230817 Raadsvoorstel MIRT onderzoek gebiedsontwikkeling Alem
Tekst van het document
Samenvatting raadsvoorstel
Onderwerp
: MIRT-onderzoek gebiedsontwikkeling Alem en St. Andries
Kern van het raadsvoorstel De raad neemt kennis van het MIRT-onderzoek gebiedsontwikkeling Alem en St. Andries en stemt in met een vervolgonderzoek naar de gebiedsontwikkeling Alem en St. Andries in de vorm van een verkenning. Gerelateerde raadsstukken Masterplan Maas, vastgesteld door de raad d.d. 8 oktober 2020 Schriftelijke vragen ex artikel 32 Reglement van Orde - nummer 2022-11 inzake onderzoek Ontzandingen Alem
Raadsvoorstel
Onderwerp
: MIRT-onderzoek gebiedsontwikkeling Alem en St. Andries
Zaaknummer
: 823483
Datum collegevergadering
: 22 augustus 2023
Datum raadsbesluit
: 28 september 2023
Datum raadsvergadering
: 28 september 2023
Portefeuillehouder
: Wethouder De Vries
Inlichtingen bij
: Gemeente Maasdriel, afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling MSD, Gaston Graaf/ Sander Bosch
Voorstel 1. Kennis te nemen van het MIRT-onderzoek gebiedsontwikkeling Alem en St. Andries als afronding van fase 1. 2. In te stemmen met de start van fase 2 in de vorm van een verkenning naar de gebiedsontwikkeling Alem en St. Andries, en hiervoor een projectbudget van €75.000 beschikbaar te stellen. 3. Hiervoor de bestemmingsreserve Projectbudgetten te voeden met € 75.000 ten laste van de Algemene Reserve
Inleiding In 2020 heeft de gemeenteraad het Masterplan Maas vastgesteld. Eén van de uit te werken projecten in dit plan en een belangrijk onderdeel is de gebiedsontwikkeling Alem en St. Andries. Zowel het Masterplan Maas al de gebiedsontwikkeling behoren tot de majeure projecten van de gemeente Maasdriel. Deze gebiedsontwikkeling is, in lijn met het Masterplan, erop gericht de omgeving langs de Maas een prettige verblijfplaats voor bewoners en recreanten te maken en natuur te ontwikkelen. In het Masterplan staan de volgende opgaven in het gebied Alem en St. Andries benoemd: - Versterken van het dorpsfront Alem - Natuurontwikkeling in/rond de Piekenwaard - Langzaam-verkeersverbinding tussen Alem en Kerkdriel - Natuurontwikkeling rond Fort St. Andries Het Masterplan was mede aanleiding om een MIRT-onderzoek uit te voeren naar mogelijkheden voor een gebiedsontwikkeling rond Alem. In overleg met Rijkswaterstaat, provincie Gelderland, de waterschappen Aa en Maas en Rivierenland en Dekker Groep zijn daarbij de volgende doelen gesteld: 1) ontwikkeling riviernatuur; 2) versterken leefbaarheid en toeristisch-recreatieve potentie; 3) rivierverbeteringen; 4) grondstoffenwinning. Dit MIRT-onderzoek is in concept gereed en wordt hierbij aan de raad aangeboden (zie bijlage 1).
In dit raadsvoorstel worden de resultaten van het MIRT-onderzoek kort beschreven, alsmede het voorstel om de gebiedsontwikkeling verder te verkennen en hoe die verkenning vorm te geven. Enkele begrippen: MIRT-onderzoek:
Rijksprojecten of projecten die een substantiële rijksbijdrage kennen worden in het kader van het Meerjarenprogramma
IRM pilot
PAGW
MER
Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT) uitgewerkt. Een eerste stap voor zo’n project is het uitvoeren van een onderzoek. Integraal Riviermanagement, een gezamenlijk programma van regionale overheden en het Rijk waarbij vanuit één gezamenlijke visie aan een veilig, bevaarbaar, vitaal en aantrekkelijk Maas- en Rijngebied wordt gewerkt. Hiervoor zijn pilotprojecten aangewezen. De Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW), een programma van het Rijk dat tot doel heeft de ecologische waterkwaliteit van de grote wateren te verbeteren en de natuur te versterken. Een Milieueffectrapportage (m.e.r.) brengt de milieueffecten van een plan of project in beeld. De verwachte gevolgen worden beschreven in een milieueffectrapport. Deze informatie kan worden meegenomen bij een besluit over een plan of project.
