CConstaterende datMaasdriel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Bestemmingsplan 'Buitengebied herziening 2022, Wertsteeg 23'

Commissie Ruimte 23 november 2022, gemeente MaasdrielBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Buitengebied herziening 2022, Wertsteeg 23'25.807 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Met het planvoornemen vinden geen ingrepen plaats binnen een beschermingszone van een waterkering.

NL.IMRO.0263.BP1254-VG01

Buitengebied herziening 2022, Wertsteeg 23

|27

Uitsnede Legger waterkeringen

Oppervlaktewater Binnen het plangebied is aan de noordzijde een waterloop (categorie B) aanwezig. Daarbij liggen direct langs de randen van het plangebied eveneens enkele waterlopen. Het betreft een waterloop (categorie B) aan de zuidzijde van het plangebied en een waterloop (categorie A) aan de westzijde. Voor A-watergangen geldt een beschermingszone van 4 meter en voor B-watergangen een beschermingszone van 1 meter. Met het voornemen wordt rekening gehouden met de betreffende beschermingszones voor de nabijgelegen watergangen.

Uitsnede Legger wateren

Waterkwaliteit Om verontreiniging van afstromend hemelwater, oppervlaktewater en grondwater te voorkomen wordt geadviseerd duurzaam te bouwen. Dit houdt in dat het gebruik van uitlogende materialen zoals lood, zink, koper, bitumineuze materialen en geïmpregneerd hout voorkomen dienen te worden. NL.IMRO.0263.BP1254-VG01

Buitengebied herziening 2022, Wertsteeg 23

|28

Toe te passen duurzame materialen: • Hellende daken: keramische dakpannen of natuurstenen leien. • Platte daken: beton of bekleed met EPDM rubber; APP en/of SBS gemodificeerd bitumen. • Dakgoten en afvoerpijpen: PVC/PP/PE/ staal, aluminium of zink, alle gecoat. • Ontsluitingspaden, wegen, terrassen: voorzien van niet uitloogbare materialen zoals beton of keramische producten. Conclusie Het aspect water vormt geen belemmeringen voor het planvoornemen

NL.IMRO.0263.BP1254-VG01

Buitengebied herziening 2022, Wertsteeg 23

|29

6. JURIDISCHE ASPECTEN De juridische aspecten bestaan uit een verbeelding en planregels. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de wijze van juridische vertaling in planregels van de voor het plangebied gewenste functionele en stedenbouwkundige ontwikkeling. Bij het opstellen van de verbeelding en de planregels is uitgegaan van de bepalingen uit het Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP2012).

6.1

Verbeelding

Op de verbeelding is met behulp van de in de SVBP2012 bepaalde methode de bestemming van de gronden aangegeven. De bijbehorende bepalingen zijn vervolgens opgenomen in de planregels. De verbeelding visualiseert de planregels.

6.2

Planregels

De planregels bestaan uit de volgende vier hoofdstukken: 1.

2.

3.

4.

6.3

Inleidende bepalingen, dit hoofdstuk bestaat uit twee delen. Het eerste deel betreft het artikel ‘Begrippen’ waarin wordt toegelicht wat onder bepaalde begrippen wordt verstaan. Het tweede artikel is ‘Wijze van meten’ waarin wordt toegelicht hoe de benoemde maatvoering moet worden gemeten. Bestemmingsregels, in dit hoofdstuk worden de op de kaart aangegeven bestemmingen nader verklaard. Hierin wordt onder andere bepaald de maximale bebouwingshoogte. De gehanteerde bestemmingen worden in de paragraaf 6.3 van dit hoofdstuk verder uitgewerkt. Algemene regels, in dit hoofdstuk worden regelingen opgenomen die zijn bedoeld voor meer dan één bestemming. De gehanteerde algemene regels worden nader toegelicht in paragraaf 6.3 van dit hoofdstuk. Overgangs- en slotregels, binnen de overgangsbepalingen wordt geregeld dat met het bestemmingsplan strijdige bouwwerken en plannen welke bestaan ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan mogen worden uitgevoerd, mits er geen veranderingen plaatsvinden in aard en omvang. In de slotregel wordt de officiële naam van het bestemmingplan genoemd, welke moet worden gebruikt om te verwijzen naar het plan.

Toelichting op de bestemmingen

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen In dit artikel wordt een aantal in het plan gebruikte begrippen nader omschreven. Door de omschrijving wordt de interpretatie van de begrippen beperkt en daarmee de duidelijkheid en rechtszekerheid van het plan vergroot. Artikel 2 Wijze van meten In dit artikel wordt aangegeven op welke wijze de in het plan voorgeschreven maatvoeringen dienen te worden bepaald. NL.IMRO.0263.BP1254-VG01

Buitengebied herziening 2022, Wertsteeg 23

|30

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Wonen De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen, aan huis verbonden beroepen, hobbymatig agrarisch gebruik, waterhuishoudkundige voorzieningen, bermen en taluds, geluidwerende voorzieningen en de ontsluiting van percelen. Binnen het plangebied is één hoofdgebouw (de woning) toegestaan. Het hoofdgebouw en de bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. De goot- en bouwhoogte van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan respectievelijk 6,5 m en 11 m met een maximale inhoud van 1.000 m³. Bijbehorende bouwwerken hebben een maximum goot- en bouwhoogte van respectievelijk 3,5 m en 6,5 m en mogen uitsluitend worden opgericht op minimaal 3 m achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw. De gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken mag maximaal 100 m² bedragen, met een maximum bebouwingspercentage van 50% van het bouwperceel achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw. Artikel 4 Waarde – Archeologie 5 (Dubbelbestemming) De voor ‘Waarde - Archeologie 5‘ aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor behoud en bescherming van waardevolle verwachte archeologische informatie in de bodem.

Bij bodemingrepen groter dan 1.000 m2 en dieper dan 30 centimeter dient de aanvrager een rapport te overleggen waaruit blijkt dat er geen archeologische waarden worden verstoord. Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 5 Anti-dubbeltelregel In dit artikel is een regel opgenomen die voorkomt dat een al verleende omgevingsvergunning meegenomen wordt bij de beoordeling van latere bouwplannen. Artikel 6 Algemene bouwregels In dit artikel worden regels gegeven voor het gehele plangebied met betrekking tot het bouwen van bouwwerken. Hierin staan onder andere regels opgenomen over de overschrijding van bouwgrenzen en een afwijkende maatvoering. Artikel 7 Algemene gebruiksregels In dit artikel zijn de regels opgenomen die bepalen welk gebruik van gronden in ieder geval wordt beschouwd als strijdig met het bestemmingsplan. Artikel 8 Algemene afwijkingsregels In dit artikel zijn de algemene regels voor het gehele bestemmingsplan opgenomen waar het bevoegd gezag van kan afwijken. Het gaat hierbij onder meer om geringe overschrijdingen van maten en oppervlaktes, de huisvesting van arbeidsmigranten en het toestaan van evenementen en mini-windturbines. Artikel 9 Algemene wijzigingsregels In dit artikel zijn regels opgenomen zodat burgemeester en wethouders bevoegd zijn om af te wijken van het toegestane binnen de planregels.

Het gaat hierbij om het afwijken/overschrijden van de in deze regels genoemde bouwwerken, maten en percentages, het toestaan van evenementen, het realiseren van mini-windturbines en het huisvesten van arbeidsmigranten.

NL.IMRO.0263.BP1254-VG01

Buitengebied herziening 2022, Wertsteeg 23

|31

Artikel 10 Algemene procedureregels In dit artikel is een regeling opgenomen voor de procedure omtrent een beslissing voor het stellen van nadere eisen. Artikel 11 Overige regels In dit artikel is een regels opgenomen voor de verwijzing naar een wet, een algemene maatregel van bestuur, een verordening, een richtlijn of een andere (wettelijke) regeling. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 12 Overgangsrecht Dit artikel betreft het overgangsrecht met betrekking tot gebruik van onbebouwde gronden en bouwwerken dat afwijkt van het bestemmingsplan op het moment dat dit rechtskracht verkrijgt. Dit gebruik mag worden voortgezet. Wijziging van het afwijkend gebruik is slechts toegestaan indien de afwijking hierdoor wordt verkleind. Artikel 13 Slotregel Het laatste artikel ’Slotregel’ geeft de officiële naam van het plan aan, wanneer naar het plan wordt verwezen. De planregels kunnen worden aangehaald onder de naam: Bestemmingsplan “Wertsteeg 23, Kerkdriel”.

