3. Bijlage 1 Was-wordt-lijst RvO Maasdriel
Tekst van het document
Bijlage 1 WAS/WORDT-LIJST REGLEMENT VAN ORDE 2023 Onderstaand de wijzigingen die worden voorgesteld ten opzichte van het huidige Reglement van orde (RvO) van de gemeenteraad van Maasdriel. In de linker kolom is de tekst opgenomen van het huidige RvO, in de middelste kolom de tekst zoals deze wordt voorgesteld in het nieuwe RvO. WAS
WORDT
TOELICHTING WIJZIGING
Artikel 2. Het presidium
Artikel 2. Het presidium
Voor de formuleringen in de artikelen 2 en 2a wordt aangesloten de het model verordening van de VNG. In Maasdriel had het seniorenconvent de taak om de tot taak het bespreken van zaken van vertrouwelijke aard die (nog) niet in het openbaar behandeld kunnen worden en zaken waarbij de privacy van personen in het geding is.
1. Er is een presidium dat bestaat uit de voorzitter en de fractievoorzitters.
1. Er is een presidium dat bestaat uit de voorzitter en de fractievoorzitters.
2. Fractievoorzitters wijzen elk een raadslid aan dat hen bij afwezigheid in het presidium vervangt.
2. Fractievoorzitters wijzen elk een raadslid aan dat hen bij afwezigheid in het presidium vervangt.
3. Het presidium kan anderen uitnodigen deel te nemen aan zijn vergaderingen.
3. Het presidium kan anderen uitnodigen deel te nemen aan zijn vergaderingen.
4. Het presidium heeft de volgende taken:
4. Het presidium doet aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie en het functioneren van de raad en de raadscommissies voor zover het niet betreft de taken van de agendacommissie.
a. het voorbereiden en vaststellen van voorlopige agenda’s voor raadsvergaderingen en raadscommissievergaderingen; b. het vaststellen van de vergadercyclus van de raad en van de raadscommissies, en c. het vaststellen van vergaderingen als bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de wet, en in het derde lid. In aanvulling op de raadscommissievergaderingen, bedoeld in het vierde lid, onder b, vergadert een raadscommissie voorts als haar voorzitter het nodig acht of als ten minste twee fracties schriftelijk, met opgaaf van redenen, daarom verzoeken.
Deze werkwijze mag niet meer volgens de gemeentewet. Het bespreken van ‘zaken van vertrouwelijke aard die (nog) niet in het openbaar behandeld kunnen worden’ dient gewoon in de raad of een commissie plaats te vinden, waarbij onder voorwaarden opgenomen in de Wet Open Overheid, geheimhouding kan worden opgelegd. Het is al gebruik om met de fractievoorzitters (in seniorenconvent of presidium) te overleggen over het functioneren van de raad en de raadscommissies. Dit is hierbij bevestigd.
WAS
WORDT
TOELICHTING WIJZIGING
Artikel 2a Het seniorenconvent
Artikel 2a. De agendacommissie en het vaststellen van vergaderingen
De taken van het oude seniorenconvent zijn nu overgegaan op het presidium. Voor de taken rond het opstellen van agenda’s voor raad en commissies wordt het wenselijk geacht om, in overeenstemming met de modelverordening, een agendacommissie in te stellen en hier ook de commissievoorzitters bij te betrekken.
1. De raad heeft een seniorenconvent. 2. Het seniorenconvent bestaat uit de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter van de gemeenteraad en de fractievoorzitters. 3. Een fractievoorzitter kan zich niet laten vervangen in het seniorenconvent. Indien een fractievoorzitter afwezig is, wordt hij/zij door de voorzitter geïnformeerd over het verloop van de vergadering van het seniorenconvent. 4. Het seniorenconvent heeft tot taak het bespreken van zaken van vertrouwelijke aard die (nog) niet in het openbaar behandeld kunnen worden en zaken waarbij de privacy van personen in het geding is. 5. De vergaderingen van het seniorenconvent vinden in beslotenheid plaats. 6. Het seniorenconvent valt onder de werking van het geheimhoudingsprotocol 7. De voorzitter kan, gehoord het seniorenconvent, aan degenen die aanwezig zijn bij een vergadering als bedoeld in het vorige lid geheimhouding opleggen ten aanzien van het besprokene en de inhoud van overgelegde stukken. Gelijktijdig met het opleggen van geheimhouding bepaalt de voorzitter tot wanneer de geheimhouding geldt. 8. De griffier is in elke vergadering van het seniorenconvent aanwezig.
