Bijlage 1- Regionale (klimaat) Adaptatie Strategie
Tekst van het document
Rivierengebied Klimaatbestendig Samen aan de slag!
Regionale Adaptatie Strategie
© Joop Hoek / Adobe Stock
2
Inhoud Samenvatting
2 Kwetsbaarheden in Rivierenland
p. 9
p. 22
1 Inleiding
Voorwoord p. 7
p. 14
4
4 De volgende stap: naar een samenwerkingsagenda p. 36
3 Strategie: naar een klimaatbestendig Rivierenland
Bijlagen - Voorbeelden Klimaatadaptatie - Regionale aanpak: onze opgaven en acties p. 40
p. 32 5
colofon De volgende partijen zijn betrokken bij de totstandkoming van de RAS: Aequator Groene Ruimte De Kernen Dunea Fruitpact Gelders Genootschap Gemeente Buren Gemeente Culemborg Gemeente Lingewaard Gemeente Maasdriel Gemeente Neder-Betuwe Gemeente Overbetuwe Gemeente Tiel Gemeente West-Betuwe Gemeente Zaltbommel GGD Gelderland Midden GGD Gelderland Zuid Gelderse Natuur en Milieufederatie (GNMF) K3 Delta Kadaster Kleurrijk Wonen Land- en Tuinbouw Organiatie (LTO) Noord Landschapsbeheer Gelderland Nederlandse Fruittelers Organisatie (NFO) Omgevingsdienst Rivierenland Provincie Gelderland Regio fruitDelta /Regio Rivierenland Staatsbosbeheer Vitens Wageningen University & Research Waterschap Rivierenland Zuidelijke Land- en Tuinbouw Organisatie (ZLTO) Procesbegeleiding: Raadhuis Advies Grafisch ontwerp: Dana Dijkgraaf Design.
6
Voorwoord
Van ons allemaal Deze RAS is een interactief proces, waarbij negen gemeenten uit Rivierenland, waterschap Rivierenland en de provincie Gelderland samenwerken met andere stakeholders, teneinde een Regionale klimaat Adaptatie Strategie te ontwikkelen voor de regio Rivierenland. Alle samenwerkende partijen zijn benoemd in de colofon op de voorgaande pagina. Deze RAS beschrijft de strategische koers voor regio Rivierenland betreffende klimaatadaptatie en is geschreven voor alle betrokkenen in het rivierengebied.
Het klimaat verandert. De gevolgen van klimaatverandering ondervinden we steeds vaker aan den lijve. Hetere zomers, hevigere regenbuien en langere perioden van droogte; als inwoners en ondernemers van onze regio krijgen we daar steeds meer mee te maken. Het maatschappelijk debat gaat veelal over het menselijk aandeel in klimaatverandering en wat we kunnen doen om de klimaatverandering te beperken. Adaptatie, het aanpassen aan de werkelijkheid van klimaatverandering, is evenzo van groot belang. Aanpassen aan de omstandigheden zit ons in de regio in de genen. Al generaties lang hebben wij ons leven en werken aangepast aan de invloed van de rivieren in ons gebied. Het heeft onze identiteit gevormd. Nu staan we voor de uitdaging om onze leef- en werkomgeving aan te passen aan de veranderingen van het klimaat. Dit met het oog op een vitale en toekomstbestendige regio met een fijn leef- en werkklimaat. Vanuit dit besef hebben we als gemeenten in het rivierengebied, waterschap en provincie Gelderland, samen met andere stakeholders in ons mooie rivierengebied samengewerkt aan een Regionale klimaat Adaptatie Strategie (RAS). Hierin verwoorden wij onze ambities en opgaven van klimaatverandering en de benodigde maatregelen. 7
Voor u ligt onze RAS. Met deze strategie zijn we er niet, het is slechts een begin. De uitwerking van de opgaven en maatregelen zijn er op gericht dat wij als regio ons daadwerkelijk kunnen aanpassen aan de klimaatverandering en daar ook naar gaan handelen. Dat is niet alleen een taak van ons als overheden. Een grote verantwoordelijkheid ligt bij ons als gehele maatschappij: van individuele inwoner tot ondernemer, van natuurorganisatie tot woningcorporatie, van land- en tuinbouw tot logistiek. Als overheden hebben wij een voortrekkersrol en is het onze taak om alle betrokkenen te activeren en te faciliteren bij de opgave die klimaatadaptatie heet. Een handschoen die wij gaan oppakken. Samen aan de slag!
Govert van Bezooijen voorzitter Stuurgroep Samenwerkende Netwerken Regio Rivierenland
8
Samenvatting
We staan voor de uitdaging om onze leef- en werkomgeving aan te passen aan de veranderingen van het klimaat. Ook in onze regio hebben wij steeds vaker te maken met hogere temperaturen, drogere perioden, meer en extreme neerslag en toename van het risico op overstromingen. Dit vraagt dat wij ons aanpassen aan deze klimaatverandering, met het oog op een vitale en toekomstbestendige regio met een fijn leef- en werkklimaat. Een regionale en lokale aanpak Om richting te geven aan deze opgave hebben gemeenten, waterschap, provincie en andere stakeholders samen gewerkt aan een Regionale klimaat Adaptatie Strategie (RAS). Deze RAS voor Rivierenland maakt op regionaal niveau inzichtelijk of en zo ja waar extra inzet nodig is om vanaf 2020 klimaatadaptief te handelen en in 2050 klimaatadaptief ingericht te zijn. Aan deze RAS wordt later dit jaar nog een samenwerkingsagenda voor de uitvoering gekoppeld.
< Water op straat in Tiel
Door in samenhang klimaatadaptatie vraagstukken te benaderen in de regio, proberen we winst te behalen voor de regio als geheel. Gemeenten en individuele stakeholders gaan daarnaast zelf aan de slag met 9
hun eigen (lokale) aanpak. We willen deze RAS een dynamisch document laten zijn. Voortschrijdend inzicht, ontwikkelingen en ervaringen die we opdoen, zorgen er voor dat we deze strategie blijven aanpassen. De inhoudelijke thema’s die horen bij klimaatadaptatie hebben betrekking op wateroverlast, droogte, hitte en het risico op overstromingen. Rivierenland is gevoelig tot zeer gevoelig voor al deze klimaateffecten. De RAS beschrijft de effecten waar wij als regio mee worden geconfronteerd. Onze strategie richt zich op de opgaven die binnen onze eigen invloedsfeer liggen en waar we iets aan kunnen doen in termen van voorkomen of reguleren. In sommige gevallen betekent klimaatadaptatie ook dat we – incidenteel – overlast zullen moeten accepteren. We hebben niet van vandaag op morgen onze regio klimaatadaptief ingericht. In deze RAS zijn doelen voor de korte termijn opgenomen, maar is ook beschreven wat klimaatadaptief ingericht in 2050 betekent voor onze regio.
