beantwoording vragen fracties over concept visie zon en wind Maasdriel
Tekst van het document
Beantwoording schriftelijk gestelde vragen over concept visie zon en wind Maasdriel. Vragen VVD
(ontvangen 17 maart)
1) Buurgemeente Zaltbommel heeft een werkgroep “Waterstof” gevormd, overweegt het college van Maasdriel eveneens hiertoe over te gaan. Zo ja, wanneer kan die van start gaan? Zo nee, waarom streeft u daar niet naar, immers waterstof is een thema dat steeds meer aandacht krijgt als alternatief voor of in combinatie met de zonnevelden en windturbines? In Zaltbommel is recent een Energiekring Waterstof opgericht die zich voornamelijk richt op de mogelijkheden van de toepassing van waterstof in de historische binnenstad van Zaltbommel. Dit omdat het isoleren van historische panden problemen oplevert. Zoals bekend werken wij aan het opstellen van een Transitievisie Warmte waarbij de alternatieven van aardgas voor de verwarming woningen in Maasdriel, wordt onderzocht en in kaart gebracht. Wij zien geen aanleiding om vooruit te lopen op de resultaten van de Transitie Visie Warmte. Op dit moment bespreken we de visie zon en wind waarmee we regels en randvoorwaarden willen bepalen voor de opwek van duurzame energie. 2) In het geheel van dit consulterend memo en de “Concept Visie zon en wind Maasdriel” missen wij aandacht voor de gevolgen van onverhoopte calamiteiten met zonnepercelen. Bijvoorbeeld brand. De praktijk leert dat brand regelmatig optreedt bij zonnepanelen.
Waarbij de minuscule deeltjes van de panelen in de lucht, de bodem, het oppervlaktewater en het milieu terecht kunnen komen. Op welke wijze denkt het college met dit risico om te gaan ten einde een veilige ontwikkeling in te zetten voor mens en milieu? En daarmee een met asbestverontreiniging vergelijkbare problemen te voorkomen. En wie dient voor dat risico op te draaien? Technische installaties vallen onder daarvoor geldende regels en richtlijnen (zoals de Nen-normen) ook is er een omgevingsvergunning nodig voor de realisatie van een zonneveld. Een Visie is niet de plek om dit soort zaken te regelen. De initiatiefnemers zijn verantwoordelijk voor de installatie en moet aan alle wet- en regelgeving voldoen. 3) Evenmin gaan de aangeleverde stukken in op einde levenscyclus van de zonnepanelen; wat gebeurt er dan met de panelen en voor wiens rekening en risico moeten die dan veilig en verantwoord worden afgevoerd? Hiervoor geldt tevens bovenstaande + dat de mogelijkheden voor hergebruik steeds beter (en meer circulair) worden en wetgeving wordt ook aangescherpt. 4) VVD Maasdriel pleit ervoor dat zowel voor zonnepercelen als bij windturbines vooraf de afspraak wordt gemaakt dat de terreinen waarop deze zijn gevestigd na einde gebruik geheel in de oude staat worden teruggebracht.
Dat dient even goed te gelden voor aan- en afvoerwegen, invoedstations, transformatorkasten en leidingen. Er moet aan de wettelijke eisen en normen worden voldaan en die worden naar de toekomst toe steeds strenger. We maken reële afspraken hierover. 5) De plaatsing van zonnepanelen op Teelt Ondersteunende Voorzieningen (TOV’s) dient op basis van volledige vrijwilligheid van de ondernemer te gebeuren. Er is nog onvoldoende bekend over het effect op de groei van het gewas en een eventuele toename van de ziektedruk onder die zonnepanelen. In ieder geval dienen de TOV’s voldoende hoog te zijn, hetgeen kan leiden tot aanpassing van het bestemmingsplan. Gaarne het standpunt hierover van het college? Een dergelijk project kan alleen op initiatief van een agrariër ontstaan en worden voorbereid. TOV’s is altijd maatwerk en daar zal dan ook planologisch als maatwerk worden geregeld.
