3. Toelichting
Tekst van het document
De wetgever maakt onderscheid tussen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die continu op die plaats aanwezig is. Het PR kan op de kaart worden weergegeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. De wetgever schrijft voor hoe moet worden omgegaan met de PR 10-6/jaar. Binnen deze contour heeft iemand die hier continu aanwezig is de kans van 1 op één miljoen om te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het GR is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitsgrens: de afstand waarop niet meer dan 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Om te beoordelen of in de omgeving van het plangebied risicobronnen aanwezig zijn, is de Provinciale risicokaart geraadpleegd. Het plangebied is niet gelegen in de nabijheid van transportroutes voor gevaarlijke stoffen of overige risicovolle activiteiten.
De afstand bedraagt voor zowel risicovolle inrichtingen, buisleidingen als transportroutes (Rijksweg A2) meer dan 1 km. Het plangebied ligt daarmee ruim buiten de aan te houden risicoafstanden. Het aspect externe veiligheid werkt niet belemmerend voor de bouw van twee vrijstaande woningen.
Toelichting bestemmingsplan Kerkdriel, herziening 2023 Teisterbandstraat 16
26
Mureau Advies
4.9 Kabels en leidingen Voor de te bebouwen delen van het plangebied tussen de Teisterbandstraat en Leijensteinstraat is geen sprake van aanwezigheid van ruimtelijk relevante kabels of leidingen. Voor het uitvoeren van eventuele graafwerkzaamheden binnen het plangebied, zal een KLIC melding worden gedaan, zodat de ligging van kabels en leidingen in beeld is en schade kan worden voorkomen.
4.10 Luchtkwaliteit Het beleid en de regelgeving inzake luchtkwaliteit heeft tot doel om mensen te beschermen tegen de gezondheidseffecten van luchtverontreiniging. Voor verschillende stoffen zijn luchtkwaliteitsnormen vastgesteld. Ruimtelijke plannen of projecten die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit, dienen getoetst te worden aan de Wet milieubeheer. Deze wet bevat grenswaarden voor de stoffen zwaveldioxide, stikstofdioxide, stikstofoxiden, fijn stof, lood, benzeen en koolmonoxide in de buitenlucht. In Nederland zijn de maatgevende stoffen stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Overschrijding van de grenswaarden van de andere stoffen komt nauwelijks voor. Planologische ontwikkeling De wet maakt onderscheid tussen kleine en grote ruimtelijke projecten. Kleine projecten verslechteren de luchtkwaliteit niet in betekenende mate (NIBM). Deze projecten vergen geen nadere toetsing op luchtkwaliteit. Ze zijn zo klein dat ze geen wezenlijke invloed hebben op de luchtkwaliteit. Er is geen belemmering als een klein project niet of nauwelijks bijdraagt aan luchtverontreiniging, ook niet in gebieden met te veel luchtverontreiniging (overschrijdingsgebieden). De ministeriële regeling NIBM geeft aan in welke gevallen een nieuw project in ieder geval een NIBM project is.
Dat is bijvoorbeeld het geval als er minder dan 1.500 woningen worden gebouwd bij minimaal één ontsluitingsweg, of minder dan 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen. Binnen het plangebied worden twee nieuwe woningen gebouwd. Deze kleinschalige ontwikkeling valt onder de categorie NIBM. Dat betekent dat een luchtkwaliteitsonderzoek niet noodzakelijk is. Woon- en leefklimaat Het is van belang dat ter plaatse van de nieuwe woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Op grond van de Wet luchtkwaliteit zijn grenswaarden opgenomen voor de gemiddelde concentraties voor onder andere fijnstof (PM10). Deze grenswaarde bedraagt 50 µg/m3. Vanaf 1 januari 2015 geldt tevens een grenswaarde voor PM2,5 waaraan door het bevoegd gezag bij een vergunningverlening moet worden getoetst. Deze grenswaarde is opgenomen in de Wet milieubeheer en bedraagt 25 µg/m3 voor de jaargemiddelde concentratie. Voor de kortdurende blootstelling van de mens aan piekconcentraties van NO2 geldt een grenswaarde van 200 µg/m3 voor het uurgemiddelde. Het RIVM heeft Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten van Nederland (GCN en GDN) waarop de achtergrondconcentratie van fijnstof (PM10 en PM2,5) en NO2 ten aanzien van een goed woon- en leefklimaat geraadpleegd kan worden.