1. Er is een agendacommissie die bestaat uit het presidium aangevuld met de voorzitters van raadscommissies. 2. Ze heeft in ieder geval de volgende taken: a. het vaststellen van datum en tijdstip voor de vergaderingen en andere bijeenkomsten van de raad, de raadscommissies en andere door de raad ingestelde gremia; b. het voorbereiden en vaststellen van voorlopige agenda’s voor deze vergaderingen en bijeenkomsten, en c.
het doen van aanbevelingen aan de raad inzake zijn werkwijze.
In de agendacommissie worden immers vooral besluiten genomen die betrekking hebben op de vergaderingen die zij moeten voorzitten. Daarom wordt voorgesteld de agendacommissie te laten bestaan uit de fractievoorzitters (zoals momenteel ook geldt voor het presidium) en voor de agendacommissie uit te gaan van datzelfde presidium, aangevuld met de voorzitters van de commissies en de vicevoorzitter van de raad. Vanuit deze kleine verandering kan rustig gekeken worden of verdere aanpassing van de werkwijze in de toekomst wenselijk is.
WAS
WORDT
Artikel 5. Benoeming wethouders
Artikel 5. Benoeming wethouders
1. Bij de benoeming van een wethouder stelt de raad een commissie ‘benoembaarheid wethouders’ bestaande uit drie raadsleden
1. Bij de benoeming van een wethouder stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden.
2. Bij een tussentijdse benoeming van (een) wethouder zal in deze commissie geen raadslid zitting hebben, behorende tot de fractie van waaruit de kandidaat wordt voorgedragen. Bij een compleet nieuwe collegebenoeming wordt deze voorwaarde losgelaten.
2. Deze onderzoekt of de benoeming van de kandidaat-wethouder voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de wet.
3. De burgemeester geeft voor de aanvang van iedere ambtstermijn opdracht om de kandidaatwethouders aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen. De burgemeester brengt over het eindresultaat daarvan verslag uit aan de raad c.q. de commissie ‘benoembaarheid wethouders’. De risicoanalyse en de eindconclusie zijn niet openbaar. 4. De commissie ‘Benoembaarheid wethouders’ onderzoekt of de benoeming van de kandidaat-wethouder voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de wet 5. De commissie verricht zijn werkzaamheden in een niet openbare vergadering waarvan geen verslag wordt gelegd. 6. De commissie brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder. Indien de commissie ‘benoembaarheid wethouders’ niet unaniem is in zijn oordeel wordt hiervan melding gemaakt.
3. De commissie brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder. Indien de commissie niet unaniem is in zijn oordeel wordt hiervan melding gemaakt. 4. De burgemeester geeft voor aanvang van iedere ambtstermijn opdracht om de kandidaat-wethouders aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen. De burgemeester brengt over het eindresultaat daarvan verslag uit aan de raad.
TOELICHTING WIJZIGING In Maasdriel was er vooruitlopend op de wettelijke regelingen een eigen bepaling opgenomen over de integriteitstoetsing van wethouders. De formulering wijkt af van het model en is ook juridisch niet juist.(Een compleet nieuwe collegebenoeming zou ook de benoeming van een nieuwe burgemeester impliceren). Ook hier wordt (mede gezien het verplichtende karakter) voorgesteld de werkwijze over te nemen zoals opgenomen in de modelverordening van de VNG.