Het Masterplan Maas kent voor de omgeving van Alem een hoog ambitieniveau. Alleen wanneer maatregelen in samenhang worden beschouwd is er een haalbaar plan. De gemeente heeft daarom samen met het Rijk (Rijkswaterstaat) de provincies Gelderland en Noord-Brabant, de Waterschappen Rivierenland en Aa en Maas en Dekker Groep het initiatief genomen om het onderzoek naar gebiedsontwikkeling gezamenlijk op te pakken. In het bestuurlijk overleg MIRT van november 2020 heeft de minister van IenW dit onderzoek aangewezen als pilot in het kader van Integraal Riviermanagement (IRM). In lijn met het Masterplan Maas, het MIRT en de IRM-aanwijzing wordt in het onderzoek naar de gebiedsontwikkeling duurzame grondstoffenwinning meegenomen onder voorwaarde van substantiële maatschappelijke meerwaarde. De aanpak binnen het MIRT bevat een aantal vastomlijnde stappen die hieronder zijn weergegeven. Figuur 1 MIRT-systematiek
Om vanuit het Masterplan tot een gebiedsontwikkeling te komen dienen verschillende fasen te worden doorlopen (zie figuur 1). Fase 1 omvat het MIRT-onderzoek naar de mogelijkheden voor een gebiedsontwikkeling rond Alem. Dit onderzoek is gereed en wordt hierbij aan de raad aangeboden (zie bijlage 1). Hiermee wordt deze fase afgesloten. Fase 2 is een verkenning, waarbij verschillende alternatieven voor het gebied worden uitgewerkt en een keuze wordt gemaakt voor een voorkeursalternatief. In dit raadsvoorstel worden de resultaten van het onderzoek beschreven en voorgesteld om de volgende fase van de gebiedsontwikkeling te starten. Wat nu voorligt is een besluit voor het uitvoeren van de verkenningsfase. Daarna kunnen nog twee fases volgen (zie figuur 1). Na het besluit van de raad worden de resultaten van het voorliggend onderzoek voorgelegd aan het overleg van de minister
inzake de MIRT-projecten in november 2023. Dan wordt door de minister besloten of een vervolg wordt gegeven in de vorm van een MIRT-verkenning, en met welke betrokkenheid van het Rijk. Bij elke stap naar een nieuwe fase nemen de samenwerkende partijen, zo ook de gemeente Maasdriel, een besluit over de doorgang van het project. Doorgang kan alleen plaatsvinden als alle deelnemende partijen (inclusief de gemeente Maasdriel) daarmee instemmen. Resultaat MIRT-onderzoek De rapportage van het MIRT-onderzoek is de afronding van de voorbereidingsfase en is bijgevoegd als bijlage 1. De rapportage laat zien dat bij een gebiedsgerichte aanpak er kansen zijn voor de ontwikkeling riviernatuur, het versterken van de leefbaarheid en toeristisch-recreatieve potentie, rivierverbeteringen en grondstoffenwinning. Verwezen wordt naar de rapportage (bijlage 1). Het onderzoek omvat een gebiedsvisie waarin de mogelijke maatregelen zijn gevisualiseerd (zie bijlage 2). In onderstaand figuur is een mogelijk totaalbeeld van de gebiedsontwikkeling weergegeven (zie figuur 2). In de volgende fase (verkenning) dienen hier verdere keuzes over gemaakt te worden. Figuur 2: Totaalbeeld gebiedsontwikkeling
Het Masterplan Maas is op de volgende manier vertaald in de gebiedsvisie: We realiseren 100-200 ha. aan riviernatuur (ooibos, grasland). Dat versterkt de kwaliteit van het rivierenlandschap en biedt kansen voor (extensief) recreatief medegebruik. Verbeteren we de omgeving van de Jan Klingenweg door de realisatie van een getijdegeul met beperkte invloed van getijdebeweging, ontwikkeling van (rivier)natuur, het creëren van zichtlijnen vanaf de Jan Klingenweg om de beleving van het rivierenlandschap te verbeteren, en een herinrichting van de Jan Klingenweg (verbeteren oversteekbaarheid). Creëren we een natuurverbinding tussen Maas en Waal en (rivier)natuur bij de forten St. Andries. Verbeteren we het dorpsfront door het verplaatsen van de Jachthaven. Daarmee kent de haven een betere aansluiting op de kern en ontstaan er ontwikkelkansen voor het dorp Alem (horeca aan de dijk, woningbouw, wandel/recreatiegebied). Verbeteren we toeristisch-recreatieve routes in het gebied.