NL.IMRO.0263.BP1254-VG01

Buitengebied herziening 2022, Wertsteeg 23

|32

7. UITVOERBAARHEID 7.1

Economische haalbaarheid

Op grond van artikel 3.1.6 lid 1 onder f Bro dient de uitvoerbaarheid van bestemmingsplannen te worden aangetoond. De ontwikkelingen betreffen een particulier initiatief en bevinden zich op particulier terrein. De initiatiefnemer heeft met de gemeente een anterieure overeenkomst gesloten om de kosten voor de begeleiding van het bestemmingsplan en de daarbij behorende procedures te verzekeren. Hiermee wordt het verhaal van kosten van de grondexploitatie over in het plan begrepen gronden anderszins verzekerd en hoeft geen exploitatieplan conform Wro te worden opgesteld. Hiermee is de economische uitvoerbaarheid van voorliggend plan voldoende aangetoond.

7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

In het kader van de maatschappelijke uitvoerbaarheid wordt het plan conform de inspraakverordening gepubliceerd in huis-aan-huisbladen en op de website van de gemeente gepubliceerd. Daarnaast wordt het voorontwerpbestemmingsplan in het kader van het zgn. 3.1.1. Bro toegezonden naar bestuurlijke instanties, waarbij de gelegenheid wordt geboden om een reactie te geven op het plan. Naar aanleiding van de vooroverleg- en inspraakperiode is er wel/geen noodzaak het bestemmingsplan aan te passen. Het ontwerpbestemmingsplan is vervolgens 6 weken ter inzage gelegd. In deze periode heeft een ieder de mogelijkheid zienswijze in te dienen bij het college van burgemeester en wethouders. Gedurende deze periode zijn echter geen zienswijze ingediend. De gemeenteraad is vervolgens het bevoegd gezag om het bestemmingsplan vast te stellen. Na vaststelling wordt het bestemmingsplan, samen met het besluit tot vaststelling hiervan, opnieuw 6 weken ter inzage gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen dit besluit beroep aantekenen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Omgevingsdialoog Een belangrijk onderdeel van deze ruimtelijke procedure is de afstemming met de buurt. Door middel van een omgevingsdialoog is het planvoornemen voorgelegd aan de buurtbewoners.

Hierbij zijn de volgende adressen benaderd: • Wertsteeg 12a; • Wertsteeg 14; • Wertsteeg 21; • Wertsteeg 27. Op 19, 25 en 28 maart 2022 heeft de omgevingsdialoog plaatsgevonden met alle benodigde buurtbewoners. Hierin is besproken dat de eigenaren het voornemen hebben om een nieuwe woning te bouwen op het perceel Wertsteeg 23 in Kerkdriel (gemeente Maasdriel). Voorafgaand aan deze ontwikkeling worden de bestaande woning en de (voormalige agrarische) bijgebouwen gesloopt. Uit het omgevingsdialoog is gebleken dat alle benaderde buurtbewoners geen bezwaar hebben tegenover de ontwikkeling. Onder deze bewoners is geen behoefte aan verdere toelichting.

NL.IMRO.0263.BP1254-VG01

Buitengebied herziening 2022, Wertsteeg 23

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING

BIJLAGE 1 VERKENNEND BODEMONDERZOEK

Verkennend bodemonderzoek Wertsteeg 23 te Kerkdriel

Verkennend bodemonderzoek Wertsteeg 23 te Kerkdriel Aeres Milieu Projectnummer Status rapport Datum

: AM21043 : Definitief (versie 1) : 7 april 2021

Opdrachtgever

: Ordito Postbus 94 5126 ZH Gilze

Opgesteld door Paraaf

: BEd L. Koomen :

Gecontroleerd door Paraaf

: M. Vrolix, bc :

Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 – 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl

2001 + 2002

Disclaimer Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden (opzet conform NEN 5740 en interpretatie aan de hand van de Leidraad Bodembescherming). Opgemerkt wordt dat bij een verkennend bodemonderzoek sprake is van een steekproefsgewijze bemonstering en het nemen van een beperkt aantal monsters. De mogelijkheid blijft daarom bestaan dat puntverontreinigingen, welke niet voortkomen uit het historisch onderzoek, niet door het onderzoek worden aangetoond. Daarnaast blijft het mogelijk dat lokale afwijkingen in de samenstelling van het bodemmateriaal voorkomen. Tot slot wordt erop gewezen dat het uitgevoerde bodemonderzoek een momentopname is. Het bovenstaande betekent dat Aeres Milieu op voorhand geen aansprakelijkheid accepteert voor maatregelen of mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Aeres Milieu uitgevoerde bodemonderzoek neemt. Tevens wordt opgemerkt dat Aeres Milieu voor het verkrijgen van de voor het historisch onderzoek noodzakelijke informatie (mede) afhankelijk is van externe bronnen. Voor Aeres Milieu is niet te verifiëren of deze bronnen altijd volledig en zonder fouten zijn. Hierdoor kan Aeres Milieu niet instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie.

Pagina | 2 AM21043

INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING ........................................................................................................................................................................................................................4 2.

VOORONDERZOEK .............................................................................................................................................................................................5 2.1

Inleiding ............................................................................................................................................................................................................5

2.2

Topografische beschrijving........................................................................................................................................................................5

2.3

Historisch overzicht en omgeving .........................................................................................................................................................6

2.4

Dossieronderzoek ..........................................................................................................................................................................................7

2.5

Bodemopbouw en geo(hydro)logie .......................................................................................................................................................8

2.6

Beschrijving van de onderzoekslocatie .................................................................................................................................................8

2.7

Asbest ................................................................................................................................................................................................................8

2.8

Bodemkwaliteitskaart en Nota bodembeheer gemeente Maasdriel (regio Rivierenland)..................................................9

2.9

Onderzoekshypothese .................................................................................................................................................................................9

3.

ONDERZOEKSSTRATEGIE ............................................................................................................................................................................. 10 3.1

Inleiding ......................................................................................................................................................................................................... 10

3.2

Onderzoeksstrategie ................................................................................................................................................................................. 10

4.

VELDWERKZAAMHEDEN ............................................................................................................................................................................... 11 4.1

Algemeen ...................................................................................................................................................................................................... 11

4.2

Grondbemonstering ................................................................................................................................................................................... 11

4.3

Grondwatermonstername ........................................................................................................................................................................ 12

5.

LABORATORIUMONDERZOEK..................................................................................................................................................................... 13 5.1

Algemeen ...................................................................................................................................................................................................... 13

5.2

Grond(meng)monster(s)............................................................................................................................................................................ 13

5.3

Grondwatermonster(s) .............................................................................................................................................................................. 15

5.4

Toetsing van de gestelde hypothese .................................................................................................................................................. 16

6. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ...................................................................................................................................................................... 17

Bijlagen: 1 2 3 4 5 6 7 8

Topografische en kadastrale overzichtskaart Foto’s onderzoekslocatie Situatietekening onderzoekslocatie met boorpunten Boorprofielen en zintuiglijke waarnemingen Verklaring veldmedewerker Toetsingstabellen en analyserapport grond(meng)monsters Toetsingstabellen en analyserapport grondwatermonsters Bodeminformatie omgevingsdienst Rivierenland

Pagina | 3 AM21043

1. INLEIDING In opdracht van Ordito heeft Aeres Milieu een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie: Adres onderzoekslocatie

: Wertsteeg 23 te Kerkdriel

Gemeente

: Maasdriel

Kadastrale registratie

: Maasdriel, sectie N, nummers 1162 en 1162 (gedeeltelijk)

Oppervlakte

: circa 1.490 m2

Huidig gebruik van de locatie

: voormalige champignonkwekerij met woning

Toekomstig gebruik

: wonen met tuin

Dit bodemonderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen van de NEN 5740. Het verkennend bodemonderzoek bestaat uit een vooronderzoek naar de historie en bodemgesteldheid van de onderzoekslocatie en aanvullend hierop een bodemonderzoek op het perceel.

