een lokale maximale waarde is vastgesteld tussen de (voorlopige) landelijke achtergrondwaarde en de voorlopige toepassingswaarden van 7 µg/kg ds voor PFOA en 3 µg/kg ds voor de andere PFAS. 4. Als één of meerdere PFAS-gehalten zijn aangetoond boven de voorlopige toepassingswaarden van 7 µg/kg ds voor PFOA en 3 µg/kg ds voor de andere PFAS, kan de partij niet meer ingedeeld worden in een generieke kwaliteitsklasse voor toepasbare grond. Toepassing van de partij kan alleen plaatsvinden als in dat gebied verhoogde Lokale Maximale Waarden door het bevoegd gezag zijn vastgesteld in het kader van gebiedsspecifiek beleid. Puntbron Duidelijk aanwijsbare bron voor een eventuele bodemverontreiniging zoals bijvoorbeeld een ondergrondse tank voor de opslag van olie, een ontvettingsbad of een afleverzuil voor brandstof(fen). Spoorgeboden gronden Een zone van maximaal 11 meter vanuit het hart van het spoor en om emplacementen en grond vallend onder Rail Infra Trust en NS Vastgoed.
Standaarddeviatie Ook wel ‘standaardafwijking’ genoemd. Het geeft de mate aan voor de spreiding van meetgegevens in een dataset. De berekening hiervan is als volgt:
√
n
stdev = (1/n⋅ ∑ ( x− ̄ x )2 ) x= 1
Hierbij is n het aantal analyseresultaten, x een individueel analyseresultaat en 𝑥 het gemiddelde van de analyseresultaten.
BODEMKWALITEITSKAART REGIO RIVIERENLAND | GEMEENTEN BUREN, CULEMBORG, MAASDRIEL, NEDER-BETUWE, TIEL, WEST BETUWE, WEST MAAS EN WAAL EN ZALTBOMMEL | DOCUMENTCODE: 16M1223.RAP001 | STATUS: HERZIEN DEFINITIEF| VERSIEDATUM: JANUARI 2021
Toepassingseis toe te passen grond op of in de bodem Deze kaart geeft de maximale kwaliteitseisen weer waaraan de toe te passen grond moet voldoen. Bij de toepassingskaart wordt gekeken naar de vastgestelde bodemkwaliteit en de (toekomstige) functie van de bodem. Op basis van deze dubbele toets, waarbij de strengste toets doorslaggevend is, wordt voor elke bodemkwaliteitszone de toepassingseis vastgesteld.
@
Bodemfunctieklasse
Bodemkwaliteitsklasse
Toepassingseis @
Overig (Landbouw/natuur)
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Overig (Landbouw/natuur)
Wonen
Landbouw/natuur
Overig (Landbouw/natuur)
Industrie
Landbouw/natuur
Wonen
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Wonen
Wonen
Wonen
Wonen
Industrie
Wonen
Industrie
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Industrie
Wonen
Wonen
Industrie
Industrie
Industrie
De toepassingseis is gebaseerd op het generieke kader van het Besluit bodemkwaliteit. Ook gelden de toepassingswaarden uit het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie[3].
Toepassingslocatie Een terreindeel waar grond wordt toegepast.
BODEMKWALITEITSKAART REGIO RIVIERENLAND | GEMEENTEN BUREN, CULEMBORG, MAASDRIEL, NEDER-BETUWE, TIEL, WEST BETUWE, WEST MAAS EN WAAL EN ZALTBOMMEL | DOCUMENTCODE: 16M1223.RAP001 | STATUS: HERZIEN DEFINITIEF| VERSIEDATUM: JANUARI 2021
Toetsing toepassen grond Om te beoordelen of het toepassen van grond is toegestaan wordt de kwaliteit van de toe te passen grond vergeleken met de toepassingseis die geldt voor de ontvangende bodem. De kwaliteit van de toe te passen grond kan worden bepaald op basis van een bodemkwaliteitskaart, partijkeuring of een ander erkend bewijsmiddel. De toepassingseis kan worden bepaald op basis van de bodemkwaliteitskaart (gezoneerde gebieden) of bodemonderzoek van de ontvangende bodem (niet gezoneerde gebieden). Kwaliteit toe te passen grond #
Toepassingseis @
Wonen
Wonen
Ja
Industrie
Wonen
Nee
Landbouw/natuur
Wonen
Ja
Wonen
Industrie
Ja
Industrie
Industrie
Ja
Landbouw/natuur
Industrie
Ja
Wonen
Landbouw/natuur
Nee
Industrie
Landbouw/natuur
Nee
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Ja
#
Toepassing toegestaan?
