CConstaterende datMaasdriel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 13 Advies commissie m.e.r

Gemeenteraad 10 juni 2021, gemeente MaasdrielBij agendapunt: Bestemmingsplan Buitengebied herziening 2020, Defensie Pijpleiding2.795 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Defensiepijpleiding tracé Ammerzoden-Vlijmen

Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 12 januari 2021 / projectnummer: 3479

Advies in het kort over het milieueffectrapport Aanleiding

De Defensie Pijpleiding Organisatie (DPO) wil tussen Ammerzoden en Vlijmen een nieuwe

brandstofleiding aanleggen. De leiding die er nu ligt, heeft onvoldoende capaciteit, ligt ter hoogte van de Maas te ondiep en moet bij Vlijmen voor het project Gebiedsontwikkeling

Oostelijke Langstraat (GOL) 1 worden verlegd. Voor het deels nieuwe tracé (zie figuur 1) moe-

ten de gemeenten Maasdriel, ’s Hertogenbosch en Heusden bestemmingsplannen aanpassen

en de provincie Gelderland moet een stukje van het provinciale inpassingsplan Bomme-

lerwaard wijzigen. Ter onderbouwing van een besluit over de aanpassingen is een milieuef-

fectrapport (MER) opgesteld. De gemeente Heusden heeft, mede namens de drie andere overheden, de Commissie voor de milieueffectrapportage gevraagd om dat rapport te beoordelen.

In dit advies spreekt de Commissie zich uit over de juistheid en de volledigheid van het MER.

Wat blijkt uit het MER?

Het MER laat zien waar de nieuwe leiding moet komen, dat ze vooral door landbouwgebied

en dus op grote afstand van woningen 2 zal lopen, en dat ze geen gebied met belangrijke ar-

cheologische of natuurwaarden zal doorkruisen. Ze zal deels worden aangelegd met open

ontgravingen en deels met horizontaal gestuurde boringen. De bestaande leiding wordt ver-

wijderd waar het nieuwe tracé met het bestaande samenvalt. Elders wordt ze mogelijk afgevuld en afgedicht, zoals in de kern van Bokhoven.

De bijlagerapporten bij het MER beschrijven in detail de effecten die tijdens de aanleg optreden, zoals de geluidhinder en emissies van stikstof door vrachtwagens en graafmachines, de verstoring van de bodem, de effecten op de natuur en de tijdelijke en lokale daling van de

grondwaterstand op plaatsen waar tijdens de aanleg bemaling noodzakelijk is. De meeste ef-

fecten zijn van tijdelijke aard. Sommige, zoals de veiligheidsrisico’s, zijn verbonden aan het

gebruik van de leiding.

Wat is het advies van de Commissie?

De Commissie vindt dat de bijlagerapporten over het te realiseren tracé gedegen en zorgvul-

dig zijn opgesteld. Voorbeelden zijn die over de effecten op de bodem en het grondwater, die over de aanwezigheid van en effecten op archeologische waarden of te beschermen plant- en diersoorten of die over de veiligheidsrisico’s van de nieuwe leiding. Het hoofdrapport zou de

stappen die zijn gezet om het tracé te kiezen en de bevindingen uit de bijlagerapporten goed moeten samenvatten, maar doet dat onvoldoende. Wat ontbreekt, is het volgende: •

een paragraaf die de mogelijke tracé’s, de kenmerken van de leidingen en de uit te voeren werkzaamheden integraal en in samenhang met elkaar beschrijft;

•

een helder beeld van de criteria die zijn gehanteerd bij de keuze van het tracé en van de wijze waarop ze gemaakte keuzes hebben beïnvloed. Zo is onduidelijk welke rol milieu-

argumenten 3 daarbij hebben gespeeld;

•

een helder beeld van de criteria die zijn gehanteerd voor de keuze van de aanlegmethode

voor ieder onderdeel van het tracé (open ontgraving of gestuurde boring) en om te

1 2 3

https://www.commissiemer.nl/adviezen/2981

Slechts enkele woningen liggen op minder dan 100 meter van de leiding en niet één op minder dan 30 meter. Zoals creëren van een veilige afstand tussen de brandstofleiding en woningen.

