3. Toelichting
Tekst van het document
Bestemmingsplan Kerkdriel, herziening 2023
Teisterbandstraat 16
Toelichting
Planstatus: Plan identificatie: Auteur: Datum:
Vastgesteld NL.IMRO.0263.BP1245-VG01 Ir. C.C.F. Mureau maart 2024
Mureau Advies
INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerende bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer
2 2 2 3 4
2. Planbeschrijving 2.1 Ruimtelijke en functionele structuur 2.2 Huidige situatie plangebied 2.3 Toekomstige situatie plangebied
5 5 6 7
3. Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid 3.5 Conclusie beleidskader
8 8 9 10 11 12
4. Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Bodem 4.2 Water 4.3 Erfgoed 4.4 Ecologie 4.5 Wegverkeerslawaai 4.6 Bedrijven en milieuzonering 4.7 Geur 4.8 Externe veiligheid 4.9 Kabels en leidingen 4.10 Luchtkwaliteit 4.11 Toetsing besluit milieueffectrapportage 4.12 Gezondheid 4.13 Verkeer en parkeren
13 13 15 20 22 23 23 25 26 27 27 28 29 30
5. Juridische planopzet 5.1 Algemene opzet 5.2 Toelichting op de verbeelding 5.3 Toelichting op de bestemmingen 5.4 Toelichting op de regels
31 31 31 31 32
6. Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
33 33 33
Bijlagen
Toelichting bestemmingsplan Kerkdriel, herziening 2023 Teisterbandstraat 16
34
1
Mureau Advies
1.
Inleiding
1.1 Aanleiding De initiatiefnemer heeft het plan opgevat het voormalige agrarische bedrijf aan de Teisterbandstraat 16 in de kern van Kerkdriel (gemeente Maasdriel) definitief te beëindigen. De agrarische bedrijfswoning met de aangebouwde schuur krijgt een woonbestemming en op het voormalig agrarisch erf worden twee nieuwe woningen gerealiseerd: één aan de Teisterbandstraat en één aan de Leijensteinstraat. In het vigerende bestemmingsplan ‘Kerkdriel en Hoenzadriel’ (2013) heeft het plangebied de bestemming ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’, met de aanduidingen ‘bouwvlak’ en ‘bedrijfswoning’. Aangezien het bouwen van nieuwe woningen alleen is toegestaan binnen een bouwvlak met de bestemming ‘Wonen’, is het beoogde bouwplan op basis van het vigerende bestemmingsplan niet mogelijk. De initiatiefnemer heeft ambtelijk en bestuurlijk overleg gevoerd met gemeente Maasdriel. Uit dit overleg blijkt dat de gemeente in principe bereid is medewerking te verlenen aan het definitief beëindigen van het agrarisch bedrijf en het bouwen van twee nieuwe woningen. Dit is schriftelijk bevestigd met het positieve principebesluit van 17 december 2021. Het initiatief wordt mogelijk gemaakt door een partiële herziening van het bestemmingsplan.
1.2 Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied is gelegen in de kern Kerkdriel, aan de westzijde van de Teisterbandstraat. Het perceel is kadastraal bekend als gemeente Maasdriel, sectie K, nummer 4034 en heeft een oppervlakte van 2.800 m2. Afbeelding 1.1 geeft de ligging van het plangebied weer. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding die tot dit bestemmingsplan behoort.
Afbeelding 1.1 Topografische kaart plangebied
Toelichting bestemmingsplan Kerkdriel, herziening 2023 Teisterbandstraat 16
2
Mureau Advies
1.3 Vigerende bestemmingsplan Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan ‘Kerkdriel en Hoenzadriel (2013)’. Dit bestemmingsplan is door de gemeenteraad vastgesteld op 30 januari 2014. Het plangebied heeft de enkelbestemming ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’ met de aanduidingen ‘bouwvlak’. Daarnaast zijn de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ en de gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – radar’ toegekend. Een gedeelte van het plangebied heeft de aanduiding ‘bedrijfswoning’ met maatvoeringaanduiding ‘maximum goothoogte 6 m’ en de dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie’. Afbeelding 1.2 geeft de verbeelding weer van het vigerende bestemmingsplan.
Afbeelding 1.2 Verbeelding vigerende bestemmingsplan
De voor ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’ aangewezen gronden zijn bestemd voor agrarische bedrijven. Ten behoeve van het agrarisch bedrijf zijn gebouwen en een bedrijfswoning toegestaan binnen een op de verbeelding opgenomen bouwvlak. De dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ beschermt de mogelijk aanwezige archeologische waarden. Het gebruik van de bestaande bedrijfswoning voor Wonen en het bouwen van twee nieuwe woningen is alleen mogelijk binnen de bestemming Wonen. Voor elke woning dient op de verbeelding een bouwvlak te worden opgenomen. Om het initiatief mogelijk te maken, is een partiële herziening van het vigerende bestemmingsplan noodzakelijk. Voor het plangebied zijn ook de regels uit het bestemmingsplan ‘Parapluherziening parkeren 2022’ van toepassing. Dit paraplubestemmingsplan is 11 mei 2023 voor het gehele grondgebied van de gemeente Maasdriel vastgesteld. In de ‘Parapluherziening parkeren 2022’ is bepaald dat een omgevingsvergunning voor bouwen of veranderen van functie slechts
Toelichting bestemmingsplan Kerkdriel, herziening 2023 Teisterbandstraat 16
3
Mureau Advies
wordt verleend als vast staat dat voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd, overeenkomstig de beleidsregels van de gemeente Maasdriel. Voor het plangebied zijn ook de regels uit het bestemmingsplannen ‘Parapluherziening verkamering woningen 2020’ van toepassing. Dit bestemmingsplan geeft de regels met betrekking tot de huisvesting van arbeidsmigranten en verkamering van woningen. Het ontwerpbestemmingsplan ‘Parapluplan Klimaat 2023’ is ter inzage gelegd. Dit bestemmingsplan geeft de regels voor waterberging, peilen en groen bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het bouwen. De regels van de ‘Parapluherziening Parkeren 2022’, ‘Parapluherziening verkamering woningen 2020’ en ‘Parapluplan Klimaat 2023’ zijn in de planregels van het voorliggende plan verwerkt.
1.4 Leeswijzer Deze toelichting bij het bestemmingsplan is opgebouwd uit zes hoofdstukken en enkele bijlagen. Na deze inleiding volgt in hoofdstuk twee de planbeschrijving, met een beschrijving van de bestaande en nieuwe situatie. Het beleidskader met Rijksbeleid, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid is opgenomen in hoofdstuk drie. In hoofdstuk vier wordt aan de hand van de relevante (milieu)aspecten een verantwoording gegeven voor het initiatief. Hoofdstuk vijf geeft de juridische planopzet weer. Deze toelichting wordt afgesloten met hoofdstuk zes, over de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.
Toelichting bestemmingsplan Kerkdriel, herziening 2023 Teisterbandstraat 16
4
Mureau Advies
2.
Planbeschrijving
2.1 Ruimtelijke en functionele structuur Het plangebied is gelegen in de kern van Kerkdriel, op korte afstand van het centrum met alle voorzieningen. De Teisterbandstraat heeft ter hoogte van het plangebied vooral een woonfunctie, met afwisselend vrijstaande woningen, tweekappers en geschakelde woningen, uit verschillende bouwjaren. Richting het centrum bevinden zich in de Teisterbandstraat ook de functies detailhandel en kleinschalige horeca. De Leijensteinstraat is een rustige woonstraat met vrijstaande woningen en tweekappers en een grote diversiteit in bouwstijl en bouwjaar. Afbeelding 2.1 geeft een beeld van de ruimtelijke structuur.
