Bijlage 2 Afwegingskader
Tekst van het document
BIJLAGE II – AFWEGINGSKADER Voor het maken van de keuzes voor het implementeren van de gewijzigde Wgr is een afwegingskader ontwikkeld. Dit afwegingskader bevat regionale uitgangspunten en varianten die houvast geven om een passende keuze te maken voor implementatie. Het afwegingskader is ontwikkeld op basis van twee type wijzingen die de gewijzigde Wgr met zich meebrengt. Het gaat om wijzigingen waarbij verplicht keuzes gemaakt moeten worden én om wijzigingen die verplicht zijn zonder een keuze. Hieronder zijn de kaders voor beide typen wijzigingen beschreven. Wijzigingen met een keuze In onderstaande tabellen worden de nieuwe en gewijzigde instrumenten uit de Wgr beschreven. Voor instrument worden ook drie mogelijke keuzevarianten weergegeven. De varianten zijn beschreven volgens de volgende vaste systematiek: -
-
Variant 1: specifiek In de GR specifiek en expliciet vastleggen hoe het instrument ingevuld wordt in alle concrete gevallen. Variant 2: dynamisch In de GR dynamisch en flexibel vastleggen welke ruimte aan het bestuur van het samenwerkingsverband wordt gelaten om het instrument in te vullen en toe te passen in concrete gevallen. Variant 3: minimaal In de GR alles vastleggen wat er nodig is om aan de gewijzigde Wgr te voldoen, zonder daar dynamische of specifieke elementen aan toe te voegen. Eventuele dynamiek en specifieke invulling zal in de toekomst in concrete gevallen moeten blijken.
Aan de hand van de drie varianten en de voorkeur uit de tweede raadsbijeenkomst zijn de instrumenten voor elk samenwerkingsverband afgewogen. In de bijlage is voor elk samenwerkingsverband afzonderlijk opgenomen welke keuzevariant wordt voorgesteld.
Toelichting Variant 1 (specifiek) Variant 2 (dynamisch) Variant 3 (minimaal) Voorkeur regionale raadsavond
Toelichting
Variant 1 (specifiek) Variant 2 (dynamisch) Variant 3 (minimaal)
Actieve informatieplicht In een GR moet opgenomen worden op welke wijze inlichtingen door het bestuur van een GR worden verstrekt aan de raden van gemeenten. In de GR expliciteren welke informatie in ieder geval op welke wijze gedeeld wordt en details (of eventuele aanvullingen) opnemen in een (door het (algemeen) bestuur) vast te stellen informatieprotocol. In de GR vastleggen dat het (algemeen) bestuur in een informatieprotocol vastlegt welke informatie op welke wijze wordt gedeeld (al dan niet met zienswijze voorafgaand aan het vaststellen van het informatieprotocol) Er wordt volstaan met de algemene bepaling dat het bestuur (algemeen en dagelijks) gevraagd en ongevraagd aan de raden alle inlichtingen verstrekt door toezending die nodig zijn voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid. Dynamische variant. Periodiek kunnen raden worden meegenomen bij actualisatie van het informatieprotocol
Participatie inwoners en belanghebbenden In een GR moet opgenomen worden op welke wijze ingezetenen (van de deelnemers) en belanghebbenden betrokken worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid. Het is niet mogelijk om op te nemen dat er geen ruimte is voor participatie. Er moet met andere woorden, in elke GR een minimale variant van participatie worden opgenomen. In de GR specifiek benoemen bij welke besluiten participatie van belanghebbenden en ingezetenen plaats vindt en op welke manier. In de GR opnemen dat het (algemeen) bestuur besluit (al dan niet na zienswijze) wanneer en op welke onderwerpen een bijeenkomst voor ingezetenen en belanghebbenden wordt gehouden. In de GR opnemen dat ingezetenen en belanghebbenden inbreng kunnen hebben op de voorbereiding, uitvoeringen evaluatie van beleid via de gebruikelijke mogelijkheden bij de gemeenten waar de
Voorkeur regionale raadsavond
Toelichting
Variant 1 (specifiek) Variant 2 (dynamisch) Variant 3 (minimaal) Voorkeur regionale raadsavond
Toelichting
Variant 1 (specifiek) Variant 2 (dynamisch) Variant 3 (minimaal) Voorkeur regionale raadsavond
Toelichting
Variant 1 (specifiek) Variant 2 (dynamisch)
Variant 3 (minimaal) Voorkeur regionale raadsavond
Toelichting
bestuursorganen van deelnemen aan de GR. Dynamische variant. De raden worden voorafgaand bij de keuze voor inzet van participatie betrokken.
