Beantwoording technische vragen GroenLinks commissie Ruimte 13 september 2023 agendapunt 4
Tekst van het document
Technische vragen fractie GroenLinks, commissie ruimte 13 september 2023, agendapunt 4 MIRT-onderzoek gebiedsontwikkeling Alem en St. Andries 1. In bijlage 1a, pag 8 , wordt geschetst hoe in een eerdere MIRT (Maasoeverpark) de kosten veel te hoog bleken (60 milj) In de huidige MIRT wordt gesproken over 10 milj. Hoe kan het dat de kosten zoveel lager uitvallen? De scope van het project Maasoeverpark is niet één op één vergelijkbaar met de scope van de gebiedsontwikkeling zoals die nu in het MIRT-onderzoek zit. Maar er zijn wel maatregelen overgenomen uit het oude plan, met name de verlaging van de dam en de meestromende geul. Omdat we in het MIRT-onderzoek werk met werk maken (bijvoorbeeld vrijkomende grond uit het ene werk wordt gebruikt voor de realisatie van een ander werk) én omdat in de gebiedsontwikkeling maatregelen door opbrengsten uit de grondstoffenwinning worden gebruikt, vallen kosten nu lager uit. De kosten van de gebiedsontwikkeling zijn voor rekening van de projectpartners (niet zijnde de gemeente). 2. Kan de wethouder toelichten hoe het verdere vergunningtraject loopt als we wel en als we niet in stemmen met een vervolg? De wethouder heeft aangegeven dat er een vervolg komt voor wat betreft de ontzanding, ook als de gemeente nu niet instemt het de huidige koers.
Kunt u schetsen hoe het vergunningtraject er dan uitziet? Scenario 1: de raad stemt in met het uitvoeren van een verkenning - In een verkenning worden de maatregelen voor de gebiedsontwikkeling verder uitgewerkt in een integraal plan. - Op basis van de resultaten van de verkenning nemen de projectpartners (inclusief de gemeente) een besluit over een vervolg. - Bij een vervolg stelt de gemeente een omgevingsplan op. Dit plan vormt het ruimtelijk kader voor de te verlenen vergunningen voor de verschillende maatregelen (voor ontgronding is provincie het bevoegd gezag). Scenario 2: de raad stemt niet in met het uitvoeren van een verkenning - Partijen werken individueel de verschillende maatregelen uit. - Partijen vragen de benodigde vergunningen aan (voor ontgronding is provincie het bevoegd gezag) - Zo nodig stelt gemeente of provincie een omgevingsplan op om het ruimtelijk kader voor de maatregelen aan te geven. 3. Wat is de minimale hoeveelheid delfstoffen die Dekker moet winnen om financieel bij te kunnen dragen aan de uitvoering van het totale plan? Het antwoord willen wij niet in m3, maar in beeld of schets van het plan. Is het bijvoorbeeld mogelijk om zoals de Natuurwacht voorstelt, te gaan voor meestromende nevengeulen in plaats van een ontzandingsplas.
In het MIRT-onderzoek op pagina 21 in figuur 4.5 is de optimale invulling van de grondstoffenwinning weergegeven die de basis vormt voor het plan. Een grondstoffenwinning met deze ruimtelijke contouren leidt tot een haalbaar plan. Een andere (of beperktere) invulling van de grondstoffenwinning heeft een negatief effect op de te behalen maatschappelijke doelstellingen en op de (financiële en technische) haalbaarheid van het plan.