Bijlage 1 Groenbeleid gemeente Maasdriel 2026-2030 versie 1.0 (1)
Tekst van het document
Voor de verschillende beheertypen groen worden de voorschriften voor aanplant vastgelegd, passend bij de lokale omstandigheden en bij het gewenste beeld ter plaatse. Gewerkt wordt aan doorgaande structuren en groene kernen. Hiervoor worden als hulpmiddel (niet uitputtende) soortkeuzelijsten samengesteld. Actie:
Inzet vanuit de gemeentelijke organisatie is nodig om (stedenbouwkundige) ontwerpteams te voorzien van informatie om nieuwe inrichtingsplannen optimaal in te richten met groen.
5.3.3 Verwachtingenmanagement inwoners We zetten in op actief verwachtingenmanagement bij inwoners over het onderhoudsniveau van groen (informeren) om duidelijk te maken wat de gemeente wel/niet doet. Er is een verschil tussen wat sommige inwoners netjes vinden en wat we als gemeente betalen aan onderhoud. Bovendien kan het zo zijn dat op bepaalde plekken onkruid echt te hoog staat, er vuil gedumpt is of sprake is van andere problemen. Hierover kunnen inwoners meldingen of klachten indienen via de Buiten Beter App Niet alle klachten zijn aanleiding om in te grijpen. Een vaak gehoord argument voor het ingrijpend willen snoeien of kappen van een boom is de verminderde opbrengst van zonnepanelen door
33 Beleidsplan Groen 2026-2030 concept
schaduwwerking. Echter zien wij het belang van bomen, inclusief schaduw, als belangrijk en daarmee is verminderde opbrengst van zonnepanelen geen reden tot kap. Communicatie ten aanzien van groen en bomen is bedoeld om begrip en draagvlak te creëren, maar ook om tot betere plannen te komen en mensen te activeren om zelf een bijdrage te leveren. Het is van belang dat inwoners van Maasdriel begrijpen wat een onderhoudsniveau inhoudt en wat ze van de gemeente kunnen verwachten met betrekking tot onderhoud. Wat doet de gemeente als er eikenprocessierups in bomen zit, als er problemen zijn door wortelopdruk of als er overlast is door vruchten? Dit willen we duidelijk maken richting bewoners. In bijlage 1 is een overzicht te vinden met afwegingen van de gemeente bij overlast. Actie: We gaan de afhandeling van meldingen optimaliseren door de Buiten Beter App beter in te zetten. We zetten een gebiedsconciërge in voor directer contact met bewoners en ondernemers. We blijven communiceren over het groenonderhoud naar inwoners via de gemeentelijke website, social media en de Bommelerwaardgids.
5.3.4 Faciliteren groene bewonersinitiatieven We gaan niet actief bewonersinitiatieven stimuleren. Wanneer inwoners zelf met een initiatief komen dan faciliteren wij waar mogelijk, met het oog op het versterken van eigenaarschap, betrokkenheid, sociale cohesie en kwaliteit van de leefomgeving. Door buurtgroen te beheren, kunnen inwoners een positieve bijdrage leveren aan de groene leefomgeving. Overeenkomsten afsluiten We sluiten overeenkomsten af met inwoners die een openbaar groenvak met de buurt willen onderhouden. Uitgangspunten Bij het faciliteren van bewonersinitiatieven hanteren we een aantal uitgangspunten die met de initiatiefnemers worden besproken: -
Initiatiefnemers zorgen voor voldoende draagvlak in de buurt, minimaal 4 buren moeten ermee akkoord gaan. Initiatiefnemers schrijven een plan van aanpak met concrete afbakening van het gebied en SMART doelen voor inrichting en onderhoud met onder andere aandacht voor de taakverdeling, planning, materiaal en communicatie. De gemeente ondersteunt met advies over de inrichting, beplanting en op welke subsidies men aanspraak kan maken (bijvoorbeeld subsidie via provincie en waterschap) Afspraken over consequenties bij onvoldoende kwaliteit.
Kwaliteit Er wordt realistisch ingericht, waarbij gelet wordt op de soortkeuze, aantallen en oppervlakten, de onderhoudsbehoefte en het beschikbare budget. Een uitzondering kan worden gemaakt als inwoners of bedrijven financieel bijdragen. Actie:
We ontwikkelen een standaardovereenkomst voor het overdragen van beheer aan inwoners. De groenvakken die participatief worden beheerd, worden in het beheersysteem geregistreerd.
