CConstaterende datMaasdriel
Koppel je AI →
Document · PDF

Begroting 2025 GR Stadsgewest

Gemeenteraad 13 juni 2024, gemeente MaasdrielBij agendapunt: Ontwerpbegroting 20253.904 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeenschappelijke Regeling Stadsgewest ’s-Hertogenbosch Programmabegroting 2025 Meerjarenraming 2025-2028

20-03-2024

Vastgesteld in de vergadering van het Algemeen Bestuur d.d. 9 september 2024

De voorzitter,

De secretaris,

R.J. van de Mortel

W. van Hees

INHOUDSOPGAVE

2

1. BEGROTING

3

2. TOELICHTING BEGROTING

4

2.1

ALGEMEEN

4

2.2

ACTUALITEIT

4

2.3

GEMEENTELIJKE BIJDRAGE

5

2.4

BESTUUR

6

3. BATEN

7

4. LASTEN

8

4.1

ONDERHOUDSKOSTEN

8

4.2

PERSONEELSKOSTEN

8

4.3

TECHNISCHE KOSTEN

8

4.4

HEFFINGEN EN BELASTINGEN

9

4.5

OVERIGE (KANTOOR)KOSTEN

9

5. PARAGRAFEN

10

5.1

WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING

10

5.2

BEDRIJFSVOERING

12

5.3

FINANCIERING

13

GR Stadsgewest ’s-Hertogenbosch Programmabegroting 2025

1. Begroting Begrotin g 2025

Begrotin g 2024

Resultaa t 2023

Baten Opbrengsten Nazorgheffing

343.000

374.000 350.000

Totale baten

343.000

374.000 350.000

Onderhoudskosten

181.000

181.000 168.909

Personeelslasten

25.000

15.000 42.010

Technische kosten

59.000

71.000 18.003

Heffingen en belastingen

50.000

60.000 45.967

Overige (kantoor)kosten

20.000

40.000 13.302

Elektra

8.000

7.000 6.709

Totale lasten

343.000

Lasten

Exploitatieresultaat

374.000 294.900

0

0 55.100

2. Toelichting begroting 2.1Algemeen Voor u ligt de programmabegroting 2025 van de GR Stadsgewest 's-Hertogenbosch. De begroting kent slechts één programma: "Afbouw Stadsgewest 's-Hertogenbosch". Dit programma bevat de resterende taken en verplichtingen van het beheer van de gesloten stortplaats Vlagheide te Schijndel. Bij de vaststelling van de begroting 2020 is besloten om per ultimo 2020 een substantieel deel van het opgebouwde negatieve vermogen aan te vullen. De gemeenten hebben hiertoe een eenmalige storting in de GR gedaan. Door de gemeente ’s-Hertogenbosch is een lening verstrekt voor het resterende negatieve saldo. Uiteindelijk verwacht het bestuur het restant van de lening uit een restitutie van teveel opgebouwd doelvermogen in het Nazorgfonds te kunnen aflossen. Bij het aangaan van deze lening ging het Stadsgewest er vanuit dat de nazorg werd overgedragen vanaf 2025. Gezien de huidige ontwikkelingen is deze verwachting bijgesteld. De lening die afgesloten is bij de gemeente ’s-Hertogenbosch loopt ten einde in 2025. Verlenging hiervan zal besproken moeten worden met hieruit mogelijk voortkomende consequenties voor de hoogte van de rente en dientengevolge kosten ten laste van de exploitatie. Vanaf 2021 is sprake van een dekking van de lasten van de exploitatie uit een bedrag per inwoner. Dat betekent dat het resterende negatieve saldo niet meer groeit.

De rechterkolom in de begrotingstabel is afgeleid van het concept van de resultatenrekening 2023. De accountantscontrole heeft nog niet plaatsgevonden zodat er nog wijzigingen plaats kunnen vinden ten opzichte van de voorlopige cijfers zoals hiervoor in de begroting (kolom resultaat 2023) vermeldt.

