CConstaterende datMaasdriel
Koppel je AI →
Document · PDF

22000272 bijlage 09 watertoets-verkleind

Gemeenteraad 30 mei 2024, gemeente MaasdrielBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Appelgaerde Rossum Noord 20247.147 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Rapport 22000272.r09f Bestemmingplan “Appelgaerde” Rossum Watertoets

www.SPAWNP.nl

Rapport 22000272.r09f Bestemmingplan “Appelgaerde” Rossum Watertoets

Datum Opdrachtgever Adviseur en goedgekeurd

: :

28 maart 2024 Rubens Ontwikkeling B.V.

:

De heer ing. D.J. Hobert

Klinkenbergerweg 30a | 6711 MK EDE | 0318 614 383 Vrijlandstraat 33-c | 4337 EA MIDDELBURG | 0118 227 466 Hoenderkamp 20 | 7812 VZ EMMEN | 0591 238 110

info@SPAWNP.nl | SPAWNP.nl ISO 9001:2015

| kvk 0909.2661 | btw NL8053.02.530.B01

SPA WNP ingenieurs

INHOUD

22000272.r09f

PAGINA

1.

INLEIDING 1.1 Algemeen 1.2 Doel 1.3 Opbouw van de rapportage

3 3 3 3

2.

BESTAANDE SITUATIE 2.1 Inrichting 2.2 Maaiveldhoogten 2.3 Waterhuishouding en hydrogeologische gesteldheid 2.4 Riolering

3 3 3 4 5

3.

UITGANGSPUNTEN 3.1 Ontwerprichtlijnen 3.2 Duurzaamheidsthema’s 3.3 Randvoorwaarden t.a.v. ontwerp watersysteem

6 6 6 6

4.

ONTWERP WATERSYSTEEM 4.1 Toelichting ontwerp 4.2 Afvloeiende oppervlakken 4.3 Oppervlak watersysteem 4.4 Beheer 4.5 Voldoende drooglegging

11 11 12 14 15 16

BIJLAGEN 1 2 3 4

Resultaat watertoets Bodemonderzoek Plankaart met te realiseren waterberging Profielen

Dit document is eigendom van de opdrachtgever en mag door hem/haar worden gebruikt voor het doel waarvoor het is opgesteld. Niets uit dit document mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en/of van SPA WNP ingenieurs. Kwaliteit en verbetering van product en proces zijn bij SPA WNP ingenieurs gewaarborgd middels een kwaliteitsmanagementsysteem dat is gecertificeerd volgens NEN-EN-ISO 9001:2015.

Pagina 2

SPA WNP ingenieurs

1.

INLEIDING

1.1

Algemeen

22000272.r09f

Ten behoeve van het bestemmingsplan voor de locatie ‘Appelgaerde’ in Rossum is een watertoets uitgevoerd. Ter plaatse wil men woningen realiseren. De watertoets heeft tot doel om in een vroegtijdig stadium de waterbelangen te laten meewegen, af te stemmen met de betreffende betrokken partijen en te komen tot een hydrologisch neutraal plan. Wettelijk is een voorkeursvolgorde vastgelegd voor het bergen van hemelwater: 1. Hergebruik voor huishoudelijke of bedrijfsdoeleinden 2. Infiltratie in de (boven) grond 3. Lozen op het oppervlaktewater 4. Afvoeren via de riolering met een verbeterd gescheiden rioolstelsel Het plangebied valt binnen het beheersgebied van Waterschap Rivierenland. 1.2

Doel Doel van het onderzoek is te bepalen hoeveel de te bergen hoeveelheid hemelwater in de toekomstige situatie toeneemt ten opzichte van de huidige situatie en op welke wijze dit water het beste geborgen kan worden, zodat een hydrologisch neutrale situatie ontstaat. Om tot een geschikte oplossing te komen, moet rekening worden gehouden met locatie specifieke omstandigheden en de geldende richtlijnen. Op basis van dit onderzoek kan een uitgewerkt technisch ontwerp en de bijbehorende kostenraming worden opgesteld. Dit valt buiten de reikwijdte van deze watertoets.

1.3

Opbouw van de rapportage Allereerst wordt de huidige waterhuishoudkundige situatie van het terrein en de omgeving in beeld gebracht. Vervolgens worden de uitgangspunten beschreven, welke enerzijds gelden vanuit het beleid en anderzijds zijn opgesteld naar aanleiding van overleg met betrokken partijen. Op basis van deze uitgangspunten en het ontwerp is vervolgens de benodigde retentie van hemelwater en de wijze van afvoer van hemel- en vuilwater uitgewerkt.

2.

BESTAANDE SITUATIE

2.1

Inrichting In de huidige situatie bestaat het plangebied uit bouwland en enkele percelen. Hierop zijn onder andere enkele woningen gevestigd. Het grootste gedeelte van het plangebied is onverhard.

2.2

Maaiveldhoogten Daarnaast is het maaiveldverloop op basis van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) weergegeven in afbeelding 1. Het maaiveld in de zuidwesthoek van het plangebied is wat hoger gelegen met een hoogte van circa NAP +3,70 m. Het maaiveld is aan de noordoostzijde van het plangebied het laagste met een hoogte van circa NAP +3,40 m. Het gehele gebied is op dit moment onverhard. Diverse percelen zijn omgeven door watergangen. Pagina 3

SPA WNP ingenieurs

22000272.r09f

Afbeelding 1: Verloop maaiveldhoogte op basis van AHN4

2.3

Waterhuishouding en hydrogeologische gesteldheid Het plangebied is in de huidige situatie onverhard en heeft een totale oppervlakte van circa 68.500 m2. In afbeelding 2 is het plangebied, inclusief watergang weergegeven. Afbeelding 2: Oppervlakte plangebied rood omlijnd (bron: legger waterschap Rivierenland)

Oppervlaktewater Binnen het plangebied bevinden zich aan gedeelten van de noord-, zuid- en westzijde A-watergangen. Daarnaast zijn er nog enkele B- en C- watergangen die als afvoer fungeren van overtollige neerslag van de omgeving. In het gehele gebied zijn de waterpeilen beheerst. In afbeelding 3 is de leggerkaart van het plangebied opgenomen. In de leggerkaart is tevens te zien dat er in het plangebied 2 verschillende peilen worden gehanteerd. In het oostelijk deel van het plangebied een zomerpeil van 2.75 en een winterpeil van 2,35 en in het westelijkdeel van het plangebied een zomerpeil van 2,6 en een winterpeil van 2,35. Gedurende (droge) perioden wordt water onttrokken uit de sloten voor sproei- en gietwater doeleinden. Pagina 4

SPA WNP ingenieurs

22000272.r09f

Het peilbeheer en onderhoud van dit oppervlaktewater berust bij het waterschap Rivierenland. Peilbeheer wordt geregeld door stuwen en gemalen etc. Afbeelding 3: Oppervlaktewater legger (bron: legger waterschap Rivierenland)