34 Beleidsplan Groen 2026-2030 concept
5.3.5 Faciliteren initiatieven voor versterking Groenblauw Raamwerk We faciliteren initiatieven voor natuurbehoud- en herstel met oog op het vergroten van de biodiversiteit en het recreatief potentieel van natuur. We streven naar het versterken van biodiversiteit, klimaatrobuustheid en het vergroten van de landschappelijke kwaliteit. Het document ‘Groenblauw raamwerk Rivierenland biedt hiervoor inspiratie en richting.’ In december 2024 is het Groenblauw Raamwerk Rivierenland ondertekend door 21 partijen waaronder de gemeente Maasdriel. Het gaat over het strategisch verbinden van groen (vegetatie, natuurgebieden, parken) en blauw (rivieren, weteringen, oevers). Een netwerk van ‘groene en blauwe’ elementen is niet alleen gunstig voor planten en dieren, en daarmee de biodiversiteit, het draagt ook bij aan de belevingswaarde van het landschap. Acties:
Meedenken met initiatiefnemers en faciliteren waar mogelijk. Mogelijkheden onderzoeken om een subsidiepot in te richten voor initiatieven die biodiversiteit stimuleren. De initiatieven worden in het beheersysteem geregistreerd. Na 3 jaar wordt de pilot geëvalueerd.
5.3.6 Vervanging en uitbreiding groen en bomen We zetten in op vervanging (bij einde levensduur) en op uitbreiding van groen en bomen om de kwaliteit van de buitenruimte op niveau te houden (realiseren). Uitbreiding groenareaal en bomenbestand We nemen uitbreiding van het groenareaal en bomenbestand automatisch mee in beheercontracten en beheerkaarten (realiseren). Extra groen en bomen betekent extra beheer en onderhoudskosten. Areaaluitbreiding wordt jaarlijks doorgevoerd in beheercontracten en beheerkaarten zodat het nieuwe groen ook goed wordt beheerd. Acties:
Actueel houden van beheerdata en kosten na ontwikkelingen en uitbreidingen groenareaal en bomenbestand.
Vervangingsbudget en calamiteitenbudget We reserveren voldoende budget voor vervanging na afschrijving of voor vervanging in het geval van calamiteiten. Vervanging Net als een weg of verkeersbord, heeft een struik, boom of plantsoen ook een afschrijvingstermijn. Planmatig onderhoud is voor plantvakken wenselijk op basis van gemiddelde omlooptijd. Voor een plantsoen heesters of vaste planten geldt dat deze gemiddeld 20 tot 25 jaar meegaan. Dat betekent dat per jaar 4% tot 5% van het totale oppervlak heesters en vaste planten vervangen moet worden. Ook bomen moeten na gemiddeld 30 tot 40 jaar vervangen worden, al is het de ambitie om nieuwe bomen voor langere tijd aan te planten (zie 6.1 Algemene richtlijnen en uitgangspunten). Op basis van aanplantjaar en inspectiegegevens kan een prognose gemaakt worden van de vervangingsopgave. Er worden geen gezonde bomen gekapt ten behoeve van het aanplanten van andere boomsoorten. De aanpak wordt beschreven in een vervangingsplan. In het kader van biodiversiteit wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de ecologische impact van boomvervanging. Het behouden van doorgaande vleermuisroutes is voorbeeld een belangrijk uitgangspunt. Bloksgewijze vervanging over een langere periode is dan een manier om laanbeplanting te vervangen.
Bij een laan is het vanwege de lichtconcurrentie van nevenstaande bomen vaak geen succes om een enkele boom te vervangen, dus wordt gewacht tot een minimaal percentage is uitgevallen. Om te zorgen dat de nieuwe bomen hun ambitieleeftijd halen, wordt de groeiplaats hiervoor toereikend ingericht.
35 Beleidsplan Groen 2026-2030 concept
Calamiteiten In het kader van volksgezondheid kunnen aparte budgetten worden gereserveerd voor ziekte- en plaagbeheersing en maatregelen treffen in geval van calamiteiten. Te denken valt aan eikenprocessierupsbestrijding en ingrijpen bij essentaksterfte en iepenziekte. Iedere gemeente gaat anders om met deze ziekten en plagen, omdat het lastig in te schatten in welke mate het een bedreiging vormt. Met een goede prognose en vervangingsplan zou hierop vooruitgelopen kunnen worden en is calamiteitenbeheer niet nodig. Acties:
We stellen een vervangingsplan op voor het behouden en versterken van monumentale bomen en de waardevolle groenstructuren. We ontwikkelen een vervangingsplan waarin we prognosticeren in welke mate calamiteiten een bedreiging vormen. We reserveren apart budget voor calamiteiten.
