Bijlage 1b - Arcadis - Natuuronderzoek
Tekst van het document
Figuur 33 Meidoornhagenlandschap met hier en daar onderbrekingen.
Onze referentie: BIM360Docs - Datum: 5 december 2022
40 van 49
NATUURONDERZOEK
4
VISIE NATUURONTWIKKELING
Uit de LESA (Hoofdstuk 3) is gebleken dat het projectgebied zeer divers is. Deze diversiteit maakt het gebied bijzonder en biedt veel verschillende kansen voor natuurontwikkeling. Door in te zetten op het behoudt van de diversiteit en vergroten van de arealen natuur kunnen er grote aaneengesloten stukken natuur ontstaan die een mooie stapsteen vormen richting de Biesbosch en daarmee invulling geven aan doelstellingen vanuit de programmatische aanpak grote wateren (PAGW) en de Kaderrichtlijn Water. In de gebiedsontwikkeling Alem is de bovenliggende doelstelling voor natuur/ecologie: • het versterken van natuur, passend binnen de karakteristieken van dit riviergebied • historische rivierlandschappen versterken dan wel herstellen • mogelijkheden bieden voor extensief recreatief medegebruik Vanuit deze gedachte heeft de visieontwikkeling voor ecologie plaatsgevonden. Een van de kansen voor natuurontwikkeling die vrijwel in het gehele projectgebied aanwezig zijn, is de ontwikkeling van ooibos. Vanwege de stromingsluwe ligging zorgt bosontwikkeling hier niet voor ongewenst opstuwing. Doordat de uiterwaarden weinig overstromen vanwege de hoogteligging kan hier met name ingezet worden op de ontwikkeling van hardhoutooibos, een ecotoop wat nog maar in beperkte mate voorkomt in het rivierengebied.
Dit geldt vooral voor de gebieden die relatief weinig overstromen, minder dan 10 dagen per jaar en met een zandige bodemopbouw en dan is met name de Piekenwaard, Alemse Overwaard en de Buitenpolder Heerewaarden geschikt. Uit de beleidsmatige analyse is gebleken dat een groot deel van het projectgebied valt binnen het Gelders Natuur Netwerk zoals bijvoorbeeld de Piekenwaard en de Buitenpolder Heerewaarden. De overige uiterwaarden (met uitzondering van de Marensche waard en maasuiterwaarden) vallen binnen de groene ontwikkelingszone. Hierin heeft de provincie verschillende ontwikkelingsdoelen vastgesteld. Deze ontwikkelingsdoelen, zoals beschreven in hoofdstuk 2, zijn: • Vermindering barrièrewerking N322; • Ontwikkeling van schraallanden, moerassen, (oude) natte bossen; • Ontwikkeling van populaties water-, oever- en moerasvogels; • Ontwikkeling biotopen voor vlinders, reptielen en amfibieën en vogels van cultuurlandschappen. De uiterwaarden die onderdeel zijn van deze groene ontwikkelingszone voldoen in de meeste gevallen nog niet aan bovenstaande doelen en kunnen met onze visie een boost krijgen. Verdere kansen voor natuurontwikkeling en onze visie voortgekomen uit hoofdstuk 3 en de veldbezoeken worden per deelgebied in de komende paragrafen uitgebreid besproken. Deze paragraven dienen als beschrijving van de inrichtingsschets die van het projectgebied is gemaakt.
Per uiterwaard volgt er een toelichting/beschrijving van deze inrichtingsschets. In paragraaf 4.8 is een variant beschreven die zoveel mogelijk invulling geeft aan Alem als PAGW stapsteen.
