Beantwoording schriftelijke vragen PvdA/GL over daadwerkelijke hoeveelheid geiten
Tekst van het document
Aan: de gemeenteraad
Onderwerp
: Schriftelijke vragen PvdA-GroenLinks over daadwerkelijk aanwezige geitenaantallen in relatie tot vergunde bedrijfsvoering (2021-07)
Datum
: 23 maart 2021
Zaaknummer
: 161297
Geachte raadsleden, Op 1 maart 2021 heeft uw lid de heer Van Drunen - op grond van het Reglement van orde voor de raad - aan ons college schriftelijke vragen gesteld over de daadwerkelijk aanwezige geitenaantallen in relatie tot de vergunde bedrijfsvoering aan de Molenstraat 37 en de H.C. de Jonghweg 12. De antwoorden treft u hieronder aan. De vragen zijn als volgt toegelicht: Afgelopen week (week 8 van 2021) is de fractie van PvdA-GroenLinks twee keer verrast met cijfers over aantallen geiten op de locaties van wat in onze gemeenteraad ‘Het geitendossier’ is gaan heten. Dinsdagavond werden wij geïnformeerd dat naar aanleiding van een verzoek op grond van de WOB de I&R registratiegegevens van de locaties Molenstraat 37 en H.C. de Jonghweg 12 vanaf 2015 openbaar zijn geworden https://www.rijksoverheid.nl/ documenten/wob-verzoeken/2021/01/08/besluit-wob-verzoek-om-informatie-overdieraantallen. De I&R-registratie is de in Nederland voor o.a. geiten verplichte registratie per dier met een verblijfplaats (vergelijkbaar met het bevolkingsregister in de GBA).
Vrijdagmiddag volgde een raadsinformatiebrief namens het college ondertekend door wethouder De Vries, waarin wordt aangegeven dat men in het gemeentehuis onaangenaam verrast is dat op de locatie Molenstraat 37 meer geiten gehouden worden dan conform de Omgevingsvergunning zijn toegestaan en met meer ammoniakuitstoot dan door de provincie in de Nb-wetvergunning is vergund. Toeval bestaat niet in politiek-bestuurlijke processen. Het college heeft n.a.v. raadsvragen en tijdens de interpellatie op 14 februari 2019 informatie aan de gemeenteraad gegeven over de aantallen geiten die aanwezig zijn op de locaties Molenstraat 37 en H. C. de Jonghweg 12 en daaruit geconcludeerd “Omdat de geuremissie, de ammoniakuitstoot en de hoeveelheden voer en mest (evenredig) samenhangen met het aantal geiten, voldoet de actuele situatie ook voor deze aspecten aan de vergunde normen.” De co-incidentie en de vergelijking van de geitenaantallen in het officiële I&R-register en de aantallen die eerder volgens het college in informatie aan de gemeenteraad zijn gegeven (zie bijlage op blz. 3) roept een aantal vragen op, die onze fractie hierbij als schriftelijke vragen conform artikel 32 Reglement van Orde 2018 van de raad aan het college stelt.
Vraag 1 Waarom wordt de raad drie dagen na het openbaar worden van de I&R-registratie geïnformeerd over de reeds een aantal weken eerder (‘in de aanloop naar onze besluiten op 16 februari 2021’) tijdens íntegrale controles gedane constatering dat er meer geiten dan toegestaan volgens de vergunning aanwezig zijn op Molenstraat 37? Antwoord Het gaat hier om een toevallige samenloop van omstandigheden. Na ontvangst van de ingebrekestelling door de geitenhouder op 11 januari 2021 hebben wij de Omgevingsdienst
Rivierenland (ODR) op 14 januari 2021 opdracht gegeven om op alle locaties van de geitenhouder integrale controles te houden. Tijdens het interne beraad op 22 januari 2021 hebben wij een afvaardiging van uw raad geïnformeerd over zowel de ingebrekestelling als de opdracht aan de ODR. Op dat moment waren wij niet op de hoogte van het Wob-verzoek dat gedaan was bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Daarvan hebben we pas kennisgenomen na ontvangst van uw schriftelijke vragen op 1 maart 2021. De bevindingen van de controles aan de Molenstraat 37 ontvingen wij op dinsdag 23 februari jl. van de ODR. Daarop hebben wij direct onze juridische adviseurs geraadpleegd om onze wettelijke mogelijkheden om op te treden tegen de overtreding in beeld te krijgen. Van deze ontwikkeling wilden wij uw raad direct op de hoogte stellen. Dat deden wij op vrijdag 26 februari jl. Dit conform de afspraak dat alle belangrijke ontwikkelingen in dit dossier direct met uw raad gedeeld worden.