Strategische lijnen voor de korte termijn • Vergroten van bewustwording en kennis We vergroten de bewustwording en kennis van de urgentie tot klimaatadaptatief handelen bij overheden en betrokken stakeholders, maar zeer zeker ook van inwoners en bedrijven. Het grootste deel van het grondgebied in Rivierenland is niet in eigendom van overheden, maar van particulieren. De urgentie tot klimaatadaptatie moet bij alle betrokkenen worden vergroot en er toe leiden dat we klimaatadaptatie verankeren in ons beleid en ons concrete handelen. • Een andere manier van denken en samenwerken Samen durven we naar beste weten beslissingen te nemen, op basis van beperkte kennis en in de wetenschap dat de toekomst onvoorspelbaar is. We moeten daarom durven te denken en doen buiten de bestaande relaties en gebaande paden, gebruik maken van de goede voorbeelden en ervaringen en samenwerken met verschillende disciplines. • We pakken eerst de meest urgente opgaven aan We richten ons in eerste instantie op de meest urgente opgaven. Daarnaast pakken we natuurlijk de makkelijke oplossingen (‘laaghangend fruit’) op. We koppelen
klimaatadaptatie aan kansen op andere gebieden zoals de energietransitie, bos- en natuurontwikkeling, aanleg en reconstructie van wegen, dijkverbetering, recreatieve ontwikkelingen, etc. • We verbinden verschillende schaalniveaus We verbinden de regionale en lokale aanpak en wat betreft schaalniveau zetten we in op zowel strategisch, tactisch als operationeel niveau. Door samen te werken en slimme combinaties binnen schaalniveaus te maken, komen we tot een efficiënte aanpak van een klimaatadaptieve inrichting van de leef- en werkomgeving in regio rivierenland. Ambities voor klimaatbestendig Rivierenland 2050 Vanuit deze strategische lijnen op korte termijn, zijn onze ambities geformuleerd om toe te werken naar een klimaatbestendig Rivierenland in 2050: • Ambitie 1: Leefbare kernen We hebben in 2050 aantrekkelijke groene en leefbare kernen waar het goed wonen, werken en recreëren is. We gaan daarom beperking van wateroverlast, droogte en hitte meenemen als ontwerpuitgangspunt bij de (her)inrichting van onze kernen. Daarbij werken over10
heden, woningcorporaties en private partijen samen. • Ambitie 2: Duurzame logistiek en bedrijvigheid Met groen en water als bouwstenen zorgen we ervoor dat onze bestaande en nieuw te ontwikkelen bedrijventerreinen gewapend zijn tegen wateroverlast en hittestress. Daarnaast is de hoofdinfrastructuur van (snel)wegen, spoorwegen en waterwegen klimaatrobuust ingericht. We hebben ons voorbereid op situaties waar infrastructuur tijdelijk uit kan vallen door wateroverlast, hitte of droogte. We weten in die situaties hoe we zelf kunnen handelen om schade en overlast zo veel mogelijk te voorkomen. • Ambitie 3: Vitale en toekomstbestendige landen tuinbouw De land- en tuinbouw is in 2050 zo ingericht dat het zo min mogelijk last heeft van de gevolgen van wateroverlast, droogte en hitte. We gaan ervoor zorgen dat de land- en tuinbouw beter bestand is tegen klimaatverandering. Dit doen we door bijvoorbeeld water beter vast te houden, te zoeken naar mogelijkheden van multifunctioneel grondgebruik en te zoeken naar andere ontwikkelingen, die kansen bieden voor verduurzaming van de landbouw.
• Ambitie 4: Robuust en aantrekkelijk rivierenlandschap We zetten in op het behouden en versterken van (natte) natuur, het vergroten van de biodiversiteit en het zoeken naar nieuwe natuurdoelen op andere plekken. De natuurgebieden maken deel uit van een sterke groenblauwe dooradering in het landschap. Deze groenblauwe dooradering faciliteert berging en voorraad van zoet water voor de functies in het gebied en is tevens aantrekkelijk voor natuur en recreatie. De Linge is binnen de Betuwe hierin de blauwe draad. Verdere versterking geeft nog meer kansen voor landbouw, natuur en recreatie. Bij het toewerken naar deze ambities zoeken we naar slimme combinaties van oplossingsrichtingen. Daarbij staat klimaatadaptatie niet op zichzelf. Het is onderdeel van de integrale opgaven gericht op het versterken van de leefbaarheid, onze gezondheid, onze economie, toerisme en recreatie en de energietransitie. Daardoor nemen we niet alleen goede en tijdige maatregelen, maar pakken we ook kansen om de regio in vele opzichten te versterken. In de RAS zijn de hiervoor genoemde strategische lijnen en ambities vertaald naar welke opgaven en
kansen ontstaan, welke prioriteiten ontstaan, hoe we die het beste kunnen aanpakken en wie daarvoor aan zet is en welke samenwerking daarbij nodig is. Samen aan de slag! We zetten de ingezette samenwerking voor klimaatadaptatie voort. Het opstellen van een samenwerkingsagenda én het uitvoeren van de daarin opgenomen maatregelen zijn de logische en noodzakelijke vervolgstappen die we gaan zetten. Zowel op regionaal niveau, maar zeer zeker ook op lokaal niveau. Deze grote verantwoordelijkheid ligt bij ons als gehele maatschappij: van individuele inwoner tot ondernemer, van natuurorganisatie tot woningcorporatie, van land- en tuinbouw tot logistiek. De overheden hebben hierin de taak om een voortrekkersrol te vervullen en om alle betrokkenen te activeren en te faciliteren bij de opgave die klimaatadaptatie heet. We moeten dus samen aan de slag! 11
Gemeentehuis Neerijnen
Rivierengebied
Een uniek landschap met een afwisseling van de kleinschaligheid van oeverwallen tot de karakteristieke vergezichten van de komgebieden en slingerende dijken langs de rivieren en uiterwaarden. 13
1. Inleiding
1. Met Rivierenland bedoelen we het grondgebied van de 9 gemeenten die samenwerken in het kader van de RAS, niet het samenwerkingsverband Regio Rivierenland.
Rivierenland, samen voor een sterke regio Rivierenland 1 heeft van oudsher te maken met de invloed van het klimaat en vanaf het begin hebben we samengewerkt om hoog water en overstromingen te bestrijden. Al voor de Romeinse tijd legden we dijkjes aan en zetten we moeras om in bruikbaar land. Rond 1450 was er een eerste min of meer gesloten stelsel van rivierdijken. Van de 16de tot midden van de 19de eeuw reguleerden we de rivieren steeds verder en ontstond het landschap dat we nu kennen.
We geven gezamenlijk uitvoering aan de regionale economische speerpunten. Daarnaast pakken we in regionaal verband ook thema’s op zoals wonen, mobiliteit en de energietransitie, onder andere in het kader van de Regiodeal die onlangs door het Rijk is gehonoreerd. Dit doen we vanuit de overtuiging dat het in samenhang benaderen van deze vraagstukken winst oplevert voor de regio als geheel: een rivierengebied waar het nu en ook in de toekomst goed wonen, werken en recreëren is. Klimaatadaptatie, een belangrijke opgave
Een uniek landschap met een afwisseling van de kleinschaligheid van oeverwallen tot de karakteristieke vergezichten van de komgebieden en slingerende dijken langs de rivieren en uiterwaarden. Het is een gebied met een rijke cultuurhistorie en een aantrekkelijke woonomgeving verspreid over stedelijke en vele landelijke kernen.
Ook voor klimaatadaptatie zien we een meerwaarde in het regionaal samenwerken. Niemand ontkomt namelijk aan de effecten van klimaatverandering. De effecten houden niet op bij gemeentegrenzen, ze zijn gebied overstijgend. Zowel inwoners, bedrijven als natuur en landschap hebben en krijgen te maken met de gevolgen van klimaatverandering.
We vormen een sterke economische regio met een combinatie van diverse soorten landbouw, waaronder veel hoogwaardige landbouw zoals fruitteelt, laanboomteelt en (glas) tuinbouw. Daarnaast kenmerkt onze regio zich door aan landbouw gelieerde bedrijvigheid en logistiek en vele mogelijkheden voor recreatie.
Het wordt steeds natter, warmer, er zijn langere droge periodes en de zeespiegel stijgt. Het KNMI heeft scenario’s opgesteld die duidelijk maken dat we ons moeten voorbereiden op extremere weersomstandigheden die kunnen leiden tot grote ruimtelijke, economische, ecologische en maatschappelijke impact.
14
Cumulatieve effecten
De urgente effecten van klimaatverandering
Meer hittestress bij mensen door extreem weer
Vaker uitval van delen van vitale en kwetsbare functies door extreem weer
Frequentere oogstschade en andere schade in de land- en tuinbouw door extreem weer
15
Verschuiving klimaatzones door geleidelijke klimaatverandering
Gezondheidsverlies, arbeidsverlies en kosten door mogelijke toename allergieën en infecties
Als regio staan we voor de opgave om ons aan te passen aan het klimaat en om de schade die hiermee gepaard gaat te beperken. Tegelijkertijd moeten we de kansen die klimaatverandering met zich mee brengt benutten. Denk daarbij aan het verbouwen van andere producten en een langere oogstperiode.
2019 Regionale stresstest • Consultatieronde • 1e dialoogronde •
Aan de slag! Klimaatadaptatie vraagt om een andere aanpak dan die we gewend zijn. Klimaatverandering is een complex en meervoudig vraagstuk dat verschillende sectoren, organisaties en bestuurslagen overstijgt. Met veel betrokken partijen, veel wederzijdse afhankelijkheden, waarbij geen van de partijen het geheel onder controle heeft en het vraagstuk van niemand is en toch van iedereen.
Appelpop en het fruitcorso zijn drukbezochte evenementen in Gelderland.