Wordt door landschappelijke maatregelen de beleving van het rivierenlandschap verbeterd (zichtlijnen in het landschap, herstel oude landschappelijke kenmerken). Ontstaan mogelijkheden in de Piekenwaard voor extensieve vormen van recreatie, zoals wandelen, fietsroutes en/of een voedselbos in een natuurlijke omgeving. Ontstaat door de aanleg van een langzaam-verkeersroute tussen Alem en Kerkdriel (inclusief fietsbrug) een betere verbinding tussen beide kernen. Dit verbetert voor bewoners van Alem de bereikbaarheid van de voorzieningen in Kerkdriel.
Het Rijk heeft aangegeven dat de noodzaak van maatregelen voor rivierverruiming op dit moment nog onderwerp van onderzoek is. Mocht de noodzaak uit het onderzoek blijken, dan is de gebiedsontwikkeling zodanig vormgegeven dat deze maatregelen later alsnog inpasbaar zijn.
Omgevingsparticipatie Op initiatief van de projectpartners zijn omgevingspartijen verzameld in een klankbordgroep. Deze klankbordgroep is van meet af aan bij dit MIRT-onderzoek betrokken. Deelnemers van de klankbordgroep hebben de analyses en onderzoeken van commentaar voorzien. Er zijn 10 overleggen met de klankbordgroep geweest. De samenstelling van deze groep is als volgt: de dorpsraden van Alem, Rossum en Heerewaarden, Erfgoedvereniging Alem, ZLTO, stichtingen B.O.O.M., de Capreton, Bommelerwaar en Dorp en Landschap Bommelerwaard, jachthaven De Maas, Bezoekerscentrum Grote Rivieren, steenfabriek Rodruza, VV Alem en Natuurwacht Bommelerwaard. Onderdeel van bijlage 1 is het dossier met de omgevingsparticipatie. Ook heeft uw raad in 2022 schriftelijke vragen ex artikel 32 Reglement van Orde nummer 2022-11 gesteld inzake het MIRT-onderzoek. In de beantwoording van deze vragen heeft het college aangegeven dat de resultaten van het onderzoek naar gebiedsontwikkeling aan uw raad worden voorgelegd (zie bijlagen 4 en 5) Argumenten 1.1 Het rapport biedt een goede basis voor besluitvorming over een vervolg Het onderzoeksrapport geeft een goede weergave van het proces dat heeft plaatsgevonden en is gebaseerd op diverse deelonderzoeken. Partners en stakeholders zijn bij de uitvoering van de onderzoeken betrokken.