4.1
Piekenwaard
Vanwege de hoge ligging en de schrale en uitgeloogde (kalkloos/kalkarm) bodem lijken de kansen voor botanisch waardevolle graslanden beperkt, dit sluit niet aan bij de beleidsdoelen. Staatsbosbeheer verwacht met een goed uitgevoerd maaibeheer de kwaliteit van de graslanden te kunnen verbeteren tot stroomdalgrasland/glanshaverhooiland waar alleen de minder kritische soorten voorkomen. Op verschillende plekken langs de oever zijn stukken stroomdalgrasland aanwezig met kruisdistels, veldsalie, gele walstro en sikkelklaver. Vanwege het lage kalkgehalte in de bodem en de zeer geringe overstromingsfrequentie is de verwachting dat de huidige situatie in de toekomst niet gaat verbeteren ten behoeve van deze stroomdalsoorten. Wel kan er worden ingezet op de uitbreiding van hardhoutooibos. Door op verschillende plekken de zode te verwijderen ontstaat er een landschap met afwisselend grasland, meidoornstruwelen en hardhoutooibos met een zoomvegetatie met o.a. meidoorns, vlier en rozen. Hierbij dient wel aandacht te worden geschonken aan de braamstruwelen langs de oever en bosrand zodat deze niet het gehele terrein overwoekeren. Om de ontwikkeling van hardhoutooibos op gang te helpen kan ervoor gekozen worden om een aantal kritische soorten aan te planten, zoals es en zoete kers.
Het bestaande bos langs de Jan Klingenweg kan worden uitgedund met het verwijderen van exoten (robinia) en populieren zodat het bos zich beter kan ontwikkelen. Onze referentie: BIM360Docs - Datum: 5 december 2022
41 van 49
NATUURONDERZOEK
Daarnaast adviseren we om in het lagere noordelijk deel van de Piekenwaard de voormalige geul te herstellen. Dit is een herstel van het historisch landschap en draagt bij aan de karakteristieke riviernatuur. Vanaf het Gat van Sientje komt een meestromende geul die het tracé volgt van de vroegere maasloop. Deze geul staat in verbinding met de Alemse Overwaard onder de Jan Klingenweg door. Hiervoor bestaan meerdere mogelijkheden waarbij het oorspronkelijke (en geomorfologisch juiste) tracé mogelijk te dicht bij de primaire kering van het Waterschap Rivierenland ligt. Het toevoegen van een meestromende geul creëert meer diversiteit aan ecotopen in het gebied. Rondom de geul ontstaan dynamische zandstrandjes die overgaan in nat grasland en mogelijk stroomdalgrasland (afhankelijk van kalkrijkdom van het sediment). De dimensies van de geul dienen nader te worden onderzocht in relatie tot het landschap en het gewenste debiet of afvoer van de geul. Wat vaststaat is dat er diep (ten minste 3 -4m) in het landschap gegraven moet worden voor een watervoerende geul. In een komende fase dient de haalbaarheid van een meestromende geul nader te worden onderzocht. Vervolgvragen voor deze fase zijn o.a.
wat het effect van meestromende geul op de waterkwaliteit van het gat van Sientje is, of het rivierkundig mogelijk is en wat de effecten op de primaire dijk zijn en hoe het samen kan gaan met hardhoutooibos.
4.2
Alemse Overwaard
De visie voor de Alemse Overwaard hangt nauw samen met het ontwerp van de Piekenwaard. De meestromende geul vindt zijn oorsprong in de Alemse Overwaard. Op basis van historische referentie en hoogteligging kan de instroom van de geul het beste gesitueerd worden ter hoogte van de jachthaven waarbij de grote wilgen aan weerszijden van de huidige sloot zoveel mogelijk gespaard blijven voor een mooie landschappelijke inpassing. De geul volgt de landschappelijke laagte en het voormalig tracé van de Maas en gaat onder de Jan Klingenweg door naar de Piekenwaard. Aan de noordzijde van de geul ontstaan zandstrandjes die overgaan in vochtig grasland en stroomdalgrasland op de hogere delen van de uiterwaard. Hiervoor is het verwijderen van de voedselrijke bouwvoor wenselijk zodat er weer kalkrijk zand aan het oppervlak komt. De Alemse Overwaard bevat veel laaggelegen delen die na overstroming lang nat blijven door de kleiige bodem. Door dit gebied in te richten als natte overstromingsvlakte ontstaat er een gevarieerd landschap met plassen, moeras, plas dras grasland en hooilanden. Er kan zeker 10 hectare overstromingsvlakte gerealiseerd worden, die een bijdrage leveren voor vis, waterplanten en macrofauna en vogels. Eenzelfde inrichting is ook aanwezig aan de overzijde van de Van Heemstraweg.
