CConstaterende datMaasdriel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1j - Arcadis - Quickscan natuurwetgeving

Gemeenteraad 28 september 2023, gemeente MaasdrielBij agendapunt: MIRT-onderzoek Gebiedsontwikkeling Alem en St. Andries8.934 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

VERKENNENDE QUICKSCAN VERKENNENDE QUICKSCAN NATUURWETGEVING ALEM EN SINT NATUURWETGEVING ALEM EN SINT ANDRIES ANDRIES Firma Dekker Firma Dekker 11 MEI 2022

11 MEI 2022

VERKENNENDE QUICKSCAN NATUURWETGEVING ALEM EN SINT ANDRIES

Contactpersoon. HANS HOLLANDER

Arcadis Nederland B.V. Postbus 1018 5200 BA 'sHertogenbosch Nederland

Onze referentie: BIM360Docs - Datum: 11 mei 2022

2 van 28

VERKENNENDE QUICKSCAN NATUURWETGEVING ALEM EN SINT ANDRIES

INHOUDSOPGAVE 1

2

3

INLEIDING

4

1.1

Aanleiding

4

1.2

Doelstelling

4

1.3

Leeswijzer

4

PROJECTGEBIED EN INGREEP

5

2.1

Projectgebied – huidige situatie

5

2.2

Beschrijving deelgebieden

5

2.3

Ingreep

6

2.4

Afbakening effecten

6

WET NATUURBESCHERMING

7

3.1

Gebiedsbescherming

7

3.1.1

Methode

7

3.1.2

Ligging

7

3.1.3

Effecten

7

3.1.4

Deelconclusie gebiedsbescherming Natura 2000

8

3.2

Soortbescherming

8

3.2.1

Methode

8

3.2.2

Aanwezigheid beschermde soorten

8

3.2.3

Effectbeschrijving

9

3.2.4

Toetsing

10

3.2.4.1

Beschermingscategorieën relevante soorten

10

3.2.4.2

Overtreding verbodsbepalingen

10

3.2.5

Vervolgstappen Wnb soortenbescherming

11

COLOFON

28

Onze referentie: BIM360Docs - Datum: 11 mei 2022

3 van 28

VERKENNENDE QUICKSCAN NATUURWETGEVING ALEM EN SINT ANDRIES

1

INLEIDING

1.1

Aanleiding

Op 25 november 2020 heeft het BO MIRT ingestemd met het starten van een pilot in het kader van het landelijke programma Integraal Riviermanagement (IRM) voor een ‘Gebiedsontwikkeling Alem – Sint Andries’. Een eerste stap in dit proces is het uitvoeren van een MIRT-onderzoek. De gemeente Maasdriel en Dekker Groep hebben samen een verkenning uitgevoerd naar de mogelijkheden voor gebiedsontwikkeling waarbij breder wordt gekeken dan enkel rivierverruimende maatregelen. In 2020 is door het BO MIRT ingestemd met het door de gemeente en Dekker uitvoeren van een onderzoek Gebiedsontwikkeling Alem – Sint Andries. Als onderdeel van de IRM-pilot dient een beter beeld te worden verkregen van de natuuropgave voor de gebiedsontwikkeling Alem – Sint Andries (naast de rivierverruiming en andere opgaven). De Firma Dekker heeft Arcadis opdracht gegeven hiertoe een nader onderzoek, bestaande uit een nulmeting en het opstellen van een visie, uit te voeren.

1.2

Doelstelling

Onderdeel van de beleidsmatige analyse is inzage te geven in de wettelijk beschermde (natuur)waarden. Deze zijn beschermd middels de Wet natuurbescherming (gebiedsbescherming Natura 2000, soortbescherming) en de Omgevingsverordening Gelderland (Gelders Natuur Netwerk, verder NNN). De doelstelling van dit rapport is een quickscan naar de aanwezigheid van de wettelijk beschermde natuurwaarden in het projectgebied. Aangezien de planvorming nog in een visievormende fase is, betreft dit een verkennende quickscan, waaruit aandachtspunten vanuit de natuurwetgeving naar voren komen. Wanneer de planvorming is geconcretiseerd, zal aan de hand van de feitelijke ingrepen in het plangebied ook deze quickscan dienen te worden geconcretiseerd.

1.3

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 is een opgenomen van het projectgebied en de voorgenomen ingreep. Hoofdstuk 3 betreft de Wnb, hierin is een beschrijving van de ligging en effecten op Natura 2000-gebieden opgenomen, evenals een beschrijving van aanwezigheid van beschermde soorten met effectbeschrijving en toetsing. In hoofdstuk 4 is beschreven waar het GNN is gelegen en of sprake is van kans op negatieve effecten. In hoofdstuk 5 zijn de kansen voor de natuur opgenomen en in hoofdstuk 6 zijn de conclusies van deze quickscan samengevat. Bijlage A beschrijft het wettelijk kader van de Wnb en Bijlage B het kader van het NNN (GNN).

Onze referentie: BIM360Docs - Datum: 11 mei 2022

4 van 28

VERKENNENDE QUICKSCAN NATUURWETGEVING ALEM EN SINT ANDRIES

2

PROJECTGEBIED EN INGREEP

2.1

Projectgebied – huidige situatie

Het projectgebied is weergegeven in figuur 1. Het projectgebied ligt aan de Maas langs de zuidgrens van de provincie Gelderland. Het dorp Alem ligt in de gemeente Maasdriel, onderdeel van de Bommelerwaard. Lag Alem vroeger op een soort vooruitgeschoven schiereiland dat omringd werd door een maasmeander, sinds de Maasverbeteringswerken ligt het vrijwel op een eiland. De oude meander is nog zichtbaar en er zijn een jachthaven en voetbalvereniging in gelegen. De meander is echter onderbroken door een verkeersweg naar de voormalige Gelderse oever, de Jan Klingenweg. Deze loopt tussen de rotonde in de N322/N831 en het dorp Alem. De Jan Klingenweg gaat in het dorp over in de Veerweg, die langs de zuidrand van de Marensche Waard naar het veer gaat dat Gelderland met Noord-Brabant over de Maas verbindt. Zuidrond het dorp loopt de Sint Odradastraat vanaf de Veerweg over een winterdijk weer richting west naar het dorp Alem. Vanuit Alem loopt een doodlopende weg, de Steeg, door de Alemsche en Drielsche Uiterwaard, overgaand in een zandweg. In bijlage 1 is een foto-impressie van het projectgebied opgenomen.

Figuur 1. Projectgebied Alem.

2.2

Beschrijving deelgebieden

De in figuur 1 opgenomen deelgebieden zijn hieronder kort gekarakteriseerd. • Alemsche & Drielsche uiterwaard: meidoornhagenlandschap met knotwilgen. Deze uiterwaard is een kleinschalig onvergraven gebied met intensief gebruikte percelen. Veel hagen zijn knip- en scheerheggen die begin april vrij laag waren afgezet. De oostkant is opener (meer grasland) dan de westkant van dit deelgebied. De oeverzone van de rivier is zandig en kalkrijk en is begroeid met bomen en struweel. • Alemse Overwaard: bestaat voornamelijk uit agrarisch gebruik met bedrijfsgebouwen en is her en der ontgrond, het gebied is verrommeld. Historisch gezien heeft hier veel bos gestaan. Het voormalige tracé van de Maas heeft hier gelopen.

Onze referentie: BIM360Docs - Datum: 11 mei 2022

5 van 28

VERKENNENDE QUICKSCAN NATUURWETGEVING ALEM EN SINT ANDRIES

•

Buitenpolder Heerenwaarden (met Fort Sint Andries): natuur, bestaande uit bos, graslanden en wandelpaden, in eigendom van Staatsbosbeheer. Het terrein is reliëfrijk met een afwisseling van bos, struweel, open grasland en open water. • Maasuiterwaarden: het oorspronkelijke komkleigebied van de Maas. Door de bochtafsnijding is het eiland van Alem ontstaan en zijn hier kunstmatige uiterwaarden ontstaan met een agrarische functie, met weinig reliëf en weinig begroeiing. • Marensche Waard: uiterwaard met een zomerkade, afgetiggeld. Bestaat in het oostelijk deel uit lager gelegen akkers op rivierklei en in het westelijk deel ook uit begraasd grasland (koeien, schapen). Ten noorden van de Veerweg liggen zowel in het oostelijk als het westelijk deel populierenbosjes. Door het westelijke bosje loopt een wandelpad. In de Marensche Waard staan verspreid meidoornhagen, hogere bomen en knotwilgen. • Middelwaard: een morfologisch gave kronkelwaard. De zuidoostelijke punt van het eiland is geëgaliseerd en heeft daardoor een deel van het reliëf verloren. Ook hier zijn meidoornhagen aanwezig, die begin april niet waren afgezet zoals in de Alemsche en Drielsche Uiterwaard. • Piekenwaard: gaaf kronkelwaardpatroon. Stroomdalgrasland met reliëf is aanwezig. De noordrand langs de Jan Klingenweg bestaat uit een strook eikenbos. Er zijn meidoornhagen aanwezig.