WAS
WORDT
TOELICHTING WIJZIGING
Artikel 8. Ter inzage leggen van stukken
Artikel 8. Ter inzage leggen van stukken
Aangepast aan de nieuwe eisen over het opleggen, bekrachtigen en opheffen geheimhouding
1. …
1. …
2. …
2. …
3. Stukken waaromtrent op grond van artikel 25, eerste of tweede lid, van de wet geheimhouding is opgelegd, blijven in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier en verleent deze de raadsleden op verzoek inzage.
3. Informatie van de raad of aan de raad verstrekte informatie waaromtrent op grond van hoofdstuk Va, van de wet geheimhouding is opgelegd, blijft in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier.
Artikel 21. Ingekomen stukken
Artikel 21. Ingekomen stukken
1. …
1. …
2. Na de vaststelling van het verslag stelt de raad, op voorstel van het presidium, of in geval van onverwijlde spoed de griffier, de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast.
2. De raad stelt, op voorstel van het presidium, of in geval van onverwijlde spoed de griffier, de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast.
De raad stelt de agenda vast op voorstel van de agendacommissie. De aanduiding na “vaststelling van het verslag” is daarmee overbodig.
WAS
WORDT
TOELICHTING WIJZIGING
Artikel 23. Verslag besloten vergadering
Artikel 23. Verslag besloten vergadering
Aangepast aan de nieuwe eisen over het opleggen, bekrachtigen en opheffen geheimhouding
1. Conceptverslagen en -besluitenlijsten van besloten raadsvergaderingen worden niet verspreid, maar uitsluitend voor de raadsleden ter inzage gelegd bij de griffier.
1. Conceptverslagen en -besluitenlijsten van besloten raadsvergaderingen worden niet verspreid, maar berusten bij de griffier.
2. Deze verslagen en besluitenlijsten worden zo spoedig mogelijk in een besloten raadsvergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet openbaar maken van het vastgestelde verslag en de besluitenlijst.
2. Deze verslagen en besluitenlijsten worden zo spoedig mogelijk in een besloten raadsvergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet opheffen van de geheimhouding op het vastgestelde verslag en de besluitenlijst.
3. De vastgestelde verslagen en besluitenlijsten worden door de voorzitter en de griffier ondertekend.
3. De vastgestelde verslagen en besluitenlijsten worden door de voorzitter en de griffier ondertekend.
Artikel 24. Opheffing geheimhouding
Artikel 24. Opheffing geheimhouding
Als de raad op grond van de artikelen 25, derde en vierde lid, 55, tweede en derde lid, of 86, tweede en derde lid, van de wet voornemens is de geheimhouding op te heffen dan wel niet te bekrachtigen, wordt, als het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten raadsvergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd.
Als de raad op grond van artikel 89, vierde lid, van de wet voornemens is de geheimhouding van aan de raad verstrekte informatie op te heffen, wordt, als het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten raadsvergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd.
Aangepast aan de nieuwe eisen over het opleggen, bekrachtigen en opheffen geheimhouding
WAS
WORDT
Artikel 28. Moties
Artikel 28. Moties
1. …
1. …
2. …
2. …
3. De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda opgenomen onderwerpen zijn behandeld
3. De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda opgenomen onderwerpen zijn behandeld, tenzij de raad anders besluit.
Artikel 29. Initiatiefvoorstel 1. Raadsleden dienen initiatiefvoorstellen schriftelijk in bij de voorzitter. Deze brengt een ingediend voorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van het college. 2. …
Artikel 29. Initiatiefvoorstel 1. Raadsleden dienen initiatiefvoorstellen schriftelijk in bij de voorzitter. Deze brengt een ingediend voorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college. 2. …
TOELICHTING WIJZIGING In artikel 28 (Moties) wordt ten aanzien van de ‘moties vreemd aan de agenda’ gesteld dat deze aan het eind van de vergadering worden behandeld. Omdat het voor kan komen dat moties interessant zijn voor aanwezig publiek of om een andere reden eerder besproken moeten worden, wordt geadviseerd hier voor de helderheid de woorden ‘tenzij de raad anders besluit’ aan toe te voegen. Bij het verspreiden van de initiatiefvoorstellen wordt de voorzitter in artikel 29 opgedragen een initiatiefvoorstel ‘zo spoedig mogelijk ter kennis te brengen van de leden van het college’. Om te voorkomen dat raadsleden pas hierna geïnformeerd worden wordt voorgesteld hier ook de raadsleden expliciet te benoemen.