De gemiddelden van de PFAS-verbindingen in de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 2,0 meter diepte zijn lager dan de voorlopige landelijke achtergrondwaarden vastgesteld, maar voor een aantal PFAS-verbindingen boven de bepalingsgrens. De toepassingseis is gebaseerd op het generieke kader van het Besluit bodemkwaliteit. Ook gelden de toepassingswaarden uit het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en
@
baggerspecie[3].
Toetsingswaarden Besluit en Regeling bodemkwaliteit en het tijdelijk handelingskader hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie Om een bodemkwaliteitszone te karakteriseren moet een toetsing plaatsvinden aan de gestelde normen uit het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit en het tijdelijk handelingskader voor hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie. Deze toetsingsnormen zijn in de onderstaande tabel weergegeven. Tabel B2 Toetsingsnormen (in mg/kg ds voor standaardbodem -lutum 25%, org.stof 10%-). Stof
Maximale waarden
Maximale waarden
Maximale waarden
Achtergrondwaarde
wonen
industrie
(AW2000, Landbouw/natuur) Arseen
20
27
76
Barium *
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Cadmium
0,60
1,2
4,3
Chroom
55
62
180
Kobalt
15
35
190
Koper
40
54
190
Kwik
0,15
0,83
4,8
Lood
50
210
530
Molybdeen
1,5
88
150
Nikkel *
35
39
100
BODEMKWALITEITSKAART REGIO RIVIERENLAND | GEMEENTEN BUREN, CULEMBORG, MAASDRIEL, NEDER-BETUWE, TIEL, WEST BETUWE, WEST MAAS EN WAAL EN ZALTBOMMEL | DOCUMENTCODE: 16M1223.RAP001 | STATUS: HERZIEN DEFINITIEF| VERSIEDATUM: JANUARI 2021
Stof
Maximale waarden
Maximale waarden
Maximale waarden
Achtergrondwaarde
wonen
industrie
(AW2000, Landbouw/natuur) Zink
140
200
720
Som PAK
1,5
6,8
40
Som PCB
0,02
0,04
0,5
Minerale olie
190
190
500
α-Endosulfan
'0,0009
'0,0009
0,1
Chloordan (som)
'0,002
'0,002
0,1
Drins (som 3)
'0,015
0,04
0,14
α-HCH
'0,001
'0,001
0,5
β-HCH
'0,002
'0,002
0,5
γ-HCH
'0,003
0,04
0,5
Heptachloor
'0,0007
'0,0007
0,1
Heptachloorepoxide (som)
'0,002
'0,002
0,1
DDT
0,2
0,2
1
DDD
0,02
0,84
34
DDE
0,1
0,13
1,3
Bestrijdingsmiddelen (som)
0,4
0,4
0,5
PFOA29 zonder vastgestelde gemeentelijke / regionale 0,0019 achtergrondwaarde Andere PFAS-verbindingen zonder vastgestelde 0,0014 gemeentelijke / regionale achtergrondwaarde PFOA 0,0019 0,007 Andere PFAS-verbindingen 0,0014 0,003 * De normstelling in Besluit bodemkwaliteit voor barium en nikkel zijn door het voormalige Ministerie van VROM sinds 1 april 2009 gewijzigd (Staatscourant, 7 april 2009). Voor nikkel vindt voor schone grond (klasse klassegrens ‘Landbouw/natuur (Achtergrondwaarden - AW2000)’) geen toetsing meer plaats aan de maximale waarde voor de bodemkwaliteitsklasse wonen. Voor barium is besloten alle toetsingsnormen tijdelijk in te trekken als aangetoond kan worden dat er geen sprake is van een verontreiniging veroorzaakt door activiteiten van de mens. Als een verhoogd gehalte van barium is veroorzaakt door een activiteit door de mens, kan dit gehalte door het bevoegd gezag worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium: 920 mg/kg ds.
Uitbijters Een uitbijter is een gehalte in het gegevensbestand dat niet representatief is voor de diffuse chemische bodemkwaliteit in een deelgebied. De (potentiële) uitbijters worden met een visuele methode (scatterplots) inzichtelijk gemaakt. Het niet representatieve gehalte is het gevolg van duidelijk aantoonbare menselijke activiteiten: puntverontreinigingen, verdachte locaties, typfouten tijdens invoer.
29
PFOA: perfluoroctaanzuur; gebruikt in vochtafwerende producten.