Afbeelding 2.1 Straatbeeld Teisterbandstraat en Leijsensteinstraat (bron: Google Streetview)
Toelichting bestemmingsplan Kerkdriel, herziening 2023 Teisterbandstraat 16
5
Mureau Advies
2.2 Huidige situatie plangebied Kerkdriel is een dorp in het rivierengebied aan de Maas. In de Middeleeuwen werd begonnen met de aanleg van een continue bedijking langs de Maas. De dijken verbonden de aan de Maas gelegen dorpen Kerkdriel en Hoenzadriel. Later ontstond ook lintbebouwing aan de dijk en langs de uitvalswegen naar de op hogere stroomruggen gelegen kernen. Er is sprake van geconcentreerde bewoning in de vorm van een gestrekt dorp. Het historische stratenpatroon (Middeleeuws) is nog vrijwel geheel intact en heeft een belangrijke functie voor de ontsluiting van de kern. Het plangebied is gelegen in het stedelijk gebied van Kerkdriel, op korte afstand van het centrum. Binnen het plangebied bevindt zich een voormalig agrarisch bedrijf met verhard agrarisch erf en een dierenweide voor het houden van kleinvee. Afbeelding 2.2 geeft de huidige situatie weer. De aanwezige bebouwing bestaat uit de cultuurhistorisch waardevolle agrarische bedrijfswoning met aangebouwde schuur (blauw) en drie voormalige agrarische bedrijfsgebouwen (rood). Aan de Teisterbandstraat bevindt zich een waardevolle volgroeide Gewone Esdoorn.
Afbeelding 2.2 Huidige situatie
Toelichting bestemmingsplan Kerkdriel, herziening 2023 Teisterbandstraat 16
6
Mureau Advies
2.3 Toekomstige situatie plangebied De initiatiefnemer heeft het plan opgevat de voormalige agrarische bedrijfsvoering definitief te beëindigen en de bedrijfswoning met aangebouwde schuur voor woondoeleinden in gebruik te nemen. De vrijstaande voormalige bedrijfsgebouwen worden gesloopt. Op het voormalig agrarisch erf worden twee nieuwe vrijstaande woningen met bijgebouw gerealiseerd: één nieuwe woning wordt net als de bestaande woning ontsloten op de Teisterbandstraat en één nieuwe woning wordt ontsloten op de Leijensteinstraat. Op eigen terrein worden per woning drie parkeerplaatsen aangelegd. De inrichting van het terrein zal plaatsvinden conform de ‘Kaders ruimtelijke ontwikkelingen gemeente Maasdriel’ (2021). Afbeelding 2.3 geeft de toekomstige situatie weer. Het bouwplan is passend bij de woonomgeving van het plangebied. De cultuurhistorisch waardevolle woning blijft behouden. De bouwvlakken van de nieuwe woningen zijn gelegen op minimaal 3 meter van de perceelsgrenzen en bijgebouwen worden alleen gebouwd op ruime afstand achter de voorgevelrooilijn. De nieuwe woning aan de Teisterbandstraat wordt op ruime afstand van de Teisterbandstraat opgericht, achter de waardevolle esdoorn. De groene uitstraling van het perceel blijft daardoor behouden.
Qua maatvoering wordt voor de nieuwe woningen een goothoogte van maximaal 6 meter opgenomen, conform het vigerende bestemmingsplan voor de omliggende percelen. Het ontwerp van de nieuwe woningen wordt nader uitgewerkt, passend bij de beeldkwaliteit zoals omschreven in de gemeentelijke welstandsnota, en zal ter toetsing van Welstand worden voorgelegd aan de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. Op deze wijze is de stedenbouwkundige inpasbaarheid van de nieuwe woningen gewaarborgd.
Afbeelding 2.3 Toekomstige situatie
Toelichting bestemmingsplan Kerkdriel, herziening 2023 Teisterbandstraat 16
7
Mureau Advies
3.
Beleidskader
3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de lange termijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op het moment dat die wet in werking treedt. Tot die tijd geldt de NOVI als structuurvisie onder de Wro. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. De NOVI maakt bij het maken van keuzes gebruik van drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; en 3. Afwentelen wordt voorkomen. In de NOVI zijn op hoofdlijnen de volgende keuzes gemaakt: 1. Een klimaatbestendige inrichting van Nederland, door functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) in te passen; 2. De verandering van de energievoorziening. De inpassing van duurzame energie vindt plaats met oog voor de omgevingskwaliteit; 3. De overgang naar een circulaire economie, met behoud van concurrentiekracht en een aantrekkelijk vestigingsklimaat; 4. De ontwikkeling van een goed bereikbaar netwerk van steden: het Stedelijk Netwerk Nederland; 5.
Het concentreren van logistieke functies, zodat de openheid en de kwaliteit van het landschap behouden blijft; 6. Het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied, in goed evenwicht met natuur en landschap. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe het Rijk samen met medeoverheden en de samenleving uitvoering geeft aan de NOVI. De NOVI wordt uitgewerkt in algemene rijksregels, bestuurlijke afspraken, beleidsprogramma’s, inzet van financiële middelen en kennisontwikkeling, die gebiedsgericht worden ingezet. Met het plan de bestaande woning en de aangebouwde schuur voor woondoeleinden te gebruiken en twee nieuwe woningen te realiseren, is sprake van een lokale ontwikkeling, waar geen nationale belangen mee gemoeid zijn, zoals verwoord in de NOVI. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Indien nationale belangen met het oog op een goede ruimtelijke ordening dat vergen, kan de minister regels stellen aan de inhoud van bestemmingsplannen. Dit heeft de minister, in de vorm van een algemene maatregel van bestuur, gedaan in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Op 30 december 2011 is dit besluit in werking getreden. De regels in het Barro zijn concreet normstellend benoemd en moeten direct of indirect (door tussenkomst van de provincie) doorwerken tot het niveau van lokale besluitvorming.
De directe doorwerking komt enkel bij het Natuurnetwerk Nederland en de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden voor. Het Barro voorziet verder in een hoofdstuk overige Toelichting bestemmingsplan Kerkdriel, herziening 2023 Teisterbandstraat 16
8
Mureau Advies
bepalingen en gaat gepaard met meerdere bijlagen. In deze bijlagen worden onder andere de belangen van de grote rivieren en defensie geografisch begrensd. Bij het opstellen van bestemmingsplannen en andere ruimtelijke besluiten dient rekening te worden gehouden met de bepalingen van het Barro. 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd. Artikel 3.16 regelt de ladder voor duurzame verstedelijking. De ladder ondersteunt gemeenten en provincies in vraaggerichte programmering van hun grondgebied, het voorkomen van overprogrammering en de keuzes die daaruit volgen. Doel van de Ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van ruimte in stedelijke gebieden. Op 1 juli 2017 is een wijziging van de Ladder voor duurzame verstedelijking doorgevoerd. Voorheen bestond de ladder uit drie treden. Dat is nu niet meer het geval. Wel moet de behoefte voor de ontwikkeling worden beschreven, indien sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Als de ontwikkeling is voorzien buiten het bestaand stedelijk gebied, moet ook gemotiveerd worden waarom de ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd. Het toevoegen van twee woningen op de locatie Teisterbandstraat 16 is geen stedelijke ontwikkeling in de zin van artikel 3.1.6 Bro.
Om die reden is het niet noodzakelijk het initiatief te toetsen aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Dat wordt bevestigd door jurisprudentie, waarbij het bouwen van drie woningen niet gezien wordt als stedelijke ontwikkeling (ABRS201402621/1/R2) en de Handreiking Ladder duurzame verstedelijking.
3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Gelderland De Omgevingsvisie ‘Gaaf Gelderland’ is op 1 maart 2019 in werking getreden. In de Omgevingsvisie beschrijft de provincie de visie op de toekomst, waarbij een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal staat. De wereld verandert ingrijpend met nieuwe vraagstukken rondom energie, klimaatverandering, uitputting van grondstoffen, kwetsbare biodiversiteit, digitalisering en internationalisering. Bij de taakinvulling legt de provincie de focus op duurzaamheid, verbondenheid en een krachtige economie als werkende bestanddelen voor een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Hiertoe worden zeven met elkaar samenhangende ambities nagestreefd. 1. Energietransitie; 2. Klimaatadaptatie; 3. Circulaire economie; 4. Biodiversiteit; 5. Bereikbaarheid; 6. Vestigingsklimaat; 7. Woon- en leefomgeving; De Omgevingsvisie is uitgewerkt in de hierna beschreven Omgevingsverordening Gelderland. Deze bevat concrete regels, waaraan het initiatief wordt getoetst. De Omgevingsvisie bevat geen aanduidingen, die voor het voorliggende bestemmingsplan relevant zijn.