36 Beleidsplan Groen 2026-2030 concept
6. Uitvoeringsprogramma 6.1 Algemene richtlijnen en uitgangspunten De gemeente Maasdriel is licentiehouder van het Handboek Bomen van het Norminstituut Bomen. Daarin staan minimale richtlijnen met betrekking tot de aanleg, het onderhoud en andere aspecten van bomen en boombeheer. Verder werkt de gemeente op basis van de CROW-systematiek. Er is een moederbestek en een Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR) met daarin de minimale eisen ten aanzien van groen en werken rond bomen en de aanleg hiervan, overgenomen uit de CROWsystematiek en het Handboek Bomen. Enkele onderdelen uit de algemene richtlijnen die van belang zijn voor het realiseren van de doelen uit het groenbeleid zijn:
6.1.1 Schade voorkomen We voorkomen dat bomen beschadigd of verwijderd worden bij aanleg- en onderhoudswerkzaamheden van boven- en ondergrondse infrastructuur (realiseren) door het groenvak daarvan gescheiden te houden.
6.1.2 Klimaatadaptief sortiment Met bomen die veel ecosysteemdiensten leveren, wordt onder andere gewerkt aan een klimaatbestendige leefomgeving. Ecosysteemdiensten zijn bijvoorbeeld verkoeling, CO opslag, wateropvang, verhoging biodiversiteit en versterking culturele waarden. Aan de andere kant moet de boomsoort ook bestand zijn tegen klimaatveranderingen zoals droogte, hitte en piekbuien met wateroverlast.
6.1.3 Duurzame beheerbaarheid van nieuw aangelegd groen Bij ruimtelijke plannen zoals woningbouwontwikkeling, wordt het belang van groenbeheer vanaf de initiatieffase meegenomen. Dat ziet toe op de groene inrichting, het behoud van bomen en groen, het inpassen van monumentale bomen en structuren en het aanleggen van goede groeiplaatsen.
6.1.4 Toelichting scheiding boven- en ondergrondse infrastructuur van groenvak Bij aanleg- en onderhoudswerkzaamheden aan zowel boven- als ondergrondse infrastructuur kunnen bomen beschadigd of verwijderd worden. Gemeente Maasdriel zet in op een toekomstbestendige, duurzame ruimtelijke inrichting van met name de ondergrondse ruimte. Mantelbuizen voor kabels en leidingen en een aparte leidingenstrook, gescheiden van het groenvak zijn daarbij de uitgangspunten. Hierbij moet gelet worden op de eventuele aanleg van een warmtenet dat ook de ondergrond, boomwortels en waterleidingen kan opwarmen met negatieve gevolgen. Naast deze scheiding is het ook van belang om bomen te planten in goede grond. Een plantgat voorbereiding kan later leiden tot sneller groeiende bomen die bovendien minder (kostbare) onderhoud nodig hebben en minder wortelopdruk vertonen.
37 Beleidsplan Groen 2026-2030 concept
6.1.5 Bomen gezond tot volle wasdom laten komen Bij het planten van bomen is het van belang dat de boom past op de locatie. Enerzijds dient te worden gezocht naar een soort, vorm en aantal dat past bij het landschap. Anderzijds dienen de keuze te worden afgestemd op de lokale omstandigheden zoals bodem, grondwater en beschikbare boven- en ondergrondse groeiruimte, zodat de geplante boom zich optimaal kan ontwikkelen. Uiteindelijk dient de conditie van alle bomen minimaal voldoende te zijn. Bomen die gezond oud kunnen worden en volledig kunnen uitgroeien, leveren optimale ecosysteemdiensten. Bij toekomstige ontwikkelingen houden we vanaf de ontwerpfase rekening met de benodigde groeiruimte voor boom- of beplanting, zodat deze hun minimale eindleeftijd kunnen bereiken. Met toezicht op de aanplant en inrichting, werken we aan beter resultaat (realiseren). Hiermee zijn in een later stadium geen extra beheermaatregelen en investeringen nodig. Voldoende ruimte voor bomen en groen betekent dat er vanaf de ontwerpfase rekening gehouden moet worden met de benodigde groeiruimte. De groeiruimte dient zodanig te worden ingericht dat een boom of beplanting zijn minimale eindleeftijd kan bereiken. Voor bomen wordt dan ook een ambitieleeftijd gesteld wat betekent hoe lang een boom moet kunnen doorgroeien.
