CConstaterende datMaasdriel
Koppel je AI →
Document · PDF

B3. Nota van zienswijzen UWDH (Geanonimiseerd)

Commissie Ruimte 16 oktober 2024, gemeente MaasdrielBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Uiterwaarden Wamel, Dreumel en Heerewaarden24.416 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Nota van zienswijzen (Ontwerpbesluiten UWDH)

23 augustus 2024

1. Inleiding 1.1 Inleiding Rijkswaterstaat, provincie Gelderland en Staatsbosbeheer werken aan plannen voor herinrichting van de Uiterwaarden van Wamel, Dreumel en Heerewaarden (UWDH). Onder andere door de aanleg van een aantal meestromende nevengeulen en een andere manier van terreinbeheer zal nieuwe natuur ontstaan die invulling geeft aan de doelen van de Kaderrichtlijn Water (KRW), Natura 2000, Gelders Natuurnetwerk (GNN) en Nadere Uitwerking Rivierengebied (NURG) gericht op het verbeteren van de waterkwaliteit en het vergroten van de biodiversiteit.

Coördinatie van besluiten Bij de voorbereiding van de besluiten die nodig zijn voor de uitvoering van het project is de coördinatieregeling van de Ontgrondingenwet toegepast. Gedeputeerde Staten van Gelderland zijn het coördinerend bevoegd gezag. De bedoeling van de coördinatieprocedure is om de samenhang en inzichtelijkheid van de betrokken besluiten bij onderhavig project te versterken en de besluitvorming zo efficiënt mogelijk te laten verlopen. De coördinatie heeft geen invloed op het toetsingskader voor ieder individueel besluit. Het betreffende bevoegde bestuursorgaan blijft met toepassing van deze coördinatieregeling dus nog steeds het bestuursorgaan dat beslist over het betreffende ontwerpbesluit en de zienswijze daarop.

Terinzagelegging ontwerpen Van donderdag 21 september tot en met woensdag 1 november 2023 hebben de volgende besluiten ter inzage gelegen: -

-

-

Ontwerp bestemmingsplan ‘Buitengebied herziening 2021, Uiterwaarden Wamel, Dreumel, Heerewaarden’ van de gemeente Maasdriel (planidentificatienummer is: NL.IMRO.0263.BP1230-ON01); Ontwerp bestemmingsplan ‘Uiterwaarden Wamel, Dreumel, Heerewaarden’ van de gemeente West Maas en Waal (planidentificatienummer is: NL.IMRO.0668.BUIuwdhWmlDrml-BON1); Ontwerp Projectplan Waterwet; Ontwerp Ontgrondingsvergunning; Twee ontwerp watervergunningen; Ontwerp Besluit Wet natuurbescherming.

Tevens heeft het milieueffectrapport (MER) (als bijlage bij de ontwerp bestemmingsplannen en de ontwerp ontgrondingsvergunning) ter inzage gelegen. De ontwerpbesluiten en bijbehorende bijlagen zijn digitaal raadpleegbaar en beschikbaar gesteld: -

1

Ontwerp bestemmingsplannen op de website www.ruimtelijkeplannen.nl Projectplan Waterwet, ontgrondingsvergunning, twee watervergunningen en het besluit Wet natuurbescherming op de website www.coordinatiegelderland.nl

Nota van zienswijzen (Ontwerpbesluiten UWDH) 23 augustus 2024 Tevens hebben de ontwerpbesluiten en de bijbehorende bijlagen ook fysiek ter inzage gelegen bij de receptie van het Huis der Provincie van de provincie Gelderland, het Klantcontactcentrum van het gemeentehuis van de gemeente West Maas en Waal of het gemeentehuis van de gemeente Maasdriel. In totaal zijn 21 reacties (zienswijzen) ingediend. Alle ontvangen reacties zijn door de betreffende bevoegde gezagen beoordeeld en in behandeling genomen. In voorliggende nota zijn de ingediende reacties integraal beoordeeld, samengevat en voorzien van een reactie. Gezien de inhoudelijke aard van een aantal reacties, en de samenhang tussen de verschillende procedures die doorlopen worden, is de beantwoording op een aantal onderdelen in afstemming met de initiatiefnemer uitgewerkt.

1.2 Leeswijzer Deze nota bevat de volgende hoofdstukken: In hoofdstuk 2 worden de algemene onderwerpen uit de zienswijzen die door meerdere indieners naar voren zijn gebracht van een reactie door het bevoegd gezag voorzien. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de afzonderlijke beantwoording. In hoofdstuk 4 wordt een overzicht gegeven van de overige wijzigingen van de betreffende definitieve besluiten ten opzichte van de ontwerpbesluiten zoals die ter inzage hebben gelegen. Deze wijzigingen leiden tot een optimalisatie van de bestemmingsplannen en besluiten.

2. Algemene beantwoording van de zienswijzen In de zienswijzen komt een aantal thema’s meerdere malen terug. Daarom is in deze paragraaf een algemene reactie op een aantal onderdelen gegeven, voorafgaand aan de individuele beantwoording.

2.1 Verkeer en parkeren Heerewaarden (gemeente Maasdriel) Diverse zienswijzen hebben betrekking op parkeren en verkeer in het plangebied in Heerewaarden. Uit de zienswijzen blijkt dat een aantal omwonenden van het gebied zich zouden willen vrijwaren van auto’s en bezoekers en die het liefst ook zoveel als mogelijk buiten het gebied zouden houden. Het project heeft natuurontwikkeling in de brede zin tot doel en ziet niet op het verbeteren dan wel wijzigen van de bestaande infrastructuur, noch van het gemeentelijk verkeersbeleid van de gemeente Maasdriel. Het karakter en de inrichting van de openbare wegen in het plangebied worden niet gewijzigd. Het plan is echter niet enkel en alleen maar gericht op het mogelijk maken van natuurontwikkelingen. Ook willen de initiatiefnemers enige ruimte blijven bieden voor vormen van extensief recreatief gebruik (struinen e.d.) zoals in de huidige situatie ook al het geval is. Om het extensief recreatief gebruik mogelijk te maken, is het noodzakelijk om goede toegangsmogelijkheden, parkeerplaatsen en bruggen te maken. Voor bezoekers die vanwege de afstand met de auto willen komen, zijn enkele parkeerplaatsen nodig om die auto’s op een goede en veilige manier te kunnen parkeren. Met goede parkeerplaatsen wordt het doorgaand verkeer niet 2

Nota van zienswijzen (Ontwerpbesluiten UWDH) 23 augustus 2024 gehinderd. Omdat bezoekers over het algemeen zo dicht als mogelijk willen parkeren bij de ingang van een gebied en initiatiefnemers “wildparkeren” zoveel als mogelijk willen ontmoedigen en voorkomen, is gekozen om de parkeerplaatsen zo dicht mogelijk bij de toegangspoorten te maken. Hiermee is dan minder kans op wildparkeerders en overlast voor het doorgaand verkeer. De parkeerplaatsen zijn allen op een zodanig grote afstand van de aanwezige woningen gelegen (>100 meter) dat overlast daarvan is uit te sluiten. Deze genoemde redenen zijn de motivering geweest om de parkeerplaatsen in het “buitendijkse” gebied te situeren en ze dus ook niet aan de andere zijde van de (“Afsluit-“)dijk te leggen in het zogenaamde “binnendijkse” gebied. Bij binnendijks parkeren zouden de geparkeerde auto’s daarnaast ook komen in het (open landelijk) gebied langs de doorgaande Van Heemstraweg hetgeen door de gemeente Maasdriel qua beleving en uitstraling als minder wenselijk wordt bevonden.

2.2 Geen volledig nieuwe ontwerpen beoordelen Tijdens de planvorming (vanaf 2017) is een intensief participatieproces doorlopen. Naast individuele gesprekken met stakeholders en algemene voorlichtingsavonden waar belanghebbenden en belangstellenden konden meedenken zijn er per gemeente in iedere ‘ontwerpronde’ van het planproces (zie paragraaf 2.5 van de toelichting van het bestemmingsplan) aparte ontwerpateliers georganiseerd. Geïnteresseerden uit de omgeving konden zich hiervoor aanmelden om in co-creatie het ontwerp verder uit te bouwen. De wensen die zijn ingebracht tijdens het participatieproces zijn verzameld en beoordeeld. De initiatiefnemers hebben de wensen die zijn gehonoreerd meegenomen in de doorontwikkeling van het ontwerp of een van de uitgewerkte varianten hierop. Dit heeft uiteindelijk geleid tot een Definitief Ontwerp dat in de (ontwerp) bestemmingsplannen is verankerd en waarvoor de vergunningen zijn aangevraagd. Het participatieproces start aan het begin van het planproces. Naarmate het planproces vordert wordt de ruimte voor participatie en het inbrengen van nieuwe ideeën en planontwikkelingen kleiner. In deze fase van het planproces is het niet meer aan de orde om een alternatief plan uit te werken en te beoordelen.