1.2 De uitgangspunten van het Masterplan Maas zijn integraal meegenomen Het onderzoek vloeit voort uit het door de raad vastgestelde Masterplan Maas (2020). Alle uitgangspunten uit dit Masterplan zijn onderdeel van de huidige ideeën over de gebiedsontwikkeling. Duidelijk is dat het Masterplan Maas alleen met andere partners samen tot uitvoering kan komen. Het gaat om een complexe ontwikkeling met hoge investeringen en verschillende belangen. Daarom heeft de gemeente de samenwerking gezocht met het Rijk (Rijkswaterstaat) de provincies Gelderland en Noord-Brabant, de Waterschappen Rivierenland en Aa en Maas en Dekker Groep. In het bestuurlijk overleg MIRT van november 2020 heeft de minister van IenW het onderzoek naar een gebiedsontwikkeling Alem en St. Andries aangewezen als pilot in het kader van Integraal Riviermanagement (IRM). 1.3 De stakeholders zijn intensief betrokken bij het proces De betrokken projectpartners hechten belang aan het meenemen van de behoeften en wensen van belanghebbenden. Daarom is er in een vroeg stadium een klankbordgroep samengesteld met omgevingspartijen. . Op verzoek van de klankbordgroep is een jaar extra de tijd genomen om een groot aantal (extra) onderzoeken uit te voeren naar de mogelijke invloed van de gebiedsontwikkeling en grondstoffenwinning op het milieu en
de leefomgeving (bijvoorbeeld naar natuur, geluid, (grond)water, waterveiligheid etcetera). Uit de onderzoeken ontstaat een beeld van een in potentie haalbaar en uitvoerbaar plan dat kan worden uitgewerkt tot op het niveau dat aan alle wettelijke eisen voldoet en vergunbaar is. Mede naar aanleiding van de inbreng van de klankbordgroep zijn verder (bovenwettelijke) uitgangspunten voor de grondstoffenwinning geformuleerd: Werken met gebiedseigen grond (geen 'verondieping’) Afvoer van grondstoffen volledig per schip (geen afvoer per vrachtwagen) Alleen doordeweeks en overdag werken Elektrisch materieel inzetten voor de grondstoffenwinning Oplevering van de meerwaarden zo veel mogelijk eerst, zoals wandelroutes en natuur. Onderbouwd uitsluiten van schade en een transparante schaderegeling met loket in samenspraak met gemeente en omwonenden, Het uitvoeren van een nul-meting, waarbij voorafgaand aan grondstoffenwinning de bouwkundige staat van nabijgelegen woningen in beeld wordt gebracht. In aanvulling op de overleggen met de klankbordgroep is op verzoek van de dorpsraad Alem tijdens een bijeenkomst van de dorpsraad op 21 maart 2022 een toelichting gegeven op de tussenresultaten van het MIRT-onderzoek. Tijdens deze bijeenkomst bleek bij aanwezigen weerstand tegen de grondstoffenwinning in het gebied.
De dorpsraad Alem heeft op eigen initiatief in 2022 een enquête uitgevoerd, die hetzelfde beeld liet zien. De resultaten van het MIRT-onderzoek waren op het moment dat de enquête is afgenomen nog niet bekend. De afgesproken uitgangspunten en het uitgevoerde onderzoek hebben de zorgen in de omgeving niet weg kunnen nemen. De naar voren gebrachte zorgen en de mogelijke lokale meerwaarden zullen belangrijke aandachtspunten zijn bij het vervolg in de verkenningsfase. 2.1 Er is een in potentie haalbare en uitvoerbare gebiedsontwikkeling die om verdere uitwerking vraagt. De haalbare maatregelen (wat kan er gerealiseerd worden) versterken elkaar en dragen samen substantieel bij aan de vier hoofddoelen (zie inleiding, pagina 2). Zo kan een integrale gebiedsontwikkeling tot stand komen. De resultaten van het MIRT-onderzoek zijn nog niet in beton gegoten. In de verkenning worden alternatieve gebiedsinrichtingen opgesteld die van elkaar verschillen (bijvoorbeeld meer of minder open landschap), maar elk wel aan de vier hoofddoelen voldoen (ontwikkeling riviernatuur, versterken leefbaarheid en toeristisch-recreatieve potentie, rivierverbeteringen en grondstoffenwinning). Deze alternatieven worden met elkaar en met de huidige situatie vergeleken en beoordeeld op doelbereik, haalbaarheid en sociale en milieueffecten.
