22000272 Bijlage 02 LB Rossum De Appelgaard 2024-04-04 BKP-verkleind
Tekst van het document
DE APPELGAERDE Rossum Beeldkwaliteitsplan | 28 juli 2022 | herzien 05 april 2024 | in opdracht van Rubens bv
colofon opdrachtgever:
Rubens Ontwikkeling bv p/a NCB Projectrealisatie bv Drielandendreef 40 3845 CA Harderwijk
beeldkwaliteitsplan:
LODEWIJK BALJON landschapsarchitecten Cruquiusweg 10 Postbus 1068 1000 BB Amsterdam 020 625 88 35 robert@baljon.nl www.baljon.nl Lodewijk Baljon - landschapsarchitect / directeur Robert van der Horst - senior projectleider Rui Fernandes - landschapsarchitect / ontwerper
in samenwerking met:
SPA WNP Ingenieurs Klinkenbergerweg 30a 6711 MK Ede 0318-614383 ede@spawnp.nl www.spawnp.nl Noortje Jacobs Pittiger in Planologie Verwestraat 32 5491 BZ Sint Oedenrode 06-19743337 www.pittiger.com info@pittiger.com Nikol van de Goor
Amsterdam, 05 april 2024
Inhoud
1. Inleiding 1.0 locatie 1.1 karakter van Rossum 1.2 overzicht van het plan 1.3 uitgangspunten 1.4 opbouw
4 4 5 6 7
2. Programma 2.0 woningtype 2.1 architectonische eenheden
8 9
3. Planontwikkeling 3.0 visie en ruimtelijk concept 3.1 groen-blauwe structuur
10 12
4. Beeldkwaliteit 4.0 een buurt met een dorps karakter waar de landschappelijke context beleefbaar is 4.1 architectuurregel: dansende daken 4.2 architectuurregel: verspringende gevels 4.3 architectuurregel: rondom ontworpen 4.4 architectuurregel: aanbouwen, garages en dakkapellen 4.5 architectuurregel: materiaal gevel en dak 4.6 groen kaders en overgang openbaar-privé 4.7 stedebouwkundig detail 4.8.1 kavelspaspoorten voor vrije kavels 4.8.2 twee onder één kap 4.8.3 eindwoningen met uitbouw op hoek 4.8.4 verandawoningen 4.8.5 beneden-bovenwoning met gallerij
De Appelgaerde, Rossum
Beeldkwaliteitsplan
4.8.6 4.9 4.9.1
rijwoningen met stoep openbare ruimte materialisatie
30 31 31
Bijlage plankaart A3 1:2000
14 16 17 18 19 20 22 24 25 26 27 28 29
05 april 2024
3
1.
INLEIDING
1.0
locatie
Rossum, gelegen tussen Waal en Maas, heeft alle kenmerken van een nederzetting in de Betuwe.
Licht kronkelende dijken met afwisselende bebouwing, begeleidt door opgaande beplantingen vormen de basiskenmerken van de plek. Besloten dorpse beelden gaan over in weidse panorama’s over de rivier. Daar tussen strekken zich de boomgaarden van de Bommelerwaard uit. 1.1
karakter van Rossum
De landelijke sfeer van de kern van Rossum loopt door in de wegen die van oudsher de verbinding vormden.
Tussen de wegen ligt een mozaïek van boomgaarden, velden en woonbuurten uit verschillende perioden. Watergangen volgen het verkavelingspatroon. Het netwerk is te zien als een weefsel van schering en inslag. De cultuurhistorische basis van de afronding van Rossum Noord kan met deze weefselstructuur in de woonverkaveling, de voetpaden en de groene en blauwe lijnen worden opgebouwd.
4
1.
INLEIDING
1.2
overzicht van het plan
Een grote diversiteit aan woonvormen vormen een afwisselend beeld langs de ontsluitingsweg die midden door het plan gaat.
Rond deze centrale lijn is een groot deel van het openbare groen geordend. De aansluiting op de bestaande bebouwing wordt gemarkeerd door groene (speel-)plekken. En langs de rand vormt een doorlopende groen/blauwe structuur de overgang naar het open landschap. Dit maakt een verzorgde bebouwingsrand mogelijk en water en groen bieden ruimte voor natuurontwikkeling en recreatieve uitloop. De ontwikkeling is een logische vervolg op de school aan de Kersenbogerd en vormt een passende vervolmaking van Rossum.
De Appelgaerde, Rossum
Beeldkwaliteitsplan
05 april 2024
5
1.