Grondwater Volgens gegevens uit “Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINO)” en uit recente metingen bevindt zich het grondwaterpeil lokaal op circa 2.75 tot 2.9 m + NAP. De stroming van het freatische grondwater is globaal noordwestelijk. Gezien de situering van het plangebied op circa 800 meter ten zuidwesten van de Waal en ongeveer 1.250 meter ten noordwesten van de Maas zal niet of gering effect te verwachten zijn van kwel tijdens lage standen van beide rivieren. Maar tijdens hoge waterstanden is zeker sprake van kwel. 2.4

Riolering Vanuit de gemeente wordt bij nieuwbouw van de particulier verwacht dat hij het hemelwater op eigen terrein verwerkt. Indien dit redelijkerwijs niet van hem gevraagd kan worden, kan de particulier zijn hemelwater aanbieden aan de gemeente. Het hemelwater moet gescheiden zijn van het huishoudelijk afvalwater. Gebruikelijk is de aanleg van een gemeentelijk hemelwaterstelsel (riool of watergang), waar de particulier het hemelwater naartoe kan afvoeren. De infrastructuur wordt hier in principe zodanig ingericht dat de particulier in staat wordt gesteld het hemelwater (voor een deel) op eigen terrein te verwerken (lozen op aangrenzende sloot en/of infiltratie in de bodem). Indien verwerking op eigen terrein niet mogelijk is, dan kan de particulier het hemelwater, bovengronds, aanbieden (op de erfgrens) aan de gemeente in de openbare ruimte. Omdat het hemelwater vanuit sommige locaties een weg/voetpad moet passeren, is op die plaatsen bovengronds afvoeren niet aan de orde. Het hemelwater wordt met een waterspuwer op de erfgrens aangeboden en stroomt van daaruit naar een kolk. Pagina 5

SPA WNP ingenieurs

22000272.r09f

Vanwege de slecht doorlatende ondergrond in de Bommelerwaard kan en gaat de gemeente de burgers niet verplichten om hemelwater op eigen terrein te infiltreren. Naast de kleiige ondergrond is de Bommelerwaard gelegen tussen twee grote rivieren, waardoor periodiek hoge grondwaterstanden kunnen optreden. In de openbare ruimte is infiltratie van hemelwater naar de bodem hierdoor niet doelmatig. De gemeente accepteert om deze reden ook geen ondergrondse infiltrerende voorzieningen in de openbare ruimte. Bovengronds infiltreren en afvoeren van hemelwater via een overstroomgebied is mogelijk mits het overstroomgebied zo is ingericht dat het hemelwater vertraagd kan worden afgevoerd. De voorkeur van de gemeente gaat uit naar open water.

3.

UITGANGSPUNTEN

3.1

Ontwerprichtlijnen Bij het opstellen van de watertoets is uitgegaan van de volgende gegevens: · · · · · · · ·

3.2

Stedenbouwkundig plan “Appelgaerde” Rossum, d.d. 25 maart 2024 Legger Waterschap Rivierenland, d.d. 21 mei 2021 Keur Waterschap Rivierenland, d.d. 24 november 2014 Rapport Samen door één buis van Waterschap Rivierenland d.d. 15 januari 2019 Water- en Rioleringsplan Bommelerwaard 2022-2026, d.d. 15 maart 2022 Vooronderzoek en actualiserend grondonderzoek, kenmerk ANL20-5578, d.d. 13 april 2021 De bespreking d.d. 25 mei 2021 met gemeente en waterschap met betrekking tot de wateropgave Vooronderzoek en actualiserend grondonderzoek, kenmerk ANL20-5578, d.d. 13 april 2021

Duurzaamheidsthema’s In dit plan zullen de mogelijkheden worden bekeken om op een duurzame wijze met het water om te gaan. De thema’s van duurzaam waterbeheer worden samengevat in twee tritsen. Het gaat om de trits ‘schoonhouden – scheiden – zuiveren’ voor de waterkwaliteit en de trits ‘benutten/vasthouden – bergen – afvoeren’ voor de waterkwantiteit. De algemene thema’s van duurzaam waterbeheer zijn als volgt: · · ·

Stap 1: benutten c.q. vasthouden van hemelwater in de bodem binnen het plangebied Stap 2: bergen van hemelwater in oppervlaktewater binnen het plangebied Stap 3: afvoeren van hemelwater naar buiten het plangebied

De ambitie voor het omgaan met het hemelwater binnen het plangebied, is het realiseren van oppervlakkige bergingsmogelijkheden. Hemelwater wordt oppervlakkig afgevoerd richting de aan te leggen waterpartij. Daarnaast worden overstroomgebieden gerealiseerd ten behoeve van de watercompensatie. 3.3

Randvoorwaarden t.a.v. ontwerp watersysteem Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) 2000 Deze kaderrichtlijn gaat ervan uit dat water een erfgoed is, dat moet worden beschermd en verdedigd. Het bevat het kader voor bescherming van landoppervlaktewater, overgangswater, kustwater en grondwater. Dit behoedt aquatische ecosystemen en gebieden die hiervan afhankelijk zijn voor achteruitgang. Emissies worden verbeterd, duurzaam gebruik wordt bevorderd en de grondwaterkwaliteit wordt aanzienlijk minder verontreinigd. Pagina 6

SPA WNP ingenieurs

22000272.r09f

Deltaprogramma 2020 In het Deltaprogramma 2020 zijn strategieën ontwikkeld voor de lange termijn (2050 en 2100), gericht op de toename van de afvoer op de grote rivieren en de benodigde bescherming van het gebied. Het Nationaal Waterplan heeft de voorkeursstrategieën vanuit het Deltaprogramma integraal opgenomen. Waterwet 2009 De Waterwet regelt in hoofdzaak het beheer van watersystemen, waaronder waterkeringen, oppervlaktewater- en grondwaterlichamen. De wet is gericht op het voorkomen, dan wel beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste, de bescherming en verbetering van kwaliteit van watersystemen en de vervulling van maatschappelijke functies door watersystemen. Niet in de laatste plaats levert de Waterwet een belangrijke bijdrage aan kabinetsdoelstellingen, zoals vermindering van regels, vereenvoudiging van vergunningstelsels en vermindering van administratieve lasten. Op 1 juli 2020 is de Waterwet gewijzigd, waardoor financiële middelen uit het Deltafonds gebruikt kunnen worden, zoals subsidie voor maatregelen tegen klimaatverandering, wateroverlast en langere perioden van droogte en hitte. Nationaal Waterprogramma 2022-2027 Het Nationaal Waterprogramma (NWP) 2022-2027 is vastgesteld op 18 maart 2022.