Om de barrièrevorming van de Van Heemstraweg te verminderen en uitwisseling van fauna tussen de gebieden makkelijker te maken is een wildtunnel voorzien. Richting de steenfabriek van Rodruza gaat de natte overstromingsvlakte geleidelijk over in zachthoutooibos en hardhoutooibos. Door het fabrieksterrein te laten omringen met bos wordt het onnatuurlijke aangezicht van de fabriek weggenomen. Het centrale deel van de Alemse Overwaard behoudt het open karakter en het weidse uitzicht van de bewoners van Rossum blijft zo behouden. Het bos langs de Jan Klingenweg biedt vanwege de schrale zandige ondergrond weinig potentie voor riviergebonden natuur. Vanaf de zuidoever van de geul kan met zachthoutooibos ontwikkeling nog een deel aangevuld kunnen worden, waarbij het bestaande populierenbos kan worden omgevormd naar zachthoutooibos.
4.3
Buitenpolder Heerewaarden
De Buitenpolder Heerewaarden is een gevarieerd gebied met verschillende ecotopen. De geïsoleerde geulen in het westen van de uiterwaard hebben aan de ene zijde steile oevers met weinig ruimte voor vegetatieontwikkeling en aan de andere zijde delen met flauwe oevers waar moerasvegetatie zich heeft kunnen ontwikkelen. De grote delen open water bieden ook leefgebied aan allerlei watervogels. Het centrale deel van de uiterwaard kenmerkt zich door een afwisseling aan “droge” ecotopen. Deze kunnen zich in delen goed ontwikkelen tot struwelen en zachthoutooibos maar worden ook grotendeels belemmerd door de hoge begrazingsdruk. Door de begrazingsdruk te verminderen kan jonge vegetatie zich ontwikkelen en ontstaat er een semi-open landschap met een afwisseling van meidoornstruweel, zachthoutooibos en hardhoutooibos. De huidige oeverdam is ontsteend maar te hoog voor enige zanddynamiek. Het advies is om hier ten minste één meter vanaf te graven zodat de oeverwal weer jaarlijks kan overstromen. Hiermee komt zandig materiaal aan het oppervlak wat de zanddynamiek en vegetatieontwikkeling op de oeverwal ten goede komt. Het materiaal wat hierbij vrijkomt kan gebruikt worden om de naastgelegen zandwinplassen deels op te Onze referentie: BIM360Docs - Datum: 5 december 2022
42 van 49
NATUURONDERZOEK
vullen. Hierdoor wordt de geulstructuur duidelijker en worden er meer geleidelijke overgangen van droog naar open water gecreëerd. Het doorstromend vermogen wordt hiermee ook verbeterd. Verdere aanbevelingen voor het gebied zijn: -
Inventariseren wat de huidige bodemopbouw van de “kwelplassen” is, ligt er bijvoorbeeld veel slib in. Mocht er veel slib zijn, kan dat worden verwijderd waardoor kwelstroom beter wordt benut en mogelijk kan zand worden aangebracht onder water voor flauwe taluds als overgang van moeras naar ondiep water
-
Bepalen wat de impact is van de afwatering vanuit Heerewaarden op de waterkwaliteit
-
Uitzoeken hoe de huidige duikers functioneren tussen de zandwinplassen en verbeteringen in kaart brengen
-
Mogelijkheid om de crossfunctie weg te halen zodat ook daar de natuurontwikkeling optimaal op gang kan komen onderzoeken
4.4
Maasuiterwaarden
Door de kunstmatige ontstaansgeschiedenis van dit gebied hebben de huidige maasuiterwaarden niet de kenmerken van een natuurlijke uiterwaard. Door de afsnijding van de Maas is dit gebied pas recentelijk naast het zomerbed komen te liggen. Dit betekent dat de mogelijkheden voor natuurontwikkeling beperkt zijn. De grootste kansen liggen hier voor het ontwikkelen van grootschalige getijdennatuur. Onze visie bevat een tweetal getijdengeulen met een benedenstroomse aantakking op het zomerbed. Getijdengeulen hebben geen baat bij een zandige ondergrond en kunnen daardoor goed functioneren in dit voormalige komgebied. Door brede oevers en een flauw talud (bijvoorbeeld 1:10) aan te leggen binnen de dagelijkse getijdenbeweging kunnen hier brede zones met rietmoeras ontstaan. Deze uitgestrekte rietlanden bieden geschikt leefgebied voor verschillende water- en moerasvogels terwijl de geulen voornamelijk van belang zijn voor vissen die belang hebben bij getijdewerking. Bij de aanleg van deze geulen moet goed rekening gehouden worden met de beschermingszone van het Waterschap Rivierenland en de afvoercapaciteit van de Maas. Doordat de geulen tot onder gemiddeld zomerpeil (circa NAP+0,25 m - 0,50 m) moeten worden gegraven kan de inrichting van deze uiterwaard eventueel gepaard gaan met kleiwinning.