Wij als betrokken partijen moeten samen, naar beste weten, beslissingen durven te nemen, op basis van beperkte kennis en in de wetenschap dat de toekomst onvoorspelbaar is. We moeten daarom durven denken buiten de bestaande relaties en gebaande paden, gebruik maken van de goede voorbeelden en ervaringen en samenwerken met verschillende disciplines. 16
2020 2e dialoogronde Regionale strategie • Samenwerkingsagenda
•
•
2050 •
Rivierenland Klimaatbestendig
Rivierenland bezit het DNA en de kracht om deze samenwerking regionaal tot stand te brengen. We brengen zo breed mogelijk de regionale en lokale gevoeligheden voor klimaatverandering in kaart en vertalen deze in een klimaateffectatlas voor onze regio. Tezamen met de opbrengsten van de uitgevoerde regionale risicodialogen eind 2019 en begin 2020 levert dit de basis voor onze regionale klimaatadaptatie strategie (RAS). Deze RAS voor Rivierenland maakt op regionaal niveau inzichtelijk of en zo ja waar extra inzet nodig is om vanaf 2020 klimaatadaptief te handelen en in 2050 klimaatadaptief ingericht te zijn. Aan deze RAS wordt later dit jaar nog een samenwerkingsagenda voor de uitvoering gekoppeld. De regionale aanpak zorgt ervoor dat we zaken lokaal sneller kunnen implementeren. Gemeenten en individuele stakeholders gaan daarnaast zelf aan de slag met hun eigen (lokale) aanpak.
Deze RAS is een dynamisch document. Voortschrijdend inzicht, ontwikkelingen en ervaringen die we opdoen, zorgen er voor dat we deze strategie blijven aanpassen.
Tegel eruit en plantje erin
17
Het gebied Het werkgebied van deze RAS.
Buren
Culemborg
Neder Betuwe
Over Betuwe Lingewaard
Druten
Tiel
Beuningen
West Betuwe
Waal
West Maas en Waal Waa l
Nijmegen Berg en Dal
Zaltbommel
Maasdriel
18
Enkele begrippen Klimaatadaptatie
Klimaatmitigatie
Is het proces waarbij de samenleving zich aanpast aan het actuele of verwachte klimaat en de effecten daarvan, om de overlast, hinder of schade die gepaard kan gaan met klimaatverandering te beperken en de kansen die de klimaatverandering biedt te benutten. (Planbureau voor de Leefomgeving)
Is het totaal aan maatregelen die beogen emissies van broeikasgassen en een aantal fluorverbindingen te verminderen, om zo klimaatverandering te remmen en/of te stoppen. Dat de regio met deze RAS ambitieus werk wil maken van klimaatadaptatie, betekent niet dat het beperken van klimaatverandering (klimaatmitigatie) tot het verleden behoort. Integendeel, op regionaal niveau wordt nu hard gewerkt aan gedragen keuzes voor de opwekking van duurzame elektriciteit, de warmtetransitie in de gebouwde omgeving en de benodigde opslag en energie
infrastructuur. Dit alles wordt vertaald in de Regionale Energie Strategie (RES). Weten, willen en werken De zeven ambities uit het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie zijn een verdere uitwerking van de Handreiking Ruimtelijke Adaptatie, waarin het weten, willen en werken centraal staat. Weten: Wat zijn de effecten van klimaatverandering in mijn gebied? Wat gebeurt er bij een overstroming, bij hevige regenval, droge perioden en hittegolven? Wat is er te zeggen over de kwetsbaarheid van de mensen die 19
er wonen en werken? En over de bescherming van de vitale functies, zoals ziekenhuizen en elektriciteitscentrales? Wat zijn de kansen en mogelijkheden om de leefomgeving te verbeteren, kosten te besparen of zelfs geld te verdienen? Willen: Het concreet maken van een ambitie op het gebied van waterrobuust inrichten of klimaatadaptatie. Worden er haalbare doelen gesteld? Is bepaald hoe deze doelen gehaald kunnen worden? Kunnen de doelen en de aanpak rekenen op draagvlak, binnen én buiten de organisatie? De regionale klimaatadaptatie strategie is de uitwerking van de stap
“willen” en vormt de basis voor het “werken”. Werken: Hier gaat het om het borgen en realiseren van de doelen en strategieën. Hoe komen we tot daadwerkelijke uitvoering in de praktijk? Hoe wordt onze leefomgeving klimaatadaptief ingericht? De volgorde van deze trits is geen vaststaand en hard gegeven. In deze RAS zijn opgaven opgenomen variërend van het vergroten van de bewustwording, het stellen van ambities tot het realiseren van concrete doelen.
Grauwe ganzen familie (Door Richard Dijkgraaf)
Kwetsbaarheden in Rivierenland
De combinatie van hoog water, kwel en woongebieden vlak achter de dijk maakt het Rivierengebied extra kwetsbaar voor klimaatveranderingen. 21
2. Kwetsbaarheden in Rivierenland
Effecten in beeld: nu en in de toekomst De inhoudelijke thema’s die horen bij klimaatadaptatie hebben betrekking op wateroverlast, droogte, hitte en het risico op overstromingen. De combinatie van hoog water, kwel en woongebieden vlak achter de dijk maakt het Rivierengebied extra kwetsbaar voor klimaatveranderingen. Op basis van de uitgevoerde regionale stresstesten in de regionale klimaateffectatlas (Werkregio Klimaatactief Rivierenland) en de risicodialogen concluderen wij dat Rivierenland gevoelig tot zeer gevoelig is voor alle klimaateffecten. Sommige effecten van klimaatverandering ervaren we nu al in grotere hevigheid dan eerder werd gedacht. Het regent vaak harder en de hoosbuien zorgen voor wateroverlast in dorpen, steden en op wegen. De kans op een hittegolf neemt toe, hetgeen effect heeft op de volksgezondheid en ook kan leiden tot schade, bijvoorbeeld aan de fruitteelt of infrastructuur. Langdurige droogte leidt tot watertekorten voor de land- en tuinbouw en de natuur en tot lage grondwaterstanden. De extreme weersomstandigheden vormen verder risico’s voor vitale functies, zoals bijvoorbeeld de beschikbaarheid van elektriciteit.
22
In deze strategie richten wij ons op de opgaven die binnen onze eigen invloedsfeer liggen en waar we iets aan kunnen doen in termen van voorkomen of reguleren. In sommige gevallen betekent klimaatadaptatie ook dat we – incidenteel – overlast zullen moeten accepteren. In dit hoofdstuk zijn de effecten beschreven die zich op deze vier thema’s voordoen in onze regio. Daarbij zijn ook enkele voorbeelden opgenomen van gemeenten of andere organisaties die inmiddels gestart zijn met het uitvoeren van concrete projecten. De lokale, gemeentelijke “klimaatstresstesten” zullen – naast de regionale klimaatstresstest – meer zicht bieden op wat er voor iedere gemeente apart speelt.
A. Wateroverlast
Wat voorspelt het KNMI?
B. Droogte
Voorspellingen zijn geprognotiseerd tot 2050 en 2085 met als uitgangspunt het klimaat in de periode 1981-2010. 1. De temperatuur blijft stijgen. 2. Zachte winters en hete zomers komen vaker voor. 3. De neerslag en extreme neerslag in de winter nemen toe. 4. De intensiteit van extreme regenbuien in de zomer neemt toe. 5. Hagel en onweer worden heviger. 6. De zeespiegel blijft stijgen. 7. Het tempo van de zeespiegelstijging neemt toe. 8. De veranderingen in de windsnelheid zijn klein. 9. Het aantal dagen met mist neemt af en het zicht verbetert verder. 10. De hoeveelheid zonnestraling nabij het aardoppervlak neemt licht toe.
C. Hitte °C 12
11
10
9
8
7
Bron: www.klimaatscenarios.nl
1900
1920
194 0
1960
1980
23
2000
2020
D. Overstromingen
A. Effecten van wateroverlast • Bij extreme regenbuien kan het water niet altijd opgevangen en afgevoerd worden. Het watersysteem in onze kernen is vaak niet ingericht op het afvoeren of tijdelijk opvangen van grote hoeveelheden regen. De extreme buien die periodiek optreden kunnen ernstige overlast en schade veroorzaken. • Extreme regenbuien kunnen zorgen voor een aantasting van de vitale stedelijke infrastructuur. Denk aan het onderlopen van viaducten en tunnels, tijdelijke onbereikbaarheid van voorzieningen en waterschade in gebouwen. • Naast de extreme regenbuien zien we ook een toename van hagelbuien in frequentie en intensiteit. Deze levert o.a. schade op voor de land- en tuinbouw: aan gewassen, maar ook aan bijvoorbeeld kassen. • Het landelijk gebied heeft incidenteel ook te maken met wateroverlast.