In deze alternatieven wordt tevens onderzocht op welke wijze de grondstoffenwinning onderdeel van de gebiedsontwikkeling is. Het onderzoek laat zien dat grondstoffenwinning een belangrijke financieringsbron van de gebiedsontwikkeling is, Een gebiedsontwikkeling zonder grondstoffenwinning is geen haalbare kaart. De resultaten van de vergelijking van de alternatieven voor de gebiedsontwikkeling worden in een milieueffectrapport (MER) beschreven. Uit die vergelijking volgt het voorkeursalternatief. Een onafhankelijke m.e.r.-commissie beoordeelt deze rapportage. De betrokken partijen, waaronder de gemeenteraad, spreken zich aan het einde van deze fase uit over dit voorkeursalternatief en of er draagvlak en haalbaarheid is voor uitwerking in een omgevingsplan en vergunningen in de volgende fase. 2.2 Er is draagvlak bij alle partners De betrokken partijen (Rijkswaterstaat, provincie Gelderland, waterschappen Aa en Maas en Rivierenland, gemeente Maasdriel en Dekker Groep) werken goed samen en zien elk hun belang vertegenwoordigd in de potentiële maatregelen. Het belang dat er
aan een integrale gebiedsontwikkeling wordt gehecht komt ook tot uitdrukking in de aanwijzing als pilot in het kader van Integraal Rivier Management (IRM). 2.3 Er is voldoende zicht op financiering. Voor ca. 90% van de kosten is op dit moment zicht op dekking. In dit stadium dient dat normaliter 75% te zijn. Het project wordt daarmee financieel voldoende kansrijk geacht. Bij de verdere uitwerking in een verkenning worden maatregelen nader uitgewerkt en worden de kostenramingen nauwkeuriger. Ook wordt dan de definitieve en volledige dekking door projectpartners (niet zijnde de gemeente) in beeld gebracht. Zoals uit het overzicht blijkt worden de kosten gedragen door de projectpartners en is er geen financiering voor de realisatie van gemeente benodigd (zie bijlage 3). De kosten van het totaal aan maatregelen van de integrale gebiedsontwikkeling Alem en St. Andries zijn geraamd op €47,9 miljoen (SSK-raming, ex BTW, exclusief waterstandsdalende maatregelen, prijspeil 1 januari 2022). Door de integrale aanpak, waarbij de maatregelen in onderlinge samenhang worden uitgevoerd en werk met werk wordt gemaakt (vooral door inbreng van de private partij Dekker) zijn de kosten 20-25% lager dan wanneer de maatregelen separaat zouden worden uitgevoerd.
In het Masterplan Maas is opgenomen dat grondstoffenwinning onderdeel kan zijn van de gebiedsontwikkeling wanneer dit substantieel bijdraagt aan de bredere gebiedsdoelen. Het onderzoek laat zien dat de grondstoffenwinning een essentiële kostendrager voor maatregelen is. 2.4 Het proces kent meerdere tussenbesluiten voor de gemeenteraad Met dit besluit wordt niet definitief ingestemd met de gebiedsontwikkeling of samenwerking. Het is een stap naar een volgende fase, de verkenningsfase. Aan het einde van de verkenningsfase volgt opnieuw een besluitvormingsmoment waarmee de gemeenteraad vrijelijk kan besluiten om wel of geen vervolg te geven. Na deze fase volgen nog twee fases (zie figuur 1). Bij elke stap naar een nieuwe fase nemen de samenwerkende partijen, zo ook de gemeente Maasdriel, een besluit over de doorgang van het project. Doorgang kan alleen plaatsvinden als alle deelnemende partijen (inclusief de gemeente Maasdriel) daarmee instemmen. 2.5 De gemeente Maasdriel participeert actief in de verkenning Met de gebiedsontwikkeling zijn grote lokale belangen gemoeid en heeft in potentie een grote meerwaarde voor de gemeente. Dit vraagt om een actieve participatie van de gemeente.
Voor wat betreft de projectorganisatie komt dat tot uiting in het feit dat gemeente een projectleider levert die het proces van de verkenning mede-organiseert en intern zorgt voor ambtelijke en bestuurlijke afstemming. Daarnaast levert de gemeente met de wethouder de voorzitter van de stuurgroep. Om dit goed vorm te geven zijn middelen benodigd. 2.6 De omgeving participeert actief in de verkenning Een omgevingsproces maakt, net zoals in de afgelopen fase, onderdeel uit van de verkenning. Dit gebeurt om de randvoorwaarden nog scherper te krijgen, de ideeën te verrijken en tot goede afgewogen alternatieven te komen. Er wordt een onafhankelijke procesbegeleider ingeschakeld om dit proces te begeleiden. Het omgevingsproces wordt nog nader uitgewerkt, maar kent in ieder geval de volgende onderdelen: Openbare informatiebijeenkomsten waarin aan belangstellenden de voortgang wordt gepresenteerd. Stakeholderbijeenkomsten waarin belanghebbenden bevraagd worden en inbreng leveren op de kansen en risico’s van de alternatieven. Waar mogelijk en relevant werkgroep(en) voor deelgebieden of deelthema’s waarin een of meerdere vertegenwoordigers van bewoners en/of belanghebbenden actief participeren in het planproces.