Het Nationaal Waterprogramma 2022-2027 geeft de hoofdlijnen, principes en inrichting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2022-2027 met een vooruitblik tot 2050 weer. Het Rijk speelt proactief in op klimaatverandering. Doel is het robuust en toekomstgericht inrichten van ons watersysteem op bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit en gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart. Het beleid is integraal van opzet door natuur, scheepvaart, landbouw, energie, wonen, recreatie, cultureel erfgoed en economie zoveel mogelijk in samenhang met de wateropgaven te ontwikkelen. Ambities Het Nationaal Waterprogramma 2022-2027 heeft als ambitie een integrale aanpak van nationale en regionale opgaven. Het waterplan heeft hierbij drie hoofdambities: · · ·

Een veilige en klimaatbestendige delta Een concurrerende, duurzame en circulaire delta Een schone en gezonde delta met hoogwaardige natuur

De drie hoofdambities voor het waterbeleid worden in het NWP uitgewerkt voor de thema’s: klimaatadaptatie, waterveiligheid, zoetwaterverdeling en droogte, waterkwaliteit, grondwater, scheepvaart – en voor de bijbehorende beheer en uitvoeringstaken van Rijkswaterstaat. Ook de samenhang van het waterbeleid met andere onderwerpen komt aan bod: natuur, landbouw, bodem en ondergrond, landschap, verstedelijking, energietransitie en industrie. De komende jaren voert het Rijk een nationale watersysteemanalyse uit om, in aanloop naar de herijking van de deltabeslissingen in 2026 en het volgende NWP 20282033, lange termijn besluiten te kunnen nemen. Het Rijk kan de ambities van dit NWP niet alleen realiseren. Samenwerking met medeoverheden (ook internationaal), maatschappelijke organisaties, (drinkwater)bedrijven en burgers is nodig. Pagina 7

SPA WNP ingenieurs

22000272.r09f

Integrale aanpak Een integrale aanpak van samenhangende nationale en regionale opgaven vereist een gebiedsgerichte aanpak. Het gaat om de Noordzee, de Zuidwestelijke Delta, de RijnMaasmonding, de grote rivieren, het IJsselmeergebied, de Waddenzee, de EemsDollard en de kanalen in het beheer van het Rijk. Voor de overige wateren van Nederland wordt in andere programma’s de gebiedsgerichte uitwerking van het waterbeleid meegenomen. In de eerste plaats in de omgevingsagenda’s onder de NOVI (Nationale Omgevingsvisie). De kerntaken zijn voor Rijkswaterstaat de belangrijkste opgave, zoals het beheer van drinkwater, schelpdierwater, scheepvaart en zwemwater. In sommige gevallen moeten keuzes worden gemaakt, welke gebruiksfuncties voorrang krijgen. Hierbij wordt steeds een gebied specifieke afweging gemaakt en is er sprake van maatwerk. Tegelijk ondervindt Rijkswaterstaat in het dagelijks beheer in veel gebieden de gevolgen van de toenemende ruimtedruk, vooral in verstedelijkt gebied en rond de kanalen. Een robuust watersysteem vereist aandacht bij ruimtelijke ontwikkelingen voor het belang van water. De watertoets is hiervoor een belangrijk instrument. Rijkswaterstaat monitort de ruimtedruk in deze planperiode en evalueert tussentijds of nadere actie nodig is. In het Nationaal Waterprogramma 2022-2027 zijn, onder andere, onderstaande algemene thema’s opgenomen.

Waterveiligheid: Iedereen in Nederland krijgt hetzelfde basisbeschermingsniveau (1/100.000 per jaar). Waar veel slachtoffers kunnen vallen of grote economische schade kan ontstaan en bij vitale infrastructuur, wordt extra bescherming geboden. Per kering zijn nieuwe normen geformuleerd. Zoetwaterbeleid: Voor voldoende zoet water is het beleid gericht op het veiligstellen van de aanvoer en het tegengaan van verzilting in gevoelige gebieden. Het bestaande hoofdwatersysteem wordt beschermd en versterkt als buffer en aanvoerroute met gerichte korte termijninvesteringen, zoals het vergroten van de zoetwaterbuffer in het IJsselmeergebied in de zomer door geringe peilstijging. Waterkwaliteit: Het Rijk werkt aan schoon en ecologisch gezond (grond)water voor duurzaam gebruik en een leefomgeving van hoge kwaliteit. De vergunningverlening voor chemische stoffen wordt versterkt en er wordt gewerkt aan het structureel verminderen van lozing en verspreiding van opkomende stoffen, onder andere via een Actieprogramma PFAS in water. Het kabinet breidt vanaf juli 2021 het statiegeldsysteem uit naar kleine flesjes om de hoeveelheid plastic in het milieu te verminderen. Ook worden veel maatregelen genomen voor een natuurlijkere inrichting van de grote wateren. Deze maatregelen zijn opgenomen in de stroomgebied beheerplannen 2022-2027.

In de afgelopen periode zijn daarnaast extra middelen vrijgemaakt voor de Delta-aanpak Waterkwaliteit, het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer en de Programmatische Aanpak Grote Wateren Principes voor inrichting en gebruik fysieke leefomgeving Water moet de ruimte krijgen, voordat het die ruimte zelf neemt. Dit betekent dat in het landschap en in de stad ruimte gemaakt wordt om water op te slaan. Bijvoorbeeld dat rivieren bij hoge waterstanden gecontroleerd buiten hun oevers treden, op plekken waar daar ruimte voor is gemaakt. Daarmee worden problemen in andere, lagergelegen gebieden voorkomen. Vasthouden, bergen, afvoeren Om wateroverlast en overstromingen te voorkomen, moet water in de regionale systemen zo lang mogelijk worden vastgehouden in de bodem en in het oppervlaktewater. Zo nodig wordt water tijdelijk geborgen. Als vasthouden en bergen niet meer mogelijk zijn, wordt het water afgevoerd naar elders.

Pagina 8

SPA WNP ingenieurs

22000272.r09f

Zuinig zijn met water, vasthouden, slimmer verdelen Watertekorten voorkomen begint met zuinig omgaan met water en het beschikbare water vast te houden en te bergen. Daarna is het zaak om het water slimmer over de water vragende functies in een gebied te verdelen. Schoonhouden – scheiden – schoonmaken Om afwenteling van waterverontreiniging te voorkomen, is het doel ten eerste om het water zo schoon mogelijk te houden door verontreinigingen in het milieu te voorkomen (preventie en aanpak aan de bron). Ten tweede moet schoon en verontreinigd water zo veel mogelijk gescheiden worden. Ten derde, als schoon houden en scheiden niet meer mogelijk zijn, kan het schoonmaken van verontreinigd water aan de orde zijn. Waterschapsbeleid Het Waterbeheerprogramma 2022-2027 ‘Versterken, verbinden, vergroenen’ beschrijft wat Waterschap Rivierenland in de planperiode 2022-2027 wil bereiken, met wie, hoe men dat wil gaan doen en waarom. In het waterbeheerprogramma zijn voor het waterbeheer de kaders gegeven en de opgaven gedefinieerd.

