CConstaterende datMaasdriel
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen GR'en 29-01-2026

Gemeenteraad 29 januari 2026, gemeente MaasdrielBij agendapunt: ZIENSWIJZEN GEMEENSCHAPPELIJKE REGELINGEN1.728 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beantwoording technische vragen Raadsvergadering 29 januari 2026 Gemeenschappelijke regelingen

Fractie

NLM

GR

Regio Rivierenland, Werkzaak & BSR

Vraag

Huidige inzichten komen tot een lager gewogen Gemeentefonds indexering (2,5%) dan de gemeenschappelijke regeling voorstelt. •

Waar komt dit inzicht vandaan in relatie tot het voorgestelde vanuit de gemeenschappelijke regeling?

Beantwoording

De gemeente Maasdriel houdt zich aan de Septembercirculaire 2025 van het Rijk en heeft de GR's gevraagd om zich hier ook aan te houden. In de septembercirculaire is aangegeven hoe om te gaan met de indexering in de GR's. In de zienswijze wordt de GR daarop geattendeerd.

Fractie

NLM

GR

VRGZ & GGD

Vraag

Door een toenemende vraag vanuit de GGD is er een scheefgroei ontstaan in de verdeelsleutels, waardoor de GGD nu niet evenredig betaalt aan de afgenomen diensten en de VRGZ derhalve de kosten voor diensten van de GGD op zich neemt. Er is onderzoek gedaan voor mogelijke ontvlechting. Kosten mogen niet eenzijdig bij gemeenten worden neergelegd. Wij gaan tenminste uit van kostenneutrale dekking voor zowel GGD als VRGZ. Daarbij gaan we uit van een compensatie op de begroting van de VRGZ.

Beantwoording

•

Hebben we (los van de te kiezen scenario’s van de toekomst > voorkeur eigen bedrijfsvoering volgens GGD, en een verzoek op compensatie op de begroting) zicht op hoelang deze scheefgroei al plaatsvindt, welk financieel plaatje hieraan hang en of dit verrekend wordt onder beide GR-en?

•

Heeft dit (met terugwerkende kracht) consequenties voor onze gemeente vanuit beide gemeenschappelijke regelingen?

1. Hebben we (los van de te kiezen scenario’s van de toekomst > voorkeur eigen bedrijfsvoering volgens GGD, en een verzoek op compensatie op de begroting) zicht op hoelang deze scheefgroei al plaatsvindt? Per 1 juli 2013 hebben de VRGZ en de GGD hun bedrijfsvoering samengevoegd en voeren zij dat gezamenlijk uit. Sindsdien is niet vast te stellen op welk moment de scheefgroei is ontstaan. 2. Welk financieel plaatje hangt hieraan vast en of dit verrekend wordt onder beide GR-en? Zoals in de kaderbrief van de GGD is beschreven, is in opdracht van de directies van VRGZ en GGD een onderzoek uitgevoerd naar de bedrijfsvoering. In dit kader zijn er verschillende scenario’s gepresenteerd aan het bestuur van de GGD en VRGZ. Wij hebben gemerkt dat de gemeenten niet tijdig zijn betrokken bij dit proces over een mogelijke afsplitsing van de gezamenlijke bedrijfsvoering. Met onze zienswijze vragen wij om een uitvoeringsplan, zodat we op deze manier wel een weloverwogen standpunt kunnen nemen over onder andere de financiën. 3. Wordt dit verrekend onder beide GR-en? Een verrekening tussen beide GR’en zal hoogstwaarschijnlijk niet aan de orde zijn. 4. Heeft dit (met terugwerkende kracht) consequenties voor onze gemeente vanuit beide gemeenschappelijke regelingen? Nee, het heeft geen consequenties met terugwerkende kracht.

Dit is ook niet mogelijk, omdat sprake is van een fiscale constructie (KGR) waardoor er geen verrekening kan plaatsvinden. Het ontbinden van de gezamenlijke bedrijfsvoering brengt onvermijdelijk frictiekosten met

zich mee. De omvang van deze kosten en de wijze waarop zij worden verdeeld, zijn op dit moment nog niet bekend. Om die reden is besloten de ontbinding niet per 1 januari 2026 door te voeren. In plaats daarvan wordt een uitvoeringsplan opgesteld waarin verschillende scenario’s worden uitgewerkt en zowel structurele als incidentele kosten inzichtelijk worden gemaakt. Op basis hiervan kan een weloverwogen besluit worden genomen. Mocht dit leiden tot hogere structurele kosten, zal dit eveneens uit het uitvoeringsplan moeten blijken. Fractie

