Begroting 2025 VRGZ v1.0
Tekst van het document
Het niet tijdig invullen van vacatures leidt naast hoge werkdruk ook tot hogere kosten van inhuur en interim-oplossingen. Tenslotte komt de kwaliteit van de dienstverlening in brede zin onder druk te staan. Dit raakt niet alleen burgers, maar ook onze samenwerkingspartners.
Juridische ondersteuning De toename van handhavingszaken en maatwerkadviezen waarbij een juridische toets noodzakelijk is, zoals juridische kwesties rondom overeenkomsten en maatschappelijke ontwikkelingen, de Omgevingswet, controle op inspectierapporten en ontwikkelingen in jurisprudentie, leiden tot de noodzaak voor het aantrekken van een juridisch adviseur op dit gebied. Daarnaast komt de Brandweer steeds meer in aanraking met juridische procedures. Op dit moment is de juridische kennis en capaciteit binnen de VRGZ onvoldoende aanwezig. Onderzoeksbureau Berenschot heeft in 2021 de overhead kosten van de VRGZ vergeleken met 15 andere Veiligheidsregio’s en geconcludeerd dat bij de VRGZ de kosten van de overhead 20% lager liggen dan het gemiddelde in de benchmark. Deze uitbreiding is nodig in relatie tot toetsing van de complexe dossiers. Bij onvoldoende juridische capaciteit is de verwachting dat de VRGZ meer in juridische trajecten terechtkomt waarvoor we extern in zullen moeten huren. Onvoldoende capaciteit kan daarnaast consequenties hebben voor doorlooptijden en kwaliteit van advisering.
Formatie Veilig bouwen In de begroting 2024 heeft het bestuur VRGZ ingestemd met een uitbreiding van de formatie van de afdeling Veilig bouwen met 1 fte, waarna geëvalueerd zou worden of deze uitbreiding afdoende is om de continuïteit en de kwaliteit van de adviezen te kunnen garanderen. De reden van de uitbreiding was de toename van het aantal aanvragen: in 2017 verstrekte het team Veilig Bouwen iets meer dan 1.400 adviezen ten opzichte van bijna 1.900 in 2022. Uit de evaluatie is gebleken dat het aantal adviesaanvragen in 2023 wederom verder is toegenomen naar ruim 2.000. Daarnaast is
Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028
64
ook in samenwerking met de omgevingsdiensten en de gemeenten gekeken hoe de werkprocessen zo optimaal mogelijk kunnen worden ingericht. De verwachting is echter dat het aantal aanvragen en de complexiteit ervan niet zullen afnemen. Om de continuïteit en de kwaliteit van de adviesaanvragen te kunnen garanderen is het voorstel is om nogmaals 1 fte toe te voegen aan het team Veilig Bouwen. De VRGZ zal daarnaast blijven investeren in het aanscherpen van werkprocessen. Zonder uitbreiding zal extern moeten worden ingehuurd om het volume te verwerken. Aan de behandeling van de adviesaanvragen hangen wettelijke termijnen. Het halen van deze termijnen wordt steeds ingewikkelder. Indien de brandweer door capaciteitsgebrek niet tijdig een advies kan uitbrengen kan het zijn dat een gemeente of omgevingsdienst een besluit moeten nemen zonder dit advies mee te laten wegen. Hiermee kunnen mogelijk gevaarlijke situaties goedgekeurd worden. De stijging treedt nu verschillende jaren achtereen op en lijkt daarmee structureel.
Informatieveiligheid Ten behoeve van de versterking van de cyberweerbaarheid op basis van de Baseline Informatiebeveiliging Overheid, de standaard die verplicht is voor overheidsorganisaties, vraagt het organiseren van de monitoring van dreigingen en kwetsbaarheden en de incident respons op digitale incidenten om extra formatie en software (zie ook paragraaf 5.4.3).
Energielasten Als gevolg van de gestegen prijzen voor energie en -belastingen stijgen de jaarlijkse energielasten.
Herziening MJOP De herziening van het meerjarenonderhoudsplan (MJOP) leidt als gevolg van hogere prijzen voor arbeid en materiaal en de ouderdom en staat van installaties en panden, tot een stijging van de jaarlijkse dotatie aan de voorziening groot onderhoud (zie ook paragraaf 5.2). Ten laste van het positieve resultaat van 2023 is een bestemde reserve gevormd om deze uitzetting de komende jaren te dekken. Begin 2028 resteert in deze reserve echter nog een bedrag van € 79.000,- (zie ook paragraaf 6.5), het resterende gedeelte van de uitzetting van de dotatie zal vanaf dat moment aan de gemeentelijke bijdrage worden toegevoegd (€ 540.000,- in 2028). Met ingang van 2029 zal het volledige bedrag van € 619.000,- onderdeel uit gaan maken van de gemeentelijke bijdrage.
Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028
65
7.2 Baten en lasten per taakveld Baten en lasten per taakveld VRGZ bedragen x € 1.000,-
Realisatie 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
Crisisbeheersing en brandweer
47.958
42.894
5.064
49.718
44.899
4.819
53.419
48.241
5.178
Samenkracht en burgerparticipatie
3.359
3.361
-2
0
0
0
0
0
0
Volksgezondheid
31.875
27.826
4.049
33.246
28.578
4.668
36.303
31.166
5.137
Algemene uitkeringen
8.901
0
8.901
9.235
0
9.235
9.994
0
9.994
Treasury
0
-126
126
0
35
-35
0
160
-160
Overhead
3.479
19.249
-15.770
3.987
24.235
-20.248
4.159
25.027
-20.868
Vennootschapsbelasting (Vpb)
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Overige baten en lasten
0
0
0
0
0
0
0
0
0
95.572
93.204
2.368
96.186
97.747
-1.561
103.875
104.594
-719
708
0
708
1.461
0
1.461
619
0
619
96.280
93.204
3.076
97.647
97.747
-100
104.494
104.594
-100
Saldo van baten en lasten Mutaties reserves Resultaat
Tabel 20: baten en lasten per taakveld VRGZ
Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028
66
Baten en lasten per taakveld VRGZ meerjarig bedragen x € 1.000,-
Begroting 2025
Raming 2026
Raming 2027
Raming 2028
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Baten
Lasten
Baten
Lasten
53.419
48.241
5.178
53.419
48.543
53.419
48.543
53.959
48.543
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Volksgezondheid
36.303
31.166
5.137
36.303
31.166
36.303
31.166
36.303
31.166
Algemene uitkeringen
9.994
0
9.994
10.296
0
10.296
0
10.296
0
Treasury
0
160
-160
0
160
0
160
0
160
Overhead
4.159
25.027
-20.868
4.059
24.827
4.059
24.827
4.059
24.827
Vennootschapsbelasting (Vpb)
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Overige baten en lasten
0
0
0
0
0
0
0
0
0
103.875
104.594
-719
104.077
104.696
104.077
104.696
104.617
104.696
619
0
619
619
0
619
0
79
0
104.494
104.594
-100
104.696
104.696
104.696
104.696
104.696
104.696
Crisisbeheersing en brandweer Samenkracht en burgerparticipatie
Saldo van baten en lasten Mutaties reserves Resultaat
Tabel 21: baten en lasten per taakveld VRGZ meerjarig
Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028
67
Baten en lasten per taakveld Crisis- en Rampenbestrijding bedragen x € 1.000,-
Realisatie 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
Crisisbeheersing en brandweer
47.958
42.894
5.064
49.718
44.899
4.819
53.419
48.241
5.178
Samenkracht en burgerparticipatie
3.359
3.361
-2
0
0
0
0
0
0
Algemene uitkeringen
8.901
0
8.901
9.235
0
9.235
9.994
0
9.994
Overhead
3.479
15.514
-12.035
3.987
19.567
-15.580
4.159
19.891
-15.731
Treasury
0
-126
126
0
35
-35
0
160
-160
Vennootschapsbelasting (Vpb)
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Overige baten en lasten
0
0
0
0
0
0
0
0
0
63.697
61.643
2.054
62.940
64.501
-1.561
67.572
68.291
-719
708
0
708
1.461
0
1.461
619
0
619
64.405
61.643
2.762
64.401
64.501
-100
68.191
68.291
-100
Saldo van baten en lasten Mutaties reserves Resultaat
Tabel 22: baten en lasten per taakveld Crisis- en Rampenbestrijding
Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028
68
Baten en lasten per taakveld Crisis- en Rampenbestrijding meerjarig bedragen x € 1.000,-
Begroting 2025
Raming 2026
Raming 2027
Raming 2028
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Baten
Lasten
Baten
Lasten
53.419
48.241
5.178
53.419
48.543
53.419
48.543
53.419
48.543
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Algemene uitkeringen
9.994
0
9.994
10.296
0
10.296
0
10.296
0
Overhead
4.159
19.891
-15.731
4.059
19.690
4.059
19.690
4.059
19.690
Treasury
0
160
-160
0
160
0
160
0
160
Vennootschapsbelasting (Vpb)
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Overige baten en lasten
0
0
0
0
0
0
0
0
0
67.572
68.291
-719
67.774
68.393
67.774
68.393
67.774
68.393
619
0
619
619
0
619
0
619
0
68.191
68.291
-100
68.393
68.393
68.393
68.393
68.393
68.393
Crisisbeheersing en brandweer Samenkracht en burgerparticipatie