Vraag 2 Erkent het college dat zij de gemeenteraad eerst in de antwoorden op schriftelijke vragen van 4 september 2018 en daarop aansluitend in de discussies daarover in de raadsvergaderingen van 14 februari 2019 (interpellatie) en 28 maart 2019 (afronding discussie geitenhouderij Rossum/Hurwenen) onjuiste informatie heeft verstrekt over de daadwerkelijke officiële dierregistratiecijfers voor de locaties Molenstraat 37 en H.C. de Jonghweg 12? Antwoord In onze raadsinformatiebrief van 4 september 2018 hebben wij u de dieraantallen gegeven die naar boven zijn gekomen tijdens de controles op 17 juli 2018. De discussies in de raadsvergaderingen van 14 februari en 28 maart 2019 gingen over diezelfde dieraantallen. Tijdens deze controles zijn toezichthouders van de ODR in de stallen geweest en heeft de geitenhouder in het bijzijn van de toezichthouders een uitdraai gemaakt uit zijn dierregistratiesysteem (EGAM). Op grond van de milieuvergunning is de geitenhouder namelijk verplicht om aan toezichthouders juiste gegevens te verstrekken, zodat de naleving van de vergunning ook daadwerkelijk kan worden gecontroleerd. Door de ondernemer werd daarbij aangegeven dat hij de registraties uit dit systeem ook doorstuurde aan de RVO.
Recent is uit onze integrale controle en de verstrekte cijfers van de RVO aan het licht gekomen dat de registratie uit het systeem van de vergunninghouder, waarop de controle in juli 2018 was gebaseerd, niet overeenkomt met de registratie bij de RVO. Wij kunnen op basis van deze gegevens niets anders concluderen dan dat de geitenhouder aan ons niet dezelfde dieraantallen heeft gerapporteerd dan aan de RVO. Vóór deze recente ontdekking hebben wij geen enkele aanleiding gehad om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de aangeleverde aantallen door de geitenhouder. Mede omdat de toezichthouder ook in de stallen is geweest. Het is namelijk voor een toezichthouder onmogelijk om in een volle stal het verschil te zien tussen een geit van bijvoorbeeld 11 maanden (categorie C2) en een volwassen geit (categorie C1). Ook is ter plaatse het minimale verschil tussen 4.189 (aantal uit het systeem van de geitenhouder op 17 juli 2018) en 4.207 aanwezige geiten (aantal uit de registratie van de RVO op 1 augustus 2018) op het oog onmogelijk waar te nemen. Een groter verschil in aantal en leeftijd was de toezichthouder zeker opgevallen, waarmee ook de discrepantie tussen de door de geitenhouder aangeleverde registraties en het werkelijk aantal aanwezige geiten aan het licht was gekomen.
2
Vraag 3 Erkent het college dat op basis van de I&R-registratie haar informatie aan de gemeenteraad, dat geuremissie, ammoniakuitstoot en de hoeveelheden voer en mest voor de situatie in juli 2017 binnen de vergunde ruimte paste, onjuist is geweest? Antwoord Gelet op de vorige vraag wordt ervan uitgegaan dat hier juli 2018 wordt bedoeld in plaats van juli 2017. Uit het antwoord op de vorige vraag blijkt dat wij u 4 september 2018 de dieraantallen hebben gegeven die de geitenhouder op 17 juli 2018 heeft verstrekt aan de toezichthouder van de ODR. Bij deze dieraantallen blijft de geur-, ammoniak- en fijnstofuitstoot inderdaad binnen de vergunde emissiewaarden. Wij lijken nu te moeten concluderen dat de geitenhouder ons destijds, ondanks zijn vergunningplicht, onjuiste gegevens heeft verstrekt. De op 1 maart 2021 bij ons bekend geworden aantallen uit de registratie van de RVO met peildatum 1 juli 2018 en 1 augustus 2018 laten een ander beeld zien. Bij deze dieraantallen blijft alleen de geuruitstoot binnen de vergunde emissiewaarde. Ten aanzien van ammoniak en fijnstof wordt de vergunde waarde wel overschreden. Als de juiste cijfers destijds bij ons bekend waren geweest, hadden wij daar uiteraard toen al tegen opgetreden.
