CConstaterende datMaasdriel
Koppel je AI →
Document · PDF

AB 22.02.10 - 7.1c Kadernota 2023 Avri

Gemeenteraad 24 februari 2022, gemeente MaasdrielBij agendapunt: Zienswijze kadernota 2023 en discussienota Avri9.064 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Kadernota 2023 inclusief de meerjarenraming 2024-2026

Inhoudsopgave 1

Inleiding ............................................................................................................................................................... 3

2

Visie en hoofddoelen ......................................................................................................................................... 4

3

Ontwikkelingen en strategie .............................................................................................................................. 7

4

Producten en diensten Avri ............................................................................................................................. 11

5

Financiële kaders en uitgangspunten ............................................................................................................ 13

6.

Financiële stabiliteit en continuïteit in bedrijfsvoering ................................................................................ 15

Bijlage 1: Inhoudelijke beleidskaders .................................................................................................................... 18 Bijlage 2: Ontwikkelingen op de afval- en grondstoffenmarkt ............................................................................ 19 Bijlage 3: Planning begroting 2023 ........................................................................................................................ 21

Pagina 2 van 22

1

INLEIDING

De kaders voor de begroting 2023 en de meerjarenramingen 2024 tot en met 2026, worden via deze nota voorgelegd aan de raden van de deelnemende gemeenten van de Gemeenschappelijke Regeling Avri (Avri). De Kadernota is een belangrijk document voor gemeenteraden om invloed uit te kunnen oefenen op de koers van een gemeenschappelijke regeling (GR). De raden en colleges hebben de mogelijkheid om een reactie te sturen op de kadernota van een GR. Door een reactie op de Kadernota in te dienen, kunnen raden of colleges invloed uitoefenen op de inhoud van de begroting. Om GR’en de mogelijkheid te geven om zienswijzen op de kadernota te betrekken bij het opstellen van de begroting, is in het informatieprotocol Rivierenland bepaald dat zienswijzen uiterlijk op 1 maart ingediend moeten worden bij de GR. De tijd om deze zaken dan nog te verwerken in de begroting is vrij krap. Daarom wordt op ambtelijk niveau de inhoud van een concept-reactie op een kadernota van tevoren al gedeeld met een GR, zodat de GR hier alvast rekening mee kan houden. Uiteraard geldt uiteindelijk slechts de definitieve reactie die door raad of college is verstuurd. De kadernota heeft betrekking op de begroting. In de brief waarmee de conceptbegroting wordt aangeboden aan de gemeenteraden wordt aangegeven op welke wijze de reacties van de raden op de kadernota al dan niet zijn verwerkt in de begroting.

In aanvulling op de bepalingen uit de GR leggen we de kadernota 2023 ter besluitvorming voor aan het Algemeen Bestuur van Avri (10 februari 2022). Hiermee bieden we een extra gelegenheid om tijdig het gesprek te voeren over de kaders voor de begroting om zodoende meer grip aan de voorkant van het begrotingsproces te creëren. Raadsleden worden via de voorafgaande platformbijeenkomst van Avri (13 januari 2022) over de kadernota geïnformeerd. Via deze kadernota proberen wij zodoende invulling te geven aan het regionale initiatief van raadsleden om de grip om gemeenschappelijke regelingen te vergroten. 1.1

Leeswijzer

Deze kadernota begint in hoofdstuk 2 met een korte beschrijving van de visie, dienstverlening en bedrijfsvoering van Avri. In hoofdstuk 3 gaan we in op de beleids- en marktontwikkelingen. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de financiële en personele stabiliteit en continuïteit. De algemene beleids- en financiële kaders en uitgangspunten voor de begroting 2023, zoals de inrichting van de tarieven afvalstoffenheffing, het weerstandsvermogen en prijsindexeringen zijn uitgewerkt in de bijlagen.

Pagina 3 van 22

2 2.1

VISIE EN HOOFDDOELEN Inleiding

Samen met 247.000 inwoners en de 8 gemeenten werken wij voor en met de regio aan een schoon, veilig, duurzaam en circulair Rivierenland. Avri wil zich steeds meer inzetten als een brede maatschappelijke dienstverlener; passend bij een veranderende maatschappij. Daarbij horen een doorontwikkeling van de werkwijze en bekostiging van het huidige afvalsysteem, een regionale partner in het onderhoud van de openbare buitenruimte en het vormgeven van lokale arbeids- en bewonersparticipatie. We willen de regio duurzamer maken door betrokken te zijn bij en een meerwaarde te bieden op maatschappelijke thema’s. Circulariteit, duurzaamheid en inclusiviteit vormen daarbij onze visie waarbij geldt; “van de regio, voor de regio”. De komende jaren staat Avri voor diverse uitdagingen in haar bijdrage aan een leefbare woonomgeving. Deze uitdagingen worden ingegeven door: • Aangescherpte beleidsambities van Rijk en gemeenten (o.a. Bestuursakkoorden); • Strengere normen en financiële prikkels (heffingen, wet- en regelgeving); • Meer samenhangende of samenvallende normen (o.a. CO2-heffing, energieverbruik gebouwen en transport); • Hogere inzamelkosten, grilligere grondstofopbrengsten; • Draagvlak vermindering bij de inwoners door hogere kosten en de complexiteit van goed afval scheiden. Doen wat we altijd deden, is niet geen optie meer.

Er is behoefte aan een trendbreuk met het verleden: een koerswijziging van lineaire afvalinzamelaar naar circulaire ketenpartner. Hierdoor verandert de rol en positie van Avri: de focus komt te liggen op draagvlak bij inwoners, partnerschap in de keten, efficiëntie, en een data gestuurde bedrijfsvoering. De uitdagingen en ontwikkelingen op het gebied van circulariteit, duurzaamheid en inclusiviteit zijn veelomvattend. Tegelijkertijd is een wendbare, robuuste en voorspelbare bedrijfsvoering nodig om te blijven voldoen aan de behoeftes van gemeenten en inwoners. Avri heeft in 2021 een nieuwe strategie (strategisch koersplan 2021-2025 en de positionering) ontwikkeld waarin de uitdagingen en ontwikkelingen zijn vertaald naar opgaven voor de komende jaren en manieren om die te kunnen realiseren. De nieuwe strategie is tot stand gekomen met bijdragen van medewerkers van Avri, de RBA-leden, communicatieadviseurs van gemeenten, raadsleden, inwoners en bestuursleden van Avri. 2.2

Onze opgaven voor de komende vijf jaren

Avri stelt zich voor 2025 tot doel: “Trots op Rivierenland door samen te werken aan een schone leefomgeving”. Om deze doelstelling te bereiken, zijn er vijf strategieën benoemd: • Circulaire waardencreatie: waarde toevoegen door intensief samen te werken met partijen die slim werken aan de circulariteit van grondstofstromen; • Efficiënte operatie: reële en voorspelbare uitvoeringslasten door een efficiënte aanpak • Van de regio, voor de regio: positieve waardering van de inwoners en opdrachtgevers door zichtbaar bij te dragen aan de leefbaarheid in de regio; • Kwaliteit afvalstromen: opbrengst van grondstoffen is maximaal door samen met gemeenten te investeren in communicatie die afvalscheiding voor iedereen aantrekkelijk maakt • Nieuwe koers: een toekomstgerichte organisatie door de strategie en positionering (‘wat’ en ‘hoe’) als intern kompas in denken en doen te verankeren. De voorgestelde koerswijziging van Avri, de opgaven vastgelegd in het nieuwe strategisch koersplan 2021-2025 en Governance die daar het beste bij past, dienen als vertrekpunt voor de gesprekken die in 2022 met raadsleden worden gevoerd. De uitkomsten hiervan moeten gaan leiden tot een gezamenlijk beeld van de toekomst, over de kansen die er liggen om veranderingen te bewerkstelligen en over de innovatieruimte die Avri nodig heeft om een betere kwaliteit van de stromen en waardecreatie te realiseren.

Daarmee geven ze richting aan de koers die Avri in 2023 verder doorzet. 2.3

Communicatie en samenwerking met inwoners

Er is binnen Avri het besef dat inwoners onze belangrijkste partners zijn voor het succesvol realiseren van onze doelstellingen voor Rivierenland. Het is essentieel dat we draagvlak bij hen verkrijgen voor onze opgaven. Avri wil niet alleen van de regio zijn, maar ook voor de regio. Draagvlak verkrijgen we niet alleen door wat we doen, maar ook door hoe we de dingen doen.