De visie van Waterschap Rivierenland is vertaald in acht hoofdthema’s: beschermen tegen overstromingen; water eerlijk verdelen; voorbereiden op extreem weer; streven naar schoon water van een goede biologische kwaliteit; bijdragen aan een fijne leefomgeving voor mens en natuur; kwaliteitsverbetering zwemwater; toewerken naar klimaat- en energieneutraliteit; toewerken naar circulariteit. In lijn met het landelijk beleid heeft het Waterschap Rivierenland het beleid, dat in nieuwe plannen altijd onderzocht moet worden, hoe met hemelwater moet worden omgegaan, vanuit het principe “vasthouden- bergen- afvoeren”. Daarnaast hanteert het Waterschap de Keur met de daarbij behorende regels. Samen door één buis De nota, samen door één buis, is gericht op het door gemeenten en waterschap beheersen van lozingen uit de riolering en zo bijdragen aan een goede waterkwaliteit en leefomgeving. De nota richt zich op in goed overleg tot de beste resultaten komen. Goed overleg en afstemming met het waterschap, gericht op goede waterkwaliteit en leefomgeving, is daarbij een randvoorwaarde voor de verdere uitwerking van het rioolsysteem. De watertoets heeft met name betrekking op hemelwaterberging. Omgevingsvisie en omgevingsverordening Gelderland De provincie Gelderland heeft haar beleid beschreven in de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland, vastgesteld op 19 december 2018.

Op dezelfde datum is de Geconsolideerde Omgevingsverordening vastgesteld, waarin ook de Actualisatieplan 6 Omgevingsverordening is opgenomen. De hoofdlijnen van het provinciale waterbeleid staan in het Regionaal waterprogramma, behorende bij de Omgevingsverordening. In de Omgevingsvisie en het Regionaal waterprogramma wordt beschreven dat de provincie stuurt op de realisatie en het behoud van een veerkrachtig en duurzaam water- en bodemsysteem. Een veerkrachtig en duurzaam water- en bodemsysteem helpt mee aan een optimale en duurzame driedimensionale inrichting van Gelderland. Zowel gericht op functies in het stedelijk gebied, als ook het landelijk gebied. Het water- en bodemsysteem dient daarbij op orde te zijn voor deze functies, niet alleen voor het huidig gebruik, maar ook voor toekomstige ontwikkelingen. Een water- en bodemsysteem omvat de bodem, de diepere ondergrond, het grondwater en het oppervlaktewater.

Pagina 9

SPA WNP ingenieurs

22000272.r09f

Om deze reden streeft de provincie onder andere naar: · · ·

herstel en behoud van de kwaliteit van het oppervlaktewater; voldoende en duurzaam functionerende van grondwatersystemen; het voorkomen van wateroverlast en droogte.

Natuurbeheerplan 2021 In het Natuurbeheerplan 2021 beschrijft de provincie Gelderland de beleidsdoelen en subsidiemogelijkheden voor ontwikkeling en beheer van (agrarische) natuurgebieden, landschapsen waterelementen in de provincie Gelderland. In overleg met de waterschappen Rijn en IJssel, Rivierenland, Vallei en Veluwe en de agrarische collectieven is overeengekomen dat met het agrarisch waterbeheer in het Natuurbeheerplan een bijdrage wordt geleverd aan: · ·

het verbeteren van de waterkwaliteit in de watergangen met een doelstelling voor KRW (Kader Richtlijn water), HEN (Hoogste Ecologisch Niveau) en SED (Specifiek Ecologische Doelstelling); het verhogen van het waterbergend vermogen van de KRW, HEN en SED-wateren en aanliggende agrarische gronden.

Binnen het Natuurbeheerplan zijn er drie deelgebieden te onderscheiden. Het plangebied ligt in het deelgebied Rivierenland. Bij een gebiedsaanvraag wordt er gebruik gemaakt van criteria, die voor het desbetreffende deelgebied gelden. Voor het aspect water zijn de criteria als volgt: Tabel 1: Criteria Rivierenland Deelgebied Rivierenland

Leefgebied Water Water

Beheerfunctie Verbeteren waterkwaliteit Water vasthouden

Moet

Optioneel X X

Bodem De huidige bovenste bodemlaag (tot circa 2,0 m-mv) is hoofdzakelijk opgebouwd uit klei. De kwaliteit van de bodem is onderzocht en vormt geen belemmering voor het plan. Het bodemonderzoek is als bijlage toegevoegd. Gemeentelijk Water- en Rioleringsplan 2022-2026 De gemeente Maasdriel heeft haar waterbeleid vastgelegd in het Water- en Rioleringsplan Bommelerwaard 2022-2026. Met het rioleringsplan geeft de gemeente aan wat zij doet om te zorgen voor goede afvoer van afval- en regenwater en het voorkomen van overlast door grondwater. De gemeente heeft een zorgtaak voor het volgende: · · ·

Doelmatig inzamelen en transporteren van stedelijk afvalwater. Inzamelen en verwerken van hemelwater dat redelijkerwijs niet op particulier terrein kan worden verwerkt. Treffen van doelmatige maatregelen tegen structurele grondwateroverlast en verwerking van het ingezamelde grondwater.

Pagina 10

SPA WNP ingenieurs

22000272.r09f

In het plan geeft de gemeente Maasdriel aan dat zij veel waarde hecht aan duurzaamheid en in principe streeft naar afkoppeling van het op de gemengde riolering aangesloten verharde oppervlak. Dit heeft een positieve bijdrage aan het verminderen van wateroverlast, bestrijdt verdroging en helpt bij het verbeteren van de oppervlakte waterkwaliteit. Het is verplicht om een duurzame hemelwatervoorziening aan te leggen. Hierbij worden de volgende beleidsuitgangspunten gevolgd: · · · ·

Vervuiling van hemelwater wordt zoveel mogelijk beperkt of voorkomen. Hemelwater wordt waar mogelijk ter plekke in de bodem geïnfiltreerd of in het oppervlaktewater gebracht. Hemelwater wordt zoveel mogelijk gescheiden van afvalwater ingezameld en afgevoerd. De daadwerkelijke keuze wordt gebaseerd op een integrale afweging op lokaal niveau.

Uitgaande van het realiseren van 120 woningen met een gemiddelde bezetting van 2,5 per huishouden en een gemiddelde afvoer van 120 liter/dag (bron rioned) moet er dagelijks 14.400 liter afvalwater worden afgevoerd vanuit Appelgaerde. Details met betrekking tot het afvoeren van (huishoudelijk) afvalwater maken geen onderdeel uit van deze watertoets. De dwarsprofielen zijn weergegeven in afbeelding 5 en in bijlage 4, een gedetailleerde uitwerking van het ontwerp en dimensioneringen maken onderdeel uit van de nadere uitwerking.

4.

