4. Advies participatieraad woonzorgvisie B'waard 2024
Tekst van het document
Gemeente Maasdriel Aan mevrouw drs. J.H.A. Sørensen wethouder en aan mevrouw M. Deben Postbus 10.000 5330 GA Kerkdriel
Maasdriel, 08-05-2024
Geachte mevrouw Sørensen en mevrouw Deben Hartelijk dank voor het toezenden (op 11 april jl) van de adviesaanvraag over de Woonzorgvisie Bommelerwaard 2024. Wij bespraken deze Woonzorgvisie op 1 mei in de Participatieraad (PR) in bijzijn van de auteur mevrouw Deben en wij hebben dat als zeer prettig ervaren. Onze wens is om dit vaker zo te doen. U schetst in uw inleiding een ontwikkeling die we als Participatieraad (hierna PR) herkennen, een grotere groep ouderen met een mogelijke zorgvraag en een groei van kleinere huishoudens, waardoor er procentueel meer groei in woonruimte nodig is. Ook schetst u een beeld van een toenemende zorgvraag binnen de Wlz en de Wmo, een landelijke trend waar onze gemeente ook mee te maken heeft. U geeft eveneens een inkijkje (p.2) op de diverse ontwikkelingen in de wijk. U spreekt daarbij over initiatieven in Hedel, Kerkdriel en Zaltbommel. Uiteraard zijn we benieuwd naar de resultaten en effecten van deze initiatieven en benieuwd naar de initiatieven in de andere kernen van onze gemeente. U formuleert de volgende visie: we willen dat zoveel mogelijk inwoners zo zelfstandig mogelijk, met ondersteuning waar nodig, passend kunnen wonen in de Bommelerwaard. We gaan voor draagkrachtige wijken en buurten, die zich kenmerken door burenhulp, samenredzaamheid en een integrale samenwerking van informele en formele zorg. De PR onderschrijft deze visie.
Aansluitend geeft u invulling aan de ambities die volgen uit deze visie. Toch geven we een punt van aandacht mee. Uw aanname is dat bewoners zelfstandig willen blijven wonen, maar dat hoeft natuurlijk niet zo te zijn. Eenzaamheid is een groeiend probleem en wij sluiten niet uit dat er ook ouderen zijn die juist wél samen willen wonen in een kleinschalige opzet (bijv. hofjes). Verder legt de PR aan u voor om overkoepelende KPI’s op de nemen die horen bij deze visie. Wat is er dan bereikt? Het zou mooi zijn om hiermee een terugblik op 2020-2023 beleid mee te nemen. Op pagina 3 en 11 maakt u melding van de rijksbrede programma’s (GALA, IZA, WOZO), waar ook binnen onze gemeente invulling aan wordt gegeven of zal worden gegeven. De PR kan deze ontwikkelingen niet los zien van deze Woonzorgvisie en vindt de verbinding nog onvoldoende terugkomen in deze visie. Wij vragen uw aandacht om te komen tot een integraal beleid wat voldoende transparant en navolgbaar is in relatie tot deze Woonzorgvisie. Op pagina 3 maakt u ook duidelijk dat er een afbakening van toepassing is op deze Woonzorgvisie en die afbakening richt zich voornamelijk op kwetsbare groepen. Dat roept wel de vraag op wat dit betekent voor jonge gezinnen en starters die nu al geen passend woningaanbod meer kunnen vinden
1
door de immens stijgende prijzen in onze regio. We realiseren ons dat dit buiten het bestek van deze Woonzorgvisie valt. Dus geven we mee of er toezicht is op het juiste gebruik van huidige en beoogde bezetting van Woonzorg initiatieven. Ook missen we aspecten van algemene leefbaarheid. Bij een woonzorgvisie hoort ook de opbouw van de verschillen in inkomen, de lokale cultuur/cohesie borging, alsmede de psychosociale onderbouwing in de verschillende kernen, want dat ligt per kern verschillend. We adviseren om dit in kaart te brengen en mee te nemen in de planvorming. Het stimuleren van ontmoeting is een goed punt. Maar onderbelicht blijft het bereik van de potentiële doelgroep. Het creëren van ontmoetingsplekken is één, maar hoe krijg ik mijn doelgroep daar. Deels ook weer afhankelijk per kern, omdat bereikbaarheid van inwoners per kern verschillend en derhalve de onderlinge communicatiewijze ook. Met betrekking tot bovenstaande twee punten lijkt het ons goed om met het PR lid uit de specifieke kernen eens een bezoek te brengen. Immers de woonzorgvisie is niet geschreven met specifieke kernen als uitgangspunt. In de uiteenzetting van Opgaven (p. 6 e.v.) worden indicatoren genoemd wat betreft de te halen doelen. Deze beoogde doelstellingen zijn niet, althans onvoldoende, concreet geformuleerd zodat we niet terugvinden welk effect moet worden bereikt.