Pagina 4 van 22

Avri maakt in de periode 2021-2022 een omslag naar een meer mensgerichte en samenwerkingsgerichte organisatie die haar deskundigheid daarbij inzet: de specialistische verzorger. Dat betekent dat wij bewuster de verbinding maken met anderen, we weten wat er bij hen speelt en wat hun behoeften zijn. Daarna bepalen we hoe we een ‘win-win’ situatie kunnen krijgen en helpen we vanuit onze expertise. De waarden die hierbij horen zijn: inlevend, verbindend, wendbaar, deskundig en behulpzaam. Door deze waarden consistent uit te dragen in alles wat we doen, bouwen we aan een herkenbare Avri-ervaring bij onze inwoners en gemeenten. De komende jaren blijft Avri er aan werken om dat nog bewuster en beter te doen. Het karakter en de waarden zijn als positionering vastgelegd in het Avri-kompasboekje. 2.4

Leefbaarheid en duurzaamheid

We zorgen voor onze dagelijkse leefomgeving, zowel voor de huidige inwoners door een zo goed mogelijk beheer van de openbare ruimte, als voor de toekomstige generaties door te blijven inzetten op duurzaamheid en circulariteit. Want ook onze kleinkinderen verdienen een leefbare woonomgeving. We zien afval als grondstof in een circulaire samenleving, waarin het primair draait om hergebruik daarvan. Daarvoor zullen we de manier waarop we omgaan met afval en grondstoffen klaar moeten maken voor de toekomst. Duurzaamheid maakt een belangrijk onderdeel uit van de keuzes binnen onze bedrijfsvoering. Symbool hiervoor staan het zonnepark en windpark op de voormalige stortplaats van Avri. Avri Solar BV realiseert duurzame energie op de voormalige stortplaats door de exploitatie van een zonnepark en Betuwewind realiseert duurzame energie door de exploitatie van het windpark die in de energiebehoefte voorzien van duizenden huishoudens in onze regio. Maatschappelijk verantwoord ondernemen geven we ook vorm door middel van verduurzaming van onze werkprocessen en inkoopactiviteiten. Bij de uitvoering van onze werkzaamheden maken we onze footprint zo klein mogelijk en zetten we in op een reductie van onze CO₂ uitstoot. Dit doen we o.a. door het gebruik van elektrische voertuigen en machines en duurzame materialen.

Hierdoor dragen we bij aan een schone leefomgeving en verduurzaming van onze keten. 2.5

Circulariteit

Avri heeft de unieke positie om bij te dragen aan het stimuleren van duurzaam gedrag van de inwoners in Rivierenland. Dit in lijn met het doel van het Rijk om van een lineaire economie te transformeren naar een circulaire economie, zie onderstaande afbeelding. Vanuit onze overtuiging dat we afval als grondstof beschouwen en door het ontwikkelen van beleid, stimuleren van positief gedrag, voorlichting, educatie en handhaving. We nemen deel aan maatschappelijke activiteiten en staan in verbinding met de maatschappij en werken zo - samen met inwoners - aan een duurzamere regio. Vanuit onze verantwoordelijkheid leveren we een bijdrage aan een meer circulaire economie in de Regio Rivierenland. De ontwikkeling die Avri heeft doorgemaakt staat ook in de onderstaande afbeelding weergegeven. We zien afval als grondstof: alles draait om hergebruik (het nieuwe afvalbeleid is hier een duidelijk voorbeeld van). Daarbij hebben we aandacht voor de ontwikkeling van onze brengvoorzieningen, de milieustraten, en maken we nog meer verbinding met kringloop en repair. Ook benutten we kansen om onze grondstoffen in partnerschap circulair te verwerken.

Pagina 5 van 22

2.6

Inclusiviteit

Avri zorgt voor maatschappelijke meerwaarde door kansen te bieden aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. In de afgelopen jaren zijn ruim 95 medewerkers met een afstand tot de arbeidsmarkt bij Avri komen werken. Waar het in eerste instantie is begonnen met het detacheren van mensen, is de samenwerking met het regionale werkvoorzieningsschap Werkzaak Rivierenland later uitgebreid met meer doelgroepen. Zo worden steeds meer mensen uit de zogenaamde kaartenbak van de gemeente (bijstand, WW, Wajong, Wia, statushouders) begeleid ge(her)introduceerd in het arbeidsproces. Voor de mensen zelf draagt dit bij aan het gevoel van zelfstandigheid en actief mee te doen in de maatschappij. We verkennen voortdurend de mogelijkheden om deze groep te kunnen vergroten door werkervaringsplaatsen en leerwerkroutes aan te bieden en laagdrempelige werkzaamheden bij en door mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt te laten uitvoeren met als doel de afstand tot de arbeidsmarkt voor zo veel mogelijk mensen te verkleinen. Op deze wijze leveren we nu en in de komende jaren een stevige bijdrage aan de oplossing voor onze gemeenten bij het vinden van banen voor mensen met een achterstand tot de arbeidsmarkt.

2.7

Programma GRIP

Met het onderbrengen van 16 projecten in het programma GRIP wil Avri kostenreductie en –beheersing behalen en de opbrengst vergroten door het leveren van toegevoegde waarde op producten en diensten. Doel is het vergroten van invloed op de keten, verbeteren weerstandsvermogen, een meer wendbare bedrijfsvoering en de voorspelbaarheid moet toenemen en een bijdrage leveren aan een betere reputatie voor Avri. De kostenreductie ligt tussen de € 4 - € 17 per huishouden en is voor een gedeelte gericht op schone grondstof stromen en zijn mede afhankelijk van “politieke” keuzes die er worden gemaakt. De kosten gaan hierbij echter voor de baten uit. Inwoners De communicatieprojecten zijn gericht om schonere grondstof stromen door inwoners te realiseren en daarmee lagere vervuilingskosten bij onze verwerkers te betalen. Dit doen we door eerst informatie bij inwoners te halen wat ze nodig hebben om van daaruit communicatie, educatie en informatie te leveren doormiddel van campagnes en inzet afvalcoach. Dit leidt tot schonere grondstoffen en vermindering van afvaltoerisme, wat indirect zorgt voor hogere inkomsten. Markt Door andersoortig contracten met afvalverwerkers af te sluiten heeft Avri meer stabiliteit en een sneller financieel effect bij schonere stromen. Avri kijkt waar zij waarde kan toevoegen aan de grondstofstromen (3 subsidieprojecten vanuit Regiodeal) om deze doelen te halen.

Om meer GRIP op de verwerking te krijgen overziet Avri de hele keten en probeert zo meer invloed te krijgen op die keten. Hierbij kan worden gedacht aan de gehele keten ten aanzien van gebruik van grondstoffen; onderzoek naar samenwerking waar het gaat om productie, consumptie (voorlichting, communicatie) en duurzame inname en verwerking van grondstoffen. Door (regionale en landelijke) samenwerking met producenten, verwerkers en marktpartijen te intensiveren gaat Avri op zoek naar slimme, innovatieve en duurzame oplossingen. Hiermee neemt Avri ook meer verantwoordelijkheid voor de afzet van onze grondstofstromen en probeert zo circulair mogelijk de verwerking te laten plaatsvinden. Bij voorkeur vindt regionaal plaats zodat de lokale economie gestimuleerd wordt inclusief CO2-reductie op het transport. Organisatie Verdere ontwikkeling van de bedrijfsvoering door meer data gestuurd te werken en optimalisatie van de routes hebben een positief resultaat op hoeveelheid en kwaliteit grondstofstromen. Resultaten 2026 Het resultaat van het programma GRIP in 2026 is deels te voorspellen. De positieve gevolgen van data-gestuurd werken zijn in 2026 zichtbaar en we hopen dan bereikt te hebben dat de inwoners bijgedragen hebben aan het verbeteren van de kwaliteit van de grondstoffen. En dat daarmee een positief effect is ontstaan op de kosten.