Saldo van baten en lasten Mutaties reserves Resultaat
Tabel 23: baten en lasten per taakveld Crisis- en Rampenbestrijding meerjarig
Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028
69
Baten en lasten per taakveld Regionale Ambulancevoorziening bedragen x € 1.000,-
Realisatie 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
31.875
27.826
4.049
33.246
28.578
4.668
36.303
31.166
5.137
Algemene uitkeringen
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Overhead
0
3.735
-3.735
0
4.668
-4.668
0
5.137
-5.137
Treasury
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Vennootschapsbelasting (Vpb)
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Overige baten en lasten
0
0
0
0
0
0
0
0
0
31.875
31.561
314
33.246
33.246
0
36.303
36.303
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
31.875
31.561
314
33.246
33.246
0
36.303
36.303
0
Volksgezondheid
Saldo van baten en lasten Mutaties reserves Resultaat
Tabel 24: baten en lasten per taakveld Regionale Ambulancevoorziening
Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028
70
Baten en lasten per taakveld Regionale Ambulancevoorziening meerjarig bedragen x € 1.000,-
Begroting 2025
Raming 2026
Raming 2027
Raming 2028
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Baten
Lasten
Baten
Lasten
36.303
31.166
5.137
36.303
31.166
36.303
31.166
36.303
36.303
Algemene uitkeringen
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Overhead
0
5.137
-5.137
0
5.137
0
5.137
0
5.137
Treasury
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Vennootschapsbelasting (Vpb)
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Overige baten en lasten
0
0
0
0
0
0
0
0
0
36.303
36.303
0
36.303
36.303
36.303
36.303
36.303
36.303
0
0
0
0
0
0
0
0
0
36.303
36.303
0
36.303
36.303
36.303
36.303
36.303
36.303
Volksgezondheid
Saldo van baten en lasten Mutaties bestemde reserves Resultaat
Tabel 25: baten en lasten per taakveld Regionale Ambulancevoorziening meerjarig
Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028
71
7.3 Begrotingswijzigingen 2024 In onderstaande paragrafen zijn de wijzigingen verwerkt die zich hebben voorgedaan nadat de begroting 2024 is vastgesteld. Het betreft kostenneutrale verschuivingen en mutaties in de bestemde reserves die voortvloeien uit de realisatie 2023.
Verschuivingen De verschuivingen hebben plaatsgevonden ten behoeve van een beter inzicht en een betere presentatie en zijn budgettair neutraal. Daarnaast tracht de VRGZ uitzettingen zo veel als mogelijk op te vangen binnen de eigen begroting. Een aantal verschuivingen binnen deze kolom heeft hier betrekking op.
Mutaties bestemde reserves In 2023 is € 76.000,- minder uitgegeven aan het project Digitaal centraal (optimalisatie van archiefbeheer). Hierdoor is in 2024 zowel het budget voor personeelslasten als de bestemde reserve € 76.000,- hoger dan oorspronkelijk begroot. Ook is in 2023 minder uitgegeven aan de transitie naar fluorvrije schuimblusmiddelen (€ 184.000,-) en aan de aanpassingen om te voldoen aan de aangescherpte wettelijke normen voor diesel motor emissie (€ 124.000,-) waardoor de budgetten van respectievelijk Wagenpark en werkmaterieel en Huisvestingskosten met deze bedragen zijn opgehoogd en de begrote vrijval van de bestemde reserve duurzaamheid in 2024 € 308.000,- bedraagt. Daarnaast is in 2023 een bestemde reserve gevormd voor de toegekende extra BDuR-middelen ten behoeve van de versterking van crisisbeheersing. Een deel van deze middelen wordt in 2024 ingezet (€ 389.000,-). De herziening van het meerjarenonderhoudsplan leidt als gevolg van hogere prijzen voor arbeid en materiaal en de ouderdom en staat van installaties en panden, tot een stijging van de jaarlijkse dotatie aan de voorziening groot onderhoud van € 619.000,- (zie ook paragraaf 5.2). In de Jaarstukken 2023 is voorgesteld om ten laste van het positieve resultaat een bestemde reserve te vormen voor de kostenuitzetting als gevolg van deze herziening.
Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028
72
Begrotingswijzigingen Crisis- en Rampenbestrijding bedragen x € 1.000,-
Begroting 2024
Verschuivingen
Mutaties bestemde reserves
Gewijzigde begroting 2024
Rijksbijdragen
9.134
445
0
9.579
Gemeentelijke bijdragen
48.761
0
0
48.761
Opbrengsten bedrijfsvoering
3.916
71
0
3.987
653
-40
0
613
62.464
476
0
62.940
Personeelslasten
44.449
727
271
45.447
Kapitaallasten
7.558
-501
0
7.057
Wagenpark
2.274
50
183
2.507
Communicatieapparatuur
3.210
-117
0
3.093
Huisvestingskosten
3.918
10
744
4.672
Overige bedrijfskosten
1.516
-238
194
1.472
Onvoorzien
218
0
0
218
Rentebaten en -lasten
-510
545
0
35
62.633
476
1.392
64.501
Saldo van baten en lasten
-169
0
-1.392
-1.561
Toevoegingen reserves
0
0
0
0
Onttrekkingen reserves
69
0
1.392
1.461
-100
0
0
-100
Baten
Overige opbrengsten Totaal baten Lasten
Totaal lasten
Resultaat
Tabel 26: begrotingswijzigingen 2024 C&R
Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028
73
Begrotingswijzigingen RAV bedragen x € 1.000,-
Begroting 2024
Verschuivingen
Gewijzigde begroting 2024
32.895
-44
32.851
Rijksbijdragen
285
0
285
Overige opbrengsten
110
0
110
33.290
-44
33.246
Personeelslasten
26.346
0
26.346
Kapitaallasten
1.606
-44
1.562
Wagenpark
1.144
0
1.144
511
0
511
5
0
5
Overige bedrijfskosten
3.678
0
3.678
Totaal lasten
33.290
-44
33.246
Saldo van baten en lasten
0
0
0
Toevoegingen reserves
0
0
0
Onttrekkingen reserves
0
0
0
Resultaat
0
0
0
Baten Budget aanvaardbare kosten
Totaal baten Lasten
Communicatieapparatuur Huisvestingskosten
Tabel 27: begrotingswijzigingen 2024 RAV
Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028
74
7.4 Beleidsindicatoren Beleidsindicatoren programma Crisis- en Rampenbestrijding Realisatie 2023
Begroting Begroting 2024 2025
Raming 2026
Raming 2027
Raming 2028
Formatie
0,64
0,65
0,66
0,66
0,66
0,66
Bezetting
0,64
0,61
0,61
0,61
0,61
0,61
Apparaatskosten
108
111
117
117
117
117
Externe inhuur
8%
3%
3%
3%
3%
3%
Overhead
19%
24%
23%
23%
23%
23%
Tabel 28: beleidsindicatoren programma Crisis- en Rampenbestrijding
Beleidsindicatoren programma RAV Realisatie 2023
Begroting Begroting 2024 2025
Raming 2026
Raming 2027
Raming 2028
Formatie
0,42
0,42
0,42
0,42
0,42
0,42
Bezetting
0,39
0,38
0,38
0,38
0,38
0,38
Apparaatskosten
56
57
62
62
62
62
Externe inhuur
10%
2%
3%
3%
3%
3%
Overhead
12%
14%
14%
14%
14%
14%
Tabel 29: beleidsindicatoren programma RAV
Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028
75
7.5 Financiële spelregels In deze paragraaf zijn de spelregels en grondslagen opgenomen die de VRGZ hanteert op het gebied van financiën.
Spelregels Bij het budgethouderschap zoals bij de VRGZ is ingericht horen een aantal spelregels die een richtinggevende werking hebben op de handelingswijze bij inhoudelijke en financiële vraagstukken. Deze spelregels zijn hieronder opgenomen.
Begroten Bij het opstellen van de begroting hanteert de VRGZ onderstaande uitgangspunten.
P&C-cyclus De P&C-cyclus van de VRGZ bestaat uit een vooraf opgestelde begroting. De verantwoording vindt plaats via twee tussentijdse rapportages en een jaarrekening.
Relatie beleid-financiën De VRGZ heeft de ambitie om bij het begroten het zicht op de relatie tussen de inhoud en het budget te kunnen bieden: ▪
Dit stelt het Algemeen Bestuur, colleges van burgemeester en wethouders en gemeenteraden, met respect voor ieders verantwoordelijkheid, beter in staat om politiek-bestuurlijke discussies te voeren die niet alleen over geld gaan, maar vooral over de inhoud.
▪
Dit betekent dat het management van de VRGZ verbinding zal zoeken met de portefeuillehouders, leden van het Algemeen Bestuur en de raden om hierbij inzicht en betrokkenheid te creëren.
▪
Daardoor kunnen bestuurders invulling geven aan hun rollen en taken binnen het Algemeen Bestuur en daarbuiten in de colleges en raden.
Structureel sluitende begroting De meerjarenbegroting is structureel sluitend, de laatste van de vier jaarschijven is altijd structureel sluitend. Daarbij wordt bij het begroten uitgegaan van onderstaande punten. ▪
Behoedzame, reële ramingen.
▪
Tegenover structurele uitgaven kunnen geen incidentele inkomsten of incidentele meevallers staan.
Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028
76
Reguliere jaarlijkse indexering van de gemeentelijke bijdrage De indexering van de gemeentelijke bijdrage wordt vastgesteld aan de hand van een tweetal indexen; een loonindex en een materiële index. Een voorbeeld normering: ▪
Loonindex
Voor de loonindex wordt het centraal economisch plan (CEP) gepubliceerd in maart 2018 gebruikt als basis voor indexering. Het gaat dan om het CEP 2018 bijlage Middelen en Bestedingen 2020. Uit deze bijlage wordt genomen: ‘beloning werknemersoverheidssector, prijsmutatie uit de kolom bestedingen’ als indexering voor het loondeel. Er wordt eenmalig nagecalculeerd aan het einde van het begrotingsjaar. De nacalculatie is gebaseerd op de werkelijke lastenontwikkeling zoals deze volgt uit: ▪
de CAR (UWO) Veiligheidsregio’s;
▪
de pensioenpremies vanuit het ABP;
▪
de sociale premies vanuit het Rijk (loonbelasting en premies volksverzekeringen).