Toelichting bestemmingsplan Kerkdriel, herziening 2023 Teisterbandstraat 16
9
Mureau Advies
3.2.2 Omgevingsverordening Gelderland Op 21 december 2022 hebben Provinciale Staten de geconsolideerde Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld. De regels die nodig zijn om de ambities uit de Omgevingsvisie te realiseren, zijn opgenomen in de Omgevingsverordening Gelderland. Het doel van de verordening is de provinciale belangen op het gebied van de ruimtelijke ordening te laten doorwerken naar het gemeentelijk niveau. De provincie richt zich hierbij op onderwerpen die van provinciaal belang zijn, zoals verstedelijking, landbouw/veehouderij, natuur en landschap, grond- en drinkwater, milieu, verkeer en energie. Met de Omgevingsverordening stelt de provincie juridisch bindende regels aan bestemmingsplannen van gemeenten. Ten aanzien van het aspect wonen, stelt artikel 2.2 van de Omgevingsverordening de volgende regels: 1. Een bestemmingsplan maakt nieuwe woningen alleen mogelijk als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. 2. Als een ontwikkeling niet past binnen de vigerende regionale woonagenda, kan een bestemmingsplan vooruitlopend op de eerstvolgende actualisatie van de regionale woonagenda nieuwe woningen toch mogelijk maken onder de volgende voorwaarden: a. Er wordt voldaan aan de eisen van de Ladder voor duurzame verstedelijking; b. De ontwikkeling past binnen het meest recente provinciale beleid; c.
Er heeft aantoonbaar regionale afstemming plaatsgevonden over deze ontwikkeling; en d. Gedeputeerde Staten stemmen in met deze ontwikkeling. In de Omgevingsvisie zijn voor het plangebied geen relevante aanduidingen opgenomen. De regels met betrekking tot glastuinbouw zijn niet relevant, vanwege de ligging van het plangebied in bestaand stedelijk gebied. Het plan maakt het bouwen van twee nieuwe woningen mogelijk. De regels uit de Omgevingsverordening voor nieuwe woningen zijn derhalve niet van toepassing. Het toevoegen van kleinschalige incidentele bouwplannen is passend binnen de regionale woonagenda. Dit wordt in paragraaf 3.3 verder uitgewerkt. Op basis van bovenstaande analyse wordt geconcludeerd dat de ruimtelijke ontwikkeling die door het bestemmingsplan mogelijk gemaakt wordt, niet strijdig is met de uitgangspunten van het provinciale beleid.
3.3 Regionaal beleid 3.3.1 Regionale woonagenda De programmering van woningbouw vraagt om regionale afstemming. De provincie Gelderland stelt deze afstemming als voorwaarde voor nieuwe bouwplannen. In 2015 is een regionale woonagenda opgesteld. Hierin zijn verschillende thema’s uitgewerkt tot actiepunten: de ‘agenda’ voor de komende jaren. Thema’s zijn onder andere een regionaal afgestemd woningbouwprogramma, goede huisvesting voor arbeidsmigranten en statushouders, verbetering van de bestaande woningvoorraad en zorg gerelateerde woningen. Het regionale woningbehoeftenonderzoek Rivierenland is een van de onderzoeken die dienen als onderlegger voor de regionale woonagenda.
Toelichting bestemmingsplan Kerkdriel, herziening 2023 Teisterbandstraat 16
10
Mureau Advies
3.3.2 Regionale woningbouwprogrammering 2015-2025 Op 2 september 2016 is de regionale woningbouwprogrammering Rivierenland verschenen. De regionale woningbouwprogrammering is één van de thema’s uit de woonagenda regio Rivierenland. De gemeenten hebben zich ingespannen om gezamenlijk een regionaal woningbouwprogramma 2015-2025 op te stellen. Hierbij zijn alle projecten geïnventariseerd en getoetst aan de kwalitatieve afspraken uit de woonagenda. Het doel van de programmering is voldoende woningaanbod voor de komende jaren te creëren. In de woningbouwprogrammering is aangegeven dat in de regio Rivierenland een toevoeging van 10.500 woningen nodig is voor de periode 2015-2024. Voor de gemeente Maasdriel is een toevoeging van 1.100 woningen aangegeven in diezelfde periode. Het regionale woonbeleid vormt een kader om sturing te geven aan de bouw van nieuwe woningen. Het plan voorziet in de toevoeging van slechts twee woningen. In de gemeentelijke woningbouwprogrammering is ruimte opgenomen voor zogenaamde ‘niet projectmatige woningen’. De bouw van twee woningen binnen het plangebied past binnen deze programmering.
3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Structuurvisie gemeente Maasdriel De Structuurvisie en plan-MER gemeente Maasdriel (2011) betreft inhoudelijk en juridischplanologisch een actualisatie van de gemeentelijke StructuurvisiePlus 2004-2015. De Structuurvisie voldoet aan de eisen die aan gemeentelijke structuurvisies gesteld worden in het kader van de Wet ruimtelijke ordening en vertaalt de actuele beleidsmatige visies en uitgangspunten door in een helder en leesbaar ruimtelijk beeld (‘ruimtelijk casco’), met bijbehorend uitvoeringsprogramma (‘projectenplan’). Het plangebied heeft in het uitvoeringsprogramma geen bijzondere aanduiding. Op basis van het ruimtelijk beeld wordt het plangebied gerekend tot de bestaande kern Kerkdriel. Het plangebied maakt onderdeel uit van de bestaande kern en ligt daarmee binnen de bestaande bebouwingscontouren van deze kern. Het planvoornemen de bestaande woning met de aangebouwde schuur voor woondoeleinden te gebruiken en twee nieuwe woningen te bouwen, moet in maat en schaal passen in de karakteristieken van het bestaand stedelijk gebied. De nieuwe woningen worden gebouwd op het voormalig agrarisch erf en vullen een lege plek in de kern van Kerkdriel. Bij het uitwerken van het ontwerp van de nieuwe woningen wordt aandacht besteed aan een goede stedenbouwkundige inpasbaarheid.
De cultuurhistorisch waardevolle woning met aangebouwde schuur en de waardevolle boom blijven gehandhaafd. 3.4.2 Omgevingsvisie Bommelerwaard De Omgevingsvisie Bommelerwaard is door de gemeenteraad van Maasdriel vastgesteld op 13 oktober 2022, als een visie op de toekomst (2040). De Omgevingsvisie voor het gebied van de gemeenten Maasdriel en Zaltbommel is vastgesteld als een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening. Nieuwe plannen en ideeën en nieuw gemeentelijk beleid moeten aansluiten op de Omgevingsvisie. In de Omgevingsvisie staan de volgende thema’s centraal: - Klimaat, duurzaamheid en landschap; Toelichting bestemmingsplan Kerkdriel, herziening 2023 Teisterbandstraat 16
11
Mureau Advies
-
Landbouw, economie, toerisme en cultuurhistorie; Wonen, welzijn en voorzieningen; Milieu, gezondheid en leefbaarheid.