De jaargemiddelde concentraties in de omgeving van het plangebied zijn conform de GCN voor fijnstof PM10 16 µg/m3, voor PM2,5 9 µg/m3 en voor NO2 12 µg/m3. Afbeelding 4.4 geeft dit weer. De concentraties ter plaatse van het plangebied voldoen aan de streefwaarden. Er is sprake van
Toelichting bestemmingsplan Kerkdriel, herziening 2023 Teisterbandstraat 16
27
Mureau Advies
een goed woon- en leefklimaat en het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het initiatief.
Afbeelding 4.4 Grootschalige Concentratiekaart Nederland
4.11 Toetsing besluit milieueffectrapportage De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel bij het nemen van besluiten en zorgt er voor dat het milieubelang een volwaardige plaats krijgt in de besluitvorming. De m.e.rprocedure is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid over initiatieven en activiteiten van publieke en private partijen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. Toelichting bestemmingsplan Kerkdriel, herziening 2023 Teisterbandstraat 16
28
Mureau Advies
In een vormvrije m.e.r.-beoordeling moet de gemeente beoordelen of een m.e.r. moet worden opgesteld. Een vormvrije m.e.r.-beoordelingsplicht geldt voor activiteiten die zijn opgenomen in het Besluit m.e.r. bijlage D. De achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten en ook bij kleine projecten van geval tot geval moet worden beoordeeld of een m.e.r.-procedure nodig is. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: - belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r. noodzakelijk; - belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r. worden opgesteld. Met dit bestemmingsplan wordt de realisatie van twee nieuwe woningen mogelijk gemaakt, binnen een bestaand agrarisch bouwvlak gelegen in de kern Kerkdriel. Of een m.e.r.procedure of m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is, wordt bepaald door het initiatief te toetsen aan de drempelwaarden uit lijst C en D van het Besluit m.e.r. De bouw van twee nieuwe woningen valt niet onder categorie D 11.2 van het Besluit m.e.r. (stedelijk ontwikkelingsproject). Om te bepalen of de voorgenomen ontwikkeling daadwerkelijk niet als een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r. wordt beschouwd, moeten de concrete omstandigheden van het initiatief worden bekeken.
Aspecten als aard en omvang van het initiatief spelen daarbij een rol. De concrete omstandigheden van het voorliggende initiatief zijn de bouw van twee nieuwe woningen, in combinatie met het definitief beëindigen van de agrarische bedrijfsvoering in de kern Kerkdriel. Het plangebied is niet gelegen in beschermd natuurgebied en er bestaat geen risico op verontreiniging. De ontwikkeling leidt niet tot hinder voor de omliggende functies en er worden geen gevaarlijke stoffen of technologieën gebruikt. In deze toelichting bij het plan is onderbouwd dat er geen negatieve gevolgen zijn voor het milieu. Op basis van deze concrete omstandigheden is de conclusie dat het initiatief niet wordt aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling in de zin van categorie D 11.2 van het Besluit m.e.r. Het is derhalve niet noodzakelijk een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling uit te voeren.