BODEMKWALITEITSKAART REGIO RIVIERENLAND | GEMEENTEN BUREN, CULEMBORG, MAASDRIEL, NEDER-BETUWE, TIEL, WEST BETUWE, WEST MAAS EN WAAL EN ZALTBOMMEL | DOCUMENTCODE: 16M1223.RAP001 | STATUS: HERZIEN DEFINITIEF| VERSIEDATUM: JANUARI 2021
Uitgesloten locaties en gebieden Uitgesloten locaties en gebieden zijn terreinen die op beleidsmatige grond niet kunnen worden opgenomen in de bodemkwaliteitskaart of niet voldoen aan de minimumeisen voor het aantal en de spreiding van de meetgegevens uit de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten. Voorbeelden zijn onder andere terreinen waar sprake is van een sanering of verontreiniging door een lokale activiteit. Ook terreinen die in het beheer zijn van andere organisaties zoals Rijkswaterstaat (rijkswegen), de provincie (provinciale wegen), het Waterschap (dijkwegen) of de ProRail (spoorgebonden gronden) worden soms uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart. Voor de uitgesloten locaties en gebieden geldt het generieke kader van het Besluit. Dit betekent dat de kwaliteit van de toe te passen grond of gerijpte baggerspecie enerzijds moet voldoen aan de maximale waarden van de bodemfunctieklasse die voor de ontvangende bodem is aangegeven op de bodemfunctieklassenkaart (zie kaartbijlage 1). Anderzijds moet de kwaliteit van de ontvangende bodem worden onderzocht om vast te stellen of de kwaliteit van de toe te passen grond of gerijpte baggerspecie van een betere of vergelijkbare kwaliteit is. Op basis van de systematiek van het generieke kader van het Besluit wordt de toepassingseis bepaald.
Deze wordt vastgesteld op basis van de bodemfunctieklasse en de kwaliteit van de ontvangende bodem waarbij de meest strenge eis leidend is. Dus als de bodemkwaliteit in de klasse ‘Wonen’ valt en de bodemfunctieklasse is ‘Industrie’, dan is de toepassingseis kwaliteitsklasse ‘Wonen’ (zie ook de kopjes 'Toepassingseis kwaliteit toe te passen grond op of in de bodem' en 'Toetsing toepassen grond' van deze bijlage). Variabiliteit Mate waarin de gehalten binnen een bodemkwaliteitszone variëren. Variatiecoëfficiënt Maat voor de spreiding in gehalten (standaarddeviatie gedeeld door het gemiddelde). Vrij grondverzet Van vrij grondverzet is sprake als voorafgaand aan het grondverzet de kwaliteit van de grond niet hoeft te worden vastgesteld.
BODEMKWALITEITSKAART REGIO RIVIERENLAND | GEMEENTEN BUREN, CULEMBORG, MAASDRIEL, NEDER-BETUWE, TIEL, WEST BETUWE, WEST MAAS EN WAAL EN ZALTBOMMEL | DOCUMENTCODE: 16M1223.RAP001 | STATUS: HERZIEN DEFINITIEF| VERSIEDATUM: JANUARI 2021
Bijlage 2
Selectie dataset gezamenlijke bodemkwaliteitskaart
BODEMKWALITEITSKAART REGIO RIVIERENLAND | GEMEENTEN BUREN, CULEMBORG, MAASDRIEL, NEDER-BETUWE, TIEL, WEST BETUWE, WEST MAAS EN WAAL EN ZALTBOMMEL | DOCUMENTCODE: 16M1223.RAP001 | STATUS: HERZIEN DEFINITIEF| VERSIEDATUM: JANUARI 2021
Memo voorstel dataselectie BKK Rivierenland Project: Onderwerp: Referentie: Datum: Auteur: Bestemd voor:
Bodemkwaliteitskaart en nota bodembeheer regio Rivierenland Voorstel dataselectie uit Key2Bodem / Nazca 16M1223.PK1 25 augustus 2017 Paul Karels Philip Hoek (ODR)
In deze memo is het voorstel opgenomen voor de dataselectie van representatieve analysemonsters uit de bodeminformatiesystemen van de omgevingsdienst Rivierenland (Key2Bodem) en de gemeente Tiel (Nazca-i Bodem), ten behoeve van de actualisatie van de regionale bodemkwaliteitskaart.