• Zandwinplas Marensche Waard: diepe zandwinplas. • Zandwinplas tussen Middelwaard en Drielsche uiterwaard: diepe zandwinplas. Het dorp Alem valt buiten het projectgebied.

2.3

Ingreep

Er is nog geen sprake van een concrete ontwikkeling, in de huidige fase vindt visievorming plaats. Vanuit de huidige kwaliteiten van het gebied wordt als één van de mogelijke maatregelen gezien het herstel van de oude Maasmeander, waarbij deze weer zichtbaar wordt gemaakt in het landschap. Door de bochtafsnijding van de Maas in de jaren dertig van de vorige eeuw langs de oostrand van het projectgebied is deze meander landschappelijk niet meer zichtbaar. De ontwikkelmogelijkheden waarin thans wordt gedacht zijn: • Ontwikkeling van getijdenatuur met moerassen en geulen in combinatie met delfstoffenwinning langs de huidige Maas. • Ontwikkeling van hard- en zachthoutooibos en laagdynamische getijdenatuur in luwe zones buiten de stroombaan van de Maas. • Invulling KRW-opgave van grote wetlands in gebieden die nu al grootschalig zijn vergraven. • Recreatief medegebruik door aanleg fiets- en wandelpaden, struinnatuur, waterrecreatie, jachthavens. Per deelgebied zijn de mogelijke ontwikkelingen en werkzaamheden die daarvoor nodig zijn opgenomen in tabel 1. Er is in deze fase dus nog geen beeld van concrete werkzaamheden op concrete locaties. Tabel 1. Mogelijke ontwikkelingen per deelgebied en daarvoor benodigde werkzaamheden op basis van de huidige fase in de visievorming.

Deelgebied

Mogelijke ontwikkeling

Werkzaamheden

Alemsche en Drielse Uiterwaard

Extensivering grondgebruik Heggen uitbreiden en versterken Bosontwikkeling op rivieroever

Aanpassing beheer Inplant heggen Bosontwikkeling

Alemse Overwaard

Ontgraven oude verlande maasmeander Aanleg laagdynamische geulen en ooibosontwikkeling

Vergraven

Buitenpolder Heerewaarden

Verbindingsfunctie realiseren Optimalisatie rivierkwel door aansnijden zandondergrond Oeverwal reactiveren/inrichting rivieroever

Vergraven

Maasuiterwaarden

Natuurontwikkeling hoogdynamische getijdennatuur met rietmoeras en kleiwinning

Vergraven

Onze referentie: BIM360Docs - Datum: 11 mei 2022

6 van 28

VERKENNENDE QUICKSCAN NATUURWETGEVING ALEM EN SINT ANDRIES

Marensche Waard

Ontwikkeling laagdynamische natte natuur zandwinning Plaatselijk doorgraven tot in het water

Vergraven

Middelwaard

Instandhouding, hooguit optimalisatie vegetatie: afpellen vermeste bovengrond en verdiepen laagtes Reliëfvormend ontkleien

Aanpassing beheer Vergraven

Piekenwaard

Ooibosontwikkeling Stromende geul creëren

Vergraven Bosontwikkeling

Zandwinplas Marensche Waard

Verontdiepen met locaal gebiedseigen grond Landtong doortrekken en daarmee Vergraven markeren oude maas-meander Natuurontwikkeling hoogdynamische natuur

Zandwinplas tussen Middelwaard en Drielsche Uiterwaard

Bosontwikkeling

Vergraven Bosontwikkeling

Vooralsnog is sprake van visieontwikkeling waarbij in een vroeg stadium mogelijke effecten op beschermde natuur worden verkend. Van een concrete planning van de uitvoeringswerkzaamheden is geen sprake. De werkzaamheden waarop in deze fase van de visieontwikkeling in deze quickscan getoetst kan worden zijn: vergraven, bosontwikkeling, aanpassen beheer en inplant heggen. Waar vergraving nodig is, zal ook de huidige vegetatiestructuur met bomen en struiken verwijderd worden.

2.4

Afbakening effecten

De exacte werkzaamheden voor de voorgenomen ingreep zijn nog niet bekend. Daarom vindt de afbakening van mogelijke effecten plaats op basis van een worstcase scenario. Dat wil zeggen dat bij de toetsingen in deze quickscan ervan uit wordt gegaan dat aanwezige natuurwaarden als gevolg van de uit te voeren werkzaamheden kunnen verdwijnen of kunnen worden verstoord. Hierdoor zijn de volgende effecten op de reeds aanwezige flora en fauna te verwachten, waarbij een onderscheid is gemaakt tussen tijdelijke effecten (gedurende de realisatiefase) en permanente effecten (na de realisatie). Tijdelijke effecten door vergraven: • Oppervlakteverlies van leefgebieden en groeiplaatsen van beschermde flora en fauna. • Doen verdwijnen van standplaatsen van beschermde plantsoorten en/of waardplanten van beschermde insecten. • Doden en/of verwonden van beschermde diersoorten. • Verstoren van beschermde diersoorten door werkzaamheden en aanwezigheid van materieel, machines en uitvoerders. Permanente effecten: • Verlies van leefgebied van flora en fauna (nest- en verblijfplaatsen en foerageergebied). • Ontstaan nieuw leefgebied voor flora en fauna, zowel reeds aanwezige als nieuwe soorten.

Onze referentie: BIM360Docs - Datum: 11 mei 2022

7 van 28

VERKENNENDE QUICKSCAN NATUURWETGEVING ALEM EN SINT ANDRIES

3

WET NATUURBESCHERMING

Onder de Wnb valt de bescherming van Natura 2000-gebieden (hoofdstuk 2 Wnb), beschermde soorten (hoofdstuk 3 Wnb). In dit hoofdstuk wordt ingegaan op Natura 2000 in paragraaf 3.1 en de soortbescherming in paragraaf 3.2. Het wettelijk kader hiervan is opgenomen in Bijlage A.

3.1

Gebiedsbescherming

3.1.1

Methode

Op basis van de ligging van het plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebieden en daarnaast de aard van de ingreep, is aan de hand van een bureaustudie bepaald of mogelijk sprake is van negatieve effecten als gevolg van het voornemen.

3.1.2

Ligging

Het plangebied is geen onderdeel van Natura 2000, maar grenst aan de noordzijde wel aan het Natura 2000-gebied Rijntakken, deelgebied Uiterwaarden Waal (figuur 2). Tussen het projectgebied en dit Natura 2000-gebied ligt de provinciale weg N322 Van Heemstraweg. De Uiterwaarden Wamel Dreumel Heerewaarden zijn aangewezen onder de Vogelrichtlijn.

Figuur 2. Natura 2000-gebied RIjntakken, gelegen ten noorden van het projectgebied. Lichtblauw is Vogelrichtlijngebied, lichtgroen is Vogel- en Habitatrichtlijngebied.

Andere Natura 2000-gebieden liggen op grotere afstand, waarvan de dichtstbijzijnde zijn: • Vlijmens Ven, Moerputten en Bossche Broek ten zuiden van ’s-Hertogenbosch op circa 12 km. • Loevestein, Pompveld en Kornsche Boezem ten westen van Zaltbommel op circa 15 km.

3.1.3

Effecten

Aangezien het projectgebied geen deel uitmaakt van een Natura 2000-gebied, zijn er geen directe effecten op aanwezige habitattypen of leefgebieden van Vogel- of Habitatrichtlijnsoorten. Onze referentie: BIM360Docs - Datum: 11 mei 2022

8 van 28

VERKENNENDE QUICKSCAN NATUURWETGEVING ALEM EN SINT ANDRIES

Wanneer werkzaamheden in deelgebied Buitenpolder Heerewaarden met grof materieel plaatsvinden, kan theoretisch gezien sprake zijn van geluidsbelasting op Vogelrichtlijngebied, waardoor aanwezige Vogelrichtlijnsoorten zouden kunnen worden verstoord. Het ligt echter niet in de verwachting dat hiervan sprake zal zijn, daarbij is er ook sprake van een tussenliggende provinciale verkeersweg waardoor reeds sprake is van een constante geluidsbelasting. Andere verstorende effecten worden niet verwacht. Afhankelijk van de omvang van de graafwerkzaamheden en de inzet van graafmachines en ander zwaar materieel, is het mogelijk dat er als gevolg van emissie van stikstof, effecten zijn op stikgevoelige habitats en leefgebieden van soorten. In dit stadium is het nog niet mogelijk hier een definitief oordeel over te geven, omdat de feitelijke werkzaamheden en daarmee emissies nog niet bekend zijn. Geadviseerd wordt wanneer dit wel zo is, een Aerius-berekening uit te voeren om effecten van stikstofdepositie op de Natura 2000gebieden Rijntakken, Vlijmens Ven etc. en Lingebied etc. uit te kunnen sluiten. Dit is op voorhand niet mogelijk.