De kernopgaven die uit deze thema’s voortvloeien, zijn in de Omgevingsvisie verder uitgewerkt. De grotere kernen in de Bommelerwaard, waaronder Kerkdriel, houden een constante en aanzienlijke behoefte aan woningen. Gemeente Maasdriel streeft naar kwalitatief goede woningen voor alle doelgroepen, in een goed woonklimaat. Dat kan worden bereikt door een kwantitatief en kwalitatief verantwoorde groei van het woningaanbod. 3.4.3 Woningbouwprogramma gemeente Maasdriel 2015-2025 Het woningbouwprogramma van de gemeente Maasdriel is vastgesteld in 2016 en is afgestemd op de regionale afspraken. In het raadsbesluit is het volgende opgenomen: - “Het woningbouwprogramma omvat nu 1.063 woningen. Hiervan zijn bijna 100 woningen pas na 2025 gepland. Daarnaast is er nog een reservecapaciteit (zachte, onzeker plannen) van ongeveer 470 woningen”; - “Voor de bouw van ‘niet projectmatige’ woningen is een aantal van 110 woningen opgenomen (circa 10 per jaar). Hiervan is al een groot gedeelte belegd met aanvragen of vergunningen. Om deze aantallen enigszins te beperken en niet ten koste te laten gaan van projecten waarvoor samenwerkingsovereenkomsten zijn gesloten, komen alleen nog de ‘eigen huis en tuin’ (maximaal twee woningen) en de verzoeken voor vrijkomende agrarische bebouwing hiervoor in aanmerking”.
Ter plaatse van het plangebied is met twee woningen sprake van een ‘eigen huis en tuin’ verzoek. Bovendien is sprake van een voormalige agrarische bedrijfslocatie. De toevoeging van twee woningen past binnen het gemeentelijk woningbouwprogramma. Op basis van bovenstaande analyse wordt geconcludeerd dat het planvoornemen past binnen de gemeentelijke structuurvisie, de omgevingsvisie en het gemeentelijke woningbouwprogramma. De ruimtelijke ontwikkeling is niet strijdig met het ruimtelijke beleid van de gemeente Maasdriel.
3.5 Conclusie beleidskader Het initiatief past binnen de kaders van rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid. Gemeente Maasdriel kan medewerking verlenen aan het wijzigen van de bestemming, om het gebruik van de bestaande woning met de aangebouwde schuur voor woondoeleinden en de bouw van twee nieuwe vrijstaande woningen mogelijk te maken.
Toelichting bestemmingsplan Kerkdriel, herziening 2023 Teisterbandstraat 16
12
Mureau Advies
4.
Milieu- en omgevingsaspecten
Bij de planvorming moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de in dit kader van belang zijnde milieu- en omgevingsaspecten. Op basis van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening wordt een beschrijving gegeven van de wijze waarop de milieu- en omgevingsaspecten bij het plan zijn betrokken.
4.1 Bodem Op basis van artikel 3.1.6 van het Bro en artikel 3.2 Awb, moet in planvorming rekening gehouden worden met de bodemkwaliteit in relatie tot de gewenste functie. Er dient bepaald te worden of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van de gronden. Om te bepalen of de bodemkwaliteit geschikt is voor de functie wonen, heeft de initiatiefnemer aan gespecialiseerd bureau BodemInzicht opdracht geven voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek. Vervolgens zijn een actualiserend bodemonderzoek en een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd. De conclusie uit de rapportages met de resultaten van de onderzoeken zijn onderstaand weergegeven. Actualiserend bodemonderzoek ter plaatse van voormalige bestrijdingsmiddelenopslag Ter plaatse van de bestrijdingsmiddelenopslag is geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Ter plaatse zijn geen gehaltes boven de interventiewaarde aangetoond. Verwacht wordt dat maximaal 30 m3 matig met lood en zink verontreinigde grond aanwezig is. Bij eventuele afvoer voldoen de aangetoond gehaltes aan de klasse industriegrond. Saneringsmaatregelen zijn niet noodzakelijk.
Actualiserend bodemonderzoek ter plaatse van voormalige ondergrondse HBO-tank Uit de resultaten blijkt dat de sterke verontreiniging met minerale olie in de grond en in het grondwater zich concentreren ter plaatse van de ligging van de voormalige HBO-tank. De gehaltes aan minerale olie overschrijden de interventiewaarde. De fractieverdeling duidt op een verontreiniging met huisbrandolie. Ter plaatse van de afperkende boringen en peilbuizen zijn geen tot maximaal licht verhoogde gehaltes aan minerale olie gemeten. De omvang van de grondwaterverontreiniging met xylenen en minerale olie is tijdens het nader onderzoek uit 2003 vastgesteld op circa 200 m3. De omvang van de grondwaterverontreiniging is destijds op circa 160 m3 geschat. Op basis van onderhavig actualiserend en nader bodemonderzoek is ter plaatse maximaal 60 m3 sterk met minerale olie verontreinigde grond aanwezig en maximaal 75 m3 sterk met minerale olie verontreinigd grondwater. Derhalve is sprake van ernstige bodemverontreiniging en bestaat een saneringsplicht. De verontreiniging is waarschijnlijk ontstaan voor 1987. Aangezien de verontreiniging zich deels onder de bebouwing en naast de fundering bevindt, is verwijdering van de grondverontreiniging civieltechnisch niet uitvoerbaar. Het grondwater kan gesaneerd worden middels onttrekking en zuivering.
Wellicht wordt hiermee de verontreiniging in de grond eveneens grotendeels verwijderd. Na afloop van de sanering kan de achtergebleven grondverontreiniging worden gemonitord door bemonstering van de aanwezige peilbuizen.
Toelichting bestemmingsplan Kerkdriel, herziening 2023 Teisterbandstraat 16
13
Mureau Advies
Actualiserend bodemonderzoek ter plaatse van voormalige mestplaat De boringen aan de noord- en noordwestzijde van de voormalige mestplaat zijn sterk verontreinigd met zink. De bovengrond ter plaatse van boring 2002 is tevens sterk verontreinigd met lood. Ter plaatse van de boringen 2001 en 2003 is de bovengrond matig vertontreinigd met lood en plaatselijk matig verontreinigd met koper. De bovengrond ter plaatse van de boringen 2000, 2004 en 2005 is niet verontreinigd met zware metalen. De resultaten komen nagenoeg overeen met de resultaten in het bodemonderzoek dat in mei 2003 is uitgevoerd. De resultaten van destijds zijn middels onderhavig onderzoek geactualiseerd en bevestigd. Bij het door BodemInzicht in 2022 uitgevoerde bodemonderzoek is reeds een analyse verricht van de boringen 10, 11 en 12 in de mestplaat. De bovengrond van de mestplaat bleek maximaal licht verontreinigd te zijn met lood en zink. Derhalve kan gesteld worden dat de verontreiniging in oostelijk en zuidelijke richting reeds voldoende is afgeperkt. De verontreinigde boringen 2001 en 2002 b3vinden zich op het perceel van derden en boring 2003 bevindt zich noordwestelijk in de mestplaat. De sterke verontreiniging met zink (en lood) op de onderzoekslocatie beperkt tot boring 2003.
Gezien de oppervlakte en de diepte van de verontreiniging is tot nu toe sprake van circa 20 m3 sterk met zink (en lood) verontreinigde grond. De verontreiniging op perceel 4420 van de buren is hierbij niet meegerekend. De verontreiniging dient in noordelijk en in westelijke richting nog verder te worden afgeperkt. Verkennend asbestonderzoek Tijdens het verkennend asbestonderzoek is zintuigelijk geen asbestverdacht (plaat)materiaal aangetroffen. Op het noordelijk terreindeel blijven de gehaltes ruim onder de norm voor nader asbestonderzoek en vormen derhalve geen aanleiding om vervolgonderzoek te verrichten. Ter plaatse van de druppelzone van de werkplaats worden geen asbestvezels gemeten in de fijnste fractie. Het gehalte aan PCB is eveneens niet verhoogd. Vervolgonderzoek is hiervoor derhalve eveneens niet zinvol. De volledige rapportages met de resultaten van de uitgevoerde onderzoeken zijn als bijlage 1 en bijlage 2 bij deze toelichting opgenomen. De resultaten de onderzoeken zijn voorgelegd aan de Omgevingsdienst Rivierland (ODR). Het advies van de ODR is verwerkt in het bestemmingsplan. Om te waarborgen dat de bodemkwaliteit geen belemmeringen oplevert voor de bouw van de woningen, worden in de anterieure overeenkomst en in de planregels voorwaarden opgenomen.