B. Effecten bij langdurige droogte
Opheusden
Opheusden kreeg in de zomer van 2014 te maken met 80 tot 100 millimeter regen in slechts vier uur tijd. Dit heeft tot ernstige overlast geleid.
• Verdroging leidt binnen een aantal gemeenten al tot inklinking en zetting van de bodem, hetgeen vervolgens kan leiden tot ongelijkmatig zakken van de grond met scheurvorming in de muren, wegen en dijken tot gevolg.
Bommelerwaard
• Een lange periode van droogte leidt ook tot afname van gewaspopbrengst. Zeker wanneer dit samengaat met hitte en lage rivierstanden. Door hitte is de verdamping extra hoog en door lage rivierstanden zijn de grondwaterstanden extra laag. Door de extra hoge waterbehoefte van de gewassen en beperktere mogelijkheden om voldoende water te kunnen voeren kan een nog groter vochttekort ontstaan.
In 2015 hebben hagelbuien tot aanzienlijke materiële en financiële schade geleid in de Bommelerwaard. Circa de helft van de glastuinbouw in dit gebied is er door getroffen en ook bij de fruittelers was er sprake van flinke schade. De Waal
De ligging aan de Waal en de zanderige bodem in combinatie met hoge(re) grondwaterstanden en kwel leiden in de regio tot problemen bij hevige neerslag, zoals het onderlopen van straten en kelders.
24
• Rivierenland heeft een belangrijke taak bij het doorvoeren van zoet water voor de drinkwaterwinning. Bij teveel droogte komt deze functie in gevaar omdat er te weinig zoet water voorradig is en lage waterstanden van invloed zijn op de waterkwaliteit. • Bij lage rivierstanden kan het voorkomen dat het waterpeil van de rivier daalt tot een niveau waarbij inlaten van water niet langer mogelijk is voor een gebied, hetgeen tot watertekorten en schades kan leiden. Ook leveren lagere rivierstanden beperkingen op voor de scheepvaart.
• Droogte en verminderde watertoevoer in combinatie met hitte leidt tot een verslechtering van de kwaliteit van het oppervlaktewater. Hierdoor neemt voor die wateren de kwetsbaarheid voor blauwalg en botulisme toe, juist in tijden dat er behoefte is aan verkoeling en recreatief zwemmen. • Bij een langere periode van droogte, droogt de grond verder uit, in combinatie met meer zon en hogere temperaturen, neemt de kans op natuurbranden verder toe.
• Tijdens het groeiseizoen ontstaat er een spanningsveld tussen doorvoer van water ter voorkoming van verzilting bij het kustgebied en de groeiende watervraag van de land- en tuinbouw om oogstschade te voorkomen. • Ecosystemen passen zich aan; vooral vegetatiesoorten die droogte-resistent zijn zullen blijven groeien. Droogte heeft een negatieve invloed op biodiversiteit en leidt tot verandering van het van oudsher natte (historisch) landschap.
• Door lage waterstanden van de rivieren dalen de grondwaterstanden en ontstaat wegzijging, omdat water ondergronds naar de rivier toe stroomt (met name op de hogere en lichtere gronden). Door lagere grondwaterstanden komen gewassen minder makkelijk bij het grondwater, waardoor deze een watertekort kunnen krijgen. Ook is het lastiger om oppervlaktewater aan te voeren en vast te houden, omdat dit water wegzijgt.
25
Inklinking / zetting van de bodem
Verdroging leidt binnen een aantal gemeenten al tot inklinking en zetting van de bodem, hetgeen vervolgens kan leiden tot scheurvorming in de muren van woningen en gebouwen. Vanaf de zomer van 2018 tot nu heeft gemeente Lingewaard al meer dan 100 meldingen ontvangen van scheurvorming in panden. Regionale Droogte Overleggen
In Regionale Droogte Overleggen (RDO’s) delen waterschappen, regionale onderdelen van Rijkswaterstaat en provincies tijdens (dreigende) watertekorten informatie en stemmen maatregelen en bijbehorende communicatie met elkaar af. Tijdens de droogte van 2018 kwamen inlaten droog te liggen en zijn via RDO’s oplossingen voor de onstane problemen gezocht. Eén van de oplossingen was een beregeningsverbod voor overdag, om verdamping te voorkomen. Blauwalg
In 2018 en 2019 werd in recreatieplassen blauwalg geconstateerd waardoor er niet gezwommen kon worden.
C. Effecten bij langdurige hitte • Langdurige hitte of hittestress vergroot het risico op gezondheidsproblemen en kan zorgen voor afname van arbeidsproductiviteit. Ook plagen (zoals de eikenprocessierups) komen vaker voor. • Bij hitte treedt het ‘hitte-eiland effect’ op in onze kernen, waarbij vooral in versteende buurten of wijken meer warmte wordt vastgehouden dan in landelijk gebied of minder versteende buurten of wijken. Hierdoor koelen de versteende gebieden ’s nachts onvoldoende af.
Hitte
• Door hitte en droogte ontstaat meer behoefte aan koele plekken en meer schaduw door groen. • Hitte tast daarnaast ook infrastructuur aan door bijvoorbeeld het smelten van asfalt en het uitzetten van rails en bruggen.
Het verschil tussen nu en 2050
Stedelijk hitte-eiland effect:
Aantal tropische dagen:
In (binnen)steden is het gemiddeld 2° C warmer dan het landelijk gebied. In het centrum van Tiel is dit 1 à 1,5° C
Huidig klimaat
> 30 ° C
• Door extreme hitte ontstaat er risico op zonnebrandschade aan fruit. Daarnaast worden nieuwe insecten, plagen en ziekten geïntroduceerd en is er sprake van een verschuiving van de oogstperiode.
4 dagen
Aantal warme nachten (Tiel):
Aantal ijsdagen:
Huidig klimaat
2050
Huidig klimaat
> 20 ° C
> 20 ° C
2050
> 30 ° C
7-13 dagen
2050
Zomerschade aan fruit
De land- en tuinbouw in het gebied heeft steeds meer last van hitte en warmte. Zo is er risico op zonnebrandschade aan fruit. In 2018 leidde dat tot opbrengstderving bij de fruittelers in de regio.
Circa 4 nachten
26
2 tot 3 weken
<0°C
8 dagen
<0°C
1 tot 4 dagen
D. Effecten van overstromingen • Overstromingen kunnen (afhankelijk van de ernst) leiden tot maatschappelijke ontwrichting, veiligheidsrisico’s, de uitbraak van infectieziekten en het vrijkomen van schadelijke stoffen. [Gezondheidsraad 2017] • Volgens deskundigen is de kans klein dat bij hoge waterstanden op de rivier een dijk doorbreekt. Maar als er een dijk in onze regio doorbreekt, stroomt een groot gebied onder water. De overstromingsdiepte in onze regio gaat naar 2 meter of zelfs meer. Het gaat er dan om dat er in geval van een dreigende overstroming een evacuatieplan is. De verantwoordelijke Veiligheidsregio’s Gelderland-Zuid (VRGZ) en Veiligheids- en Gezondheidsregio GelderlandMidden (VGGM) hebben een rampbestrijdingsplan (Dijkdoorbraak en Overstroming) vastgesteld dat onder andere de evacuatie regelt. • Bij overstromingen kunnen nutsvoorzieningen uitvallen, met als gevolg dat onder andere de toelevering van bijvoorbeeld elektriciteit stil komt te liggen.
• Het onderzoek door Veiligheid Nederland in Kaart wijst op grote gevolgen van een mogelijke dijkdoorbraak. De economische schade als gevolg van een dijkdoorbraak kan variëren tussen € 5,3 en € 16,9 miljard (gem. € 9 miljard per gebeurtenis). Het aantal slachtoffers varieert van 40 tot maximaal 1.750 (gem. 190 slachtoffers), afhankelijk van de mogelijkheden tot preventieve evacuatie. 2
Evacuatie rivierengebied 1995.
Hoogwaterbeschermingsprogramma
Het nationale hoogwaterbeschermingsprogramma is gericht op de versterking van de dijken voor een waterveilig Nederland in 2050. In de nieuwe Integraal Rivier Management aanpak vanuit het Deltaprogramma wordt de klimaatopgave integraal meegenomen.