3.1.4

Deelconclusie gebiedsbescherming Natura 2000

Effecten op beschermde Natura 2000-gebieden als gevolg van stikstofdepositie zijn op voorhand niet uitgesloten. Het uitvoeren van een Aerius-berekening op basis van de emissies van inzet van machines en is daarom noodzakelijk, zodra deze bekend zijn.

3.2

Soortbescherming

3.2.1

Methode

Er zijn een bureauonderzoek en een veldbezoek uitgevoerd. Voor het bureauonderzoek is gebruik gemaakt van vrij beschikbare informatie, zoals verspreidingsgegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) van de afgelopen vijf jaar (01-01-2015 t/m 13-04-2021). Daarnaast is gebruik gemaakt van de verspreidingsatlas (verspreidingsatlas.nl) voor de verspreidingsgegevens van beschermde soorten en bij aanvang van de opdracht verkregen literatuur (zie referentielijst). Het veldbezoek is uitgevoerd op 14 april 2021 door Hans Hollander, ecoloog in dienst van Arcadis. De omstandigheden tijdens het veldbezoek waren windkracht 1 noord, bewolkt en droog, 6°C. Het onderzoek bestond uit het uitvoeren van een habitatgeschiktheidsbeoordeling. Dit is een veldonderzoek waarbij op basis van de uitkomsten van het bureauonderzoek en de fysieke kenmerken van het plangebied een indicatie wordt gegeven van het mogelijk voorkomen van beschermde plant- en diersoorten. Tijdens het veldbezoek is globaal geïnventariseerd of en zo ja welke soorten (mogelijk) in en om het gebied aanwezig zijn. Hierbij is aandacht besteed aan alle relevante soortgroepen en beoordeeld of mogelijke standplaatsen, verblijfplaatsen, voortplantingsplaatsen of leefgebieden binnen of in de directe omgeving van het ingreepgebied (kunnen) worden aangetast bij ontwikkelingen.

3.2.2

Aanwezigheid beschermde soorten

In Tabel 1 is per soortgroep weergegeven of en zo ja, welke beschermde soorten mogelijk voorkomen binnen het plangebied, op basis van zowel het bureauonderzoek als het veldbezoek. Tabel 2. Voorkomen en functie leefgebied van beschermde soorten binnen het plangebied per relevante soortgroep. Soortgroep Aanwezigheid beschermde soorten / geschiktheid habitat Conclusie Flora Bureauonderzoek Beschermde • In projectgebied en de omgeving zijn geen waarnemingen bekend van plantensoorten beschermde planten (NDFF). kunnen op voorhand • Het projectgebied ligt binnen het verspreidingsgebied van liggende niet worden raket (rivieroevers), akkerboterbloem, brave hendrik, grote uitgesloten. leeuwenklauw, kleine wolfsmelk, kluwenklokje, smalle raai, stijve wolfsmelk, wilde averuit, zandwolfsmelk (verspreidingsatlas.nl). • Aanwezigheid van andere beschermde planten is op basis van de verspreidingsgegevens (verspreidingsatlas.nl) uitgesloten. • Van den Marel (2006) geeft aan dat de Marensche Waard ondanks het voorkomen van een aantal zeer fraaie stroomdalgraslanden relatief arm zijn aan bijzondere plantensoorten. Voor de kades vermeldt hij soorten die thans niet (meer) beschermd zijn onder de Wnb. De hiervoor

Onze referentie: BIM360Docs - Datum: 11 mei 2022

9 van 28

VERKENNENDE QUICKSCAN NATUURWETGEVING ALEM EN SINT ANDRIES

Soortgroep

Aanwezigheid beschermde soorten / geschiktheid habitat beschermde plantensoorten worden niet vermeld in het rapport als voorkomend in de Marensche Waard. • Rademakers (2008) en De Boer & Buizer (2017) beschrijven het voorkomen van zwanenbloem (nu niet meer beschermd) en acht (toenmalige) rode-lijstsoorten die thans ook niet meer beschermd zijn. • Landmeetkundig Adviesbureau Meet vermeldt ook geen beschermde plantensoorten voor de populierenbossen in de Marensche Waard. • Van andere deelgebieden dan de Marensche Waard zijn geen natuurrapportages bekend waaruit het al dan niet voorkomen van beschermde plantensoorten blijkt.

Conclusie

Veldbezoek • Het veldbezoek was zodanig vroeg in het groeiseizoen, dat beschermde plantensoorten nog niet als zodanig herkenbaar waren in het veld (bloeifase). • Daarbij is het projectgebied zodanig groot, dat dit niet zonder nadere concretisering van uit te voeren werkzaamheden op quickscan-niveau op het voorkomen van beschermde plantensoorten is te onderzoeken. Broedvogels zonder jaarrond beschermd nest

Bureauonderzoek In de NDFF zijn vanaf 1-1-2016 716 records van vogelsoorten in het projectgebied aanwezig, met name uit de vier zuidelijke deelgebieden en deelgebied Buitenpolder Heerenwaarden. Dit betreft: • Watervogels: bergeend, brilduiker, dodaars, fuut, grauwe gans, knobbelzwaan, krakeend, kuifeend, meerkoet en wilde eend. • Weidevogels: gele kwikstaart, graspieper, kievit, patrijs, scholekster, veldleeuwerik witte kwikstaart, in lage aantallen • Moerasvogels: bosrietzanger, kleine karekiet, sprinkhaanzanger. • Bosvogels: boomkruiper, ekster, fitis, gekraagde roodstaart, grauw vliegenvanger, groene specht, groenling, grote bonte specht, holenduif, houtduif, koekoek, koolmees, matkop, merel, nachtegaal, orpheusspotvogel, pimpelmees, roodborst, spotvogel, spreeuw, staartmees, tjiftjaf, tuinfluiter, vink, wielewaal (1x), winterkoning, zanglijster, zwarte kraai, zwartkop. • overige soorten (van struweel, agrarisch gebied, oevers): braamsluiper, fazant, grasmus, heggenmus, ijsvogel, kauw, kleine plevier, kneu, putter, ringmus, roodborsttapuit. • Van de Mortel (2006) vermeldt als broedvogels van de Marensche Waard bergeend, boerenzwaluw, gele kwikstaart, graspieper, huismus, kleine plevier, kneu, krakeend, matkop, patrijs, ringmus, veldleeuwerik, visdief, wulp.

Algemeen beschermde broedvogels komen voor. Functies: broedgebied, foerageergebied.

Veldbezoek • Tijdens het veldbezoek zijn waargenomen: grauwe gans, knobbelzwaan, nijlgans, wilde eend, fazant, holenduif, houtduif, meerkoet, dodaars, fuut, scholekster, geelpootmeeuw, grote bonte specht, groene specht, gaai, ekster, zwarte kraai, pimpelmees, koolmees, staartmees, fitis, tjiftjaf, zwartkop, winterkoning, boomklever, spreeuw, merel, zanglijster, grote lijster, gekraagde roodstaart, ringmus, witte kwikstaart, vink, groenling, kneu, putter. • Algemene broedvogels komen verspreid in het plangebied voor, met name op open water en in opgaande begroeiing in de vorm van bosjes, heggen en houtwallen. In het projectgebied zijn geen aanwijzingen voor populaties weidevogels. Broedvogels met jaarrond beschermd nest

Bureauonderzoek • In het projectgebied zijn waarnemingen bekend van (NDFF): • Blauwe reiger: 78 broedparen 2016, 65 nesten 2019, 74 nesten 2020), Buitenpolder Heerewaarden. Foeragerend overal in het projectgebied. • Bosuil: 1 waarneming in 2019, Alemsche en Drielse uiterwaard, in bosje langs Alemse Gat. • Buizerd: meeste waarnemingen in Buitenpolder Heerewaarden, daarnaast foeragerend overal in het projectgebied. • Oeverzwaluw: uit 2018 3 locaties met 20, 16, 14 nesten in de deelgebieden Buitenpolder Heerewaarden en Maasuiterwaarden (oevers). • Ransuil: 2 meldingen uit februari en maart 2017. Mogelijk broedend in het bosje op de westpunt van het dorp Alem (Piekenwaard).