1
6) Welke plaats neemt waterstof in bij deze planontwikkeling? Bijvoorbeeld bij een herijking van het beleid over enkele jaren, maar zeker ook voor de opslag van energie. De visie stelt randvoorwaarden voor de opwek van duurzame energie. Voor het maken van waterstof is ook veel energie nodig. Wanneer Waterstof zover ontwikkeld is dat dit lokaal een oplossing biedt en daardoor de vraag naar energie omhoog gaat, kan dit aanleiding zijn tot herzien van de visie. Wij verwachten dit niet voor 2030. 7) Bij de geluidsoverlast van windturbines lezen wij niets over het zogenaamde infrageluid, dat zijn vrijwel onhoorbare laagfrequente geluidsgolven die vrijkomen door het draaien van de windturbines. Naar verluidt zouden deze geluidgolven gezondheidsproblemen kunnen veroorzaken. Met name in Duitsland richt een deel van de kritiek en de zorg van inwoners aangaande windturbines zich op die laagfrequente geluidsgolven. Draagt het college kennis van deze vorm van overlast door windturbines? Die berichten ontvangen wij ook. Op dit moment zijn die berichten nog niet zodanig concreet dat wij er iets mee kunnen in deze visie. 8) Is het college bereid hiernaar onderzoek te laten doen? Gaarne een goed onderbouwd antwoord. Wij zijn uiteraard bezorgd. Wij zien een dergelijk onderzoek niet als een taak voor de gemeente Maasdriel maar volgen wel geldende wet- en regelgeving.
9) De afstand van windturbines tot woongebieden ligt in deze stukken op minimaal 400 meter. Maar bijvoorbeeld in Houten wordt veel hinder ondervonden van windturbines die 400 meter van een woonwijk liggen. In Duitsland streeft de regering daarom naar de zogeheten ‘1.000meter regel’. Welke garanties heeft het college voor inwoners en ondernemers ten aanzien van hinder en een gezonde leefomgeving in samenhang met windturbines? We werken met de Nederlandse regelgeving en baseren onze besluiten op onderzoeken voor specifieke situaties. 10) Is het college voornemens een nulmeting te laten uitvoeren dan wel te eisen van initiatiefnemers om de kwaliteit van de gezonde leefomgeving in de gemeente te laten vaststellen voor de aanleg van windturbines? Zo nee, waarom niet? Met zo’n nulmeting kan dan worden berekend hoeveel extra geluidshinder bewoners in de nabijheid van de windmolen(s) ondervinden. In de gemeente West-Betuwe is dat voor de bouw van de windmolens bij knooppunt Deil uitgevoerd. Wij zullen informeren naar het onderzoek in de gemeente West Betuwe en ons hierop oriënteren. 11) In een onderzoek van o.a. RUG en WUR uit 2018 staat: “Hoewel er redelijk veel literatuur over zonneparken en biodiversiteit (boerenlandvogels) en bodem bestaat, is de wetenschappelijke onderbouwing veelal flinterdun”.
Een studie van het Louis Bolk Instituut uit 2017 vult daaropaan: “Op basis een review van een aantal wetenschappelijke studies kan worden verondersteld dat zonneparken een negatieve impact kunnen hebben op de biodiversiteit, watergebruik en consumptie, bodemkwaliteit, humane gezondheid en interactie tussen bodem en atmosfeer en de culturele landschapswaarde. Over de ernst van deze effecten is slechts weinig bekend, omdat empirisch onderzoek ernaar vrijwel ontbreekt”. Op welke manier houdt het college rekening met deze onzekere effecten? Wij baseren ons op, op dit moment, geldende regelgeving.