Aanleiding De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit bodemonderzoek is de voorgenomen sloop van een champignonkwekerij met woning. Ter plaatse is woningbouw voorzien

Doel Het doel van het verkennend onderzoek is, middels een steekproef, het vaststellen van de actuele bodemkwaliteit ter plaatse. Het onderzoek is niet bedoeld om een exacte aard en omvang van een eventuele verontreiniging aan te geven.

Onderzoek Aeres Milieu B.V. heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als onafhankelijk onderzoeksbureau. In hoofdstuk 2 is het vooronderzoek en de daaruit volgende onderzoekshypothese beschreven. Naar aanleiding van de opgestelde hypothese wordt in hoofdstuk 3 de onderzoeksstrategie opgesteld. In hoofdstuk 4 worden de veldwerkzaamheden (grond-

en

grondwateronderzoek)

beschreven.

Hoofdstuk

5

beschrijft

de

laboratoriumwerkzaamheden

en

de

onderzoeksresultaten. Het rapport wordt afgesloten met hoofdstuk 6, waarin de conclusies en enkele aanbevelingen staan beschreven. Bemonstering en laboratoriumonderzoek vonden plaats in februari en maart 2021. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de protocollen van de BRL SIKB 2000. De chemische analyses zijn uitgevoerd door Synlab BV te Rotterdam. Synlab is geaccrediteerd volgens de door de Raad voor Accreditatie gestelde criteria voor Testlaboratoria conform ISO/IEC 17025. Alle analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatie Schema 3000 (AS3000).

Pagina | 4 AM21043

2. VOORONDERZOEK 2.1

Inleiding

Conform het onderzoeksprotocol NEN 5725 is ten behoeve van de bepaling van de onderzoeksstrategie op onderhavige locatie een vooronderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit vooronderzoek zijn opgenomen in voorliggend hoofdstuk. De in paragraaf 2.1 t/m 2.6 opgenomen informatie is afkomstig van/uit: •

de opdrachtgever;

•

het kadaster;

•

topotijdreis.nl;

•

gemeente Maasdriel;

•

omgevingsdienst Rivierenland;

•

bodemloket.nl;

•

het dinoloket;

•

terreininspectie.

In principe richt het vooronderzoek zich op alle percelen waarop het onderzoek betrekking heeft én de direct hieraan grenzende percelen. Indien een direct aangrenzend perceel smal (< 10 m breed) is, worden ook de percelen hier weer aan grenzend meegenomen. Indien de aangrenzende percelen groot zijn, wordt alleen het gedeelte van deze percelen binnen 25 meter vanaf de grens van de bodemonderzoekslocatie in beschouwing genomen, tenzij er aanleiding bestaat toch het gehele perceel te onderzoeken.

2.2

Topografische beschrijving

De onderzoekslocatie ligt aan de Werststeeg 23 zuidelijk van de bebouwde kom van Kerkdriel. Ter plaatse is bebouwing aanwezig. Kadastraal is de locatie bekend als gemeente Maasdriel, sectie N, nummers 1162 en 1162 (gedeeltelijk). De coördinaten volgens het R.D. stelsel zijn X = 150.928/ Y = 419.123. Zie bijlage 1 voor de kadastrale situatie en een topografisch overzicht. Op onderstaande luchtfoto is de globale begrenzing van de onderzoekslocatie weergegeven.

Pagina | 5 AM21043

Afbeelding 1: globale begrenzing onderzoekslocatie (Bron luchtfoto: PDOK-viewer)

2.3

Historisch overzicht en omgeving

In het kader van het vooronderzoek is historisch kaartmateriaal bestudeerd. Volgens de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG Nederland) is de onderzoekslocatie voor het eerst bebouwd in 1965. Op de onderzoekslocatie bevinden zich een woning en achtergelegen champignonkwekerij. Deze bebouwing is topografisch zichtbaar omstreeks 1978. Op de kaarten uit 1965 is ten noorden van en vanaf 1997 en 2003 ook ten oosten van de onderzoekslocatie een (fruit)boomgaard zichtbaar. Begin 2000 is het perceel oostelijk heraangelegd met o.a. nieuw groen en een vijvertje. De kaart uit 2015 geeft de huidige situatie weer.

1951

1965

1978

1997

2003

2015

Afbeelding 2: geraadpleegde historische kaarten (Bron kaarten: topotijdreis.nl) Pagina | 6 AM21043

2.4

Dossieronderzoek

Via de website van de omgevingsdienst Rivierenland is bodeminformatie gedownload van de locatie en directe omgeving. De bodemrapportage is opgenomen in bijlage 8. Verder zijn enkele milieudossiers geraadpleegd van de onderzoekslocatie. De relevante informatie is hieronder uitgewerkt.

(voormalige) bedrijfsactiviteiten: Er zijn de volgende bedrijfsactiviteiten op de locatie bekend (bron: Bodemloket.nl): -

Champignon-/paddestoelenkwekerij, begindatum 1983 – einddatum onbekend;

-

hbo-tank (ondergronds), begindatum onbekend – einddatum 1999;

-

hbo-tank (bovengronds), begindatum 1983 – einddatum onbekend.

Voor de onderzoekslocatie zijn de in tabel 2.1 weergegeven hinderwetvergunningen samengevat. Dossiernummer

Datum

Omschrijving

Opmerkingen

H 150

25-1-1983

Hinderwetvergunning

het oprichten en in werking houden van een champignonkwekerij.

H 356

2-7-1985

Hinderwetvergunning

Het

uitbreiden

van

een

champignonkwekerij

met

twee

champignoncellen. Tabel 2.1: Overzicht geraadpleegde (relevante) milieuvergunningen.

De onderzoekslocatie staat niet aangemerkt als voormalige boomgaard/kassengebied op basis van de kaartlaag ‘boomgaarden/kassen’ (bron: Omgevingsdienst Rivierenland).

In 1997 is ter plaatse van de Wertsteeg 23 een indicatief bodemonderzoek uitgevoerd (Milieutec, rapport met kenmerk: 96.203.MI/513). De inhoud van dit rapport is echter niet beschikbaar gesteld. Zover bekend is ca. vijf meter noordelijk van de bebouwing een slibopvangput aanwezig. Tevens is er in het verleden een ondergrondse hbo-tank (3000 liter) gesaneerd. Hiervoor is een KIWA certificaat beschikbaar gesteld. Uit het certificaat blijkt dat ten tijde een kleine restverontreiniging aangetroffen is en dat de verontreinigde grond afgevoerd is van de locatie.

PFAS De mogelijke aanwezigheid van PFAS bij champignonkwekerijen is niet uit te sluiten. Het risico op het aantreffen van (hoge concentraties) PFAS verbindingen in de bodem lijkt op basis van de nu beschikbare kennis beperkt. In het Rivierengebied is het vermoeden dat de bodem diffuus belast is met PFAS-verbindingen. De bodemkwaliteitskaart is hier nog niet op aangevuld (bron: Omgevingsdienst Rivierenland).

Pagina | 7 AM21043

2.5

Bodemopbouw en geo(hydro)logie

De bodemopbouw van de onderzoekslocatie wordt schematisch weergegeven in tabel 2.2. Diepte [m-mv]

Lithostratigrafie

Lithologie

0 – 5,0

Holocene afzettingen

Complexe eenheid, bestaande uit een afwisseling van zandige klei, midden en fijn zand, klei en veen en een weinig grof zand.

5,0 – 15,0

Formatie van Kreftenheye

Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen.

15,0 – 25,0

Formatie van Beegden

Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit grof zand, grind en midden zand, weinig zandige klei en fijn zand, een spoor klei en kans op stenen, keien en blokken

Tabel 2.2: Geo(hydro)logische indeling (bron: Dinoloket identificatienummer B45B0095)

Het maaiveld ter plaatse van de onderzoekslocatie bevindt zich op een hoogte van circa 3,3 m +NAP. De stroming van het freatisch grondwater is globaal oostelijk gericht en bevindt zich op een hoogte van circa 2,0 m +NAP. De onderzoekslocatie bevindt zich niet binnen de grenzen van een grondwaterbeschermingsgebied.

