CConstaterende datMaasdriel
Koppel je AI →
Document · PDF

Begroting 2024 VRGZ

Gemeenteraad 29 juni 2023, gemeente MaasdrielBij agendapunt: Ontwerpbegroting 202421.538 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Programmabegroting 2024 Meerjarenraming 2025-2027

Colofon Versienummer:

1.0

Datum:

31-03-2023

Status:

Definitief

Omslagfoto:

VRGZ beeldbank

Inhoudsopgave Inhoudsopgave ........................................................................................ 3

5

5.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ......................................... 23

Voorwoord .............................................................................................. 4 1

5.2 Onderhoud kapitaalgoederen.............................................................. 28

Inleiding ........................................................................................... 7

5.3 Financiering .......................................................................................... 29

1.1 Leeswijzer begroting ..............................................................................7

5.4 Bedrijfsvoering ..................................................................................... 31

2 Kerntaken, landelijke ontwikkelingen en Regionaal Beleidsplan 20242027 ........................................................................................................ 9 2.1 Kernactiviteiten ......................................................................................9 3

4

Paragrafen ......................................................................................23

5.5 Verbonden partijen .............................................................................. 37 6

Financiële begroting ........................................................................39

2.2 Landelijke ontwikkelingen ......................................................................9

6.1 Baten en lasten Veiligheidsregio Gelderland-Zuid............................... 39

Programma Crisis- en Rampenbestrijding ........................................ 13

6.2 Baten en lasten Crisis- en Rampenbestrijding ..................................... 40

3.1 Brandweer ............................................................................................13

6.3 Baten en lasten Regionale Ambulancevoorziening ............................. 47

3.2 Crisisbeheersing ...................................................................................15

6.4 Uiteenzetting financiële positie ........................................................... 51

Programma Regionale Ambulancevoorziening (RAV) ....................... 19

6.5 Stand en verloop voorzieningen en reserves ...................................... 53

4.1 Ambulancezorg Gelderland-Zuid..........................................................19

6.6 Incidentele baten en lasten en structureel evenwicht ........................ 54

4.2 Regionaal meerjarenbeleidsplan Ambulancezorg Gelderland-Zuid ....19

6.7 Investeringsplanning ............................................................................ 55

4.3 Urgentieklassen herindeling ................................................................19

7

Bijlagen ...........................................................................................58

4.4 CZO Flex Level ......................................................................................20

7.1 Bijdragen deelnemende gemeenten ................................................... 58

4.5 Digitale gegevensuitwisseling ..............................................................20

7.2 Baten en lasten per taakveld ............................................................... 62

4.6 Personeel..............................................................................................20

7.3 Begrotingswijzigingen 2023 ................................................................. 68

4.7 Schaarste materiaal en materieel ........................................................20

7.4 Beleidsindicatoren ............................................................................... 73

4.8 Doorontwikkeling zorgcoördinatiecentra ............................................20

7.5 Financiële spelregels ............................................................................ 74

4.9 Kerngegevens ambulancezorg .............................................................21

7.6 Begrippenlijst ....................................................................................... 83

4.10 Streefwaarden ambulancezorg ............................................................21

7.7 Verklaring van afkortingen .................................................................. 84

Programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027

3

Voorwoord Voor u ligt de Programmabegroting 2024 en de meerjarenraming 20252027 van de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid (VRGZ). In deze begroting staan de activiteiten beschreven die de veiligheidsregio in 2024 voornemens is uit te uitvoeren. De kernactiviteiten van de VRGZ zijn en blijven het verzorgen van de operationele dienstverlening van brandweer en ambulancezorg, de meldkamer, het voorbereiden op en bestrijden van crises en rampen en het ondersteunen van al deze activiteiten door Bedrijfsvoering. Naast het uitvoeren van deze kernactiviteiten benoemen we in dit document accenten en diverse ontwikkelingen. Zo is er aandacht voor klimaatverandering, duurzaamheid, data gedreven analyse en sturing, digitalisering van de maatschappij en bescherming van de eigen organisatie tegen cybercrime. Deze onderwerpen staan al langer op de agenda. Hierop is reeds geïnvesteerd en deze zullen ook in 2024 aandacht vragen en krijgen. Het regionaal beleidsplan omvat een periode van vier jaar en vormt de kapstok van jaarplannen en -activiteiten. Door de druk op de organisatie vanwege de inzet in de corona- en vervolgens de opvangcrisis is de ontwikkeling van het nieuwe regionale beleidsplan voor de periode 2024 – 2027 echter vertraagd. De programmabegroting 2024 en het nieuwe beleidsplan lopen nu in tijd vrijwel gelijk op.

Veel activiteiten worden ingegeven door landelijke of zelfs mondiale ontwikkelingen. Enkele grote ontwikkelingen in 2024 die effect hebben op

de VRGZ zijn onder andere de landelijke versterking van crisisbeheersing en daaraan gerelateerde informatievoorziening, de realisatie van een toekomstbestendige brandweerzorg en een fundamentele heroriëntatie op het brandweeronderwijsstelsel en een daarop geïnspireerd stelsel voor crisisonderwijs. Deze “grote werken” zijn ingezet om vanaf 2023 de komende vijf jaar te realiseren en te borgen. Verschillende ontwikkelingen zullen ook hun beslag krijgen in de nieuwe Wet crisisbeheersing en brandweerzorg die in 2023 wordt verwacht. Ook het ingaan van de Omgevingswet, nu voorzien op januari 2024, zal effect gaan hebben, zowel op activiteiten van de brandweer als crisisbeheersing, ook hier is nog veel onduidelijk. Voor de regionale ambulance voorziening kan de landelijke ontwikkeling van het integraal zorgakkoord impact hebben. Met veel activiteiten die afhankelijk zijn van bovenregionale en/of landelijke ontwikkelingen is het van belang dat de VRGZ goed verbonden is met gremia die hierin acteren. Deze deelname en daarmee de verbondenheid met landelijke ontwikkelingen is ook voor 2024 weer een belangrijk speerpunt. Met de wijzigingen in de Wet gemeenschappelijke regelingen, die deels in 2024 effect zullen krijgen, wordt ook ingezet op een sterkere verbinding met het lokale bestuur en hoe deze vanuit een realistisch en werkbaar perspectief in te richten.

De VRGZ tracht de dienstverlening adequaat en volgens planning uit te voeren. 2024 brengt echter, zoals al in de Kaderbrief aangegeven, veel onzekerheden met zich mee. Op moment van schrijven zien we diverse autonome kostenstijgingen op ons afkomen; deze komen voort uit externe ontwikkelingen waar we niet omheen kunnen zoals de hoge inflatie, caoontwikkelingen en arbeidsmarktproblematiek. We zoeken nadrukkelijk naar mitigerende maatregelen – en stijgende cao kosten zullen goeddeels gecompenseerd worden via het gemeentefonds, maar inmiddels is wel

Programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027

4

duidelijk dat een uitzetting welhaast onvermijdelijk is om de huidige kerntaken te kunnen blijven uitvoeren. Het Dagelijks Bestuur van de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid Maart 2023

Programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027

5

Het Dagelijks Bestuur van de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid

1 Inleiding

Programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027

6

In de hoofdstukken vijf, zes en zeven volgen de paragrafen en de financiële uiteenzetting.

1 Inleiding 1.1 Leeswijzer begroting De begroting is als onderstaand opgebouwd. ▪

De kernactiviteiten van de VRGZ, de landelijke ontwikkelingen en de stand van zaken met betrekking tot het Regionaal Beleidsplan 20242027

▪

Crisis- en Rampenbestrijding (sector Brandweer en sector Crisisbeheersing)

▪

Regionale Ambulancevoorziening (RAV) (sector Regionale Ambulance Voorziening

▪

Interne bedrijfsvoering (sector Bedrijfsvoering)

In het tweede hoofdstuk wordt beschreven wat de kernactiviteiten zijn, worden de landelijke ontwikkelingen geschetst evenals de voorbereidingen op het Regionaal Beleidsplan 2024-2027 dat in 2023 aan het Algemeen Bestuur zal worden voorgelegd. Het beleidsplan omvat een periode van vier jaar en vormt de kapstok van de bestuurlijke stukken. De Programmabegroting 2024 is deels gebaseerd op de uitgangspunten uit het oude regionale beleidsplan aangevuld met reeds bekende ontwikkelingen. In het derde en vierde hoofdstuk worden de jaarplannen van de twee programma’s van de veiligheidsregio weergegeven: Crisis- en Rampenbestrijding (sector Brandweer en sector Crisisbeheersing) en de Regionale Ambulancevoorziening.

Programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027

7

2 Beleidsplan

Programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027

8

2 Kerntaken, landelijke ontwikkelingen en Regionaal Beleidsplan 2024-2027 De Veiligheidsregio Gelderland-Zuid (VRGZ) is een regionaal samenwerkingsverband van de veertien gemeenten in deze regio, op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen. VRGZ is de organisatie voor de voorbereiding op en coördinatie van rampenbestrijding en crisisbeheersing, voor de brandweerzorg, ambulancezorg en geneeskundige hulpverlening en meldkamer.

2.1 Kernactiviteiten De Wet veiligheidsregio’s (Wvr) en de Wet ambulancezorgvoorzieningen vormen de basis voor de verantwoordelijkheden, taken en bevoegdheden van de veiligheidsregio. Behalve het instellen van brandweer, GHOR en meldkamer, gaat het daarbij om het adviseren van het bevoegd gezag over risico’s en over het voorkomen, beperken en bestrijden van branden, rampen en crises, het organiseren van de rampenbestrijding en crisisbeheersing en om informatiemanagement. Ambulancezorg Gelderland-Zuid (AZGZ) verleent zorg op grond van een spoedeisende urgentie of verleent niet-spoedeisende zorg op woon- of verblijfadres of door vervoer. Daarmee is de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid op het terrein van fysieke veiligheid de partner voor gemeenten en andere instellingen. De veiligheidsregio verleent haar diensten aan iedereen die

woont, verblijft of werkt in de regio Gelderland-Zuid. Deze dienstverlening moet betrouwbaar en adequaat zijn. VRGZ continueert de komende beleidsperiode bovenstaande reguliere basistaken voor brandweerzorg, ambulancezorg, meldkamer1, GHOR, informatievoorziening, rampenbestrijding en crisisbeheersing. Dat geldt ook voor de wettelijke adviestaken op het gebied van fysieke veiligheid. Deze taken worden uitgevoerd in een context die momenteel verschillende ontwikkelingen kent. Grote landelijke ontwikkelingen waaronder de nieuwe Wet veiligheidsregio's, die zich onder andere richt op versterking op het gebied van crisisbeheersing en een financiële impuls door ophoging van de BDuR-middelen zullen invloed hebben op de ontwikkelingen in de regio. De VRGZ spant zich ervoor in dat deze ontwikkelingen goed aangesloten zijn en blijven. Deze ontwikkelingen landen in het meerjarige regionale beleidsplan waarin ook de accenten worden bepaald die de komende jaren van belang zijn voor de activiteiten van de VRGZ.

2.2 Landelijke ontwikkelingen Nieuwe Wet crisisbeheersing en brandweerzorg In 2023 wordt naar verwachting de huidige Wet veiligheidsregio’s vervangen door de nieuwe Wet crisisbeheersing en brandweerzorg. De inhoud van deze nieuwe wet is nog niet bekend. De overheid heeft met de ‘Contourennota versterking Crisisbeheersing en Brandweerzorg’ een nadere uitwerking gegeven van het kabinetsstandpunt om mét behoud van het goede, zo spoedig mogelijk te komen tot een toekomstbestendig samenhangend stelsel voor crisisbeheersing en brandweerzorg. De

1

In 2023 is de samenvoeging van de meldkamers een feit. De inhoud van deze taak verandert niet. De governancestructuur verandert wel.

Programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027

9

contourennota schetst op hoofdlijnen de noodzakelijke vernieuwingen en veranderingen. Deze hoofdlijnen zijn herkenbaar en zijn al op veel overlegtafels aan de orde geweest. Enkele punten moeten nog verder uitgewerkt worden. Een aantal lijnen is wel al te benutten als uitgangspunten voor de VRGZ. Hieronder staan in hoofdlijnen de ontwikkelingen die te verwachten zijn op basis van de nieuwe wet: ▪ ▪ ▪ ▪

Een betere voorbereiding op toekomstige (langdurige, bovenregionale) rampen en crises en meer uitvoeringscapaciteit; Ontwikkeling van de netwerkrol en platformfunctie; Versteviging van de informatiefunctie; De brandweer wettelijk positioneren als het orgaan dat verantwoordelijk is voor het adviseren, stimuleren en regisseren van brandveiligheid, ook in aanverwante wetgeving.

‘Drie Grote Werken’ Bovengenoemde ambities en enkele langlopende vraagstukken binnen onze branche grijpen in elkaar. Omdat landelijk is geconstateerd dat complexe verandervraagstukken niet goed kunnen worden opgelost is het voornemen geuit de uitwerking en borging vorm te geven in een programmastructuur. Het gaat om vraagstukken die raken aan het stelsel en de inrichting van veiligheidsregio’s binnen het huidige verband van netwerken, vakraden en RCDV. Het doel is de komende vijf jaar de grote opgaven in verbinding met elkaar te realiseren en te borgen onder de voorlopige werktitel “Drie Grote Werken”. Deze Drie Grote Werken hebben betrekking op het onderwijsstelsel van de brandweer en een daarop geïnspireerd stelsel voor crisisonderwijs, de toekomstbestendige brandweer en de regionale versterking van crisisbeheersing en de daaraan

gerelateerde informatievoorziening. Hieronder wordt ingegaan op de versterking op het gebied van crisisbeheersing, in paragraaf 3.1.3 met betrekking tot de brandweer. Versterking crisisbeheersing In augustus 2022 heeft het kabinet ingestemd met een bestuurlijk akkoord gerelateerd aan de crisisopvang van vluchtelingen waarin onder andere structurele middelen via de BDuR (€ 83.000.000,-) landelijk beschikbaar zijn gesteld voor de versterking van rampenbestrijding en crisisbeheersing. De doelen die zijn gekoppeld aan deze extra middelen betreffen investeren in (de voorbereiding op) langdurige crises; bovenregionale en landelijke samenwerking; ontwikkeling van informatiemanagement en investeren in KCR2 (Knooppunt Coördinatie Regio’s en Rijk). Deze gelden zijn bedoeld voor versterking van taken en niet om tekorten op te vangen (zie ook paragraaf 7.3). De beschikbaarheid van de landelijke extra middelen loopt op van € 46.000.000,- in 2023 tot € 83.000.000,- structureel vanaf 2026. Voor VRGZ betekent dit een directe structurele financiële versterking oplopend van € 1.390.005,- in 2023 tot € 2.508.053,- in 2026. In 2023 wordt een voorstel voorgelegd aan het Algemeen Bestuur voor de besteding van de middelen in 2023 en verder.

Regionaal Beleidsplan 2024-2027 De beschreven kernactiviteiten worden samen met de accenten voor de betreffende beleidsperiode en de specifieke risico’s benoemd in het vierjaarlijkse Regionaal Beleidsplan (RBP). Het RBP beschrijft daarnaast de beoogde ontwikkelingen op hoofdlijnen. Het beleidsplan voor de periode 2024–2027 wordt momenteel vormgegeven. Het concept beleidsplan wordt medio 2023 aan het Algemeen Bestuur voorgelegd. Wanneer het

Programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027

10

bestuur instemt met het ontwerpbeleidsplan wordt het voor zienswijzen aangeboden aan de gemeenteraden. Met medeneming van de reacties van de gemeenteraden wordt het beleidsplan voor vaststelling aangeboden aan het Algemeen Bestuur in december 2023. In de jaarlijkse begroting(en) worden de activiteiten uit het meerjarige RBP vertaald naar de activiteiten in het betreffende begrotingsjaar. Hiermee wordt ervoor gezorgd dat de verschillende beleidscycli in elkaar grijpen en elkaar versterken. Ten tijde van de ontwikkeling van deze begroting (begin 2023) is de voorbereiding op het RBP 2024-2027 nog lopend. De contouren zijn nog niet getoetst bij partners en bestuurders. Daarom is het nog te vroeg om de beelden die er nu liggen al concreet te vertalen naar deze begroting. Daarnaast is de besteding van de extra BDuR-gelden nog niet geheel uitgekristalliseerd en ook weer afhankelijk van lopende ontwikkelingen. Dit maakt het lastig om deze ontwikkelingen nu al duidelijk op te nemen in de begroting. Duidelijk is echter dat de BDuR-middelen en bijbehorende kaders niet los staan van het RBP. Om die reden verwacht VRGZ dat de investeringen uit beide plannen overeen zullen komen en er geen behoefte aan extra middelen voortvloeit uit het RBP.

Programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027

11

3 Programma Crisis- en Rampenbestrijding

Programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027

12

3 Programma Crisis- en Rampenbestrijding De sector Crisisbeheersing vormt samen met de sector Brandweer het programma Crisis- en Rampenbestrijding. In de sector Crisisbeheersing zijn ook de taken en verantwoordelijkheden van de GHOR ondergebracht. In het derde hoofdstuk van deze begroting wordt het programma Crisis- en Rampenbestrijding voor het begrotingsjaar 2024 verder uitgewerkt. In de eerste paragraaf staan de ontwikkelingen van de sector Brandweer centraal, in de tweede paragraaf wordt uiteengezet wat de sector Crisisbeheersing in 2024 gaat realiseren. De tabel met het overzicht van baten en lasten van het programma C&R en een toelichting op de verschillen staat in paragraaf 6.2.

3.1 Brandweer

3.1.2 Natuurbrandbeheersing Het veranderende klimaat zorgt voor grotere risico’s op natuurbrand waardoor de voorbereiding erop bovenregionaal een extra impuls heeft gekregen en nog krijgt. Gelderland-Zuid is in 2022 gaan deelnemen aan het gezamenlijke project gebiedsgerichte aanpak natuurbrandbeheersing van de Provincie Gelderland en de Veiligheidsregio’s Gelderland-Midden, Noord- en Oost-Gelderland en Gelderland-Zuid, met een doorloop naar 2024. Doel van het project is onbeheersbare natuurbranden te voorkomen en voorzien in een gebiedsgerichte aanpak. Die aanpak bestaat uit twee sporen: het eerste is gericht op recreatie, zorg en wonen/werken en bestaat uit een lokale, objectgerichte aanpak onder regie van de gemeente met advisering vanuit de veiligheidsregio. Het tweede is gericht op beheerders en/of eigenaren van natuurgebieden en infrastructuur. De provincie heeft de regie genomen om daarbij te komen tot een natuurbrandpreventieplan waarbij de veiligheidsregio’s optreden als adviseur.

3.1.3 Drie Grote Werken

3.1.1 Dekkingsplan De brandweer heeft de wettelijke opdracht om eens in de vier jaar de beoogde operationele prestaties te beschrijven in de vorm van een dekkingsplan. De brandweer gaat in 2023 het huidige dekkingsplan (Brandweerzorgplan, basisbrandweerzorg en Brandweerzorgplan specialismen) actualiseren, waarbij naast regionale ontwikkelingen ook de laatste landelijke ontwikkelingen van de systematiek worden meegenomen. Na bestuurlijke besluitvorming in 2023 gaat het geactualiseerde dekkingsplan gelden voor de periode 2024-2027.

Zoals in hoofdstuk 2 beschreven is landelijk een traject ingezet om vanaf 2023 de komende vijf jaar drie grote opgaven te realiseren en te borgen. Het gaat daarbij om complexe verandervraagstukken die raken aan het stelsel en de inrichting van veiligheidsregio’s. De vraagstukken zijn verdeeld onder de werktitel ‘Drie Grote Werken’, waarbij voor de brandweer relevant zijn: ▪

Een verbetering en vereenvoudiging van het brandweeronderwijsstelsel. Op basis van een probleemanalyse is de hoofdvraag hoe een adequaat brandweeronderwijsstelsel te realiseren en te implementeren is binnen het Nederlands Instituut Publieke

Programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027

13

▪

▪

Veiligheid (NIPV) en de veiligheidsregio’s, samen met relevante partners. Organiseer een toekomstvaste brandweerzorg. Hoofdvragen hierbij zijn de kwaliteit van lokale en regionale brandweerzorg hoog te houden, de regionale en landelijke slagkracht voor gewone en bijzondere risico’s te verbeteren en de onderlinge schakels binnen de veiligheidsketen en preventieve en preparatieve werkzaamheden binnen de (grootschalige) incidentbestrijding beter af te stemmen. (boven-)Regionale versterking van crisisbeheersing en de daaraan gerelateerde informatievoorziening, waar ook de brandweer de effecten van zal meekrijgen.

Voor alle drie de opgaven wordt in 2024 en de jaren daarna inzet en uitvoering van de brandweer verwacht. De mensfactor is hierbij relevant. Goed werkgeverschap, boeien en binden van personeel en inspelen op ‘de medewerker van de toekomst’ is hierbij noodzakelijk.

3.1.5 NOOVA De minister van Justitie en Veiligheid heeft in 2019 de opdracht gegeven om de verkenning te starten naar een mogelijke opvolger van het C2000netwerk. Dit vanwege het belang om Nederland weerbaar te maken tegen statelijke dreigingen maar ook in het kader van cybercriminaliteit en de (informatie-)beveiliging voor een vitaal systeem. Daarom wordt het huidige systeem C2000, inclusief alarmering, vervangen en aangepast aan de nieuwe eisen. Dit gebeurt de komende jaren in een aantal stappen onder de werknaam NOOVA (Nationale Openbare Orde- en Veiligheidsarchitectuur). Ook in 2024 vraagt dit capaciteit van de regio voor de voorbereiding en de implementatie van de eerste stap: de basisvoorziening waarop C2000 en het nieuwe systeem tijdelijk naast elkaar gaan draaien. Het ministerie draagt de kosten voor (de ontwikkeling van) het programma maar benodigde randapparatuur vraagt op de langere termijn wel investeringen van de veiligheidsregio’s.

3.1.6 Ontwikkeling Veilig Bouwen 3.1.4 Omgevingswet De invoering van de Omgevingswet is uitgesteld tot 1 januari 2024. In 2024 start VRGZ met de daadwerkelijke uitvoering. Door het meermaals uitstellen worden herhalingstrainingen georganiseerd om de opgedane kennis niet verloren te laten gaan en wordt het werken met het Digitaal Stelsel Omgevingswet ingevoerd. Verder is het van belang om samen met de gemeenten twee zaken te verwerken in de omgevingsplannen en toe te passen: de Regionale Handreiking Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid van de VRGZ en de regels die fysieke veiligheid borgen.

In 2017 heeft het team Veilig Bouwen iets meer dan 1.400 adviezen verstrekt. In de jaren erna is dat aantal toegenomen tot bijna 1.900 in 2022. De capaciteit is echter niet meegegroeid. In 2017 werden gemiddeld 140 adviezen verstrekt per medewerker, wat passend was om de afhandeling van het aantal adviesaanvragen en de kwaliteit ervan op peil te houden. Nu vraagt het aanbod om 190 adviezen per medewerker bij gelijkblijvende capaciteit. Daarnaast wordt steeds vaker een beroep gedaan op gelijkwaardigheidsbeoordelingen en neemt de complexiteit van de advisering en daarmee ook de daarvoor benodigde tijd toe. De verwachting is dat het aantal aanvragen en de complexiteit niet zal afnemen. Uitgaande van 140 adviezen per medewerker om daarmee 1.900 aanvragen op tijd en met de noodzakelijke kwaliteit af te handelen, is het daarom gewenst om

Programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027

14

de formatie van het team Veilig Bouwen uit te breiden. Op basis van de stijging van het aantal adviezen zou 3fte extra nodig zijn. In deze begroting is een uitbreiding van 1 fte opgenomen en wordt na een jaar geëvalueerd of dit voldoende is.

gekregen. Zo zijn ze eerder aan zet bij (dreigende) crises en wordt er – onder andere qua informatiemanagement – meer verwacht. Dit vraagt niet alleen om nieuwe verbindingen maar ook om heldere samenwerkingsafspraken en borging van (vertrouwelijke) kennis.