NLM

GR

Regio Rivierenland & Avri

Vraag

In de kaderbrief van Regio Rivierenland is vermeld dat ze in overleg zijn met Avri over de frictiekosten. Deze verplichting vloeit voort uit de gevolgen van de afsplitsing van Avri in 2016 en betreft een vergoeding voor de structurele desintegratiekosten waarmee Regio Rivierenland is geconfronteerd. Wij verzoeken u om, samen met Avri, een gezamenlijk voorstel uit te werken dat ter besluitvorming kan worden voorgelegd aan het Algemeen Bestuur.

Beantwoording

•

Dit een goede opmerking in de zienswijze van regio Rivierenland. Wellicht opmerkelijk dat, indien dit mogelijk financiele gevolgen heeft, de Avri hiervan niets opgenomen heeft in hun kaderbrief?

•

Hebben wij op een of andere wijze zicht op de hoogte van de vergoeding en de mogelijke consequenties voor onze gemeente?

Regio Rivierenland heeft in de recente kaderbrief aangegeven in overleg te zijn met Avri over de frictiekosten die voortkomen uit de ontvlechting van beide organisaties in 2016. Sinds die tijd zijn er structurele desintegratiekosten ontstaan aan de kant van Regio Rivierenland waarvoor een doorlopende vergoeding geldt. Regio Rivierenland geeft in de kaderbrief aan dat zij samen met Avri toewerkt naar een gezamenlijk voorstel aan het Algemeen Bestuur, wat de vraag oproept waarom Avri dit onderwerp zelf niet in haar kaderbrief heeft opgenomen en of wij zicht hebben op de financiële gevolgen voor onze gemeente.

De achtergrond daarvan ligt in de recente behandeling van de ombuigingsvoorstellen binnen het Algemeen Bestuur van Avri. In de zienswijze op de Kadernota Avri is opgenomen dat ombuigingen, waaronder deze frictiekosten, nog onvoldoende zijn uitgewerkt om al financieel te verwerken. Avri beschouwt de frictiekosten dus als een opgave die eerst inhoudelijk en bestuurlijk moet worden uitgewerkt voordat deze in de begroting kan worden verwerkt. Dat verklaart waarom Avri het onderwerp niet zelfstandig heeft meegenomen in haar kaderbrief. Tijdens de AB-vergadering van Avri is het onderwerp uitvoerig besproken aan de hand van een ambtelijke notitie waarin verschillende scenario’s zijn geschetst om de frictiekosten af te bouwen. Die scenario’s varieerden van afbouw in twee tot vijf jaar. Regio Rivierenland heeft ambtelijk aangegeven in overleg te willen treden om een gezamenlijke oplossing te vinden vanuit de gedachte dat de afbouw van de betaling van de frictiekosten bij de Avri een lastenverlichting voor de gemeenten zou betekenen die als lastenverzwaring bij Regio Rivierenland zou landen (per saldo zou het voor de gemeenten dan geen besparing of lastenverzwaring zijn). Tegelijkertijd is door AB-leden opgemerkt dat een afbouw bij Avri kan betekenen dat Regio Rivierenland deze lasten vervolgens via de eigen financiën bij gemeenten neerlegt.

Dat leidde tot de politieke afweging dat helderheid in beide gemeenschappelijke regelingen nodig is voordat er over een scenario kan worden besloten. Het AB van Avri heeft daarom besloten om het frictiekosten-onderdeel te schrappen uit de besluitvorming. Er is dus geen afbouwscenario vastgesteld en er zijn geen financiële effecten ingeboekt. Wel heeft het AB Avri gevraagd om de ombuigingen, inclusief de frictiekosten, verder uit te werken en in 2026 opnieuw voor te leggen zodat dit kan worden meegenomen in de tariefstelling voor 2027. Ondertussen lopen de ambtelijke- en bestuurlijkegesprekken tussen Avri en Regio Rivierenland door om tot een gezamenlijk uitgewerkt voorstel te komen. Pas dan wordt duidelijk op welke manier de lasten worden verdeeld en wat de gevolgen zijn voor gemeenten. Voor nu staat vast dat het om een structurele post gaat, maar er is geen inzicht in de exacte omvang die bij gemeenten zou kunnen landen. Dat wordt pas zichtbaar wanneer de uitwerking beschikbaar komt en de begrotingen voor 2027 worden voorbereid. Gemeenteraden worden daarbij zoals gebruikelijk vooraf betrokken via de platformbijeenkomsten van Avri, zodat er bestuurlijke richting kan worden meegegeven voordat het AB een besluit neemt.