ONTWERP WATERSYSTEEM

4.1

Toelichting ontwerp De voorgenomen ontwikkeling binnen het plangebied bestaat uit de aanleg van een nieuwe woonwijk in Rossum Noord. In de volgende afbeelding(en) is de situatietekening van het plangebied weergegeven. Afbeelding 4: Stedenbouwkundig plan (bron: Lodewijk Baljon landschapsarchitecten)

Pagina 11

SPA WNP ingenieurs

22000272.r09f

Oppervlaktewater Het voorgenomen plan maakt de realisatie van nieuw oppervlaktewater in de vorm van watergangen (circa 5.300 m2) mogelijk. In afbeelding 4 zijn de nieuwe watergangen aangegeven in het lichtblauw en de oude watergangen in het donkerblauw. In geval van extreme neerslag kunnen de lagergelegen delen rondom de watergangen dienen als overstroomgebied, wanneer de watergangen en waterplassen vollopen. Het totaal oppervlak van deze gebieden bedraagt circa 1.273 m2, dit komt overeen met een capaciteit van circa 191 m³. Bij hevige regenval wordt water opgevangen in het overstromingsgebied. Het water stroomt via het overstromingsgebied af naar de watergangen. De nieuwe watergangen zijn niet alleen uit stedenbouwkundig en ecologisch oogpunt gepland, maar dienen ter compensatie van de toename van verhard oppervlakte. In de huidige situatie bevindt zich binnen het te ontwikkelen gebied een A-watergang, hierin is 874 m2 aan oppervlaktewater aanwezig. Het plan voorziet in de realisatie van 2.400 m2 oppervlaktewater in het peilgebied (peil + 2.60) en 2.920 m2 oppervlaktewater in het peilgebied (peil + 2.75). In bijlage 3 is de plantekening (zoals in afbeelding 4 weergegeven) opgenomen. De peilscheiding wordt geborgd middels een stuw. Afbeelding 5 Peilgebieden, stuwen, bruggen en duikers

4.2

Afvloeiende oppervlakken Er zijn diverse verharde oppervlakken binnen het plangebied geprojecteerd. Deze zijn weergegeven in bijlage 3. De oppervlakken zijn bepaald op basis van het stedenbouwkundig plan. De berekeningen wordt het aantal vierkante meter verhard oppervlak berekend.

Pagina 12

SPA WNP ingenieurs

22000272.r09f

Allereerst is het verhard oppervlak van de parkeerplaatsen/inritten bepaald. De totale toename in verharding van de parkeerplaatsen/inritten bedraagt 2.336 m2. Vervolgens wordt het aantal vierkante meters verhard oppervlak door bebouwing en wegen berekend per peilgebied. Halfverharde oppervlakten zijn voor 50% meegerekend. Voor het peilgebied van 2.6 meter bedraagt de toename in verhard oppervlak door bebouwing 5.662 m2. Voor het peilgebied van 2.75 meter bedraagt de toename in verhard oppervlak door bebouwing 5.287 m2. De verharding door wegen neemt toe met 5.626 m2. De verharding door voetpaden en fietspaden neemt toe met 3.462 m2, hiervan dient 75% (gedeeltelijk verhard) gecompenseerd te worden: 2.597 m2. Voor de onverharde delen (tuinen van kavels) dient per soort kavel een percentage gecompenseerd te worden. In peilgebied 2.6 meter dient 8.621 m2 gecompenseerd te worden. In peilgebied 2.75 meter dient 7.941 m2 gecompenseerd te worden. Binnen het plan wordt rekening gehouden met klimaatbestendigheid. Waterberging is hier een belangrijk onderdeel van. De beste aanpak om wateroverlast te voorkomen, bestaat uit drie stappen: vasthouden, bergen en afvoeren. Groen zorgt ervoor dat niet alle neerslag hoeft te worden afgevoerd. Bomen, struiken en ander groen kunnen de temperatuur in een bebouwde omgeving helpen verlagen door water te verdampen.

Bij nieuwe aanplant en herinrichting is nadrukkelijk aandacht voor verbetering van de waterberging en vermindering van de hittestress. Buiten de dragende groenstructuren wordt ruimte gegeven voor initiatieven in het kader van de energietransitie (zonnepanelen en dergelijke). Tevens helpt de aanleg van overstromingsgebieden bij de tijdelijke opvang van water tijdens periodes van hevige regenval. In de huidige situatie is er geen sprake van verharding. Omdat er in de toekomstige situatie 20.643 m2 bebouwing en verharding komt en daarnaast de tuinen voor de aangegeven percentages meegerekend dienen te worden, neemt het aandeel verhard terrein toe met 37.205 m2. De onderliggende berekening is opgenomen in bijlage 1. De toename van het aandeel verhard terrein moet worden gecompenseerd met nieuw oppervlaktewater. Op basis van de vuistregels vanuit Waterschap Rivierenland dient bij een T=10+10% een watercompensatie van 436 m3 per hectare toename van verharding gerealiseerd te worden. Vanuit de gemeente geldt dezelfde vuistregel. Bij een bui T=100+10%, op basis van deze vuistregels dient 664 m3 berging per hectare toename van verharding gerealiseerd te worden. Op basis van de uitgangspunten van het Waterschap, dient 1.622 m3 hemelwater te worden geborgen, uitgaande van de T=10+10% neerslag.

Het graven van een nieuw oppervlaktewaterlichaam dient binnen hetzelfde peilgebied plaats te vinden. De waterberging dient dus per peilgebied gerealiseerd te worden. Op basis van het stedenbouwkundig plan is het te compenseren oppervlak per peilgebied berekend. Vervolgens is het te compenseren oppervlak omgerekend naar het aantal ha. Dit aantal ha is vermenigvuldigd met de gestelde eis voor waterberging vanuit de gemeente/ het waterschap. Het nieuw gecreëerde wateroppervlak zoals in het stedenbouwkundigplan weergegeven is opgenomen in de laatste kolom. De te realiseren waterberging per peilgebied is weergegeven in tabel 2.

Pagina 13

SPA WNP ingenieurs

22000272.r09f

Tabel 2: Te realiseren waterberging per peilgebied Verharding huidige situatie

Te compenseren

(m2)

(m2)

Totaal

0

Peilgebied 2,6m

0

Peilgebied 2,75m

0

Eisen voor waterberging

Te bergen/ infiltreren

Nieuw water in plan

(m3)

37.205

m3/ha T 10 + 10% 436

m3/ha T 100 + 10% 664

(m3) T 10 + 10% 1.622

1.787

19.130

436

664

834

854

18.075

436

664

788

933

Zoals uit bovenstaande tabel blijkt, is er in het plan ruim voldoende waterberging voorzien. 4.3

Oppervlak watersysteem In de plansituatie neemt het verhard oppervlak ten opzichte van de huidige situatie met 37.205 m² toe. Deze toename van verharding dient in het plangebied gecompenseerd te worden. Ter compensatie van de verharding en de gedempte watergang worden binnen het plan B- watergangen gerealiseerd en overstroomgebieden (speelveld). De omvang van de watergangen is bepaald aan de hand van de te bergen neerslag, zoals bepaald door het waterschap, dit bedraagt een maximale pijlstijging van 0.3 meter ten opzichte van het zomerpeil. De minimale eisen voor B-watergangen zijn: 0,5 m bodembreedte, 0,5 m waterdiepte + zomerpeil, 1:2 talud. Voor de overstromingsgebieden is rekening gehouden met een bergingscapaciteit van berging in m2 x peilstijging x 0,5 vanwege het talud. Onder het overstromingsgebied wordt het gebied verstaan, zoals aangegeven op de plankaart. Daarnaast is 560 m2 aan wadi’s gelegen, naast een deel van de weg (zie profiel 4 in bijlage 3), waarvan in het 380 m2 in peilgebied 2,6 meter ligt en 180 m2 in peilgebied 2,7 meter ligt. Tabel 3:

Oppervlak van de nieuwe watergangen en overstromingsgebieden Water

Nieuw water m2

Nieuw overstroomgebied m2

Gerealiseerde berging water m3

Nieuw overstromingsgebied m3

Totale berging per peilgebied

Exclusief bestaande watergangen

5.320

1.273

1.596

191

1.787

Peilgebied 2,6m

2.400

890

720

134

854

Peilgebied 2,75m

2.920

383

876

57

933

Om te kunnen voldoen aan de T=10+10% eisen van het waterschap, dienen de watergangen een maximale peilstijging te hebben van 0.3 meter ten opzichte van het zomerpeil. Op basis van standaardprofielen is voor de verschillende soorten watergangen de berekening gemaakt, dit moet nog nader gedimensioneerd worden in een verdere fase van het plan.