Het verschil tussen de voorcalculatie en werkelijke ontwikkeling wordt ten gunste of ten laste van de algemene reserve gebracht, daarnaast wordt de werkelijke ontwikkeling verwerkt in de meerjarenraming. ▪
Materiële index
Ook voor de materiële index wordt het centraal economisch plan (CEP), bijlage Middelen en Bestedingen 2020 gepubliceerd in maart 2018, gebruikt als basis. Uit deze bijlage wordt ‘Bruto Binnenlands Product marktprijzen, prijsmutatie’ gebruikt als indexering voor de materiele lasten. ▪
Verhouding loonindex/materiële index
De VRGZ houdt een verhouding van 70/30 aan.
Prijspeilaanpassingen Prijspeilaanpassingen worden budgettair neutraal behandeld, dus binnen de ruimte die door de indexering van de gemeentelijke bijdrage ontstaat.
Uitzettingen Er zijn drie typen uitzettingen van de begroting die in aanmerking komen voor een voorstel tot een extra bijdrage van gemeenten:
Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028
77
▪
nieuwe beleidsvoorstellen o.a. in relatie tot de uitwerking van onze meerjarenstrategie en beleidsontwikkelingen binnen gemeenten;
▪
buitengewone prijsstijgingen: prijsstijgingen, waar de VRGZ geen invloed op heeft en niet opgevangen kunnen worden binnen de reguliere indexering;
▪
autonome ontwikkelingen: niet door de VRGZ beïnvloedbare stijgingen die voortkomen uit bestaand beleid. Bijvoorbeeld wet- en regelgeving of noodzakelijke uitzettingen in verband met toename van het inwoneraantal in de regio.
Onvoorzien Uit de post onvoorzien worden geen structurele uitgaven gedaan. De VRGZ begroot de post onvoorzien voor het programma Crisis- en Rampenbestrijding op 0,35% van de begrote baten.
Verantwoording kosten bedrijfsvoering Conform BBV wordt de overhead apart inzichtelijk gehouden en gerapporteerd.
Tussentijdse begrotingswijzigingen Wijzigingen binnen financiële kaders Gezien de financiële risico’s die er worden gelopen en onzekere toekomstige ontwikkelingen moet er behoedzaam om gegaan worden met financiële mee- en tegenvallers. Daarom blijven er inspanningen gaande omtrent: ▪
het bestaande financiële beleid zorgvuldig na te leven en jaarlijks bij de jaarrekening een zo gunstig mogelijk financieel resultaat te behalen. Dat houdt in een kostenbewuste houding en bijbehorend gedrag;
▪
tegenvallers door hogere lasten of lagere baten door verlaging van lasten binnen de sectoren of afdelingen op te vangen;
▪
bestemming van niet-voorziene voordelen in de exploitatie gedurende het jaar ter besluitvorming aan het Dagelijks Bestuur en Algemeen Bestuur voor te leggen.
In geval het Directieteam (DT) een voorstel doet om extra geld uit te geven aan nieuwe beleidsontwikkelingen op een ander moment dan bij de integrale afweging bij de begroting, moet solide dekking worden aangewezen. Tenzij er sprake is van externe dekking moet in het voorstel aangegeven worden welk bestaand beleid moet worden geschrapt of verminderd. Wijzigingen binnen financiële kaders worden in principe niet voorgelegd voor zienswijze aan de raden. Als gewijzigd of nieuw beleid politiek gezien een belangrijk onderwerp betreft kan het Dagelijks Bestuur besluiten de wijziging voor zienswijze aan de raden voor te leggen.
Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028
78
Wijzigingen buiten de financiële kaders Als een wijziging substantieel is (boven de € 25.000,-) dan zijn er twee typen uitzettingen in de vorm van tussentijdse begrotingswijziging die in aanmerking komen voor een voorstel tot een extra bijdrage van gemeenten: ▪
buitengewone prijsstijgingen: prijsstijgingen, waar de VRGZ geen invloed op heeft en niet opgevangen kunnen worden binnen de reguliere indexering;
▪
autonome ontwikkelingen: niet door de VRGZ beïnvloedbare stijgingen (zoals wet- en regelgeving) die voortkomen uit bestaand beleid.
Aangezien deze wijzigingen buiten de financiële kaders vallen hebben ze dus invloed op de hoogte van de gemeentelijke bijdrage en worden voorgelegd voor zienswijze aan de raden.
Resultaatbestemming Als in de jaarrekening sprake is van meevallers door hogere baten of lagere lasten dan worden eerst vereiste bestemmingsreserves gevormd en de streefnorm aangevuld. Wat daarna nog resteert wordt aan de gemeenten terugbetaald. Bij een negatief resultaat wordt eerst het weerstandsvermogen aangesproken. Mocht dit onvoldoende zijn dan wordt een beroep gedaan op de gemeenten. Dit wordt hierna uitgewerkt. De VRGZ streeft ernaar in een zo vroeg mogelijk stadium via tussentijdse rapportages het Algemeen Bestuur te informeren over het vormen van bestemde reserves.