2.2

Actualiteit

2.2.1

Rekenrente

Provincie en exploitanten hebben een overeenkomst afgesloten die inhoudt dat de rekenrente niet wordt verlaagd en dat de exploitanten voorlopig geen stortplaatsen voor eeuwigdurende nazorg aan de provincie overdragen. Deze afspraak geldt voor de periode tot de komende ALM-studie, dus tenminste 3 jaar. Dan wordt opnieuw naar de rekenrente gekeken. Dit uitstel geeft exploitanten de tijd om samen met de provincie mogelijkheden te onderzoeken of op de onderscheiden stortplaatsen nieuwe inkomsten te genereren zijn. Ook wordt door de gezamenlijke exploitanten gekeken naar ontwikkelingen die bijdragen aan verlaging van het benodigde doelvermogen. Daarbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan verlenging van de levensduur van de afdichting naar 100 jaar. Ook is er meer tijd om via de belegging van het doelvermogen in het Nazorgfonds een hoger spaartegoed te realiseren. Eind 2023 bedraagt het door het Stadsgewest opgebouwde vermogen in het Nazorgfonds ongeveer € 16,1 mln. Dit bedrag is in het Nazorgfonds weer belegd tegen het standaard beleggingsprofiel. In de begroting van het Nazorgfonds wordt ten aanzien van het standaard beleggingsprofiel rekening gehouden met een rendement van 4% per jaar.

2.2.2

Overdracht

In verband met het hiervoor beschreven proces rondom de rekenrente en doelvermogen, is het overleg met de provincie over de sluitingsverklaring tijdelijk opgeschort. Met de sluitingsverklaring gaat de verantwoordelijkheid voor de nazorg over van exploitante over naar provincie. Met de provincie zijn er op dit moment nog

geen harde afspraken over het moment waarop de overdracht zal plaatsvinden. Dit houdt in dat de exploitant gedurende de aankomende jaren nog verantwoordelijk blijft voor de gesloten stortlocatie. Kosten van beheer, monitoring en mogelijk stabilisatie- maatregelen vallen dan onder de exploitatiekosten.

Zodra de overdracht plaatsvindt is de Provincie verantwoordelijk voor de stortplaats, maar hierbij moet er wel door het Stadsgewest een bruidsschat meegegeven worden.

2.3

Gemeentelijke bijdrage

Zoals aangegeven blijft het Stadsgewest nog een aantal jaren verantwoordelijk voor het beheer van de stortplaats. Dit betekent dat er kosten worden gemaakt voor de nazorg. Deze kosten zijn gebaseerd op de huidige inzichten die zich vertalen in onderstaande bedragen per inwoner. Jaar 2023 2024 2025 2026 2027 2028

Begroting 2025 1,11 1,02 1,02 1,04 1,06

2024 1,11 1,11 1,11 1,08 1,08

De volgende gemeenten die deel uitmaken van de gemeenschappelijke regeling alsmede de bijdrage per gemeente voor 2025 zijn hierna vermeld: gemeente

inwoners

bijdrage

percentag e

Bernheze

8.643

8.798

2,6%

Boxtel

31.449

32.013

9,3%

Den Bosch

131.990

134.355

39,2%

Heusden

16.515

16.811

4,9%

Maasdriel

9.405

9.573

2,8%

Meierijstad

74.685

76.024

22,2%

Oisterwijk

5.448

5.546

1,6%

St.Michielsgestel 27.387

27.878

8,1%

Tilburg

1.401

1.426

0,4%

Vught

30.038

30.576

8,9%

Totaal

336.961

343.000

100,0%

Het Stadsgewest zet zich in om te komen tot een verdere verlaging van dit bedrag. Wij blijven op zoek naar opbrengsten uit exploitatie van de voormalige stortplaats die een verlagend effect kunnen hebben op het bedrag per inwoner. Dit doen we onder andere in overleg met de gemeente Meierijstad. Door het opgebouwde doelvermogen ad € 16,1 mln. (stand ultimo 2023) weer te beleggen volgens het standaard beleggingsprofiel in het Nazorgfonds wordt een hoger spaartegoed gerealiseerd.

2.4

Bestuur

De gemeenschappelijke regeling kent een Dagelijks- en een Algemeen Bestuur. Het Algemeen bestuur bestaat uit de vertegenwoordigers vanuit de colleges (Burgemeester en Wethouders) van de deelnemende gemeenten. Het dagelijks bestuur bestaat uit een voorzitter en twee andere medewerkers van de gemeente Meierijstad die ingezet worden om het Stadsgewest te ondersteunen.