4.5
Marensche Waard
Voor de Marensche Waard, kan er een afweging te worden gemaakt tussen een hoogdynamische variant (met getijdeninvloed) of een laagdynamische variant met behoud van de zomerkade, die alleen bij hoog water onder invloed van de Maas komt te staan. Bij een laagdynamische variant blijft de huidige zomerkade behouden en worden er een aantal geïsoleerde geulen gegraven. Idealiter ligt de bodem van de geulen op circa 1 meter beneden gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) maar kan op plekken ook dieper zijn (max. 2 meter waterdiepte). Echter zijn de kansen voor zandwinning met een dergelijke inrichting beperkt vanwege de diepe ligging van het industriezand (circa 10-15 m beneden maaiveld). Naast het graven van geulen wordt de kleilaag integraal verwijderd waardoor er fijn kalkrijk zand aan het oppervlakte komt. Met een kalkrijke zandige bodem binnen de invloed van het grondwater kan hier een groot areaal kalkmoeras zich ontwikkelen. Kalkmoeras is een grasland met veel zeggesoorten en orchideeën. Dit type grasland heeft een maaibeheer nodig om verbossing tegen te gaan. De eerste honderd meter vanuit de winterdijk wordt niet verder ingericht en ingezet op het behoud van het kleinschalige landschap met poelen, weilanden en struwelen. In een hoogdynamische variant wordt de zomerkade teruggelegd op circa 100 meter van de primaire kering.
Hierdoor blijft het hierboven genoemde kleinschalige landschap behouden. De rest van het gebied komt dan meer onder invloed van de rivier te staan met de beperkte getijdenwerking van de Maas. Met het graven van een serie getijdengeulen kan hier een beeld ontstaan wat ook beschreven is in de paragraaf over de Maasuiterwaarden. Geulen die onder invloed staan van het getij met aanliggend brede rietzones. Deze inrichtingsvariant heeft geen beheer nodig.
Onze referentie: BIM360Docs - Datum: 5 december 2022
43 van 49
NATUURONDERZOEK
Het vrijkomende materiaal kan in beide varianten ingezet worden om de getijdenzone in het oosten van de zandwinplas verder uit te breiden naar het westen. Ook kan de oeverdam verder worden verlengd om de oude maasmeander herkenbaarder in het landschap te maken. Een hybride vorm met deels hoog en deels laagdynamische inrichting is wellicht ook mogelijk en kan nader worden uitgewerkt in de volgende fase.
4.6
Middelwaard
In de Middelwaard wordt ingezet op het behoud van de morfologisch gave kronkelwaardpatroon. Waar het reliëf is verdwenen door egalisatie (met name ten zuidoosten van verhoogde zandweg) kan dit weer teruggebracht worden door te ontgraven volgens het oorspronkelijke reliëf. Om de mogelijkheden voor vegetatieontwikkeling te vergroten wordt de voedselrijke bouwvoor over circa 3 tot 5 dm’s reliëfvolgend verwijderd, hiervoor is nader bodemonderzoek nodig om de exacte maatvoering te bepalen. Hierdoor komt er schraler kalkrijk zand aan het oppervlak wat de ontwikkeling van stroomdalgrasland mogelijk maakt. In de lage delen (stroomgordels) is en blijft de bodem kleiig en ontwikkelt er deels nat grasland, mede afhankelijk van de mate van afgraving in relatie tot de waterstanden op de Maas.