De stand van zaken is daarmee dat Regio Rivierenland het onderwerp terecht onder de aandacht brengt, dat Avri erkent dat het wenselijk is de frictiekosten om te buigen, dat er ambtelijk draagvlak is verplaatsing van lasten (mits het voor de gemeenten geen lastenverzwaring betekent), maar dat er bestuurlijk nog geen besluit ligt en de financiële concretisering ontbreekt. Zodra er een gezamenlijk voorstel ligt en de financiële gevolgen duidelijk worden, kan dit opnieuw met de raden worden gedeeld.

Fractie

GroenLinks

GR

Regio Rivierenland

Vraag

Tweede pagina kaderbrief, vierde alinea wordt geschreven: “En aantal regionale ambitieversnellers staat door dreigende financiële tekorten van gemeenten onder druk terwijl deze regionale ambitieversnellers voor andere overheden juist een tastbaar bewijs zijn van noodzakelijke regionale samenwerking”. Om welke ambitieversnellers gaat dat? Hoe dringend zijn deze tekorten?

Derde pagina, kopje WMO jeugd: “Sinds 2025 loopt de financiering van de vaste vergoeding voor Essentiële Functies via onze organisatie. Het gaat hier om hoog specialistische Jeugdhulp waarvan de kosten 1-op-1 worden doorbelast aan de gemeenten. Deze financieringsstroom was nog niet eerder voorzien in de begroting” Zijn hier ook grote uitgaven bekend per gemeente en worden die in solidariteit opgevangen door andere deelnemende gemeenten? Geeft dat mogelijk aanleiding om te bekijken of wij jeugdhulp ook beter via de Regio kunnen inkopen?

Beantwoording

1. Regionale ambitieversnellers De ambitieversneller die onder druk staat is met name het Regionaal Stimulerings Fonds (RSF).

Er is hier geen sprake van tekorten in het fonds zelf, maar sommige gemeenten lijken ervoor te kiezen hiervoor geen geld meer beschikbaar te stellen om hun eigen begroting sluitend te kunnen houden. Stel dat het RSF geen doorgang vindt bij een nieuw Regionaal Economisch Ambitiedocument, dan kan dit inderdaad consequenties hebben in het aantonen van regionale samenwerking en het binnen halen van externe middelen vanuit andere partners, zoals het Rijk. Het is belangrijk dat iedereen zich dit in voldoende mate realiseert. Een andere ambitieversneller als LEADER wordt gefinancierd vanuit Europese subsidie, een Regio Deal vanuit Rijksmiddelen. 2. Essentiële functies De Essentiële Functies zijn een hoog specialistische en kostbare vorm van jeugdhulp. Deze zorg is al regionaal georganiseerd en gecontracteerd, samen met zes andere jeugdhulpregio’s in Gelderland en meerdere gespecialiseerde aanbieders. Binnen de Essentiële Functies zijn er twee verschillende vormen van financiering, die financieel verschillend uitwerken voor gemeenten: 1. Plaatsingen van individuele cliënten (verblijf) a. Een plaatsing op een verblijfsplek van de Essentiële Functies brengt hoge kosten per cliënt met zich mee. b. Deze kosten worden volledig betaald door de gemeente van herkomst. c. Er is hierbij geen solidariteit of verevening tussen gemeenten. d.

Gemeenten met meer of zwaardere casuïstiek hebben dus hogere uitgaven. 2. De vaste vergoeding voor Essentiële Functies a. Deze vaste vergoeding bestaat uit: i. de beschikbaarheidsbekostiging van de Mobiele Brigade (de ‘voordeur’ van de Essentiële Functies), en ii. de kosten voor het beschikbaar houden van hoog specialistische verblijfsplekken, ongeacht of deze direct worden benut. b. Deze vaste vergoeding wordt gezamenlijk gedragen door alle zeven deelnemende jeugdhulpregio’s.

c. De kosten worden verdeeld op basis van inwoneraantal. d. Dit betekent dat deze kosten in solidariteit worden opgevangen, los van het feitelijk gebruik van deze diensten per gemeente. De hoog specialistische jeugdhulp kopen wij dus al samen met de andere regiogemeenten in. Juist vanwege het specialistische karakter en de hoge kosten is gekozen voor regionale samenwerking en gezamenlijke financiering.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16547116/1