-1-

bepalen of de bestaande leiding al dan niet wordt verwijderd. Ook op dit punt ontbreekt een helder beeld van de wijze waarop de criteria gemaakte keuzes hebben beïnvloed;

•

de beschrijving van een alternatief waarmee de effecten van de emissies van stikstof door vrachtwagens en mobiele werktuigen op het nabijgelegen Natura 2000-gebied “Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek” worden voorkomen.

De Commissie vindt deze informatie

essentieel voor het volwaardig meewegen van het milieubelang bij een

besluit over het tracé van de brand-

stofleiding van DPO. Ze adviseert de

ontbrekende informatie in een aanvulling op het MER op te nemen en

dan pas over de plannen te besluiten.

In de rest van het advies licht de

Commissie haar oordeel toe. Aan dat oordeel koppelt ze aanbevelingen.

Het uitvoeren van deze aanbevelingen is essentieel om het milieube-

lang volwaardig te kunnen meewe-

gen bij de besluiten. De aanbevelingen staan in een tekstkader. Achtergrond De Defensie Pijpleiding Organisatie (DPO) wil tussen Ammerzoden en Vlijmen een nieuwe brandstofleiding aanleggen. Daarvoor moeten bestemmingsplannen in de gemeenten Maasdriel, ’s Hertogenbosch en Heusden en een inpassingsplan in de provincie Gelderland worden aangepast. DPO heeft een plan-MER opgesteld omdat significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden niet zijn uit te sluiten. Rol van de Commissie De Commissie is onafhankelijk, bij wet ingesteld en adviseert over de inhoud en de kwaliteit van het MER. Ze stelt voor ieder project een werkgroep samen van onafhankelijke deskundigen. Ze schrijft geen milieueffectrapporten. Dat doet de initiatiefnemer. Het bevoegd gezag – in

Figuur 1: Ligging van het bestaande (roze) en van het nieuwe tracé (groen is gestuurde boring; blauw is open ontgraving).

dit geval de hiervoor genoemde gemeenten en provincie - besluit over de te wij-

Bron: Bladzijde 11 van het MER.

zigen bestemmingsplannen en het inpassingsplan.

-2-

De samenstelling en de werkwijze van de werkgroep en verdere projectgegevens staan in bijlage 1 van dit advies. U vindt de projectstukken die bij het advies zijn gebruikt door nummer 3479 op www.commissiemer.nl in te vullen in het zoekvak.

Toelichting op het advies Dit hoofdstuk behandelt de lacunes die in hoofdstuk 1 van dit advies worden gesignaleerd.

Paragrafen 2.1 tot en met 2.3 hebben betrekking op informatie die nodig is om te begrijpen

hoe het voorkeurstracé tot stand is gekomen. De lacunes in de beschrijving van de stappen die zijn gezet om het tracé te kiezen, wekken de suggestie dat keuzes ‘werkenderwijs’ en

deels pragmatisch en daardoor impliciet zijn gemaakt. De Commissie vindt het belangrijk dat

afwegingen expliciet worden gemaakt en dat duidelijk wordt waar en hoe milieueffecten bij het maken van keuzes een rol hebben gespeeld.

In paragraaf 2.4 staat de Commissie stil bij het feit dat nog niet duidelijk is hoe nadelige gevolgen van de depositie van stikstof op daarvoor gevoelige natuur worden voorkomen.

Beschrijving van leidingen en uit te voeren werkzaamheden Het MER bevat geen hoofdstuk of paragraaf waarin alle kenmerken van het project overzichtelijk zijn beschreven of waarin wordt verwezen naar passages uit deelrapporten waarin die gegevens zijn opgenomen. Het gaat om gegevens zoals: •

de lengte van het tracé en de diameter, de diepteligging en andere relevante kenmerken

van de bestaande en de nieuwe leiding, zoals gehanteerde drukken en het type getransporteerde brandstoffen;

•

de werkzaamheden die worden uitgevoerd, de wijze waarop ze worden uitgevoerd 4 en de

apparatuur die daarbij zal worden gebruikt, zowel voor het verwijderen van de bestaande leiding als voor het aanleggen van de nieuwe leiding (open ontgraving of gestuurde boring); •

de duur van de werkzaamheden en de periode van het jaar waarin de werkzaamheden zullen plaatsvinden, zowel voor het verwijderen van de bestaande leiding als voor het aanleggen van de nieuwe leiding.

