CConstaterende datMaasdriel
Koppel je AI →
Document · PDF

AB 22.12.15 - 7.3a AB voorstel Inzameling incontinentiemateriaal

Gemeenteraad 16 februari 2023, gemeente MaasdrielBij agendapunt: Structurele oplossing duurzaam verwerken incontinentiemateriaal1.431 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan Vergadering Agendapunt Van

: : : :

Algemeen Bestuur 15 december 2022 7.3, ter besluitvorming Dagelijks Bestuur

Onderwerp

:

Inzameling incontinentiemateriaal

Voorstel 1. Kennis nemen van de evaluatie van de incontinentie-inzameling; 2. Het gescheiden inzamelen van incontinentiemateriaal continueren vanaf 1 januari 2023 voor 4 gemeenten die in 2022 al deelnemen; 3. De inzameling van incontinentiemateriaal uniform en integraal inrichten met dezelfde beheerafspraken; uniform = semi-ondergrondse containers met toegangscontrole zonder tarief, integraal = collectief inzamelen en afvoeren; 4. Het gescheiden inzamelen van incontinentiemateriaal aanbieden per 1 januari 2024 voor gemeenten die deelname overwegen en deze gemeenten tot 1 april 2023 de gelegenheid te geven hun deelname door te geven; 5. De kosten voor de incontinentie inzameling onder te brengen in het pluspakket en te verrekenen met een toeslag op de afvalstoffenheffing.

InleidingA Vanaf 2021 is in vier gemeenten het incontinentiemateriaal als pilot gescheiden ingezameld. Dit zijn NederBetuwe, Tiel, West Betuwe en Zaltbommel. De resultaten van deze pilot staan in de evaluatie, zie bijlage 1. De belangrijkste conclusie is dat het gescheiden inzameling van incontinentiemateriaal leidt tot minder restafval. En draagt daarbij bij aan de reductie van de hoeveelheid restafval. De conclusies van deze pilot zijn; De start van de inzameling kwam relatief langzaam op gang waarschijnlijk doordat er minder publieke communicatiemomenten zijn georganiseerd door corona. Een wethouder die het startsein geeft bij het begin van de inzameling, helpt bij de bekendheid van het starten van de gescheiden inzameling; Er is minder incontinentie materiaal ingezameld als de prognose; De vervuiling van het incontinentiemateriaal is bij de drie gemeenten zonder tarief op de container ongeveer gelijk; De vervuiling van het incontinentiemateriaal is bij de gemeente met een tarief op de inco-container hoger. Aan alle gemeenten is op basis van de evaluatie (in concept) en hun eigen wensen een individuele business-case voorgelegd.

Beoogd effect 1) Het verminderen van de hoeveelheid restafval door incontinentiemateriaal gescheiden in te inzamelen en te verwerken. 2) Het bieden van een praktisch en financieel aanvaardbare oplossing voor inwoners met incontinentiemateriaal en babyluiers. Argumenten 1.1 Uit de evaluatie blijkt dat het gescheiden inzameling van incontinentiemateriaal leidt tot minder aanbod van restafval. In de pilot periode zijn er minder restafvalzakken aangeboden in de inco-gemeenten. In de incogemeenten zijn er 7% minder restafvalzakken aangeboden, in de overige gemeenten 3% minder. 1.2 Uit de evaluatie blijkt dat er weinig verschil is in de vervuiling van de containers in de deelnemende gemeenten.

1

Uit de sorteerproeven en visuele inspectie blijkt dat de vervuiling tussen de gemeenten weinig verschilt ten opzichte van elkaar. Een uitzondering is de vervuiling in Neder-Betuwe. Dat kan mogelijk komen doordat Neder-Betuwe een tarief rekent per inworp. 2.1 Uit de resultaten van de pilot blijkt dat continuering nuttig is. De gescheiden inzameling van incontinentiemateriaal leidt tot minder aanbod van restafval. 2.2 De vier deelnemende gemeenten hebben aangegeven de inco-inzameling te willen continueren. 3.1 Integraal inzamelen en afvoeren heeft logistieke en financiële voordelen. Integraal inzamelen en afvoeren voorkomt onnodige transportkilometers, minder CO2-uitstoot, zorgt voor lagere containerhuur en onnodig gebruik van vloeroppervlak in de overslaghal. 3.2 Inzicht in de hoeveelheden en vervuiling per gemeente blijft mogelijk. Door het uitvoeren van twee jaarlijkse sorteerproeven en een overzicht van het aantal inworpen per container blijft inzicht per gemeente mogelijk. 3.3 Semi-ondergrondse containers zijn makkelijker te verplaatsen dan ondergrondse containers. De demografische samenstelling van een woonwijk wijzigt met de tijd, oftewel; wijken met jonge kinderen veranderen in wijken met pubers/senioren. Het verplaatsen van een semi-ondergrondse container is relatief eenvoudig en kost beduidend minder dan een (geheel) ondergrondse container.