Als voorwaardelijke verplichting voor de omgevingsvergunning voor het bouwen van een nieuwe woning aan de Teisterbandstraat, wordt opgenomen dat een door het bevoegd gezag goedgekeurd saneringsplan wordt aangeleverd en wordt uitgevoerd. Deze voorwaarde heeft geen betrekking op de nieuwe woning aan de Leijensteinstraat. In dit gedeelte van het plangebied is geen verontreiniging aangetroffen. De ODR geeft daarnaast aan, dat bij het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen van de nieuwe woningen, de algemene bodemvoorwaarden als onderdeel van de omgevingsvergunning dienen te worden opgenomen.
Toelichting bestemmingsplan Kerkdriel, herziening 2023 Teisterbandstraat 16
14
Mureau Advies
4.2 Water De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater. Ook verbetert de Waterwet de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. De watertoets is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van de watertoets is dat de waterbelangen evenwichtig worden meegewogen bij de totstandkoming van een plan. Sinds juli 2003 is de watertoets wettelijk verankerd in het Besluit op de Ruimtelijke Ordening. Waterschap Rivierenland Het Waterbeheerprogramma 2022-2027 ‘Versterken. Verbinden. Vergroenen’ bepaalt het waterbeleid van waterschap Rivierenland. Het beschrijft het waterbeheer in het hele rivierengebied en omvat alle watertaken van het waterschap: waterkeringen, waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterketen. Het waterschap beschikt daarnaast over een verordening: de Keur voor waterkeringen en wateren. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden in of nabij de watergangen en waterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels.
In aansluiting op het landelijk beleid hanteert het waterschap het beleid dat bij nieuwe plannen onderzocht moet worden hoe wordt omgegaan met het schone hemelwater dat valt op bebouwing en verhardingen. Het uitgangspunt is om ontwikkelingen hydrologisch neutraal uit te voeren. Het initiatief mag niet leiden tot een verslechtering van de waterhuishoudkundige situatie ter plaatse en in de directe omgeving. Daarnaast is het streven om het schone hemelwater en het verontreinigde afvalwater zo veel mogelijk te scheiden. Voor dit plan is de digitale watertoets van waterschap Rivierenland doorlopen. Uit de ingevoerde gegevens blijkt dat er sprake is van een ruimtelijk plan dat een geringe invloed heeft op de taken en belangen van het waterschap. De normale procedure kan worden doorlopen. Mogelijk vormt de ligging van het plangebied in de buitenbeschermingszone van de waterkering een aandachtspunt. In deze fase van de planvorming (bestemmingsplan) kan volgens het waterschap worden volstaan met het automatisch gegenereerd wateradvies. Gemeente Maasdriel De gemeenteraad van Maasdriel heeft op 19 mei 2022 het Water- en Rioleringsplan Bommelerwaard 2022-2026 vastgesteld. Gemeenten hebben vanuit de Wet milieubeheer een zorgplicht voor de inzameling van stedelijk afvalwater.
De wijze waarop een gemeente hier invulling aan geeft, wordt beschreven in het wettelijk verplichte gemeentelijk rioleringsplan. Daarnaast hebben gemeenten vanuit de Waterwet een zorgplicht voor regenwater en grondwater. In de Bommelerwaard is het GRP sinds 2012 opgegaan in het Water- en Rioleringsplan. Het hemelwaterbeleid van gemeente Maasdriel is opgenomen in bijlage C van het Water- en Rioleringsplan. Het beschrijft de eisen en uitgangspunten waar het initiatief aan moet voldoen. Het ontwerpbestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan Klimaat 2023’ is ter inzage gelegd. Het plan geeft de regels voor het aanleggen van waterberging, bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen. De regels van het ‘Paraplubestemmingsplan Klimaat 2023’ zijn in de planregels van het voorliggende plan verwerkt. Toelichting bestemmingsplan Kerkdriel, herziening 2023 Teisterbandstraat 16
15
Mureau Advies
Bij een planologische ontwikkeling stelt de gemeente de eis dat voor de volledige verharde oppervlakte in de nieuwe situatie (zowel bestaand als nieuw aan te leggen), dat het hemelwater dat valt op de nieuwe verharde oppervlakte, dient te worden geborgen op eigen perceel, en daarna vertraagd kan worden afgevoerd. De capaciteit voor het bergen van hemelwater dient voldoende te zijn voor een bui van T = 10 + 10%. Binnen stedelijk gebied is de vuistregel dat voor een bui T = 10 + 10% per 10.000 m2 verharding, compenserende waterberging moet worden aangelegd met een omvang van 436 m3 open water. De compenserende waterberging moet voldoen aan de volgende eisen: - De bodem van de voorziening dient minimaal 30 cm boven de gemiddeld hoogste grondwaterstand te liggen; - De voorziening moet reinigbaar en inspecteerbaar zijn; - De afvoer uit de voorziening moet plaatsvinden via een functionele bodempassage naar het grondwater en/of via een functionele afvoerconstructie naar het oppervlaktewater of hemelwater- of gemengde riolering. Indien een afvoerconstructie wordt toegepast, dient deze een diameter van 4 cm te hebben; - Er moet altijd een overloopconstructie zijn. Hemelwater De bouw van twee nieuwe woningen met bijgebouw en erfverharding, in combinatie met de sloop van voormalige agrarische bedrijfsgebouwen, leidt tot een afname van het verhard oppervlak in het plangebied.
Conform het gemeentelijk beleid, vormt de volledige verharde oppervlakte in de nieuwe situatie het uitgangspunt bij het bepalen van de noodzakelijke compenserende voorzieningen. De berekening van de verharde oppervlakte in de huidige en toekomstige situatie is door Sloven Architectuur bepaald en weergegeven op afbeeldingen 4.1 en 4.2.
Toelichting bestemmingsplan Kerkdriel, herziening 2023 Teisterbandstraat 16
16
Mureau Advies
Afbeelding 4.1 Verharde oppervlakte huidige situatie
Afbeelding 4.2 Verharde oppervlakte nieuwe situatie
Toelichting bestemmingsplan Kerkdriel, herziening 2023 Teisterbandstraat 16
17
Mureau Advies
Op basis van de verharde oppervlakte van 1.422 m2 is de omvang berekend van de waterbergende voorzieningen die moeten worden aangelegd. Er moet in totaal 62 m3 hemelwater geborgen kunnen worden. Afbeelding 4.3 geeft de berekening weer.
Afbeelding 4.3 Berekening waterretentie
Toelichting bestemmingsplan Kerkdriel, herziening 2023 Teisterbandstraat 16
18
Mureau Advies
De gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) ter plaatse van het plangebied is bepaald aan de hand van langjarige meetreeksen van de Geologische Dienst Nederland, die worden ontsloten via de website Grondwatertools. De GHG bedraagt 2,20 meter boven NAP. Met het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) is bepaald dat de hoogte van het maaiveld ter plaatse van het plangebied 4,65 meter boven NAP bedraagt. De GHG ter plaatse van het plangebied ligt derhalve op meer dan 2,40 meter onder het maaiveld. De resultaten van het bodemonderzoek (bijlage 1 bij deze toelichting) onderschrijven dat. Het onderzoek is uitgevoerd in de natte maanden januari en maart, waarbij grondwaterstanden van 1,89 m – mv, respectievelijk 1,90 – 3,85 m – mv zijn gemeten. De maximale diepte van de waterbergende voorzieningen bedraagt 0,70 meter onder het maaiveld. Gekozen wordt voor een combinatie van natuurlijke bovengrondse voorzieningen en technische ondergrondse voorzieningen, in de vorm van infiltratiekratten. Infiltratiekratten vormen een ondergrondse opslagruimte voor hemelwater. Vanuit deze kratten zakt het hemelwater vertraagd weg in de bodem, richting het grondwater. Het beheer en onderhoud van de infiltratiekratten wordt door de bewoners zelf uitgevoerd. Ook vanuit de retentievijver zakt het hemelwater vertraagd weg in de bodem.