Aan de start van het proces zal de onafhankelijke procesbegeleider partijen uitnodigen om in een van bovenstaande vormen deel te nemen aan de verkenning. Het staat stakeholders uiteraard vrij om daarop in te gaan. 3.1 Kosten voor de gemeente zijn beperkt Kosten voor de verkenningsfase betreffen de projectorganisatie, de onderzoeken en proceskosten. Deze worden door partners gedragen. De gemeentelijke inbreng betreft de ambtelijke inzet, de inzet van de wethouder als voorzitter van de stuurgroep en de inzet van een extern projectleider. 3.2 Het budget is jaaroverstijgend Voor éénmalige budgetten die meerjarig nodig zijn, is bij de jaarrekening 2022 (Raadsbesluit 6 juli 2023) een bestemmingsreserve projectbudgetten in het leven geroepen. Aan de voorwaarden hiervoor wordt voldaan. 3.3 Ruimte binnen Algemene reserve De stand van de Algemene reserve laat een onttrekking van € 75.000 toe. Kanttekeningen/risico’s 2.1 Zorgen en onduidelijkheid bij omgeving over grondstoffenwinning In de klankbordgroep is gebleken dat er wel draagvlak is voor gebiedsontwikkeling maar niet voor grondstoffenwinning.. In de verkenning zullen zorgpunten die uit de klankbordgroep en de enquête komen nadrukkelijk meegenomen worden, zodat deze informatie in 2025 betrokken kan worden bij een besluit over het vervolg na de verkenning.
Een aantal omgevingspartijen is kritisch en heeft zich in dit stadium uitgesproken tegen een gebiedsontwikkeling. De voornaamste redenen daarvoor zijn het verlies van landbouwgrond (in hoofdzaak in eigendom bij projectpartners) en zorgen over schade en overlast door de grondstoffenwinning. Onafhankelijke onderzoeken die naar aanleiding hiervan zijn verricht sluiten schade nadrukkelijk uit (zie bijlage 1). De kans op zettingen (en daarmee op schade bij woningen) als gevolg van grondstoffenwinning wordt uitgesloten. Echter heeft dit de zorgen in de omgeving niet weg kunnen nemen. Landbouwperspectief en lokaal draagvlak zijn belangrijke aandachtspunten bij een vervolg in de verkenning. Inbreng van belanghebbenden en omwonenden vergroot de kwaliteit van een verkenning. In het proces van de verkenning worden daarom mogelijkheden gegeven om te participeren en om geïnformeerd te worden. 2.2 Middelen maatregelen natuur nog niet definitief toegekend De provincie Gelderland financiert een substantieel deel van de natuurmaatregelen. Hiervoor heeft zij een aanvraag ingediend in het programma PAGW. Deze aanvraag is op dit moment nog niet toegekend. Naar verwachting volgt najaar 2023 een besluit hierover. Bij een negatief besluit zal met provincie Gelderland en de andere projectpartners besproken worden hoe te komen tot alternatieve dekking.
