Bijlage 1h - Sweco - Geohydrologie
Tekst van het document
De verwachting is dan ook dat het gemaal met het extra waterbezwaar goed kan blijven functioneren. Bovenstaande conclusies gelden voor de invloed van de zandwinplasuitbreiding in de realisatiefase. Wanneer er tijdens de gebruiksfase slib opbouwt op de bodem en op het talud van de zandwinplas, worden bovengenoemde effecten gereduceerd. Zo vinden de grondwaterstandsverlagingen in de uiterwaard ten zuiden van de zandwinplas tijdens T=10 hoogwater niet meer plaats wanneer er een sliblaag (van minimaal 0,05 m) opbouwt. Daarnaast wordt het berekende extra waterbezwaar voor het gemaal van Alem gereduceerd tot 19 m3/uur bij het ontstaan van een sliblaag (0,05 m). De reductie van de effecten door de sliblaagopbouw wordt niet groter wanneer de dikte van de sliblaag toeneemt. Zo is het verschil in de berekende effecten tussen géén sliblaag en een sliblaag van 0,05 m groter dan het verschil tussen effecten bij een sliblaag van 0,05 m en 1,0 meter. Er worden op basis van de berekeningsresultaten geen negatieve effecten verwacht ten aanzien van rioolwateroverstorten, landbouw en natuur of zettingen.
Gelet op het feit dat het verplaatsen van de haven en de aanleg van de getijdengeul zowel in oppervlak als in ontgravingsdiepte vele male kleiner/ondieper zijn dan de zandwinplasuitbreiding, zal de invloed van het verplaatsen van de haven en de aanleg van de getijdengeul waarschijnlijk beperkt zijn. Wel dient nagegaan te worden of het verplaatsen van de haven geen negatieve impact op de stabiliteit van de waterkering ten noorden van Alem heeft, aangezien de beoogde ligging van de haven over een deel van de dijkbeschermingszone ten noorden van Alem ligt. Dit is onderdeel van het
Sweco | Gebiedsontwikkeling Alem Projectnummer: 51006865 Datum: 24-06-2022 Versie: D2 Document referentie: NL22-648800269-26834
45/58
parallelle onderzoek naar de bodem- en waterkering stabiliteit rondom de gebiedsontwikkelingen bij Alem. Op basis van de berekende effecten worden er vanuit de geohydrologie geen belemmeringen gezien voor de vergunbaarheid van de ontwikkelingen.
Sweco | Gebiedsontwikkeling Alem Projectnummer: 51006865 Datum: 24-06-2022 Versie: D2 Document referentie: NL22-648800269-26834
46/58
Bijlage 1 – Afkortingen · ·
DINOLoket (Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond): online database van TNO met boringen, sonderingen, tijdreeksen van grondwater. REGIS (Regionaal Geografisch Informatie Systeem): is een 3D-lagenmodel
dat de ondergrond van Nederland tot ongeveer 500 meter onder NAP in blokken van 100 x 100 meter weergeeft. · · · · · · · · ·
GeoTOP 3D-model van de ondergrond tot maximaal NAP-50 m. k-waarde: doorlaatfactor van de bodem in m/dag. kD-waarde: doorlaatvermogen van de bodem in m²/dag (k-waarde * dikte bodemlaag). c-waarde: weerstand van de bodem (dikte scheidende laag/verticale doorlaatfactor scheidende laag). GHG/GHS: Gemiddeld Hoogste (freatische) Grondwaterstand / Gemiddeld Hoogste Stijghoogte. GLG / GLS Gemiddeld laagste (freatische) grondwaterstand / Gemiddeld Laagste Stijghoogte. GxG/GxS: verzamelnaam voor GHG/GHS/gemiddelde grondwaterstand of stijghoogte en GLG/GLS. Invloedsgebied: gebied waarbinnen de verandering van de grondwaterstand/stijghoogte meer is dan 0,05 meter. Legger: kaart van het waterschap met daarop de situering van wateren of waterkeringen die in beheer zijn van het waterschap/ hoogheemraadschap en waar de regels van de keur voor gelden.