WAS
WORDT
Artikel 32. Schriftelijke vragen
Artikel 32. Schriftelijke vragen
1. Raadsleden dienen schriftelijke vragen aan het college of de burgemeester in bij de griffier, waarbij wordt aangegeven of er een voorkeur voor schriftelijke of mondelinge beantwoording bestaat.
1. Raadsleden dienen schriftelijke vragen aan het college of de burgemeester in bij de griffier, waarbij wordt aangegeven of er een voorkeur voor schriftelijke of mondelinge beantwoording bestaat.
2. De griffier brengt de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester.
2. De griffier brengt de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester.
3. Schriftelijke beantwoording gebeurt zo spoedig mogelijk, in ieder geval binnen vier weken nadat de vragen zijn ingediend.
3. Schriftelijke beantwoording gebeurt zo spoedig mogelijk, in ieder geval binnen vier weken nadat de vragen zijn ingediend.
4. Schriftelijke antwoorden van het college of de burgemeester worden door de griffier aan de raadsleden toegezonden. 5. De vragensteller kan bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in dezelfde raadsvergadering nadere inlichtingen vragen over het door het college of de burgemeester gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist.
4. Mondelinge beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende raadsvergadering tenzij het college of de burgemeester de raad in deze vergadering gemotiveerd in kennis stelt dat dit onmogelijk is, waarbij tevens aangegeven wordt binnen welke termijn beantwoording zal plaatsvinden. 5. Schriftelijke antwoorden van het college of de burgemeester worden door de griffier aan de raadsleden toegezonden. 6. De vragensteller kan bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in dezelfde raadsvergadering nadere inlichtingen vragen over het door het college of de burgemeester gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist.
TOELICHTING WIJZIGING In artikel 32 wordt een raadslid de mogelijkheid geboden antwoorden op zijn of haar vragen schriftelijk, dan wel mondeling te verkrijgen. Voor zover het een schriftelijke beantwoording betreft, staat de procedure nader omschreven. Wordt echter gekozen voor een mondelinge beantwoording, dan is niet duidelijk welke procedure wordt gevolgd. In het VNG-model is deze stap wel omschreven en worden de antwoorden formeel afgehecht in de raad. Ook het laatste lid van het RvO in Maasdriel impliceert dat de beantwoording van schriftelijke vragen aandacht krijgt in de raadsvergadering. Voorgesteld wordt daarom het VNG-model te volgen, een extra lid toe te voegen aan artikel 32.
WAS
WORDT
Artikel 35. Debat
[Vervallen]
1. Het verzoek tot het houden van een debat over een niet op de agenda opgenomen onderwerp wordt, behoudens in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisenden gevallen, vóór 12.00 uur op de maandag voorafgaand aan de vergadering schriftelijk bij de voorzitter ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover een debat wordt verlangd. 2. De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en het college. Bij het vaststellen van de agenda van de eerstvolgende vergadering na de indiening van het verzoek wordt het verzoek in stemming gebracht. Het debat vindt plaats nadat alle op de agenda opgnomen onderwerpen zijn behandeld.
TOELICHTING WIJZIGING Deze bepaling is een Maasdrielse bepaling – deze is niet opgenomen in het modelreglement. De vraag is of de mogelijkheid om te verzoeken om een debat veel toevoegt aan het instrumentarium dat een raadslid al heeft. Denk daarbij aan het via een motie agenderen van een onderwerp of het indienen van een interpellatieverzoek. Zeker in een aanpak waarbij beeldvorming over een onderwerp voorafgaat aan het houden van een debat, ligt het niet voor de hand een debat te voeren zonder enige voorbereiding (tenzij het een spoedgeval/interpellatie betreft). Voorgesteld wordt daarom artikel 35 te schrappen.