Wanneer is men tevreden? Welke percentages stelt men zich ten doel? Illustratief: “we werken hard aan deze opgave”. Vraag daarbij is hoe dan exact, op welke wijze en zijn gestelde doelen realistisch? Het gaat in dezen om visie maar het mag wat ons betreft wel iets concreter. Kleinschalige woonzorg initiatieven voor bijvoorbeeld mensen met een psychiatrische voorgeschiedenis kennen naast de vele voordelen voor de bewoners ook nadelen, zoals de bereikbaarheid voor zorgverleners (meer verspreide woningen, meer reistijd, minder aanwezigheid) en mogelijk ook weerstand vanuit de directe omgeving. Het zou goed zijn om hier tijdig op te anticiperen en te verkennen wat de werkelijke behoefte is en hoe de ondersteuning passend kan zijn bij de wensen en behoeften van zorgvragers én omwonenden. Opgaven (p.6): - U geeft aan dat bij nieuwbouwplannen nu al 30% aan sociale woningen wordt gebouwd en 25% levensloopbestendig wordt opgeleverd. Passen deze ambities bij de groei die u verwacht en in dit stuk heeft aangegeven? Kunt u dit toelichten? De PR heeft sterk de indruk dat deze doelstellingen nu al niet gerealiseerd worden in Rossum en Ammerzoden. - U schrijft ook: We realiseren woonzorgconcepten indien mogelijk rond bestaande voorzieningenclusters of voegen voorzieningen toe.
Dit vraagt om keuzes, afstemming met zorgpartijen en sturing vanuit de gemeente daar waar het plannen en locaties aangaat. De PR vindt dit te breed en vaag geformuleerd. Wat bedoelt u hier precies? - Op p.6 noemt u particuliere investeerders die interesse hebben om collectieve woon(zorg)vormen op te zetten. De PR wijst u erop dat er een landelijke trend lijkt te zijn om woonzorgvormen op te zetten door investeerders waar bedragen van 4000 tot 6000 euro per maand geen uitzondering zijn en waarbij Wmo en Wlz bijdragen als toegangsdrempel worden gehanteerd. De PR ziet dit niet als betaalbare constructies en vraagt u om hiervoor te waken en betaalbaarheid als voorwaarde op te nemen. - Op p.7 noemt u de mogelijkheid om mantelzorgwoningen binnen familiaire relaties te organiseren. Het verruimen van deze mogelijkheden ziet de PR als een mooie stap. Echter de tijd van grote gezinnen is voorbij en er kunnen verstoringen zijn in de familiare kring. Mantelzorgers zijn zoals u zelf schetst ook buren/buurtbewoners en naastbetrokkenen. U wilt dit ook stimuleren, zo geeft u aan. Dit zijn immers de belangrijke zorgdragers van de
2
-
-
toekomst. Wij vragen u dan ook met klem om hier een passende mantelzorgwoning oplossing voor te bedenken. Op p.10 noemt u zelf het beperkte voorzieningen niveau in kleinere kernen. Maar is dit zo anders in een meer stedelijke omgeving. Ook daar zien we wijken waar weinig voorzieningen waren, maar waar het wel lukt om dit niveau op te krikken. Wij vragen u om hier meer verdieping in het stuk op aan te brengen. De PR verwacht hier meer ondersteunende initiatieven van de gemeente en visie op hoe dit doel te bereiken is. De genoemde outreachende initiatieven voldoen naar ons inzicht onvoldoende aan de beoogde doelstelling. Adviespleinen in combinatie met bijvoorbeeld mentale gezondheidscentra zouden ook prima in kleinere kernen passen. Waarom zouden inwoners uit kleinere kernen altijd naar grotere kernen moeten reizen, dat kan toch ook andersom? Dat zou direct een mooie stimulans zijn om vervoer passender te organiseren. Op p.11 maakt u terecht melding dat samenwerking nodig is om ambities te kunnen invullen. Maar wat de PR betreft is daarop wel regie nodig en een verbinder die partijen bij elkaar kan brengen en kan faciliteren. Hoe ziet u de rol van de gemeente hierin?
Wij hopen u hiermee van een passend advies te hebben voorzien en zien uw reactie met belangstelling tegemoet. Hartelijke groet,
Astrid van Meeuwen Voorzitter Participatieraad Maasdriel
3