In 2026 zijn we minder kwetsbaar voor marktontwikkelingen door andere contracten af te sluiten en meer waardecreatie te realiseren. Landelijke ontwikkelingen en wetgeving gaan ons daarbij helpen, zoals verdere invoering van de uitgebreide producenten verantwoordelijkheid. Avri neemt daarin zijn verantwoordelijkheid om grondstoffen zoveel mogelijk regionaal te verwerken. Daarvoor nemen we deel aan regionale netwerken die een bijdrage leveren aan de circulaire economie in Rivierenland.

Pagina 6 van 22

3

3.1

ONTWIKKELINGEN EN STRATEGIE

Algemeen

De beleidsontwikkelingen op het gebied van afval en grondstoffen van het Rijk zijn vastgelegd in het Landelijk Afvalbeheerplan 3 (LAP3) en het bijbehorende VANG-programma. In LAP3 wordt meer ruimte geboden voor het circulair maken van afval- en grondstofstromen. Maar ook de vraag: wanneer is iets áfval of een secundaire grondstof, wordt beantwoord. Ook is bronscheiden opgenomen als voorkeursroute in LAP3. De wettelijke gronden op basis waarvan een gemeente af kan wijken van het verplicht gescheiden inzamelen van metaal, glas, kunststof en bioafval van huishoudens (gft) zijn nader uitgewerkt in LAP3. Dit betekent dat bronscheiden de norm is voor álle huishoudens en iedere afwijking aan de wettelijke gronden moet voldoen. Ook het beleid van de gemeenten richt zich steeds meer en concreter op circulariteit. Naast de landelijke en regionale beleidsontwikkelingen hebben de marktontwikkelingen een steeds grotere invloed op de begroting van Avri. Naar verwachting zal het Rijk meer sturen via de hoogte van de verbrandingsbelasting en de CO2 –heffing. Daarnaast is het positief dat de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid verder wordt uitgebreid, zoals voor matrassen en textiel. De opwarming van het klimaat heeft invloed op de buitenruimte. Er komen steeds meer hittegolven, stormen, ziekten en plagen in het openbare groen en hevige regenbuien voor.

Bomen en struiken helpen de buitenruimte minder snel warm te laten worden. Het is daarom steeds belangrijker dat Avri blijft zorgen dat het openbaar groen vitaal blijft door zorgvuldig onderhoud uit te voeren. Deze klimaatontwikkeling vraagt van Avri steeds vaker inzet om de openbare ruimte veilig te houden. Denk aan de inzet buiten werktijd bij een storm of hevige regen of sneeuw. Naast het planmatig onderhouden van de openbare ruimte, moet Avri steeds vaker inspelen bij calamiteiten door onvoorziene invloeden. De coronacrisis heeft een zware impact op het gebruik van de openbare ruimte. Vooral de parken en recreatieroutes kennen een ongekende of tot dusver ongeziene aantrekkingskracht. Het is enerzijds een mooie ontwikkeling dat onze inwoners hun omgeving zijn gaan herwaarderen. Anderzijds neemt de druk op de openbare ruimte toe en daardoor vraagt de openbare ruimte steeds meer onderhoud. Ook zorgt de huidige economische situatie voor stijgende prijzen op de arbeidsmarkt en hogere tarieven bij marktpartijen bij de inkoop van goederen en diensten. Dit is zowel bij de inzameling van afval als bij het beheer van de openbare ruimte van toepassing. Inwoners willen betrokken worden bij - en meer invloed hebben op - het beleid dat Avri maakt en de uitvoering die daarbij hoort. Dit geldt evenzeer voor gemeenten en raadsleden.

We willen als inlevende en wendbare organisatie in kunnen spelen op de behoeftes van de gemeenten en hun inwoners. De invoering van het nieuwe afvalbeleid heeft laten zien dat de behoeftes van de deelnemende gemeenten uiteen kunnen liggen, waardoor het gesprek over maatwerk en de grip op gemeenschappelijke regelingen intussen is opgestart. Deze ontwikkelingen vragen in toenemende mate van Avri om in verbinding te zijn met de diverse stakeholders en om innovatief en flexibel te zijn. De behoeftes veranderen en Avri verandert mee.

3.2

Van Afval naar Grondstof

Regionale beleidsontwikkelingen In 2023 zal binnen de landelijke beleidskaders Van Afval Naar Grondstof (VANG) het eigen beleid (‘Afval scheiden heel gewoon’) doorontwikkeld worden waarbij regionaal de doelstelling is vastgesteld om per 2025 maximaal 30 kg restafval per inwoner te produceren. In onze regio zien we een sterke verlaging van de hoeveelheid restafval (in 2020 64 kg per inwoner) en zamelen we meer grondstoffen in. De regio is op de goede weg en daarom zal een nieuw grondstoffenplan voorbereid worden. Het doel van het plan blijft de preventie van afval, een verdere reductie van het restafval, inzameling van zo schoon mogelijke grondstoffen. Verenigingen zijn voor Avri belangrijke ambassadeurs bij het behalen van duurzaamheidsdoelen en een schone leefomgeving. Verenigingen die nu papier inzamelen, kunnen andere taken binnen het basispakket op pakken voor hun vergoeding. In 2021 is één pilot uitgevoerd namelijk het schoonmaken van de ondergrondse containers. Een aantal verenigingen zien deze pilot als volwaardig alternatief voor de papierinzameling. Afhankelijk van gemaakte afwegingen wordt invulling aan deze werkzaamheden voor en door de verenigingen gegeven en worden de gevolgen hiervan in de begroting 2023 verwerkt.

Pagina 7 van 22

Regio Deal De Regio Deal is een arrangement tussen regio’s en het Rijk om de kracht van de regio’s te versterken. Met de Regio Deal krijgen regio’s de kans om hiervoor van het Rijk ondersteuning in de vorm van financiële middelen, experimenteerruimte en expertise te krijgen. In de Regio Deal maken Rijk en regio afspraken, waarbij het primair gaat om het samen oplossen van deze regionale opgave. In 2021 heeft Avri drie projecten voor de Regio Deal toegekend gekregen. Het gaat om een innovatief circulair textielsorteercentrum, een betere bodem in de Betuwe – van tuinafval naar compost voor de Fruitdelta en Betuws Circulair – van regionale reststromen zoals plastic, naar regionale producten voor de Fruitdelta en recreatiesector. Onder voorbehoud van besluitvorming in 2022 zullen deze projecten verder vorm krijgen. Ontwikkelingen op de afval- en grondstoffenmarkt Door de toenemende hoeveelheden ingezamelde grondstoffen wordt de begroting van Avri gevoeliger voor en meer afhankelijk van marktmechanismes. Voor diverse grondstoffen verwachten wij een negatieve tendens in de prijsstelling die wordt veroorzaakt door diverse factoren. De toenemende invoering van prijs- en comfortprikkels voor afvalscheiding in Nederland heeft een nadelig effect op de kwaliteit van de grondstoffen. De vervuiling van de grondstoffen neemt toe door vermenging met restafval.

Daarnaast neemt de gemiddelde kwaliteit verder af, doordat grondstoffen van laagwaardige kwaliteit (die eerst in het restafval zaten) ook gescheiden ingezameld worden. In bijlage 3 zijn de ontwikkelingen per fractie uiteengezet. Het tarief afvalstoffenheffing is dankzij deze niet beïnvloedbare ontwikkelingen de afgelopen jaren sterk gestegen. We verkennen continu de mogelijkheden om onze grip op de tariefontwikkeling te vergroten. Het vergroten van de grip op onze kostenontwikkeling bereiken we door onze invloed op de afzetmarkt te vergroten. Dat kan onder meer bereikt worden door het afsluiten van langlopende contracten met verwerkers, samenwerking met regionale partners en deelname of investeringen in verwerkingscapaciteit. CO2 -heffing De CO2-heffing voor de industrie is in 2022 € 42 per te veel uitgestoten ton CO2 en de heffing loopt op tot €128 in 2030. De precieze impact hiervan blijft nog onzeker. Veel hangt af van politieke wil in de komende jaren. Uit eerdere berekeningen van KplusV is op te maken dat in het voor de afvalbranche minst gunstige geval de afvalstoffenheffing in 2030 kan oplopen tot €50,- per persoon of €100,- per huishouden. Milieustraten in ontwikkeling Er moeten de nodige investeringen worden gedaan om de milieustraten op te knappen. Een probleem hierbij blijft het ruimtegebrek (en daarmee het risico op onveiligheid en klachten) op de huidige locaties.