Informatiegestuurde veiligheid

3.2 Crisisbeheersing De sector Crisisbeheersing vormt samen met de sector Brandweer het programma Crisis- en Rampenbestrijding. In de sector Crisisbeheersing zijn ook de taken en verantwoordelijkheden van de GHOR ondergebracht.

Langdurige en/of bovenregionale crises Tijdens de coronacrisis en de vluchtelingencrisis is aangetoond dat de VRGZ een wendbare crisisorganisatie heeft van waaruit langdurige crises het hoofd geboden kunnen worden. Deze crises hebben echter ook een groot beroep gedaan op een beperkt aantal functionarissen. Verkend wordt hoe deze belasting meer gespreid kan worden. Bovendien vragen de nieuwe crises om nieuwe planvorming, zowel regionaal als bovenregionaal en landelijk. Het is belangrijk om daar een bijdrage aan te leveren, zodat (landelijke) planvormen aansluiten bij de regionale uitvoering en vice versa. Hiervoor is capaciteit nodig die aansluit bij de BDuR-doelstellingen en dus uit de extra BDuR-middelen bekostigd kan worden (zie ook paragraaf 3.2.4).

Netwerkrol De afgelopen jaren heeft de netwerkrol van de VRGZ zich al verder ontwikkeld. Ook de komende jaren blijft dit van belang. Nieuwe crises vragen om meer verbinding en andere partners. Bovendien hebben de veiligheidsregio’s door de crises van de afgelopen jaren een andere positie

De afgelopen jaren is gewerkt aan de ontwikkeling van een Veiligheidsinformatieknooppunt (VIK). Hierin wordt informatie vanuit verschillende bronnen en partners bijeen gebracht en geanalyseerd en wordt advies uitgebracht in het kader van risico’s en (dreigende) rampen en crises. In 2024 en de daaropvolgende jaren wordt dit, met behulp van de extra BDuR-middelen, verder ontwikkeld. Elke veiligheidsregio dient een werkzaam en effectief VIK te hebben. Daarbij speelt samenwerking met de regio’s in Oost5 een grote rol, evenals de aansluiting bij het landelijke KCR2.

BDuR-middelen Zoals in hoofdstuk 2 is aangegeven ontvangt Veiligheidsregio GelderlandZuid vanaf 2023 extra middelen via de BDuR voor versterking van crisisbeheersing. In 2023 worden voorstellen uitgewerkt voor besteding van deze middelen. Voor 2024 gaat het om een bedrag van ruim € 1.700.000,- waar Gelderland-Zuid zelf plannen voor kan ontwikkelen ten behoeve van: ▪ ▪ ▪ ▪

(het voorkomen of bestrijden van) langdurige crises; bovenregionale samenwerking; versterking crisisbeheersing algemeen; informatiemanagement.

Programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027

15

Voorstellen zullen zich zowel richten op het primaire proces als op de daarbij benodigde ondersteuning. De impact van deze extra middelen op crisisbeheersing zal omvangrijk zijn. Enerzijds omdat hiermee meer mogelijkheden geboden worden om taken te intensiveren en te werken aan ontwikkeling en innovatie in het werkveld. Anderzijds zal het ook impact hebben op de ontwikkeling van de sector zelf. Een snelle groei van deze afdeling kan leiden tot lagere werkdruk en vraagt tegelijk ook meer coördinatie. Cyclisch proces leren en ontwikkelen Het lerend vermogen van de crisisorganisatie is cruciaal om toekomstige crises en rampen goed te kunnen managen. De veranderende wereld leidt tot andere typen crises en rampen. Dit vraagt om een flexibele crisisorganisatie die nauw in verbinding staat met haar medewerkers en partners. Het is belangrijk om te beseffen dat veiligheidsregio’s in samenwerkingsnetwerken niet telkens dezelfde rol en positie hebben. Die rol zal afhangen van de specifieke situatie: bij reguliere incidenten leidend en coördinerend, in andere gevallen als bijstandsverlener of ondersteunend platform. Het stellen van vragen, het uitvoeren van een gezamenlijke probleemdiagnose en het tussentijds reflecteren en evalueren neemt in zo’n werkomgeving aan belang toe.

De sector gaat experimenteren met andere vormen van evalueren zoals on-the-spot waarnemen en observeren en kritisch-positieve benaderingen zoals waarderend onderzoek. Daarbij kan technologie behulpzaam zijn.

GHOR In de nieuwe Wet crisisbeheersing en brandweerzorg die naar verwachting in 2023 van kracht wordt zal de positie van de GHOR verder worden aangescherpt. Het regionaal zorgrisicoprofiel wordt structureel onderdeel van de opgaven voor de GHOR. Omdat dat zorgprofiel ook nog dit jaar vormgegeven wordt zal pas eind 2023 inzichtelijk zijn wat de impact hiervan is op de GHOR. De informatiepositie van de GHOR, als verbindende schakel tussen de zorgketen en de multidisciplinaire crisispartners in de voorbereiding van en tijdens crises, zal in Oost5-verband verder vorm worden gegeven. In de breedte van het werkveld zal sprake zijn van versterking van de samenwerking met het Regionaal Overleg Acute Zorgketen (ROAZ).

Advisering in het kader van de Omgevingswet De Omgevingswet ziet veiligheid als een belangrijk deel van de fysieke leefomgeving. Omgevingsplannen moeten daarom expliciet rekening houden met het voorkomen, beperken en bestrijden van branden, rampen en crises en de geneeskundige hulpverlening. Dat vraagt in de advisering naast de klassieke brandweerthema’s ook meer aandacht voor de zorg- en multidisciplinaire thema’s. Daarbij is de veiligheidsregio niet altijd de inhoudelijke expert maar heeft deze wel een rol vanuit de (multidisciplinaire) netwerkfunctie. Samen met de brandweer wordt invulling aan deze adviespositie van de veiligheidsregio gegeven. Hierbij is naast inzet van de Brandweer extra inzet nodig voor advisering van de sector Crisisbeheersing. De omvang van de inzet is op dit moment nog niet duidelijk.

Programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027

16

Strategisch communicatieplan In 2023 wordt een strategisch communicatieplan opgeleverd. De beschikbare communicatiecapaciteit is altijd zeer beperkt geweest (2,8 fte). Steeds vaker wringt de capaciteit met de ambities van de organisatie. Bovendien blijkt uit het medewerkersonderzoek (najaar 2022) dat medewerkers minder positief zijn over de interne communicatie en informatievoorziening. Het is belangrijk om hierin te investeren.

Programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027

17

4 Programma Regionale Ambulancevoorziening

Programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027

18

4 Programma Regionale Ambulancevoorziening (RAV)

hebben op 2024. Deze veranderopgave zal continue aandacht vereisen, ook van Ambulancezorg Gelderland-Zuid (AZGZ).

Het tweede programma bij de veiligheidsregio betreft de Regionale Ambulancevoorziening. In 2024 wordt aandacht besteed aan de hieronder genoemde onderwerpen.

4.2 Regionaal meerjarenbeleidsplan Ambulancezorg Gelderland-Zuid

4.1 Ambulancezorg Gelderland-Zuid

In het Regionaal Beleidsplan worden ook voor de sector Ambulancezorg interne en externe ontwikkelingen beschreven. De meest relevante ontwikkelingen en trajecten worden hieronder toegelicht.