2.3 De gemeente werkt in dit project samen met private partij In dit project werkt de gemeente samen met Dekker Groep. Dat kan de indruk geven dat de gemeente zich al heeft geconformeerd aan grondstoffenwinning. Ook kan het de indruk geven dat de gemeente de belangen van de bewoners niet voorop heeft staan. Deze samenwerking betekent niet dat de gemeente zich heeft geconformeerd aan grondstoffenwinning. Op basis van de resultaten van de verkenning zal de gemeente in 2025 een eigenstandig en vrijelijk besluit nemen over de gebiedsontwikkeling. Het MIRT-onderzoek laat wel zien dat grondstoffenwinning een belangrijke
financieringsbron van de gebiedsontwikkeling kan zijn. Zonder grondstoffenwinning is de gebiedsontwikkeling in deze vorm niet mogelijk. 2.4 Bij geen vervolgonderzoek heeft gemeente minder regie op ontwikkelingen in het gebied De gemeente heeft niet de benodigde middelen en mogelijkheden om eigenstandig de gebiedsontwikkeling te realiseren. Om uitvoering te kunnen geven aan het beleid en de gebiedsdoelen te halen is samenwerking nodig zoals die wordt voorgestaan. Binnen de voorgestelde aanpak ligt de regie (mede) bij de gemeente en is de gemeente betrokken bij de verdere uitwerking waarbij de gemeentelijke doelen in beeld blijven. Indien de gemeente ervoor zou kiezen om geen vervolgonderzoek te doen kan dat tot gevolg hebben dat de andere partners (bijvoorbeeld binnen de provinciale beleidskaders en de Omgevingswet) wel daarmee doorgaan op een manier die voor de gemeente niet of minder beheersbaar is.
Inclusie In de verkenning zal ‘leefbaarheid’ een uit te werken thema zijn. Het gaat daarbij om leefbaarheid voor inwoners en bezoekers van het gebied.
Programma duurzaamheid In de verkenning worden de maatregelen nader uitgewerkt. Bij deze uitwerking worden de mogelijkheden voor thema’s energietransitie, hergebruik grondstoffen, ruimtelijke adaptatie en prettige leefomgeving expliciet meegenomen.
Financiën (incl. BTW-effect) Voor het uitvoeren van een vervolgonderzoek in de vorm van een verkenning zijn procesmiddelen nodig, voor de projectorganisatie en de te verrichten onderzoeken. Deze middelen worden door betrokken partijen gedragen. De bijdrage van de gemeente aan de totale proceskosten voor de verkenning bestaan uit het leveren van de voorzitter van de stuurgroep (wethouder) en de projectleider. De kosten voor de te verrichten onderzoeken worden gedragen door de partners. Voor de duur van de verkenning huurt de gemeente een projectleider in. De totale kosten zijn geraamd op € 150.000. Projectpartners dragen hier de helft aan bij. Daardoor is het benodigde budget € 75.000. Omdat dit budget meerjarig nodig is, wordt dit een projectbudget. Het bedrag van € 75.000 wordt vanuit de algemene reserve toegevoegd aan de reserve Projectbudgetten en onttrokken voor de gemaakte kosten. Hierdoor blijft het bedrag beschikbaar voor de gehele looptijd tot eind 2025. Algemene Reserve De € 75.000 onttrekken we aan de algemene reserve. Bedrijfsvoering De verkenning vergt inzet van de gemeente. Dit betreft: Het voorzitterschap van de stuurgroep door de wethouder Inbreng van ambtelijke capaciteit om input te leveren en (onderzoeks)resultaten te toetsen.
De inhuur van een extern projectleider om namens de gemeente en in samenwerking met projectpartners het proces van de verkenning aan te sturen.
Voor het uitvoeren van de verkenning wordt een plan van aanpak opgesteld door de projectpartners en een gezamenlijke projectorganisatie ingericht. De afspraken over de werkwijze en de projectorganisatie leggen partners vast in het plan van aanpak.
Uitvoering Planning November 2023: MIRT besluit door minister van I&W. Met dit besluit wordt de start van de verkenning definitief Najaar 2025: Raadsbehandeling concept-resultaten verkenning November 2025: MIRT besluit verkenning Handhaving Niet van toepassing Communicatie Op basis van het resultaat van de raadsbehandeling wordt omgeving en pers geïnformeerd. Nota van wijzigingen Niet van toepassing.
Bijlagen 1. Concept MIRT-onderzoek 2. Gebiedsvisie Alem en St. Andries 3. Overzicht kosten en dekking 4. Schriftelijke vragen ex artikel 32 Reglement van Orde - nummer 2022-11 inzake onderzoek Ontzandingen Alem 5. Antwoordbrief raadsvragen inzake gebiedsontwikkeling Alem en St. Andries