Gemeenschappelijke adviescommissie Bij een openbaar lichaam bestaat de mogelijkheid om een gemeenschappelijke adviescommissie in te stellen waarin raadsleden vanuit de deelnemers plaatsnemen. Deze commissie kan drie taken krijgen 1) adviseren van het algemeen bestuur, 2) de besluitvorming van de raden met betrekking tot de gemeenschappelijke regeling voorbereide en 3) de raden van advies voorzien. Indien een gemeenschappelijke adviescommissie gewenst is, is het raadzaam om voorafgaand aan het instellen daarvan duidelijk aan te geven voor welke taken de gemeenschappelijke adviescommissie ingezet zal worden. Per GR bepalen of een gemeenschappelijke adviescommissie gewenst is en in de GR expliciteren wat het doel is en de wijze waarop de gemeenschappelijke adviescommissie ingezet wordt. Eén regionale gemeenschappelijke adviescommissie voor meerdere GR-en formeren. Huidige situatie laten voortbestaan (informatieprotocol en afhankelijk van uitkomst PvA griffiers). Minimale variant. Er is uitgesproken vertrouwen in het traject van de Kring van Griffiers.
Zienswijze over specifieke besluiten In een GR moet worden opgenomen welke bestuursbesluiten, voorafgaand aan het nemen ervan, voor het geven van een zienswijze moeten worden voorgelegd aan de raden van de gemeenten. Naast de wettelijk verplichte zienswijze-procedures, is het verplicht om iets op te nemen over de bestuursbesluiten die voor zienswijze aan de raden voorgelegd worden. Dit betekent dat ook mag worden opgenomen dat naast de wettelijke verplichte besluiten geen andere besluiten ter zienswijze worden voorgelegd. In de GR expliciet vastleggen op welke besluiten (naast de wettelijk verplichte, zoals bijvoorbeeld de conceptbegroting) zienswijze gegeven moet worden. In de GR bepalen dat alle besluiten die aanzienlijk politiek of financieel belang hebben door het (algemeen) bestuur ter zienswijze aan de raden moeten worden voorgelegd. In de GR opnemen dat buiten de wettelijk verplichte, er geen aanvullende besluiten ter zienswijze aan de raden worden voorgelegd. Dynamische variant: Het is op voorhand niet altijd duidelijk ten aanzien van welke besluiten het vragen van een zienswijze toegevoegde waarde heeft.
Evaluatie In een GR moeten bepalingen over de evaluatie van de regeling worden opgenomen. Het is verplicht om in elke regeling iets op te nemen over evaluatie. Dat betekent ook dat mag worden opgenomen dat er geen evaluatie plaats zal vinden of dat er op voorhand geen afspraken over worden gemaakt. In de GR een vaste cyclus van evaluatie opnemen (passend bij de cyclus van de betreffende GR) waarbij ook wordt vastgelegd op welke punten in ieder geval geëvalueerd wordt. Opnemen in de GR dat op verzoek van één of meer van de deelnemers evaluatie gestart kan worden en dat het (algemeen) bestuur beslist over het wel of niet en over de onderzoeksopdracht. Ook kan een maximum worden opgenomen, bijvoorbeeld maximaal eens in de drie jaar, of eens in de vijf jaar. Eventueel kan worden opgenomen dat het besluit om wel of niet te evalueren of de onderzoeksopdracht ter zienswijze aan de raden wordt voorgelegd. In de GR opnemen dat op voorhand geen afspraken gemaakt worden over evaluatie, of waar al een evaluatiebepaling bestaat deze ongewijzigd laten. Dynamische variant. Bij voorkeur vindt de evaluatie plaats in het midden van een raadsperiode. Hoe beleidsrijker een samenwerkingsverband is, hoe korter een termijn tussen evaluaties zou moeten zijn.