Onze referentie: BIM360Docs - Datum: 11 mei 2022

Aanwezige broedvogels met jaarrond beschermde nesten zijn blauwe reiger, buizerd en oeverzwaluw. Mogelijke broedvogels zijn bosuil, sperwer, ransuil en steenuil. Huismus en boerenzwaluw gebruiken het 10 van 28

VERKENNENDE QUICKSCAN NATUURWETGEVING ALEM EN SINT ANDRIES

Soortgroep

Aanwezigheid beschermde soorten / geschiktheid habitat • Sperwer: waarschijnlijk broedend in Buitenpolder Heerewaarden, daarnaast enkele (winter)waarnemingen verspreid in het projectgebied. • Steenuil: 1 territorium in 2018, zuidwest van Alem in de binnenpolder. • Qua roofvogels is het projectgebied recent niet structureel onderzocht.

Conclusie projectgebied als foerageergebied (niet essentieel).

Veldbezoek • Tijdens het veldbezoek zijn waargenomen: ooievaar (foeragerend Alemsche Overwaard), buizerd (roepend, territoriaal in de Alemsche en Drielsche Uiterwaard en in de Marensche Uiterwaard, boerenzwaluw (foeragerend en rustend Fort Sint Andries), huismus (boerderijen Alem). • Buizerd is een waarschijnlijke broedvogel op tenminste twee locaties in het projectgebied. • De huismussen en boerenzwaluwen broeden in de boerderijen in de binnenpolder van Alem, dus niet in de te ontwikkelen deelgebieden. Deze gebruiken ze wel als foerageergebied. In de omgeving zijn voldoende alternatieve foerageergebieden aanwezig. Grondgebonden zoogdieren

Bureauonderzoek • Bevers (NDFF) zijn vooral bekend uit de Buitenpolder Heerenwaarden. Daarnaast zijn er waarnemingen ten westen van de jachthaven bij Alem (Alemse Overwaard) en in de Maasuiterwaarden langs de in de Maas afwaterende wetering oost van het sluisje. • Das (NDFF): enkele waarnemingen uit de Buitenpolder Heerenwaarden, waaronder verkeersslachtoffers op de Van Heemstraweg. Waarnemingen met name in de Piekenwaard en het westelijk deel van de Alemsche en Drielsche Uiterwaard. • Overige waargenomen soorten (NDFF) zijn bunzing 4x, eekhoorn 1x, wezel 1x. • Rademakers (2008) vermeldt voor de Marensche Uiterwaard egel, haas, konijn, mol, vos, woelmuis spec. en woelrat (algemene soorten die in dit landschap zijn te verwachten).

Waarnemingen bever (NDFF)

Beschermde soorten zijn bever en das. Functie; leefgebied. Daarnaast komen algemene grondgebonden zoogdieren voor, waaronder kleine marterachtigen wezel en bunzing.

Waarnemingen das (NDFF).

Veldbezoek • Tijdens het veldbezoek zijn uitwerpselen gevonden van vos. Her en der zijn holletjes van veldmuizen aangetroffen langs de dijk, Vleermuizen

Bureauonderzoek • De NDFF bevat slechts één waarneming van een dood gevonden gewone dwergvleermuis. • Op basis van Verspreidingsatlas.nl is het voorkomen van gewone en ruige dwergvleermuis, watervleermuis, meervleermuis, rosse vleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis waarschijnlijk. Veldbezoek

•

Er is niet specifiek gelet op verblijfplaatsen van vleermuizen; het projectgebied is te groot om hier op quickscan-niveau naar te kijken. Open water, zowel in als rondom het projectgebied. is vrijwel overal geschikt als foerageergebied voor vleermuizen. Ook de zuidelijke en de noordelijke deelgebieden vormen met

Onze referentie: BIM360Docs - Datum: 11 mei 2022

Vleermuizen: aanwezigheid van diverse soorten is waarschijnlijk. Zowel verblijfplaatsen in bomen als, indien voorkomend gebouwen, zijn niet uitgesloten. Het projectgebied is zeer geschikt als foerageergebied. 11 van 28

VERKENNENDE QUICKSCAN NATUURWETGEVING ALEM EN SINT ANDRIES

Soortgroep

Aanwezigheid beschermde soorten / geschiktheid habitat

Conclusie

de bosjes, meidoornhagen en bomenrijen geschikt vleermuisfoerageergebied. Het is niet uitgesloten dat er in oudere bomen geschikte vleermuisverblijfplaatsen aanwezig zijn in holtes of onder schors. Aanwezige gebouwen zijn niet specifiek onderzocht op potenties voor vleermuizen, maar indien aanwezig, kunnen ook hier verblijfplaatsen aanwezig zijn. Reptielen

Bureauonderzoek

•

Amfibieën

In de NDFF zijn geen waarnemingen van reptielen in het projectgebied aanwezig. Het plangebied ligt niet in het verspreidingsgebied van beschermde reptielensoorten (Verspreidingsatlas.nl).

Veldbezoek Door het ontbreken aan afwisseling in structuren en gebrek aan voedsel door ontbreken van kruidenrijke graslanden, zijn de plangebieden niet geschikt als leefgebied voor beschermde reptielen. Bureauonderzoek • In de NDFF zijn geen waarnemingen van amfibieën in het projectgebied aanwezig. Het plangebied ligt in het verspreidingsgebied van algemene soorten amfibieën als bastaardkikker, bruine kikker, • Het projectgebied ligt in het verspreidingsgebied van algemene amfibieënsoorten en daarnaast heikikker, kamsalamander, poelkikker, rugstreeppad (Verspreidingsatlas). • Rademakers (2008) vermeldt voorkomen van algemene soorten als kleine watersalamander, gewone pad, bruine kikker en bastaardkikker. Hij geeft aan dat de rugstreeppad niet in de Marensche Waard voorkomt, maar wel in de Buitenpolder Heerewaarden, sinds de kleiwinning medio jaren negentig. Veldbezoek • Tijdens het veldbezoek zijn geen amfibieën waargenomen. In diverse deelgebieden zijn geschikte voortplantsingwateren aanwezig, daarnaast winterhabitat.

Vissen

Bureauonderzoek • Uit de NDFF blijkt niet het voorkomen van beschermde vissoorten in het projectgebied. • Van de Mortel (2006) vermeldt voorkomen van baars, snoek en tiendoornige stekelbaars (allen niet beschermd). De Boer & Buizer (2017) vermelden het voorkomen van paling en winde. • Het projectgebied ligt in het verspreidingsgebied van de beschermde vissoorten grote modderkruiper en kwabaal.

Beschermde soorten zijn afwezig.

Algemene amfibieënsoorten komen voor. Aanwezigheid van rugstreeppad is waarschijnlijk, mogelijk komen heikikker, kamsalamander en poelkikker voor. Functie: voortplanting en overwintering.

Beschermde vissoorten als grote modderkruiper en kwabaal zijn op voorhand niet uit te sluiten.

Veldbezoek • In en om het projectgebied is leefgebied aanwezig van diverse vissoorten. In hoeverre grote modderkruiper en kwabaal al dan niet voorkomen, is op grond van het veldbezoek niet te duiden. Overige soorten

Bureauonderzoek • Er is één waarneming van een rivierrombout (NDFF). • Het projectgebied ligt in het verspreidingsgebied van de rivierrombout (verspreidingsatlas.nl). • Andere beschermde insectensoorten worden op grond van verspreidingsgebied en habitat (bijv. ontbreken van schrale heide) niet verwacht.

Aanwezigheid van rivierrombout is niet uitgesloten. Aanwezigheid van overige beschermde ongewervelden wel.

Veldbezoek • De weersomstandigheden bij het veldbezoek waren niet gunstig voor waarnemingen van beschermde insectensoorten. Er is slechts een akkerhommen waargenomen (niet beschermd).

Onze referentie: BIM360Docs - Datum: 11 mei 2022

12 van 28

VERKENNENDE QUICKSCAN NATUURWETGEVING ALEM EN SINT ANDRIES

3.2.3

Effectbeschrijving

In Tabel 2 is per soortgroep voor de (mogelijk) aanwezige soorten, op basis van de conclusie in de vorige paragraaf, een beschrijving gegeven van mogelijke effecten als gevolg van het voornemen zoals beschreven in hoofdstuk 2.2. Tabel 3. Effecten per soortgroep als gevolg van werkzaamheden. Soortgroep Mogelijke effecten

Toetsing vereist?