3

Nota van zienswijzen (Ontwerpbesluiten UWDH)

23 augustus 2024

3. Beantwoording per zienswijze Nr

Samenvatting zienswijze

1.1

Kwel Indieners, woonachtig in het dorp Wamel, stellen dat de uit te voeren plannen een verontrustende toename van kwel met zich meebrengen en zoals Waterschap Rivierenland stelt is dit niet grondwaterneutraal. Hierbij verwijzen indieners naar hoofdstuk 4.3 (water) blz 62 uit de toelichting waarin beschreven is dat als uitgangspunt door gemeente West Maas en Waal en Waterschap Rivierenland er grondwaterneutraal werkzaamheden uitgevoerd moeten worden en waarbij is aangegeven: - Maximale verandering freatisch grondwaterstand 5 cm - Verandering kwel/wegzijging 2% per afwateringsgebied Gemeente West Maas en Waal heeft in het verleden diverse aanpassingen gedaan in Wamel om de kwelstromen te beheersen. Met deze nieuwe plannen wordt dit delicate evenwicht verstoord. Gemeente West Maas en Waal stelt dat er grondwaterneutraal gewerkt moet worden. Wat het waterschap stelt is namelijk niet grondwaterneutraal en geeft ruimte voor extra kwel toename.

Op welk ontwerpbesluit van toepassing? Ontwerp bestemmingsplan Uiterwaarden Wamel Dreumel Heerewaarden (West Maas en Waal)

Beantwoording zienswijze

Aanpassing ontwerpbesluit? (ja/nee + toelichting)

Voor het gehele projectgebied geldt dat er uitgebreid onderzoek is gedaan naar eventuele ‘kwel’ (meer water in binnendijks gebied bij hoogwaterstanden) en ‘wegzijging’ (verdroging van het binnendijkse gebied door laagwaterstanden). Kwel is water dat bijvoorbeeld onder de dijk door sijpelt en vanuit de bodem omhoog komt. De stroming wordt veroorzaakt door een peilverschil in het buitenwater (of een hooggelegen polder) en het polderpeil in een diepe polder. Bij hoogwater op de rivieren is kwel een bekend en normaal verschijnsel. In de zomer is er juist sprake van wegzijging, wanneer de waterstand op de grote rivieren gemiddeld lager is dan in de polder en het ‘polderwater’ via de ondergrond naar de rivier stroomt.

Nee

Waterschap Rivierenland, in de Waterwet aangewezen als verantwoordelijk bevoegd gezag, heeft een Richtlijn kwel en wegzijging opgesteld, waaraan initiatieven worden getoetst. Het waterschap is verantwoordelijk voor de handhaving van de oppervlaktewaterpeilen zoals die zijn vastgelegd in (streef)peilbesluiten. Met het handhaven van de peilen probeert het waterschap te zorgen voor de gewenste grondwaterstand. Het waterschap is echter niet direct verantwoordelijk voor het handhaven van een grondwaterstand aangezien er meerdere factoren zijn die de grondwaterstand beïnvloeden. Voor zover het nemen van maatregelen niet tot de zorg van het waterschap (of de provincie) behoort heeft de gemeente een zorgplicht. Deze zorgplicht gaat over het treffen van maatregelen in het openbaar gemeentelijke gebied om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. In dit kader worden buitendijkse maatregelen die mogelijke veranderingen in grondwaterstroming (binnendijks) hebben, getoetst. Daarbij wordt gekeken in eerste instantie naar voorkomen en mitigeren. Indien de initiatiefnemer zich maximaal heeft ingespannen om de kwel/wegzijging te beperken én er sprake is van een zwaarwegend maatschappelijk belang om tot uitvoering te komen, zijn compenserende maatregelen binnendijks toegestaan.

Om te bepalen wat de effecten van een ingreep zijn, beschikt het waterschap over het regionaal model MORIA. Dit model is voor de locatie verfijnd en uitgebreid. Er wordt berekend wat de effecten zijn gedurende normale situaties, en in situaties van hoog en laag water die eens in de 10 jaar voorkomen (T = 10). Deze uitkomsten worden getoetst aan de criteria: (Grond)waterneutraal Kwelverandering max. 2% Grondwaterstandsveranderingen van max. 5 cm. Voor UWDH is dit traject doorlopen. Onder normale omstandigheden voldoen de ingrepen modelmatig aan de gestelde criteria. In de T=10 situatie voldeden de maatregelen op locaties, zonder het treffen van maatregelen, modelmatig niet aan de criteria. Daarom is door initiatiefnemers, samen met beide gemeenten én Waterschap Rivierenland, gekeken naar de mogelijk te treffen mitigerende en compenserende maatregelen. Door het treffen van de genoemde maatregelen voor het project UWDH zoals het aanbrengen van kleilagen in de geulen en een waterbergingsgebied, worden negatieve effecten van de maatregelen beperkt. Hieruit worden verder geen risico’s verwacht.

4

Nota van zienswijzen (Ontwerpbesluiten UWDH)

23 augustus 2024 Specifiek en alleen voor Wamel geldt dat het berekende effect voor het peilgebied waarin de woonkern Wamel zich bevindt, voor de situatie T=10 (1 keer in de 10 jaar), ca. 100 m³/dag is, gedurende ca. 6 weken. Wanneer dit wordt terug berekend naar het oppervlakte watergang in datzelfde peilgebied, komt dit neer op een stijging in de watergangen van 1,8 mm gedurende deze periode. Door het aanbrengen van de kleilaag wordt er geen onacceptabel risico meer verwacht op een (toename van) wateroverlast als gevolg van de aanleg van de nevengeulen.

1.2

Deze toename betekent toekomstige schade aan huizen, verstoring van de leefbaarheid en een verminderd gevoel van veiligheid voor onze bewoners.

Het nemen van mitigerende maatregelen, de monitoring en de schade afhandeling, zijn door de gemeente en het waterschap als voldoende beschouwd om in te stemmen met de maatregel. Ten aanzien van “verstoring leefbaarheid” en “verminderd gevoel van veiligheid” is dit, gezien de zeer beperkte toename aan kwel/wegzijging (passend binnen de toetscriteria) over een beperkte tijdsspanne in gevallen die 1 maal per 10 jaar voorkomen, niet aan de orde.

Indieners willen dat het plan volledig grondwaterneutraal uitgevoerd wordt zonder enige bandbreedte waarin geen kweltoename aanwezig mag zijn.

Een bandbreedte is onderdeel van de gehanteerde rekenmodellen, en is er omdat 0 geen mogelijkheid is (modelmatig). Geen kweltoename dan wel wegzijging impliceert per definitie “geen ingreep”. Gezien het maatschappelijk belang van het programma’s Kaderrichtlijn water, Natura 2000 en Gelders Natuurnetwerk, is dit geen reële wens.

Hoogwatergolf 1/10 jaar Indieners maken zich grote zorgen over de statistische inschatting van een hoogwatergolf elke 10 jaar waarbij ze stellen dat de realiteit van klimaatverandering laat zien dat niet langer vertrouwd kan worden op de statistieken uit het verleden. Indieners verwijzen naar hoofdstuk 4.3 (water) blz 63 waar staat geschreven dat bij een hoogwatergolf (ca. 1/10 jaar) meer kwelwater vanuit de uiterwaarden naar binnendijks gebied wordt afgevoerd. Indieners maken bezwaar tegen iedere vorm van kweltoename, waarbij ook de kans op een toename van de wateroverlast bij hoogwatergolf van ca. 1 keer per /10 jaar.

1.3

Aansprakelijkheid kwelwateroverlast Indieners stellen Rijkswaterstaat volledig verantwoordelijk voor alle kwelwateroverlast en het daarmee gepaard gaande verminderende woongenot welke voortvloeien uit dit plan. Indieners stellen Rijkswaterstaat aansprakelijk voor alle materiële en immateriële gevolgen die voortvloeien uit dit onzorgvuldige voornemen.