2.6

Beschrijving van de onderzoekslocatie

Op 5 maart 2021 is een veldinspectie uitgevoerd. Hierbij is gelet op het terreingebruik en de aanwezigheid van ondergrondse tanks, stookplaatsen, (half)verhardingslagen, ophogingen, storthopen, dempingen, afgravingen en asbestverdacht materiaal op het terrein. Op de onderzoekslocatie staat een leegstaande woning met oostelijk hiervan een voormalige champignonkwekerij. Op het dak van de voormalige champignonkwekerij ligt een asbestverdachte dakbedekking met gootconstructie. Direct noordelijk van deze kwekerij is de locatie verhard met beton. De oprijlaan is verhard met een nagenoeg geheel uit bakstenen bestaande verhardingslaag en grind. Rondom de woning is gras aanwezig en zuidelijk van de champignonkwekerij is de locatie begroeid met hoge braamstruiken. Tijdens de veldinspectie is op het terrein visueel geen asbestverdacht materiaal aangetroffen en zij geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreinigingen of bronnen van verontreinigingen. Een fotoreportage van de onderzoekslocatie is opgenomen in bijlage 2. De fotostandplaatsen zijn opgenomen in bijlage 3. De onderzoekslocatie wordt aan de noordzijde begrensd door grasland, aan de oostzijde door grasland en vegetatie, aan de zuidzijde door een sloot en weiland en aan de westzijde door de Wertsteeg.

2.7

Asbest

Uit het dossieronderzoek en de uitgevoerde veldinspectie is gebleken dat er op de loods van de champignonkwekerij asbestverdachte dakbedekking aanwezig is. Tevens is de inrit op de onderzoekslocatie verhard met een baksteenverharding. De aanwezigheid van asbest op of in de bodem kan op basis van de gekende gegevens niet worden uitgesloten.

Pagina | 8 AM21043

2.8

Bodemkwaliteitskaart en Nota bodembeheer gemeente Maasdriel (regio Rivierenland)

Uit de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Maasdriel blijkt dat voor de onderzoekslocatie de ontgravingsklasse ‘Landbouw / natuur’ geldt voor zowel de bovengrond als ondergrond. Op de bodemfunctieklassenkaart heeft de locatie de functieklasse ‘Landbouw / natuur’ (Bodemkwaliteitskaart regio Rivierenland, onder meer gemeente Maasdriel, Lievense CSO, documentcode: 16M1223.RAP001, 1 juli 2019).

2.9

Onderzoekshypothese

Gebaseerd op de verzamelde gegevens uit het vooronderzoek wordt de locatie als “verdacht” beschouwd. Door de aanwezigheid van een champignonkwekerij op de onderzoekslocatie zullen de grondmengmonsters van de bovengrond aanvullend op organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB) worden onderzocht. De aanwezigheid van asbestverdacht materiaal in de bodem kan niet worden uitgesloten. De locatie wordt als verdacht beschouwd op het voorkomen van asbest.

Pagina | 9 AM21043

3. ONDERZOEKSSTRATEGIE 3.1

Inleiding

Op basis van de verzamelde informatie uit het vooronderzoek (NEN 5725) en de gestelde onderzoekshypothese(n) voor de onderzoekslocatie, is een onderzoeksstrategie opgesteld conform de richtlijnen van de onderzoeksnorm NEN 5740 (BodemLandbodem; Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond van het Nederlands Normalisatie-Instituut. Vooralsnog wordt voor de bestemmingsplanfase nog geen verkennend asbest in bodem onderzoek uitgevoerd.

3.2

Onderzoeksstrategie

Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de strategie ‘VED-HE’ uit de NEN 5740. In principe worden boringen willekeurig verspreid over de gehele onderzoekslocatie. Voor het vaststellen van de milieuhygiënische conditie van de bodem (grond en grondwater) van de onderzoekslocatie zal volgens onderstaande strategie veldwerk en monstername voor laboratoriumanalyse plaatsvinden. Ter plaatse van de voormalige ondergrondse HBO-tank zal een peilbuis geplaatst worden om de kwaliteit van de grond en het grondwater rondom de voormalige tank vast te stellen. ONDERZOEKSNORM NEN 5740 'VED-HE' Aantal boringen oppervlakte (m²) tot 0,5 m in de verdachte laag 1.490

7

boring tot de onderzijde van de èn boring met verdachte laag met een maximum van peilbuis 1,2) 2m 1 1

Aantal te onderzoeken (meng)monsters grond grondwater (verdachte laag) 3 + 1 ondergrond

1

Tabel 3.1: Veldwerk, monstername en analysestrategie volgens NEN 5740 “verdacht” 1) Deze boringen worden doorgezet tot 0,5 m onder de verdachte laag. Indien de grondwaterspiegel zich dieper dan 5 m beneden het maaiveld bevindt, kan plaatsing van peilbuizen achterwege blijven. De peilbuizen worden in dat geval vervangen door boringen tot tenminste 5,5 m beneden maaiveld. 2) Wanneer de verontreiniging vooral in het grondwater wordt verwacht, wordt het aantal peilbuizen uitgebreid. Legenda bij tabel 3.1 m: meter beneden maaiveld lutos: lutum en organische stofgehalte De bovengrond en de ondergrond worden onderzocht op de stoffen uit het NEN 5740 ‘standaardpakket’: • drogestof-bepaling • 9 zware metalen • 10 polycyclische aromatische koolwaterstoffen • 7 polychloorbifenylen (PCB) • minerale olie Tevens worden de bovengrond(meng)monsters geanalyseerd op organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB’s) . Het laboratorium bepaald het gehalte aan organische stof en lutumgehalte voor het vaststellen van een toetsingskader voor de lokale bodemkwaliteit. Het grondwater wordt onderzocht op de stoffen uit het NEN 5740 ‘standaardpakket’: • 9 zware metalen • 8 vluchtige aromatische koolwaterstoffen (incl. naftaleen) • 21 vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen • minerale olie

Pagina | 10 AM21043

4. VELDWERKZAAMHEDEN 4.1

Algemeen

Conform de onderzoeksstrategie, zoals beschreven in hoofdstuk 3, is op de onderzoekslocatie een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat op grond van BRL SIKB 2000 conform protocollen 2001 en 2002 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. Voor het traceren van de kabels en leidingen is voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden een KLIC melding verricht.

4.2

Grondbemonstering

Op 5 maart 2021 zijn de boringen geplaatst volgens de in paragraaf 3.2 weergegeven onderzoeksstrategie. De werkzaamheden zijn uitgevoerd door de heer H. van den Tillaar en de heer L. Koomen. Beiden zijn erkend monsternemer in het kader van de BRL SIKB 2000 voor de protocollen 2001, 2002 en 2018.

De boringen zijn verricht met behulp van de Edelmanboor (ø 7 of 10 cm). Gebaseerd op de diepte en stroming van het freatisch grondwater is een boring afgewerkt met een peilbuis. Deze is centraal op de onderzoekslocatie geplaatst, ter plaatse van boorpunt 1. Tevens is er ter plaatse van de voormalige ondergrondse HBO tank een peilbuis geplaatst (boorpunt 10). De bovenkant van het peilbuisfilter is onder de aangetroffen grondwaterstand geplaatst. Tijdens de installatie van de peilbuizen is geen werkwater gebruikt. De boorpuntlocaties zijn opgenomen in bijlage 3.

Het opgeboorde bodemmateriaal is volgens de classificatienorm voor onverharde bodems (NEN 5104) beoordeeld. Daarnaast is vastgesteld in hoeverre het opgeboorde materiaal mogelijke aanwijzingen biedt voor de aanwezigheid van visueel zichtbare verontreiniging. Op basis van de zintuiglijke waarnemingen en de bodemopbouw heeft laagsgewijze bemonstering plaatsgevonden. De uitkomende grond en alle zintuiglijk waargenomen bijzonderheden zijn per boring beschreven in de profielbeschrijvingen (zie bijlage 4).

In tabel 4.1 zijn de boringen beschreven waarin zintuiglijk afwijkingen zijn geconstateerd. Boring

Traject (m -mv) 0 – 0,7

Grondsoort

Waargenomen bijzonderheden

02

Diepte boring (m -mv) 2,0

-

Uiterst baksteenhoudend, zwak zandig

10

3,3

0 – 0,5

Klei

Sporen beton

Tabel 4.1: Overzicht zintuiglijke afwijkingen

In het kader van dit onderzoek is geen specifiek onderzoek (conform NEN 5707) verricht naar het voorkomen van asbest in de grond en op het maaiveld. Wel heeft een inspectie van het terrein plaatsgevonden. Op het maaiveld en in de vrijkomende grond zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Het voorliggende onderzoek doet echter geen bindende uitspraak over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem binnen de onderzoekslocatie.