Vraag 4 Ziet het college dat de informatie in de raadsinformatiebrief van vrijdag 26 februari ‘dat de zware overtreding is gestart tijdens de onderhandelingen die wij met hem voerden om juist tot een oplossing te komen in het belang van de inwoners van Rossum en Hurwenen’ ook feitelijk onjuist is in het licht van de I&R-registratiegegevens die op 23 februari openbaar zijn gemaakt door RVO? Antwoord Met de raadsinformatiebrief van vrijdag 26 februari 2021 hebben wij u geïnformeerd over de door ons geconstateerde overtreding en de aanpak daarvan. Zoals in de raadsinformatiebrief aangegeven waren wij onaangenaam verrast door de overtreding van de geitenhouder. Een onderdeel van onze vervolgaanpak zou dan ook nader onderzoek naar de duur van de overtreding zijn. Dat bleek overbodig na de bekendmaking van de registratiecijfers door de RVO. Hieruit blijkt dat de geitenhouder ook voor de onderhandelingen al in overtreding was. Vraag 5 Kan het college begrijpen dat de namens het college geformuleerde ‘dolk in de rug’ bij alle mensen die zijn afgegaan op de ‘mooie’ verhalen van de geitenhouder, in het licht van de I&R-cijfers door diezelfde mensen ook gevoeld kan worden t.a.v. het behartigen van hun belangen m.b.t.
gezondheid en goede leefomgeving door het college van B&W? Antwoord Wij begrijpen dat de inwoners van Rossum en Hurwenen net als wij geschrokken zijn van de door ons geconstateerde overtreding van de geitenhouder, die door de cijfers van de RVO wordt bevestigd en nog ernstiger blijkt dan dat onze recente controle uitwees. Ook kunnen wij ons voorstellen dat inwoners zorgen hebben om hun gezondheid en hun woon- en leefklimaat. Daar ligt dan ook onze grootste prioriteit. Bij alle stappen die wij de afgelopen drie jaar hebben gezet en die wij nog gaan zetten in het geitendossier staat de gezondheid en het leefklimaat in de omgeving voorop. Zo hebben we bij elk collegebesluit het aspect volksgezondheid meegewogen. Toen bleek dat dit aspect geen juridische houdbare weigeringsgrond zou kunnen zijn voor bijvoorbeeld de omgevingsvergunning van rechtswege voor de geitenstal met 6.000 opfokgeiten, hebben wij vol ingezet op een minnelijk traject met de ondernemer. De onderhandelingen in dit traject waren vanuit onze kant gericht op een verbetering van het woon- en leefklimaat. Omwille van de gezondheid van onze inwoners en de leefbaarheid in onze kernen, hebben wij bij het uitblijven van een
3
oplossing eerder al aangekondigd onze focus te verleggen naar toezicht en handhaving. Daarom hebben wij direct actie ondernomen toen de resultaten van de controle aan de Molenstraat 37 bij ons bekend werden op 23 februari jl. Intensivering van toezicht en handhaving moet eraan bijdragen dat de geitenhouder zich aan de regels houdt. De afgelopen drie jaar hebben wij, in het belang van de inwoners van Rossum en Hurwenen, in totaal circa 55 controles uit laten voeren op de bedrijfslocaties van deze geitenhouder. Ook tijdens de onderhandelingen. Daarbij zijn er 10 lasten onder dwangsom opgelegd aan de ondernemer om kleine en grote overtredingen te beëindigen. Vraag 6 Waarom heeft het college voor haar eerdere bedrijfscontroles en voor de openbare informatievoorziening aan de gemeenteraad niet de enige echte officiële I&Rregistratiegegevens die de overheid hierover aanhoudt als uitgangspunt aangehouden, waardoor ook deze wetsovertredingen door het bedrijf naar nu blijkt jarenlang hebben kunnen voortduren? Antwoord De toezichthouders van de ODR hebben de afgelopen jaren meerdere malen contact gezocht met de RVO om de door de geitenhouder overhandigde dieraantallen te verifiëren. De RVO heeft de registraties vanwege privacy redenen en het doel van de ‘Regeling identificatie en registratie van dieren’ niet willen verstrekken..