2.1

Bruggen/Inlaatwerken Indiener verzoekt om aanpassing van het plan zodat de utiliteitsbruggen zoveel mogelijk gecombineerd worden met de inlaatwerken waardoor het aantal betonnen kunstwerken geminimaliseerd wordt. Indiener geeft aan: Nevengeul Heerewaarden: het is uit de kaart niet duidelijk of inlaatwerk en utiliteitsbrug worden gecombineerd. Maar dat is hier in ieder geval mogelijk. Varikse plaat: De utiliteitsbrug hoeft niet bij de pont aangezien daar alleen fietsers en voetgangers mee gaan. Dus deze kan bij het inlaatwerk, waar ook al een parkeerplaats

5

Ontwerp bestemmingsplan Uiterwaarden Wamel Dreumel Heerewaarden (West Maas en Waal)

Voor de berekeningen ten aanzien van kwel zijn de initiatiefnemers uitgegaan van de meest recente versie van het regionale grondwatermodel MORIA die door het waterschap beschikbaar is gesteld. Dit al gekalibreerde model is vervolgens verfijnd op basis van gebiedsspecifieke informatie. Zowel gemeenten als waterschap hebben ingestemd met het gebruik van dit model en de doorgerekende scenario’s. Door het treffen van de mitigerende maatregelen (aanbrengen kleilaag in ontgravingen en realisatie van extra waterberging) worden negatieve effecten beperkt. Hieruit worden verder geen risico’s verwacht, zie ook 1.1.

Nee

Ontwerp bestemmingsplan Uiterwaarden Wamel Dreumel Heerewaarden (West Maas en Waal) Alle ontwerpbesluiten

Degene die schade lijdt of zal lijden als gevolg van maatregelen opgenomen in het projectplan Waterwet kunnen op grond van artikel 4.21 van de Invoeringswet Omgevingswet een verzoek tot vergoeding van de nadeelcompensatie indienen bij Rijkswaterstaat. Voor nadere informatie wordt verwezen naar de website van Rijkswaterstaat.

Nee

De in het plan opgenomen kunstwerken zijn het resultaat van overleg met de diverse stakeholders, waaronder bewoners en beheerders. Voor de kunstwerken geldt: - Het inlaatwerk wordt dicht bij de opening van de nevengeul geplaatst. De exacte plaatsbepaling wordt bepaald door de hydrologische randvoorwaarden. - De ligging van de inlaatwerken is niet de meest doelmatige plaats om de nevengeulen over te steken met beheer- en onderhoudsvoertuigen waardoor niet gekozen is voor een combinatie van inlaatwerken met de beheer- en onderhoudsbruggen. - Per geul is beoordeeld of er een derde verbinding zou moeten komen vanwege de bereikbaarheid van de Waal. Nevengeul Tielse plaat en nevengeul

Nee

Nota van zienswijzen (Ontwerpbesluiten UWDH)

23 augustus 2024

gepland is. Aan te raden is dit gehele kunstwerk zo zuidelijk mogelijk van de Kop te plaatsen ter minimalisatie van overlast voor de bewoners aldaar.

Heerewaarden hebben daarom een extra verbinding gekregen in de vorm van een recreatieve brug. In het gehele plan is sprake van 2 utiliteitsbruggen: één bij het Tielse Veer en één bij het pontje Varik. Bij het Tielse Veer is de utiliteitsbrug gecombineerd met het inlaatwerk van nevengeul Tielse plaat. De utiliteitsbrug bij het pontje is voor voet- en fietsverkeer en voor een enkele auto (veer exploitant). Nadeel van het verplaatsen van deze utiliteitsbrug naar de inlaat is dat er dan in het veld een verhard pad aangelegd moet worden door het (natuur)gebied. Ten aanzien van nevengeul Heerewaarden geldt dat het inlaatwerk en de beheer- en onderhoudsbrug niet gecombineerd kunnen worden vanwege eisen aan de beheer- en onderhoudsvoertuigen (draaicirkels e.d.)

2.2

De te vervallen zomerdijk bij KM 924 Indiener geeft aan dat ter plaatse van de te vervallen zomerkade in de zomer van 2020 door het waterschap de zomerdijk verstevigd is met stortsteen over een strook van zo’n 100 bij 8 m stortsteen. Dit was een afgekalfde en daardoor ecologisch interessante oever bewoond door oeverzwaluwen. Indiener vraagt dat, wanneer de functie van zomerdijk ter hoogte van km 924 vervalt en daarmee ook de wettelijke instandhoudingsplicht, in het plan op te nemen dat de stortsteen aldaar ook weer verwijderd wordt om de dynamiek terug te brengen en de nestmogelijkheden voor oeverzwaluwen te herstellen. Aangezien er toch sprake is van gebruik van stortsteen op andere locaties kan dit binnen het project elders hergebruikt worden.

Alle ontwerpbesluiten

2.3

Moeras/dras/rabatten/kamsalamanders Indiener geeft aan dat invulling van het unieke gebied wat betreft de vele poldertjes een nadere uitwerking verdient met als doel de variatie in waterniveaus te reguleren op een slimme wijze. Daarbij: - Méér ruimte voor doeltype moeras (N05.01) (nu maar drie kleine stukjes ten zuiden van de Molendijk); - Herstel van rabatten die op verschillende locaties in het verleden aanwezig waren maar ten behoeve van de landbouw zijn verwijderd; - Méér locaties voor poelen met een kamsalamander doel, op locaties waar vanuit het verleden bekend is dat deze voorkwamen; - Een plan voor het gebruik van de duikers en sluizen.

Alle ontwerpbesluiten

Door het vervallen van de functie van de zomerdijk ter plaatse, kunnen de stortstenen worden opgeruimd. Dit zal in het werk plaatsvinden. De stortstenen zullen worden hergebruikt in de uitvoering van het werk.

-

-

-

6

De betreffende poldertjes zijn delen van twee voormalige eilanden in de smalle landengte tussen de Waal en de Maas die door de aanleg van de afsluitdijk binnen de uiterwaarden van de Waal zijn komen te liggen. Sindsdien zijn de voormalige relatief lage eilanddijken als zomerdijken beheerd waar via sluisjes water in- en uitgelaten kan worden. De belangrijkste maatregel is om het beheer van deze sluisjes zodanig te veranderen dat het gebied gaat functioneren als overstromingsvlakte. Dat houdt in dat aan het eind van de winter water wordt ingelaten en vervolgens vastgezet op een nog nader te bepalen peil; wat o.a. afhangt van het feit dat er geen overlast ontstaat bij de woningen in het gebied. Herstel van het doeltype moeras (N05.01) op deze plek is niet een bewuste doelstelling, maar vanwege het langer vasthouden van water zal het gebied jaarrond natter worden, waardoor de omstandigheden voor vochtminnende vegetaties, waaronder veel moerasplanten, zal verbeteren. Op een andere plek, in de voormalige overlaat, wordt het gebied zodanig verlaagd en ingericht dat hier grote kans is op ontwikkeling van moeras in het laagste deel. Dit gebeurt hier echter niet primair vanuit de wens om het doeltype moeras te herstellen, maar soorten uit dit habitattype zullen zeker profiteren.

In enkele delen van de poldertjes zijn rabatten aanwezig, maar in een groot deel is het gebied later vergraven, waarschijnlijk t.b.v. kleiwinning voor de aanleg van de dijk, waardoor ze zijn verdwenen. Rabatten werden vanouds aangelegd om stroken voldoende droog te maken om daar bijvoorbeeld griend of populieren op aan te planten. Het project heeft geen doelstelling om cultuurhistorische relicten zoals rabatten te herstellen en herstel draagt ook niet bij aan de natuurdoelstellingen van het project. Wel worden bestaande structuren steeds gerespecteerd en blijven ze fungeren als herinnering aan het landgebruik in het verleden. In het projectgebied worden in totaal 7 poelen aangelegd t.b.v. de kamsalamander. Meer is niet voorzien. Het gebied is overigens niet bekend als leefgebied, er zijn maar enkele vondsten in de regio, en ook elders in het rivierengebied komt de soort vrijwel niet voor in het buitendijkse gebied. Met deze 7 locaties hopen we dat de soort toch vaste voet aan de grond krijgt. Mocht

Ja, de reactie leidt tot aanpassing van de watervergunning van Waterschap Rivierenland

Nee

Nota van zienswijzen (Ontwerpbesluiten UWDH)

23 augustus 2024

-

3.1

Vonkerplas biodiversiteit, verondiepen en maatschappelijke onrust Indieners geven aan dat vanaf 2018 tot vandaag op de website van het UWDH-project te lezen staat: “De Vonkerplas is voor veel dieren en planten geen aantrekkelijk leefgebied”. Door de plas te verondiepen zal de waterkwaliteit verbeteren en wordt de natuur hersteld.