Risicomanagement, weerstandsvermogen en reservepositie Risico’s In 2014 is door de VRGZ de nota ‘Risicomanagement, voorzieningen en weerstandsvermogen’ opgesteld. Het bestuur nam hierover besluiten in 2015. Elk jaar worden bij de verschillende organisatieonderdelen de risico’s in kaart gebracht. Deze risico’s zijn gerubriceerd en gewaardeerd. ▪
In de begroting en jaarrekening wordt een cijfermatige samenvatting van de risico-inventarisatie opgenomen met de berekening van het weerstandsvermogen.
▪
In de begroting, jaarrekening en de twee tussentijdse rapportages worden de 10 grootste risico’s toegelicht.
▪
De frequentie van de rapportage over risico’s wordt groter als daar aanleiding voor is.
Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028
79
Weerstandscapaciteit ▪
De benodigde weerstandscapaciteit is het resultaat van de gewogen risicocapaciteit van de geïnventariseerde risico’s.
▪
De beschikbare weerstandscapaciteit is het totaal van de algemene reserve.
Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is de mate waarin de benodigde capaciteit wordt gedekt door de beschikbare capaciteit. Als het weerstandsvermogen ontoereikend is om de risico’s af te dekken en naarmate de gecalculeerde risico’s zich voordoen dan zal de VRGZ hiervoor bezuinigingsmaatregelen treffen of wordt de bijdrage van gemeenten hoger. Het weerstandsvermogen bij de VRGZ is bedoeld voor: a) het kunnen opvangen van incidentele financiële tegenvallers zonder direct ingrepen in de begroting te hoeven doen; b) het kunnen opvangen van de eerste klap van structurele financiële tegenvallers waardoor tijd wordt gecreëerd om zorgvuldig af te wegen hoe de structurele doorwerking wordt aangepakt. Als de algemene reserve Crisis- en Rampenbestrijding hoger is dan de streefnorm wordt het meerdere teruggestort naar de gemeenten. Als de algemene reserve Crisis- en Rampenbestrijding onder de streefnorm komt zal de VRGZ inspanningen doen deze aan te vullen. In het geval dat de algemene reserve Crisis- en Rampenbestrijding onder € 0,- komt wordt aan de gemeenten gevraagd om het vermogen aan te vullen.
Reservepositie Geredeneerd vanuit bovenstaande zienswijze wordt alleen de algemene reserve als weerstandsvermogen gezien. ▪
Voor de omvang van de algemene reserve Crisis- en Rampenbestrijding wordt 5% van de baten genomen als streefwaarde.
▪
Voor de omvang van de reserve aanvaardbare kosten RAV wordt 10% van de baten genomen als minimumnorm en is 15% de streefwaarde.
Bij de gepresenteerde cijfers wordt ervan uitgegaan dat de voorstellen voor bestemming resultaat door het bestuur worden overgenomen.
Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028
80
Grondslagen De begroting en jaarrekening worden opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) provincies en gemeenten daarvoor geeft. Het overzicht van baten en lasten van de VRGZ omvat het totaal van alle activiteiten die de VRGZ heeft uitgevoerd. De cijfers worden nader gepresenteerd en toegelicht in het overzicht baten en lasten programma Crisis- en Rampenbestrijding en het programma RAV. Onderlinge verrekeningen tussen beide programma’s worden opgenomen in het overzicht van baten en lasten per programma. In het overzicht van baten en lasten op het niveau van de totale VRGZ worden onderlinge verrekeningen geëlimineerd. Grondslagen van resultaatbepaling Bij de VRGZ worden de baten en lasten toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Incidentele baten en lasten worden vanaf € 50.000,- vermeld. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Bij het programma RAV wordt afgeweken van deze regel omdat dit een zorggefinancierde taak is. Hiervoor wordt aansluiting gezocht bij de regelgeving voor zorginstellingen.
De lasten worden bepaald op basis van historische kosten, met inachtneming van de vermelde grondslagen van waardering van activa en passiva en toegerekend aan het verslagjaar waarop ze betrekking hebben. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Aangezien het niet is toegestaan voorzieningen te vormen voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een vergelijkbaar volume worden sommige personele lasten toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Het gaat dan om aanspraken op een overbruggingsperiode, levensloop en versterkt ouderdomspensioen. Voor jaarlijks terugkerende arbeidsgerelateerde kosten zonder (naar verwachting) een jaarlijks vergelijkbaar volume is een verplichting opgenomen. Grondslagen van waardering Alle activa en passiva zijn gewaardeerd tegen nominale waarde tenzij anders is vermeld. De belangrijkste posten worden hieronder nader toegelicht. Activa Onder materiële vaste activa worden activa verstaan die bedoeld zijn om de bedrijfsuitoefening duurzaam te dienen. De materiële vaste activa (met een aanschafwaarde > € 10.000,-) worden gewaardeerd tegen aanschaffingsprijs of vervaardigingkosten, verminderd met een lineaire afschrijving gebaseerd op economische levensduur of tegen lagere bedrijfswaarde.