Planten

Opzettelijk ontwortelen of vernielen

Ja

Broedvogels zonder jaarrond beschermde nesten

Opzettelijk verstoren door activiteiten. Ontnemen van foerageergebied door verwijderen en verdwijnen van vegetatie.

Ja

Broedvogels met jaarrond beschermde nesten

Opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren te vernielen of te beschadigen. Opzettelijk verstoren door activiteiten. Ontnemen van foerageergebied door verwijderen en verdwijnen van vegetatie.

Ja

Grondgebonden zoogdieren

Opzettelijk verstoren door activiteiten. Doden van individuen en vernielen van verblijfplaatsen door verwijderen bomen, struweel en graafwerkzaamheden. Ontnemen van foerageergebied door verwijderen en verdwijnen van vegetatie.

Ja

Vleermuizen

Doden van individuen en vernielen van verblijfplaatsen door verwijderen bomen. Opzettelijk verstoren door activiteiten. Ontnemen van foerageergebied door verwijderen en verdwijnen van vegetatie.

Ja

Amfibieën

Opzettelijk verstoren door activiteiten. Doden van individuen en vernielen van voortplantingsplaatsen door verwijderen vegetatie en graafwerkzaamheden. Ontnemen van foerageergebied door verwijderen en verdwijnen van vegetatie.

Ja

Vissen

Opzettelijk te doden of te vangen. Opzettelijk te verstoren. Voortplantingsplaatsen te beschadigen of te vernielen.

Ja

Ongewervelden

Opzettelijk te doden of te vangen. Voortplantingsplaatsen te beschadigen of te vernielen.

Ja

3.2.4

Toetsing

3.2.4.1

Beschermingscategorieën relevante soorten

In tabel 3 is per soort(groep) opgenomen tot welke beschermingscategorie deze behoort: Tabel 4. Beschermingscategorie van de relevante soorten.

Beschermingscategorie Vogelrichtlijnsoorten

Habitatrichtlijnsoorten

Soort/soortgroep • Vogels zonder jaarrond beschermde nesten • Blauwe reiger, buizerd, sperwer, oeverzwaluw, huismus, uilen (jaarrond beschermd nest) • Beschermde plantensoorten • Bever, das • Vleermuizen • Rugstreeppad, heikikker, kamsalamander, poelkikker • Grote modderkruiper, kwabaal • Rivierrombout

Overige soorten

•

Kleine marterachtigen

Andere soorten met vrijstelling

• •

Algemene grondgebonden zoogdieren Algemene amfibieën

Onze referentie: BIM360Docs - Datum: 11 mei 2022

13 van 28

VERKENNENDE QUICKSCAN NATUURWETGEVING ALEM EN SINT ANDRIES

Er geldt binnen de provincie Gelderland een vrijstelling voor de binnen het plangebied algemeen voorkomende soorten, zie bijlage A. Deze zijn hieronder daarom niet meegenomen. Voor deze soorten geldt de zorgplicht, zie verder in paragraaf 3.5.2.1.

3.2.4.2

Overtreding verbodsbepalingen

In de tabellen 4 t/m 6 is per soort(groep) op basis van de effectbeschrijving in paragraaf 3.2.4.1 aangegeven welke verbodsbepalingen van de Wnb kunnen worden overtreden als gevolg van de werkzaamheden. Daarbij is geen rekening gehouden met eventueel mogelijke mitigerende maatregelen. Op basis van de uitkomst van deze toetsing is bepaald of en zo ja, welke mitigerende maatregelen nodig zijn. Deze zijn beschreven in de volgende paragraaf. Tabel 5 Mogelijke overtreding van de verbodsbepalingen van artikel 3.1 ten aanzien van soorten van de Vogelrichtlijn

Soort Broedvogels zonder jaarrond beschermde nesten Vogels met jaarrond beschermd nest

Lid 1 X

Lid 2 X

X

X

Lid 3

Lid 4

Lid 5

X

Als gevolg van Graafwerkzaamheden en verwijderen vegetatie. Kappen van bomen, verstoring door werkzaamheden, vergraving (oeverzwaluw)

Het is verboden om: Lid 1: te doden of te vangen; Lid 2: opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen; Lid 3: eieren te rapen en deze onder zich te hebben; Lid 4: opzettelijk te verstoren; verstoring toegestaan indien niet van wezenlijke invloed op de staat van instandhouding; Lid 5: Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

Tabel 6 Mogelijke overtreding van de verbodsbepalingen van artikel 3.5 ten aanzien van soorten van de Habitatrichtlijn. Soort(groep) Lid 1|5 Lid 2 Lid 3 Lid 4 Als gevolg van Beschermde X Vergraven (aantasting groeiplaatsen) plantensoorten X X X Verwijderen van groenstructuren en bomen en Vleermuizen gebouwen met potentiële verblijfplaatsen. Bever, das X X X Verwijderen van vegetatie, vergraven Rugstreeppad, heikikker, kamsalamander, poelkikker Grote modderkruiper, kwabaal Rivierrombout

X

X

X

X

Vergraven

X

X

X

X

Vergraven

X

X

X

Vergraven

Het is verboden om: Lid 1: opzettelijk te doden of te vangen; Lid 2: opzettelijk te verstoren; Lid 3: eieren van dieren opzettelijk te vernielen of te rapen; Lid 4: voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen; Lid 5: opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Tabel 7 Mogelijke overtreding van de verbodsbepalingen van artikel 3.10 ten aanzien van Andere soorten. Soort a b c Als gevolg van Kleine marterachtigen X X Verwijderen van ruigte, bosschage, vergraven Verbodsbepalingen: a: opzettelijk te doden of te vangen; b: vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of te vernielen; c: opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Onze referentie: BIM360Docs - Datum: 11 mei 2022

14 van 28

VERKENNENDE QUICKSCAN NATUURWETGEVING ALEM EN SINT ANDRIES

3.2.5

Vervolgstappen Wnb soortenbescherming

3.2.5.1

Mitigerende maatregelen

De mitigerende maatregelen die bij de uit te voeren werkzaamheden genomen kunnen worden om overtreding van de Wnb te voorkomen zijn op voorhand nog niet te concretiseren, omdat nog niet bekend is welke concrete werkzaamheden precies op welke locatie en op welk tijdstip plaats zullen vinden. Uit eventueel soortgericht onderzoek (3.2.5.2) kunnen hierover concretere aanbevelingen worden gedaan. Op voorhand zijn al wel voor broedvogels zonder jaarrond beschermde nesten en in het kader van de zorgplicht algemene mitigerende maatregelen beschreven. Broedvogels zonder jaarrond beschermde nesten: • Verwijder vegetatie buiten het broedseizoen (broedseizoen loopt globaal van maart t/m augustus) om vestiging van nesten te voorkomen; • Kort houden vegetatie gedurende werkzaamheden, zodat dekking of broedgelegenheid voor akkervogels minimaal is; • Controleer regelmatig of soorten die op kale bodems broeden aanwezig zijn en verjaag deze zo nodig voor de start van het broedseizoen (soorten zoals de kievit). Zorgplicht De Wnb kent een algemene zorgplicht. Dit betekent dat zorgvuldig met aanwezige planten en dieren moet worden omgegaan. Daarom moeten de volgende maatregelen genomen worden: • Maai voorafgaand aan de werkzaamheden de vegetatie in het werkgebied kort.

Hierdoor wordt het voor grondgebonden zoogdieren minder aantrekkelijk om in het werkgebied te verblijven tijdens de werkzaamheden; • Voer de werkzaamheden rustig uit en in één richting waardoor de dieren in de gelegenheid zijn om te vluchten naar andere leefgebieden; • Voer de werkzaamheden uit tussen zonsopkomst en zonsondergang.

3.2.5.2

Soortgericht onderzoek

Op basis van deze verkennende quickscan is de aanwezigheid van een aantal beschermde soorten uitgesloten in het plangebied. Voor de soorten die wel (kunnen) voorkomen is mogelijk nader soortgericht onderzoek nodig en op grond daarvan mogelijk ook het aanvragen van een ontheffing in het kader van de Wnb. Stap 1 is echter de verdere concretisering van de plannen in het projectgebied. Op grond daarvan kan concreet worden aangegeven waar en wanneer welk soortgericht onderzoek nodig is. Indien er géén bomen worden gekapt, worden géén jaarrond beschermde nesten of verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen vernietigd. Bij graafwerkzaamheden kan er echter altijd sprake zijn van verstoring door materieel, machines en aanwezige personen. Globaal is de scope van het soortgericht onderzoek voor de mogelijk voorkomende soorten in het projectgebied weergegeven in tabel … Tabel 8. Soortgericht onderzoek voor aanwezige of niet uitgesloten beschermde soorten (NGB, 2017).