Alle ontwerpbesluiten

Door eigen waarnemingen in de Dreumelse Waard en bij het verondiepingsproject Over de Maas, wisten indieners dat zowel de diagnose van een lage biodiversiteit als de remedie verondiepen niet klopten. Daarom is in mei 2018 een presentatie gehouden, om transparant te maken dat het verondiepen in de praktijk meestal neerkomt op het tegen betaling laten storten van verontreinigde grond en bagger, en om te laten zien dat er zeker rondom de Vonkerplas, geen “natuurherstel” noodzakelijk was. Daarna hebben De Gelderlander, The Plastic Soup Foundation, Follow the Money, De Groene Amsterdammer en Zembla, de bijzondere gang van zaken rondom beide plassen in Dreumel ook uitgebreid beschreven.

De besluiten om af te zien van verondieping en eerst een ecologisch onderzoek te doen, werden genomen vanwege de ontbrekende ecologische onderbouwing en -participatie in het UWDH-project en niet vanwege maatschappelijke onrust, zoals de MER suggereert. Oorzaak en gevolg worden in de MER genoemd maar in een omgekeerd verband. Het is kwalijk, voor de lezers van de MER, dat het ingrijpen door het Ministerie onbenoemd blijft, dat ook de brief van de Staatssecretaris met het besluit niet in de bijlagen zit en dat dit alles wordt afgedaan als “maatschappelijke onrust”.

Ondanks die wetenschap, wordt de zomerdijk in het UWDH-ontwerp DO2.1 dichtgezet, om een smalle geul langs de Vonkerplas mogelijk te maken. Indieners geven aan dat hierdoor de ecologisch belangrijke, periodieke connectiviteit met de Vonkerplas verdwijnt. Toch wordt in de MER direct en indirect gesuggereerd dat de Vonkerplas ongemoeid blijft. Maar uitvoering van het ontwerp heeft een sterk negatieve invloed op de hele Vonkerplas. Dit wordt in de MER niet meegenomen. Integendeel, er wordt zelfs beweerd dat het dichtzetten alleen maar positieve effecten heeft, zoals een betere waterkwaliteit van de Vonkerplas. Een bijzondere claim, omdat het ecologische onderzoek nu juist concludeert dat de waterkwaliteit van de Vonkerplas al heel goed is, ook al stroomt er 20 dagen per jaar

7

Nee

Voor de verondieping van de Vonkerplas waren aanvankelijk meerdere varianten in beeld. In september 2018 was bij de beoordeling van het ontwerp DO 1.5 bestuurlijk besloten om de grootschalige verondieping niet langer onderdeel uit te laten maken van de planvorming van UWDH. Op dat moment was vanwege kostenoogpunt en het streven om duurzaam met de vrijkomende grondstromen om te gaan, voorgesteld om bij de uitwerking van het DO 1.99 er naar te streven om de in dit project vrijkomende grond toch zoveel mogelijk binnen het plangebied nuttig toe te passen (uiteraard op voorwaarde dat dit gelet op de milieuhygiënische bodemkwaliteit is toegestaan). Dit zou dan in de eerste plaats kunnen in de vorm van een verhoging en verlenging van de oeverwallen en het dan nog resterende materiaal (dat voldoet aan klasse A en B want klasse NT wordt op voorhand afgevoerd) enkel aan te brengen in de zuid- en oostzijde van de Vonkerplas om extra ecologische kwaliteit aan het plan toe te voegen. Eind 2019 is bestuurlijk besloten de Vonkerplas volledig (dus ook de hierboven genoemde beperkte verondieping / verflauwing van de oevers aan de zuid- en oostzijde) buiten de scope van het project te plaatsen.

Nieuwe inzichten en onderzoeksresultaten over de ecologische kwaliteit in diepe plassen in het algemeen, grote weerstand in de omgeving (onder andere vanwege het project Over de Maas waarin onder andere granuliet is toegepast bij de verondieping), en onduidelijkheid over de feitelijke huidige ecologische waarde van de Vonkerplas en te verwachte effecten op de ecologische kwaliteit tijdens de uitvoering zijn hiervoor mede aanleiding geweest. Dat hierdoor extra grond moet worden afgevoerd en tot andere milieugevolgen kan leiden in de aanlegfase is hierbij afgewogen. Hierna is een separaat traject opgestart om de ecologische waarden in de Vonkerplas in beeld te brengen, maar dit valt buiten de scope van het project UWDH.

Ten einde raad, hebben indieners in april 2019 hun informatie, gedeeld met de Staatssecretaris en aansluitend een gesprek op het Ministerie gehad. In september 2019 greep het Ministerie van I&W in en gaf het opdracht om de Vonkerplas ongemoeid te laten, beter te participeren en eerst een grondig ecologisch onderzoek (nulmeting) te laten doen.

Connectiviteit Vonkerplas met Waal Het onderzoek waarvoor het Ministerie opdracht gaf, werd wel uitgevoerd. In februari 2023, werd het rapport “Ecologische Beoordeling Vonkerplas” door ATKB gepubliceerd en gedeeld met het UWDH-team. Uit het onderzoeksrapport blijkt dat de Vonkerplas en haar oevers een hoge soortenrijkdom kennen van planten én dieren met diverse (doel) soorten, die kenmerkend zijn voor helder en schoon water en dat er sprake is van een evenwichtig ecosysteem. Belangrijk in de context van dit bezwaar is de conclusie dat de soortenrijkdom nu sterk (positief) beïnvloed wordt, door de periodieke connectiviteit met de Waal.

De verwijzing naar de website van het UWDH-project betreft een nieuwsbericht van februari 2018 aanwezig in het archief van de website. Onder veel gestelde vragen op de website is vermeld dat meer uitgebreid ecologisch onderzoek nodig is en dat de Vonkerplas buiten het ontwerp gehouden wordt. De verondieping van de Vonkerplas is geen onderdeel meer van het planvoornemen van project UWDH. Dit is nadrukkelijk gecommuniceerd, ook via de website.

Sindsdien hebben indieners geregeld contact met het UWDH-team en hebben ze zelf onderzoeken gedaan naar flora en fauna in samenwerking met de Radboud- en Wageningen universiteiten. Toch werden alle argumenten en feiten, steeds door de ingehuurde ecologen van het project van tafel geveegd. Het verondiepen bleef terugkomen en werd ondanks alle beschikbare kennis, als ontwerpvarianten gepresenteerd in DO1.5. en DO1.99.

3.2

dat lukken dan is het niet uitgesloten dat de soort zich ook uitbreidt naar andere wateren in de uiterwaard. Na realisatie van de werkzaamheden wordt een nieuw peilbesluit genomen. Hierin wordt de werking en het gebruik van duikers en sluizen vastgelegd.

Alle ontwerpbesluiten

De door indiener genoemde verbinding, die komt te vervallen, is slechts één van de verbindingen; er zijn er namelijk meer. In onderstaande figuur zijn deze locaties weergegeven: 1. Aan de zuidkant is de plas door middel van een duiker verbonden met de strang die verder zuidelijk via de haven nabij de scheepswerf is verbonden met de Waal. Deze duiker ligt op ca 3,5 m +NAP en is daardoor vanaf een BovenRijnafvoer van ca 2.100 m3/s (ca 155 dagen per jaar) verbonden met de Waal. Als de Waal boven deze stand uitstijgt, dan stroomt er rivierwater naar de plas. Voor de connectiviteit is met name deze verbinding belangrijk omdat zij een groot deel van het jaar beschikbaar is. Door de aanleg van de nevengeul verandert de situatie niet. De geul stroomafwaarts van de plas zal wel vaker gevuld zijn met water, maar de hoogte van de duiker bepaalt de instroomfrequentie en die verandert niet. 2. Via de oude haven is er een tweede verbinding. Het hoogste punt van deze route ligt op ca 6,1 m +NAP en die hoogte wordt bij een afvoer van 4.250 m3/s (ca 21 dagen per jaar) overschreden, waarna ook via deze route Waalwater naar de plas stroomt. Door de aanleg van de nevengeul verandert deze situatie niet omdat het hoogste punt in de verbinding niet wordt vergraven.

Nee

Nota van zienswijzen (Ontwerpbesluiten UWDH)

23 augustus 2024

voedselrijk water uit de Waal in. Zo wordt een zekere achteruitgang van (doel) soorten naar een zeer onwaarschijnlijke plus (0/+) omgeschreven. Indieners geven aan dat de MER hier een onjuiste voorstelling van zaken geeft. Er is nergens melding gemaakt van dit essentiële ecologische rapport, -de uitstekende waterkwaliteit van de Vonkerplas of -het schadelijke effect van het dichtzetten van de periodieke verbinding met de Waal. Met het negeren van dit rapport, worden ook de participatie, -kennis en de aanwijzingen van het Ministerie buiten het project geparkeerd.