Pagina 14

SPA WNP ingenieurs

4.4

22000272.r09f

Beheer 4.4.1 Watergangen In het zuidoostelijke deel van het plangebied loopt een A-watergang. Een A-watergang kent een beschermingszone van vier meter voor onderhoud. A-watergangen kunnen in principe onderhouden worden vanaf de weg, mits er niets in de weg staat. In het plan is daarom genoeg ruimte opgenomen om met de maaimachines bij de A-watergang te kunnen komen. Afbeelding 6:

Weergave doorsnede A-watergang

De overige watergangen (met uitzondering van de bestaande watergang achter de school) zullen B-watergangen worden. B-watergangen moeten conform het beleid van het Waterschap een beschermingszone van één meter breed aan beide kanten (obstakelvrije schouwstrook) hebben en moeten door de eigenaren zelf onderhouden worden. De gemeente hanteert voor de B-watergangen, die door hen onderhouden moeten worden, een onderhoudsstrook van vier meter aan één zijde. Het gaat dan om een voor onderhoud toegankelijke strook zonder obstakels. Voor nieuwe perceeleigenaren (niet zijnde de gemeente) met een B-watergang op of grenzend aan hun eigen perceel wordt privaatrechtelijk via de koopovereenkomst en leveringsakte het beheer en onderhoud vastgelegd, alsmede de één meter brede beschermingszone (obstakelvrije schouwstrook). Hierbij geldt een ketting- en boetebeding, in verband met doorlegging hiervan, aan opvolgende eigenaren. Op basis hiervan is het onderhoud en de bescherming van de B-watergangen, die in het plangebied worden gerealiseerd, geborgd. Overal is hiermee aan/vanaf beide zijden van de nieuwe B-watergangen het beheer en onderhoud geborgd. De B-watergangen in het plangebied kunnen vanaf de kant onderhouden worden. Aan beide zijden kan onderhoud vanaf de rijbaan/veld uitgevoerd worden.

Het overstroomgebied heeft een talud van 1:12, waardoor deze goed toegankelijk is en ook goed onderhouden kan worden. De bredere B-watergangen, rondom de groen-/speelvoorzieningen in het plan, zullen eventueel vanaf het water onderhouden moeten worden, vanwege de breedte van 5.05 respectievelijk 5.90 m. 4.4.2 Voorzieningen In het plangebied is een stuw opgenomen. Deze is gelegen in het toekomstig openbaar gebied en komt daarmee in eigendom bij de gemeente Maasdriel. De gemeente Maasdriel wordt daarmee verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud ervan. Over de bediening van de stuw worden afspraken gemaakt tussen de gemeente Maasdriel en Waterschap Rivierenland. Pagina 15

SPA WNP ingenieurs

22000272.r09f

4.4.3 Bomen Naast de watergangen zijn op meerdere plekken bomen voorzien. Hiervoor geldt, op grond van de beleidsregels van het Waterschap (WT 10), dat vrijstelling kan worden verleend van het verbod op het aanplanten van bomen in de onderhoudsvrije zone. De vereiste afstanden tot de insteek van 0,50 m en de vereiste afstand tussen de bomen onderling, wordt daarbij gerespecteerd. 4.5

Voldoende drooglegging Het plangebied wordt gekenmerkt door een bepaalde grondwaterstand. De drooglegging van het gebied is hiervoor medebepalend. Drooglegging is de maat waarop het maaiveld, het straatniveau of het bouwpeil boven het zomerpeil van het oppervlaktewater ligt. De gemeente adviseert om grondwateroverlast te voorkomen door ontwateringseisen van het waterschap te hanteren. Zij hanteren de volgende ontwateringseisen: · 1,00 m boven GHG/RHG van het zomerpeil voor het straatniveau · 0,30 m boven straatniveau voor bebouwing De voorkeur gaat daarbij uit naar het realiseren door ophoging. Daar waar het niet haalbaar is om 1.00 m voor het straatniveau te halen, kan onderzocht worden of door middel van het aanleggen van drainage met een drooglegging van 0,70 m kan worden volstaan.

SPA WNP ingenieurs

Pagina 16

BIJLAGEN

22000272r09 Bijlage 1

SPA WNP ingenieurs

Berekeningen parkeerplaatsen Vervoersmiddel

Type

Personenauto Personenauto Gehandicapt algemeen Gehandicapt algemeen Gehandicapt kentekengebonden Gehandicapt kentekengebonden

Gestoken/haaks parkeren Langsparkeren Langsparkeren Haak parkeren Langsparkeren Haaksparkeren

Lengte (m) 4,5 6 7,5 5 6 5

Breedte (m) 2,5 2 2 3,5 2 2,5

Oppervlakte (m2) 11,25 12 15 17,5 12 12,5

opp. m2

aantal

aantal per peilgebied 2,6

aantal per peilgebied 2,75

54 48,6 60,4 100,8 112 156 180

12 24 23 16 24 14 7 120

0 0 14 10 19 5 5 53

12 24 9 6 5 9 2 67

Aantal 124 34 0 0 0 0 Totaal:

Totaal opp (m2) 1919 417 0 0 0 0 2336

Tabel voor in rapport watertoets

Verharding Gebouwen (allen 2 bouwlagen en kap) standaard bebo rijwoningen hoekwoning 2˄1 kap vrijstaand vrij kavel Totaal woningen Wegen Halfverharding (Parkeerplaatsen en inritten) Terassen Overige verharding (voetpaden, 50 % verhard/ 50% half verhard)

totaal per type (m2)

648 1166,4 1389,2 1612,8 2688 2184 1260 10948 5737

totaal per type (m2) peilgebied 2,6

totaal per type (m2) peilgebied 2,75

0 0 845,6 1008 2128 780 900 5662

648 1166,4 543,6 604,8 560 1404 360 5287

3462

Totaal verhard Onverhard Parkeerplaatsen Terassen Tuinen vrijstaand 2˄1 kap standaard, rij en bebo Openbaar groen Totaal overig