De situatie is urgent, actie is dringend gewenst en staat daarom op de prioriteitenlijst van het AB. Avri heeft daarom een verkennend onderzoek laten uitvoeren naar het huidige functioneren van de milieustraten, de ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op het functioneren van de milieustraten en de spreiding van de milieustraten in Rivierenland. Het rapport geeft inzicht in de stand van zaken van de verschillende milieustraten en beschrijft mogelijkheden om de milieustraten toekomstbestendig te maken. In het rapport wordt een aantal niveaus genoemd waar een milieustraat zich naartoe kan ontwikkelen. Dat begint met een basisniveau milieustraat tot aan het aanpassen van een milieustraat tot een circulair ambachtscentrum met afvalpreventie en circulariteit. Om per milieustraat goed in beeld te brengen wat haalbaar en wenselijk wordt geacht, is verdiepend onderzoek nodig om een concreet voorstel aan het bestuur te kunnen doen. Het algemeen bestuur neemt op basis van het voorstel in 2022 een besluit wat de ambitie van de regio hierin is. Stortplaats Geldermalsen De regionale stortplaats in Geldermalsen is afgewerkt, gesloten en daarmee gereed voor overdracht aan de provincie Gelderland. Bij overdracht dient een bedrag voor de provincie beschikbaar te zijn voor de eeuwigdurende zorg, het zogenaamde doelvermogen .

Er is een risico op een te laag doelvermogen in het nazorgfonds van de stortplaats. In de begroting en het meerjarenperspectief is al rekening gehouden met € 12 per huishouden per jaar risico-opslag tot 2034. In theorie zou dat voldoende doelvermogen moeten opleveren, maar wijziging van de rekenrente en het moment van overdracht hebben grote invloed op de opbouw van het doelvermogen. Hiermee loopt Avri (en subsidiair de gemeenten als garant stellende instantie) uiteindelijk een extra risico. In voorjaar 2021 is het nazorgplan geactualiseerd en hiermee heeft de provincie middels haar brief van april 2021 ingestemd en middels het toezenden van het tussentijds eindinspectierapport in augustus de stand van zaken bekrachtigd. De actualisatie leidt in alle Rinas berekeningen tot een hoger doelvermogen, variërend tussen de 2 en 10 miljoen (in het jaar van overdracht). De toename is het gevolg van het 1:1 overnemen van de verplichtingen uit het definitieve nazorgplan en is vooral een gevolg van de toenemende jaarlijkse kosten van controlemetingen en inspecties. Avri gaat er van uit dat de monitoringsinspanning in het komend decennium kan worden afgebouwd vanwege de stabiele grondwaterkwaliteit in combinatie met de verwachting dat de grondwaterkwaliteit niet verslechtert nadat de definitieve bovenafdichting vijf jaar geleden is gerealiseerd.

Deze actualisatie betekent per Pagina 8 van 22

saldo dat het te bereiken doelvermogen in 2044 stijgt naar € 10,9 miljoen en dat het gekwantificeerd risico stijgt naar € 5,9 miljoen. Deze actualisatie en de gevolgen voor het risicoprofiel worden opgenomen in de komende P&C documenten. In de begroting 2023 zullen de meest actuele ontwikkelingen worden meegenomen in de bepaling van het risicoprofiel. In de separate discussienotitie wordt u meegenomen in de risicoafwegingen met betrekking tot de stortplaats. Deze dient als basis waarop de gemeenten hun zienswijzen kunnen aangeven. Gemeenten kunnen hun zienswijze met betrekking tot deze discussienotitie, tezamen met de zienswijze voor de kadernota aangeven. De kadernota zal in het AB van februari 2022 ter besluitvorming worden geagendeerd. Luiers en incontinentiemateriaal In 2022 zijn er vier gemeenten van start gegaan met het gescheiden inzamelen van luiers en incontinentiemateriaal. De overige gemeenten hebben de keuze om aan te geven of ze gaan voor een gescheiden inzameling in de loop van 2022 en gaan vervolgens van start per januari 2023. De geplande installatie voor gescheiden verwerking van incontinentiemateriaal en luiers bij ARN is gerealiseerd. Met de ARN is een contract opgesteld met daarin de prognose op basis van tonnage van de vier gemeenten deelnemend in 2022. Het geprognosticeerd aantal tonnen komt in 2022 boven de afgesproken tonnage uit.

Met deelname van de overige gemeenten in 2023 wordt dit verder overschreden. Deze overschrijding zal van invloed zijn op de verwerkingskosten en naar verwachting zal dit in 2023 een prijsstijging betekenen voor de deelnemende gemeenten. In 2023 kan het project verder worden geoptimaliseerd, denk hierbij aan: inzamelfrequentie, optimaliseren van de route, het aantal zakken per gemeenten kan worden bijgesteld en lager transportkosten bij een verminderde vervuiling. Met de inzameling van luiers en incontinentiemateriaal komen we tegemoet aan de wens van gemeenten om maatwerk te bieden. De milieuwinst door duurzame verwerking van de luiers is een CO2emissiereductie van 964 kg CO2 /ton luierafval ten opzichte van verbranding als restafval. De gemiddelde daling van de hoeveelheid restafval is naar verwachting 6 kg per inwoner per jaar.

3.3

Integraal Beheer Openbare Ruimte

Binnen het programma Pluspakket en het integraal beheer van de openbare ruimte zien we de volgende beleidsmatige ontwikkelingen Robuust dienstenpakket Om de dienstverlening aan de IBOR- en handhavingsgemeenten zo goed en efficiënt mogelijk uit te voeren is een robuust dienstenpakket noodzakelijk. De inzet is dan ook het behouden en uitbreiden van diensten die bij Avri passen en van voldoende omvang zijn. Ook kunnen, in overleg met de betrokken gemeenten, huidige diensten die niet (meer) bij Avri passen worden afgestoten. Regionale partner In de loop der jaren heeft Avri veel kennis van het beheer van de openbare ruimte opgedaan. De komende jaren willen wij onze expertise op het gebeid van het beheer en onderhoud van de openbare ruimte bundelen. Met deze expertise kunnen we regionale partners zijn voor de gemeenten en onze dienstverlening voor de gemeenten verder verbeteren. Hiervoor zullen investeringen in denkkracht van de organisatie en in innovaties nodig zijn. In het data-gestuurd beheer (legen afvalbakken, vegen verhardingen) zijn we koploper in de regio. Marktwerking contracten Naast de reguliere medewerkers en de medewerkers met een afstand tot de arbeidsmarkt voert Avri het beheer met behulp van (lokale) marktpartijen uit. De kosten van marktpartijen zijn mede afhankelijk van de economie en het klimaat. Dit kan zorgen voor fluctuatie van de werkbegrotingen.

Om deze fluctuatie zo veel mogelijk te beperken wordt, daar waar mogelijk, gebruik gemaakt van meerjarige contracten. Klimaatontwikkeling In de nieuwe Omgevingswet krijgen biodiversiteit en klimaatadaptatiebeleid een belangrijke plek. Voor gemeenten betekent dit dat zij hiervoor een vertaling moeten maken naar de openbare ruimte en het beheer en onderhoud daarvan. Het anders beheren van hemelwatervoorzieningen, bermen en sloten, het anders beheren van grasvelden, perken en plantsoenen en zelfs bomen zijn daarin actuele thema’s. Dit zal ook zijn weerslag krijgen op het beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Naast de veranderingen in het beheer is de inschatting van Avri dat de openbare ruimte ook zal veranderen. Een aantal veranderingen die Avri op zich af ziet komen zijn het anders beheren van hemelwatervoorzieningen maar ook bijvoorbeeld het anders beheren van plantsoenen en zelfs bomen. Voorspellingen geven namelijk aan dat diverse boomsoorten op termijn (+/- 20 jaar) gaan verdwijnen uit het Nederlandse straatbeeld. Deze aanstaande verschuivingen zullen ook Pagina 9 van 22

inwoners opmerken. Avri kan gemeenten hierin ondersteunen door mee te denken en te helpen in de voorlichting op dit thema met betrekking tot het dagelijks beheer van de openbare ruimte.