2. Dit zijn getallen voor de gehele dijkkring 43. Een groot deel van Rivierenland valt binnen deze dijkring.
27
Inundatieverloop bij Toetspeil scenario (Tp) Angeren, Gemeente Lingewaard na 12, 24, 48 en 72 uur na doorbraak van de waterkering nabij Angeren aan de oostzijde van het gebied (voorbeeld van een van de vijf doorbraakscenario’s).
Iconenkaart Rivierenland Voor de regio Rivierenland is een klimaateffectatlas (Werkregio Klimaatactief Rivierenland) ontwikkeld. In de klimaateffectatlas wordt gebiedsspecifiek bekeken welke risico’s voor verdroging, hitte, wateroverlast en overstroming er zijn. Daarbij worden ook verbanden gelegd op regionaal niveau. Bij welke peilgebieden komt de inlaat droog te liggen bij een lage rivierstand? Welke regio’s hebben veel waterberging beschikbaar en in welke gebieden is juist veel afstroom? En waar liggen natuur- en landbouwgebieden die kwetsbaar zijn voor bijvoorbeeld droogte? De uitkomsten van deze klimaateffectatlas zijn met iconen op deze overzichtskaart verwerkt.
28
Door droogte en verminderde watertoevoer in combinatie met hitte, neemt de kwetsbaarheid voor blauwalg en botulisme toe. Blauwalg
29
Het grote rivierenpad Geldermalsen (Door Tjabeljan, Flickr.)
Complex vraagstuk
Klimaatverandering is een complex en meervoudig vraagstuk dat verschillende sectoren, organisaties en bestuurslagen overstijgt. En waarbij het vraagstuk van niemand is en toch van iedereen. 31
3. Strategie: naar een klimaatbestendig Rivierenland
Rivierenland voorbereid en aangepast aan het veranderend klimaat De RAS is onze leidraad om regie te voeren op een goede en tijdige aanpassing aan het veranderende klimaat. Om deze ambitie te realiseren is het van belang dat we de mogelijkheden benutten die zich aandienen en daarnaast inspelen op veranderingen in de toekomst. We gaan verder met het onderzoek naar de (te verwachten) effecten en passen zo nodig tussentijds onze strategie daarop aan. Door nu gezamenlijk actie te ondernemen voorkomen we hoge financiële en maatschappelijke kosten op de langere termijn en leveren we een belangrijke bijdrage aan de versterking en duurzame ontwikkeling van onze regio. Wij beseffen dat onze omgeving en het klimaat blijft veranderen. Het is onmogelijk en ook onwenselijk om in 2020 een complete blauwdruk voor de aanpak en uitvoering van onze klimaatbestendige regio tot en met 2050 te maken. Dit ontslaat ons niet van de verplichting om nu keuzes te maken voor de komende periode.
32
Onze strategische lijnen Bij onze aanpak en uitvoering hanteren wij de volgende strategische lijnen: • Vergroten van bewustwording en kennis De verantwoordelijkheid voor klimaatadaptief handelen moet breed gevoeld en gedragen worden. Bij overheden en betrokken stakeholders, maar ook bij onze inwoners en bedrijven. Dat betekent dat we de bewustwording van klimaatverandering en de urgentie tot klimaatadaptatie bij alle betrokkenen moeten vergroten. We benutten daarvoor de kennis, expertise, voorbeelden en ervaring die er al is binnen onze eigen regio en daarbuiten. We stimuleren ook educatie en extra onderzoek en betrekken daarbij onderwijsinstellingen en onderzoeksinstituten, zoals de Wageningen Universiteit. De bewustwording moet er mede toe leiden dat we klimaatadaptatie verankeren in ons beleid en ons concrete handelen. We beseffen dat de klimaatadaptatie opgave ons ook voor strategisch lastige keuzes laat komen te staan. Keuzes voor verregaande maatregelen met bijbehorende financiële consequenties. Dit vraagt om durf.
• Een andere manier van denken en samenwerken Dat is waar klimaatadaptatie om vraagt. Klimaatverandering is een vraagstuk met een veelheid aan betrokken partijen en wederzijdse afhankelijkheden. We erkennen de noodzaak van interdisciplinair en integraal (sector overstijgend) werken. Het is een vraagstuk waarvoor geen spoorboekje beschikbaar is en dat vraagt om tussentijds evalueren en bijstellen. Betrokken partijen moeten samen naar beste weten beslissingen durven te nemen, op basis van beperkte kennis en in de wetenschap dat de toekomst onvoorspelbaar is. We moeten daarom durven te denken en doen buiten de bestaande relaties en gebaande paden, gebruik maken van de goede voorbeelden en ervaringen en samenwerken met verschillende disciplines. • We pakken eerst de meest urgente opgaven aan We richten ons in eerste instantie op de meest urgente opgaven. Daarnaast pakken we natuurlijk de makkelijke oplossingen (‘laaghangend fruit’) op. We doen wat we zeggen en pakken door als dat nodig is. We gaan actief aan de slag om de klimaatbestendigheid van de regio al op korte termijn te vergroten. We koppelen klimaatadaptatie aan kansen op andere gebieden zoals de energietransitie, bos- en natuurontwikkeling, aanleg en reconstructie van wegen, dijkverbetering, Waterpompen vanwege drooogte.
33
recreatieve ontwikkelingen, etc. Daarnaast werken we samen aan oplossingen om te sturen op noodzakelijke grotere transities om ook in de verdere toekomst veilig en prettig te kunnen wonen, werken en recreëren in het Rivierengebied. • We verbinden verschillende schaalniveaus We verbinden de regionale en lokale aanpak. Door kennisdeling en uitwisseling van ervaringen, kunnen slimme combinaties gemaakt worden en kan een meer efficiënte aanpak gerealiseerd worden. De RAS is een dynamische strategie, waarbij naast het strategisch niveau, ook zeker aandacht is voor het tactisch en operationeel niveau. Door deze niveaus in nauwe verbinding met elkaar te brengen, komen we tot een uitvoerbare, beheersbare en gedragen strategie. Deze strategie kan efficiënt bijdragen aan het realiseren van een klimaatadaptieve inrichting van onze leefomgeving. Het is belangrijk om dit samen op te pakken, met alle betrokkenen in het gebied. Betrokken overheden kunnen hierin op verschillende manieren bijsturen. Ze kunnen het goede voorbeeld geven door te investeren in eigen gebouwen, voorzieningen en in de buitenruimte, daarnaast kunnen de overheden ook sturend optreden via lokale regelgeving.
Onze regionale ambities Vanuit deze strategische lijnen hebben wij voor de regionale gebiedspijlers onze ambities geformuleerd om toe te werken naar een klimaatbestendig Rivierenland in 2050: • Leefbare kernen Beperking van wateroverlast, droogte en hitte nemen we als ontwerpuitgangspunt mee bij de (her)inrichting van onze kernen. Daarbij werken overheden, woningcorporaties en private partijen samen om de buitenruimte en gebouwen te transformeren tot groene, leefbare en klimaatbestendige kernen. We gaan er samen voor zorgen dat zo snel mogelijk alle nieuwbouw en herontwikkeling klimaatbestendig is. Bij renovatie, beheer en onderhoud wordt klimaatadaptatie meegenomen.