Ambulancezorg Gelderland-Zuid (AZGZ) is een erkende gezondheidszorginstelling en voert haar werkzaamheden uit op grond van de door de ministerie van VWS verstrekte ‘aanwijzing’ in het kader van de Wet ambulancezorgvoorzieningen. De Wet ambulancezorgvoorzieningen is ingegaan per 1 januari 2021. Het Kwaliteitskader Ambulancezorg dat per 1 januari 2020 geïmplementeerd is in de sector, heeft een belangrijke plaats gekregen binnen de nieuwe Wet ambulancezorg. Daardoor is niet langer alleen de responstijd van de spoedurgentie maatgevend voor de geleverde kwaliteit van zorg. De ambulancesector kent verschillende uitdagingen; het aantal zorgvragers neemt al meerdere jaren toe wat de kosten doet toenemen. Tegelijk wil de politiek die stijgende zorguitgaven drukken. Veranderingen in het (acute) zorgsysteem zullen als gevolg daarvan de komende jaren noodzakelijk zijn; besluiten zullen genomen moeten worden om de beschikbaarheid en toegankelijkheid van de zorg ook in de toekomst te kunnen waarborgen. Het Integraal Zorgakkoord (IZA) dat als doel heeft de zorg voor de toekomst goed, toegankelijk en betaalbaar te houden, krijgt in 2023 vorm. Dit zal, afhankelijk van hoe snel deze ontwikkelingen landelijk vorm krijgen, effect

4.3 Urgentieklassen herindeling Voor de juiste inzet van de verschillende vormen van ambulancezorg op de steeds grotere diversiteit aan zorgvragen en voor het beter kunnen afstemmen met de huisartsensector, is de juiste urgentiebepaling van groot belang. De ambulancesector kent momenteel twee urgentieclassificaties voor spoedzorg (A1 en A2) en twee urgentieclassificaties voor geplande zorg (B1 en B2). De ontwikkeling van een landelijk eenduidige en optimale urgentieclassificatie is afgerond. Burgers met een zeer urgente zorgvraag zullen nog sneller en gerichter ambulancezorg ontvangen. Ambulancezorgprofessionals worden gericht ingezet om onnodig dure (vervolg)zorg te voorkomen. Landelijk wordt hiervoor (door Ambulancezorg Nederland (AZN)) het implementatieplan gemaakt en kan AZGZ in samenwerking met de samenwerkingspartners een doorvertaling maken voor de eigen organisatie en de implementatie doorvoeren in Gelderland-Zuid. Hierover zal aan het bestuur worden gerapporteerd. Aangezien dit een langlopend proces is, zal in 2024 deze nieuwe urgentieclassificatie verder geconcretiseerd worden.

Programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027

19

4.6 Personeel 4.4 CZO Flex Level In 2023 is CZO Flex Level geïntroduceerd, een initiatief van de Nederlandse Vereniging voor Ziekenhuizen (NVZ) en de Nederlandse Federatie van Universitaire medische centra (NFU). Aanleiding voor het programma CZO Flex Level is de veranderende zorgvraag en de vraag van zorgprofessionals en zorginstellingen. Voor een passend aanbod aan (vervolg)opleidingen ontwikkelt CZO Flex Level, samen met de zorg- en opleidingsinstellingen, een nieuw opleidingsstelsel van flexibele en vernieuwende (vervolg)opleidingen en leerroutes. Doelstelling van het programma is het ontwikkelen van een toekomstbestendig opleidingsstelsel. In 2024 wordt verder doorgegaan met de implementatie van CZO Flex.

4.5 Digitale gegevensuitwisseling Om in het heden en in de toekomst de zorg zoveel mogelijk op elkaar aan te laten sluiten zal er veel geïnvesteerd worden in digitale gegevensuitwisseling tussen ketenpartners. Hierin is langzaam vooruitgang te zien door verschillende (landelijke) pilots. Om de acute zorg goed te blijven waarborgen is deze digitale gegevensuitwisseling essentieel. Een voorbeeld hiervan is de digitale overdracht van triagegegevens vanuit de meldkamer ambulancezorg naar een huisartsenpost, waardoor AZGZ beter in staat is om de huisarts te informeren over de gezondheid van zijn of haar patiënten.

AZGZ heeft net als de gehele gezondheidszorg in Nederland te maken met een moeilijke en een toenemend krappe arbeidsmarkt. Met de zorgverzekeraars zijn goede afspraken gemaakt om in de loop van 2023 de paraatheid verder uit te breiden en ook het stafbureau hierop aan te passen. AZGZ blijft zich volop inzetten om nieuwe medewerkers te werven, op te leiden en te binden om de beoogde groei gestalte te geven.

4.7 Schaarste materiaal en materieel Het risico op schaarste in materiaal en materieel wordt nauwlettend in de gaten gehouden zodat het de operatie zo min als mogelijk zal verstoren. Met name de vertraagde levering van bepaalde materialen kunnen tot problemen leiden. Voorbeelden hiervan zijn het opleveren van nieuwe voertuigen, de levering van medicatie en medische verbruiksartikelen, de levering van batterijen voor medische apparatuur. Periodiek wordt hier per middel op gemonitord zodat er op tijd geëscaleerd kan worden. Verwacht wordt dat deze schaarste in 2024 nog steeds een impact zal hebben.

4.8 Doorontwikkeling zorgcoördinatiecentra In 2023 zal de meldkamer de transitie maken van Arnhem naar Apeldoorn. In de loop van 2023 wordt gekeken welke (deel-)processen toch vanuit Arnhem uitgevoerd kunnen worden. Hiervoor is in 2024 in ieder geval een daartoe geëquipeerde ruimte beschikbaar inclusief meldtafels en worden ketenpartners van harte uitgenodigd om met elkaar invulling te geven aan de best mogelijke zorg voor de patiënten in ons verzorgingsgebied.

Programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027

20

Om deze beweging ook in 2024 gaande te houden zullen hiervoor de benodigde middelen beschikbaar moeten zijn om zowel de locatie als de benodigde apparatuur en bemensing hiervoor in stand te houden.

4.10 Streefwaarden ambulancezorg Streefwaarden Operationele inzetprestatie

4.9 Kerngegevens ambulancezorg

A1-ritten ambulance

Kerngegevens Eenheden

Verwacht

Voorgenomen

Ca. 12.000

A1-ritten binnen 15 minuten

95%

A1-ritten gemiddelde meldtijd

max. 1:40

A1-ritten gemiddelde opstarttijd

max. 0:45

Opkomstlocaties

4

A1-ritten gemiddelde rijtijd

6:30

Voorwaardenscheppende locaties

9

A1-ritten gemiddelde responstijd

8:55

A-ambulances en B-ambulances

28

A2-ritten ambulance

Mobiele Intensive Care Unit (MICU)

2

A2-ritten binnen 30 minuten

Rapid Responder voertuigen

3 Tabel 2: kerngegevens ambulancezorg

Ca. 9.000 98%

Vakbekwaamheid Medewerkers met bekwaamheidsverklaring

100%

Tabel 3: streefwaarden ambulancezorg

Programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027

21

5 Paragrafen

Programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027

22

resultaat toegevoegd wordt aan de algemene reserve tot de bestuurlijke norm.

5 Paragrafen 5.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing In deze paragraaf komen de normering van de algemene reserve, het weerstandsvermogen en de weerstandscapaciteit aan de orde. Daarnaast worden de risico’s van de VRGZ beschreven. Voor het beleid over weerstandsvermogen en risicobeheersing wordt verwezen naar bijlage 7.5 Financiële spelregels.

Algemene reserve, weerstandsvermogen en weerstandscapaciteit

Het weerstandsvermogen is de mate waarin de benodigde capaciteit wordt gedekt door de beschikbare capaciteit (algemene reserve rampenbestrijding). De verwachte beschikbare weerstandscapaciteit is niet toereikend om de geïnventariseerde en gecalculeerde risico’s (zie paragraaf 5.1.2 Risico’s) te dekken. Naarmate de gecalculeerde risico’s zich daadwerkelijk voordoen treft de VRGZ hiervoor bezuinigingsmaatregelen of wordt de bijdrage van gemeenten hoger. Programma RAV De reserve van de RAV ziet er als volgt uit:

Programma Crisis- en Rampenbestrijding Algemene reserve Crisis- en Rampenbestrijding Bedragen * € 1.000,Norm eigen vermogen (5% van de baten)

Reserve aanvaardbare kosten RAV Bedragen * € 1.000,-

Begroting 2024

Raming 2025

Raming 2026

Raming 2027

3.128

3.156

3.180

3.189

Algemene reserve rampenbestrijding

3.128

3.028

3.028

3.028

Percentage eigen vermogen van de baten

5,00%

4,80%

4,76%

4,75%

Tabel 4: algemene reserve C&R

Begroting 2024

Raming 2025

Raming 2026

Raming 2027

De minimale norm is 10% van de baten

3.329

3.329

3.229

3.329

De streefwaarde is 15% van de baten

4.993

4.993

4.993

4.993

Reserve aanvaardbare kosten RAV

2.631

2.631

2.631

2.631

8%

8%

8%

8%

Percentage eigen vermogen van de baten

Tabel 5: reserve aanvaardbare kosten RAV

Bestemde reserves worden niet meegenomen in deze toetsingstabel van het eigen vermogen.