Ontwikkelingen Handhaving Avri kan voor iedere gemeente maatwerk leveren waarbij het handhavingsbeleid van de gemeente wordt uitgevoerd. Landelijk wordt gekeken naar de uitrusting en optionele bewapening van boa’s. Avri volgt deze ontwikkelingen op de voet en zal indien gewenst bij de landelijke richtlijnen aansluiten. Avri ziet erop toe dat haar medewerkers steeds in staat blijven om hun taken naar behoren uit te kunnen voeren middels de voorgeschreven bevoegdheden, bescherming en scholing. Voor de uitvoering van het toezicht op het gemeentelijk parkeerbeleid gaan we een onderzoeken om deze taak digitaal (door middel van een scanvoertuig) uit te voeren.

Pagina 10 van 22

4

4.1

PRODUCTEN EN DIENSTEN AVRI

Algemeen

Vanuit onze visie en kernwaarden leveren we verschillende diensten aan de inwoners in de gemeenten Buren, Culemborg, Maasdriel, Neder-Betuwe, Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal en Zaltbommel. De afgelopen jaren is de behoefte van gemeenten voor maatwerk dienstverlening toegenomen. We willen inspelen op deze behoefte en beogen onze dienstverlening hierop verder te flexibiliseren, zodat Avri steeds meer en integraler wordt gezien als maatschappelijke dienstverlener die met inwoners en gemeenten samenwerkt in de openbare ruimte. We streven binnen de bedrijfsvoering maximale synergie na waardoor werkzaamheden efficiënt worden uitgevoerd en ook flexibeler kan worden ingespeeld op de behoeften van gemeenten en inwoners. Hierdoor vervagen de traditionele grenzen van het takenpakket en ontstaat een producten en dienstenpakket die bijdraagt aan het creëren van een leefbare woonomgeving.

4.2

Het inzamelen en verwerken van huishoudelijke afvalstromen en grondstoffen

In het programma Basispakket zijn de diensten opgenomen die Avri uitvoert voor de acht regiogemeenten in Rivierenland. Avri geeft hiermee invulling aan de gemeentelijke taak van inzameling en verwerking van huishoudelijke afvalstoffen en aan het Regionale Afvalbeheer Plan, waarin de ambities en speerpunten van de acht regiogemeenten op het gebied van afval en grondstoffen zijn vastgelegd. Avri voert de inzameling en scheiding van afval zo efficiënt en effectief mogelijk uit om de landelijke en regionale doelstellingen te behalen. Bronscheiding is daarbij een belangrijke factor die bijdraagt aan het afvalbewustzijn van inwoners, het zichtbaar maken van de noodzaak om beter herbruikbare producten op de markt te krijgen, de zuiverheid van de materialen en meer kostenefficiënt inzamelen en verwerken. We hebben geleerd dat onze overwegend directieve en zakelijke toon niet aansluit bij de meerderheid van de inwoners die goedwillend zijn en behoefte hebben aan hulp bij het goed scheiden. Dat betekent dat we een omslag gemaakt hebben van actief zijn aan de achterkant van het proces met de nadruk op repressie naar de voorkant van het proces waar we meer inzetten op preventie (informeren en stimuleren). Samen’ en ‘Verbinden’ zijn de sleutelwoorden. Onze toonzetting is veranderd naar inspireren.

Daarnaast gaan we inzetten op grondstofstromen - ook bij bedrijven - die logisch aansluiten bij de wijze waarop we er waarde aan kunnen toevoegen. In alle stappen van de keten van circulariteit (productie – consumptie – verwerking) gebruiken we de kansen om onze invloed te vergroten of tot slimme, duurzame oplossingen te komen. We werken daarvoor aan bewustwording bij inwoners, zoeken samenwerking met producenten van verpakkingen en we werken samen met verwerkingscapaciteiten rondom afval- en grondstofstromen.

4.3

Aanvullende dienstverlening voor gemeenten

Naast het basispakket kunnen gemeenten ervoor kiezen om ook taken op het gebied van Integraal beheer openbare ruimte (IBOR) af te nemen van Avri. Deze dienstverlening richt zich op alle acht gemeenten waarbij de inbreng modulair is. De komende jaren werkt Avri verder aan een robuust dienstenpakket waarbij we - in overleg met onze opdrachtgevende gemeenten - continu streven naar duurzaam, efficiënt en belevingsgericht beheer van de openbare ruimte. Dit dienstenpakket bevat onderhoudstaken op het gebied van groen, reiniging, verhardingen, riolering, verkeer, begraafplaatsen, speeltuinen, gladheidbestrijding, evenementen, afvaldumpingen, prullenbakken en zwerfafval. Daarbij heeft Avri een vakinhoudelijk adviserende rol richting de gemeenten en verzorgt de intake en afhandeling van meldingen over de openbare ruimte.

4.4

Handhaving openbare ruimte (APV+): onmisbare schakel bij ‘Schoon, Heel en Veilig’

Avri levert diensten op het gebied van toezicht en handhaving op de afvalstoffenverordening en onderdelen van domein 1 Openbare ruimte. Daaronder vallen APV-gerelateerde zaken zoals toezicht op hondenoverlast, jeugdoverlast, afvaldumpingen, prullenbakken, zwerfafval, vuurwerkoverlast, sluitingstijden, alcohol. Buiten de APV kunnen we ook handhaven op lichte verkeersovertredingen zoals overtreding van geslotenverklaring en fietsen in een voetgangersgebied. Fiscaal toezicht behoort ook tot de taken die we kunnen uitvoeren. Uitbreiding van taken of het uitvoeren van deze taken in meerdere gemeenten zal de Pagina 11 van 22

handhavingsorganisatie efficiënter maken. Door de schaalgrootte worden gemeenten ook minder kwetsbaar in de uitvoering van dergelijke handhavingstaken. Werkgevers van boa’s hebben de verplichting om jaarlijks een audit uit te voeren over hoe omgegaan wordt met politiegegevens. Die auditverplichting is met ingang van 1 januari 2019 met de inwerkingtreding van de nieuwe Wet politiegegevens (Wpg) van kracht geworden. De Wpg bepaalt dat er eens in de vier jaar een externe audit wordt uitgevoerd en de eerst externe audit 2 jaar na inwerkingtreding. Avri Handhaving zal in 2023 een interne audit uitvoeren.

4.5

Bedrijfsafval: maatschappelijke betrokkenheid door verbinding met regionaal bedrijfsleven

Avri voert in beperkte mate commerciële activiteiten uit in de vorm van inzameling, inname en het laten verwerken van afval dat vrijkomt bij bedrijven. Dankzij deze dienstverlening is het mogelijk om uiting te geven aan de regionale maatschappelijke betrokkenheid van Avri. Door verbinding met het regionale bedrijfsleven en sponsoring in natura tijdens regionale evenementen wordt de zichtbaarheid van Avri in de regio vergroot.

Pagina 12 van 22

5

FINANCIËLE KADERS EN UITGANGSPUNTEN

Bij de samenstelling van de begroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026 wordt binnen de bestaande wet- en regelgeving rekening gehouden met onderstaande eigen financiële beleidskaders van Avri: • Financiële verordening Gemeenschappelijke Regeling Avri 2016; • Bijdrageverordening Avri 2016; • Verordening afvalstoffenheffing Avri; • Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen Avri 2017; • Nota Reserves en Voorzieningen Avri 2017; • Treasurystatuut Avri 2016; • Nota activabeleid Avri 2018; Naast de genoemde financiële kaders vormt de vastgestelde (gewijzigde) begroting 2022 van Avri de basis voor de nog op te stellen begroting 2023, waar de ontwikkelingen uit de voorliggende kadernota 2023 in worden verwerkt.