4.7
Alemsche & Drielsche uiterwaard
Zoals eerder al beschreven hebben de Alemsche en Drielsche uiterwaard een waardevol cultuurhistorisch karakter. Het landschap is kleinschalig dankzij de meidoornhagen die als perceel scheiding dienen. Wij zetten daarom in op het behoud van het kleinschalige landschap in combinatie met de huidige agrarische functie. Daar waar door de jaren heen gaten in de meidoornhagen zijn ontstaan kunnen deze weer opgevuld worden met aanplant van nieuwe struiken. Op sommige plaatsen worden de bestaande hagen te kort gesnoeid. Hierdoor vervalt een groot deel van de landschappelijke en ecologische waarde. Het advies is om significant minder te snoeien zodat er volgroeide heggen ontstaan zoals op Figuur 33. Hierdoor bieden deze heggen habitat aan allerlei zangvogels en insecten van cultuurlandschappen. Mogelijkheden om dit verder te verbeteren kan ook zijn extensieve vormen van akkerrandenbeheer en inzaaien met bloemrijke vegetaties voor vergroten van de biodiversiteit
4.8
Uitwerking variant PAGW-robuuste natuur
In de paragraaf 4.5 voor de Marensche Waard zijn voor dat deelgebied twee varianten beschreven met betrekking tot een mogelijk uitwerking van een ontwerp. In het kader van de PAGW en het gebied rondom Alem als stapsteen binnen die opgave is een variant uitgewerkt om zo goed mogelijk invulling te geven aan die doelen, met name een groot areaal bos, zowel hardhout als zachthoutooibos. Voor de ontwikkeling van een zo’n groot mogelijk areaal bos is gekeken naar de ligging van de verschillende gebieden en de beoogde ontwikkeling in de eerste inrichtingsvisie. De uiterwaarden die vlakbij het zomerbed liggen (Middelwaard, Maasuiterwaarden en de oeverwal bij Buitenpolder Heerewaarden) zijn niet of minder geschikt voor de grootschalige ontwikkeling van bos vanwege de rivierkundige taakstelling en de bijkomende opstuwing die bosontwikkeling met zich meebrengt. Het bijzondere is dat er rondom Alem juist wel kansen liggen voor bosontwikkeling in de Alemse Overwaard, Marensche uiterwaard en Piekenwaard In de Alemse Overwaard is het areaal bos flink uitgebreid in deze variant. Rondom de steenfabriek is nu volledig omringend de kans voor hardhoutooibos ontwikkeling opgenomen. Hiermee wordt het zicht van meerdere kanten op de fabriek ontnomen, wat vanuit de beleving als gunstig gezien kan worden.
Aan de westkant van de Alemse Overwaard wordt ingezet op de ontwikkeling van zowel hardhout- als zachthoutooibos. Het gebied kent veel verschil in reliëf en bodemopbouw en zal zodoende een gevarieerde bosontwikkeling krijgen. De laagste delen van de uiterwaarden tegen de Van Heemstraweg aan zijn vermoedelijk te nat voor bosontwikkeling en zullen open plekken blijven met moerasvegetatie. Een mogelijk nadelig effect van bosontwikkeling in deze uiterwaard is dat het weidse uitzicht vanuit Rossum richting de maasarm verdwijnt. In de Marensche Uiterwaard wordt in deze variant ingezet op grootschalige ontwikkeling van getijdengeulen door een moeras met getijdenbos. Voor wilgenvloedbos is de getijdenwerking te beperkt en dus niet kansrijk biotoop. Vrijkomende grond kan gebruikt worden om de inrichting van dit gebied uit te breiden richting de Onze referentie: BIM360Docs - Datum: 5 december 2022
44 van 49
NATUURONDERZOEK
huidige zandwinplas. Een combinatie van meerdere geulen met veel aftakkingen zorgt voor een grote hoeveelheid overgangen van open water, onder invloed van het getij, naar zachthoutooibos. Een aspect dat kan worden onderzocht is de haalbaarheid van een Maas – Waalverbinding als onderdeel van deze stapsteen, zowel een droge als natte verbinding tussen beide rivieren kan worden onderzocht. De droge verbinding dient vooral de barrièrewerking van de Van Heemstraweg op te lossen voor zoogdieren. Terwijl een natte verbinding kan worden ingezet voor meerdere doeleinden, zoals het opheffen van een barrière voor vis en een ander mogelijkheid is bijvoorbeeld de herintroductie van Waalzand in het benedenstroomse stuk van de Maas, dit laatste om o.a. kalkrijke zandafzettingen meer kansen te geven. Voor een natte verbinding kan worden nagegaan of een koppeling met het initiatief rond Fort Voorne een mogelijkheid is. Er zijn hier wel belangrijke randvoorwaarden vanuit dijkveiligheid en hoogwaterveiligheid waar nadrukkelijk rekening mee moet worden gehouden en ook de scheepvaarteffecten voor de Waal. Een andere mogelijkheid voor een natte verbinding is om een koppeling te zoeken bij de sluis Sint Andries in de vorm van een vistrap. Ook kan eventueel Waalwater worden overgeheveld naar het Maassysteem.