Cijfermatig haalt de Ambulancezorg Gelderland Zuid de minimale norm van 10% van de baten niet. Dit wordt veroorzaakt doordat de RAV de afgelopen jaren niet in staat is geweest structureel positieve resultaten te behalen.

Het saldo van de algemene reserve is lager dan de norm van 5%. Indien positieve resultaten behaald worden geldt als uitgangspunt dat dit

In 2022 was er wel een fors positief resultaat waardoor de reserve weer toeneemt en de minimale norm van 10% weer in zicht komt.

Programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027

23

De verwachte beschikbare weerstandscapaciteit (reserve aanvaardbare kosten RAV) is toereikend om de geïnventariseerde en gecalculeerde risico’s te dekken (zie paragraaf 5.1.2 Risico’s).

Risico’s In tabel 6a is een samenvatting van de risico’s met financiële omvang opgenomen. Bij de bepaling van de noodzakelijke risicocapaciteit is rekening gehouden met de weging van de verwachtingswaarde van de kans dat de risico’s zich voordoen. Bedragen *€ 1.000,-

Verwachtingswaarde afzonderlijke risico’s

Noodzakelijke risicocapaciteit VRGZ

Noodzakelijke risicocapaciteit RAV

Noodzakelijke risicocapaciteit C&R

2.750

790

45

745

800

280

105

175

Economische risico’s

3.650

2.145

508

1.637

Middelen, organisatie, medewerkers en efficiency

6.425

3.288

702

2.586

Totaal

13.625

6.503

1.360

5.143

Nieuwe wet- en regelgeving en politiek bestuurlijke risico’s Maatschappelijke risico’s

Wijzigingen ten opzichte van het overzicht in de jaarrekening Zoals in de jaarrekening is aangegeven, zijn de risico’s voor cao-wijzigingen, prijsstijgingen en de kapitaallasten voor vastgoed gedeeltelijk verwerkt in de begroting 2024 en in de begrotingswijziging 2023. Het risico op caostijgingen is hierop omlaag bijgesteld. Het risico op prijsstijgingen is niet omlaag bijgesteld omdat in de begroting 2024 en in de begrotingswijziging 2023 daar maar beperkt rekening mee is gehouden. Het risico op de kapitaallasten blijft ongewijzigd omdat nog een separaat besluit van de gemeenten nodig is. Frauderisicoanalyse In 2021 heeft de VRGZ beleid opgesteld over het voorkomen van fraude en er is een frauderisicoanalyse uitgevoerd. De analyse wordt periodiek geactualiseerd en is betrokken bij het risicomanagement. Ook komt dit onderdeel vanaf de jaarrekening 2023 terug bij de rechtmatigheidsverklaring via het criterium misbruik en oneigenlijk gebruik.

Tabel 6a: samenvatting risico’s

Om een concreter beeld te geven van de risico’s die de VRGZ loopt, worden in de onderstaande tabel de tien grootste risico’s weergegeven. De grootste risico’s zijn in de volgende tabel opgenomen.

Programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027

24

Nr

Risico en omschrijving

1

Verduurzaming vastgoed Om te voldoen aan de duurzaamheidseisen (o.a. klimaatakkoord, energiebesparing) zijn extra investeringen nodig in bestaande en nieuwe panden. Dit betreft een afweging tussen de ambities, planning en financiële middelen.

2

Bedrag x kans 1.950 x 0,7

Risico bedrag x € 1.000,1.365

Beheersmaatregelen ▪ ▪

▪

Prijsstijgingen Het betreft hier de verwachte stijgingen van materieel (inkoop, onderhoud, bouw) die boven de indexcijfers uitkomen die door de adviescommissie zijn meegegeven en zijn opgenomen in de begroting 2023 en 2024. Het risico is dat de gemeenten en deels ook van de zorgverzekeraars onvoldoende compenseren om dit op te vangen.

1.600 x 0,7

Cao wijzigingen Het betreft hier de stijgingen van de CAO die hoger kunnen uitpakken dan waarmee in de begroting rekening is gehouden. In de begroting is reeds gerekend met een hogere indexatie dan door de adviescommissie is aangegeven.

2.050 x 0,5

4

Arbeidsmarktkrapte Er is sprake van vergrijzing en schaarste van personeel. Er moet meer worden geïnvesteerd in behouden en aantrekken van kwalitatief goede werknemers. Dat kan ook leiden tot tijdelijk inhuren, wat door de krapte op de arbeidsmarkt ook duurder kan uitpakken. Daarnaast speelt de samenvoeging van de meldkamers in Oost5 een rol. Dit kan het werk ook minder aantrekkelijk maken, waardoor mensen vertrekken of moeilijker aan te trekken zijn. Het opleiden van nieuwe medewerkers kan ten koste gaan van het bemensen tafels met als gevolg langer wachten op triage of geen triage en extra inhuur.

375 x 0,5 (Meldkamer) 750 x 0,3 (VRGZ)

413

▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Zorgcoördinatie Oost5 samenwerking Arbeidsvoorwaarden Wervingscampagnes Landelijk aandacht via brancheorganisatie Innovatieve Taakdifferentiatie Routeren Inzet wervingsbureaus Inhuren

5

Kapitaallasten vastgoed Bij de regionalisering zijn panden zonder- of met geringe boekwaarde overgegaan naar de VRGZ. Hiervoor zijn dus geen of weinig kapitaalslasten gebudgetteerd terwijl deze in de komende jaren aan

500 x 0,7

350

▪ ▪

Uitstellen van vervanging Onderzoek naar vermindering kazernes en spreiding opnieuw beoordelen

3

1.120

Onderzoek en advies verduurzaming van 13 panden Ambities en planning laten aansluiten op financiële middelen.

▪ ▪

1.025

▪ ▪

Programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027

Tijdig bespreken met gemeenten en zorgverzekeraars (procesvoorstel is reeds voorgelegd aan het AB) Kwaliteitseisen verlagen Uitstellen of afzien van aanschaf materieel.

Tijdig het gesprek voeren met gemeenten en zorgverzekeraars Bij vacatureruimte afwegen of invulling noodzakelijk is.

25

Nr

Risico en omschrijving

Bedrag x kans

Risico bedrag x € 1.000,-

Beheersmaatregelen

vervanging toe zijn. Dit betekent een extreme stijging in de kapitaalslasten t.o.v. de huidige situatie. Het risico bestaat dat hiervoor niet/onvoldoende wordt gecompenseerd. 6

Omgevingswet De invoering omgevingswet kan leiden tot een veranderde vraag, waardoor er hoger/ander geschoold personeel nodig is, nieuwe software en een toename in (complexere) aanvragen.

900 x 0,3

270

▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Trainingen/opleidingen personeel Projectorganisatie ingericht Actueel houden van de opgedane kennis Participatie in landelijke overleggen Volgen van de landelijke ontwikkelingen

7

WNRA Het is nog onduidelijk of de volledige werkgeverslasten moeten worden berekend voor de brandweervrijwilligers in plaats van de 7% van nu. Ook is niet bekend wat dit betekent voor de animo voor vrijwilligers en de impact op 2e loopbaanbeleid 24-uursdienst.

900 x 0,3

270

▪

Landelijke ontwikkelingen volgen (onderzoek SEmFire UvM) Pilot fit voor het vak Geen kazernering/ consignatie (bouwsteen1) Afbouwregeling consignatievergoeding

8

Klimaatverandering Gevolgen van klimaatverandering en energietransitie op Repressie brandweer. Dit kan leiden tot langere- en complexere uitrukken en toename in aantal uitrukken. Ook kan dit leiden tot anders- of meer opleiden en nieuwe vereisten materieel.

375 x 0,7

262

▪ ▪

Volgen landelijke ontwikkelingen Project gebiedsgerichte aanpak natuurbrandbeheersing

9

Cybercriminaliteit/beveiligingsincident Beveiligingsincident is een inbreuk op de beveiliging, waarbij de beschikbaarheid, de integriteit of de vertrouwelijkheid van informatie (en persoonsgegevens) in gevaar is of kan komen. Een beveiligingsincident kan ook onbewust worden veroorzaakt. Dit kan leiden tot boetes en imagoschade. Cybercriminaliteit kan een oorzaak en een gevolg daarvan zijn en brengt risico’s op bedrijfscontinuïteit, losgeldeisen, valse betalingsverzoeken, etc. met zich mee.