2
12) In de concept “Visie zon en wind Maasdriel” paragraaf 1.3 staat dat de gehouden enquête representatief wordt beschouwd, ook al beantwoordde slechts 13,45% digitale vragenlijst. Op welke gronden komt het college tot de conclusie dat die enquête representatief was? In de tekst is helaas geen enkele toelichting te vinden. Het onderzoek is uitgevoerd door een deskundig onderzoeksbureau en gebaseerd op methoden en technieken van onderzoek. Wij hebben geen reden om te twijfelen aan de statistieken. 13) Uit paragraaf 3.1 van de concept visie blijkt dat de benodigde infrastructuur voor zonne- en windenergie nog bepaald niet op orde is. Zo moeten de onderstations worden uitgebreid en is de warmteopslag nog niet geregeld. Op welke termijn verwacht het college dat die capaciteitsproblemen zijn opgelost? Liander geeft aan in 2023. En ook daarna zal versterking van het netwerkt doorgaan. 14) Wat betekenen deze capaciteitstekorten voor de ontwikkeling en voortgang van de ambities van het college ten aanzien van de energietransitie? Zoals aangegeven verwachten wij dat de problemen in 2023 worden opgelost. De voorbereiding van grootschalige energieprojecten kosten tijd. Dan is het zo 2023. 15) De kansenkaart behoeft nog wel de nodige fine-tuning, waardoor het aantal kansen flink zal dalen.
Kijken we bijvoorbeeld naar Rossum dan lijkt het erop dat het nog te ontwikkelen woningbouwproject Rubens een gemiddelde kans heeft om voor plaatsing van windturbines en grootschalige zonnevelden in aanmerking te komen. Gaarne het commentaar van het college? Zoals we met de memo aangeven willen we de mogelijkheden van de visie voor Zon en wind beperken tot langs de A2 en spoor. 16) VVD Maasdriel was en is nog steeds tegen de plaatsing van windmolens in Hoenzadriel. We zien eigenlijk liever geen enkele windmolen in onze gemeente. Echter, wanneer bijvoorbeeld door de uitgangspunten van de Regionale Energie Strategie niet aan plaatsing valt te ontkomen, dan zijn wij als VVD voor plaatsing parallel langs de A2 richting Bruchem. Hierdoor behouden we het open landschap en ondervinden omwonenden en de natuur zo min mogelijk overlast. In het concept visiedocument wordt terecht opgemerkt dat de windturbines niet passen in de schaal van het rivierengebied landschap. Verderop wordt gesteld dat windparken dienen aan te sluiten op de lijn van de bundel infrastructuur. Hetgeen ook van belang is voor het geval er verdubbeling plaatsvindt van de lijn windturbines. Welnu bij Hoenzadriel staan de voorgenomen windmolens bepaald niet parallel aan de A2; slecht 1 staat langs de snelweg de andere twee staan onder hoek beduidend verder van de snelweg.
Opnieuw vragen wij het college de plaatsing van de drie windmolens te heroverwegen en ze alsnog alle drie parallel aan de A2 te plaatsen? Gaarne uw onderbouwde antwoord? De gemeenteraad heeft een bestemmingsplan vastgesteld voor het windpark en het college heeft vergunning verleend. Wij zien geen aanleiding voor een heroverweging. 16a) Indien het college die bereidheid niet heeft, is het college bereid toe te zeggen dat deze drie bij Hoenzadriel in de huidige opzet voorziene windmolens (= haaks op de A2 staande) nooit voor verdubbeling of een zogenaamde zwerm windmolens in aanmerking zullen komen? Gaarne uw antwoord uitvoerig toelichten. In de conceptvisie beschrijven wij op pagina 37 de gewenste opstelling van windmolens langs infrastructuur en hebben wij beschreven waarom een zwerm langs infrastructuur wordt uitgesloten. Verlenging van reeds vergunde rijen turbines behoort wel tot de mogelijkheden. Op pagina 41 van de concept-visie lichten wij toe dat dat een zwerm in het komgebied wel zou kunnen op de overgang tussen de kom en de oeverwal en nabij de dorpen. Wij stellen met de memo echter voor om
3
windturbines te beperken tot de zone infrastructuur. Om deze reden zal een zwerm, na de voorgestelde aanpassing van de visie, niet meer tot de mogelijkheden behoren. 17) Onder de spelregels voor wind (lange termijn) wordt gesproken over (dorps)molen. Niet duidelijk wordt wat daar precies onder verstaan wordt, en welke voorwaarden en spelregels daarbij horen. Gaarne uitleg door het college? Een dorpsmolen is een solitaire molen nabij een dorp (of bedrijfsterrein). De mogelijkheid hiervoor wordt alleen geboden als de opbrengsten daarvan 100 % ten goede komen aan de omgeving. Overigens stellen wij voor de mogelijkheden voor windmolens in te perken tot ze zone infrastructuur (donkergroen). Dat geldt ook voor de solitaire dorpsmolen. 18) De tekst van de conceptvisie bevat tal van vormen van versluierd taalgebruik. Zo worden zonnevelden met het positiever associërende woord “park” geladen en ‘zonneparken’ genoemd, en worden die zonneparken voorgesteld als’ tijdelijke invullingen’, terwijl de levensduur al gauw 30 jaar bedraagt. Onder de spelregels voor wind wordt gesteld dat windmolens van zo’n 210 meter hoogte “qua maat en schaal wel bij de bundel infrastructuur” passen. Tja, het is maar hoever je de woorden maat en schaal wilt oprekken… Gaarne de opvatting van het college hieromtrent? De concept-visie is gebaseerd op de opvattingen van het college.