Ook zetten we gezamenlijk als overheden, GGD, zorginstellingen en andere partijen in op het informeren en faciliteren van onze bewoners en bedrijven om middels maatregelen en gedrag hittestress te beperken en wateroverlast en droogte te voorkomen. Het resultaat: aantrekkelijke groene leefbare kernen waar het goed wonen, werken en recreëren is. • Duurzame logistiek en bedrijvigheid Met groen en water als bouwstenen zorgen we ervoor dat onze bestaande en nieuw te ontwikkelen bedrijventerreinen gewapend zijn tegen wateroverlast en hittestress. Daarnaast is de hoofdinfrastructuur van (snel)wegen, spoorwegen en waterwegen klimaatrobuust ingericht. We hebben ons voorbereid op situaties waar infrastructuur tijdelijk uit kan vallen door wateroverlast, hitte of droogte. We weten in die situaties hoe we zelf kunnen handelen om schade en overlast zo veel mogelijk te voorkomen. • Vitale en toekomstbestendige land- en tuinbouw We erkennen dat verdere toename van risico’s op wateroverlast, droogte en hitte grote gevolgen heeft voor de land- en tuinbouw. Om te zorgen dat de sterke agrarische sector in onze regio een goede toekomst heeft, werken overheden, agrariërs en andere 34
stakeholders samen aan oplossingen. Minder afhankelijk worden van water is hierbij essentieel. Om wateroverlast en watertekort te beperken streven we er naar om water zo veel mogelijk vast te houden, in de bodem en in het watersysteem. Door samen slim en zuinig om te gaan met het beschikbare water kunnen we de gevolgen van droogte en hitteschade zo veel mogelijk voorkomen. Dit bekijken we in samenhang met de waterbeschikbaarheid voor de drinkwatervoorziening, natuur en recreatie. Om weerbaar te zijn voor de klimaatverandering onderzoeken we de mogelijkheden van multifunctioneel grondgebruik en inrichting. We staan open voor teelten van andere gewassen en zoeken naar aansluiting met andere ontwikkelingen die kansen bieden voor verduurzaming van de landbouw zoals kringlooplandbouw en natuurinclusieve landbouw. • Robuust en aantrekkelijk rivierenlandschap We zetten in op het behouden en versterken van (natte) natuur, het vergroten van de biodiversiteit en het zoeken naar nieuwe natuurdoelen op andere plekken. Door nog meer rekening te houden met de ondergrond en het watersysteem, kunnen we ook met klimaatverandering er voor zorgen dat de natuur zich optimaal kan ontwikkelen op de geschikte plekken. De natuurgebieden maken deel
uit van een sterke groenblauwe dooradering in het landschap. Deze groenblauwe dooradering zorgt voor de berging en voorraad van zoet water voor de functies in het gebied en is tevens aantrekkelijk voor natuur en recreatie. De Linge is binnen de Betuwe hierin de blauwe draad. Verdere versterking geeft nog meer kansen voor landbouw, natuur en recreatie. Op deze manier zorgen we voor een robuust en aantrekkelijk rivierenlandschap dat om kan gaan met de effecten van klimaatverandering.
Regionale Klimaatadaptatie Strategie
2020
Bewustwording en kennisontwikkeling Communicatie richting bewoners en bedrijven • Verder onderzoek • •
2025
We zoeken naar slimme combinaties van oplossingsrichtingen. Daarbij staat klimaatadaptatie niet op zichzelf. Het is onderdeel van de integrale opgaven gericht op het versterken van de leefbaarheid, onze gezondheid, onze economie, toerisme en recreatie en de energietransitie. Zodoende nemen we als betrokken partijen niet alleen goede en tijdige maatregelen, maar pakken we ook kansen om de regio in vele opzichten te versterken.
Klimaatbestendigheid in beleid en handelen: • Onderdeel van omgevingsvisie en omgevingsplannen • Hitteplannen en -protocollen • Groennormen voor bebouwd en onbebouwd gebied • Klimaatadaptatie in prestatieafspraken woningcorporaties • Beleid vitale functies Borgen waterbeschikbaarheid land- en tuinbouw, natuur, drinkwatervoorziening en recreatie • Behoud en waar mogelijk versterken van natte natuur • Klimaatbestendige en duurzame land- en tuinbouw • Klimaatbestendige inrichting van onze kernen en het buitengebied • Beschermen vitale functies •
In de bijlagen zijn onze strategische lijnen en gebiedspijlers verder uitgewerkt rondom de volgende centrale vragen: — Welke opgaven en kansen ontstaan door klimaatverandering in onze regio? — Welke opgaven en kansen hebben prioriteit? — Hoe kunnen we deze opgaven en kansen het beste aanpakken en verzilveren? — Wie kan het beste in actie komen en waar is samenwerking nodig?
2050
35
Rivierenland Klimaatbestendig: • Leefbare kernen • Duurzame logistiek en bedrijvigheid • Vitale en toekomstbestendige land- en tuinbouw • Robuust en aantrekelijk rivierenlandschap
4. De volgende stap: naar een samenwerkingsagenda
Klimaatadaptatie op de agenda houden De RAS is ontstaan uit intensieve samenwerking tussen partijen uit de regio en ook voor uitvoering van de RAS zal samenwerking belangrijk blijven. Bij het ontbreken van een formele vorm van samenwerking is het niet ondenkbaar dat het vervolg op deze RAS versnipperd en ongecoördineerd zal zijn, met het gevaar dat zaken van de agenda verdwijnen. Om het RAS-traject effectief en succesvol voort te zetten moet gezocht worden naar een platform of organisatievorm om klimaatadaptatie op de gezamenlijke agenda te houden. De kracht van veel oplossingsrichtingen ligt echter juist in gezamenlijke en meer informele aanpak met de andere stakeholders. Hierbij liggen er kansen om de samenwerking aan te gaan met andere regio’s.
We consulteren ambtenaren en bestuurders van de overheden en de overige stakeholders over de RAS. Dat biedt hen de kans om verder richting te geven aan deze RAS. Met die input wordt de RAS definitief gemaakt en starten we met het opzetten van een samenwerkingsagenda. Later dit jaar worden de RAS en de samenwerkingsagenda ter besluitvorming voorgelegd aan de negen gemeenten, de provincie Gelderland en het waterschap Rivierenland. Deze RAS is een dynamisch document. Voortschrijdend inzicht, ontwikkelingen en ervaringen die we opdoen, zorgen er voor dat we deze strategie blijven aanpassen. Dit betekent dat we op gezette tijden de bestuurders geactualiseerde versies van de RAS en samenwerkingsagenda ter besluitvorming voorleggen.
Vervolgstappen
Samen aan de slag
Voor een gedragen RAS hebben we commitment nodig van alle partijen die te maken hebben en krijgen met de gevolgen van het veranderende klimaat. Het is van belang dat zij de opgaven die wij schetsen in deze RAS herkennen en de ambities onderschrijven. Dat betekent ook het accepteren van de daaraan verbonden maatregelen en investeringen.
Daadwerkelijk aanpassen aan klimaatverandering betekent ook dat we het niet bij een strategie kunnen laten. Juist de uitwerking van de opgaven en maatregelen, bepaalt of wij er in slagen ons aan te passen aan klimaatverandering. Het opstellen van een samenwerkingsagenda én het uitvoeren van de daarin opgenomen maatregelen zijn de logische en noodzakelijke vervolgstappen.
36
Zowel op regionaal niveau, maar zeer zeker ook op lokaal niveau. Dit is niet alleen een verantwoordelijkheid van overheden. Deze grote verantwoordelijkheid ligt bij ons als gehele maatschappij: van individuele inwoner tot ondernemer, van natuurorganisatie tot woningcorporatie, van land- en tuinbouw tot logistiek. Overheden hebben hierbij de taak om een voortrekkersrol te vervullen en om alle betrokkenen te activeren en te faciliteren bij de opgave die klimaatadaptatie heet. We moeten dus samen aan de slag! Communicatie en participatie Klimaatadaptief gedrag willen we stimuleren bij inwoners en bedrijven. Zo willen we bijvoorbeeld dat inwoners infiltratiekratten plaatsen, regenwater opvangen in regentonnen of dat ze in de tuin de stenen vervangen door groen. Van bedrijven verwachten we dat ze zuinig omgaan met water, bijvoorbeeld door druppelberegening aan de wortels van de planten. Maar hoe bereiken we deze gedragsverandering? Dit start met de bewustwording.
Stadswal Zaltbommel
De regionale werkgroep communicatie gaat een communicatiestrategie uitwerken voor onze inwoners en bedrijven. Uitgangspunt is dat de gemeente samen met bedrijven, bewoners, corporaties en maatschappelijke 37
organisaties werkt aan de klimaatadaptieve regio. Zelf het goede voorbeeld geven als overheden en het aansluiten bij de belevingswereld van inwoners en bedrijven staat hierbij centraal. De communicatiestrategie wordt opgepakt via drie pijlers: 1. Bewustwording: het bewustzijn over de kwetsbaarheid voor extreem weer vergroten; 2. Kennis: aangeven met welke maatregelen deze kwetsbaarheid te verkleinen is, het geven van een handelingsperspectief 3. Participatie: inwoners en bedrijven betrekken, faciliteren en stimuleren bij klimaatadaptieve maatregelen Naast de strategie voor inwoners en bedrijven, wordt er ook voor de interne communicatie binnen de betrokken gemeenten een strategie uitgewerkt.