Soort(groep)

Type onderzoek

Periode van het jaar

Planten

Twee bezoeken gericht op aanwezigheid bloeiende plantensoorten (soortgerichte insteek)

Mei-augustus

Vogels met jaarrond beschermd nest

Roofvogels: vaststellen aanwezigheid horsten in bladloze seizoen; daarna 35 veldbezoeken voor vaststellen Roofvogels: 1x bladloze seizoen broedgevallen vervolgbezoeken maart t/m juli. Steenuil: 3 avondbezoeken voor Steenuil: februari t/m april. territoriale dieren Oeverzwaluw: mei-juni. Oeverzwaluw: 1 bezoek in Huismus: 1 april t/m 10 juni. broedseizoen vaststelling nesten in oevers

Onze referentie: BIM360Docs - Datum: 11 mei 2022

15 van 28

VERKENNENDE QUICKSCAN NATUURWETGEVING ALEM EN SINT ANDRIES

Huismus: 2 bezoeken Bever

Vraatsporen/burchten 2 bezoeken

November-april

Das

Burchten/vraatsporen/uitwerpselen 2 bezoeken

Jaarrond

Vleermuizen

5 bezoeken met batdetector

3x mei-juli; 2x augustus-september

Rugstreeppad

3 bezoeken op geluid (kooractiviteit) 4 bezoeken met schepnet

Half april t/m mei; juni-augustus Juni t/m augustus

Heikikker

2-3 bezoeken op geluid, of 2x vangen met schepnet

Eind februari-begin april Mei-juni / augustus-september

Kamsalamander

2-4 bezoeken met schepnet 2 bezoeken eitjes op moerasvergeetmenietje/mannagras

April-augustus April-juni

Poelkikker

2 bezoeken op geluid, warme vochtige Mei-juli avonden

Grote modderkruiper

1x elektrovisserij of 1x eDNA

Maart t/m oktober

Kwabaal

1x elektrovisserij

Maart t/m oktober

Rivierrombout

3 bezoeken, mn. locaties waar zand of Juni-augustus slib is afgezet

3.2.6

Deelconclusie soortenbescherming

Aanwezigheid van beschermde plantensoorten, algemene broedvogels, vogels met jaarrond beschermd nest, vleermuizen, bever, das, kleine marterachtigen, rugstreeppad, heikikker, kamsalamander, poelkikker, grote modderkruiper, kwabaal en rivierrombout is bekend in het projectgebied of kan niet op voorhand worden uitgesloten. In deze verkennende quickscan is een voorlopige toetsing uitgevoerd op basis van de huidige inzichten in de visievorming. Wanneer de plannen zijn geconcretiseerd dient een gerichtere toetsing plaats te vinden van welke verbodsbepalingen waar en op welke manier kunnen worden overtreden. Op grond daarvan kan gerichter soortgericht onderzoek worden uitgevoerd op die locaties waar verbodsbepalingen mogelijk worden overtreden. Pas dan kan definitief worden vastgesteld of en zo ja, voor welke soorten een ontheffing soortbescherming Wnb dient te worden aangevraagd. Door de aangegeven werkzaamheden van vergraven waarbij ook bomen en struweel dienen te worden verwijderd, zijn de meest vergaande effecten op beschermde soorten te verwachten. Op basis van het soortgericht onderzoek kunnen specifiekere mitigerende maatregelen worden aangegeven. Door bosontwikkeling, inplant heggen en aanpassing beheer kan lokaal ook leefgebied worden aangetast van beschermde soorten.

Door in de planvorming hier zoveel mogelijk rekening mee te houden kunnen effecten hiervan worden geminimaliseerd.

Onze referentie: BIM360Docs - Datum: 11 mei 2022

16 van 28

VERKENNENDE QUICKSCAN NATUURWETGEVING ALEM EN SINT ANDRIES

4

NATUURNETWERK GELDERLAND

4.1

Methode

Op basis van de ligging van het projectgebied ten opzichte van het NNB en daarnaast de aard van de ingreep, is door een bureaustudie bepaald of mogelijk sprake is van significant negatieve effecten als gevolg van het voornemen.

4.2

Ligging GNN

De ligging van de GNN in en in de omgeving van het projectgebied is weergegeven in figuur 3. Deelgebieden Buitenpolder Heerenwaarden, Piekenwaard, Zandwinplas liggen (vrijwel) volledig in de GNN. Daarnaast zijn kleinere delen van de deelgebieden Alemse Overwaard, Middelwaard en Maasuiterwaarden onderdeel van de GNN. Aanvullend is een resterend deel van het projectgebied aangewezen als groene ontwikkelingszone.

Figuur 3. Ligging van het projectgebied ten opzichte van het Natuurnetwerk Gelderland. Bron: Geconsolideerde Omgevingsverordening Gelderland (maart 2021), geraadpleegd op 20 april 2021.

4.3

Effecten

Door vergraving, bosontwikkeling, aanpassing beheer en inplant heggen vinden tijdelijke en permanente effecten plaats op de GNN. Deze effecten dienen te worden getoetst aan de Verordening Ruimte van de Provincie Gelderland (2021).

4.4

Deelconclusie GNN

Drie deelgebieden van het projectgebied liggen (vrijwel) geheel in de GNN, van drie overige deelgebieden zijn delen onderdeel van de GNN. Dit betekent dat de ontwikkelingen nader dienen te worden getoetst aan de Verordening Ruimte van de Provincie Gelderland, zodra deze zijn geconcretiseerd.

Onze referentie: BIM360Docs - Datum: 11 mei 2022

17 van 28

VERKENNENDE QUICKSCAN NATUURWETGEVING ALEM EN SINT ANDRIES

5

CONCLUSIES EN VERVOLGSTAPPEN

5.1

Conclusies verkennende quickscan

• •

•

Gebiedsbescherming Wnb: Effecten op beschermde Natura 2000-gebieden als gevolg van stikstofdepositie zijn op voorhand niet uitgesloten. Het uitvoeren van een Aerius-berekening op basis van de emissies van inzet van machines en is daarom noodzakelijk, zodra deze bekend zijn. Soortbescherming Wnb: Aanwezigheid van beschermde plantensoorten, algemene broedvogels, vogels met jaarrond beschermd nest, vleermuizen, bever, das, kleine marterachtigen, rugstreeppad, heikikker, kamsalamander, poelkikker, grote modderkruiper, kwabaal en rivierrombout is bekend in het projectgebied of kan niet op voorhand worden uitgesloten. In deze verkennende quickscan is een voorlopige toetsing uitgevoerd op basis van de huidige inzichten in de visievorming. Wanneer de plannen zijn geconcretiseerd dient een gerichtere toetsing plaats te vinden van welke verbodsbepalingen waar en op welke manier kunnen worden overtreden. Op grond daarvan kan gerichter soortgericht onderzoek worden uitgevoerd op die locaties waar verbodsbepalingen mogelijk worden overtreden. Pas dan kan definitief worden vastgesteld of en zo ja, voor welke soorten een ontheffing soortbescherming Wnb dient te worden aangevraagd. Door de aangegeven werkzaamheden van vergraven waarbij ook bomen en struweel dienen te worden verwijderd, zijn de meest vergaande effecten op beschermde soorten te verwachten.

Op basis van het soortgericht onderzoek kunnen specifiekere mitigerende maatregelen worden aangegeven. Door bosontwikkeling, inplant heggen en aanpassing beheer kan lokaal ook leefgebied worden aangetast van beschermde soorten. Door in de planvorming hier zoveel mogelijk rekening mee te houden kunnen effecten hiervan worden geminimaliseerd. Drie deelgebieden van het projectgebied liggen (vrijwel) geheel in de GNN, van drie overige deelgebieden zijn delen onderdeel van de GNN. Dit betekent dat de ontwikkelingen nader dienen te worden getoetst aan de Verordening Ruimte van de Provincie Gelderland, zodra deze zijn geconcretiseerd.

In tabel 9 is de aanwezigheid van actuele waarden i.r.t. de onderscheiden deelgebieden weergegeven. Daarbij is aangegeven of soorten daadwerkelijk zijn vastgesteld (NDFF, literatuur, veldbezoek) dan wel of ze niet uitgesloten kunnen worden in het betreffende deelgebied.