Hier leest u dus de visie van het college terug.
Technische vragen CDA
(ontvangen op 18 maart)
1. Wat is maximale oppervlakte van een kleinschalige proefopstelling? Consulterende memo, pagina 3, 1B Daarvoor is geen maximum opgenomen. Dat is maatwerk afhankelijk van het initiatief. 2. Wat is afstand tot de omringende percelen bij percelen met zonnepanelen en welke beperkingen geeft dit voor omliggende perceeleigenaren? Pagina 34 concept visie. Wij hebben geen aanleiding gezien om daarvoor een minimale afstand op te nemen. Er gelden regels voor landschappelijke inpassing. 3. Wat is de maximale hoogte die wordt toegestaan bij de combinatie met teelt ondersteunende voorzieningen? Pagina 57 concept visie. In de memo stellen wij onder punt 8 een maximale hoogte van zonnepanelen op de oeverwallen voor. Waar het gaat om teelt ondersteunende voorzieningen is er sprake van maatwerkbeoordeling. 4. Efficiency tussen de zon en wind? wat zijn de voor en nadelen om voor wind of wel zon te kiezen in zowel het milieu als financieel gebied over een termijn van 15/ 20 jaar. Het grootste verschil tussen zon en wind zit hem in het ruimtegebruik. 1 grote windturbine levert ongeveer evenveel energie als 16 hectare zonneveld. Dit is afhankelijk van de specificaties maar ook doordat het bijna altijd waait en de zon alleen overdag schijnt. Techniek voor turbines en zonnepanelen verbetert waardoor de verhouding grofweg gelijk blijft.
Voor wat betreft de vragen over milieu en op financieel gebied, is de vraag waar specifiek op gedoeld wordt. Beide technieken hebben vóór en nadelen en die zijn afhankelijk van het oogpunt van waaruit men kijkt. Voor beide technieken is, rekening houdende met wet- en regelgeving, een sluitende busisnesscase te maken.
4
Vragen PvdA/GroenLinks 1.
(ontvangen op 22 maart)
Begin februari 2021 is mogelijk het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (Bbl) aangepast met de mogelijkheid zonnepanelen op daken te verplichten. Is dat inderdaad gebeurd en zo ja, kan dan meegenomen worden in deze visie dat we dat dan gaan verplichten?
De aanpassing van het Besluit Bouwwerken Leefomgeving wordt gelijktijdig met de inwerkingtreding van de Omgevingswet verwacht (per 1 jan 2022). Op dit moment is nog niet exact bekend hoe het Besluit er op dit onderdeel zal uit komen te zien. Gemeenten kunnen na inwerkingtreding van de omgevingswet, op basis van het Besluit, voor sommige situaties, eisen stellen ten aanzien van de plaatsing van zonnepanelen. 2.
Bij punt 2 (maximale opp. voor zon op land opnemen) : 2A: per zonnepark max. 50 hectare of in totaal 50 hectare aan zonnevelden?
Het voorstel is 50 hectare in totaal tot 2030. 3.