Een deel van de informatie is verspreid over de documenten te vinden 5 of voor de ingevoerde

lezer uit het kaartmateriaal af te leiden, maar een overzichtelijke projectbeschrijving in het MER is nodig voor een goed begrip van keuzes die worden gemaakt en van de effecten die worden beschreven.

De Commissie adviseert om, vóór er over de bestemmingsplannen wordt besloten, in een

aanvulling op het MER, het tracé, de kenmerken van de leidingen en de uit te voeren werkzaamheden integraal en in samenhang met elkaar te beschrijven.

4 5

Het gaat om bijvoorbeeld de breedte van werkstraten en het oppervlak van opstelplaatsen van boormachines.

Zo staan de kenmerken van de nieuwe leiding en de eigenschappen van de getransporteerde stoffen in hoofdstuk 4 van de bijlage met de kwantitatieve risicoanalyse.

-3-

Keuze van nieuw tracé Een van de bijlagerapporten bij het MER is een tracéstudie. 6 Daarin worden verschillende opties voor het kruisen van de Maas tussen Ammerzoden en Bokhoven beschreven. Alternatie-

ven voor de rest van het tracé zijn in dat bijlagerapport niet onderzocht. De bijlage beschrijft

de criteria op grond waarvan de tracéalternatieven tussen Ammerzoden en Bokhoven zijn beoordeeld. Voorbeelden van criteria zijn: • •

de nabijheid van bebouwing;

de eisen die aan de kruising van een waterstaatswerk worden gesteld met het oog op de (dijk)veiligheid;

•

uitvoeringsrisico’s verbonden aan de vorm en ligging van bochten in de leiding.

Mogelijke effecten op de archeologie, de bodem en de natuur en de aanwezigheid van niet

gesprongen explosieven zijn niet onderzocht voor ieder van de tracéalternatieven. Het rap-

port stelt, zonder verdere toelichting, dat de invloed van deze factoren op de tracékeuze beperkt zal zijn. 7

Andere documenten, zoals het hoofdrapport van het MER en de bijlagen bij de plantoelichting, laten zien dat ten zuiden van Bokhoven het bestaande tracé soms wordt gevolgd en

soms niet: ten noordoosten van Vlijmen en tussen de A59 en de Moerputtenweg wordt het

niet gevolgd en elders wel. Verder valt op dat het tracé op de kaart in het MER (zie figuur 1 van dit advies) ten noordoosten van Vlijmen verschilt van het tracé op de kaarten die in de

toelichtingen op de plannen zijn opgenomen.

Voor het tracé ten zuiden van Bokhoven maken de beoordeelde documenten niet duidelijk waarom het bestaande tracé al dan niet wordt gevolgd of waarom niet is gekozen voor de

kortste nood-zuid-verbinding tussen de Maas en de oostkant van Vlijmen. Duidelijk moet zijn hoe keuzes tot stand zijn gekomen en welke effecten daarbij zijn meegewogen.

De Commissie adviseert om, vóór er over de bestemmingsplannen wordt besloten, in een aanvulling op het MER, het volgende te doen: • • •

geef een overzicht van de criteria die zijn gebruikt bij het kiezen van het tracé; beschrijf hoe de criteria gemaakte keuzes hebben bepaald;

laat zien waar en hoe de milieueffecten bij die keuzes een rol hebben gespeeld.

Keuzes over aanlegmethode en buitengebruikstelling Over de aanleg van de nieuwe leiding zijn de diverse documenten onduidelijk. Deels zal ze

worden aangelegd in een open ontgraving en deels met een HDD boring. 8 De kaarten waarop

het tracé is afgebeeld, laten zien waar zal worden gegraven en waar geboord. Op grond van welke criteria per tracéonderdeel voor de ene dan wel voor de andere techniek wordt gekozen, is niet vermeld.

