5. Beantwoordingsbrief PRM
Tekst van het document
Participatieraad Maasdriel
Uw brief van
9 mei 2024
Team
Uw kenmerk
Telefoonnummer
Ons kenmerk
Kerkdriel
Maatschappelijke Ontwikkeling 14 0418 29 May 2024
Verzenddatum
Geachte leden van de Participatieraad Maasdriel, Bedankt voor uw advies over de Woonzorgvisie Bommelerwaard 2024. Wij waarderen uw advies, waarin we lezen dat u de bespreking van dit stuk als prettig hebt ervaren, u de gestelde visie onderschrijft en u de ontwikkelingen herkent aangaande de opgaven op het gebied van wonen en zorg. Daarnaast lezen we u dat u zich zorgen maakt om jonge gezinnen en starters die nu al geen passend woningaanbod meer kunnen vinden door de hoge woningprijzen. Ook lezen we dat u aanbiedt om eens met een lid uit de Participatieraad een bezoek te brengen aan de specifieke kernen. We nemen deze uitnodiging ter harte en zullen hier mogelijk gebruik van maken wanneer we concreet met uitvoering aan de slag gaan. Hieronder vindt u onze antwoorden op uw vragen/opmerkingen over de Woonzorgvisie Bommelerwaard 2024. PRM: Uw aanname is dat bewoners zelfstandig willen blijven wonen, maar dat hoeft natuurlijk niet zo te zijn. Eenzaamheid is een groeiend probleem en wij sluiten niet uit dat er ook ouderen zijn die juist wél samen willen wonen in een kleinschalige opzet (bijv. hofjes). Reactie: Onze ambitie is om voldoende, passend en divers aanbod van woningen en woonzorgvormen te realiseren. Dit geldt ook voor ouderen. Wij onderschrijven dat de woonbehoeften van ouderen verschillen en hebben ook aandacht voor kleinschalige, gezamenlijke wooninitiatieven.
PRM: De PR legt aan u voor om overkoepelende KPI’s op de nemen die horen bij deze visie. Wat is er dan bereikt? Het zou mooi zijn om hiermee een terugblik op 2020-2023 beleid mee te nemen. In de uiteenzetting van Opgaven (p. 6 e.v.) worden indicatoren genoemd wat betreft de te halen doelen. Deze beoogde doelstellingen zijn niet, althans onvoldoende, concreet geformuleerd zodat we niet terugvinden welk effect moet worden bereikt. Het gaat in dezen om visie maar het mag wat ons betreft wel iets concreter. Reactie: Naar aanleiding van uw advies hebben we samenvattende tabellen toegevoegd. Hierin hebben we per ambitie samengevat wat de opgaven zijn en wat we daarvoor gaan doen. Eind 2025 informeren we de gemeenteraad over de voortgang van de Woonzorgvisie. Dit is een openbaar stuk voor inwoners en ook door u te raadplegen.
PRM: Op pagina 3 en 11 maakt u melding van de rijksbrede programma’s (GALA, IZA, WOZO), waar ook binnen onze gemeente invulling aan wordt gegeven of zal worden gegeven. De PR kan deze ontwikkelingen niet los zien van deze Woonzorgvisie en vindt de verbinding nog onvoldoende terugkomen in deze visie. Wij vragen uw aandacht om te komen tot een integraal beleid wat voldoende transparant en navolgbaar is in relatie tot deze Woonzorgvisie. Reactie: Doel van het GALA, IZA en WOZO-programma is de zorg (voor ouderen) in Nederland te verbeteren en voor te bereiden op de toekomst. Eén van de onderdelen uit de akkoorden en het programma is de zorg zoveel mogelijk dichtbij huis of digitaal te verlenen. Voor meer complexe zorg zal iemand soms verder moeten reizen. Nieuwbouwinitiatieven voor ouderen in Maasdriel zullen zich dan ook zo veel als mogelijk richten op de kernen waar voorzieningen aanwezig zijn. In de prestatieafspraken tussen gemeente en woningcorporaties is vastgelegd dat 10% van de vrijkomende woningen beschikbaar wordt gesteld aan ouderen met een woonzorgindicatie. De procentuele verdeling wordt iedere 2 jaar geëvalueerd en, waar nodig en mogelijk, herijkt. PRM: We missen aspecten van algemene leefbaarheid.
Bij een woonzorgvisie hoort ook de opbouw van de verschillen in inkomen, de lokale cultuur/cohesie borging, alsmede de psychosociale onderbouwing in de verschillende kernen, want dat ligt per kern verschillend. We adviseren om dit in kaart te brengen en mee te nemen in de planvorming. Reactie: In de woonzorgvisie hebben we expliciet aandacht voor eigen verantwoordelijkheid en inwonersinitiatieven. We pogen bij de uitvoering altijd het inwonersperspectief mee te nemen. Inwoners hebben namelijk het beste inzicht in de opbouw en lokale cultuur/cohesie in hun kern. PRM: Het stimuleren van ontmoeting is een goed punt. Maar onderbelicht blijft het bereik van de potentiële doelgroep. Het creëren van ontmoetingsplekken is één, maar hoe krijg ik mijn doelgroep daar. Deels ook weer afhankelijk per kern, omdat bereikbaarheid van inwoners per kern verschillend en derhalve de onderlinge communicatiewijze ook. Reactie: Naar aanleiding van uw advies hebben we in de Woonzorgvisie toegevoegd dat het naast fysieke ontmoetingsplekken ook belangrijk is om ontmoeting tussen mensen te stimuleren en verbindingen te leggen in de wijk of buurt. PRM: U geeft aan dat bij nieuwbouwplannen nu al 30% aan sociale woningen wordt gebouwd en 25% levensloopbestendig wordt opgeleverd.