4.12 Gezondheid De gemeente maakt de afweging of mogelijke gezondheidsrisico’s een aanvaardbaar niveau hebben. Het houden van landbouwhuisdieren kan gezondheidseffecten hebben op de omgeving van een veehouderij, bijvoorbeeld door de uitstoot van fijnstof en mogelijk ook via endotoxinen. Decentrale overheden beoordelen mogelijke gezondheidsrisico’s van veehouderijen, op basis van de ‘Handreiking Veehouderij en gezondheid omwonenden’ en het ‘Endotoxine toetsingskader 1.0’. Uit VGO-2 onderzoek is gebleken dat zich in een straal van circa 2 km rondom geitenhouderijen een verhoogd aantal gevallen van longontsteking voordoet. Binnen een afstand van 200 meter tot het plangebied liggen geen varkens- of pluimveehouderijen. Er zijn geen geitenhouderijen aanwezig binnen een afstand van 2 km. Eventuele gezondheidseffecten vanwege het houden van landbouwhuisdieren vormen geen belemmering voor het initiatief. Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen kan een bedreiging vormen voor de gezondheid van direct omwonenden. In de omgeving van het plangebied zijn geen (boom)kwekerijen, boomgaarden of akkerbouwpercelen aanwezig. Dit aspect vormt geen belemmering. Toelichting bestemmingsplan Kerkdriel, herziening 2023 Teisterbandstraat 16
29
Mureau Advies
Het beleid voor elektromagnetische velden is opgenomen in het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4), de Toekomstagenda Milieu en de beleidsnota Nuchter omgaan met Risico’s, beslissen met gevoel voor onzekerheden (2004). Het ministerie van Infrastructuur en Milieu heeft het beleid voor bovengrondse hoogspanningsleidingen nadien nader uitgewerkt. Dit houdt in dat bij nieuwbouwplannen of het realiseren van nieuwe hoogspanningsleidingen voorkomen dient te worden dat er gevoelige bestemmingen terecht komen in een zone waar het magnetisch veld gemiddeld over een jaar hoger is dan de norm van 0,4 microtesla. Het plangebied is niet gelegen binnen een zone van 80 meter van een bovengrondse hoogspanningsleiding. De dichtstbijzijnde hoogspanningsleiding is gelegen op een afstand van circa 4 km van het plangebied. Daarmee voldoet het initiatief ruimschoots aan de norm van NMP4.
4.13 Verkeer en parkeren Verkeer Het realiseren van twee nieuwe woningen heeft effect op het aantal verkeersbewegingen. Een woning heeft een maximale verkeersgeneratie van 7,8 motorvoertuigen per etmaal. De nieuwe woningen worden ontsloten op de Teisterbandstraat (één woning) en de Leijensteinstraat (één woning). De Teisterbandstraat en de Leijensteinstraat zijn rustige met klinkers verharde wegen, die voornamelijk door bestemmingsverkeer worden gebruikt. De bestaande infrastructuur kan het beperkt aantal aanvullende verkeersbewegingen ruimschoots verwerken. Bovendien komt door het verdwijnen van de agrarische bestemming definitief een einde aan de verkeersbewegingen van bijvoorbeeld tractors en vrachtwagens, die samenhangen met een reguliere agrarische bedrijfsvoering. Parkeren Het uitgangspunt voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen is het realiseren van een parkeeroplossing op eigen terrein. In het ‘Paraplubestemmingsplan parkeren 2022’ is bepaald dat een omgevingsvergunning voor bouwen of veranderen van functie slechts wordt verleend als vast staat dat voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd, overeenkomstig de beleidsregels van de gemeente Maasdriel. Dit is als voorwaardelijke verplichting verwerkt in de planregels van het voorliggende plan. Voor een vrijstaande woning geldt een parkeernorm van drie parkeerplaatsen op eigen terrein.
Binnen het plangebied is voldoende ruimte aanwezig om per woning drie parkeerplaatsen op eigen terrein te realiseren, die goed ontsloten zijn op de openbare weg. De positionering van de nieuwe woningen is zodanig, dat auto’s vooruit rijdend het perceel kunnen benaderen en er wordt op eigen terrein ruimte ingericht om te keren. Het initiatief voorziet op eigen terrein in de parkeerbehoefte en voldoet aan het door de gemeente verplicht gestelde aantal parkeerplaatsen.
Toelichting bestemmingsplan Kerkdriel, herziening 2023 Teisterbandstraat 16
30
Mureau Advies
5.