3.4 Collectieve afspraken over het beheer van de inco-containers liggen nog niet vast. Praktische afspraken over het beheer van de inco-containers zijn besproken met de diverse gemeenten maar liggen (nog) niet vast. Deze beheerafspraken zijn opgenomen in bijlage 4. 4.1 Niet deelnemende gemeenten hebben interesse getoond om deel te nemen. Met de niet deelnemende gemeenten is overleg gaande over het aansluiten bij de inco-inzameling vanaf 2024. De minimale voorbereidingstijd voor het inrichten van de inco-inzameling is 8 maanden. Nieuwe deelnemende gemeenten kunnen zich tot 1 april 2023 aanmelden voor de inco-inzameling. In bijlage 3 een overzicht van de individuele business cases. 5.1 Vier van de acht gemeenten bieden in 2023 inco-inzameling aan de bewoners aan. Hiermee is opname in het pluspakket logisch. 5.2 De toeslag op de afvalstoffenheffing wordt separaat vastgesteld in de tarieventabel 2023 die hoort bij de verordening afvalstoffenheffing. De Verordening Afvalstoffenheffing incl. de bijbehorende tarieventabel 2023 wordt separaat op 15 december 2022 ter besluitvorming aangeboden aan uw AB. 5.3 Hiermee kunnen eventuele meer- of minderkosten van een lopend jaar per gemeente verrekend worden met de toeslag voor het komende jaar. In de business cases zitten enkele onzekerheden, waardoor gedurende het jaar eventuele meer- of minderkosten kunnen ontstaan.

Op dit moment rekent de ARN de vervuiling van het inco-materiaal niet door aan Avri. Uit visuele waarnemingen bij de ARN blijkt dat de vervuiling van het inco-materiaal van de Avri-gemeenten niet afwijkt van het aanbod van andere aanbieders. Tevens is de verwachting dat de verwerking van restafval duurder wordt. En het kleine financiële effect van een efficiëntere incoinzameling, is op dit moment moeilijk exact vast te stellen. Tot slot is onbekend of extra communicatie naar bewoners ook daadwerkelijk leidt tot meer ingezamelde tonnen inco-materiaal.

Kanttekeningen Uitgebreide producentenverantwoordelijkheid. Een uitgebreide producentenverantwoordelijkheid betekent dat producenten verantwoordelijk worden voor (het financieren van) de afvalfase van hun producten. Staatssecretaris Heijnen1 gaat aan de slag met uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) op luier- en incontinentiemateriaal. Dit is noodzakelijk om de keten meer sluitend te krijgen. Als gemeentelijke inzamelaars in dit proces een formele positie krijgen, krijgt Avri mogelijk in de toekomst een inzamelvergoeding voor het inco-materiaal. Dit is vergelijkbaar met de inzamelvergoeding voor pdb. Het is niet bekend wanneer de UPV luier- en incontinentiemateriaal wordt vastgesteld.

1

Zie nieuwsbericht NVRD 7 juli 2022

2

Verplichting tot gescheiden inzamelen. Naar verwachting komt in het nieuwe Circulair Materialen Plan 12 een verplichting voor gemeenten om het inco-materiaal gescheiden in te zamelen en af te voeren. Op dit moment loopt een milieueffectrapportage procedure over de beleidsvorming ten behoeve van het CMP1. Het CMP1 zal naar verwachting vanaf 2025 vigeren. Tarieventabel. De gemeentelijke besluitvorming over de hoogte van de toeslag op de tarieven afvalstoffenheffing vindt plaats na de besluitvorming van uw bestuur over dit voorstel. Het kan zijn dat uw AB hierover een separaat besluit over de toeslag voor het gescheiden inzamelen van incontinentiemateriaal voorgelegd krijgt.

Communicatie Met alle gemeenten is de evaluatie in concept gedeeld en zijn de individuele business cases voorgelegd. De deelnemende gemeenten overwegen om samen met de Avri in te zetten op extra communicatie naar hun bewoners.

Financiën Aan de gemeenten wordt de inzameling van incontinentiemateriaal aangeboden conform de tarieven uit de bijlagen 2 en 3. De tarieven worden bij de bewoners geint via een toeslag op de afvalstoffenheffing. De business cases (en dus de tarieven) zijn gebaseerd op de cijfers uit de bestuursrapportage. De belangrijkste financiële bevindingen/conclusies: De eerdere prognose m.b.t. de tonnages zijn naar beneden bijgesteld; Het gescheiden inzamelen van incontinentiemateriaal is ongeveer neutraal voor het basispakket. Enerzijds zijn de opbrengsten van de afvalstoffenheffing lager, maar anderzijds zijn de kosten voor de verwerking van restafval en de inzet die daar voor gepleegd moet worden lager. Door de veelheid aan variabelen is dit moeilijk precies te onderbouwen, maar naarmate de verwerking van restafval duurder wordt en de inzameling van incontinentie efficiënter, zou dit haalbaar moeten zijn. Er is uitgegaan van 7 % vervuilingsgraad, mede omdat uit de sorteeranalyses blijkt dat de vervuiling van de inco-container niet groter is als die naast een restafvalcontainer is geplaatst. Voor een aantal gemeenten zijn op verzoek twee varianten van de business cases berekend. Voor NederBetuwe zijn twee tarieven berekend, met en zonder tarief op de inworp. Voor Buren, West Betuwe en Zaltbommel zijn twee varianten berekend met meer of minder containers.

Uitvoering Na besluitvorming zal met de deelnemende gemeenten worden overlegd over het intensiveren van de communicatie. Van de niet deelnemende gemeenten wordt uiterlijk 1 april 2023 een besluit over mogelijke deelname verwacht. Daarna zal gelijk gestart worden met voorbereidingen te weten, locatieplan, inspraak op locaties, communicatie naar bewoners en logistiek. Hierbij zullen de gebruikelijke (inspraak-)procedures worden gevolgd. Welke gemeenten in 2024 kiezen voor inco-inzameling zal voor de zomer 2023 aan het bestuur worden voorgelegd.

Bijlagen 1 Evaluatie incontinentie inzameling 2 Businesscases incontinentie bestaande gemeenten 3 Businesscases incontinentie nieuwe gemeenten 4 Collectieve beheerafspraken

2

CMP1, de opvolger van het Landelijk Afvalbeheersplan 3

3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12310574/1