3.

4.

5.

Ongeveer tegelijkertijd met locatie 2 overstroomt ook de door indiener genoemde overlaat. Deze heeft een hoogte van 6,3 m +NAP en overstroomt bij 4.300 m3/s (ca 20 dagen per jaar). Omdat de kade hier wordt doorgetrokken verandert de situatie hier wel en wordt gelijk aan de veel lagere frequentie waarmee de kade overstroomt (ca 1,5 dag per jaar). Aan de noordkant van de plas heeft de zomerkade een laagste punt van 7,25 m +NAP. Dit niveau wordt bereikt bij een afvoer van 7.150 m3/s (ca 2,5 dag per jaar). Deze afvoer komt gemiddeld eens in de ca 2 jaar voor. Door de aanleg van de nevengeul verandert de situatie hier niet. Vanuit de noordkant is er nog een tweede verbinding, via de sluis in de zomerkade. Deze wordt opengezet om het water uit de ten noorden gelegen polder af te voeren wanneer deze zich na een hoogwater met water heeft gevuld. Inundatie van de zomerkade rond deze polder vindt plaats bij een afvoer boven 6.400 m3/s (ca 4 dagen per jaar). Deze afvoer wordt gemiddeld in 2 van de 3 jaren bereikt. Door de aanleg van de nevengeul verandert de situatie hier niet.

Een van de andere onderdelen van het plan heeft ook nog invloed op de instroomfrequentie. Het gaat daarbij om het verlagen van de leikade over een lengte van ca 350 m van 9,1 m +NAP naar 8,0 m +NAP (locatie A op de kaart). Overstroming van dit traject vindt daarom niet langer pas plaats bij 9.500 m3/s (ca 0,5 dagen per jaar, gemiddeld eens in de 10 jaar) maar al bij 6.800 m3/s (ca 4 dagen per jaar, gemiddeld eens in de 1,5 jaar). Door deze verlaging zal de instroom van rivierwater dus weer iets groter worden. De Vonkerplas is dus via verschillende routes gedurende het jaar verbonden met de Waal. Voor de connectiviteit is vooral de duiker in het zuiden van belang en dat verandert

8

Nota van zienswijzen (Ontwerpbesluiten UWDH)

23 augustus 2024 niet door het afsluiten van de overlaat aan de westkant van de plas. Wat de toestroom van voedselrijk Waalwater betreft, zorgt het ophogen van de overlaat ervoor dat een van de wegen wordt afgesneden, maar de plas zal ook dan nog steeds via al de andere wegen bereikbaar blijven voor het water. De verminderde aanvoer via locatie 3 zorgt er ook niet voor dat er minder rivierwater naar de plas stroomt, de andere locaties nemen dat over; hoogstens duurt het iets langer voor een bepaald peil is bereikt, wat wel weer wordt gecompenseerd door de grotere frequentie waarmee de kade bij A overstroomt.

3.3

Droombeeld Vonkerplas – Bosch & Slabbers Indieners geven aan dat hun ideeën voor de hele Dreumelse Waard zoals die te vinden zijn in “Droombeeld Vonkerplas” door Bosch & Slabbers niet terugkomen in de stukken voor UWDH. Dat traject is opgestart vanuit het UWDH-project (gereed in januari 2022). Ook die inbreng speelt geen rol in de planvorming of beoordeling en het rapport is niet te vinden in de bijlagen. Dat had gezien alle vertragingen gemakkelijk gekund. Het staat vol kansen en oplossingen; zoals een veel betere oplossing tegen de vissterfte in bestaande geulen, een alternatief geulontwerp dat de Vonkerplas wel ongemoeid laat en het vervangen van het gifdepot (“Bult van Dekker”) door een moerasbos.

Alle ontwerpbesluiten

Het droombeeld Vonkerplas betreft voor een deel grondgebied in eigendom bij agrariërs. Het voormalig slibdepot is in eigendom van een private partij. Eerder is door de initiatiefnemers besloten dat het gebied bij Wamel ten noorden van de Vonkerplas tussen de winterdijk en zomerdijk en in eigendom bij agrariërs, voorlopig agrarisch blijft en geen onderdeel uitmaakt van het plan UWDH. M.b.t. het strangensysteem Dreumel worden wijzigingen voorgesteld in de beschermingszone van de winterdijk, die grote gevolgen kunnen hebben voor de kwel – en infiltratie binnendijks. De aangegeven maatregelen geven geen aanleiding tot hernieuwde afwegingen.

Nee

Er is in 2022 uitgebreid gerapporteerd aan het Burgercollectief Dreumelse Waard hoe het planvoornemen tot aankoppeling van de nevengeul aan het strangensysteem in de Dreumelse uiterwaard het beste gerealiseerd kan worden. Daarbij zijn rivierkundige, ecologische en hydrologische criteria (kwel, infiltratie, dijkbescherming) doorslaggevend. Over de vissterfte wordt onder punt 3.4 en 3.7 verder ingegaan. Het voormalig slibdepot is geen onderdeel van het project UWDH. 3.4

Nevengeul Dreumel Indieners zien meerwaarde in het met de Waal mee laten stromen van de westelijke nevengeul bij Dreumel en in het wegnemen van drempels in (beide) bestaande geulen (de westelijke én oostelijke geul), zodat er minder vissterfte op zal treden. Indieners vinden dat het UWDH-ontwerp het natuurdoel is voorbijgeschoten: Om maar zoveel mogelijk oeverlengte te realiseren, wordt 800 m geul in een smalle strook geplaatst die daar geen ruimte voor biedt. Dit veroorzaakt een reeks van ingrijpende-, riskante- en/of zeer kostbare maatregelen die bovendien het landschap en de geul er niet mooier of natuurlijker op maken: 1. Wegnemen drempels Westelijke geul 2. Nieuwe geul en aansluiting Westelijke geul 800m 3. Aanbrengen beschermende kleilaag langs gifdepot (400m) 4. Onderhoudsbrug naar zuidwestelijke waard 5. Brug met inlaatwerk 6. Dichtzetten zomerdijk/ periodieke verbinding Vonkerplas (120m) 7. Vergraven leikade (zomerdijk) omdat de geul anders niet past (500m) 8. Voortdurend monitoren uitloging gifdepot 9. Voortdurend onderhoud/ wegnemen sediment Net zoals bij de verondiepingsplannen, wordt ingehuurde expertise ingezet om een vooringenomen oplossing aan de man te brengen, niet om samen de beste oplossing te zoeken. In de MER wordt de 1500m bestaande westelijke geul opgeteld bij de 800m nieuwe geul om zo op 2,3 kilometer “nieuwe” nevengeul te komen.

En van de 800m die wel nieuw is zal de helft niet de ideale bodem voor het doel hebben. Indieners doen een voorstel voor de inrichting van de oostelijke en westelijke geul, deze zijn opgenomen onder respectievelijk 3.7 en 3.8.

Alle ontwerpbesluiten

Ad 1. Het eerste punt in de opsomming van indieners van maatregelen die het landschap en de geul er niet mooier of natuurlijker op maken (wegnemen drempels westelijke geul) is strijdig met de eerste zin van deze indieners met het verzoek om drempels weg te nemen. Gezien de inrichtingsvoorstellen van indieners die onder 3.7 en 3.8 genoemd zijn, wordt ervan uitgegaan dat het verwijderen van drempels ook de voorkeur heeft van indieners. In het ontwerp van UWDH vinden in de westelijke geul reeds plaatselijk verdiepingen plaats om de doorstroomfrequentie te bevorderen. Op het voorstel van indieners om in de oostelijke geul drempels weg te nemen om minder vissterfte op te laten treden, wordt verder ingegaan onder 3.7. Ad 2. Bij het bepalen van het tracé voor de nevengeul zijn voor de instroomlocatie twee mogelijkheden in overweging genomen: een noordelijke ter hoogte van de overlaat naar de Vonkerplas en een tweede ca 800 m zuidelijker bij de uitgang van de voormalige haven. De keuze is uiteindelijk gevallen op de meest noordelijke locatie omdat dit de best functionerende nevengeul oplevert. Hierbij weegt vooral mee hoe het waterspiegelverhang (ca 20 cm tussen begin- en eindpunt) zich verdeelt over het traject.