8777 6258 6.013

21 24 75

10 19 24

11 5 51

8777 6258 6013

4180 4954 1924

oppervlakte m2 (ca)

percentage verhard

te compenseren

te compenseren peilgebeid 2,6

te compenseren peilgebied 2,75

10.948

100%

10.948

5.662

5.287

5626 2945 0

100% 50% 50%

5.626 1.473 0

2.813 736 0

2.813 736 0

3462 22.981

75%

2.597 20.643

1.298 10.509

1.298 10.134

0 0 0

50% 50% 0% 70% 80% 90% 0%

0 0 0 6.144 5.006 5.412 0 16.562

2.926 3.963 1.732

3.218 1.043 3.680

8.621

7.941

37.205

19.130

18.075

37.205

19.130

18.075

4597 1304 4089 0

Totaal plangebied Te compenseren Berekeningen te bergen

Totaal Peilgebied 2,6m Peilgebied 2,75m

Water exclusief bestaande watergangen Peilgebied 2,6m Peilgebied 2,75m Waterschap: Aandachtspunt 2 peilen oostelijk deel plangebied BOM 5.41 zomerpeil 2.75 westelijk deel plangebied BOM 5,40 zomerpeil 2.6

28 maart 2024

Verharding huidige situatie (m2) 0 0 0

te compenseren (m2) 37205 19130 18075

Eis waterschap/gemeente m3/ha T 10 + 10% m3/ha T 100 + 10% 436 664 436 664 436 664

Te bergen/infiltreren (m3) T 10 + 10% 1622 834 788

Nieuw water m2 5320 2400 2920

Nieuw overstroomgebied m2 1273 890 383

gerealiseerde berging gerealiseerde berging overstromingsgebied water m3 m3 1596 191 720 134 876 57

Totale berging per peilgebied 1787 854 933

max. stijging 0,3 0,3

Te bergen/infiltreren (m3) T 100 + 10% 2470 1270 1200

Nieuw water in plan (m2) 5320 2400 2920

Overstromingsgebied (m2) 1273 890 383

SPA WNP ingenieurs

22000272 Bijlage 8 22000272r09 Watertoets Bijlage 2

SPA WNP ingenieurs

22000272 Bijlage 8

SPA WNP ingenieurs

22000272 Bijlage 8

SPA WNP ingenieurs

22000272 Bijlage 8

SPA WNP ingenieurs

22000272 Bijlage 8

SPA WNP ingenieurs

22000272 Bijlage 8

SPA WNP ingenieurs

22000272 Bijlage 8

SPA WNP ingenieurs

22000272 Bijlage 8

SPA WNP ingenieurs

22000272 Bijlage 8

SPA WNP ingenieurs

22000272 Bijlage 8

SPA WNP ingenieurs

22000272 Bijlage 8

SPA WNP ingenieurs

22000272 Bijlage 8

SPA WNP ingenieurs

22000272 Bijlage 8

SPA WNP ingenieurs

22000272 Bijlage 8

SPA WNP ingenieurs

22000272 Bijlage 8

SPA WNP ingenieurs

22000272 Bijlage 8

SPA WNP ingenieurs

22000272 Bijlage 8

SPA WNP ingenieurs

22000272 Bijlage 8

SPA WNP ingenieurs

22000272 Bijlage 8

SPA WNP ingenieurs

22000272 Bijlage 8

SPA WNP ingenieurs

22000272 Bijlage 8

SPA WNP ingenieurs

22000272 Bijlage 8

SPA WNP ingenieurs

22000272 Bijlage 8

SPA WNP ingenieurs

22000272 Bijlage 8

SPA WNP ingenieurs

22000272 Bijlage 8

SPA WNP ingenieurs

22000272 Bijlage 8

SPA WNP ingenieurs

22000272 Bijlage 8

SPA WNP ingenieurs

22000272 Bijlage 8

SPA WNP ingenieurs

22000272 Bijlage 8

SPA WNP ingenieurs

22000272 Bijlage 8

SPA WNP ingenieurs

22000272 Bijlage 8

SPA WNP ingenieurs

22000272 Bijlage 8

SPA WNP ingenieurs

22000272 Bijlage 8

SPA WNP ingenieurs

22000272 Bijlage 8

SPA WNP ingenieurs

22000272 Bijlage 8

SPA WNP ingenieurs

22000272 Bijlage 8

SPA WNP ingenieurs

22000272 Bijlage 8

SPA WNP ingenieurs

22000272 Bijlage 8

SPA WNP ingenieurs

22000272 Bijlage 8

SPA WNP ingenieurs

22000272 Bijlage 8

SPA WNP ingenieurs

22000272 Bijlage 8

SPA WNP ingenieurs

22000272 Bijlage 8

SPA WNP ingenieurs

22000272 Bijlage 8

SPA WNP ingenieurs

22000272 Bijlage 8

SPA WNP ingenieurs

22000272 Bijlage 8

SPA WNP ingenieurs

22000272 Bijlage 8

SPA WNP ingenieurs

22000272 Bijlage 8

SPA WNP ingenieurs

22000272 Bijlage 8

SPA WNP ingenieurs

22000272 Bijlage 8

SPA WNP ingenieurs

22000272 Bijlage 8

SPA WNP ingenieurs

22000272 Bijlage 8

SPA WNP ingenieurs

22000272 Bijlage 8

SPA WNP ingenieurs

22000272 Bijlage 8

SPA WNP ingenieurs

22000272 Bijlage 8

SPA WNP ingenieurs

22000272 Bijlage 8

SPA WNP ingenieurs

22000272 Bijlage 8

SPA WNP ingenieurs

22000272 Bijlage 8

SPA WNP ingenieurs

22000272 Bijlage 8

SPA WNP ingenieurs

22000272 Bijlage 8

SPA WNP ingenieurs

22000272 Bijlage 8

SPA WNP ingenieurs

22000272 Bijlage 8

SPA WNP ingenieurs

22000272 Bijlage 8

SPA WNP ingenieurs

22000272 Bijlage 8

SPA WNP ingenieurs

22000272 Bijlage 8

SPA WNP ingenieurs

22000272 Bijlage 8

SPA WNP ingenieurs

22000272 Bijlage 8

SPA WNP ingenieurs

22000272 Bijlage 8

SPA WNP ingenieurs

22000272 Bijlage 8

SPA WNP ingenieurs

22000272 Bijlage 8

SPA WNP ingenieurs

22000272 Bijlage 8

SPA WNP ingenieurs

22000272 Bijlage 8

SPA WNP ingenieurs

22000272 Bijlage 8

SPA WNP ingenieurs

22000272 Bijlage 8

SPA WNP ingenieurs

22000272 Bijlage 8

SPA WNP ingenieurs

22000272 Bijlage 8

SPA WNP ingenieurs

22000272 Bijlage 8

SPA WNP ingenieurs

22000272 Bijlage 8

22000272 Bijlage 3

wegas 3.75 wp 2.60;

2,30

1:10 reservering KL

reservering KL

IT riool locatie i.o.m. techneuten

4,80

2,75

1,80

1,80

15,55

2,65

0,95

IT riool locatie i.o.m. techneuten DWA 3.00m reservering riool

privé kavel;

trottoir; oprijpad;

oprijpad;

molgoot; geleidband;

inritblokken;

oprit naar parkeerkoffer;

trottoir;

oprit naar parkeerkoffer;

privé kavel;

onderhoud strook;

bestaande grastalud;

bestaande watergang;

gras talud;

trottoir;

grasberm;

0,60

trottoirband;

rijweg;

geleideband;

grasberm;

grastalud

watergang; uitwerking diepte watergang i.v.m. waterkwaliteit volgt in volgende fase;

1,25

57

.75 +2

2,55

2

8m

middeldure woning

vloerpeil 4.05

tie

a ns

e mp co

p. w.