750 x 0,3

225

▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Uitvoeren van audits Verhogen bewustwording binnen de organisatie Aanwezigheid van CISO, FG en PO Tactisch- en strategisch plan om te voldoen aan wet- en regelgeving Back-ups Continuïteitsplan

Epidemie Kosten van uitval en andere inzet van personeel, waardoor taken tijdelijk niet worden uitgevoerd of extra moet worden ingehuurd.

375 x 0,5

▪

Continuïteitsplan eigen organisatie

10

▪ ▪ ▪

187

Programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027

26

Nr

Risico en omschrijving

Bedrag x kans

Risico bedrag x € 1.000,-

Totaal van de 10 grootste risico’s (noodzakelijke risicocapaciteit)

5.487

Overige (noodzakelijke risicocapaciteit)

1.016

Totale noodzakelijke risicocapaciteit

6.503

Programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027

Beheersmaatregelen

27

Investeringen in gebouwen De VRGZ heeft 34 brandweerkazernes en 4 ambulanceposten in eigendom. De overige kazernes en ambulanceposten zijn in eigendom van de gemeenten en worden gehuurd door de VRGZ. Investeringen in gebouwen die eigendom van de gemeenten zijn komen voor rekening van de betreffende gemeenten. Investeringen in gebouwen die eigendom zijn van de VRGZ worden bij de VRGZ geactiveerd. De kapitaallasten zijn opgenomen in de begroting.

Kengetallen Onderstaande kengetallen zijn opgenomen conform Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). De structurele exploitatieruimte in onderstaande tabel is in 2023 t/m 2027 nihil doordat de resultaten in de exploitatie incidenteel van aard zijn. Incidentele lasten en vrijval van de bestemde reserves worden niet meegenomen in de berekening van de kengetallen. Kengetallen

Realisatie 2022

Gew. Begr. 2023

Begro- Raming Raming Raming ting 2025 2026 2027 2024

Netto schuldquote

51%

71%

71%

79%

76%

73%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

51%

71%

71%

79%

76%

73%

Solvabiliteitsratio

12%

7%

7%

6%

6%

6%

Structurele exploitatieruimte

2%

0%

0%

0%

0%

0%

Tabel 7: kengetallen

Investeringen in overige kapitaalgoederen Ten aanzien van de investeringen in overige kapitaalgoederen (inventaris en installaties, automatisering, vervoersmiddelen en materiaal) hanteert de VRGZ een meerjarig investeringsplan dat periodiek wordt geactualiseerd. In de begroting is een verwachting opgenomen voor kapitaallasten gebaseerd op de verwachte kapitaallasten van het betreffende begrotingsjaar. De werkelijke kapitaallasten fluctueren. Meerjarig wordt gestuurd op een sluitende investeringsbegroting. Dit laatste staat onder druk vanwege de inflatie en additionele duurzaamheidseisen waardoor prijzen verder oplopen.

5.2 Onderhoud kapitaalgoederen Materiële vaste activa Activeren en afschrijven In overeenstemming met het BBV wordt alle materiële vaste activa geïnvesteerd. Investeringen worden lineair afgeschreven vanaf 1 juli van het jaar van ingebruikname. Als uitgangspunt voor het activeren geldt dat dit plaatsvindt vanaf € 10.000,- per object.

Onderhoud Ambitieniveau VRGZ is een organisatie die sterk afhankelijk is van de inzet van haar materieel. Uitval kan niet worden gepermitteerd. Het is daarom noodzakelijk om het risico van deze uitval te beperken door garanties en zekerheden te stellen. Eén van de zekerheden worden ontleend aan het meerjarig in beeld brengen van de onderhoudskosten van het operationeel

Programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027

28

houden van de onderhoudsobjecten. Er mag geen sprake zijn van achterstallig onderhoud. Onderhoud gebouwen en installaties Op basis van het meerjarenonderhoudsplan (MJOP) wordt jaarlijks het planmatig onderhoud uitgevoerd. Uitgangspunten beleid ▪ Het MJOP wordt jaarlijks geactualiseerd en een keer in de vijf jaar volledig herzien door een externe partij. De eerstvolgende herziening vindt plaats in 2023. ▪

De VRGZ middelt de lasten van het onderhoud over een periode van 10 jaar.

▪

Voor het meten en bewaken van de onderhoudsstaat hanteren wij de landelijke NEN‐norm 2767 (Nederlands Normalisatie‐instituut) voor gebouwen.

Het onderhoud vertoont in absolute zin, als gevolg van werkelijk uit te voeren onderhoud, in de verschillende jaren fluctuaties. Via de voorziening groot onderhoud vertoont de feitelijke belasting van de begroting een stabiel beeld. De kosten voor het beheer en onderhoud van de gehuurde panden zijn voor rekening en risico van de gemeenten. De VRGZ draagt bij in de servicelasten.

Onderhoud materieel Het onderhoud van materieel wordt grotendeels in eigen beheer uitgevoerd via het organisatieonderdeel Materieel Techniek (servicecentrum) of uitbesteed.

5.3 Financiering Beleid t.a.v. risicobeheer en financieringsportefeuille Risicobeheer Het verstrekken van leningen en garanderen van rente en aflossing van leningen is niet toegestaan. Financieringsportefeuille De hoeveelheid geld die nodig is voor de uitvoering van de verschillende taken van de organisatie wordt beheerd door de treasuryfunctie. Werkwijze, taken en verantwoordelijkheden zijn vastgelegd in het treasurystatuut. De VRGZ voert een risicomijdend beleid. Voor de VRGZ geldt het schatkistbankieren voor decentrale overheden. Dit houdt in dat tegoeden worden aangehouden in de Nederlandse schatkist. Hierdoor zal de Nederlandse Staat minder geld hoeven te lenen op de financiële markten en zal de staatsschuld dalen.

Programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027

29

Rente en treasury

Kasgeldlimiet (bedragen * € 1.000,-)

In onderstaand renteschema worden de rentelasten, de toerekening aan taakvelden en het renteresultaat weergegeven (bedragen x € 1.000,-).

Omvang begroting per 1 januari (is grondslag) 95.754 1

Renteschema (bedragen * €1.000,-)

2024

a. De externe rentelasten over de korte en lange financiering

923

b. De externe rentebaten

0

Saldo rentelasten en -baten

923

c. De rente die aan taakvelden moet worden doorberekend/toegerekend Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

0

d1. Rente over eigen vermogen

0

d2. Rente over voorzieningen (gewaardeerd op contante waarde)

0

3

923

e. De werkelijk aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) (2,0%) f. Renteresultaat op het taakveld treasury

2

923

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

1e kwt 2e kwt 2024 2024

Tabel 8: renteschema

Het Ministerie van Financiën geeft aan welk bedrag mag worden gefinancierd met kortlopende geldleningen: de kasgeldlimiet. Als de kasgeldlimiet structureel wordt overschreden moet de kortlopende schuld worden omgezet in een langlopende schuld. Op basis van navolgend schema lijkt de VRGZ niet binnen de norm voor de kasgeldlimiet te blijven en zullen op het moment dat de investeringen worden gerealiseerd langlopende leningen moeten worden aangetrokken.