Aan de materiële vaste activa wordt rente toegerekend tegen het bestuurlijk vastgestelde percentage van 1,25%. Indien de VRGZ investeringsbijdragen van derden ontvangt wordt dit expliciet toegelicht.
Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028
81
Afschrijvingstermijnen Afschrijvingstermijnen
Afschrijvings termijn3
Persoonlijke beschermingsmiddelen en werkkleding Bluskleding en beschermingsmiddelen (bluspakken, gaspakken etc) Ademlucht (toestel, cilinder, gelaatstuk etc)
5 / 8 / 10 10 / 15
Automatisering Hard- en software
3/4/5/7
Telefonie
10
ICT-infrastructuur
7 / 15 / 30
Communicatie- en verbindingsmiddelen Alarmontvanger
5
Mobiele Data Terminal
4/5
Communicatienetwerksysteem (C2000/P2000)
4/5/7
Netwerkcomponenten
10
Signalering kazerne
10
Gebouwen en inventaris Installaties en testapparatuur ademluchtwerkplaats
8 / 15
Inventaris/meubilair/aggregaat
10 / 15
Verbouwing
10 / 20
Semi-permanente unit
20
Gebouw / kazerne
30 / 40
Medische inventaris Medische apparatuur (o.a. defibrillatoren, autopulse, AED)
5 / 7 / 10
Brancards
7
Vaartuigen Blusboten
30
Motorboot
10 / 15
Update blusboten
20
Hulpboot en trailer
20
Midlife update
10
Bepakking vaartuigen
3 Bij een aantal genoemde activa zijn meerdere afschrijvingstermijnen weergegeven. Dit komt doordat onder de genoemde
hoofdrubrieken een aantal subcategorieën vallen waarvan het te ver voert ze allemaal hier te vermelden. De vetgedrukte afschrijvingstermijnen zijn toegevoegd op basis van nieuwe activagroepen of langere technische levensduur.
Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028
82
Afschrijvingstermijnen
Afschrijvings termijn3
Reddingsvest
5
Bepakking overig
10 / 15 / 20
Voertuigen Ambulance en rapid responder
5
MICU-voertuig
10 / 15
Tankautospuit, waterwagen, redvoertuig en hulpverleningsvoertuig
12 / 15
Schuimblus- en haakarmvoertuig
20
Haakarmbak
15 / 20
Overige voertuigen (vervoer van personen en materiaal)
5 / 7 / 8 / 10 / 15
MCU
4/8
Midlife updates van de diverse voertuigen
4 / 7 / 8 / 10
Inventaris en bepakking voertuigen Inventaris Tankautospuit
15
Inventaris haakarmbak
20
Inventaris overige voertuigen
7
Werken op hoogte
7
Hydraulisch redgereedschap
8 / 15
Midlife update redgereedschap TAS
7
Pneumatisch gereedschap / hefkussen
10
Meetapparatuur (explosiegevaar-, CO2-meter etc)
2 / 5 / 10 / 15
Oppervlakteredding (redbord, redsets ed.)
5 / 10
Watertransportsysteem
15 / 20
Kettingzaag
5 / 10
Overdrukventilator
10
Draagbare motorspuit
10
Warmtebeeldcamera
7
Vakbekwaamheidsmiddelen Oefenaanhanger en oefencontainer
5 / 15
Oefenmiddelen (PPMO)
5 / 8 / 10
Simulatiecontainer
3
Oefenterrein
20 Tabel 30: afschrijvingstermijnen
Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028
83
Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar Deze zijn gewaardeerd op nominale waarde voor zover nodig rekening houdend met mogelijke oninbaarheid. De voorziening oninbaarheid wordt bepaald op basis van de ouderdom van de openstaande posten per balansdatum (dynamische methode).
Overige activa Alle overige activa in de balans zijn gewaardeerd tegen nominale waarde.
Eigen vermogen Het eigen vermogen van het programma Crisis- en Rampenbestrijding bestaat uit een algemene reserve voor Crisis- en Rampenbestrijding en een aantal bestemde reserves. Het eigen vermogen van het programma RAV bestaat uit de reserve aanvaardbare kosten RAV. Het eigen vermogen bestaat daarnaast uit het nog te bestemmen resultaat over het laatste boekjaar.
Voorzieningen De onderhoudsegalisatievoorzieningen stoelen op een meerjarenraming van het uit te voeren groot onderhoud aan de kapitaalgoederen, waarin rekening is gehouden met de kwaliteitseisen die ter zake zijn geformuleerd. De voorziening niet-actief personeel is gevormd voor de afdekking van kosten voor niet-actief personeel. De kosten van niet-actief personeel in verband met FLO (functioneel leeftijdsontslag) kunnen worden gedeclareerd en maken daarom geen onderdeel uit van deze voorziening. Dit geldt voor beide programma’s. De voorziening verlofsparen is gevormd voor de opbouw van opgespaarde bovenwettelijke vakantie-uren. Deze uren kunnen in de toekomst worden ingezet op een manier die aansluit bij de persoonlijke levens- en carrièreplanning en het vitaliteitsbeeld van medewerkers en leiden daarom tot een verplichting met een niet voorspelbare op- en afbouw. De voorzieningen zijn nominaal gewaardeerd. Er wordt geen rente toegerekend aan de voorzieningen.