3. Baten Met de Provincie is in 2019 een convenant gesloten waarin is vastgelegd dat er zeker tot 1-1- 2025 geen overdracht van de stortplaats zal plaatsvinden. Onlangs is afgesproken het convenant te herzien en onder andere de looptijd te verlengen. Dat moet in de loop van 2024 leiden tot een nieuw convenant. Tot het moment van overdracht blijft het Stadsgewest verantwoordelijk voor het beheer van de stortplaats (met name de gas- en waterhuishouding, alsmede het terreinonderhoud) conform de wettelijke voorschriften. Omschrijving

Baten

Lasten

Saldo 2025

Saldo 2026

Saldo 2027

Saldo 2028

Gemeentelijke bijdragen 343.000

-

343.000

343.750

350.000

356.250

Totaal baten

0 343.000

343.750

350.000

356.250

343.000

Algemeen Het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen vormt tezamen met het gepresenteerde programma het programmaplan. Middels dit overzicht wordt inzicht verschaft in de opbouw en samenstelling van de algemene dekkingsmiddelen. Deze middelen vormen de tegenhanger van het saldo van de programmakosten hetgeen leidt tot een sluitend begrotingssaldo. Rentelasten Per 1 februari 2021 is bij de gemeente 's-Hertogenbosch een lening ad € 2,5 mln. afgesloten met een looptijd van 4 jaar en een rentepercentage van 0 %. De lening dient ter financiering van het negatieve Eigen Vermogen. Het bestuur van het Stadsgewest verwacht het restant van de lening uit een restitutie van teveel opgebouwd doelvermogen bij de provincie te kunnen aflossen. Gezien de verwachting dat de nazorg niet vanaf 2025 overgedragen wordt, bestaat de kans dat de lening verlengd moet worden. Hier zullen in 2024 afspraken voor worden gemaakt. Dit kan eventuele gevolgen hebben voor de rentelast vanaf 2025.

4. Lasten De beheerkosten over 2025 bestaan uit onderhouds-, personeels-, technische-, overige- en elektrakosten. Daarnaast zijn er ook heffingen en belastingen van toepassing van gemeenten en waterschappen. Hieronder wordt inzicht gegeven in de verwachte beheerskosten van het Stadsgewest. Omschrijving

Baten

Saldo 2025

Saldo 2026

Saldo 2027

Saldo 2028

Onderhoudskosten Personeelslasten Technische kosten Heffingen en belastingen Overige (kantoor)kosten Elektra

-

181.000 25.000 59.000

184.000 20.000 60.000

187.000 20.500 61.000

190.000 21.000 62.000

-

50.000 20.000 8.000

51.000 20.500 8.250

52.000 21.000 8.500

53.000 21.500 8.750

Totaal lasten

0 343.000

343.750

350.000

356.250

4.1

Onderhoudskosten

Het Stadsgewest heeft verschillende contracten lopen met partijen die het onderhoud van de stortplaats verzorgen. O.a. het terreinonderhoud, de drainage en de installaties vallen hieronder. De contracten zijn afgesloten met Bodemzorg, Afvalzorg en Milon. Daarnaast lopen er nog kleinere contracten zoals de schaapskudde die op het terrein graast en het bedrijf dat de persleidingen doorspuit.

4.2

Personeelskosten

Het Stadsgewest wordt ondersteund door 3 medewerkers van de gemeente Meierijstad die de dagelijkse gang van zaken regelen: o o o

Een secretaris Een projectleider die als manager optreedt Een financieel adviseur

Aan het einde van het jaar worden de uren die besteed zijn aan deze ondersteuning door de gemeente gefactureerd aan het Stadsgewest.

4.3

Technische kosten

Dit zijn de kosten voor monitoring van de waterkwaliteit en technische installaties. Ook het inschakelen van externe adviseurs voor de technische installaties en de reparaties die buiten het onderhoudscontract vallen horen bij de technische kosten.

4.4

Heffingen en belastingen

Hieronder valt de OZB van de terreinen vanuit de gemeente, de waterschapsbelasting van Waterschap De Dommel en o.a. de contributie van de Vereniging Afvalbedrijven.