Juridische planopzet
5.1 Algemene opzet Dit hoofdstuk bevat de vertaling van het beleidsgedeelte, zoals opgenomen in de voorgaande hoofdstukken in het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. De verbeelding en de regels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan en moeten in samenhang gelezen worden. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plangebied begrepen gronden aangegeven. Aan deze bestemming zijn regels gekoppeld teneinde de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting heeft weliswaar geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het bestemmingsplan en bij de uitleg van de verbeelding en de planregels.
5.2 Toelichting op de verbeelding Het bestemmingsplan bevat een verbeelding. Deze verbeelding vervangt voor het plangebied de verbeelding van het vigerende bestemmingsplan ‘Kerkdriel en Hoenzadriel 2013’. Afbeelding 5.1 geeft de verbeelding van het bestemmingsplan weer. Het volledige plangebied heeft de bestemming ‘Wonen’ en de gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – radar’. Aan drie afzonderlijke delen van het plangebied is de aanduiding ‘bouwvlak’ toegekend, met de bouwaanduiding ‘vrijstaand’ en de maatvoeringaanduiding ‘maximale goothoogte 6 m’. De bouwaanduiding ‘bijgebouwen’ is voor een gedeelte van het plangebied van toepassing. Het noordoostelijk deel van het plangebied heeft de dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie’.
5.3 Toelichting op de bestemmingen Aan de gronden binnen het plangebied is de bestemming ‘Wonen’ toegekend. Het noordoostelijk deel van het plangebied heeft tevens de dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie’. Wonen Binnen deze bestemming is wonen toegestaan in een vrijstaande woning, al dan niet in combinatie met de uitoefening van een beroep aan huis. Tevens zijn de bij wonen behorende voorzieningen toegestaan, zoals tuinen, erven en parkeervoorzieningen. Als hoofdgebouw is uitsluitend een vrijstaande woning toegestaan, maximaal één per op de verbeelding getekend bouwvlak. De maximale goothoogte bedraagt 6 meter. Aan- en uitbouwen en bijgebouwen zijn zowel binnen het bouwvlak als binnen de aanduiding ‘bijgebouwen’ toegestaan. Waarde – Cultuurhistorie Deze dubbelbestemming voorziet in de instandhouding en versterking van cultuurhistorisch waardevolle elementen (monumenten). Daartoe zijn voor de gronden met deze dubbelbestemming regels gesteld voor bouwen en slopen.
Toelichting bestemmingsplan Kerkdriel, herziening 2023 Teisterbandstraat 16
31
Mureau Advies
Afbeelding 5.1 Verbeelding
5.4 Toelichting op de regels Voor de planregels is de gestandaardiseerde opbouw uit de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 gebruikt. In de planregels is een standaard hoofdstukindeling aangehouden: - Inleidende regels (begrippen en wijze van meten) - Bestemmingsregels (‘Wonen’ en ‘Waarde – Cultuurhistorie’) - Algemene regels (de regels die voor alle bestemmingen gelden) - Overgangs- en slotregels De bestemmingsregels kennen een standaardopbouw, die bestaat uit: bestemmingsomschrijving; bouwregels; afwijken van de bouwregels; nadere eisen; specifieke gebruiksregels en afwijken van de gebruiksregels. Voor de bestemming ‘Wonen’ wordt aangesloten bij de regels van artikel 22 ‘Wonen’ van het bestemmingsplan Kerkdriel en Hoenzadriel 2013’. De regels van de bestemmingsplannen ‘Parapluherziening parkeren 2022’, ‘Parapluherziening verkamering woningen 2020’ en ‘Paraplubestemmingsplan Klimaat 2023’ zijn in de planregels van het voorliggende plan verwerkt. Toelichting bestemmingsplan Kerkdriel, herziening 2023 Teisterbandstraat 16
32
Mureau Advies
6.