Pagina | 11 AM21043

4.3

Grondwatermonstername

De peilbuizen zijn op 15 maart 2021 bemonsterd conform protocol 2002 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. De bemonstering is uitgevoerd door erkend veldwerker van Aeres Milieu, de heer L. Koomen. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand opgenomen en zijn de zuurgraad (pH) en het elektrischegeleidingsvermogen (Ec) van het grondwater bepaald. Deze waarden waren constant bij monstername. De geleidbaarheid is gecorrigeerd voor de grondwatertemperatuur. De geleiding is een maat voor de concentratie aan opgeloste stoffen in het water, terwijl de pH de zuurgraad van het water aangeeft (pH<7: zuur, pH = 7: neutraal, pH>7: basisch). De grondwatermonsters zijn in het veld, voor zover noodzakelijk gefiltreerd en geconserveerd. De in het veld gemeten parameters zijn in tabel 4.2 samengevat. Peilbuis 01

Filterdiepte (m-mv.) 2,2 – 3,2

Grondwaterstand (m-mv.) 1,3

pH (-)

Ec (µS/cm)

6,88

401

Troebelheid (NTU) 373

10

2,3 – 3,3

1,3

6,73

402

67,3

Tabel 4.2: Resultaten veldmetingen tijdens grondwatermonstername

De meetresultaten wijken niet af van natuurlijk of regionaal voorkomende waarden.

In het grondwater uit alle peilbuizen is sprake van een verhoogde troebelheid (>10 NTU). Een verhoogde troebelheid kan in sommige gevallen leiden tot een overschatting van de gehalten aan organische parameters in het grondwater. Bij het voorliggende onderzoek is de index van geen enkele organische parameter groter dan 0,5 (zie 5.3 en rapport in bijlage 7). De eventuele overschatting van de gehalten als gevolg van een verhoogde troebelheid heeft geen gevolgen voor de interpretatie van de onderzoeksgegevens en de conclusies van dit rapport. Aanvullend onderzoek naar de verhoogde troebelheid is daarom niet uitgevoerd. De overige waarden geven geen aanleiding tot opmerkingen.

Pagina | 12 AM21043

5. LABORATORIUMONDERZOEK 5.1

Algemeen

De analyses zijn uitgevoerd door het onderzoekslaboratorium van Synlab BV te Rotterdam. Synlab is geaccrediteerd volgens de door de Raad voor Accreditatie gestelde criteria voor Testlaboratoria conform ISO/IEC 17025, waar verdere conservering en (voor)behandeling van de monsters plaats heeft gevonden.

5.2

Grond(meng)monster(s)

In het laboratorium zijn voor het chemisch onderzoek van de grondmonsters uit de boven- en ondergrond al dan niet mengmonsters samengesteld volgens onderstaande tabel. De keuze voor het samenstellen van deelmonsters tot een mengmonster of het analyseren van individuele monsters is gebaseerd op de zintuiglijke waarnemingen in het veld en op de onderzoeksstrategie.

Analysemonster

Deelmonsters

Analysepakket

MM1

Traject (m -mv) 0 – 0,2

03-1/08-1/09-1

Standaardpakket + OCB incl. lu/os

MM2

0 – 0,25

01-1/05-1/07-1

Standaardpakket + OCB incl. lu/os

MM3

0,12 – 0,4

04-1/06-1

Standaardpakket + OCB incl. lu/os

M4

1,5 – 2,0

10-5

Minerale olie (C10-C40) incl. lu/os

MM5

0,4 – 1,0

01-3/02-4/04-2/06-2

Standaardpakket incl. lu/os

Tabel 5.1: samenstelling analysemonsters en analysepakket

De analyseresultaten van de grond(meng)monsters worden in de volgende tabel samengevat, waarbij door middel van onderstaande sterrencodering de mate van verontreiniging is aangegeven.

*

Het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan de het gemiddelde van de achtergronden interventiewaarde;

**

het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde;

***

het gehalte is groter dan de interventiewaarde.

In de Regeling bodemkwaliteit (RBK) is vastgelegd dat de toetsing altijd moet plaatsvinden door het gevonden gehalte in een monster eerst te corrigeren met het lutum en organisch stof gehalte (=berekende concentratie) en vervolgens te vergelijken met de grenswaarden van de Regeling Bodemkwaliteit.

In de kolommen zijn alleen die stoffen vermeld waarvan de analyseresultaten na toetsing hoger zijn dan de bijbehorende achtergrondwaarde voor duurzame bodemkwaliteit. Zie bijlage 6 voor het analyserapport.

Pagina | 13 AM21043

(Meng)monster MM1

MM2

Traject (m -mv) 0 – 0,2

0 – 0,25

Zintuiglijke waarnemingen Geen bijzonderheden / bijmengingen

Geen bijzonderheden / bijmengingen

Verhoogde component Zink

Berekende concentratie en toetsing 167 mg/kg d.s.

*

PAK (10-VROM)

3,1 mg/kg d.s.

*

Cadmium

2,12 mg/kg d.s.

*

Kwik

0,192 mg/kg d.s.

*

Lood

60,2 mg/kg d.s.

*

Zink

237 mg/kg d.s.

*

PAK (10-VROM)

24,4 mg/kg d.s.

**

Som PCB

62,7 µg/kg d.s.

*

Som DDD

30,3 µg/kg d.s

*

Som DDE

142 µg/kg d.s

*

Alpha-endosulfan

20,3 µg/kg d.s

*

MM3

0,12 – 0,4

Geen bijzonderheden / bijmengingen

Kobalt

16,5 mg/kg d.s.

*

M4

1,5 – 2,0

Geen bijzonderheden / bijmengingen

--

--

-

MM5

0,4 – 1,0

Geen bijzonderheden / bijmengingen

Cadmium

0,75 mg/kg d.s.

*

Tabel 5.2: Toetsingsresultaten van de grond(meng)monsters

Uit de analyseresultaten blijkt dat grondmengmonster MM1 (dieptetraject 0 – 0,2 m-mv.) licht verhoogd is met zink en PAK. Grondmengmonster MM2 (dieptetraject 0 – 0,25 m-mv.) is licht verhoogd met diverse zware metalen, som PCB, som DDD, som DDE, Alpha-endosulfan en matig verhoogd met PAK. Grondmengmonster MM3 (dieptetraject 0,12 – 0,4 m-mv.) is licht verhoogd met kobalt. Grondmonster MM5 (dieptetraject 0,4 – 1,0 m-mv.) is licht verhoogd met cadmium. In grondmonster M4 (ter plaatse van de voormalige HBO tank) zijn geen verhogingen met minerale olie aangetoond tegenover de geldende achtergrondwaarde.

Naar aanleiding van het gemeten matig verhoogde gehalte aan PAK is, in overleg met de opdrachtgever, besloten om de drie deelmonsters waaruit grondmengmonster MM2 is samengesteld separaat te analyseren op het voorkomen van PAK. De analyseresultaten van de grondmonsters worden in de volgende tabel samengevat. In de kolommen zijn alleen die stoffen vermeld waarvan de analyseresultaten na toetsing hoger zijn dan de bijbehorende achtergrondwaarde voor duurzame bodemkwaliteit. Zie bijlage 4-2 voor het analyserapport.. (Meng)monster

Zintuiglijke waarnemingen

M6 (boring 1)

Traject (m -mv) 0,1 – 0,2

Geen bijzonderheden / bijmengingen

Verhoogde component PAK (10 VROM)

Berekende concentratie [mg/kg d.s.] en toetsing 2,44 *

M7 (boring 5)

0,05 – 0,25

Geen bijzonderheden / bijmengingen

PAK (10 VROM)

23,7

**

M8 (boring 7)

0 – 0,2

Geen bijzonderheden / bijmengingen

PAK (10 VROM)

--

--

Tabel 5.3: Toetsingsresultaten uitsplitsing grondmengmonster MM3

Uit de analyseresultaten blijkt dat grondmonster M6 (boring 1; dieptetraject 0,1 – 0,2 m-mv.) licht verhoogd is met PAK. Grondmonster M7 (boring 5; dieptetraject 0,05 – 0,25 m-mv.) is matig verhoogd met PAK. Grondmonster M8 (boring 7; dieptetraject 0 – 0,2 m-mv.) is niet verhoogd met PAK. De aangetoonde verhoogde gehalten met PAK zijn waarschijnlijk te relateren aan het langdurig menselijk gebruik van de locatie. De matige verhoging met PAK ter plaatse van boring 5 geeft formeel aanleiding tot het uitvoeren van een nader onderzoek gezien het toekomstig gebruik als wonen met tuin.