5.1 Afvalstoffenheffing In de begroting van het basispakket worden de kosten gedekt door de afvalstoffenheffing. Deze bestaat uit een basistarief en variabele tarieven (o.b.v. aanbiedvolume en aantal aanbiedingen restafval). De huidige verhouding tussen het basisdeel en variabel deel is 91%-9%. Om vervuiling van grondstoffen, het afvaltoerisme tegen te gaan en de financiële risico’s te verlagen zoeken we naar de juiste balans. Daarom zal het variabele deel van de ASH naar beneden worden gebracht zodat meer mensen hun restafval wegbrengen en dumpingen of afvaltoerisme zal afnemen. Dit past in het beeld om de focus meer te leggen op de kwaliteit van de afvalstromen en de kosten en minder op het verminderen van de kwantiteit

5.2

Aantal aanbiedingen restafval

In juli 2019 is overgegaan naar nieuw beleid. In 2020 zijn we opgeschrikt door corona krijgen we een vertekend beeld van de daadwerkelijke effecten ten opzichte van wat we voorafgaand aan de beleidswijziging hadden voorspeld. Ook in 2022 blijven we te maken hebben met de effecten van corona. Dat maakt een verdere verlaging van het gemiddeld aanbod restafval in 2023 niet aannemelijk. Uitgangspunt voor het aantal aanbiedingen restafval is een gemiddeld aanbod van 60 kg. restafval per inwoner, conform begroting 2022.

5.3

Indexering

De financiële controllers van de Rivierenlandse gemeenschappelijke regelingen (GR-en) hebben met elkaar gesproken over de systematiek van het in de begroting verwerken van verwachte salariskostenstijgingen en de hierbij gewenste onderlinge harmonisering. In de onderlinge afstemming hebben de controllers met elkaar afgesproken dat aansluiting wordt gezocht bij de door het CPB 'berekende' stijging van de lonen (de geraamde loonontwikkeling), die in de door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties uitgebrachte septembercirculaire is gepubliceerd. Aanvullend wordt voor de hoogte van de totale salariskostenstijging in de begroting een schatting gemaakt van de verwachte stijging van de pensioenpremies en overige sociale lasten (premies werknemersverzekeringen). Cao-afspraken en raming salariskostenstijging: De huidige CAO loopt tot 1 januari 2021. DE gesprekken voor een nieuwe CAO zijn nog gaande. Op basis van de huidige inzichten en gepubliceerde informatie van het CPB wordt in de begroting 2023 gerekend met een loonontwikkeling van 2,3% (loonvoet sector overheid). Daarnaast houden we voor 2023 rekening met een geschatte stijging van de pensioenpremies en de overige sociale lasten (premies werknemersverzekeringen) van indicatief 0,45%, waardoor de totale stijging van de salariskosten in de begroting 2023 geraamd wordt op 2,75%.

In de jaarrekening worden de werkelijke salariskosten verantwoord. Prijsindexering kostenbudgetten: Overeenkomstig de door het CPB opgestelde cijfers die in de septembercirculaire zijn opgenomen, passen we een algemene prijsindexering toe van 1,5% (conform september circulaire 2021). Dit algemene indexeringspercentage wordt ook door andere gemeenschappelijke regelingen (GR-en) toegepast in de begroting 2023).

Pagina 13 van 22

5.4

Marktwerking Integraal Beheer Openbare Ruimte (IBOR)

Voor het uit te besteden werk voor de IBOR-taken is sprake van branche-specifieke marktwerking. De GWW sector verwacht aankomende jaren bij de aanbestedingen een kostenstijging van ca. 7% per jaar. Op het moment dat er nieuwe contracten moeten worden afgesloten betekent dit dat rekening gehouden moet worden met hogere kosten in de komende jaren die verwerkt zullen worden in de begroting, zoals ze zich voordoen.

5.5

Aantal inwoners

Zoals opgenomen in de Bijdrageverordening Avri 2016 vindt de verrekening van zowel de kosten als de opbrengsten (Afvalstoffenheffing) plaats op basis van het aantal inwoners van de regiogemeenten. Dit betekent dat ook het voordeel voor de gemeenten als gevolg van de compensatie van de BTW verdeeld wordt op basis van het aantal inwoners. De inwoneraantallen voor 2023 worden gebaseerd op de inwoneraantallen per 1 januari 2022 (bron: Centraal Bureau voor de Statistiek).

5.6 Systematiek van toerekening van indirecte kosten Het financiële model voor de toerekening van indirecte kosten is gebaseerd op de verhouding van de verwachte productieve inzet (productie manuren). Dit betekent dat de hoogte van de indirecte kosten samenhangt met de omvang van de activiteiten (basispakket, pluspakket, bedrijfsafval). Een dergelijk model past bij een uitvoeringsorganisatie als Avri, doordat (financiële) sturing op productie en productiviteit is gecreëerd.

Pagina 14 van 22

6.

FINANCIËLE STABILITEIT EN CONTINUÏTEIT IN BEDRIJFSVOERING

De in deze kadernota beschreven ontwikkelingen zijn van invloed op de begroting van Avri. In dit hoofdstuk gaan we in op de meest relevante thema’s; het weerstandsvermogen, efficiënte bedrijfsvoering en de duurzame inzet van medewerkers. De overige financiële kaders en financieel-technische uitgangspunten zijn verwerkt in bijlage 2.

6.1

Weerstandsvermogen

We willen als wendbare organisatie in kunnen spelen op de behoeftes van inwoners en gemeenten. Dit vraagt om een robuuste en wendbare bedrijfsvoering om invulling te kunnen blijven geven aan de veranderende maatschappelijke behoeftes. Tevens is voldoende financiële armslag nodig om hierop te kunnen blijven anticiperen. Om weerstand te kunnen blijven bieden tegen de toenemende grilligheid en het tarief afvalstoffenheffing te stabiliseren is financiële stabiliteit een vereiste. Hoewel de deelnemende gemeenten garant staan voor Avri willen we de continuïteit van onze bedrijfsvoering zelf waarborgen en beschikken over voldoende financiële middelen om deze robuuster en wendbaarder te maken. We constateren echter dat de risico’s voor Avri toenemen doordat de begroting steeds meer afhankelijk is van marktmechanismes. Prijsontwikkelingen op de grondstoffenmarkt en effecten van scheidingsgedrag (o.a. vervuiling) zijn actuele risico’s die impact hebben op de afvalstoffenheffing en financiële resultaten. Tegelijkertijd hebben de gemeenten de behoefte geuit om het tarief afvalstoffenheffing zo stabiel mogelijk te laten zijn. Het beschikken over voldoende weerstandscapaciteit creëert een buffer voor het opvangen van mee- en tegenvallers en vermindert hiermee de invloed van de financiële risico’s op het tarief afvalstoffenheffing, doordat tegenvallers door de GR kunnen worden opgevangen.

Diverse gemeenten hebben hun zorgen geuit over het beperkte weerstandsvermogen van Avri. Deze zorgen zijn ook geuit in de beoordelingsbrief van de provincie over de Avri begroting 2022. De beschikbare capaciteit voldoet niet aan het risicoprofiel en de daaraan door Avri zelf gestelde minimumnorm. De provincie heeft geconstateerd dat in de begroting en meerjarenramingen de weerstandscapaciteit jaarlijks zal worden versterkt maar vooralsnog onvoldoende blijft. Dit zou kunnen betekenen dat de deelnemende gemeenten hiervoor eventueel aangesproken kunnen worden. Het advies van de provincie is een zodanig weerstandsbeleid te voeren zodat de weerstandscapaciteit op termijn weer aan onze eigen norm gaat voldoen.

6.2

Efficiënte bedrijfsvoering

Maatschappelijke behoeftes, maar ook wettelijke ontwikkelingen, zijn bepalend voor de wijze waarop we de bedrijfsvoering bij Avri kunnen vormgeven en ambities kunnen realiseren. Het vraagt erom dat we flexibel meebewegen om in de toekomst op efficiënte wijze te kunnen blijven werken aan circulariteit, duurzaamheid en inclusiviteit, gebaseerd op een voldoende robuuste bedrijfsvoering. Evenals voorgaande jaren richten we ons binnen de bedrijfsvoering op het verhogen van onze bedrijfsefficiency en het verkleinen van onze bedrijfsvoeringsrisico's. Dat willen we bereiken door o.a. een effectieve en flexibele organisatie-inrichting en informatiehuishouding te creëren (o.a. optimalisatie van processen en systemen), waarbij de behoefte van de inwoner voorop staat. Daarnaast ervaren we steeds meer en steeds complexere wettelijke ontwikkelingen die van invloed zijn op onze bedrijfsvoering. Voorbeelden hiervan zijn veranderende of toegenomen wetgeving ten aanzien van inkoop en aanbesteden, arbeidsrecht (WNRA, WAB), informatiebeheer en -beveiliging en vennootschapsbelasting. Om hieraan te kunnen blijven voldoen, risico’s te beheersen en continuïteit te kunnen waarborgen moeten we investeren in onze bedrijfsvoering om deze robuuster in te richten. Dit doen we door het harmoniseren, beschrijven, automatiseren en digitaliseren van onze bedrijfsprocessen en -systemen.