5.2

Vervolgstappen

De volgende vervolgstappen zijn voorzien: 1. Nadere concretisering van de ontwikkelingen (uitwerking visie), zodat duidelijk is welke ontwikkelingen in welke deelgebieden plaatsvinden en welke werkzaamheden daarvoor op welk moment in welke omvang nodig zijn. 2. Bepalen emissies materieel en machines, op grond waarvan een Aerius-berekening kan worden uitgevoerd. Op grond van deze Aerius-berekening wordt vastgesteld of er mogelijke effecten op Natura 2000 zijn. Zo ja, dan dient in eerste instantie een voortoets te worden opgesteld en mogelijk een passende beoordeling. Hiermee is zonodig een vergunning Wnb aan te vragen bij de provincie Gelderland. 3. Soortgericht onderzoek naar de soorten waarvan de aanwezigheid is vastgesteld of niet is uitgesloten. Dit onderzoek dient alleen te worden uitgevoerd waar daadwerkelijk ingrepen plaatsvinden. Voor de diverse soort(groepen) gelden specifieke onderzoeksperioden in het jaar. Op grond hiervan wordt vastgesteld of er mogelijke effecten zijn op beschermde soorten. Zo ja, dan dient een activiteitenplan te worden opgesteld op grond waarvan een ontheffing Wnb dient te worden aangevraagd bij de provincie Gelderland. 4. Nadere toetsing van de daadwerkelijke ingrepen aan de NNN. Indien dit significante effecten betreft is er mogelijk een compensatieplan vereist.

Onze referentie: BIM360Docs - Datum: 11 mei 2022

18 van 28

VERKENNENDE QUICKSCAN NATUURWETGEVING ALEM EN SINT ANDRIES

Tabel 9. Overzicht beschermde waarden per deelgebied. ADu=Alemsche en Drielsche Uiterwaard; AO=Alemse Overwaard; BH=Buitenpolder Heerenwaarden; MU=Maasuiterwaarden; MaW=Marensche Waard; MiW=Middelwaard; PW=Piekenwaard, Zwp=Zandwinplas, ZwpMW=Zandwinplas. Groen=vastgesteld, grijs=niet uitgesloten.

ADu AO BH MU MaW MiW PW Zwp Zwp MW Natura 2000

Niet binnen projectgebied, direct grenzend aan BH

Broedvogels algemeen Broedvogels nest jaarrond beschermd •

Blauwe reiger

•

Bosuil

•

Ransuil

•

Steenuil

•

Buizerd

•

Sperwer

•

Oeverzwaluw

Planten Vleermuizen Bever Das Kleine marterachtigen Zoogdieren algemeen Rugstreeppad Heikikker Kamsalamander Poelkikker Amfibieën algemeen Grote modderkruiper Kwabaal Rivierrombout

Onze referentie: BIM360Docs - Datum: 11 mei 2022

19 van 28

VERKENNENDE QUICKSCAN NATUURWETGEVING ALEM EN SINT ANDRIES

REFERENTIELIJST •

• • • • • • •

Boer, E.J.F. de & J.D. Buizer, 2017. Zandoverslag nabij de steenfabriek Rossum. Verkenning in het kader van het natuurbeleid voor de mogelijkheden voor de verplaatsing van de zandoverslag in de Zandmeren naar een locatie bij de steenfabriek Rossum in combinatie met ontwikkelingsmogelijkheden voor de Marensche Waarden. Bureau Waardenburg, Culemborg. Landmeetkundig & Adviesbureau Meet BV, 2019. Quickscan ecologie Marensche Waard (twee populierenbossen). Mortel, J.H.G. van de, 2006. Quickscan flora en fauna Marensche Waarden, Gemeente Maasdriel. Groen-planning Maastricht BV. Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). NGB, 2017. Soortinventarisatieprotocollen, versie juli 2017. Provincie Gelderland, 2021. Geconsolideerde Omgevingsverordening Gelderland (maart 2021). Rademakers, J., 2008. Natuuronderzoek Marensche Waarden. Aanvullende inventarisatie voor milieueffectstudie, planvorming en vergunningen. Toetsing projectplan aan de natuurwetgeving. Ecologie & Ontwikkeling, Maarn. Verspreidingsatlas.nl.

Onze referentie: BIM360Docs - Datum: 11 mei 2022

20 van 28

VERKENNENDE QUICKSCAN NATUURWETGEVING ALEM EN SINT ANDRIES

BIJLAGE 1. BELEIDSKADER WNB Gebiedsbescherming Algemeen Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. Onder Natura 2000-gebieden vallen de gebieden die op grond van de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn zijn aangewezen/ aangemeld. De Europese Unie heeft deze twee richtlijnen vastgesteld die moeten zorg dragen voor de bescherming van de belangrijkste Europese natuurwaarden: de Vogelrichtlijn uit 1979 en de Habitatrichtlijn uit 1992. Hoewel het om twee afzonderlijke richtlijnen gaat, worden ze vanwege hun overeenkomsten vaak in één adem genoemd. Men spreekt dan over de ‘Vogel- en Habitatrichtlijn’. De Europese Unie heeft alle Vogel- en Habitatrichtlijngebieden ondergebracht in een samenhangend netwerk ‘Natura 2000’. Bij de bescherming van Natura 2000-gebieden staan de habitattypen, habitatrichtlijnsoorten en kwalificerende vogelsoorten waarvoor instandhoudingsdoelstellingen gelden centraal. De wet biedt verschillende instrumenten om deze instandhoudingsdoelstellingen te realiseren: • Het treffen van instandhoudingsmaatregelen. • Het treffen van passende maatregelen om te voorkomen dat de kwaliteit van habitats verslechterd of soorten verstoord worden. • Beoordelingsplicht voor plannen, projecten en andere handelingen die kunnen leiden tot (significante) verslechtering of significante verstoring van Natura 2000-gebieden.

Voor projecten en andere handelingen geldt daartoe een vergunningplicht. Het is verboden zonder vergunning een project uit te voeren dat gelet op de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied- de kwaliteit van de natuurlijke habitats of habitats van soorten in dat gebied kan verslechteren of een significant verstorend effect kan hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen (art 2.7 lid 2). Wanneer het een project betreft dat niet direct verband houdt met, of nodig is voor het beheer van een gebied, en dat afzonderlijk of in cumulatie significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, wordt de vergunning niet verleend nadat uit een passende beoordeling is gebleken dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet worden aangetast (art 2.7 lid 3 onder a en art 2.8 lid 1). Een uitzondering is een project dat een herhaling of voortzetting is van een ander project, of deel uitmaakt van een ander plan, waarvoor al een passende beoordeling is gemaakt en een nieuwe passende beoordeling geen nieuwe gegevens op inzichten op kan leveren (art 2.8 lid 2). De vergunning voor een project wordt alleen verleend wanneer zeker is dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zullen worden aangetast en de instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar worden gebracht, dit geldt ook voor externe werking1.

Hiervan mag alleen worden afgeweken wanneer alternatieve oplossingen voor het project ontbreken en wanneer sprake is van dwingende redenen van groot openbaar belang. Bovendien moet voorafgaande aan het toestaan van een afwijking zeker zijn dat alle schade gecompenseerd wordt (de ADC-toets) (art 2.8 lid 4). Habitatrichtlijn De Habitatrichtlijn heeft tot doel bij te dragen aan het waarborgen van de biologische diversiteit door het in stand houden van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (uitgezonderd vogels) op het Europese grondgebied van de lidstaten waarop de richtlijn van toepassing is. De richtlijn onderscheidt daarbij te beschermen gebieden en te beschermen soorten. Vogelrichtlijn De Vogelrichtlijn bestaat uit een lijst van zeldzame of bedreigde vogelsoorten. De leefgebieden en belangrijke overwinteringsgebieden voor deze soorten worden aangewezen als speciale beschermingszones (Vogelrichtlijngebieden).

1 De nadelige invloed van activiteiten buiten een Natura 2000-gebied op natuurwaarden binnen het Natura 2000-gebied.

Onze referentie: BIM360Docs - Datum: 11 mei 2022

21 van 28

VERKENNENDE QUICKSCAN NATUURWETGEVING ALEM EN SINT ANDRIES

Soortbescherming Algemeen De Wet natuurbescherming (Wnb) is op 1 januari 2017 in werking getreden. De wet is in de plaats gekomen van de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. De wet is ingedeeld in hoofdstukken en kent een algemeen deel (hoofdstuk 1), delen over Natura 2000-gebieden (hoofdstuk 2), soorten (hoofdstuk 3), houtopstanden, hout en houtproducten (hoofdstuk 4), verder delen die gaan over vrijstellingen, beschikkingen en verplichtingen (hoofdstuk 5), financiële bepalingen (hoofdstuk 6), handhaving (hoofdstuk 7), overige bepalingen (hoofdstuk 8) en tot slot een beschrijving van het overgangsrecht (hoofdstuk 9) en een beschrijving van de wijziging van overige wetten (hoofdstuk 10). In navolgende paragrafen is een samenvattende beschrijving van de voor dit rapport relevante delen van de wet gegeven. De Wnb kent een algemene zorgplicht. Deze houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen om schade aan soorten te voorkomen, ook voor soorten die niet beschermd zijn (art 1.11, lid 1). Dit houdt in ieder geval in dat handelen of nalaten van handelen dat schadelijk kan zijn zo veel mogelijk achterwege gelaten dient te worden (art 1.11, lid 2). Deze algemene zorgplicht geldt altijd en overal, met slechts als uitzondering handelingen die op grond van de Visserijwet worden uitgevoerd (art 1.11, lid 3).