1
Aangeleverde gegevens vs. bestaande dataset huidige BKK
De huidige bodemkwaliteitskaart voor de regio Rivierenland is gebaseerd op gegevens die destijds per gemeente apart zijn aangeleverd in mei en juni 2009. De gemeente West Maas en Waal, onderdeel van de regionale bodemkwaliteitskaart voor de MARN-gemeenten, heeft haar dataset voor haar huidige bodemkwaliteitskaart aangeleverd in juni 2011. Doordat de meeste gemeenten inmiddels zijn overgestapt op een nieuw BIS is het niet meer mogelijk om de monsters die zijn gebruikt voor de huidige bodemkwaliteitskaart 1:1 te selecteren in het nieuwe BIS. We selecteren daarom uit het BIS alleen gegevens van onderzoeken die zijn uitgevoerd na het samenstellen van de dataset voor de huidige BKK: vanaf 1-7-2011 voor West Maas en Waal, en vanaf 1-7-2009 voor de overige gemeenten. Zo is zeker dat er geen dubbelingen zitten in de dataset als de nieuwe en de oude gegevens daarna worden samengevoegd. Onderzoeken zonder rapportdatum kunnen we niet controleren; deze worden dus niet geselecteerd.
2
Selectie representatieve gegevens diffuse bodemkwaliteit
Uit de nieuwe onderzoeken worden de representatieve, diffuse analysemonsters geselecteerd op een methode die vergelijkbaar is met die van de huidige BKK. Hierbij wordt gekeken naar de invoervelden Type onderzoek en Aanleiding (bij onderzoek) en Status verontreiniging o.b.v. onderzoek en Vervolgactie Wbb (bij locatie). De gemeente Tiel heeft als enige enkele onderzoeken aangemerkt als zijnde Geschikt voor BKK in het daartoe bestemde invoerveld. Deze onderzoeken worden sowieso geselecteerd. In de tabellen op de volgende pagina’s is per selectieveld aangegeven wat de criteria zijn waarop de monsters geselecteerd worden.
BODEMKWALITEITSKAART REGIO RIVIERENLAND | GEMEENTEN BUREN, CULEMBORG, MAASDRIEL, NEDER-BETUWE, TIEL, WEST BETUWE, WEST MAAS EN WAAL EN ZALTBOMMEL | DOCUMENTCODE: 16M1223.RAP001 | STATUS: HERZIEN DEFINITIEF| VERSIEDATUM: JANUARI 2021
Status oordeel o.b.v. onderzoek
Geschikt?
ernstig, geen risico's bepaald
Nee, tenzij diffuus >I (*)
ernstig, geen spoed
Nee, tenzij diffuus >I (*)
ernstig, niet urgent
Nee, tenzij diffuus >I (*)
ernstig, spoed, risico's wegnemen en saneren voor 2015
Nee
ernstig, urgentie niet bepaald
Nee, tenzij diffuus >I (*)
niet ernstig
Ja
niet ernstig, licht tot matig verontreinigd
Ja
niet ernstig, plaatselijk sterk verontreinigd
Ja
Onverdacht/Niet verontreinigd
Ja
Pot. verontreinigd
Ja
Potentieel Ernstig
Ja
Potentieel Ernstig en Urgent
Nee
potentieel spoed
Nee
urgent, san binnen 4 jaar
Nee
(leeg)
Misschien, o.b.v. overige velden (**)
(*) In overleg met ODR geen locaties aangetroffen die diffuus >I kennen. (**) Selectie vindt plaats op de overige velden; als alle selectievelden leeg zijn, wordt het onderzoek niet geselecteerd. Vervolgactie Wbb
Geschikt?
monitoring
Nee
opstellen SP
Nee
registratie restverontreiniging
Nee
starten sanering
Nee
Uitvoeren aanvullend NO
Nee
uitvoeren aanvullend onderzoek
Ja
Uitvoeren aanvullend OO
Ja
Uitvoeren aanvullende sanering
Nee
uitvoeren evaluatie
Nee
Uitvoeren historisch onderzoek
Nee
uitvoeren NO
Ja
uitvoeren OO
Ja
uitvoeren SO
Nee
voldoende gesaneerd
Nee
voldoende onderzocht
Ja
(leeg)
Misschien, o.b.v. overige velden
BODEMKWALITEITSKAART REGIO RIVIERENLAND | GEMEENTEN BUREN, CULEMBORG, MAASDRIEL, NEDER-BETUWE, TIEL, WEST BETUWE, WEST MAAS EN WAAL EN ZALTBOMMEL | DOCUMENTCODE: 16M1223.RAP001 | STATUS: HERZIEN DEFINITIEF| VERSIEDATUM: JANUARI 2021
Aanleiding
Geschikt?
bestemmingswijziging, VINEX, locatieontwikkeling
Ja
BOOT
Nee
Bouwvergunning
Ja
Calamiteit
Nee
Civieltechnisch
Nee (*)
Eindsituatie
Nee
Landsdekkend
Nee
Nulsituatie
Ja
Omgevingsvergunning
Ja
Onbekend
Ja
Transactie
Ja
Vermoeden of melding verontreiniging
Nee
Voorgaand
Ja
(leeg)
Misschien, o.b.v. overige velden
(*) Voorstel is om civieltechnische onderzoeken niet te selecteren; daarmee wordt uitgesloten dat onterecht gegevens worden geselecteerd van niet-representatieve wegfunderingen. Type onderzoek
Geschikt?