Een boom is bij het bereiken van zijn ambitieleeftijd uitgegroeid en zal vervolgens gezond verder leven maar zonder significante groei. Voor straat- en laanbomen en voor bomen van de 3e grootte wordt 40 jaar als ambitieleeftijd genomen. Voor structuurbomen 60 jaar. Voor monumentale bomen van de toekomst 80 jaar. Aan de hand van boommonitor4 wordt per boomsoort bepaald hoe de groeiplaats moet worden ingericht voor optimale groei tot minimaal de ambitieleeftijd. Op die manier creëren we bomen van formaat die volop ecosysteemdiensten leveren en daarmee bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving.
4
https://www.norminstituutbomen.nl/instrumenten/boommonitor/
38 Beleidsplan Groen 2026-2030 concept
Ambitieleeftijd per beleidsklasse Straat- en laanbomen en bomen van de derde grootte Structuurbomen Monumentale bomen van de toekomst
mimimaal 40 jaar 60 jaar 80 jaar
6.2 Uitvoeringsprogramma 2026-2030 Bij het groenbeleid wordt onderstaand uitvoeringsprogramma de komende jaren opgestart met als doel een goede basis te leggen voor kwalitatief goed functionerend groen. Kernopgave
1. Klimaat, natuur/ biodiversiteit , circulariteit
Wat willen we bereiken
Maatregel
Period e
Stimuleren biodiversiteit door o.a. natuurvriendelijk bermbeheer Veilig en gezond groenbestand
Ontwikkelen plan ecologisch bermbeheer (bijv. gefaseerd maaien en kosten efficiënt) Vervanging groenvakken, vervanging en revisie bomen
20262027
Veilig en gezond groenbestand
Onderzoeken voorwaarden en mogelijkheden Groenfonds Voor het behouden en versterken van bomenlanen wordt een vervangingsplan opgesteld Actualiseren juridische regels over het kappen van (waardevolle bomen) Actualiseren waardevolle bomenlijst
Veilig, gezond en duurzaam bomenbestand
Veilig, gezond en duurzaam bomenbestand Veilig, gezond en duurzaam bomenbestand Veilig, gezond en duurzaam bomenbestand Kennis en continuïteit in beheer en onderhoud Basis op orde beheermethodie k en continuïteit in beheer Basis op orde beheermethodie
20262030
Totaal raming (excl. bijdragen derden) -(eigen inzet)
Investeringskredie t 2026-2030 van totaal: € 1.157.000,- voor groenvakken en € 318.750 voor Bomen -(eigen inzet)
20262027 -(eigen inzet)
2026
-(eigen inzet)
2026
-(eigen inzet)
Het bomenstructuurplan wordt herzien Personeel: gebiedsconciërge
2026
€ 25.000
20262030
€ 100.000,- p.j.
Opstellen operationele beheerplannen
20262030
€10.000 p.j.
Basis op orde in beheersystemen
20262027
€ 40.000 p.j.
39 Beleidsplan Groen 2026-2030 concept
k Basis op orde beheermethodie k
Inspecties en schouwen voor veiligheids- en kwaliteitsoordeel Bomen en Groen
20262030
€25.000 p.j.
6.3 Personeel Zoals benoemd in het uitvoeringsprogramma is een uitbreiding van het personele bestand voor het planmatig en reguliere beheer van groen benodigd. Hoewel een externe partij het meeste van de groentaken uitvoert, is sturing en toezicht belangrijk voor een goed onderhouden groenbestand. De functie van een beheerder zou in de toekomst wenselijk zijn om hier goed sturing aan te geven. Ook is met de Kadernota 2026 de wens uitgesproken om een gebiedsconciërge aan te stellen. Deze gebiedsconciërge kan toezicht houden op de groenaannemer om ervoor te zorgen dat het groenonderhoud overeenkomt met de ambities in dit beleidsstuk. Ook is deze gebiedsconciërge een aanspreekpunt voor bewoners en kunnen hierdoor meldingen voorkomen en afgehandeld worden. Daarnaast zijn bij het beoogde zelfbeheer de gebiedsconciërge en toekomstig beheerder zorgdragers voor een duidelijke koers waar bewonersinitiatieven ondersteund worden.