Sweco | Gebiedsontwikkeling Alem Projectnummer: 51006865 Datum: 24-06-2022 Versie: D2 Document referentie: NL22-648800269-26834
47/58
Bijlage 2 – Ontwerp
Sweco | Gebiedsontwikkeling Alem Projectnummer: 51006865 Datum: 24-06-2022 Versie: D2 Document referentie: NL22-648800269-26834
48/58
Bijlage 3 – Modelkalibratie B3.1: Algemeen In dit hoofdstuk worden de modelinvoer en -uitvoer van het originele MORIA model gecontroleerd en, indien nodig, aangepast, om te oordelen in hoeverre het model bruikbaar is voor de geohydrologische effectberekening voor de ontwikkeling.
B3.2: Controle modelinvoer Imodvalidator Het basismodel is met de Imodvalidator-tool van Sweco gecontroleerd op fouten en inconsistenties in de modelinvoer. Denk hierbij bijvoorbeeld aan watergangen die geen oppervlaktewaterpeil hebben gekregen, KD- en Cwaarden die ver buiten de realistische range liggen, of industriële grondwateronttrekkingen met het filter in een kleilaag. Uit deze controle kwamen geen bijzonderheden voor de omgeving in het plangebied.
Rivierstanden Grondwaterstanden in het plangebied worden sterk beïnvloed door de rivierstanden van de Maas en Waal. In het MORIA model zijn rivierpeilen van de Maas en Waal op dagbasis opgenomen. Dit is een grote meerwaarde van het MORIA model voor deze locatie. Dit betekent ook dat de grondwater-standen in het plangebied veel minder afhankelijk zijn van andere regionale factoren en grondwaterstromingen. Wanneer de rivierstanden goed in het model zitten, geeft dit al een grote mate van betrouwbaarheid. In figuur B3.1 zijn de rivierstanden in het MORIA model rondom het plangebied weergegeven. De rivierstanden, zoals ze in het MORIA model zitten, komen overeen met het regime van rivierstanden in Tabel 2-2.
Figuur B3.1
Rivierstanden in MORIA model
Sweco | Gebiedsontwikkeling Alem Projectnummer: 51006865 Datum: 24-06-2022 Versie: D2 Document referentie: NL22-648800269-26834
49/58
B3.3
Lagenmodel
In figuur B3.2 is de bodemopbouw van het originele MORIA model weergegeven, waarbij de gele vlakken zand representeren en de roze vlakken de deklaag. Daarnaast zijn ook de boringen uit Dinoloket opgenomen, waarbij geel staat voor zand en groen voor klei. Ondanks de beperkte hoeveelheid beschikbare boringen in Dinoloket komt de lagenopbouw in het originele MORIA model goed overeen met de gegevens uit dinoloket. Ook het watervoerend pakket onder de deklaag komt goed overeen met de bodemopbouw, zoals beschreven in paragraaf 2.3. Er hoeven dan ook geen aanpassingen te worden gedaan aan de lagenopbouw van het originele model.
Figuur B3.2
Lagenopbouw MORIA model; roze = deklaag, geel = watervoerend pakket
Binnendijks in en rondom de dorpskern van Alem zitten in het model plekken met een sterk afwijkende/lage bodemweerstand, zogenaamde gaten in de deklaag (< 100 dagen, blauwe plekken in figuur B3.3). Er zijn op deze plekken geen oppervlaktewateren, zoals plassen of grote vijvers, aanwezig die deze gaten zouden kunnen verklaren. Binnendijks in en rondom Alem is de deklaag minimaal 3 m dik (zie paragraaf 2.3.1). Uitgaande van een doorlatendhed van 0,03 m/dag voor zandige klei, betekent dit een minimale weerstand van 100 dagen. Daarom is besloten om de weerstand voor de deklaag (L1) binnendijks van Alem te verhogen naar minimaal 100 dagen.