Uit het bodemonderzoek dat is uitgevoerd (bijlage 1 bij deze toelichting) blijkt dat de bodem ter plaatse van het plangebied bestaat uit een mengeling van klei en zand. Dat betekent dat de infiltratiecapaciteit van de bodem voldoende is om het hemelwater vanuit de waterbergende voorzieningen in de bodem te laten zakken, zodat de waterbergende voorziening binnen 48 tot 96 uur weer beschikbaar is. Om het hemelwater te bergen worden per bouwperceel waterbergende voorzieningen aangelegd. De omvang van de waterbergende voorzieningen is gebaseerd op de verharde oppervlakte per perceel. Tabel 4.1 geeft dit weer.
Perceel Teisterbandstraat 16 (bestaand) Teisterbandstraat 16a (nieuw) Leijensteinstraat 13 (nieuw)
Verharde oppervlakte 994 m2 257 m2 171 m2
Waterbergende voorziening 43,3 m3 (retentievijver) 11,2 m3 (infiltratiekratten) 7,5 m3 (infiltratiekratten)
Tabel 4.1 Waterbergende voorzieningen per perceel
Door de gekozen combinatie van natuurlijke bovengrondse voorzieningen en technische ondergrondse voorzieningen wordt per perceel voldaan aan de eis van waterbergende voorzieningen. Het technisch ontwerp van de waterbergende voorzieningen wordt verder uitgewerkt bij de aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen van de nieuwe woningen. In artikel 7.1 van de planregels is door middel van een kwalitatieve verplichting geborgd dat de nadere uitwerking moet voldoen aan de eisen van het gemeentelijk beleid. Bij de woningen worden daarnaast regentonnen geplaatst voor het begieten van tuinplanten. Afvoer van het hemelwater naar het oppervlaktewater is niet mogelijk, omdat in de directe omgeving van het plangebied geen watergangen aanwezig zijn. De hemelwaterafvoer naar het gemeentelijk rioolstelsel wordt volledig gescheiden aangebracht. Zodra het bestaande gemengde rioolstelsel wordt vervangen door een gescheiden rioolstelsel, kan het hemelwater afzonderlijk worden aangesloten op een schoonwaterstelsel. Toelichting bestemmingsplan Kerkdriel, herziening 2023 Teisterbandstraat 16
19
Mureau Advies
Wateroverlast De aanleg van waterbergende voorzieningen en de vermindering van de verharde oppervlakte zorgen er voor dat wateroverlast ten gevolge van piekbuien verminderd wordt. In de huidige situatie is geen sprake van wateroverlast. Door de aanleg van waterbergende voorzieningen en de kleinere verharde oppervlakte in de nieuwe situatie, kan gesteld worden dat ook in de nieuwe situatie geen wateroverlast op zal treden. Het vloerpeil van de nieuwe woningen dient minimaal 30 cm boven het wegpeil van de Teisterbandstraat, respectievelijk de Leijensteinstraat te liggen. Het wegpeil is volgens de AHN gelegen op 4,65 meter boven NAP. Het vloerpeil van de nieuwe woningen wordt aangelegd op minimaal 4,95 meter boven NAP. Daarmee wordt de kans op wateroverlast voor de nieuwe woningen beperkt. Afvalwater Het huishoudelijk afvalwater zal gescheiden van het regenwater worden afgevoerd naar het gemeentelijk rioolstelsel. De aansluiting op het gemeentelijk rioolstelsel zal in overleg met gemeente Maasdriel plaatsvinden, conform de gebruikelijke eisen. Conclusie Het verhard oppervlak in het plangebied neemt door de voorgenomen ontwikkeling af van 1.436 m2 naar 1.422 m2. Vanwege de afname van de verharde oppervlakte, zijn compenserende maatregelen op basis van het beleid van Waterschap Rivierenland niet noodzakelijk.
Gemeente Maasdriel heeft het concept ontwerpbestemmingsplan aan waterschap Rivierenland voorgelegd. Hieruit komen geen bijzondere aandachtspunten voort. Het waterschap heeft aan de hand van de digitale watertoets een positief advies gegeven. Conform de eisen van gemeente Maasdriel, worden per perceel voor de volledige verharde oppervlakte in de nieuwe situatie compenserende waterbergende voorzieningen gerealiseerd, met een omvang van 43,3 m3 (Teisterbandstraat 16), 11,2 m3 (Teisterbandstraat 16a) en 7,5 m3 (Leijensteinstraat 13). 4.3 Erfgoed De kaders voor bescherming van de archeologische en cultuurhistorische waarden worden gevormd door de Erfgoedwet en het Bro. De Erfgoedwet (2016) bundelt bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. In het Bro is bepaald dat een ruimtelijk plan een beschrijving moet bevatten die weergeeft hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. 4.3.1 Archeologie De gemeenteraad heeft op 18 opril 2013 het Archeologiebeleid Maasdriel ‘Aantrekkelijk verleden tussen de rivieren’ vastgesteld. De archeologische beleidsadvieskaart maakt onderdeel uit van het beleid. Het volledige plangebied heeft in deze beleidskaart de aanduiding ‘Waarde – archeologie 3’. Afbeelding 4.3 geeft dat weer.
In gebieden met de aanduiding ‘Waarde – Archeologie 3’ ligt de noodzaak voor het uitvoeren van archeologisch onderzoek bij bouwplannen met een oppervlakte groter dan 500 m2, waarbij de bodem dieper geroerd wordt dan 30 cm. Met de voorgenomen nieuwbouw en sloop Toelichting bestemmingsplan Kerkdriel, herziening 2023 Teisterbandstraat 16
20
Mureau Advies
van voormalige bedrijfsgebouwen, kan deze drempelwaarde worden overschreden. De initiatiefnemers hebben aan gespecialiseerd bureau ArcheoPro opdracht gegeven voor het uitvoeren van een archeologisch onderzoek.
Afbeelding 4.3 Uitsnede archeologische beleidskaart
Uit het uitgevoerde onderzoek blijkt dat ter plaatse van het plangebied sprake is van sterke bodemverstoring, die waarschijnlijk is veroorzaakt tijdens de bouw en de sloop van de negentiende eeuwse gebouwen die op het zuidoostelijke en centrale deel van het plangebied aanwezig waren. De sterke roering van de bodem in de negentiende en het begin van de twintigste eeuw betekent dat de kans op de aanwezigheid van behoudenswaardige archeologische resten die dateren van voor de negentiende eeuw, erg klein is. Overigens zijn ondanks de zeer hoge boordichtheid in geen van de boringen archeologische indicatoren aangetroffen die op de aanwezigheid van dergelijke resten zouden kunnen wijzen. Namens gemeente Maasdriel is regioarcheoloog Rivierenland akkoord met de conclusies van dit onderzoek. Het besluit is genomen het selectieadvies uit het archeologisch onderzoek in zijn geheel over te nemen. Ten aanzien van archeologie zijn er derhalve geen belemmeringen meer voor de uitvoering van de voorgenomen plannen. De volledige rapportage met de resultaten van het uitgevoerde onderzoek is opgenomen als bijlage 3 bij deze toelichting. Op basis van het door gemeente Maasdriel akkoord bevonden selectieadvies, wordt in het voorliggende bestemmingsplan geen dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ aan het plangebied toegekend.