40 Beleidsplan Groen 2026-2030 concept
7.Financiën De bovenstaande ambities en activiteiten zijn vertaald naar budgetten. Hoewel er een voorkeursscenario is, zijn er ter vergelijking nog alternatieven uitgewerkt.
7.1 Kosten Om te kunnen voldoen aan de zorgplicht moet de gemeente het groen doelmatig beheren en onderhouden. De kosten hiervoor zijn te splitsen in 2 soorten, exploitatiekosten en investeringen. De exploitatiekosten worden met name ingezet om het reguliere onderhoud uit te voeren. De investeringen zijn de uitgaven voor het rehabiliteren en verbeteren van de bestaande groenvakken en bomen.
7.1.1. Omschrijving financiële uitwerking In mei 2025 is er een presentatie aan de raad gegeven waarin onder andere verschillende scenario’s voor het groenonderhoud gepresenteerd zijn. Naar aanleiding van de presentatie heeft de gemeenteraad een scenario via het amendement A2025-05 vastgesteld. Er is extra budget van € 500.000 voor groenonderhoud toegekend om het groenareaal op kwaliteitsniveau B te onderhouden, we onderhouden hotspots op kwaliteitsniveau A en we stellen een gebiedsconciërge aan. Hiermee kunnen we het verwachtingspatroon van onze inwoners managen. Het vastgestelde scenario D, huidige werkwijze en amendement 2025-05 zonder beheerder is opgenomen in bijlage 2. Dit tezamen maakt de uitgangspunten voor de financiële paragraaf.
7.1.2. Exploitatiekosten Deze kosten zijn gegroepeerd en weergegeven per type maatregel: planvorming & onderzoek, beheer en onderhoud, facilitair. De gemiddelde kosten per jaar voor de planperiode staan in het onderstaande figuur weergegeven. Gemiddelde algemene exploitatiekosten per jaar Planvorming & Onderzoek
€ 138.000
Beheer en Onderhoud
€ 1.266.000
Facilitair
€ 274.000
Totaal
€ 1.678.000
Deze exploitatielasten zijn benodigd voor het goede basisbeheer van groen. De onderdelen van het uitvoeringsprogramma, in het voorgaande hoofdstuk, zijn opgenomen in deze algemene exploitatielasten.
7.1.3. Investeringen Investeringen De gemiddelde investeringen per jaar voor de planperiode staan in het onderstaande figuur. Dit betreft het planmatig rehabiliteren van groenvakken en het planmatig aanplanten en herplanten van bomen. Gemiddelde algemene investeringen per jaar Investeringe n
Kapitaalslaste n
Rehabilitatie groenvakken
€ 231.000
€ 32.000
Aanplant en herplant bomen
€ 64.000
€ 6.000
Totaal
€295.000
€ 38.000
41 Beleidsplan Groen 2026-2030 concept
42 Beleidsplan Groen 2026-2030 concept
8. Aanbevelingen groenareaal en bomenbestand
Houdt de beheerdata van het groen en bomenareaal actueel door: o Het structureel bijhouden van mutaties van het groenareaal in de beheersystemen (groenvakken & bomen). o We nemen uitbreiding van het groenareaal en bomenbestand automatisch mee in beheercontracten en beheerkaarten (realiseren). o Extra groen en bomen betekent extra beheer en onderhoudskosten. Areaaluitbreiding wordt dit doorgevoerd in beheercontracten en beheerkaarten zodat het nieuwe groen ook goed wordt beheerd.
Borg de ambities van dit beleidsstuk door: o Een gedegen bestek met de kwaliteitseisen zoals opgenomen in het beleid. o Toezicht te houden op de uitvoeringswerkzaamheden, waaronder door (onafhankelijke) inspecties en schouwen. o Meldingen regelmatig te analyseren op trends en ontwikkelingen. o Afspraken over inrichting en beheer vast te leggen met andere (beheer)disciplines.
43 Beleidsplan Groen 2026-2030 concept
Bijlagen
44 Beleidsplan Groen 2026-2030 concept
Bijlage 1. Richtlijn overlast bomen: wat te doen
45 Beleidsplan Groen 2026-2030 concept
46 Beleidsplan Groen 2026-2030 concept
Bijlage 2. Scenariostudie
47 Beleidsplan Groen 2026-2030 concept