4.5

Overige (kantoor)kosten

Dit zijn de kosten die worden gemaakt voor verzekering, beveiligingskosten en de huur van archiefruimte.

4.6

Elektra

Dit betreft de kosten voor elektriciteit op de locatie Vlagheide van netwerkbedrijf Enexis en elektriciteitsleverancier Eneco.

5. Paragrafen 5.1Weerstandsvermogen en risicobeheersing Om een goede inschatting van de financiële positie van de gemeenschappelijke regeling te kunnen maken is het van belang om naast de cijfers in de begroting ook inzicht te hebben in enerzijds potentiële mee- en tegenvallers die zich kunnen voordoen (risico's) en anderzijds de mogelijkheden om tegenvallers op te vangen (weerstandscapaciteit). Het gaat dan om de robuustheid van de begroting, c.q. de budgettaire kwetsbaarheid van de gemeenschappelijke regeling. Een gezond weerstandsvermogen voorkomt dat iedere zich voordoende tegenvaller direct leidt tot een financiële claim bij de deelnemende gemeenten.

Weerstandscapaciteit De mogelijkheden om tegenvallers op te vangen liggen deels in de sfeer van de exploitatie, c.q. de begroting van lasten en baten en deels in de sfeer van de reserves en voorzieningen.

Exploitatie In de begroting en meerjarenraming zijn zowel de uitgaven als inkomsten zo reëel mogelijk geraamd.

Reserves en voorzieningen De vrij besteedbare en niet gebonden reserves zijn beschikbaar voor het opvangen van tegenvallers. In bredere zin echter is de totale stadsgewestelijke reservepositie relevant voor de beoordeling van de stadsgewestelijke weerstandscapaciteit. De reserves behoren tot het eigen vermogen van het Stadsgewest en worden uitgesplitst naar algemene reserve en bestemmingsreserves. Bestemmingsreserves zijn middelen die op basis van bestuurlijke besluitvorming zijn afgezonderd voor specifieke doeleinden. De algemene reserve dient als buffer voor de opvang van calamiteiten. Voorzieningen behoren tot het vreemd vermogen van het Stadsgewest, omdat het Stadsgewest over deze middelen niet vrij kan beschikken. Deze voorzieningen zijn gevormd ter dekking van te kwantificeren verplichtingen. Voor het Stadsgewest geldt dat er op dit moment geen sprake is van enige voorzieningen.

Algemene reserve

De algemene reserve vertoont al jaren een negatief saldo. Nu de overdracht van de stortplaats aan de provincie is uitgesteld heeft het bestuur van het Stadsgewest per ultimo 2020 een bedrag van € 4.583.000 aan de destijds deelnemende gemeenten in rekening gebracht. Het resterende vermogen ad € 1.573.000 zal naar verwachting, na overdracht van de stortplaats en afwikkeling van het Nazorgfonds, uit het overschot uit deze afwikkeling, kunnen worden afgelost.

Bestemmingsreserves In 2025 zijn er geen bestemmingsreserves aanwezig.

Voorziening nazorg Op 1 april 1998 is de Leemtewet bodembescherming in werking getreden. Deze wet legt de verantwoordelijkheid voor de eeuwigdurende nazorg van stortplaatsen, waar na 1-9-1996 afvalstoffen zijn of worden gestort, bij de provincie. Doel van de wetgever is te voorzien in een zodanig beheer van stortplaatsen na sluiting, dat nu en in de toekomst de grootst mogelijke bescherming tegen nadelige milieugevolgen

wordt geboden. Hiervoor hebben Provinciale Staten van Noord-Brabant de "Verordening Nazorgheffing