4.3.2 Cultuurhistorie De bestaande bedrijfswoning met de aangebouwde schuur is aangewezen als gemeentelijke monument. Het initiatief heeft betrekking op de bouw van twee nieuwe vrijstaande woningen en de sloop van voormalige agrarische bedrijfsgebouwen. De te slopen bedrijfsgebouwen Toelichting bestemmingsplan Kerkdriel, herziening 2023 Teisterbandstraat 16
21
Mureau Advies
hebben geen cultuurhistorische waarde. De bestaande bedrijfswoning met de aangebouwde schuur blijft behouden en krijgt in het voorliggende bestemmingsplan de dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie’. Daarmee worden de aanwezige cultuurhistorische waarden beschermd. Het initiatief heeft een positief effect op het aspect cultuurhistorie. De woonbestemming voor de cultuurhistorisch waardevolle bebouwing, in combinatie met de bouw van twee nieuwe vrijstaande woningen, vormt een economische drager voor het onderhoud en beheer van de cultuurhistorisch waardevolle bebouwing. Om te bepalen of binnen het plangebied sprake is van andere cultuurhistorische elementen waarmee rekening gehouden dient te worden, is de provinciale cultuurhistorische waardenkaart geraadpleegd. Hierop staan de bepalende cultuurhistorische elementen aangegeven. Uit de cultuurhistorische waardenkaart blijkt dat in het plangebied geen andere cultuurhistorisch gewaardeerde aspecten of monumenten aanwezig zijn. Daarnaast zijn ook in de directe omgeving geen cultuurhistorische waarden aanwezig, waar het plan invloed op heeft.
4.4 Ecologie 4.4.1 Gebiedsbescherming Bij ruimtelijke plannen is toetsing aan de natuurwetgeving verplicht. De Flora- en faunawet, Boswet en Natuurbeschermingswet 1998 zijn opgegaan in de Wet natuurbescherming, die op 1 januari 2017 in werking is getreden. De bescherming van Natura-2000 gebieden is geregeld in de Wet natuurbescherming, die de implementatie vormt van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. De Natura-2000 gebieden vormen samen een Europees netwerk van natuurgebieden. Als ontwikkelingen (mogelijk) leiden tot aantasting van natuurwaarden binnen een Natura-2000 gebied, moet een vergunning worden aangevraagd. Gedeputeerde Staten van de provincie zijn het bevoegd gezag voor verlening van deze vergunning. Verder moet rekening gehouden worden met het beleid ten aanzien van Natuurnetwerk Nederland (NNN). De regels met betrekking tot het NNN zijn opgenomen in de provinciale verordening. Ten aanzien van ontwikkelingen binnen het NNN geldt het ‘nee, tenzij-principe’. Het plangebied is niet gelegen in of op korte afstand van een Natura-2000 gebied of in het NNN. Het Natura-2000 gebied Rijntakken is gelegen op circa 5 km ten noorden van het plangebied en het Vlijmens Ven, Moerputten en Bossche Broek op circa 10 km ten zuidwesten.
Gezien de kleinschaligheid van het initiatief en de ligging van het plangebied, zijn geen negatieve gevolgen te verwachten voor Natura-2000 gebieden of het NNN. Het is uitgesloten dat ten gevolge van het plan sprake is van verstoring, vernietiging, versnippering of verdroging/vernatting. Een significante toename van de stikstofdepositie op Natura-2000 gebieden is redelijkerwijs uitgesloten. Om dat nader te onderbouwen is voor onderhavige ontwikkeling een Aerius berekening uitgevoerd voor de realisatie- en gebruiksfase van de beoogde nieuwe woningen. De Aerius berekening is als bijlage 4 bij deze toelichting opgenomen. Uit de berekening blijkt dat bij zowel de realisatiefase als de gebruiksfase de rekenresultaten 0,00 mol/ha/jaar bedragen. Daarmee kunnen op voorhand negatieve effecten op Natura-2000 gebieden vanwege stikstofdepositie uitgesloten worden. 4.4.2 Soortenbescherming
Toelichting bestemmingsplan Kerkdriel, herziening 2023 Teisterbandstraat 16
22
Mureau Advies
De bescherming van dier- en plantensoorten is eveneens in de Wet natuurbescherming geregeld. In deze wet zijn drie beschermingsregimes opgenomen: voor vogels in de zin van de Vogelrichtlijn, voor dier- en plantensoorten uit de Habitatrichtlijn en voor overige soorten. Het is verboden om beschermde diersoorten opzettelijk te doden, te vangen of te verstoren. Hun voortplanting- en rustplaatsen mogen niet (opzettelijk) worden beschadigd of vernield en beschermde plantensoorten mogen niet worden vernield. Het plangebied is gelegen in het stedelijk gebied van de kern Kerkdriel en momenteel in gebruik als agrarisch erf. Het plangebied wordt goed onderhouden en intensief gebruikt. Vanwege de ligging in stedelijk gebied en het intensieve gebruik, is de kans dat binnen het plangebied beschermde soorten voorkomen als nihil in te schatten. In gebruik zijnde nesten van algemene broedvogels, zoals mezen, merels en duiven, zijn beschermd en kunnen binnen de invloedsfeer van de bouwwerkzaamheden voorkomen. Er kan rekening gehouden worden met algemene broedvogels, door buiten het broedseizoen te werken. Het broedseizoen loopt globaal van 15 maart tot 15 juli. Ook kan als alternatief, indien toch binnen het broedseizoen gewerkt moet worden, vooraf een broedvogelcontrole worden uitgevoerd.
Vanwege het ontbreken van beschermde soorten en door buiten het broedseizoen te werken, kan op voorhand worden gesteld dat het plan voor het aspect soortenbescherming niet in strijd is met de Wet natuurbescherming.
4.5 Wegverkeerslawaai Door middel van de Wet geluidhinder (Wgh) worden de zogenoemde geluidgevoelige objecten beschermd tegen lawaai. De Wgh kent een stelsel van normen ter voorkoming van geluidhinder. Ter bescherming van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen zijn grenswaarden opgenomen, zijnde een ondergrens (voorkeursgrenswaarde) en bovengrens (maximaal toelaatbare grenswaarde). De Wgh biedt gemeenten de mogelijkheid maatwerk te leveren voor de lokale situatie, door het vaststellen van een hogere waarde dan de ondergrens, tot maximaal de bovengrens. De nieuwe woningen die worden gebouwd in het plangebied, betreffen geluidgevoelige functies in het kader van de Wgh. De nieuwe woningen worden ontsloten op de Teisterbandstraat (één woning) en de Leijensteinstraat (één woning). De Teisterbandstraat en de Leijensteinstraat zijn rustige met klinkers verharde wegen, die voornamelijk door bestemmingsverkeer worden gebruikt. Ter plaatse is een maximumsnelheid van 30 km/uur van kracht. De Wet geluidhinder geldt niet voor 30-km wegen en woonerven. Het plangebied is niet gelegen binnen de geluidzone van andere (hoofd)wegen of spoorwegen. Vanwege de lage verkeersintensiteit en de maximumsnelheid van 30 km/uur, wordt nader akoestisch onderzoek niet noodzakelijk geacht.
4.6 Bedrijven en milieuzonering Milieuzonering beoogt een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds milieubelastende bedrijven en anderzijds milieugevoelige functies aan te brengen. De kwaliteit van het woonen leefklimaat wordt daardoor gehandhaafd en bevorderd. In het algemeen wordt door het aanbrengen van een zonering tussen bedrijvigheid en woonbebouwing de overlast ten gevolge van de bedrijfsactiviteiten zo laag mogelijk gehouden. Bedrijven zijn in de VNG-brochure Toelichting bestemmingsplan Kerkdriel, herziening 2023 Teisterbandstraat 16
23
Mureau Advies
‘Bedrijven en milieuzonering 2009’ ingedeeld in een aantal categorieën met bijbehorende gewenste richtafstand tot milieugevoelige functies. Deze afstanden kunnen als basis worden gehanteerd, maar zijn indicatief. Voor het plangebied tussen de Teisterbandstraat en Leijensteinstraat leidt het initiatief tot het toevoegen van milieugevoelige functies in de vorm van twee nieuwe woningen. De bestaande woning wordt, conform de huidige situatie, gebruikt voor bewoning. Voor de bestaande woning is toetsing niet noodzakelijk. Het plangebied en omgeving kan worden gekarakteriseerd als een gemengd gebied, vanwege de verschillende functies wonen, bedrijvigheid en maatschappelijke voorzieningen die in de nabije omgeving voorkomen. Indien noodzakelijk, kan bij toetsing aan de normen uit de VNG brochure de indicatieve afstand met een stap verlaagd worden. Nieuwe woning Teisterbandstraat Binnen een afstand van 50 meter tot het plangebied bevinden zich vier locaties met bedrijfsmatige activiteiten. Deze zijn in tabel 4.2 weergegeven. Bij het bepalen van de werkelijke afstand is gemeten vanaf de rand van het bouwvlak.