Dankzij mobiele apparatuur als boordcomputers, tablets en het gebruik van apps streven we ernaar om tijd- en plaats onafhankelijk te kunnen werken. Tegelijkertijd werken we aan de transparantie en openheid van Avri en verbinding met onze inwoners.

6.3

Duurzaam inzetbare medewerkers

Het werken aan een duurzame regio willen wij doen met duurzaam inzetbare medewerkers; gezonde en vitale medewerkers die veilig en met bezieling aan het werk zijn. We hebben immers elke collega nodig. We zetten de komende jaren in op de volgende thema's: - Vitaliteit; we gaan door met acties om de vitaliteit in de organisatie te vergroten. We proberen hierbij vooral het eigenaarschap en initiatieven van medewerkers te stimuleren en te faciliteren. Pagina 15 van 22

-

-

Strategische personeelsplanning; om daarmee de uitdagingen in de arbeidsmarkt aan te kunnen gaan en medewerkers breder en duurzaam inzetbaar te maken. De reguliere aanpak past niet meer, er zijn innovatieve oplossingen nodig voor de toekomst. Leren; we vinden het belangrijk dat medewerkers zich kunnen blijven ontwikkelen. We willen meer leren in en van de dagelijkse praktijk en zetten stevig in op scholing. En fouten maken kan: als we er maar wel van leren. Veiligheid; als werkgever zorgen we voor goede fysieke arbeidsomstandigheden (veilig, gezond), voldoende opleidings- en ontwikkelmogelijkheden en stimuleren we goede sociale arbeidsomstandigheden, zoals een waarderende cultuur en een reële werkdruk.

.

Pagina 16 van 22

BIJLAGEN

Pagina 17 van 22

BIJLAGE 1: INHOUDELIJKE BELEIDSKADERS Naast wet- en regelgeving (zoals de Gemeentewet, Wet Milieubeheer en de Wet Gemeenschappelijke Regelingen) zijn de volgende beleidskaders op Avri van toepassing in 2023: • • • • • •

Strategisch koersplan en houtskoolschets Landelijk Afvalbeheer Plan 2017 - 2023 (LAP); Uitvoeringsprogramma VANG (Van Afval Naar Grondstof) 2013 - 2025; Raamovereenkomst Verpakkingen (ROV) 2017-2022 Ketenovereenkomst Verpakkingen 2020 – 2029 Kwijtscheldingsregeling (2012)

Strategisch koersplan en houtskoolschets In 2022 is het strategisch koersplan met de raden besproken, evenals de houtskoolschets over de rol van Avri in de afvalstoffenketen en de toekomstige structuur. De conclusies worden in 2023 verder geïmplementeerd. Landelijk beleidskader: Afvalbeheer Plan (LAP3) In het Landelijk Afvalbeheer Plan (hierna: LAP) zijn de landelijke uitgangspunten neergelegd op het gebied van afvalpreventie, recycling en afvalverwerking in Nederland. Het nationale programma is in 2014 door het kabinet ontwikkeld om de transitie naar een circulaire economie verder te stimuleren, en gemeenten aan te zetten tot minder restafvalproductie door middel van betere afvalscheiding. Gemeenten mogen in 2025 nog maar 30 kilo restafval per inwoner per jaar produceren. Regionaal beleidskader: Regionale Visie Afval en Grondstoffen In het kader van de landelijke doelstellingen om in 2025 30 kilo restafval per persoon per jaar te produceren, is er een Regionale Visie Afval en Grondstoffen opgesteld. Deze visie is als leidend kader door het AB van Avri op 13 oktober 2016 vastgesteld. In deze visie zijn de ambities en doelstellingen van de gemeenten van regio Rivierenland op het gebied van afval- en grondstoffenbeheer voor 2017-2020 geformuleerd. Voor de periode 20212025 is in 2022 een nieuwe visie opgesteld.

Belangrijkste ambities die in deze visie worden opgenomen zijn het inzetten op afvalpreventie, een stevige reductie van het restafval en een fors meer gescheiden inzameling van grondstoffen bij huishoudens. Uitvoeringsprogramma Van Afval Naar Grondstof (VANG) In 2019 is het nieuwe beleid ingevoerd waarbij de doelstelling van de gemeenten is om per 2020 maximaal 75 kg restafval per inwoner te produceren. Om dit te bereiken is gedurende 2019 een comfortprikkel ingevoerd, naast de bestaande prijsprikkel (betalen per aanbieding restafval). De inwoners van de acht regiogemeenten brengen hun restafval zelf naar een ondergrondse container in de buurt. Inwoners in de buitengebieden behouden hun minicontainer aan huis voor restafval maar die wordt minder vaak geleegd. De uitvoering en effecten van het beleid worden continue gemonitord en waar mogelijk en in overleg met inwoners en gemeenten bijgesteld. Hiervoor wordt zo nodig flankerend beleid opgesteld. Raamovereenkomst verpakkingen (ROV) In de Raamovereenkomst verpakkingen zijn door de VNG, het verpakkende bedrijfsleven en het ministerie van Infrastructuur en Milieu nieuwe afspraken gemaakt over de inzameling en recycling van verpakkingen. De ROV loopt af op 31 december 2022. Aanvullend is de Ketenovereenkomst Verpakkingen 2020 – 2029 getekend.

In de Ketenovereenkomst staan afspraken ter aanvulling en opvolging van de Raamovereenkomst. De Ketenovereenkomst is gesloten tussen het Afvalfonds Verpakkingen (AFV) en de VNG. In de Ketenovereenkomst zijn modellen voor de inzameling en/of recycling van kunststof verpakkingsafval, metalen verpakkingsafval en drankenkartons opgenomen waar een gemeente uit kan kiezen. Afspraken uit de Raamovereenkomst over de vergoedingen en regie van de materiaalsoorten glas, papier en karton en hout worden gedurende de looptijd van de Raamovereenkomst gecontinueerd totdat VNG en AFV andere afspraken maken. Uiterlijk voor het einde van de Raamovereenkomst leggen VNG en AFV nieuwe afspraken vast over de regie en vergoedingen van deze verpakkingsmaterialen voor de periode 2023-2029. Pluspakket Avri heeft inmiddels meer taken ondergebracht in het pluspakket. Deze worden, wanneer het gaat over afval, in het bestuur voor besluitvorming voorgelegd. Taken vanuit Handhaving en IBOR zijn voorbehouden aan de opdrachtverstrekkende gemeenten en verwerkt in de dienstverleningsovereenkomst (DVO) tussen Avri en de gemeenten. Voor de begroting hanteert Avri, naast de in deze kadernota genoemde kaders, de geldende DVO’s als uitgangspunt.

Pagina 18 van 22

BIJLAGE 2: ONTWIKKELINGEN OP DE AFVAL- EN GRONDSTOFFENMARKT In deze bijlage gaan we in op een aantal ontwikkelingen binnen de afval- en grondstoffenmarkt die direct effect hebben op de waarde van afvalstromen en grondstoffen en daarmee de hoogte van de afvalstoffenheffing. We zien dat de grondstoffenmarkt grillig is wat wordt veroorzaakt door te veel aanbod, aanscherping van importbeleid in andere landen en mindere kwaliteit en vervuiling van de aangeboden grondstoffen. Dit heeft direct effect op de vergoedingen waar we zien dat in deze markten geen meerjarige contracten meer worden afgesloten. In Europa wordt geanticipeerd op deze trend door het creëren van extra productiecapaciteit door verwerkers. Wij moeten ons blijven focussen op schone grondstofstromen om de gevolgen van deze marktontwikkelingen zoveel mogelijk financieel te beperken. Papier De ontwikkelingen op de grondstoffenmarkt en de papiermarkt in het bijzonder hebben een direct effect op het resultaat van Avri. De invloed op de papiervergoeding heeft mede te maken met het aangescherpte importbeleid van China om de lokale inzameling van oud papier te stimuleren. Daarnaast heeft de, als gevolg van Corona, enorme toename van online bestellingen direct gevolg voor de opbrengst van papier. De schommelingen in de papiervergoeding zijn daardoor voor Avri noodzakelijk om te volgen.