Als de bestaande leiding buiten gebruik is gesteld, zal ze deels worden verwijderd en deels afgevuld en afgedicht. Geen van de documenten beschrijft voor het volledige tracé waar de

6

Nieuwe kruising rivier de Maas tussen Ammerzoden en Bokhoven. Tracéstudie. LievenseCSO Infra BV. Doc DPRO-49-R-1

7

Zie hiervoor de voetnoot onder de tabel op bladzijde 27 van de tracéstudie.

van 22 maart 2018.

8

HDD staat voor horizontal directional drilling (horizontaal gestuurde boring).

-4-

bestaande leiding verwijderd zal worden en waar niet. Ze beschrijven ook niet op grond van

welke criteria voor het ene dan wel voor het andere wordt gekozen. 9 Tot slot wordt niet inge-

gaan op de effecten van verwijdering van de bestaande leiding en in hoeverre deze effecten bij de effectbeschrijving van de nieuwe leiding (in open ontgraving) zijn meegenomen.

Waarom is deze informatie belangrijk? Verwijderen kan tot meer hinder leiden voor omwonenden dan afvullen en afdichten. Hetzelfde geldt voor graven in vergelijking met een gestuurde boring. Voor de omwonenden moet duidelijk zijn wat ze mogen verwachten en

waarom. Verder zal graven de bodem en eventueel daarin aanwezig archeologische waarden meer verstoren dan boren. Ook als technische (on)mogelijkheden bepalend zijn voor keuzes die zijn gemaakt, moet dat duidelijk zijn.

De Commissie adviseert om, vóór er over de bestemmingsplannen wordt besloten, in een aanvulling op het MER, het volgende te doen: •

geef een overzicht van de criteria waarmee de aanlegmethode is gekozen. Geef ook een overzicht van de criteria op grond waarvan voor verwijderen of laten liggen van de bestaande leiding is gekozen;

• •

beschrijf hoe de criteria gemaakte keuzes hebben bepaald;

laat zien waar en hoe de milieueffecten bij die keuzes een rol hebben gespeeld.

Effecten van extra stikstofdepositie In de realisatiefase komen stikstofverbindingen vrij die schadelijk zijn voor de natuur. Deze verbindingen zitten in de uitlaatgassen van de machines en voertuigen die worden ingezet

voor het aanleggen, verwijderen of afvullen van de leidingen. Aan de zuidgrens van het plan-

gebied ligt het Natura 2000-gebied “Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek” dat gevoelig

is voor stikstof en dat op dit moment al overbelast is. Ondanks het feit dat het gaat om tijdelijke en geringe emissies, leidt de extra depositie daarom tot significante gevolgen. Dit probleem was ook de aanleiding voor het opstellen van een MER. 10

Het MER laat zien dat een toename van de stikstofbelasting bij de aanleg van de leiding wordt voorkomen dankzij een maatregel die in het kader van het project GOL is voorzien. 11 Om de

extra belasting van die gebiedsontwikkeling te ‘neutraliseren’ worden onder andere de emissierechten van een veehouderij ingetrokken. 12 De GOL-maatregelen zouden voldoende zijn om ook de effecten van het aanleggen van de DPO-leiding te voorkomen.

De Commissie constateert dat de omvang van de depositie en de effectiviteit van de maatre-

gel niet zijn bepaald met de meest actuele versie van het AERIUS-model en dat de planregels die gaan over het voorkómen van extra stikstofdepositie op daarvoor gevoelige natuur, nog

9

10

Het MER vermeldt op bladzijde 43 slechts: “… het is echter zeer onwaarschijnlijk dat de leiding in een open ontgraving uit het dorp (Bokhoven) wordt verwijderd. Het dämmeren (afvullen en afdichten) van de leiding ligt hier veel meer voor de hand.”

Als namelijk in een passende beoordeling moet worden onderzocht of schade aan kwetsbare natuur kan worden voorkomen, moet ook een MER worden opgesteld.