Adres Leijensteinstraat 15a Lage Hof 2 Teisterbandstraat 12 Kerkstraat 1
Activiteit Motorrijwielen handel en reparatie Tandarts Cafetaria Kerk
Richtafstand 30,0 m
Werkelijke afstand 24,0 m
10,0 m 10,0 m 30,0 m
31,0 m 42,0 m 45,0 m
Tabel 4.2 Bedrijfsmatige activiteiten in omgeving plangebied
Het handels- en reparatiebedrijf in motorrijwielen aan de Leijensteinstraat is gelegen op een afstand van 24 meter tot het plangebied. Vanwege de ligging in gemengd gebied, kan de indicatieve afstand van 30 meter met één stap worden verlaagd tot 10 meter. De werkelijke afstand bedraagt meer dan de gecorrigeerde richtafstand. De tandartspraktijk aan de Lage Hof 2, het cafetaria aan de Teisterband 12 en de kerk aan de Kerkstraat 1 zijn gelegen op een afstand ruim meer dan de richtafstand tot het plangebied. Gesteld kan worden dat voor de nieuwe woning aan de Teisterbandstraat sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Nieuwe woning Leijensteinstraat Binnen een afstand van 50 meter tot het perceel met de nieuwe woning bevinden zich twee locaties met bedrijfsmatige activiteiten. Deze zijn in tabel 4.3 weergegeven. Bij het bepalen van de werkelijke afstand is gemeten vanaf de rand van het bouwvlak.
Adres Leijensteinstraat 4 Leijensteinstraat 15a
Activiteit Gezondheidscentrum / apotheek Motorrijwielen handel en reparatie
Richtafstand 10,0 m
Werkelijke afstand 40,0 m
30,0 m
21,0 m
Tabel 4.3 Bedrijfsmatige activiteiten in omgeving plangebied
Toelichting bestemmingsplan Kerkdriel, herziening 2023 Teisterbandstraat 16
24
Mureau Advies
Het gezondheidscentrum / apotheek aan de Leijensteinstraat 4 is gelegen op een afstand van 40 meter tot het plangebied. Dat is ruim meer dan de richtafstand van 10 meter. Het handelsen reparatiebedrijf in motorrijwielen aan de Leijensteinstraat is gelegen op een afstand van 21 meter tot het plangebied. Vanwege de ligging in gemengd gebied, kan de indicatieve afstand van 30 meter met één stap worden verlaagd tot 10 meter. De werkelijke afstand bedraagt meer dan de gecorrigeerde richtafstand. Gesteld kan worden dat voor de nieuwe woning aan de Leijensteinstraat sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Bestaande woning Teisterbandstraat 16 De bestaande cultuurhistorisch waardevolle bedrijfswoning wordt in de nieuwe situatie gebruikt voor bewoning. Dat is conform de bestaande situatie en behoeft niet nader te worden getoetst. Gevolgen voor omliggende bedrijven De bestaande bedrijfsmatige activiteiten in de omgeving van het plangebied worden in de huidige situatie uitgevoerd in een gemengd gebied, met bestaande woningen op korte afstand van de bedrijfslocaties. Deze bestaande woningen zijn gelegen op kortere afstand dan de nieuw te bouwen woningen. Het initiatief leidt derhalve niet tot beperkingen voor de bedrijfsvoering of ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bedrijven.
Bedrijfsmatige activiteiten binnen het plangebied Binnen het plangebied worden in de nieuwe situatie geen bedrijfsmatige activiteiten uitgevoerd. Door het wijzigen van de agrarische bestemming, behoren de bedrijfsmatige agrarische activiteiten, en mogelijk daarmee gepaard gaande overlast, definitief tot het verleden.
4.7 Geur De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het beoordelingskader voor geur bij milieuvergunningen, bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen. Het gaat uitdrukkelijk om agrarische geur van landbouwhuisdieren uit stallen. De Wgv maakt onderscheid in geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom en buiten de bebouwde kom en of betrokken bedrijven wel of geen dieren houden waarvoor geuremissiefactoren zijn vastgesteld. De toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object, binnen de bebouwde kom, mag in beginsel niet meer bedragen dan 2 odour units (Oue). Indien geen dieren worden gehouden waarvoor een geuremissiefactor is vastgesteld en derhalve geen geurbelasting kan worden bepaald, gelden vaste afstanden. Ook hier is er onderscheid tussen binnen en buiten de bebouwde kom. In lijn met de bepalingen uit de Wgv zijn de genoemde normen voor geurbelasting en vaste afstanden overeenkomstig opgenomen in het Activiteitenbesluit. Binnen het plangebied worden in de nieuwe situatie niet bedrijfsmatig dieren gehouden. Het is in het kader van de Wgv niet noodzakelijk te toetsen op de afstand tot omliggende geurgevoelige objecten. Door het wijzigen van de agrarische bestemming, behoren de bedrijfsmatige agrarische activiteiten, en mogelijk daarmee gepaard gaande geuroverlast, definitief tot het verleden.
Geurhinder wordt bepaald op basis van de voorgrondbelasting en de achtergrondbelasting. Met de voorgrondbelasting wordt de geurbelasting bedoeld van die veehouderij welke de meeste geurbelasting op een geurgevoelig object veroorzaakt. De achtergrondbelasting wordt veroorzaakt door alle veehouderijen die rondom een geurgevoelig object zijn gelegen. Toelichting bestemmingsplan Kerkdriel, herziening 2023 Teisterbandstraat 16
25
Mureau Advies
Het plangebied is gelegen in de kern Kerkdriel. In de omgeving bevinden zich geen veehouderijen. De agrarische bedrijven net buiten de kern zijn bedrijven waar geen dieren worden gehouden. Op circa 600 meter van het plangebied is aan de Paterstraat 13 een paardenhouderij gelegen. Deze vormt geen belemmering. Overige veehouderijen bevinden zich op een afstand van meer dan 1 km tot het plangebied. Vanwege de grote afstand tot het plangebied, is het niet noodzakelijk de geurbelasting op het plangebied te berekenen. Het aspect geur vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.8 Externe veiligheid Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stoffen. De handelingen kunnen betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie, en tevens op het transport van gevaarlijke stoffen. Het wettelijk kader voor externe veiligheid bestaat onder meer uit: Besluit externe veiligheid inrichtingen, Besluit externe veiligheid buisleidingen en Besluit externe veiligheid transportroutes. Bij ruimtelijke plannen moeten de risico’s in het plangebied ten gevolge van de handelingen met gevaarlijke stoffen in beeld worden gebracht. Enerzijds gaat het over de risicobronnen (bedrijven of transportroutes) en anderzijds over de risico ontvangers (omstanders). Het aspect externe veiligheid moet getoetst worden als bij een ontwikkeling (beperkt) kwetsbare objecten worden toegestaan. (Beperkt) kwetsbare objecten zijn onder andere woningen, scholen, ziekenhuizen, hotels en restaurants. Het initiatief leidt door het bouwen van twee woningen tot het toevoegen van (beperkt) kwetsbare objecten. In deze paragraaf wordt nagegaan of zich in de nabijheid van het plangebied risicovolle activiteiten bevinden (zoals Bevi-bedrijven, BRZO-bedrijven en transportroutes), of dat de ontwikkeling leidt tot risicovolle activiteiten.