Stortplaatsen Noord-Brabant" vastgesteld. In deze verordening is voorzien in de vorming van een nazorgfonds. De Provincie heeft op basis van deze verordening een voorlopige aanslag tot het betalen van de heffing van de nazorgkosten voor stortplaats De Vlagheide opgelegd. De voorlopige aanslag is gebaseerd op een doelvermogen dat bij overdracht van de stortplaats aan de provincie, beschikbaar moet zijn. Het doelvermogen moet toereikend zijn om daaruit eeuwigdurend de berekende nazorgkosten te kunnen betalen. Op basis van recente afspraken met de provincie zal de nazorgplicht van de provincie niet aanvangen voor 1-1-2025. Het is nog onbekend wanneer de nazorgplicht daadwerkelijk wordt overgedragen aan de provincie. In juli 2019 is met de provincie afgesproken dat zij de huidige rekenrente “bevriest” op het bestaande niveau en dat de exploitanten de stortplaats nog niet voor eeuwigdurende nazorg overdragen aan de provincie. Dat geeft exploitanten samen met de provincie de mogelijkheid om te onderzoeken of op de onderscheiden stortplaatsen nieuwe inkomsten te genereren zijn. Ook wordt door de gezamenlijke exploitanten gekeken naar ontwikkelingen die bijdragen aan verlaging van het benodigde doelvermogen. Daarbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan verlenging van de levensduur van de afdichting naar 100 jaar.

Ook is er meer tijd om via de belegging van het doelvermogen in het Nazorgfonds een hoger spaartegoed te realiseren. In juni 2015 was het beleggingsprofiel van ons doelvermogen omgezet van het standaard naar het defensief beleggingsprofiel, omdat toen op korte termijn overdracht van de nazorg aan de provincie werd voorzien. In de afgelopen jaren is bij de lage rentestand sprake geweest van een groei van 0%. Sinds 5 november 2019 is het standaard beleggingsprofiel weer van toepassing. Met ingang van 2020 wordt rekening gehouden met een rendement van 4% per jaar.

Risico’s Onder risico's worden hier verstaan onzekere gebeurtenissen met mogelijke financiële consequenties, die niet apart in de ramingen van de begroting zijn ingedekt. Het op één plaats in de begroting schetsen van een overzicht van relevante risico's, in samenhang met de weerstandscapaciteit, levert een bijdrage aan de beoordeling van de financiële positie van het Stadsgewest. Het gaat in dit verband om risico's die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot het balanstotaal of de financiële positie van het Stadsgewest.

Doelvermogen nazorg Na definitieve sluiting van de stortplaats, wordt de stortplaats overgedragen aan de Provincie. Deze is dan verantwoordelijk voor de eeuwig durende nazorg. Bij overdracht moet een vermogen zijn overgedragen waaruit de provincie de kosten van nazorg eeuwigdurend kan bekostigen. De Provincie heeft in 2008 zelf een berekening gemaakt voor het doelvermogen, die zij verwachten te ontvangen bij overdracht. Op basis van een rekenrente van 5,06%, komt de provincie uit op een bedrag van € 17,6 mln. Medio 2019 heeft de Provincie in het kader van de lopende ALM-studie dit verwachte doelvermogen, op basis van een rekenrente van 5,06% berekend op € 17,536 mln. per 1-1-2021. Een onderbouwing voor deze berekening is niet overlegd. Het bestuur van het Stadsgewest blijft, op basis van eigen berekeningen, alsmede die van de extern adviseur, uitgaan van maximaal € 14,0 mln. Voor het verschil is geen voorziening gevormd. Bij de opbouw van het doelvermogen vanuit het Stadsgewest wordt rekening gehouden met een inflatie van 2% per jaar en een rendement op het belegd vermogen van 4% per jaar. Deze percentages zijn conform de door de Provincie gehanteerde uitgangspunten in de begroting voor het Nazorgfonds 2023. Met ingang van 5-11-2019 wordt de belegging in het Nazorgfonds weer volgens het standaard beleggingsprofiel belegd.

Na indexering met 2% per jaar wordt het doelvermogen per 1-1-2025 berekend op € 16,4 mln.

Na aanpassing van het convenant met de Provincie zullen de berekeningen daarop aangepast worden.

Steunlaag

De omgevingsdienst Midden- en West-Brabant is van mening dat bij de aanleg van de bovenafdichting meer afval-/bouwstoffen in de steunlaag zijn toegepast dan functioneel

noodzakelijk en daarmee als gestort beschouwd dienen te worden. De OMWB heeft hiervan in mei 2019 melding gemaakt bij de Belastingdienst. Zowel Stadsgewest als de adviseur Afvalzorg zijn het hier pertinent mee oneens. Afvalzorg heeft namens Stadsgewest dan ook bezwaar gemaakt. De Belastingdienst heeft onze adviseur voor de afvalstoffenbelasting aangegeven overleg te willen, maar heeft daartoe verder nog geen initiatief ondernomen. Het bestuur acht een voorziening niet nodig.