Voor zover niet anders is vermeld zijn passiva gewaardeerd tegen nominale waarde.
Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028
84
7.6 Begrippenlijst a. Verbonden partij: een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de provincie respectievelijk gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft; b. Rentetypische looptijd; als gedefinieerd in de Wet Fido, artikel 1, onder b; c. Vaste schuld: het gezamenlijk bedrag van: ▪
De schuld uit hoofde van geldleningen met een oorspronkelijke rentetypische looptijd van één jaar of langer, en
▪
De voor een termijn van één jaar of langer ontvangen waarborgsommen;
d. Netto-vlottende schuld; als gedefinieerd in de Wet Fido, artikel 1, onder e; e. EMU-saldo: het geraamde respectievelijk gerealiseerde saldo van de ontvangsten en uitgaven van een provincie respectievelijk een gemeente, berekend op transactiebasis en overeenkomstig de voorschriften van het Europese systeem van nationale en regionale rekeningen in de Europese Unie; f.
Overheadkosten: alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces;
g. Taakvelden: wettelijk vastgelegde indeling van activiteiten die door alle overheden gebruikt wordt ten behoeve van de vergelijkbaarheid van cijfers.
Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028
85
7.7 Verklaring van afkortingen AB
Algemeen Bestuur
ABP
Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds
AW
Archiefwet
AZGM
Ambulancezorg Gelderland-Midden
AZGZ
Ambulancezorg Gelderland-Zuid
AZN
Ambulancezorg Nederland
BAK
Budget aanvaardbare kosten
BBV
Besluit begroting & verantwoording provincies en gemeenten
BDuR
Brede Doeluitkering Rampenbestrijding
BIO
Baseline Informatiebeveiliging Overheid
BOT
Bedrijfsopvangteam
BRN
Begrotingsrichtlijnen Regio Nijmegen
Cao
Collectieve Arbeidsovereenkomst
CAR
Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling
CEP
Centraal Economisch Plan
CISO
Chief Information Security Officer
C&R
Crisis- en Rampenbestrijding
DB
Dagelijks Bestuur
DME
Diesel Motor Emissie
DPG
Directeur Publieke Gezondheid
DT
Directieteam
EMU
Economische en Monetaire Unie
FG
Functionaris voor de gegevensbescherming
FLO
Functioneel Leeftijdsontslag
GGD
Gemeentelijke Gezondheidsdienst
GGD GZ
Gemeentelijke Gezondheidsdienst Gelderland-Zuid
GHOR
Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio
HRM
Human Resource Management
HVO
Hydrotreated Vegetable Oil
IBD
Informatiebeveiligingsdienst
IC
Intensive care
ICT
Informatie- en communicatietechnologie
ISO
Information Security Officer
IZA
Integraal Zorgakkoord
JenV
Justitie en Veiligheid
KCR2
Knooppunt Coördinatie Regio’s - Rijk
KGR
Kosten Gemene Rekening
MICU
Mobiele Intensive Care Unit
Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028
86
MJOP
Meerjarenonderhoudsplan
MKON
Meldkamer Oost-Nederland
NEN
Nederlandse Norm
NIPV
Nederlands Instituut Publieke Veiligheid
NOOVA
Nationale Openbare Orde en Veiligheidsarchitectuur
P&C
Planning & Control
PO
Privacy Officer
PPMO
Periodiek Preventief Medisch Onderzoek
PTSS
Posttraumatische stressstoornis
PTT
Push-to-talk
RAV
Regionale Ambulancevoorziening Gelderland-Zuid
RCDV
Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio’s
ROAZ
Regionaal Overleg Acute Zorgketen
SEH
Spoedeisende hulp
SemFire
Sustainable Employability Firefighters
SVM
Schuimvormend middel
TCO
Team Collegiale Opvang
TS
Tankautospuit
UvM
Universiteit van Maastricht
UWO
Uitwerkingsovereenkomst
VIK
Veiligheidsinformatieknooppunt
VNG
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
VNOG
Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland
VRGZ
Veiligheidsregio Gelderland-Zuid
VR-ISAC
Veiligheidsregio lnformation Sharing and Analysis Centre
VWS
Volksgezondheid, Welzijn en Sport
WEP
Wet Elektronische Publicaties
Wet Fido
Wet Financiering decentrale overheden
Wmebv
Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer
Wnra
Wet normalisering rechtspositie ambtenaren
Woo
Wet open overheid
Wgr
Wet gemeenschappelijke regelingen
Wvr
Wet veiligheidsregio’s
ZCV
Zorgcoördinatievoorziening
Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028
87