Het lijkt logisch om ook iets over opslag van energie op te nemen in deze visie.
Deze visie gaat over zon en wind in het landschap. Wij zien nog geen aanwijzingen dat energieopslag tot 2030 impact op het landschap zal hebben en nemen dit aspect daarom niet op in de visie.
Vragen SSM
(ontvangen op 22 maart )
1. Liander geeft aan 50% wind en 50% zon als verhouding. Moeten wij hierin lezen maximaal 50% zon? Zon is namelijk niet te sturen en komt alleen overdag voor, terwijl de opgewekte energie door wind wel gedeeltelijk te sturen is. Liander bedoelt de verhouding voor het opgestelde vermogen. Hierbij is rekening gehouden met dat de zon alleen overdag schijnt en dat het meestal wel waait, met name als de zon niet schijnt. 2. Wat is de invloed van de eventuele radar in Herwijnen voor invloed op de kansen kaart? Er bestaat een mogelijkheid dat er in Herwijnen een nieuw radarstation wordt gepland. De tweede kamer is hier geen voorstander van maar een definitief besluit hierover is nog niet genomen. Binnen een straal van 4 kilometer van de voorgestelde locatie in Herwijnen is het niet wenselijk om windmolens hoger dan 80 meter te realiseren. Die beperking raakt in de Bommelerwaard alleen een klein deel van Zaltbommel (omgeving Brakel). Er ligt ook een grotere cirkel van 25 km om Herwijnen heen waarbinnen grote windturbines invloed kunnen hebben op de radar. Maasdriel ligt binnen deze cirkel. Als het radarstation in Herwijnen zou komen dan is het zaak om defensie om advies te vragen over nieuwe aanvragen in dit gebied. Hoge windmolens worden in dit gebied echter niet uitgesloten.
De radar heeft daarom geen invloed op de kansenkaart voor Maasdriel (waar wij de grootste kansen in Maasdriel zien). 3. Is de compensatieregeling voor de direct omwonenden, het maximaal wettelijk toegestaan of mag deze nog hoger? Graag zien wij als SSM hier dat het college hier ook echt voor het maximale gaat. Er bestaat geen wettelijke basis voor een compensatieregeling (ook wel burenregeling) en er is ook geen wettelijk maximum. Het is een kwestie van realistische afspraken manken met de initiatiefnemers. 4. Op pagina 32 paragraaf 4.2 wordt aangegeven dat er mogelijkheden zijn voor een windmolen op eigen terrein tot een hoogte van 20 meter. Waarom deze 20 meter? De gangbare hoogte voor deze molens is 21 meter en waarom dan niet daarvoor gekozen?
5
We hebben de 20 meter opgenomen omdat het bestemmingsplan “Buitengebied herziening 2016”, onder voorwaarden mogelijkheden biedt voor mini windturbines tot 20 meter. Met deze afmeting is aansluiting gezocht bij de afmetingen die doorgaans in Nederland daarvoor worden gehanteerd en die ook passen en aansluiten bij de mini-windturbines zoals die bijvoorbeeld ook opgenomen zijn in de “Handleiding voor gemeenten, Praktische toepassing van mini-windturbines” van Agentschap NL van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. We zijn daarom van mening dat deze afmeting passend en afdoende is. 5. Zitten hier ook nog voorwaarden aan m.b.t. afstanden van woningen en bedrijven? In het bestemmingsplan zijn voorwaarden opgenomen worden waaraan moet worden voldaan. De afwijkingsmogelijkheid in het bestemmingsplan buitengebied is als volgt : 41.3 Mini-windturbines Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de regels van dit plan ten behoeve van het toestaan van mini-windturbines, met dien verstande dat: a. het hoogste punt van een wiek van een mini-winturbine welke is geplaatst op het maaiveld niet meer mag bedragen dan 20 m; b. het hoogste punt van een wiek van een mini-windturbine welke is geplaatst op een gebouw niet meer mag bedragen dan 5 m; c.
de belangen van de betreffende bestemming(en) worden niet onevenredige aangetast;
d. Er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en de belangen van derden mogen niet onevenredig worden geschaad; e. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de in de omgeving aanwezige architectonische, cultuurhistorische of natuurwaarden en evenmin verzetten de belangen van de in de nabijheid gelegen functies zich tegen dit gebruik.