Beleid ten aanzien van risico’s en weerstandscapaciteit Risicomanagement Het is van belang dat het Stadsgewest de op zich afkomende risico's doeltreffend en in een vroeg stadium weet te signaleren. Hiervoor is de inbedding in het stadsgewestelijk bedrijfsproces een relevante invalshoek. Het voeren van een adequaat voorzieningenbeleid (analyse van risico's en financiële afdekking daarvan) is een voorbeeld van het gericht reageren op specifieke ontwikkelingen.

Periodieke actualisering meerjarig budgettair kader

Een belangrijke pijler voor een gezond weerstandsvermogen is de inrichting van het stadsgewestelijk begrotingsproces. Het Stadsgewest werkt nadrukkelijk met een meerjarig budgettair kader (tot ultimo 2028), dat periodiek wordt geactualiseerd.

5.2Bedrijfsvoering Met de invoering van de Programmabegroting is een paragraaf bedrijfsvoering voorgeschreven. Een goede bedrijfsvoering is geen doel op zich, maar draagt er toe bij dat de doelstellingen van de organisatie worden gerealiseerd. Het Stadsgewest heeft geen eigen personeel meer in dienst. De werkzaamheden worden uitgevoerd/gecoördineerd door 3 medewerkers van de gemeente Meierijstad, waarvan de financieel adviseur op interim-basis wordt ingehuurd door de gemeente. Ook de taken van de financieel adviseur gaan op termijn over naar een vaste medewerker van de gemeente. De meeste uitvoerende werkzaamheden zijn opgedragen aan externe bedrijven. De werkzaamheden voor het dagelijks beheer van de stortplaats zijn, sinds 1-22014, opgedragen aan Bodemzorg B.V., een 100% dochteronderneming van N.V. Afvalzorg Holding uit Assendelft. Bodemzorg voert deze taken uit in nauwe samenwerking met Milon B.V. uit Veghel. Milon is in het verleden met enige regelmaat betrokken geweest bij verschillende projecten op Vlagheide. De historische kennis wordt als een belangrijke meerwaarde gezien.

5.3Financiering De meerjarige financieringssituatie / treasury De investerings- en financieringsstaat geeft inzicht in de ontwikkeling van de geïnvesteerde middelen en beschikbare financieringsmiddelen. Toelichting: Eigen vermogen en voorzieningen Bij de jaarrekening 2021 is besloten dat het positieve resultaat ten gunste van het Eigen vermogen werd gedoteerd. Hierbij startte het jaar 2022 met een negatief saldo algemene reserve van € 1.725.000. Het over 2022 gerealiseerde positieve resultaat van € 152.000 Is wederom ten gunste van het Eigen Vermogen gebracht. Bij de concept jaarrekening 2022 en 2023 is een positief saldo van respectievelijk € 152.000 en € 55.000. Het niet vastgestelde resultaat van 2023 wordt wederom voorgesteld ten gunste van het eigen vermogen te laten vervallen. Hierdoor komt de algemene reserve voor per 1 januari 2024 uit op een negatief saldo van € 1.518.000. Voor verdere uiteenzetting van de reserves en voorzieningen wordt er verwezen naar de paragraaf weerstandsvermogen. Opgenomen langlopende leningen Per 1 februari 2021 is bij de gemeente 's-Hertogenbosch een lening ad € 2,5 miljoen afgesloten met een looptijd van 4 jaar en een rentepercentage van 0 %. De lening dient ter financiering van het negatief Eigen Vermogen. Het bestuur van het Stadsgewest verwacht het restant van de lening uit een restitutie van teveel opgebouwd doelvermogen t.z.t.

af te kunnen lossen.

2.3.3 Financiering x € 1.000,-

Investering- en financieringsstaat Geïnvesteerde middelen 1. 1.1.

Materiële vaste activa Boekwaarde per 1/ 1 Vermeerderingen Verminderingen Af schrij vingen Boekwaarde per 31/ 12

1.2. Financiële vaste activa 1.2.1. Lening u/ g Uitgeleend per 1/ 1 Uitgezette leningen Aflossingen Uitgeleend per 31/ 12 1.2.2. Beleggingen Beleggingen per 1/ 1 Aangegane beleggingen Aflossingen Beleggingen per 31/ 12

2023

2024

2025

2026

2027

2028

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

1.2.