In het gedeelte waar het water door de voormalige strang loopt, is het natte profiel breder dan in het nieuw te graven traject en het verhang zal daar veel kleiner zijn; het water kan er immers makkelijker door stromen. Het gevolg daarvan is dat het verhang zich vooral zal concentreren in het nieuw te graven traject tussen de instroomopening en het begin van de bestaande geul. Door te kiezen voor de noordelijke instroomlocatie verdeelt dit verhang van ca 20 cm zich over een traject van ca 850 m, terwijl dit zich bij een keuze voor de instroom bij de oude haven, zou concentreren in slechts 150 m. In het geval van het lange traject zijn de stroomsnelheden veel kleiner, zodat het dwarsprofiel daar duurzaam te handhaven is; terwijl bij het korte traject de stroomsnelheden altijd groot zullen zijn en er een groot risico is op bodem- en oevererosie. Daarnaast is de noordelijke instroom wenselijk omdat dit meer geschikt habitat oplevert voor stroomminnende soorten. Ad 3. Verwezen wordt naar de beantwoording onder 3.5. Ad 4. Ook in een situatie waarin de geul op een alternatieve locatie wordt aangetakt, is een Beheer- en onderhoudsbrug noodzakelijk.

9

Nee

Nota van zienswijzen (Ontwerpbesluiten UWDH)

23 augustus 2024

Ad 5. Nabij de instroom van de nevengeul is een inlaatwerk noodzakelijk. Deze is oversteekbaar voor wandelaars. Het is niet mogelijk om het inlaatwerk te combineren met een brug voor beheer en onderhoud gezien de rijroutes en de aanwezige botanische waarden (stroomdal flora) op de oever tussen de oevergeul en de aan te leggen nevengeul. Ad 6. Het dichtzetten van de oude instroom naar de Vonkerplas is wenselijk vanwege morfologische effecten. Voor de invloed hiervan op de Vonkerplas wordt verwezen naar de beantwoording onder 3.2. Ad 7. De leikade wordt voor een deel vergraven (smaller en lager). Deze kade is al een niet natuurlijk element in het landschap. Ad 8. Verwezen wordt naar de beantwoording onder 3.5. Ad 9. Beheer en onderhoud van nevengeulen is een vast gegeven. Ook geulen kennen een inregeltijd van enige jaren, waarna een periode van relatieve stabiliteit ontstaat. Daar wordt rekening mee gehouden in het beheer- en onderhoudsregime. Voor het participatieproces binnen dit project wordt verwezen naar de participatieverantwoording opgenomen in bijlage 13 bij de toelichting op het bestemmingsplan. Op 17 augustus 2021 heeft nog een veldbezoek plaatsgevonden met vertegenwoordigers van de indiener. De visies omtrent de geulen zijn toen met elkaar gedeeld. 3.5

“Bult van Dekker” In DO2.1 loopt de nevengeul rakelings langs het gifdepot, dat sterk vervuild is met o.a. cadmium, kwik, koper, HCB en PCB’s. Daarom moet de nieuwe geul, ter bescherming tegen uitlogen, over de halve lengte met klei worden bekleed en worden gemonitord. Een kleibodem voldoet bovendien niet aan de bodem-eisen (Zand, grind en stenen) voor een meestromende nevengeul (Kroes et al., 2007). Dit alles is kenmerkend voor de krampachtigheid van de gekozen oplossing.

Alle ontwerpbesluiten

Het uitlogen van het gifdepot, waar de nieuwe geul rakelings langs loopt, is al uit een eerder onderzoek gebleken: “Uit uitloogtesten volgt dat het klasse 4-slib uitloogt” (Bron: MemoAanvullend archiefonderzoek depot Dekker, pagina 3). Dit wordt in de MER niet vermeld, en de maatregel om na het graven van de geul te monitoren of het gif uitloogt, suggereert ten onrechte dat dit niet al bekend zou zijn.

Uit uitloogtesten volgt inderdaad dat het betreffende klasse 4-slib uitloogt. Dit is zo beoordeeld in het Nader bodemonderzoek Slibdepot Dreumelse Waard te Dreumel (Grontmij, oktober 1997), waar de betreffende passage in door indiener aangehaald Memo naar refereert. In datzelfde onderzoek staat verder: “uit de uitloogtesten van de klasse 4 specie is af te leiden, dat voldaan wordt aan de uitloogwaarde 1, bij een toepassingshoogte van 0,2 meter dan wel aan de uitloogwaarde 2, voor geïsoleerde toepassing.” Om te voorkomen dat de onderliggende bodem en het grondwater verontreinigd geraken door uitloging van het klasse 4-slib is dit slib dan ook geïsoleerd toegepast op de locatie waar deze momenteel aanwezig is. Hierbij is aan de onderzijde en bovenzijde een isolatielaag aangebracht.

Nee

Door het aanbrengen van een kleilaag op de bodem van de aan te leggen geul wordt voorkomen dat een eventuele verontreiniging zich zou kunnen verspreiden via het rivierwater en het geulensysteem in de Dreumelse uiterwaarde. De klei die in de nevengeul wordt aangebracht is tevens bedoeld om te voorkomen dat de geul zich een weg baant naar het depot toe. Op deze kleilaag wordt zand aangebracht zodat voldaan wordt aan de bodemeisen en ecologie voor een meestromende nevengeul. Er zijn geen gegevens voor handen waaruit blijkt dat er momenteel sprake is van verontreinigd grondwater als gevolg van de aanwezigheid van dit depot. Daarom zal het grondwater vanaf voorjaar 2024 worden bemonsterd en geanalyseerd. Deze grondwatermonitoring wordt voor in ieder geval de komende jaren periodiek uitgevoerd. Uit deze analyses zal volgen of er überhaupt sprake is van uitloging naar het grondwater. Met de in te stellen grondwatermonitoring zal uitsluitsel verkregen worden over eventuele verspreiding van verontreinigende stoffen via het grondwater.

3.6

10

Oevergeul Indieners geven aan dat de nieuwe geul daarnaast wordt aangetakt op de 6 km lange en 100 m brede meestromende oevergeul die natuurdoelen heeft, die overeenkomen met de nieuwe nevengeul.

Alle ontwerpbesluiten

De nieuwe permanent stromende nevengeulen betekenen een aanzienlijke uitbreiding van het stromend habitat langs de Waal; een habitat waar een groot gebrek aan is, en ondanks de recente aanleg van de oevergeul is de kwaliteit van de Waal op dit gebied nog niet op orde. Het is dus geen kwestie van of / of maar veel meer van en / en. Er

Nee (aanpassing oostelijke geul zie 3.7)

Nota van zienswijzen (Ontwerpbesluiten UWDH)

23 augustus 2024 wordt daarom een samenhangend cumulatief effect verwacht van de nieuw aan te leggen nevengeulen in combinatie met de reeds bestaande oevergeul. De habitats verschillen, omdat in de stromende nevengeul meer ondiep water en meer variatie aanwezig is, wat de kansen vergroot voor andere soorten. Daarnaast heeft de oevergeul ook nog een functie voor de recreatievaart en de hoogwaterbescherming en moet daarom op diepte gehouden worden, terwijl de nieuw aan te leggen geulen alleen een ecologische functie hebben wat de ecologische kwaliteit ten goede zal komen.

Indieners geven aan dat die bestaande Oevergeul net als de Vonkerplas uitgebreid onderzocht is en zeer succesvol blijkt voor stroomminnende soorten. Omdat een deel van de vissen uit de oevergeul, via de nieuwe geul, terecht zullen komen in de oostelijke geul, waar de problemen met vissterfte niet worden opgelost, zullen deze vissen sterven en zo kannibaliseert de nevengeul op de visstand van de oevergeul. Wat ons betreft zijn de effecten van de nieuwe geul en gerelateerde ingrepen daarom -/-- en zeker geen 0/+.

3.7

De vergeten Oostelijke geul – onnodige vissterfte In tegenstelling tot het UWDH-ontwerp voorziet het voorstel van indieners ook in het wegnemen van de drempels in de oostelijke geul, die loopt van de Vonkerplas naar de Kil. De redenen daarvoor zijn: - De oostelijke geul heeft ook drempels en er treedt zelfs meer vissterfte op (aanvoer vissen vanuit de Vonkerplas en de Waal via de haven) - De oostelijke en westelijke geulen staan met elkaar in verbinding bij de Kil in Dreumel, wat onherroepelijk leidt tot meer- en onnodige vissterfte. Dat ondermijnt de voordelen van het wegnemen van drempels in de westelijke geul. Want vissen migreren bij een normale waterstand van de ene geul naar de andere.