Samen aan de slag
Deze grote verantwoordelijkheid ligt bij ons als gehele maatschappij: van inwoner tot ondernemer, van natuurorganisatie tot woningcorporatie, van land- en tuinbouw tot logistiek. 39
Bijlagen
40
41
Voorbeelden Klimaatadaptatie
Waterplein Tiel
Dijkverbetering/-versterking
Een waterplein is een voorbeeld van Klimaatadaptatie in stedelijk gebied. In droge tijden is het een speel- en ontmoetingsplek, in natte tijden verandert het in een tijdelijke waterberging. Het is een technologische oplossing die ook nog uitnodigt tot recreatie en ontmoeten in de wijk. In het geval van een extreme regenbui heeft het plein een maximaal waterbergend vermogen van 550 m3, waarbij het water dan maximaal 70 cm hoog staat.
Het Rijk en het Waterschap Rivierenland gaan, ondanks dat de kans op dijkdoorbraken bij hoog water klein is, door met dijkverbeteringen en versterkingen. Dit heeft te maken met de aanzienlijke overstromingsdiepte van ruim 2 meter of meer in onze regio. Naast dat delen van de dijken niet meer aan de veiligheidsnormen voldoen. Daarmee zijn onze dijken voorbereid op de toekomstige effecten van klimaatverandering.
42
Herinrichting De Vergt
Waterberging Poederoijen
Operatie Steenbreek
Vanwege de kastanjebloedingsziekte moesten alle kastanjes in de groenstrook naast de Prins Bernardweg in Zaltbommel gekapt worden. Het fraaie laanbeeld verdween daarmee. Samen met bewoners is gekomen tot een herinrichting met een wadi. Wadi is de afkorting voor “Water Afvoer Drainage Infiltratie”. Een wadi is een verlaagd gedeelte, waar tijdelijk (hemel)water opgevangen kan worden, waarna het langzaam in de bodem weg kan zakken (infiltreren).
Voor de waterberging van het water uit het dorp Poederoijen in de gemeente Zaltbommel en de glastuinbouw is een waterberging aangelegd nabij deze gebieden. De waterberging is gerealiseerd in de vorm van een verlaagd weiland met rabattenstructuur en sloten met natuurvriendelijke oevers. In tijden van hoog water is het gebied nog steeds geschikt voor schapen om te blijven grazen. Het verlaagde weiland met haar sloten en wandelpad vormt tevens de landschappelijke inpassing voor het naastgelegen kassengebied.
Het doel van operatie Steenbreek is om onnodige verharding in privé- en openbare ruimte te vervangen door een diversiteit aan groen. Waar mogelijk worden stenen vervangen door groen zodat het water makkelijker de grond in kan. Dit wordt onder andere gedaan door bewust zijn te creëren bij burgers, gemeenten, organisaties en bedrijven over de gevolgen van verstening en de positieve effecten van groen. In Rivierenland zijn er al gemeenten (o.a. Zaltbommel, Overbetuwe en Maasdriel) die bij dit initiatief zijn aangehaakt.
43
Diepinfiltratie Doornenburg
Boomgaard van de toekomst (proeftuin Randwijk) Op initiatief van Fruitpact zijn fruittelers, onderzoekers, politici en de Rabobank begonnen met de vraag “hoe zien boomgaarden er uit in 2030?” Zonnepanelen tussen de boomgaarden en nieuwe oplossingen rondom waterberging worden een vanzelfsprekendheid. Maar ook nieuwe of andere soorten gewassen die beter bestand zijn tegen het veranderende klimaat zijn onderdeel van de boomgaard van de toekomst.
Klimaatbestendige parkeerplaats Maasdriel Bij het Multifunctioneel Centrum Heerewaarden is de parkeerplaats zo ingericht dat wateroverlast bij extreme regenbuien wordt tegengegaan. De parkeervakken van gerecycled kunststof roosters zijn voorzien van gras. De parkeerplaats zorgt voor waterberging op en onder de parkeerplaats. Onder de roosters is een laag van bomenzand en lava die het regenwater langer vasthouden, voordat het water afgevoerd wordt naar de omliggende sloot. Bij extreme buien zitten de sloten snel vol. Op de momenten dat het water niet snel genoeg de bodem kan inzakken, blijft het water op de roosters staan. Dit is mogelijk doordat de parkeerplekken net wat lager zijn aangelegd. De parkeerplaats heeft een lange levensduur en vermindert bovendien de hitte in de zomer. 44
Om het bestaande rioolstelsel in Doornenburg te ontlasten is er voor een nieuw project in de Homoetstraat voor gekozen om het hemelwater op een andere manier te verwerken. Uit onderzoek blijkt dat hemelwater kan infiltreren in de zandlaag, onder de dikke en veelvoorkomende kleilaag in deze regio (diepinfiltratie). Het hemelwater wordt opgevangen, geborgen in een nieuw regenwaterstelsel en infiltratie units, en vervolgens geïnfiltreerd diep in de ondergrond. Ook een deel van het dakvlak van de bestaande woningen is op dit vernieuwende systeem aangesloten. Om te kijken of dit project ook elders te kunnen toepassen, wordt de waterstand in het riool en de infiltratieunits continu gemeten.
Natuurvriendelijke oevers (o.a. Linge) Kenmerk van natuurvriendelijke oevers is dat de overgang van land naar water geleidelijk verloopt. Hierdoor ontstaat er meer ruimte om water te bergen. Hiermee dragen deze natuurvriendelijke oevers bij aan klimaatadaptatie. Bijkomend voordeel 45
is dat de planten die op de oever en in de plas-dras zone staan en de ondergedoken waterplanten zorgen voor een betere waterkwaliteit en biodiversiteit.
Regionale aanpak: onze opgaven en acties
Opgave 1
Doel: Klimaatbestendigheid is een leidend principe in beleid en besluitvorming – op deze manier maken we bewuste keuzes voor een goed woon-, werk- en leefklimaat
Subdoel
Hoe
Wat hebben we daarvoor (nog) nodig?
Wie
Wanneer (prioriteit)
We zijn ons op ambtelijk, management en bestuurlijk niveau bewust van de urgentie om klimaatadaptatie te verankeren in beleid en handelen (gemeente, provincie, waterschap, uitvoerende organisaties)
• Bewustwordingscampagne uitrollen, waarbij onder meer de RAS en kennisbijeenkomsten gebruikt worden
• Breng de risico’s en calamiteiten beeldend inzichtelijk
• Regionale werkgroep communicatie (is reeds actief)
• Korte termijn
• Goede praktijkvoorbeelden uitdragen (zoals pilot Waterplein)
• Lokaal binnen gemeente (bestuurlijk, management en ambtelijk)
• Regionale bestuurlijke bijeenkomst organiseren
• Bestuurders en raadsleden de stresstesten buiten laten ervaren
• Klimaatadaptatie is als speerpunt van beleid opgenomen in coalitieakkoorden van gemeenten en deze maken hiervoor in de begroting ook middelen vrij
• Bewoners en bedrijven vertellen aan bestuurders/raadsleden over hun ervaringen
• Werkgroep Klimaat Actief Rivierenland (KAR)/stuurgroep Samenwerkende Netwerken Regio Rivierenland (SNR)
• Interne communicatiestrategie uitwerken voor overheden en andere stakeholders
(2020 – 2021)
• Opnemen in beleid We spreken als overheden de bestuurlijke ambitie uit om klimaatadaptatie op te pakken
• Niet alleen ambities uitspreken in coalitieakkoorden, maar ook menskracht en middelen daaraan koppelen
46
• Lokaal binnen gemeente (colleges en raden)
• Korte termijn (2020)
Subdoel
Hoe
Wat hebben we daarvoor (nog) nodig?