Pagina | 14 AM21043

Zware metalen bezitten een geringe mobiliteit in de bodem en hechten zich met name aan slib- en kleideeltjes. Zware metalen komen van nature in bepaalde concentraties in de bodem voor. Deze concentraties kunnen verhoogd voorkomen in het stedelijk milieu. De afgifte vindt onder andere plaats door dakpannen, dakgoten, kabels en leidingen, verkeer en afval. Ook depositie van zware metalen op de bodem door industriële activiteiten is een mogelijke oorzaak van verhoogde concentraties. Tot de bedrijfsactiviteiten die verontreiniging van de bodem met zware metalen kunnen veroorzaken worden onder andere gerekend galvanische bedrijven, grafische industrie, sloperijen en metaalbewerkende industrie.

De afkorting PAK staat voor Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen. Het gaat hierbij om een verbindingsklasse van meer dan 200 stoffen, die bestaan uit twee of meer aan elkaar verbonden benzeenringen. Ze ontstaan met name bij verbrandingsprocessen, en kunnen dus zowel een synthetische als een natuurlijke oorsprong hebben. PAK’s ontstaan o.a. door onvolledige verbranding van minerale olie zoals die ook in het verkeer plaatsvindt. Ze worden tevens gevormd bij het proces van droge destillatie van steenkool, zoals die bij gas- en cokesfabrieken werd toegepast. Daarnaast kunnen ze worden aangetroffen bij de vervaardiging en verwerking van rubber, kunststoffen, verf, lakken, minerale olie en teerproducten. In de chemische grondstoffenindustrie dienen ze als tussenproducten bij verschillende syntheses, bijvoorbeeld van verfstoffen en farmaceutica. De belangrijkste PAK-verbindingen in steenkoolteer zijn naftaleen, chryseen, fenanthreen en fluorantheen. Alle zijn praktisch onoplosbaar in water, niet vluchtig en persistent (niet afbreekbaar).

OCB zijn (organochloor)bestrijdingsmiddelen, die vooral zijn toegepast als insecticide. In het verleden zijn bestrijdingsmiddelen gebruikt waarvan pas achteraf duidelijk werd dat ze erg slecht afbreken in de bodem, zoals DDT, Drins (Aldrin, Dieldrin en Endrin) en zogeheten HCH's. Daardoor is veel grond die vroeger werd gebruikt als landbouwgrond, nog steeds vervuild met deze bestrijdingsmiddelen.

5.3

Grondwatermonster(s)

De analyseresultaten van de grondwatermonsters worden in de volgende tabel samengevat, waarbij door middel van onderstaande sterrencodering de mate van verontreiniging is aangegeven.

*

Het gehalte is groter dan of gelijk aan de streefwaarde (of de detectiegrens, indien deze hoger is) en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde;

**

het gehalte is groter dan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde;

***

het gehalte is groter dan de interventiewaarde.

In de kolommen zijn alleen die stoffen vermeld waarvan de analyseresultaten na toetsing hoger zijn dan de bijbehorende streefwaarde voor duurzame bodemkwaliteit. Zie bijlage 7 voor het analyserapport.

Pagina | 15 AM21043

Peilbuis

Grondwaterstand [m-mv.]

Verhoogde component

01

Filtertraject [m-mv] 2,2 – 3,2

1,3

barium

Gemeten concentratie [µg/l] en toetsing 92 *

10

2,3 – 3,3

1,3

--

--

-

Tabel 5.4: Toetsingsresultaten van de grondwatermonsters

Uit de analyseresultaten blijkt dat het grondwater afkomstig uit peilbuis 1 licht verhoogd is met barium. In het grondwater afkomstig uit peilbuis 10 (ter plaatse van de voormalige ondergrondse HBO tank) zijn geen verhogingen aan vluchtige aromaten of minerale olie aangetoond.

De licht verhoogde gehalten met barium worden waarschijnlijk gedeeltelijk van buiten de onderzoekslocatie aangevoerd, aangezien in de ondergrondmonsters geen verhoogde concentraties gemeten zijn. Verhoogde gehalten aan barium zijn vaak ook van natuurlijke oorsprong. Op de locatie zijn ook geen verontreinigingsbronnen aan te wijzen die in relatie zouden kunnen staan met het verhoogd aangetroffen gehalte aan barium.

5.4

Toetsing van de gestelde hypothese

Geconcludeerd kan worden dat de berekende concentraties in de grond in overeenstemming zijn met de vooraf geformuleerde hypothese dat de locatie als verdacht beschouwd kan worden. De bovengrond is plaatselijk licht verhoogd met diverse zware metalen, PAK, som PCB, som DDD, som DDE en alpha-endosulfan. Na uitsplitsing van grondmengmonster MM2 blijkt dat er een matige PAK verhoging aanwezig is in de bovengrond van boring 05. Formeel geeft de matige verhoging met PAK aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek gezien het toekomstige gebruik als tuin. In de grond en het grondwater ter plaatse van de voormalige ondergrondse HBO-tank zijn geen verhogingen aangetoond. Geconcludeerd kan worden dat de gemeten concentraties in het grondwater in overeenstemming zijn met de vooraf opgestelde hypothese dat de locatie verdacht is. Het uitvoeren van een aanvullend of nader grondwateronderzoek is gelet op de aangetroffen component en gemeten concentratie niet noodzakelijk geacht.

Pagina | 16 AM21043

6. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Tijdens de veldinspectie op de locatie zijn geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreiniging of bronnen van verontreiniging. In het opgeboorde bodemmateriaal van de bovengrond van boring 02 is een uiterst baksteenhoudende verhardingslaag en in de bovengrond van boring 10 een lichte bijmengingen met beton waargenomen. Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond plaatselijk licht verhoogd is met cadmium, kwik, lood, zink, kobalt, PAK, som PCB, som DDD, som DDE en Alpha-endosulfan. Na uitsplitsing van mengmonster MM2 blijkt dat er in de bovengrond van boring 5 een matige verhoging met PAK aanwezig is. De ondergrond blijkt licht verhoogd met cadmium. In het freatisch grondwater is een lichte verhoging met barium aangetoond. In de grond en het grondwater ter plaatse van de voormalige ondergrondse HBO tank zijn geen verhogingen met vluchtige aromaten of minerale olie aangetoond. De resultaten van dit bodemonderzoek geven voor wat betreft het matig verhoogde gehalte aan PAK in de bovengrond ter plaatse van boring 5 formeel aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek. Voorafgaand aan de herontwikkeling dient vastgesteld te worden of het een lokale puntverhoging betreft. De milieuhygiënische conditie van de bodem vormt momenteel een belemmering voor de voorgenomen herontwikkeling tot wonen met tuin.

Op de onderzoekslocatie staat een champignonloods met asbestverdachte dakbedekking (wel met gootconstructie). Hierdoor wordt de bedrijfslocatie als verdacht aangemerkt. Om de aanwezigheid van asbest in de bodem (bovengrond) uit te sluiten, wordt geadviseerd om (na sloop/verwijdering van deze materialen) een verkennend onderzoek asbest in bodem conform de NEN 5707 uit te voeren.

Indien er werkzaamheden plaatsvinden, waarbij grond vrijkomt, kan de grond mogelijk niet zonder meer worden afgevoerd of elders worden toegepast. Ten aanzien van hergebruik van deze grond elders is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing.

Het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie is niet multifunctioneel toepasbaar. Het wordt daarom afgeraden het freatisch grondwater te gebruiken voor consumptie, besproeiing of proceswater.