Ten aanzien van de opmerking over vissterfte in de oostelijke geul wordt verwezen naar de beantwoording onder 3.7. Hier zal de aanwezige drempel verwijderd worden. Alle ontwerpbesluiten

In het traject van de huidige oostelijke geul vanaf de duiker naar de Vonkerplas tot waar deze bij de westelijke strang aantakt, zijn er enkele drempels van ca 50 cm hoog aanwezig met daar tussenin laagtes. Zodra het waterpeil onder de meest zuidelijke drempel zakt (hoogte 3,25 m +NAP), wat gemiddeld ca 50 dagen per jaar gebeurt, ontstaat er een afgesloten laagte. Bij warm weer kan dat tot zuurstofloosheid leiden in de resterende poelen, waardoor vissterfte optreedt. Bij extreme droogte kunnen de poelen tevens droogvallen. Door het project verandert deze situatie niet zodanig dat de kans op vissterfte toeneemt, de zuidelijke drempel blijft namelijk ongemoeid. Om vissterfte verder te reduceren, zal het ontwerp aangepast worden waarbij de oostelijke geul met de westelijke verbonden wordt. Deze verbinding was in het verleden ook aanwezig maar is in de loop der tijd deels verland/aangezand/dichtgeslibd. Deze verbinding wordt weer hersteld. Het verlagen van de drempel betreft achterstallig onderhoud. Hierbij wordt de zuidelijke drempel doorgegraven met een geultje van ca 50-75 cm diep over een breedte van 5 à 10 m. Daarmee wordt ten minste een deel van de oostelijke strang verbonden met de stromende nevengeul die het project daar realiseert. Hierdoor raken de vissen daar niet ingesloten.

In aanvulling hierop worden de kolkgaten bij de duiker ten zuiden van de Vonkerplas opgevuld zodat hier geen vissen opgesloten kunnen worden bij een uitzakkend peil. Algemeen wordt wel nog opgemerkt dat het op zich een natuurlijke situatie in het rivierengebied is dat er in sommige jaren vissen doodgaan in afgesloten strangen. Verder wordt opgemerkt dat de foto van indieners “afbeelding augustus 2022 Massale vissterfte in de oostelijke geul” de westelijke geul betreft en niet de oostelijke zoals in het onderschrift vermeld is. Dit laat onverlet dat in de oostelijke geul vissterfte is geconstateerd.

Afbeelding: Vissen kunnen vrij migreren van de westelijke naar de oostelijke geul

11

Ja, de reactie leidt tot aanpassing van de watervergunning van Waterschap Rivierenland

Nota van zienswijzen (Ontwerpbesluiten UWDH)

23 augustus 2024

Afbeelding, Augustus 2022, Massale vissterfte in de oostelijke geul wordt niet opgelost in het UWDH-project

3.8

Alternatief ontwerp Westelijke nevengeul Indieners hebben een alternatief ontwerp voor de westelijke nevengeul. Indieners stellen dat de door hun voorgestelde variant eerder genoemde nadelen veel minder heeft en slechts de helft van de maatregelen vereist, maar vinden dat er geen serieuze poging is gedaan om deze technisch haalbaar te maken. Met wat overleg en creativiteit had dit mogelijk wel gekund. Het argument om onze oplossing af te keuren (te veel erosie) is twijfelachtig. Zowel het UWDH-ontwerp als ons aangedragen alternatief (hierna te noemen “Alt. BCDW”) voorzien in dezelfde functie: - Het verbinden van een bestaande westelijke niet mee-stromende nevengeul met de Waal (stroomopwaarts) zodat die wel mee gaat stromen - Het geleidelijk, zonder drempels, stroomafwaarts af laten lopen van de gehele nieuwe nevengeul van 2,36 m+ NAP bij de monding, naar 2.18 m+ NAP bij de uitstroom, zodat vissterfte minder optreedt bij laag water. Een illustratie van beide alternatieven: Het UWDH ontwerp:

Voorstel indieners:

12

Alle ontwerpbesluiten

Het belangrijkste verschil tussen het alternatieve tracé en het UWDH-ontwerp betreft de locatie van de instroom. Het alternatief stelt de instroom voor ter plaatse van de voormalige haven terwijl in het UWDH-voorstel een noordelijkere instroom is voorgesteld ter hoogte van de overlaat naar de Vonkerplas. Bij het bepalen van het tracé voor de nevengeul zijn in het kader van UWDH beide mogelijkheden voor de instroomlocatie ook al in overweging genomen maar afgevallen, zie daarvoor ook de zienswijzen onder 3.4 ad 2. Zoals onder 3.7 reeds is beschreven zal het ontwerp van project UWDH zodanig aangepast worden dat de oostelijke geul met de westelijke verbonden wordt door het verwijderen van een drempel.

Nee

Nota van zienswijzen (Ontwerpbesluiten UWDH)

3.9

23 augustus 2024

Conclusie Indieners vinden dat sprake is van tunnelvisie: om een boekhoudkundig doel van oeverlengte te realiseren redeneer je alles naar je eigen oplossing toe, hoe vreemd, riskant en gebiedsoneigen die oplossing ook is.

Alle ontwerpbesluiten

In bovenstaande punten 3.1 t/m 3.8 is inhoudelijk gereageerd op de ingediende zienswijzen van indiener. Voor het participatieproces binnen dit project wordt verwezen naar de participatieverantwoording opgenomen in bijlage 13 bij de toelichting op het bestemmingsplan. Op 17 augustus 2021 heeft nog een veldbezoek plaatsgevonden met vertegenwoordigers van de indiener. De visies omtrent de geulen zijn toen met elkaar gedeeld.

Nee

Ontwerp Projectplan Waterwet

Ad 1. Zoals in de Nota inspraak en vooroverleg (opgesteld in het kader van de eerdere voorontwerp-bestemmingsplannen) reeds is beschreven is het belangrijkste uitgangpunt in de planvorming dat de uiterwaarden worden omgevormd tot natuurgebied. De natuurfunctie met openheid, rust en ruimte (struinen) prevaleert boven de intensievere recreatieve functies. Het terrein blijft openbaar toegankelijk en extensieve recreatie (struinen door het gebied) blijft mogelijk en toegestaan maar alleen indien dit de natuurfunctie niet schaadt. Daarom worden er geen recreatieve voorzieningen zoals verharde fietsroutes, bankjes of grootschalige parkeervoorzieningen in het gebied aangelegd. Om ongewenste toegang met bijvoorbeeld quads tegen te gaan wordt het hele gebied uitgerasterd en voorzien van toegangspoorten. Bij de entrees komen

Nee

Uit de wijze waarop alternatieven worden afgeschoten en essentiële context en wetenschap, worden weggelaten, wordt duidelijk dat er geen echte interesse is, wat participatie en kennis voor het project kan opleveren. Indieners (en ook andere participanten) ervaren het proces, waar ze jarenlang enorm veel tijd in hebben geïnvesteerd, in ieder geval als een ondoordringbare muur. Als je wat meer uitzoomt zie je dat de interpretatie van de taakstelling 10km meestromende nevengeul, erg schadelijk uitpakt. Niet omdat het op zich een schadelijke doelstelling is, maar omdat (de natuur van) het gebied er niet om vraagt en, in dit geval, zelfs slechter wordt. In de gebiedsvisie die indieners samen met de Boomgroep Wamel, RWS, de Provincie en Bosch & Slabbers hebben opgesteld is wél vanuit het gebied gedacht. En zie je ook andere oplossingen. De opstellers van de plannen van UWDH hebben, denken indieners, onvoldoende beeld bij het geweld van de echte natuurkrachten in het gebied. Het gemillimeter in het ontwerp, staaft deze gedachte.

Indieners maken bezwaar tegen enige UWDH-vergunning voor de nevengeul naast- en het dichtzetten van de Vonkerplas vanwege de deels onjuiste en vooral incomplete informatie hierover in de MER, de onnodige ecologische schade die dit veroorzaakt, het gekunstelde- en eveneens onnodig (blijvend) kostbare ontwerp en de tekortschietende participatie en ontbrekend draagvlak. Het UWDH-project biedt een unieke kans om twee bewezen, succesvolle ecosystemen (de Vonkerplas en de Oevergeul) te beschermen en zelfs te versterken en tegelijkertijd ook de kwantitatieve KWR-doelen te halen, maar het schiet daarin nu jammerlijk tekort. Dit deel van het project is daarom in strijd met het KWR/ SDG-doel van het “beschermen van ecosystemen, bossen en biodiversiteit”. 4.1

13

Nevengeul Wamel 1. Indiener geeft aan dat bij de realisatie van nevengeul Wamel slechts ingezet wordt op eenzijdige natuurmeerwaarde aangaande een ontwikkeling van een watergeul voor water-minnende natuur / ecologie. Bewoners en recreanten worden onvoldoende gefaciliteerd voor deze natuurwaarde. Er zijn weinig tot geen recreatieve mogelijkheden en fysieke natuurwaarde aanwezig. Zo zijn er geen struinpaden, fietspaden, outdoor mogelijkheden en/of belevingselementen (zie voorbeeld , uiterwaarden Lekbouleveard te Nieuwegein).