Uitvoerbaarheid
6.1 Economische uitvoerbaarheid Het uitgangspunt voor de beoogde ontwikkeling is dat deze voor de gemeente kostenneutraal wordt uitgevoerd. De kosten voor de realisatie van het plan komen voor rekening van de initiatiefnemer, die daarvoor voldoende budget heeft gereserveerd. Het voorliggende bestemmingsplan maakt de bouw van twee vrijstaande woningen mogelijk. Daarmee is sprake van een bouwplan als bedoeld in het Bro. Overeenkomstig artikel 6.24 lid 1 Wro wordt een anterieure overeenkomst afgesloten, waarin het verhaal van kosten geregeld is. Planologische wijzigingen, zoals bestemmingsplanwijzigingen, kunnen op grond van hoofdstuk 6 van de Wro planschade veroorzaken. Bij planologische wijzigingen moet de gemeente de economische uitvoerbaarheid van het plan waarborgen. De gemeente wil voorkomen dat eventuele planschade als gevolg van de planologische wijziging ten laste van de gemeente komt. De gemeente sluit met de initiatiefnemer een overeenkomst op grond waarvan eventuele planschade door de gemeente op de initiatiefnemer wordt verhaald. Hiermee is het kostenverhaal voor de gemeente geregeld, en is het niet noodzakelijk een exploitatieplan vast te stellen. Om inzicht te krijgen in de hoogte van de eventuele planschade, heeft de initiatiefnemer een planschaderisicoanalyse uit laten voeren.
6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid De procedures voor vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geeft in artikel 3.1.1 aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg voeren met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening, of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in geding zijn. De initiatiefnemers hebben direct omwonenden en nabij gelegen bedrijven geïnformeerd over het voornemen het agrarisch bedrijf definitief te beëindigen en twee nieuwe woningen te bouwen. Van de gevoerde gesprekken is een kort verslag gemaakt, zodat vroegtijdig een goed beeld ontstaat van het draagvlak voor het initiatief. Het verslag van de omgevingsdialoog is gedeeld met gemeente Maasdriel. Het concept ontwerpbestemmingsplan is door gemeente Maasdriel voorgelegd aan waterschap Rivierenland en provincie Gelderland. De reactie van de overlegpartners is meegenomen in het bestemmingsplan. Het ontwerpbestemmingsplan is door gemeente Maasdriel gedurende zes weken ter inzage gelegd, in de periode 21 december 2023 tot en met 2 februari 2024. Er is één zienswijze ingediend. De zienswijze leidt niet tot wijzigingen in het vastgestelde bestemmingsplan.
De Nota van Zienswijzen is opgenomen als bijlage 5 bij deze toelichting. De maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan is gewaarborgd door een goede communicatie met omwonenden en de wettelijke procedure om te komen tot een vastgesteld bestemmingsplan. Het op de juiste wijze in het bestemmingsplan verwerken van eventuele zienswijzen, komt de maatschappelijke uitvoerbaarheid ten goede.
Toelichting bestemmingsplan Kerkdriel, herziening 2023 Teisterbandstraat 16
33
Mureau Advies
Bijlagen 1. Verkennend bodem- en asbestonderzoek. Actualiserend en nader bodemonderzoek. Teisterbandstraat 16 te Kerkdriel. 24 april 2022. BodemInzicht, Veghel. 2. Actualiserend bodemonderzoek en verkennend asbestonderzoek. Teisterbandstraat 16 te Kerkdriel. 2 maart 2023. BodemInzicht, Veghel. 3. Aerius berekening Teisterbandstraat 16, 5331 CP Kerkdriel. 17 oktober 2023. Aerius calculator. 4. Inventariserend veldonderzoek, bureauonderzoek en karterend booronderzoek. Teisterbandstraat Kerkdriel, gemeente Maasdriel. ArcheoPro Archeologisch rapport nr. 22093. 14 juni 2023. ArcheoPro, Eijsden. 5. Nota van zienswijzen Ontwerpbestemmingsplan Kerkdriel herziening 2023, Teisterbandstraat 16. Maart 2024. Gemeente Maasdriel, Kerkdriel.
Toelichting bestemmingsplan Kerkdriel, herziening 2023 Teisterbandstraat 16
34