95.754

8,2%

8,2%

8,2%

8,2%

- in bedrag

7.852

7.852

7.852

7.852

- opgenomen gelden < 1 jaar

31.436

31.436

31.436

31.436

- schuld in rekening courant

0

0

0

0

- gestorte gelden door derden < 1 jaar

0

0

0

0

- ov. geldleningen niet zijnde vaste schuld

0

0

0

0

182

182

182

182

0

0

0

0

805

805

805

805

Totaal netto vlottende schuld (2 - 3)

30.449

30.449

30.449

30.449

Toegestane kasgeldlimiet (1)

7.852

7.852

7.852

7.852

Omvang vlottende korte schuld (+/+)

Vlottende middelen (-/-)

- overige uitstaande gelden < 1 jaar Toets kasgeldlimiet 4

Kasgeldlimiet

95.754

- in procenten van de grondslag

- tegoeden in rekening-courant

532

4e kwt 2024

Toegestane kasgeldlimiet

- contante gelden in kas

1.454

95.754

3e kwt 2024

Ruimte (+)/ Overschrijding (-) (1 - 4)

-22.597 -22.597 -22.597 -22.597 Tabel 9: kasgeldlimiet

Renterisiconorm Om ongewenste financiële gevolgen van rentewijzigingen te beperken geeft het ministerie ook een renterisiconorm aan. Deze renterisiconorm

Programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027

30

geeft de omvang van de schuld weer die in een jaar maximaal voor renteconversie in aanmerking mag komen. De uitkomst hiervan mag niet overschreden worden zodat een spreiding van de opgenomen leningen, looptijden en rente-aanpassingsdata en een eventueel hieruit voortvloeiende rentewijziging ontstaat. De VRGZ blijft binnen de norm van de Wet Fido2. Renterisiconorm (bedragen * € 1.000,-)

Begroting 2024

Raming 2025

Raming 2026

Raming 2027

0

0

0

0

1

Renteherziening

2

Aflossingen

500

3.650

500

0

3

Renterisico (1+2)

500

3.650

500

0

4

Renterisiconorm

19.151

19.282

19.378

19.413

5a

Ruimte onder renterisiconorm

18.651

15.632

18.878

19.413

5b

Overschrijding renterisiconorm

0

0

0

0

95.754

96.412

96.889

97.064

20%

20%

20%

20%

19.151

19.282

19.378

19.413

Berekening renterisiconorm 4a

Begrotingstotaal (lasten + stortingen reserves)

4b

Percentage regeling Renterisiconorm (4a x 4b)

Tabel 10: renterisiconorm

2

5.4 Bedrijfsvoering In deze paragraaf wordt aandacht besteed aan de taken waarvoor binnen de begroting geen afzonderlijk programma is opgenomen. Het gaat dan om de wijze waarop de bedrijfsvoering plaatsvindt en een korte beschrijving van de ontwikkelingen die daarop van invloed zijn.

Ambtelijke organisatie De VRGZ wordt geleid door een directie bestaande uit twee leden: een directeur Crisisbeheersing en Bedrijfsvoering en een directeur Brandweeren Ambulancezorg. De GHOR (onderdeel van de sector Crisisbeheersing) wordt aangestuurd door de Directeur Publieke Gezondheid (DPG) die tevens directeur is van de GGD Gelderland-Zuid.

Besturing De manager sector Bedrijfsvoering opereert als integraal manager voor zowel VRGZ als GGD GZ en is onder de eindverantwoordelijkheid van de directeur Crisisbeheersing en Bedrijfsvoering integraal verantwoordelijk voor zo goed als alle PIOFACH-taken (personeel, informatievoorziening en ICT, organisatie, financiën, administratie en huisvesting). Alleen communicatie is elders gepositioneerd, namelijk onder de manager Crisisbeheersing. De managers van de onderliggende afdelingen Financiën & Inkoop, HRM, Vastgoed- & Facility Management en Informatievoorziening zijn integraal verantwoordelijk voor zowel de inhoud van hun beleidsterreinen en de

Wet Financiering decentrale overheden

Programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027

31

onderlinge afstemming hierover, als voor de budgetbeheersing om hun taken uit te voeren voor zowel VRGZ als GGD GZ. Dit alles wordt uitgevoerd binnen de door bestuur en directie vastgestelde (financiële) beleidskaders. De directie ziet erop toe dat de ambtelijke organisatie integer handelt en de bestuursbesluiten goed uitvoert. Ook bevordert de directie de onderlinge samenwerking en samenhang tussen de sectoren en afdelingen en de samenwerking met de externe partners ten behoeve van integrale advisering aan het bestuur en de operationele taakuitvoering. Binnen de vastgestelde kaders opereren de managers van de sectoren en afdelingen met een grote mate van zelfstandigheid en verantwoordelijkheid, waarbij medewerkers de vrijheid hebben om als professionals te opereren. Leidinggevenden stimuleren en ondersteunen hen in de ontwikkeling van hun professionaliteit.

Informatiemanagement en ICT In 2024 start de VRGZ met de aanbesteding voor de kantoorautomatisering. Per 1 januari 2025 loopt het contract met de huidige leverancier (RAM-IT) af. Deze aanbesteding zal gelden voor VRGZ en GGD Gelderland-Zuid. Per 1 januari 2023 voldoet de VRGZ aan de Baseline Informatieveiligheid Overheid (BIO) volwassenheidsniveau 3. Dit conform de afspraken die in het Veiligheidsberaad in 2022 met alle veiligheidsregio’s zijn afgesproken.

De ambitie van de VRGZ is echter om te voldoen aan niveau 4. Dit om voorbereid te zijn om een toekomst waarin een mogelijke vitaalverklaring van de sector voor aanvullende eisen gaat zorgen. Net als in 2023 zal ook in 2024 het onderwerp Informatieveiligheid daarom hoog op de agenda staan. De kans is aanwezig dat per 1 januari 2024 de nieuwe Archiefwet (AW) in werking treedt. Deze wet ligt nu bij het parlement. De nieuwe AW is beter toepasbaar op digitale overheidsinformatie en verplicht ons sneller informatie naar een archiefdienst te sturen. Door informatie sneller naar een archiefdienst te sturen is informatie beter toegankelijk voor gebruikers. De nieuwe AW gaat impact hebben op hoe wij omgaan met informatie en hoe wij, bij voorkeur aan de voorkant bij inrichten van processen, al nadenken over hoe wij met informatie omgaan. De impact van de Wet Open Overheid (WOO) valt vooral in 2022 en 2023. De kans is aanwezig dat de implementatie van de WOO in 2024 nog zichtbaar gaat worden in nieuwe taken. De WOO zorgt voor een actiever beheer van webformulieren, opslag van informatie en het koppelen van systemen.

Vastgoed- & Facility Management Vastgoedportefeuille De VRGZ heeft een uitgebreide vastgoedportefeuille3, die de VRGZ zowel bouwkundig als financieel toekomstbestendig wil beheren. Bij een diepere

3 De vastgoedportefeuille van de VRGZ bestaat uit 41 panden waarvan 36

brandweerkazernes (34 in eigendom) en 15 ambulanceposten (waarvan 10 gedeeld met de brandweer).

Programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027

32

analyse van het meerjarig vervangingsplan vastgoed blijkt dat de kapitaallasten in de komende jaren fors – en structureel – zullen stijgen. Dit komt hoofdzakelijk door een onderwaardering van het vastgoed in de huidige opbouw van de kapitaallasten, veroorzaakt door het feit dat de kazernes bij overdracht van gemeenten aan VRGZ in 2014 tegen de (lagere) boekwaarde zijn overgedragen en niet tegen de (hogere) marktwaarde.

Uitgangspunten huisvestingsmodel Het huisvestingsmodel (strategisch vastgoedplan) van de VRGZ is gericht op het creëren van een goede balans tussen paraatheid, lokale kennis en contacten op gemeentelijk niveau, uniforme beleidsontwikkeling en kennisdeling op centraal niveau. Dit betekent dat de VRGZ naast de hoofdlocatie Multipost in Nijmegen een compact netwerk heeft van vier samenwerklocaties (“hubs”) en 31 kleinere posten.

Een aantal kazernes was ten tijde van de overdracht al volledig afgeschreven4 waardoor feitelijk geen kapitaallasten overgedragen zijn. Dit houdt in dat bij nieuwbouw ook nu ongedekte kapitaallasten ontstaan. Deze ontwikkeling wordt verder opgedreven door onder meer de stijgende rente, indexaties op bouwmateriaal en personeel, duurzaamheidseisen en algemene inflatie.

De samenwerklocaties zijn verdeeld over de regio om te kunnen werken, ontmoeten en vergaderen met een omvang van ongeveer 20 tot 40 werkplekken binnen het bestaande portfolio. Hiermee ontstaat de mogelijkheid om een deel van de tijd lokaal te werken dicht bij de burger en gemeenten in de regio en een deel van de tijd centraal op de hoofdlocatie van de veiligheidsregio.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12618324/1