Evaluatie op verzoek van een substantieel aantal deelnemers mogelijk zou moeten zijn (twee of meer, afhankelijk van het totaal aantal deelnemers). Bij regio overstijgende samenwerking zouden de deelnemers uit de regio Rivierenland initiatief moeten kunnen nemen voor het starten van een evaluatie. Uittreding Sinds de wetswijziging is het verplicht om de bepalingen omtrent uitreding uit te breiden. Er moet in ieder geval duidelijk worden welke gevolgen uittreding heeft voor het vermogen van de rechtspersoon en voor het vermogen van de gemeenten waarvan de bestuursorganen deelnemen in de GR. Per regeling
Variant 1 (specifiek) Variant 2 (dynamisch)
Variant 3 (minimaal) Voorkeur regionale raadsavond
moet daarom worden opgenomen op welke wijze (qua proces en qua inhoud) wordt bepaald wat de gevolgen van de uittreding zijn en op welke manier het vermogen van de deelnemers wordt beïnvloed. In de GR alle afspraken precies vastleggen, waarbij zowel het proces als de wijze van het bepalen van de uittreedsom in de GR wordt vastgelegd. In de GR de procedure en de wijze van het bepalen van de uittreedsom vastleggen, tenzij het algemeen bestuur bij unanimiteit bepaalt dat afgeweken wordt van de betreffende uittreedregeling, waarbij het unanieme besluit van het algemeen bestuur eventueel ook ter zienswijze aan de raden voorgelegd dient te worden. In de GR opnemen welke kaders in ieder geval gelden voor het proces en voor de bepaling van de uittreedsom en op basis van die kaders het algemeen bestuur een uittredingsrichtlijn laten vaststellen, eventueel nadat deze uittredingsrichtlijn aan de raden ter zienswijze is voorgelegd. Dynamische variant. In het geval toch gekozen wordt voor een meer specifieke uittredingsregeling in de GR dan kan met het inzetten van het instrument van evaluatie worden meegenomen in hoeverre en uittredingsregeling nog voldoet aan de actualiteit.
Wijzigingen met wettelijk bepaalde instrumenten (zonder keuze) In onderstaande tabellen worden kort de wettelijk bepaalde instrumenten beschreven. Hierbij geldt dat er geen keuzemogelijkheid is ten aanzien van de wijze of en hoe het instrument wordt ingezet. Met betrekking tot het wijzigen van de termijnen zijn er wel twee varianten waaruit gekozen kan worden voor implementatie. Toelichting
Toelichting
Toelichting
Variant 1 (specifiek) Variant 2 (dynamisch)
Toelichting
Toelichting
Gewijzigde procedure totstandkoming GR wijziging Bij alle GR-en waar raden niet aan deelnemen, is het vanaf 1 juli 2022 verplicht om zienswijze over de concept-(gewijzigde) regeling te vragen aan de raden. Pas nadat gemotiveerd op deze zienswijzen is gereageerd en aanpassingen in een concept-GR zijn doorgevoerd, kan aan de raden toestemming worden gevraagd voor het aangaan of wijzigen van een GR. Reactie van (dagelijks) bestuur op zienswijze begroting Het (dagelijks) bestuur dient gemotiveerd te reageren op de binnen gekomen zienswijzen van de raden en aangeven welke conclusies het aan de zienswijzen verbindt. Aanpassing termijnen begrotingscyclus In de gewijzigde Wgr zijn de termijnen van de kadernota, ontwerpbegroting, zienswijzen, begroting, voorlopige jaarrekening gewijzigd. Aangezien het uiterste termijnen betreft, behoeft hier in beginsel geen keuze te worden gemaakt. Het doel van de wijziging van deze termijnen is dat het voor gemeenten eenvoudiger moet zijn om de P&C-cyclus van een GR af te stemmen op de P&C-cyclus van de gemeentelijke organisatie. In de GR de uiterste wettelijke termijnen opnemen. Dit kan door hetzij de nieuwe data in de GR op te nemen, hetzij door een verwijzing te maken naar de wettelijke bepaling in de Wgr. In de GR expliciet andere dan de wettelijke uiterste termijnen opnemen.
Dat kunnen dus de huidige ‘oude’ termijnen zijn, of alternatieve termijnen die passen binnen de uiterste wettelijke termijnen. Gezamenlijke enquête naar gevoerde bestuur als raden geen deelnemer zijn Bij GR-en waaraan raden niet deelnemen, kan een raad gezamenlijk met andere raden onderzoek doen naar het gevoerde bestuur van een GR. Dat gebeurt door het gezamenlijk instellen van een onderzoekscommissie. Een dergelijk onderzoek wordt gedaan op voorstel van één van de vertegenwoordigende bestuursorganen van de deelnemers aan een GR. Uitbreiding bevoegdheid rekenkamers In de Wgr is expliciet opgenomen dat rekenkamers ook onderzoek mogen doen naar het gevoerde bestuur van een GR als een van de bestuursorganen van de eigen gemeente deelneemt aan een GR.