Categorieën De wet maakt onderscheid in drie categorieën van beschermde soorten, namelijk: • • •

Soorten Vogelrichtlijn (Wnb paragraaf 3.1). Soorten Habitatrichtlijn (Wnb paragraaf 3.2). Andere soorten (Wnb paragraaf 3.3).

Soorten Vogelrichtlijn Alle van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn zijn in Nederland beschermd. De soorten van artikel 1 van Vogelrichtlijn zijn alle vogelsoorten die op het Europese grondgebied van de lidstaten van de EU voorkomen. Het deel daarvan dat van nature in Nederland voorkomt, is dus beschermd (art. 3.1 lid 1). Soorten Habitatrichtlijn In deze categorie vallen alle in het wild levende dieren zoals genoemd in: • bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, • bijlage II bij het Verdrag van Bern of; • bijlage I bij het Verdrag van Bonn; (art. 3.5 lid 1) en (in hun natuurlijke verspreidingsgebied) planten van soorten, genoemd in: • •

bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of; bijlage I bij het Verdrag van Bern; (art. 3.5, lid 5)

Het gaat hierbij dus om meer dan alleen de soorten van de Habitatrichtlijn (namelijk ook soorten van de conventies van Bern en Bonn). Omdat echter in de Wnb paragraaf 3.2 “soorten Habitatrichtlijn” als titel heeft, wordt dit ook hier zo gebruikt om deze groep van beschermde soorten aan te duiden. Andere soorten Naast de soorten waarvan de bescherming op Europees niveau verplicht is gesteld, is er ook een aantal soorten op nationaal niveau beschermd. Dit is dus een “nationale kop” op de Europese bescherming. Het gaat hierbij om soorten die zeer zeldzaam en/of bedreigd zijn, en waarvan het duurzaam voortbestaan niet is verzekerd als geen beschermingsmaatregelen worden getroffen. De soorten waar het om gaat zijn opgenomen op de bijlage bij de wet (art. 3.10, lid 1 onder a en c).

Onze referentie: BIM360Docs - Datum: 11 mei 2022

22 van 28

VERKENNENDE QUICKSCAN NATUURWETGEVING ALEM EN SINT ANDRIES

Verbodsbepalingen Ten aanzien van soorten van de Vogelrichtlijn verbiedt de wet het opzettelijk doden of vangen (art. 3.1 lid 1), het opzettelijk vernielen van nesten, rustplaatsen en eieren (art. 3.1 lid 2), het rapen of onder zich hebben van eieren (art. 3.1 lid 3) en het opzettelijk storen van vogels (art. 3.1lid 4). Het verbod tot opzettelijk storen geldt niet in het geval de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort (art. 3.1 lid 5). Ten aanzien van de soorten van de Habitatrichtlijn beschermde diersoorten verbiedt de wet het opzettelijk doden of vangen (art 3.5 lid 1), het opzettelijk verstoren (art 3.5 lid 2), het opzettelijk vernielen of rapen van eieren (art 3.5 lid 3) en het beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen (art 3.5 lid 4). Ten aanzien van de Europees beschermde plantensoorten verbiedt de wet het opzettelijk te plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen en vernielen (art 3.5 lid 5). Ten aanzien van de andere beschermde diersoorten geldt slechts een verbod tot het opzettelijk doden of vangen (art 3.10 lid 1 onder a) en het opzettelijk beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen (art 3.10 lid 1 onder b).

Ten aanzien van de andere beschermde plantensoorten geldt een verbod tot opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen (art 3.10 lid 1 onder c). Gedragscodes, vrijstellingen en ontheffingen Gedragscode De in het voorgaande beschreven verbodsbepalingen zijn niet van toepassing op handelingen die zijn beschreven in en aantoonbaar worden uitgevoerd volgens een door de minister van LNV vastgestelde gedragscode (art. 3.31 lid 1). Het moet dan gaan om handelingen die plaatsvinden in het kader van: a. Een bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer. b. Een bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of de bosbouw. c. Een bestendig gebruik. d. Ruimtelijke ontwikkeling of inrichting. Vrijstelling Provinciale staten en de minister van EZ kunnen vrijstelling verlenen van de verbodsbepalingen (art 3.3 lid 24; 3.8 lid 2-5, 3.10 lid 2). Voor zover het gaat om de hiervoor beschreven verbodsbepalingen, kan in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting een ontheffing worden verleend van de verbodsbepalingen van artikel 3.1, 3.5 en 3.10, dus ten aanzien van alle beschermde soorten. Een vrijstelling mag alleen worden verleend wanneer aan bepaalde voorwaarden is voldaan.

Deze zijn gelijk aan de voorwaarden waaronder een ontheffing verleend kan worden (zie hier onder). Voor welke soorten een vrijstelling geldt, verschilt per bevoegd gezag (ministerie van EZ en de afzonderlijke provincies). De lijst met vrijgestelde soorten van het ministerie is alleen van toepassing op handelingen waarvoor de minister van EZ het bevoegd gezag is. Voor handelingen waarvoor gedeputeerde staten het bevoegd gezag zijn, geldt de vrijstellingslijst van de betreffende provincie. De provincie Noord-Brabant heeft een algemene vrijstelling verleend voor onderstaande soorten (voor enkele soorten geldt de vrijstelling enkel in een specifieke periode): • • • • • • • • • • •

Bruine kikker Gewone pad Kleine watersalamander Meerkikker Middelste groene kikker (of bastaardkikker) Aardmuis Bosmuis Dwergmuis Dwergspitsmuis Egel Gewone bosspitsmuis

Onze referentie: BIM360Docs - Datum: 11 mei 2022

• • • • • • • • • • •

Haas Huisspitsmuis Konijn Ondergrondse woelmuis Ree Rosse woelmuis Tweekleurige bosspitsmuis Veldmuis Vos Wild zwijn Woelrat

23 van 28

VERKENNENDE QUICKSCAN NATUURWETGEVING ALEM EN SINT ANDRIES

Ontheffing Voor soorten waarvoor (in de betreffende provincie) geen vrijstelling geldt, moet wanneer niet volgens een gedragscode wordt gewerkt een ontheffing worden aangevraagd wanneer er een handeling wordt uitgevoerd waardoor een verbodsbepalingen van artikel 3.1, 3.5 of 3.10 van de Wnb wordt overtreden (art 3.3 lid 1,3; 3.8 lid 1,3, 3.10 lid 2). Of deze ontheffing kan worden verleend, hangt af of voldaan wordt aan de voorwaarden. De voorwaarden waaraan moet worden voldaan, verschillen per categorie. De eerste eis die wordt gesteld, is dat er geen andere bevredigende oplossing mag zijn. Dat betekent -ook in combinatie met de in artikel 1.11 beschreven zorgplicht- dat wanneer een overtreding redelijkerwijs te voorkomen is, en ontheffing niet mogelijk is. De werkzaamheden moeten dan op zodanige wijze worden uitgevoerd dat er geen overtreding van de wet plaatsvindt. Te denken valt aan het kappen van bomen buiten het broedseizoen, of het afzetten van en het wegvangen van soorten in het werkgebied. Verder kan een ontheffing alleen worden verleend wanneer is aangetoond dat er geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de betreffende soort. Daarnaast gelden er per categorie verschillende aanvullende voorwaarden. Voor soorten van de Vogelrichtlijn kan alleen een ontheffing worden verleend in het geval van: (art 3.3 lid 4): 1.

in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; 2. in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; 3. ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren; 4. ter bescherming van flora of fauna; 5. voor onderzoek of onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten, of voor de daarmee samenhangende teelt, of 6. om het vangen, het onder zich hebben of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan. Voor soorten van de Habitatrichtlijn kan alleen een ontheffing worden verleend in het geval van:(art 3.8 lid 5): 1. in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; 2. ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; 3. in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; 4. voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten, of 5.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13065402/1