Dit wordt duidelijk in de volgende cijfers: in 2020 was de gemiddelde vergoeding € 60 per ton. In 2021 ligt de gemiddelde vergoeding tot dusver op € 110 per ton. De papiervergoeding is opgebouwd uit een maandelijks tarief dat meebeweegt met de marktprijs. Daar bovenop ontvangen we een extra vergoeding. De papiervergoeding blijft onzeker, waardoor dit risico opgenomen blijft in ons risicoprofiel. Avri heeft per 2021 een nieuw contract voor 2 jaar afgesloten. In dit contract zijn de kosten voor vervuiling lager dan in de vorige overeenkomst. Wel blijft de vervuiling nog altijd toenemen en overschrijd dit de maximale toegestane eis van 3 %. De mate van vervuiling wordt in mindering gebracht op de opbrengsten en de sorteer- en verbrandingskosten worden in rekening gebracht. De vervuiling van papier (met textiel, pizza- en natte dozen en restafval) is sinds december 2020 toegenomen. In 2022 zetten we in op meer communicatie en begeleiding van onze inwoners om een juiste samenstelling van papier te krijgen. De digitalisering zorgt enerzijds voor een daling van folders en bladen. Een nieuwe trend is dat het tonnage te verwerken karton toeneemt door een sterke groei van het thuisbezorgen / internetbestellingen. Vooral in de coronatijd is goed zichtbaar. Plastic, blik en drankverpakkingen (pbd) Sinds 1 maart 2020 werken we met een ander vergoedingsmodel.

De gemeenten krijgen alleen nog een vergoeding voor de ingezamelde tonnages. De vergoeding voor sorteren en vermarkten wordt door het Afvalfonds rechtstreeks met de verwerker afgerekend. Dit betekent dat we minder risico lopen. We gaan ervan uit dat de afrekening 2017-2018-2019 en eerste 3 maanden 2020 vanuit het voormalig vergoedingenstelsel in 2022 zijn afgewikkeld. In de regio wordt onderzoek gedaan naar circulaire toepassingen van deze grondstoffen en proberen we met de keten te zoeken naar hergebruik voor nieuwe producten. De vervuiling in het pbd is toegenomen en we moeten naar meer zuiver plastic willen we deze grondstof kunnen inzetten voor nieuwe producten. We zetten meer in op communicatie en door hergebruik van de grondstof in de regio te realiseren willen we inwoners zich meer betrokken laten voelen en hen enthousiast maken om het afval goed te scheiden. Statiegeld op blik Met ingang van 1 januari 2022 wordt op drankblikjes statiegeld geheven net als bij plastic flesjes. Met deze heffing wordt beoogd de hoeveelheid zwerfafval terug te dringen. Het wordt voor inwoners (financieel) interessant om deze flesjes in te leveren op diverse inzamelpunten zoals supermarkten, treinstations, tankstations en cateraars. Naast vermindering van de hoeveelheid zwerfafval kan deze heffing ook leiden tot een lager aanbod van drankblikjes in het ingezamelde pbd.

Dat kan van invloed worden op de waarde van en daarmee de vergoeding voor de ingezamelde tonnen pbd. Schroot De vraag naar ijzer is erg groot, dit zorgt voor een hogere vergoeding voor deze stroom. De vergoedingen van schroot zijn erg afhankelijk van de wereldmarkt; de tarieven zijn op dit moment stabiel. Na het deels sluiten van de export naar China is Turkije op dit moment vanuit Europa de grootste afnemer. Net als bij papier werkt deze markt met maandtarieven en kunnen de omstandigheden snel wijzigen, dit maakt een lange termijnvisie lastig.

Pagina 19 van 22

Textiel De vervuiling van textiel neemt op nationaal niveau enorm toe door de invoering van inzamelmethoden als diftar. Ook neemt de hoeveelheid draagbaar textiel sterk af. Dit heeft te maken met de mindere en goedkopere kwaliteit die op de markt wordt gezet en betere afvalscheiding door onze inwoners. Deze mindere kwaliteit kan worden omgezet in vezels maar deze techniek is nog onvoldoende doorontwikkeld. Dit heeft tot gevolg dat er door de verwerkers geen vergoeding meer wordt gegeven voor textiel en in sommige gevallen, met name in stedelijk gebied, er zelfs moet worden betaald voor textiel. Avri heeft januari 2021 een contract afgesloten met een nieuwe verwerker. De voorwaarden en opbrengst hebben een positief effect op het resultaat. De mogelijke komst van een sorteercentrum (Cirtex, zie programma Grip) maakt dat we voor 2022 nog geen contract hebben afgesloten in afwachting van de besluitvorming. De toename in vervuiling zorgt voor minder opbrengst, door inzet van communicatie en begeleiding van onze inwoners proberen we de vervuiling terug te dringen. Bioafval (gft) We zien een toename in de vervuiling van Gft. Dit blijkt uit onze sorteerproeven maar ook uit het feit dat onze verwerker (Attero) de 1e signalen af heeft gegeven dat we maar net onder de toegestane norm van 5 % vervuiling zitten momenteel. Het gft wordt momenteel deels vergist en deels gecomposteerd.

Vanuit Grip doen we een haalbaarheidsonderzoek doen om de tuinfractie uit het bioafval te scheiden. De tuinfractie wordt gecomposteerd, vervolgens geanalyseerd zodat kan worden bepaald of deze compost voldoet en kan worden ingezet als bodemverbeteraar in de fruitsector in het Rivierengebied. Daarnaast houdt compost vocht vast wat weer ten goede komt aan het grondwaterniveau. Wetgeving en aanbestedingsregels staan dit vooralsnog wel in de weg, een Europese en landelijke lobby zal nodig zijn om dit te laten slagen mits de compost voldoet aan de eisen. Het huidige contract met onze verwerker loopt tot 1 april 2023 en het onderzoek kan ertoe leiden dat we in 2023 een ander soort bestek op de markt zetten. Restafval Als gevolg van het regeerakkoord is de afvalstoffenbelasting per 1 januari 2020 verhoogd naar € 33,15 per ton. Met de verhoging van de belasting hoopt de regering de hoeveelheid restafval te beïnvloeden. Dergelijke, niet beïnvloedbare, belastingmaatregelen werken verhogend door in het tarief afvalstoffenheffing. De verhoging voor 2022 is nog niet bekend. Dit is een extra onzekerheid en een factor die van invloed kan zijn n de mogelijke toename van de afvalstoffenheffing voor 2023. De tarieven op de markt voor verbranding stijgen als gevolg van groeiende hoeveelheid brandbaar restafval. GrootBrittannië biedt moment veel restafval aan op de Nederlandse markt.

Vanwege langlopende contracten en daarmee langdurige afspraken over verbrandingstarieven heeft voorgaande ontwikkeling geen direct financieel gevolg voor Avri. Het huidige contract loopt tot 31 maart 2022 met een eenzijdige optie (voor Avri) tot verlenging van een keer voor de duur van twee jaar. Van deze verlenging wordt in de begroting 2022 uitgegaan en daarmee hanteren we hetzelfde tarief (plus jaarlijks indexering). Het huidige verwerkingscontract is gunstig voor Avri. We zien dat de prijzen voor verbranden van afval naast de belastingmaatregelen sterk zijn gestegen. In 2024 zal de aanbesteding tot een aanzienlijke prijsstijging leiden en dit maakt het terugdringen van de kilo’s restafval alleen maar urgenter. Luiers en incontinentiemateriaal De luier- en incontinentie-inzameling is opgenomen in het pluspakket. In totaal hebben 4 gemeenten ervoor gekozen hiervan gebruik te maken, de inzameling voor deze gemeenten start per 1 januari 2022. Daarnaast zijn er op dit moment ook gemeenten die een financiële compensatie aanbieden aan inwoners die meer restafval hebben door incontinentie-afval. Overige afvalstromen De verhoging van de afvalstoffenbelasting had gevolgen voor alle stromen waar een residu na sortering bij vrijkomt. Onder residu wordt verstaan de te verbranden of te storten hoeveelheid restafval.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11124744/1