Dat betekent dat wij de dierregistraties van de RVO enkel hadden kunnen krijgen via een Wob-verzoek, zoals Stichting Dorp en Landschap Bommelerwaard nu heeft gedaan. Zoals u wellicht weet, is het hoogst ongebruikelijk dat overheidsinstanties Wob-verzoeken bij elkaar indienen. Vraag 7 Ziet het college met de fractie PvdA-GroenLinks dat de onderhandelingen met de geitenhouderij in het licht van de I&R-registratie in feite onderhandelingen waren over legalisatie van een verborgen gehouden vanaf begin 2015 meermaals voorkomende en sinds medio 2018 permanente bedrijfsvoering niet in overeenstemming met Omgevingsvergunning en de Wet Natuurbeschermingsvergunning, zoals het met bijna elke ontwikkelstap van dit bedrijf gebeurd is (de geitenhouderij zelf bijvoorbeeld was al eerder gevestigd dan de IVH-bestemming in het bestemmingsplan buitengebied!)? Antwoord U vraagt ons nu naar de intenties van de geitenhouder. Wij kunnen daar geen antwoord op geven. De onderhandelingen waren vanuit onze kant juist gericht op een verbetering van het woon- en leefklimaat in de omgeving ten opzichte van de vergunde situatie. De overtreding was bij ons niet eerder bekend. Legalisatie van de overtreding was voor ons dan ook geen onderwerp van de onderhandelingen. Dat zou überhaupt onbespreekbaar zijn geweest.
Vraag 8 Is het college nu bereid om, zoals eerder gevraagd, check en dubbelcheck te gaan doen met fysieke controles op de daadwerkelijke verblijfplaats van geiten geregistreerd op H.C. de Jonghweg 12 met deskundigen van NVWA en de Dierenbescherming, omdat het niet aanwezig zijn van een melkinstallatie en het wel permanent aanwezig zijn van ca. 1800 of zelfs meer droogstaande geiten ouder dan 1 jaar een zéér onwaarschijnlijke situatie is voor een bedrijf met meer dan 7200 geiten ouder dan 1 jaar? (Toelichting: een geitenhouderij kan verschillende melk- en geiten-vervangingsschema’s aanhouden. In de geitenmelkerij wordt steeds vaker het financieel en qua diergezondheid gunstige duurmelksysteem toegepast, waarbij slechts 5% van de geiten ‘bij de bok gaat’. Maar zelfs wanneer zeer traditioneel elke geit 1x per jaar bij de bok gaat en dan twee maanden voor aflammeren droog gezet wordt, zou dat bij een zeer gelijkmatig over het jaar verspreid lammeren niet meer dan 7200 / 6 = 1200 droge geiten op het bedrijf geven.)
4
Antwoord Wij waren en zijn altijd bereid om samen met onze ketenpartners, zoals onder andere de provincie en de NVWA, fysieke controles uit te voeren bij álle locaties van de geitenhouder. Dat blijkt onder andere uit het feit dat wij in zomer van 2019 meerdere malen contact hebben gezocht met de NVWA om controles uit te voeren bij de vestingen van deze ondernemer. Na enig aandringen van onze kant is er door de NVWA een controle uitgevoerd aan de Molenstraat 37. Zij heeft daarbij geen tekortkomingen geconstateerd. Met de provincie is inmiddels afgesproken dat de provinciale toezichthouders samen met de toezichthouders van de ODR de hercontrole zullen uitvoeren. Dit doen zij in het kader van de handhaving op de vergunning Wet natuurbescherming. Burgemeester en wethouders van Maasdriel, de secretaris,
de burgemeester,
G.T. Wildeman
H. van Kooten
5