Wie
Wanneer (prioriteit)
We hebben klimaatadaptatie als een integraal onderdeel opgenomen in onze omgevingsvisies en omgevingsplannen
• Op regionaal niveau planmatig oppakken: uniforme kaders en uitgangspunten die gebruikt (kunnen) worden door alle overheden
• Sector overstijgende aanpak, doorbreken van beleidsverkokering
• Regionale werkgroep (trekker gemeente die voorop loopt met de uitwerking van de omgevingsvisie, alle gemeenten zijn vertegenwoordigd)
• Korte termijn
• Commitment om regionaal kaders vast te stellen om gelijk speelveld in regio te creëren
(2020 - 2023)
• Klimaatadaptatie onderdeel laten zijn van een regionaal programma i.p.v. eigen programma • Kennisbank met goede praktijkvoorbeelden en lessons learned We beschikken over hitteplannen en -protocollen die we actief uitdragen naar inwoners, zorginstellingen, bedrijven, organisatoren evenementen
• In samenwerking met de GGD opstellen van hitteplannen en protocollen
• Regionaal overkoepelend protocol opstellen, zodat gemeenten alleen lokale accenten hoeven aan te brengen
• Werkgroep hitteplan (GGD en vertegenwoordiging alle gemeenten)
• Korte termijn
We willen klimaatadaptief handelen stimuleren bij inwoners en bedrijven in de regio (participatie)
• Communicatiestrategie voor inwoners en bedrijven in de regio. Gebaseerd op de 3 pijlers: Bewustwording, kennis en participatie
• Concrete voorbeelden van kwetsbaarheden en effecten
• Samenwerking met andere werkregio(‘s)
• Korte termijn
• Mogelijkheden om kwetsbaarheden en effecten te verkleinen (handelingsperspectief)
• Regionale werkgroep communicatie (is reeds actief)
• Betrokken inwoners en bedrijven in de regio 47
• Lokaal binnen gemeente (bestuurlijk, management en ambtelijk)
(2022)
(2020 – 2023)
Opgave 2
Doel: Onze kernen zijn groen, hittebestendig en gewapend tegen overvloedige regenval en langdurige wateroverlast
Subdoel
Hoe
Wat hebben we daarvoor (nog) nodig?
Wie
Wanneer (prioriteit)
We hebben groennormen en ontwerpprincipes geformuleerd voor het klimaatadaptief ontwikkelen van bebouwd en onbebouwd gebied
• Op regionaal niveau opstellen van uniforme groennormen en ontwerpprincipes
• Uitkomsten lokale en regionale stresstesten
• Regionale werkgroep (trekker koploper binnen de regio, vertegenwoordiging alle gemeenten en evt. externe expertise)
• Middellange termijn
We nemen klimaatadaptatiedoelen standaard mee in de prestatieafspraken met de woningcorporaties en contracten met ontwikkelaars
• Lokaal maatwerk en verankeren in beleid (omgevingsvisie en -plannen)
• Goede samenwerking tussen overheden en stakeholders; sterkere rol voor regionale werkgroep Rivierenland
• Op regionaal niveau organiseren van workshops met woningcorporaties en ontwikkelaars/aannemers
• Samenwerking in de regio t.b.v. gelijk speelveld in regio voor ontwikkelaars en corporaties
• Verankeren in contracten en prestatieafspraken
• Kennis over gezond binnenmilieu
• Lokaal binnen iedere gemeente
• Gemeenten in samenwerking met woningcorporaties (SWR: Samenwerkende Corporaties Rivierenland) en ontwikkelaars en GGD • Lokaal binnen gemeente
48
(2025)
• Korte termijn (2020 – 2021)
Subdoel
Hoe
Wat hebben we daarvoor (nog) nodig?
Wie
Wanneer (prioriteit)
We hebben bij het aanleggen van openbare ruimte en het oprichten van bebouwing klimaatbestendigheid als uitgangspunt
• Regionale bestuurlijke bijeenkomst: bestuurlijke ambitie ophalen om binnen alle gemeenten hiervoor beleid te formuleren en pilots/ projecten uit te voeren (bijv. inrichtingsplannen van openbare ruimte, zoals parken, plantsoenen, speelterreinen en schoolpleinen, maar ook bebouwing)
• Bewustwording over noodzaak en borging van vergroening in de openbare ruimte
• Werkgroep Klimaat Actief Rivierenland (KAR) / stuurgroep Samenwerkende Netwerken Regio Rivierenland (SNR)
• Korte termijn
We hebben inzicht in de benodigde waterbuffering in de stad en het landelijk gebied
• Op lokaal en regionaal niveau in beeld brengen van noodzakelijke omvang van de benodigde buffering, de gewenste locaties van buffering
• Kennis en ervaring om subsidies te verkrijgen
• Detailberekeningen vanuit de lokale stresstesten
49
(2020 – 2021)
• Uitwerking vindt plaats in overleg met ontwikkelende partijen en woningcorporaties
• Regionale werkgroep (met vertegenwoordiging van alle gemeenten)
• Korte termijn (2021)
Opgave 3
Doel: Het landelijk gebied van Rivierenland is voorzien van een klimaatrobuuste groenblauwe structuur
Subdoel
Hoe
Wat hebben we daarvoor (nog) nodig?
Wie
Wanneer (prioriteit)
We hebben en houden in tijden van langdurige droogte voldoende en kwalitatief goed water beschikbaar voor onze natuurgebieden, land- en tuinbouw, drinkwatervoorziening en recreatie
• Op regionaal niveau gaan we eerst de waterbehoefte en -beschikbaarheid inventariseren en deze met elkaar confronteren (kijkend naar zowel de kwantitatieve kant van behoefte en aanbod, als de locatie hiervan). Op basis van deze inventarisatie wordt in beeld gebracht of en zo ja met welke maatregelen bij alle betrokken partijen de watervraag en de -beschikbaarheid beter op elkaar kan worden afgestemd.
• Gebruikers van grond en oppervlaktewater en de waterbeheerders betrekken
• Regionale werkgroep met vertegenwoordigers van overheden, waterschap, landbouwen natuurorganisaties en waterleidingbedrijven
• Middellange termijn
Onze land- en tuinbouw ontwikkelt zich klimaatbestendig en duurzaam. Daarbij kijken we onder meer naar:
• Regionaal wordt een verdiepingsslag gemaakt naar de kwetsbaarheden van de land- en tuinbouw en wat deze sector moet doen om zich klimaatbestendig te ontwikkelen
• Regionale werkgroep met vertegenwoordigingen van overheden en land- en tuinbouworganisaties
• Middellange/ lange termijn
• Waterbeschikbaarheid • Klimaatadaptieve gewassen, teelten en teeltsystemen • Ruimte in regelgeving om te experimenteren
• Ruimte voor waterbuffering in natte perioden, zodat dit water in tijden van droge perioden kan worden ingezet
• Ontwikkelen van perspectieven voor de langere termijn. • Initiatieven (pilots) van onderop ondersteunen met kennis en middelen • Voorbeelden uitdragen (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland)
• Functies op de juiste plek
50
(2025)
(2025 – 2030)
Subdoel
Hoe
Wat hebben we daarvoor (nog) nodig?
Wie
Wanneer (prioriteit)
We zetten in op het behouden en versterken van natte natuur, het vergroten van de biodiversiteit en het zoeken naar nieuwe natuurdoelen op andere plekken.
• Op regionaal niveau verder onderzoeken wat de kwetsbaarheden en mogelijke oplossingen zijn. Denk daarbij aan:
• Opgave niet alleen voor regio maar ook per deelgebied (met eigen kansen & kwetsbaarheden) bekijken
• Regionale werkgroep met vertegenwoordigers van overheden, waterschap, landbouwen natuurorganisaties
• Middellange termijn
• Langer vasthouden van het water (in de winter) en de sponsfunctie verhogen, door o.a.: - Ruimte voor de rivieren en moerassen in de uiterwaarden. - Dichten van sloten. - Stimuleren van veenvorming. - Verloving van bossen. • Robuuster maken van Ecosystemen/natuurlijke klimaatbuffers door o.a.: - Waterberging bij extreme neerslag of piekafvoeren van de rivieren. - Groene airco: koelend effect door natte natuur in de zomer in bebouwd gebied. - Tegengaan veenoxidatie en inklinking bodem. - Koolstofopslag in organische stof, zoals moerasvorming of klimaatbossen. • Leefgebied van diersoorten moet mee kunnen verschuiven, door o.a.: - Meer geschikte leefgebieden niet te ver van elkaar. - Ecologische verbindingen. • Natuurgebieden ‘afmaken’ en daarmee beter beschermen tegen gebiedsvreemd water, door o.a.: - Natuurlijker waterpeil in een logisch begrensd gebied. • Extra inlaat van water bij droogte • Bosaanplant
51
• Eerlijk zijn over keuzes over waterbeschikbaarheid (water is schaars) en deze keuzes uitdragen en de consequenties ervaren • Financiële middelen voor versterken natuur en landschap
(2025)
Opgave 4
Doel: Vitale functies zijn bestand tegen hitte en wateroverlast (piekbuien en/of overstromingen)