5944 MAAS Hand-out-2 V2*
Tekst van het document
Startdocument participatie Meer participatie is niet altijd beter. Daarom is het belangrijk om voorafgaand aan een proces een goede afweging te maken. Als van tevoren duidelijk is dat er weinig met ideeën of adviezen zal gebeuren, dan heeft het geen zin om met participatie te starten. Je vergroot dan juist de kans op weerstand en wantrouwen. Daarom is het belangrijk om bij aanvang van ieder proces al aan te geven of en wanneer er ruimte is voor inbreng. Om een afweging te maken denk je na over de volgende thema’s: In het startdocument participatie geef je aan of en hoe participatie een onderdeel is van je project-/ beleidsopdracht. Dit document gebruik je om te
1. Ruimte voor invloed
bespreken met je portefeuillehouder, manager of
•
Is het onderwerp geschikt voor participatie?
opdrachtgever. In de afweging geef je antwoord op de
•
Is er voldoende beleidsruimte?
volgende vragen:
•
Is er voldoende juridische ruimte?
•
Is het onderwerp geschikt voor inwoners?
1. Met welk beleidsdoel ga je aan de slag? Bij deze eerste stap geef je antwoord op de volgende vragen: welk issue, vraagstuk of probleem ga je aanpakken? Is dat een opgave die ook door betrokkenen zo wordt ervaren? Welk beleidsdoel past daarbij? Aan deze vragen wordt vaak voorbij gegaan aan de start van een
2. Randvoorwaarden
participatietraject. Maar heb je dit niet helder op je vizier,
•
dan kan dat ertoe leiden dat je uiteindelijk de verkeerde
Is er draagvlak binnen de organisatie en bij de portefeuillehouder?
participatievraag formuleert. 2. Leent het onderwerp zich voor participatie?
•
Is er voldoende ruimte binnen het tijdspad?
•
Is er voldoende mankracht aanwezig?
•
Welk budget is beschikbaar?
• Zijn er verwachtingen vanuit de organisatie m.b.t. participatie? •
Welke ruimte is er voor invloed*?
• Zijn er belemmerende factoren, zoals wet- en regelgeving die participatie niet toelaten?
3. Doel
• Is er voldoende tijd/ geld/ mankracht?
•
In welke beleidsfase ligt het initiatief?
Is het antwoord op deze vraag “nee”, maar verwacht je
•
Wat is het beleids-/ projectdoel?
dat inbreng wel meerwaarde heeft? Geef dit dan aan in je
•
Wat is het participatiedoel?
projectopdracht.
•
Is participatie gewenst?
Is er geen ruimte voor inbreng dan is het belangrijk om
• Ja: Doorloop het stappenplan.
dit in je projectopdracht aan te geven en na vaststelling
•
Nee: Geef aan waarom niet.
van de projectopdracht over inhoud en proces te communiceren. 3. Met welk participatiedoel wordt het participatietraject ingezet?
*We zeggen in ieder geval “nee” tegen participatie als er sprake is van: •
Geen speelruimte: •
Omdat dit wettelijk is bepaald;
• Bij uitvoering van hogere regelgeving waardoor er geen of nauwelijks beleidsvrijheid is; • Als de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate spoedeisend is; • Als verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in de samenleving doorslaggevend is. • Geen taak voor de gemeente: Inwonersinitiatieven sluiten niet aan bij onze kerntaken.