DWA 3.00m reservering riool

inrit constructie naar privé pp

rijweg;

reservering KL

1:2

0,50

w

inrit constructie naar privé pp

vrijstaande woning

vloerpeil 3.90

1,30

1:4 1:3

5

2.7

+ .p.

vloerpeil 4.05

molgoot;

privé (zijtuin)

3.80

3.70 wp 2.75

(boom 2e grootte)

(boom 2e grootte)

wegas 3.75

cir nk sta

e eg an lm ke

privé

openbaar

privé

openbaar

Plangrens

privé

openbaar

Plangrens

S

4,80

1,80

7,65

mo

1,80

2,00

e

lijk

ge

4,10

k

ee

rst

o do

t

ms

ko

toe

B

profiel 1

profiel 2

50

A

profiel 3

eli

g mo

jke

st

om

o do

S

rst

k

ee

k toe

p. w.

.75

+2

0

2.6

+ .p.

50

w

privé

S

0

2,7

5,1 0

6,5

3

openbaar

openbaar

privé

privé

,01

NR 8

21

.60 +2 p. :3 w. 1

6e

Plangrens

openbaar

0 3,0

r8

it n

ap

xtr p

inr

S De

0

NR 26

d

2

NR 28

NR 4

4,

lan

NR

80

0 ,0 12

10 2,

od

rke

1

5 1,

rb

ve

er

rke

pa )

rd Bo 6 s: . 2 er nr on bij ew k l b al stu rste sm o vo oor (v

Aa

r8

it n

inr

t He

n

00

6,

oe

50

gr

5,

nte

l

ee

pe

m ge

ap ter

0 5,

NR

R6,00

6

tra

ex

rste

e ke

ar

dp

or

lb

o Vo

NR 1

jes alt

pa

R6,00

Ste

el

pp

ra

De

od

rb

rve

NR 3

NR 5

6,0

0,

70

NR 7

80

10 2,

wegas 3.75

4,

(boom 2e grootte)

5

2,65

4,80

2,00

2,20

1,80

privé kavel;

3,00

opsluitsband

1,80

trottoir;

25,25 29,45

infiltratiezone

4,20

infiltratiezone

3,60

55,05

trottoir;

2,90

gras oprijpad;

1,80

privé kavel;

grastalud;

26,70

gras talud;

informeel pad;

overstromingsbebied 10,50

speelveld;

watergang; uitwerking diepte watergang i.v.m. waterkwaliteit volgt in volgende fase;

grastalud;

5,00

,50

21

DWA 3.00m reservering riool

0,50

1,02

4,50

1:2

reservering KL

IT riool locatie i.o.m. techneuten

uitstapstrook

1:2

bodem geschikt maken voor infiltratie regenwater

bodem geschikt maken voor infiltratie regenwater

langsparkeren

1:2

IT riool locatie i.o.m. techneuten

opsluitsband

1:2

reservering KL

rijweg;

1:12

watergang; uitwerking diepte watergang i.v.m. waterkwaliteit volgt in volgende fase;

1:3

10

vloerpeil 4.05

vloerpeil 4.05

wp 2.60;

wp 2.60;

1:6

twee-kap woning

p

ap

NR

1:3

knotwilgen staan h.o.h. 6 m t.b.v. onderhoud watergang openbare oever, onderhoud door Gemeente

r

u fle

lle

Be

0 xtr 6e

openbare oever, onderhoud door Gemeente

De

19,30

profiel 4

Plangrens

Plangrens privé

privé

privé

openbaar

openbaar

privé

privé

openbaar

openbaar

privé

privé

openbaar

openbaar

privé

privé

openbaar

openbaar

privé

privé

openbaar

openbaar

privé

privé

openbaar

Rossum De Appelgaerd

opdrachtgever

1:2

bodem geschikt maken voor infiltratie regenwater DWA 3.00m reservering riool

3,75

25,70 29,45

2,65

1,80

3,20

opsluitsband;

3,60

infiltratiezone

2,90 10,05

trottoir;

1,80

grasberm;

1,75

privé kavel;

23,40

gras talud;

23,40

5,20

watergang; uitwerking diepte watergang i.v.m. waterkwaliteit volgt in volgende fase;

4,80

23,35

grastalud;

23,35

22,10

informeel pad;

22,10

5,20

grasstrook;

privé kavel;

trottoirband;

4,80

24,65

IT riool locatie i.o.m. techneuten

4,80 19,30

bodem geschikt maken voor infiltratie regenwater

4,95

Doorsneden 1-5

tekeningnummer

1

formaat

A0+

datum

2024-04-05

schaal

1:100

reservering KL

versie

1,80

achterpad privé;

IT riool locatie i.o.m. techneuten

0,50

24,65

rijweg;

reservering KL

1:3

onderwerp

middeldure woning

privé kavel;

1:2 DWA 3.00m reservering riool

vloerpeil 4.05

opsluitsband;

1:3

twee-kap woning

trottoir;

vloerpeil 4.05

infiltratiezone

vrijstaande woning

rijweg;

3.80

reservering KL

trottoirband;

wegas 3.75

(boom 2e grootte) vloerpeil 4.05

3.80

privé kavel;

27,40 53,25

profiel 5

vrijstaande woning

privé kavel;

1,95

vloerpeil 4.05

DWA 3.00m reservering riool

trottoirband;

grastalud;

16,90

watergang; uitwerking diepte watergang i.v.m. waterkwaliteit volgt in volgende fase;

speeleiland;

1,95

vrijstaande woning

reservering KL

23,39

grastalud;

grastalud;

watergang; uitwerking diepte watergang i.v.m. waterkwaliteit volgt in volgende fase; 5,05

vloerpeil 4.05

1:2

1,03

1,40

1:3

3.80

trottoirband;

1:2

3.80

rijweg;

1:2

vloerpeil 4.05

wp 2.75;

1:3

privé kavel;

1:2

1:3

wp 2.75;

wp 2.75;

vrijstaande woning

wegas 3.75

wegas 3.75

Rubens bv

27,05

1,60

ondergrond

Klinkenbergerweg 30a | 6711 MK EDE | 0318 614 383 Vrijlandstraat 33-c | 4337 EA MIDDELBURG | 0118 227 466 Hoenderkamp 20 | 7812 VZ EMMEN | 0591 238 110

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14061127/1