Boekwaarde financiele vaste activa per 31/ 12

-

-

-

-

-

-

1.

Geïnvesteerde middelen per 31/ 12

-

-

-

-

-

-

2.

Financieringsmiddelen

2.1.

Eigen vermogen Saldo per 1/ 1 Vermeerderingen Verminderingen Saldo per 31/ 12

-1.573 55

-1.518

-1.518

-1.518

-1.518

-1.518

-1.518

-1.518

-1.518

-1.518

-1.518

-1.518

-

-

-

-

-

-

2.500

2.500

2.500

2.500

2.500

2.500

2.500

2.500

2.500

2.500

2.500

2.500

Totaal financieringsmiddelen 31/ 12

982

982

982

982

982

982

Financieringspositie per ultimo

982

982

982

982

982

982

2.2.

2.3.

2.

Voorz ieningen Saldo per 1/ 1 Rentetoevoegingen Vermeerderingen Verminderingen Saldo 31/ 12 Opgenomen langlopende leningen Schuldrest per 1/ 1 Opname Aflossingen Schuldrest per 31/ 12

Overzicht van reserves en voorzieningen x € 1.000,-

Naam reserve/voorziening

Algemene reserve GR Stadsgewest

Totaal reserves en voorzieningen

2023 1.573

2024

2025

2026

2027

2027

1.518

1.518

1.518

1.518

1.518

-1.573 1.518

1.518

1.518

1.518

1.518

Prognose resultaten Bij de opstelling van deze prognose zijn de navolgende uitgangspunten gehanteerd: o o o

Een doelvermogen nazorg per 1-1-2021 van € 14 mln. Indexering van het doelvermogen nazorg met 2% per jaar De stand per 31-12-2023, van het reeds opgebouwde doelvermogen bij de provincie, bedraagt volgens de rapportage over de maand december 2023 € 16,1 mln.

Het reeds opgebouwde doelvermogen groeit rekening houdend met bovenstaande uitgangspunten aan. Op basis hiervan houden wij vast aan de aanname dat bij overdracht ten minste € 1,955 mln. resteert voor restitutie aan het Stadsgewest respectievelijk de deelnemende gemeenten. o o o

Jaarlijkse exploitatiekosten zijn gebaseerd op de ervaringen en inzichten van februari 2024. Per 1 februari 2021 is een geldlening ad € 2,5 mln. afgesloten bij de gemeente ’s-Hertogenbosch. De rentelast bedraagt 0%. Met ingang van 2021 wordt er middels een jaarlijkse bijdrage per inwoner betaald.

Prognose Exploitatie:

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Baten Opbrengsten Nazorgheffing Totale baten

343.000 343.000

343.750 343.750

350.000 350.000

356.250 356.250

Lasten Onderhoudskosten Personeelslasten Technische kosten Heffingen en belastingen Overige (kantoor)kosten Elektra Totale lasten

181.000 25.000 59.000 50.000 20.000 8.000 343.000

184.000 20.000 60.000 51.000 20.500 8.250 343.750

187.000 20.500 61.000 52.000 21.000 8.500 350.000

190.000 21.000 62.000 53.000 21.500 8.750 356.250

0

0

0

0

Exploitatieresultaat

Prognose vereenvoudigde Balans:

2025

2026

2027

2028

0

0

0

0

Activa - Materiële vast activa - Schatkist

660.000

660.000

660.000

660.000

- Liquide middelen

297.000

297.000

297.000

297.000

- Saldo kortlopende vorderingen minus kortlopende schulden

25.000

25.000

25.000

25.000

Totaal

982.000

982.000

982.000

982.000

1.518.000

1.518.000

1.518.000

1.518.000

2.500.000

2.500.000

2.500.000

2.500.000

0

0

0

0

Passiva Eigen vermogen Algemene Reserve Vreemd vermogen Lening gemeente Den Bosch - Saldo kortlopende schulden minus kortlopende vorderingen

982.000

982.000

982.000

982.000

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14206683/2