Pagina | 17 AM21043

aeres milieu

Bijlage 1 Topografische en kadastrale situatie

AM21043

Kadastrale kaart

Uw referentie: AM21043-NP

Deze kaart is noordgericht

12345 25

Schaal 1: 2600

Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens

Kadastrale gemeente Sectie Perceel

Maasdriel N 1163

Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 19 januari 2021 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers

Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.

aeres milieu

Bijlage 2 Foto’s onderzoekslocatie

AM21043

AM21043

Foto 1

Foto 2

Foto 3

Foto 4

Foto 5

Foto 6

AM21043

Foto 7

Foto 8

Foto 9

Foto 10

Foto 11

Foto 12

AM21043

Foto 13

Foto 14

Foto 15

Foto 16

aeres milieu

Bijlage 3 Situatietekening met boorpuntlocaties

AM21043

150926

150951

150976

151001

419125

Legenda

419100

419100

419125

419150

150901

419150

150876

Boorpuntenkaart (A4)

Plangebied

AM21043 Kerkdriel Wertsteeg 23

Foto's

Schaal

Boringen

N

boring tot 0,50 m - mv.

v1.0_6-4-2021_LK

419075

peilbuis Achtergrond: Luchtfoto PDOK Actueel 25 cm, Kadastrale kaart WFS PDOK

150876

150901

150926

150951

150976

151001

419075

boring tot 2,00 m - mv.

aeres milieu

Bijlage 4 Boorprofielen en zintuiglijke waarnemingen

AM21043

getekend volgens NEN 5104

Boring:

01

Boring: 0 5 10

0 1

tegel

0

0

50

50 3

Klei, zwak zandig, matig humeus, sporen wortels, donkerbruin, Edelmanboor Klei, zwak zandig, matig roesthoudend, bruingrijs, Edelmanboor

100

2 50

50 3

70

Uiterst baksteenhoudend, matig zandhoudend, Edelmanboor

100

Klei, zwak zandig, donker bruingrijs, Edelmanboor

4 100

4

Klei, zwak zandig, sporen roest, donker bruingrijs, Edelmanboor

5 150

150

150

150 Klei, zwak zandig, neutraalgrijs, Edelmanboor

5 200

grind Uiterst baksteenhoudend, matig zandhoudend, Graven

1

Zand, matig grof, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor

2

02

Klei, neutraalgrijs, Edelmanboor 6 200

200

250 270

Klei, sterk siltig, blauwgrijs, Edelmanboor 300

310

Boring:

03

Boring: 0

0

12 20

1 2

50

50

beton Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindhoudend, donker bruingrijs, Edelmanboor

04

0

0 1

houten vloer

15

Betonboor Volledig beton, Betonboor

1 50

50

Klei, matig zandig, donker bruingrijs, Edelmanboor

2

70

Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen grind, geen olie-water reactie, neutraal beigegrijs, Edelmanboor Klei, zwak zandig, geen olie-water reactie, donkergrijs, Edelmanboor

Boring:

05

Boring: 0 5

0

2 50

50

0

Klei, zwak zandig, matig humeus, matig wortelhoudend, matig grindhoudend, donkerbruin, Edelmanboor

50

0

50

Betonboor

40

Zand, matig fijn, zwak siltig, brokken klei, neutraal beigegrijs, Edelmanboor

70

Klei, zwak zandig, donkergrijs, Edelmanboor

0

gras

08

0

Klei, zwak zandig, matig humeus, matig wortelhoudend, donkerbruin, Edelmanboor

2 50

erf

beton

12

2

Boring:

1

0

1

07

0

06

Grind, Graven

1

Boring:

grind

1

20

2 50

50

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen wortels, donker bruingrijs, Edelmanboor Klei, matig zandig, donker bruingrijs, Edelmanboor

Projectnaam: Wertsteeg 23 te Kerkdriel Projectcode: AM21043

Opdrachtgever: Ordito

getekend volgens NEN 5104

Boring:

09

Boring: 0

0 1

20

2 50

50

gras

0

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen wortels, donker bruingrijs, Edelmanboor Klei, zwak zandig, matig humeus, donker bruingrijs, Edelmanboor

10 erf Klei, zwak zandig, matig humeus, sporen beton, geen olie-water reactie, donkerbruin, Edelmanboor

1 2 50

50

Klei, zwak zandig, matig humeus, geen olie-water reactie, donkerbruin, Edelmanboor

3 100

100

Klei, zwak zandig, zwak roesthoudend, geen olie-water reactie, bruingrijs, Edelmanboor

4 150

150

Klei, zwak zandig, geen olie-water reactie, neutraalgrijs, Edelmanboor

5 200

250 280

Klei, sterk siltig, geen olie-water reactie, blauwgrijs, Edelmanboor

300 330

Projectnaam: Wertsteeg 23 te Kerkdriel Projectcode: AM21043

Opdrachtgever: Ordito

Legenda (conform NEN 5104) grind

klei

geur

Grind, siltig

Klei, zwak siltig

Grind, zwak zandig

Klei, matig siltig

geen geur zwakke geur matige geur sterke geur

Grind, matig zandig

Klei, sterk siltig

Grind, sterk zandig

Klei, uiterst siltig

Grind, uiterst zandig

Klei, zwak zandig

uiterste geur

olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig

Klei, sterk zandig

zand

uiterste olie-water reactie

p.i.d.-waarde >0

Zand, kleiïg

>1 >10 Zand, zwak siltig

>100

leem

>1000

Zand, matig siltig

Leem, zwak zandig

>10000

Zand, sterk siltig

Leem, sterk zandig

monsters geroerd monster

Zand, uiterst siltig

overige toevoegingen zwak humeus

veen Veen, mineraalarm

matig humeus

ongeroerd monster volumering

overig bijzonder bestanddeel

Veen, zwak kleiïg

sterk humeus

Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand

Veen, sterk kleiïg

zwak grindig

Veen, zwak zandig

matig grindig

Veen, sterk zandig

sterk grindig

Gemiddeld laagste grondwaterstand slib

water

peilbuis blinde buis

casing

hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand zand afdichting bentoniet/mikoliet/klei afdichting

grind afdichting filter

aeres milieu

Bijlage 5 Verklaring veldmedewerker

AM21043

VERKLARING Hierbij verklaar ik (ondergetekende) dat de veldwerkzaamheden onafhankelijk van de opdrachtgever zijn uitgevoerd conform de eisen van de BRL 2000. Projectnummer

AM21043

Onderzoekslocatie

Wertsteeg 23, Kerkdriel

Opdrachtgever

Ordito

Afwijkingen van BRL 2000 (protocol)

Nee

Ja, aard en motivatie afwijkingen beschrijven Protocol :

Datum uitvoering veldwerkzaamheden:

2001, 2002 en 2018

5 maart 2021

2002

15 maart 2021

Gecertificeerd monsternemer

H. van den Tillaar

L. Koomen

aeres milieu

Bijlage 6 Analyseresultaten grond(meng)monsters met achtergrond en interventiewaarden

AM21043

Projectnaam Projectcode

Wertsteeg 23 te Kerkdriel AM21043

Tabel: Analyseresultaten grond (as3000) monsters (gehalten in mg/kgds, tenzij anders aangegeven) Monstercode Bodemtype

monster voorbehandeling() droge stof(gew.-%) gewicht artefacten(g) aard van de artefacten(-)

MM1 1 or

MM2 2 or

br

Ja 82.0 <1 Geen

AW 1/2(AW+I)

Ja 79.6 <1 Geen

-----

organische stof (gloeiverlies)(% vd DS) 3.6

--

3.3

--

KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem)(% vd DS)

15

--

23

--

METALEN barium+ cadmium kobalt koper kwik° lood molybdeen nikkel zink

99 0.37 6.9 17 <0.05 27 <0.5 20 120

*

170 1.7 10 26 0.18 54 <0.5 29 210

182 2.12 10.7 30.4 0.192 60.2 0.35 30.8 237

POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen <0.01 -0.12 fenantreen 0.08 -3.2 antraceen 0.09 -1.4 fluoranteen 0.76 -9.1 benzo(a)antraceen 0.62 -3.7 chryseen 0.42 -2.7 benzo(k)fluoranteen 0.32 -0.98 benzo(a)pyreen 0.38 -1.7 benzo(ghi)peryleen 0.20 -0.69 indeno(1,2,3-cd)pyreen 0.22 -0.83 pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor) 3.097 3.1 * 24.42 24.4 CHLOORBENZENEN hexachloorbenzeen(µg/kgds)