Sweco | Gebiedsontwikkeling Alem Projectnummer: 51006865 Datum: 24-06-2022 Versie: D2 Document referentie: NL22-648800269-26834
50/58
Figuur B3.3
Bodemweerstand Laag 1 (in dagen) MORIA model
B3.4
Validatie modelresultaten
In de directe omgeving van het plangebied liggen twee peilbuizen, waarbij de gemeten waardes vergeleken zijn met de door het originele model berekende grondwaterstanden (zie figuur B2.4). De vergelijking tussen gemeten en berekende grondwaterstanden is weergeven in figuur B3.5 en figuur B3.6. Over het algemeen komen de gemeten grondwaterstanden goed overeen met de berekende grondwaterstanden in het MORIA model. De afwijkingen tussen gemeten- en berekende grondwaterstanden in de deklaag (figuur B3.5) zijn iets groter dan voor de vergelijkingen van de stijghoogten in het watervoerend pakket (figuur B3.6). Zo zijn de pieken en dalen extremer in de gemeten tijdreeks. Dit komt door de heterogeniteit van de deklaag, welke moeilijk te modeleren is in een regionaal grondwatermodel. Echter, de gemiddelde waarden en de dynamiek van de deklaag komen goed overeen tussen gemeten- en berekende waarden.
Sweco | Gebiedsontwikkeling Alem Projectnummer: 51006865 Datum: 24-06-2022 Versie: D2 Document referentie: NL22-648800269-26834
51/58
Figuur B3.4
Locaties van peilbuizen
Figuur B3.5
Tijdreeks vergelijking tussen gemeten en berekende grondwaterstanden in de deklaag voor peilbuis B45B1582 (links) en peilbuis B45B1611 (rechts)
Sweco | Gebiedsontwikkeling Alem Projectnummer: 51006865 Datum: 24-06-2022 Versie: D2 Document referentie: NL22-648800269-26834
52/58
Figuur B3.6
Tijdreeks vergelijking tussen gemeten en berekende grondwaterstanden in het watervoerend pakket voor peilbuis B45B0106 (links) en peilbuis B45B0488 (rechts)
Naast de tijdreeksen zijn ook de berekende en gemeten GXG-waarden vergeleken. Hiervoor is gebruik gemaakt van peilbuisgegevens uit Dinoloket. Deze zijn vergeleken met de berekende GHG en GLG en het verschil (residu) tussen beide is weergegeven in figuur B3.7 en figuur B3.8.
Figuur B3.7
Berekende GLG (vlakdekkend grid) en gemeten GLG (punten) [m +NAP] [modelafwijking in m]
Sweco | Gebiedsontwikkeling Alem Projectnummer: 51006865 Datum: 24-06-2022 Versie: D2 Document referentie: NL22-648800269-26834
53/58
Figuur B3.8
Berekende GHG (vlakdekkend grid) en gemeten GLG (punten) [m +NAP] [modelafwijking in m]
In figuur B3.7 en figuur B3.8 is te zien dat de gemiddelde grondwaterstanden uit de peilbuizen (punten) overeenkomen met de berekende GHG en GLG (raster). De afwijkingen zijn daarom ook beperkt (< 0,50 m). Op enkele plekken is de afwijking tussen de gemeten en de berekende GXG groter. Dit komt voor op plekken waar ruimtelijk veel variatie in de GXG aanwezig is. Op plekken waar het verloop van de GXG meer geleidelijk is, is de afwijking tussen de gemeten en berekende grondwaterstanden lager.
B3.5: Conclusie Uit de modelkalibratie blijkt het model voldoende nauwkeurig is om de effecten van de zandwinning, aanleg haven en getijdengeul te kunnen modelleren.
Sweco | Gebiedsontwikkeling Alem Projectnummer: 51006865 Datum: 24-06-2022 Versie: D2 Document referentie: NL22-648800269-26834
54/58
Bijlage 4 – Effectkaarten gemiddelde grondwaterstanden
Sweco | Gebiedsontwikkeling Alem Projectnummer: 51006865 Datum: 24-06-2022 Versie: D2 Document referentie: NL22-648800269-26834
55/58
Bijlage 5 – Effectkaarten T=10 hoogwater
Sweco | Gebiedsontwikkeling Alem Projectnummer: 51006865 Datum: 24-06-2022 Versie: D2 Document referentie: NL22-648800269-26834
56/58
Bijlage 6 – Effectkaarten T=10 laagwater
Sweco | Gebiedsontwikkeling Alem Projectnummer: 51006865 Datum: 24-06-2022 Versie: D2 Document referentie: NL22-648800269-26834
57/58
Bijlage 7 – Kwelverandering kaarten
Sweco | Gebiedsontwikkeling Alem Projectnummer: 51006865 Datum: 24-06-2022 Versie: D2 Document referentie: NL22-648800269-26834
58/58