ASB - asbest onderzoek NEN 5707
Nee
avr (aanvullend rapport)
Ja
Bodemsanering bedrijven (BSB)
Nee
BOOT
Nee
Bouwstoffenbesluit
Nee
brf (briefrapport)
Ja
Indicatief onderzoek
Ja
Meldingsformulier BUS evaluatieverslag
Nee
Monitoringsrapportage
Nee
Nader onderzoek
Nee
Nul- of Eindsituatieonderzoek
Ja *
Oriënterend bodemonderzoek
Ja
Partijkeuring grond
Nee
Plan van aanpak (voor onderhoudsbagger)
Nee
Saneringsevaluatie
Nee
Saneringsplan
Nee
Verkennend onderzoek NEN 5740
Ja
Verkennend onderzoek NVN 5740
Ja
Verkennend onderzoek voor waterbodems (NVN 5720)
Nee
(leeg)
Misschien, o.b.v. overige velden
(*) Deze optie is gewijzigd sinds de vorige BKK, toen dit alleen nog Nulsituatie heette; Eindsituaties zijn niet geschikt, maar vallen uit de selectie o.b.v. de aanleiding.
BODEMKWALITEITSKAART REGIO RIVIERENLAND | GEMEENTEN BUREN, CULEMBORG, MAASDRIEL, NEDER-BETUWE, TIEL, WEST BETUWE, WEST MAAS EN WAAL EN ZALTBOMMEL | DOCUMENTCODE: 16M1223.RAP001 | STATUS: HERZIEN DEFINITIEF| VERSIEDATUM: JANUARI 2021
3
Overige aandachtspunten
De volgende gegevens worden niet geselecteerd: • Analysemonsters zonder diepte, of met een gemiddelde diepte >2 m-mv. • Analysemonsters waarvan de ligging niet bekend is (er zijn geen boorpunten ingetekend en het onderzoek en de locatie hebben geen geometrie). • Analysemonsters van onderzoeken zonder rapportdatum. In de dataset hebben we een aantal aandachtspunten aangetroffen wat betreft de kwaliteit van de gegevens. Aangezien we op dit moment nog niet weten of dit onderzoeken betreft die op basis van de selectiecriteria geselecteerd zullen worden voor de BKK, weten we nog niet of dit van invloed is en/of hoeveel onderzoeken/monsters het betreft. We stellen voor om dit nader af te stemmen zodra de eerste selectie is afgerond, en we weten of deze fouten in de geselecteerde onderzoeken/monsters voorkomen. Het betreft: • Analysemonsters zonder diepte: dit betreft 795 mengmonsters die geen diepte hebben. Op basis van een steekproef blijken de onderliggende deelmonsters soms wel dieptes te hebben. Hierbij is vermoedelijk iets fout gedaan bij de invoer. Dit kunnen we niet in bulk repareren. • Fouten door het ontbreken van komma’s in dieptetrajecten en analysewaarden; dit lijkt vooralsnog, op basis van een korte check op de dieptetrajecten, niet veel voor te komen. Wel nog een aandachtspunt bij de uitbijteranalyse voor de stoffen die in decimalen gerapporteerd worden.
• Locaties/onderzoeken met vreemde contouren (zie tevens voorbeeld volgende pagina). Dit betreft “multi-part” vlakken, locaties en/of onderzoeken die uit méér dan 1 vlak bestaan. In plaats van losse vlakjes zijn deze aan elkaar vast komen te zitten, waardoor sommige contouren over de halve gemeente heen liggen. Vermoedelijk is deze fout ontstaan bij het exporteren. Als we de geometrie van deze onderzoeken/locaties niet nodig hebben (X- en Y-coördinaat op boorpuntniveau aanwezig, niet representatief of überhaupt geen analyses aanwezig), is dit geen probleem; anders is de enige methode om dit op te lossen de betreffende waarnemingen handmatig aan de juiste zone toe te kennen.