Nota van zienswijzen (Ontwerpbesluiten UWDH) 2.

23 augustus 2024

De geul is een onnatuurlijk element in het landschap, bevat geen oorspronkelijke natuurwaarde, moet kunstmatig in stroming worden gehouden en levert grondwateroverlast op in de kern Wamel.

overstapjes en klaphekjes om het gebied te betreden en van daaruit door de uiterwaarden te struinen. Om voldoende ‘ommetjes’ (ook vanuit de dorpen) te kunnen maken en de bereikbaarheid van de Waal te borgen, zijn alle nevengeulen voorzien van oversteken. Op een aantal locaties is een beperkt aantal kleine parkeerplaatsen voorzien. Dit is gedaan om wildparkeren te vermijden.

Hiernaast is niet beschreven/ onderzocht naar de totstandkoming van ingetekende nevengeul loop in deze uitwaarde. 3.

Ad 2. De stromende nevengeul Wamel is geprojecteerd in een laagte die vroeger de zuidelijke oever van de toen nog veel bredere Waal vormde.

Nevengeul levert voor de kern Wamel 5 cm grondwater stijging op. Dit is in tegenspraak met de toetsing Doelstellingen Waterwet (zie blz. 15 PpWw).

Ad 3. Initiële geohydrologische berekeningen hebben laten zien dat de nevengeulen effect hebben op het grondwater (waaronder deze 5 centimeter stijging). Om te voldoen aan de doelstellingen van de Waterwet zijn daarom mitigerende maatregelen voorzien. Zo wordt onder andere nevengeul Wamel voorzien van een kleilaag. De geohydrologische berekeningen laten zien dat dankzij deze mitigerende maatregelen de grondwatereffecten binnen de geaccepteerde marges vallen. Hiermee wordt voldaan aan de doelstellingen van de Waterwet.

Samenvattend geeft indiener aan dat een achterliggende en onderbouwde reden ontbreekt waarom deze geul een meerwaarde is waarin tevens geen recreatiemogelijkheden aanwezig zijn.

4.2

Historische Tiels Krib Indiener geeft aan dat in het ontwerp wordt beschreven dat de aanwezige natuurlijke hoge krib zijwaarts wordt aangevuld met grond. Op deze wijze wordt er een onnatuurlijk element toegevoegd aan deze hoge historische hoge oeverwal. Aanvullen moet zodanig plaatsvinden dat de Krib herkenbaar blijft als historische element. Vanuit historische kennis moet zorgvuldig omgegaan worden wanneer een hoogteaanvulling noodzakelijk is naast de Tiels Krib, zodat deze herkenbaar blijft.

Ontwerp Projectplan Waterwet

De Tielse krib heeft een historische waarde. De kribben zijn zorgvuldig afgewogen en meegenomen in het ontwerpproces en onderdeel van het plan. De Tielse Krib wordt in het huidige ontwerp ontzien en blijft dus gehandhaafd. In onderstaande afbeelding 1 is de ligging van de Tielse krib op een oude rivierkaart uit 1830 zichtbaar. In afbeelding 2 is de ligging hiervan geprojecteerd op de huidige hoogtekaart (AHN) en met weergave van de toekomstige nevengeul. Bij de Tielse krib worden geen graafwerkzaamheden noch aanvullingen van grond uitgevoerd. De voorgenomen werkzaamheden zullen niet leiden tot aantasting van de krib.

Afbeelding 1: Rivierkaart uit 1830 met ligging van de Tielse krib

Afbeelding 2: Analyse ligging Tielse krib aan de hand van rivierkaart uit 1830 geprojecteerd op de huidige hoogtekaart (AHN) en met weergave van de toekomstige nevengeul

14

Nee

Nota van zienswijzen (Ontwerpbesluiten UWDH)

23 augustus 2024

4.3

Aanvullen nevengeul met klei Indiener geeft aan dat onvoldoende is aangetoond / beschreven dat bekleding middels klei mogelijke kweloverlast tegenhoudt. Hiernaast is niet beschreven welke ecologische effecten zwarte klei heeft in de nevengeul Wamel. Indiener stelt dat aangetoond moet worden dat de kleibekleding in de nevengeul zowel fysiek als ecologisch geen nadelige invloed heeft.

Ontwerp Projectplan Waterwet

In (delen van) de nevengeulen wordt een kleilaag aangebracht om kweloverlast tegen te gaan. Dit is nader onderbouwd in rapport “Uiterwaarden Wamel, Dreumel en Heerewaarden – Risicoanalyse geohydrologie (Fugro, 2021). Daar waar in de stromende nevengeulen een kleilaag wordt aangebracht, wordt deze kleilaag bedekt met een voldoende dikke zandlaag als substraat voor reofiele soorten. Hierdoor worden gunstige ecologische omstandigheden gecreëerd.

Nee

4.4

Toetsing Doelstellingen Waterwet - wateroverlast Indiener geeft aan dat niet wordt voldaan aan de gestelde doelstelling (geen wateroverlast) wanneer de nevengeul Wamel wordt gerealiseerd (zie 2% grondwateroverlast en 5 cm verhoogde grondwaterstanden kern Wamel).

Ontwerp Projectplan Waterwet

Voor een reactie over wateroverlast, kwel en schadevergoedingen wordt verwezen naar de reacties onder 1.1 en 1.3.

Nee (monitoring wordt als ambtshalve wijziging wel als voorschrift toegevoegd in de ontgrondingsvergunning)

Degene die schade lijdt of zal lijden als gevolg van maatregelen opgenomen in het projectplan Waterwet kunnen op grond van artikel 4.21 van de Invoeringswet Omgevingswet een verzoek tot vergoeding van de nadeelcompensatie indienen bij Rijkswaterstaat. Voor nadere informatie wordt verwezen naar de website van Rijkswaterstaat.

Het ontbreekt aan (harde) afspraken, extra maatregelen of compensatie mogelijkheden /schadevergoedingen met RWS/ Gemeente West Maas en Waal / Waterschap Rivierenland tussen bewoners waarin toekomstige grondwateroverlast geclaimd kan worden. Hiernaast is niets opgenomen van een grondwater monitoringsprogramma meetnet in de uiterwaarden waarin men dit moet beheersen.

Ten aanzien van monitoring van het grondwater: Op moment van schrijven loopt een aanbesteding voor het uitzetten van een grondwatermonitoring meetnet. Dit meetnet wordt in periode maart – april 2024 uitgezet. Het meetnet kijkt naar de huidige grondwatersituatie (voor realisatie), tijdens de realisatiefase en na realisatie. De data wordt 3 maandelijks geëvalueerd, en is openbaar beschikbaar. De eerste meetreeksen (voor start uitvoering) dienen als nulmeting. Metingen tijdens / na realisatie dienen als referentie om eventuele veranderingen in grondwater te bepalen.

Indiener stelt dat in het plan van nevengeul Wamel het ontbreekt aan voldoende goede beheersing /garanties/ extra maatregelen waarin gegarandeerd niet zal optreden en waar bewoners met klachten gecompenseerd worden.

De monitoring zal opgenomen worden in de vorm van een voorschrift in de ontgrondingsvergunning. 5.1

Indiener geeft aan de afgelopen vijf jaar intensief ecologisch onderzoek gedaan te hebben in de Dreumelse Waard en heeft daar diverse reportages van gemaakt. Eén van deze reportages betreft de zienswijze voor dit project in de vorm van een video. De video is als volgt samengevat:

Alle ontwerpbesluiten

Ad 1. In het kader van dit project is niet voorzien in het weghalen van bomen in het plangebied. In tegenstelling, het areaal ooibos neemt juist toe in het gebied. Ad 2, 3, 4 en 5. Deze opmerkingen worden ter kennisgeving aangenomen omdat het voormalig slibdepot en de Vonkerplas geen onderdeel uitmaken van de plannen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14538007/1