<1

POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28(µg/kgds) PCB 52(µg/kgds) PCB 101(µg/kgds) PCB 118(µg/kgds) PCB 138(µg/kgds) PCB 153(µg/kgds) PCB 180(µg/kgds) som PCB (7) (0.7 factor)(µg/kgds)

<1 <1 <1 <1 <1 1.1 <1 5.3

CHLOORBESTRIJDINGSMIDDELEN o,p-DDT(µg/kgds) p,p-DDT(µg/kgds) som DDT (0.7 factor)(µg/kgds) o,p-DDD(µg/kgds) p,p-DDD(µg/kgds) som DDD (0.7 factor)(µg/kgds) o,p-DDE(µg/kgds) p,p-DDE(µg/kgds) som DDE (0.7 factor)(µg/kgds) som DDT,DDE,DDD (0.7 factor)(µg/kgds) aldrin(µg/kgds) dieldrin(µg/kgds) endrin(µg/kgds) som aldrin/dieldrin/endrin (0.7 factor)(µg/kgds)

<1 3.9 4.6 <1 <1 1.4 <1 10 10.7 16.7 <1 <1 <1 2.1

1.94

1.7

-------14.7

--12.8 --3.89 --29.7 -1.94 --5.83

<1 <1 1.4 1.3 7.0 4.6 5.0 20.7

<1 36 36.7 <1 9.3 10 <1 46 46.7 93.4 <1 2.0 <1 3.4

RBK eis

br

-----

146 0.5 10 23.4 0.0411 33.5 0.35 28 167

I

*

0.60 15 40 0.15 50 1.5 35 140

6.8 102 115 18 290 96 68 430

920 13 190 190 36 530 190 100 720

20 0.20 3.0 5.0 0.050 10 1.5 4.0 20

----------**

1.5

21

40

0.35

8.5

1004

2000

1.0

20

510

1000

4.9

200

950

1700

2.0

20

17010

34000 1.4

100

1200

2300

1.4

320

4.2 1.0

4000

2.1

*

* *

5.15

62.7

-------*

--111

30.3

142

--* --* --

2.12 --10.3

15

2008

isodrin(µg/kgds) <1 som aldrin/dieldrin (0.7 factor)(µg/kgds) 1.4 telodrin(µg/kgds) <1 alpha-HCH(µg/kgds) <1 beta-HCH(µg/kgds) <1 gamma-HCH(µg/kgds) <1 delta-HCH(µg/kgds) <1 som a-b-c-d HCH (0.7 factor)(µg/kgds) 2.8 heptachloor(µg/kgds) <1 cis-heptachloorepoxide(µg/kgds) <1 trans-heptachloorepoxide(µg/kgds) <1 som heptachloorepoxide (0.7 factor)(µg/kgds) 1.4 alpha-endosulfan(µg/kgds) <1 hexachloorbutadieen(µg/kgds) <1 endosulfansulfaat(µg/kgds) <1 trans-chloordaan(µg/kgds) <1 cis-chloordaan(µg/kgds) <1 som chloordaan (0.7 factor)(µg/kgds) 1.4 Som organochloorbestrijdingsmiddelen (0.7 factor) waterbodem(µg/kgds) 28.6 som organochloorbestrijdingsmiddelen (0.7 factor) landbodem(µg/kgds) 27.2 MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40

<5 <5 20 17 40

---1.94 1.94 1.94

a

--1.94

a

--3.89 1.94

a a

---3.89

111

a

<1 2.7 <1 <1 <1 <1 <1 2.8 <1 <1 <1 1.4 6.7 <1 <1 <1 <1 1.4

---2.12 2.12 2.12

a a

1.0 2.0 3.0

8500 801 602

17000 1.0 1600 1.0 1200 1.0

0.70

2000

4000

1.0

2.0 0.90 3.0

2001 2000

4000 4000

1.4 1.0 1.0

2.0

2001

4000

1.4

190

2595

5000

35

--2.12

a

--4.24 20.3

a

* ----

4.24

a

--

112.6

--

--

112.2

--

-----

<5 <5 14 7 20

----60.6

Monstercode en monstertraject 1 13417408-001 MM1 03(1) 08(1) 09(1) 2 13417408-002 MM2 01(1) 05(1) 07(1) De resultaten zijn voor de interventiewaarde getoetst aan de toetsingswaarden zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatcourant 27 juni 2013, Nr. 16675 en voor de achtergrondwaarde aan het Besluit Bodemkwaliteit, Staatscourant 20 december 2007, Nr. 247. Tevens zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd: De gewijzigde grenswaarden van een aantal OCB (per 30-07-2008) (www.Senternovem.nl) en de wijziging in de Staatscourant 67 van 7 april 2009 en met wijzingen zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). De gehalten die de betreffende toetsingswaarden overschrijden zijn als volgt geclassificeerd: het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- en * interventiewaarde het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de ** interventiewaarde *** het gehalte is groter dan de interventiewaarde -geen toetsingswaarde voor opgesteld niet geanalyseerd # Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat RBK Tabel 1 (rapportagegrenzen), Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012).

a gecorrigeerd gehalte is groter dan of gelijk aan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), maar wel kleiner dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012), dus mag verondersteld worden kleiner dan de achtergrondwaarde te zijn. b gecorrigeerd gehalte is groter dan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), en groter dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). + De interventiewaarde voor barium geldt alleen voor die situaties waarbij duidelijk sprake is van antropogene verontreiniging en geen sprake is van thermisch gereinigde grond en baggerspecie. ° Er staan twee interventie waardes beschreven voor kwik in grond in de circulaire bodemsanering (per 1 juli 2013); 4 mg/kg d.s. voor organisch kwik en 36 mg/kg d.s. voor anorganisch kwik. Het analyse resultaat is het gehalte aan kwik. Er kan daarin geen verder onderscheid worden gemaakt tussen de twee soorten. Voor deze toetsing wordt de eis van 36 mg/kg d.s. gehanteerd. or Origineel resultaat br Omgerekend resultaat De achtergrond- en interventiewaarden zijn afhankelijk van de bodemsamenstelling. Voor de toetsing is gebruik gemaakt van de volgende samenstelling: (Als humus/lutum niet is gemeten geldt een default waarde van lutum = 25% en organische stof = 10%.) Bodemtypehumus lutum 1 3.6% 15% 2 3.3% 23%

Projectnaam Projectcode

Wertsteeg 23 te Kerkdriel AM21043

Tabel: Analyseresultaten grond (as3000) monsters (gehalten in mg/kgds, tenzij anders aangegeven) Monstercode Bodemtype

monster voorbehandeling() droge stof(gew.-%) gewicht artefacten(g) aard van de artefacten(-)

MM3 3 or

M4 4 or

br

AW 1/2(AW+I)

RBK eis

br

Ja 88.4 <1 Geen

-----

Ja 72.9 <1 Geen

-----

organische stof (gloeiverlies)(% vd DS) <0.5

--

0.7

--

KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem)(% vd DS)

2.6

--

31

--

METALEN barium+ cadmium kobalt koper kwik° lood molybdeen nikkel zink

24 <0.2 5.0 <5 <0.05 <10 <0.5 11 33

-

0.60 15 40 0.15 50 1.5 35 140

6.8 102 115 18 290 96 68 430

920 13 190 190 36 530 190 100 720

20 0.20 3.0 5.0 0.050 10 1.5 4.0 20

POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen <0.01 -fenantreen <0.01 -antraceen <0.01 -fluoranteen <0.01 -benzo(a)antraceen <0.01 -chryseen <0.01 -benzo(k)fluoranteen <0.01 -benzo(a)pyreen <0.01 -benzo(ghi)peryleen <0.01 -indeno(1,2,3-cd)pyreen <0.01 -pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor) 0.07 0.07

-

1.5

21

40

0.35

CHLOORBENZENEN hexachloorbenzeen(µg/kgds)

<1

-

8.5

1004

2000

1.0

POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28(µg/kgds) PCB 52(µg/kgds) PCB 101(µg/kgds) PCB 118(µg/kgds) PCB 138(µg/kgds) PCB 153(µg/kgds) PCB 180(µg/kgds) som PCB (7) (0.7 factor)(µg/kgds)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11996689/1