4.9
Bijdrage varianten aan biodiversiteit
Inrichtingsschets Eiland van Alem In de huidige situatie is het eiland van Alem actueel leefgebied voor algemene broedvogels, buizerd, bosuil, oeverzwaluw, algemene zoogdieren, bever, das en algemene amfibieën en potentieel leefgebied voor vleermuizen, kleine marters, heikikker, kamsalamander, poelkikker, grote modderkruiper, kwabaal en rivierrombout. De inrichtingsschets voorziet in aanleg van droog grasland en bosstruweel naast diverse geulen en moeras. Dit schept kansen voor: Soorten van open water, waaronder vissoorten (getijdengeulen) en amfibieën (geïsoleerde geulen), foeragerende watervogels, libellen (rivierrombout). Soorten van moeras- en rietvegetaties, waaronder rietvogels, bever, hermelijn, bunzing. Soorten van vochtig en droog grasland, waaronder boerenlandvogels, foeragerende eenden, ganzen en zwanen, das, graslandvlinders. Soorten van bosstruweel, waaronder bos- en struweelvogels, das, wezel, bosvlinders. Inrichtingsschets Eiland van Alem – robuuste natuur Een groot verschil met de vorige inrichtingsschets is de aanleg van geïsoleerde geulen in moerasgetijdenbos in de Marensche Waard en hard- en zachthoutooibossen in de Alemsche Overwaard. Dit schept kansen voor soorten als nachtegaal, wielewaal, blauwborst, boomklever, boomkruiper, glanskop, grauwe vliegenvanger, staartmees, bosuil en groene specht.
Moerasgetijdenbossen kunnen mits van voldoende omvang en niet weinig verstoring ook broedgelegenheid verschaffen aan blauwe reiger, purperreiger, lepelaar en mogelijk zeldzamere soorten als kwak. De aanleg van de droge ecologische verbinding biedt mogelijkheden voor kleine en middelgrote zoogdieren en voor amfibieën om in het gebied te koloniseren.
4.10
Recreatie
De verschillende uiterwaarden rondom Alem lenen zich voor extensieve vormen van recreatie, die passen bij natuurlijk landschap met deels rustgebieden voor aanwezige fauna. Rondom het eiland in een klompenpad aanwezig wat onder andere door de Marensche waard en de Alemsche en Drielsche uiterwaard loopt. Deze route blijft behouden (ook aangegeven op de inrichtingschets) en zal, wanneer de Marensche waard wordt ingericht, een stuk aantrekkelijker worden. De wandelroutes door de Piekenwaard en Buitenpolder Heerewaarden blijven ook bestaan en met de komst van een geul door de Piekenwaard zal ook dit rondje een stuk diverser worden.
Onze referentie: BIM360Docs - Datum: 5 december 2022
45 van 49
NATUURONDERZOEK
BIJLAGE 1
Onze referentie: BIM360Docs - Datum: 5 december 2022
46 van 49
NATUURONDERZOEK
Onze referentie: BIM360Docs - Datum: 5 december 2022
47 van 49
NATUURONDERZOEK
Onze referentie: BIM360Docs - Datum: 5 december 2022
48 van 49
NATUURONDERZOEK
COLOFON NATUURONDERZOEK ALEM/ST ANDRIES
AUTEUR Maarten van Pelt ONZE REFERENTIE BIM360Docs DATUM 5 december 2022 GECONTROLEERD DOOR
VRIJGEGEVEN DOOR
Gerjan Verhoeff sr. projectleider
Gerjan Verhoeff sr. projectleider
Arcadis Nederland B.V. Postbus 1018 5200 BA 's-Hertogenbosch Nederland +31 (0)88 4261 261 www.arcadis.com
Onze referentie: BIM360Docs - Datum: 5 december 2022
49 van 49