Passen deze ambities bij de groei die u verwacht en in dit stuk heeft aangegeven? Kunt u dit toelichten? Reactie: We verwachten dat het voldoende is om bij nieuwbouwplannen 30% aan sociale huurwoningen te bouwen en 25% levensloopbestendig te bouwen. Echter zit de grootste opgave bij het bestaande woningaanbod. Het grootste deel van de woningen bestaat immers al. Het is een opgave om het bestaande woningaanbod ook geschikt te maken voor alle inwoners (levensloopbestendig). Inwoners hebben hier zelf ook een verantwoordelijkheid in. In de woonzorgvisie hebben we daarom aandacht voor meer bewustwording bij inwoners en partners en het beter bespreekbaar maken van een realistisch toekomstperspectief op wonen en zorg.
2
PRM: U schrijft: We realiseren woonzorgconcepten indien mogelijk rond bestaande voorzieningenclusters of voegen voorzieningen toe. Dit vraagt om keuzes, afstemming met zorgpartijen en sturing vanuit de gemeente daar waar het plannen en locaties aangaat. De PR vindt dit te breed en vaag geformuleerd. Wat bedoelt u hier precies? Reactie: We houden rekening met de doelgroep waarvoor een woonzorgconcept bedoeld is. Wanneer er een woonzorgvoorziening voor ouderen wordt gebouwd proberen we bijvoorbeeld zoveel mogelijk te stimuleren dat deze rondom bestaande voorzieningenclusters (denk aan huisarts, supermarkt etc.) wordt gerealiseerd. Bij een voorziening voor bijvoorbeeld jongeren is het soms mogelijk als voorzieningen op fietsafstand zijn. PRM: Op p.6 noemt u particuliere investeerders die interesse hebben om collectieve woon(zorg)vormen op te zetten. De PR wijst u erop dat er een landelijke trend lijkt te zijn om woonzorgvormen op te zetten door investeerders waar bedragen van 4000 tot 6000 euro per maand geen uitzondering zijn en waarbij Wmo en Wlz bijdragen als toegangsdrempel worden gehanteerd. De PR ziet dit niet als betaalbare constructies en vraagt u om hiervoor te waken en betaalbaarheid als voorwaarde op te nemen.
Reactie: Wanneer de gemeente invloed heeft op een nieuwe woon(zorg)vorm, bijvoorbeeld omdat hier een vergunning of een bestemmingswijziging voor nodig is, kunnen we voorwaarden stellen. Wij hebben daarbij oog voor de betaalbaarheid. PRM: Op p.7 noemt u de mogelijkheid om mantelzorgwoningen binnen familiaire relaties te organiseren. Het verruimen van deze mogelijkheden ziet de PR als een mooie stap. Echter de tijd van grote gezinnen is voorbij en er kunnen verstoringen zijn in de familiare kring. Mantelzorgers zijn zoals u zelf schetst ook buren/buurtbewoners en naastbetrokkenen. U wilt dit ook stimuleren, zo geeft u aan. Dit zijn immers de belangrijke zorgdragers van de toekomst. Wij vragen u dan ook met klem om hier een passende mantelzorgwoning oplossing voor te bedenken. Reactie: Naar aanleiding van uw advies hebben we deze aanpassing opgenomen in de Woonzorgvisie. PRM: Op p.10 noemt u zelf het beperkte voorzieningen niveau in kleinere kernen. Wij vragen u om hier meer verdieping in het stuk op aan te brengen. De PR verwacht hier meer ondersteunende initiatieven van de gemeente en visie op hoe dit doel te bereiken is. De genoemde outreachende initiatieven voldoen naar ons inzicht onvoldoende aan de beoogde doelstelling. Adviespleinen in combinatie met bijvoorbeeld mentale gezondheidscentra zouden ook prima in kleinere kernen passen.
Waarom zouden inwoners uit kleinere kernen altijd naar grotere kernen moeten reizen, dat kan toch ook andersom? Dat zou direct een mooie stimulans zijn om vervoer passender te organiseren. Reactie: In de visie omschrijven we dat het niet realistisch is om in elke kern alle voorzieningen fysiek te organiseren. We streven naar een goede spreiding van voorzieningen en zetten in kleine kernen in op outreachende voorzieningen. Aangezien in de grotere kernen meer mensen wonen is het logisch dat er hier ook meer voorzieningen zijn. Zo hoeven minder inwoners ver te reizen. Daarnaast kiezen (para)commerciële aanbieders zoals fysiotherapeuten en tandartsen zelf vaker voor een vestiging in een grotere kern.
3
PRM: Op p.11 maakt u terecht melding dat samenwerking nodig is om ambities te kunnen invullen. Maar wat de PR betreft is daarop wel regie nodig en een verbinder die partijen bij elkaar kan brengen en kan faciliteren. Hoe ziet u de rol van de gemeente hierin? Reactie: De gemeenten Zaltbommel en Maasdriel pakken de regierol op waar dit nodig of wenselijk is. Naar aanleiding van uw advies hebben we onder ambitie 3 een toevoeging gedaan om onze regierol te verduidelijken. De rol die de gemeente oppakt in de uitvoering verschilt per uitvoeringsprogramma. Gemeenten hebben een sterke regiefunctie bij het opstellen van de prestatieafspraken, het uitvoeringsprogramma Thuis in de Wijk of het plan van aanpak GALA. Voor andere programma’s ligt de regiefunctie bij andere partijen zoals de transformatieplannen IZA. Zorgaanbieders stellen transformatieplannen op en dienen deze plannen in. Als gemeente hebben we hier geen regiefunctie.
Het college van Maasdriel,
de secretaris,
de burgemeester (wnd)
P.U.L.M. Coesmans
J.L. Geurts
4