6. Wat vindt het college van de optie zoals dhr. de Raaf aangaf, om in de nieuwbouw de daken zoveel mogelijk zongericht te laten bouwen? Vanuit het oogpunt van de opwek van duurzame energie is zongericht bouwen een goed streven. Daken kunnen ook ingezet worden om warmte op te wekken met zonneboilers en ook kunnen groene daken nuttig zijn of een combinatie van alle drie de mogelijkheden. Er kan ook rekening gehouden worden met de oriëntatie van de ruimten en de ramen op de zon om juist warmte te “vangen” of door met overstek te bouwen juist geen zon toe te laten. Echter, hoeveel energie opgewekt moet worden per bouwplan is vanaf 1 januari 2021 vastgelegd in de BENG norm (Bijna Energie Neutrale Gebouwen). Hier moeten alle nieuwe woningen (met vergunning vanaf 1-1-2021) aan voldoen. Initiatiefnemers zullen hun plannen hier zelf op moeten afstemmen. De gemeente kan daarnaast geen aanvullende eisen stellen voor wat betreft de hoeveelheid van zonnepanelen op woningen. Om deze reden vinden wij de eis dat zongericht gebouwd moet worden niet zinvol.
6
7. Wat is er opgenomen m.b.t. het brandgevaar van zonnepanelen? Is hier overleg met de veiligheidsregio voor geweest? Initiatiefnemers moeten zorgen dat de installaties voldoen aan wet- en regelgeving en zijn ook verantwoordelijk voor de installaties. Echter, zullen wij de veiligheidsregio vragen om advies over de aanleg van zonnevelden. 8. De kansenkaart is erg grof opgesteld. Mis o.a. de beperking in de aangewezen gebieden, denk aan bv afstand tot woningen, snelwegen, spoorlijnen e.d. Wordt hier ook naar gekeken en zijn de afstanden bekend? Maar ook de verblijfsgebieden van de Weidevogels, de eendenkooi en natuurgebieden. Is daar al rekening mee gehouden? De kansenkaart geeft de visie voor het gebied aan. Deze kaart is niet bedoeld als gedetailleerde kaart met bestemmingen en belemmeringen. De belangrijkste belemmeringen hebben wij opgenomen in de belemmeringenkaart. Kleinere belemmeringen zoals woningen en andere bebouwing zijn hier niet in opgenomen. Initiatiefnemers moeten te allen tijde een planologische procedure doorlopen waarbij moeten worden aangetoond dat er geen belemmeringen zijn voor het voorgestelde project. 9. Ook missen wij op de kansenkaart het onderscheid tussen windenergie en zonne-energie. Is dit ook inzichtelijk te maken op de kaart? Dus waar liggen de kansen voor wind en waar voor zon. De kansenkaart geldt voor zon en wind.
Wij stellen nu echter voor om ontwikkelingen voor beide technieken te beperken tot het gebied met de grootste kans (de zone infrastructuur (donkergroen)) langs snelweg en spoor. 10. Is er al bekend of er in Maasdriel ook gebieden liggen met kansen voor de warmtetransitie? Als met deze vraag wordt gedoeld op kansen voor geothermie, dan is het antwoord. “Wij zien de komende 10 jaar geen kansen voor geothermie in Maasdriel”. Uit een eerder onderzoek dat wij samen met de tuinbouwsector, gemeente Zaltbommel en provincie Gelderland hebben laten uitvoeren, is gebleken dat vooral de bodemopbouw in de gemeente Zaltbommel (in combinatie met de kassen als grootverbruikers van energie) kansen biedt voor geothermie. Daar wordt daarom nu nader onderzoek naar gedaan (opsporingsvergunningen). Wij bereiden momenteel een Transitievisie Warmte voor waarin de andere alternatieven voor aardgas in Maasdriel in kaart worden gebracht.
7