11

Zie hiervoor de berekening met het rekenmodel AERIUS in bijlage 10 bij het MER (Onderzoek stikstofdepositie en Passende beoordeling).

12

Maatregelen kunnen alleen als mitigerende maatregelen kunnen worden meegenomen, als deze niet al nodig zijn voor het behoud of het voorkomen van verslechtering of verstoring van het gebied.

-5-

niet zijn uitgewerkt. Bijgevolg is nog niet aangetoond dat er sprake is van een uitvoerbaar voornemen.

De Commissie adviseert om, vóór er over de bestemmingsplannen wordt besloten, in een aanvulling op het MER, het volgende te doen: •

bepaal met de meest actuele versie van het AERIUS-model de omvang van de (tijdelijke) stikstofdepositie op het Natura 2000-gebied “Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche

Broek”, die door het gebruik van vrachtwagens en mobiele werktuigen wordt veroorzaakt; •

beschrijft een passende maatregel, bijvoorbeeld in vorm van externe saldering, die ongewenste effecten voorkomt;

•

de planregel die gaat over de beperking van de stikstofdepositie, specifiek te maken.

-6-

BIJLAGE 1: Projectgegevens toetsing Toetsing door de Commissie

De Commissie bestaat uit een werkgroep van deskundigen. Deze werkgroep beoordeelt of het MER de benodigde milieu-informatie bevat en of deze juist is. Als er informatie ontbreekt of

onjuist is, beoordeelt de Commissie of zij die essentieel vindt. Dat is het geval als aanvullende informatie in haar ogen kan leiden tot andere afwegingen. Dan adviseert de Commissie de

ontbrekende of gecorrigeerde informatie alsnog beschikbaar te stellen, voordat het besluit

wordt genomen. Om zich goed op de hoogte te stellen van de situatie heeft de werkgroep het voornemen op 23 november 2020 besproken met het bevoegd gezag en de initiatiefnemer.

Meer informatie over de Commissie en over haar werkwijze vindt u op onze website. Samenstelling van de werkgroep

Bij dit project bestaat de werkgroep uit: ir. Lidwien Besselink

Eric van der Burg (voorzitter) drs. Reinoud Kleijberg

dr. Johan Lembrechts (secretaris) drs. Nathalie Vossen

Besluit waarvoor dit milieueffectrapport is opgesteld

Aanpassing van bestemmingsplannen van de gemeenten Maasdriel, ’s Hertogenbosch en Heusden en van een inpassingsplan van de provincie Gelderland Waarom wordt hiervoor een milieueffectrapport opgesteld?

Voor activiteiten die grote milieugevolgen kunnen hebben, kan in Nederland een MER vereist

zijn. De bijlagen C en D bij het Besluit milieueffectrapportage geven aan om welke activiteiten het gaat. Voor deze procedure gaat het in ieder geval om de activiteit D8.1, “de aanleg, wijzi-

ging of uitbreiding van een buisleiding olie die is gelegen of geprojecteerd in een gevoelig gebied”. Omdat daarnaast effecten op Natura 2000-gebieden optreden die in een Passende beoordeling moeten worden beschreven, is een plan-MER opgesteld. Bevoegd gezag besluit

De gemeenteraden van de gemeenten Heusden, ’s Hertogenbosch en Maasdriel voor de be-

stemmingsplannen en Provinciale Staten van de provincie Gelderland voor het inpassingsplan

Initiatiefnemer besluit

De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Heusden, ’s Hertogenbosch

en Maasdriel voor de bestemmingsplannen en Gedeputeerde Staten van de provincie Gelder-

land voor het inpassingsplan Initiatiefnemer m.e.r.

Defensie Pijpleiding Organisatie, DPO Heeft de Commissie ook zienswijzen en adviezen bij haar advies betrokken?

Het bevoegd gezag heeft de Commissie niet in de gelegenheid gesteld om zienswijzen en adviezen bij haar advies te betrekken.

Waar vind ik de stukken die de Commissie heeft beoordeeld?

U vindt de projectstukken die bij het advies zijn gebruikt, door op www.commissiemer.nl projectnummer 3479 in te vullen in het zoekvak.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10086999/1