INLEIDING
1.3
uitgangspunten
De cultuurhistorie uit zich in het landschap. Daarom geldt voor Rossum Noord de verwevenheid van wonen en landschap als het vertrekpunt.
Een netwerk van verbindingen, voor de voetganger, volgt de schakering van groen en blauw. Verkavelingsopbouw van het landschap, herkenbaar in waterlopen, zichtlijnen en beplantingen, is getransformeerd tot een hechte onderlegger voor de nieuwe woonbuurt. Rijkdom in verscheidenheid en architectonische detaillering van de bebouwing ondersteunen de kleine korrel van het dorpse woonmilieu.
6
1925
1950
1975
2000
2020
1.
INLEIDING
1.4
opbouw
schering en inslag De cultuurhistorische basis van het plan is gelegen in het landschappelijke patroon van schering en inslag. Het netwerk van sloten en wegen is geïntensiveerd, zodat het
de juiste maat heeft voor het ontwikkelen van een fijn, op het landschap geënt, w oonmilieu. groen - blauw netwerk
De uitbreiding van het stelsel van watergangen wordt begeleid door bomen, vooral karakteristiek knotwilgen, en grazige taluds. Op kenmerkende plekken vormen, beplantingssingels, boomgaardje en speelparkjes (met ruimte voor oevervegetaties en spelaanleidingen) vitale knooppunten.
fasering
De ontwikkeling is opgezet als een groeimodel, waarbij de nieuwe buurt op elk moment een veilige en aantrekkelijke woonomgeving vormt. Direct bij het begin wordt het landschappelijke kader opgebouwd met de aanleg van watergangen en beplantingen. Hierbinnen volgen geleidelijk de huizen en wordt Rossum afgerond op een landschappelijk verzorgde wijze.
fase 1 fase 2 fase 3
De afronding van Rossum groeit geleidelijk.
De tijd die de ontwikkeling neemt, vraagt tijdige realisatie van de beplantingsopbouw en de waterstructuur. Voor veiligheid en comfort is het ook van belang bouw- en woonverkeer op een logische wijze te scheiden.
verbindingen
Paden voor voetgangers maken een fijnmazig netwerk waarmee de groene ruimte goed is ontsloten. Voor de fietser is een aanknoping op de bestaande woonstraten voorzien. Voor de auto verloopt de ontsluiting via de hoofdwegen, HC de Jonghweg en Hogeweg. zichtlijnen en verbijzondering woningen
In het schetsvoorstel is ervoor gekozen om op eindpunten van zichtlijnen specifieke woningtypen te plaatsen die verdere uitwerking toelaten tot verbijzondering. groene ruimten
De sfeer van het groen wordt bepaald door landschappelijke elementen. De koppeling aan de watergangen verrijkt de ecologische kwaliteit en de gebruiks- en belevingswaarde. Een reeks van groene plekken zorgt voor een goede overgang naar de omgeving en verankert de huizen op aangename wijze in het landschap. Daarnaast spelen ook de tuinen, afgezoomd met hagen of met klimop begroeide hekwerken, mee in het groene beeld.
De Appelgaerde, Rossum
schering en inslag
groen - blauw netwerk
verbindingen
zichtlijnen en verbijzondering woningen
Beeldkwaliteitsplan
05 april 2024
7
2. PROGR AMMA
2.0
woningtypen
Een hedendaagse vorm van dorpswonen is het vertrekpunt. Samen met de verwachte vraag naar woningen (kwalitatief en kwantitatief) resulteert dat in het woningprogramma.
Verschillende sferen passen bij Rossum: de afwisseling van bebouwing aan een lint, woningen rond een groene speelplek, uitzicht over velden en boomgaarden, de relatie met het stelsel van watergangen. Alles samen geeft de kenmerkende verwevenheid van wonen en landschap. De wisselwerking tussen rood, groen en blauw geeft ruimte aan mens, plant en dier. De korrelgrootte die daarop aansluit varieert van korte rijtjes (van hoekwoningen met twee of drie tussenwoningen), via tweekappers naar vrijstaand. De Bebo-woningen vormen compacte blokjes, die vergelijkbaar zijn met de rijtjes. Het plan biedt ruimte aan koop en huur in diverse prijsklassen, van sociale woningbouw tot particulier opdrachtgeverschap.
woningtypen uitgangspunten Rijwoningen
goekope koop
12
135m2
Bebo
sociaal
24
121.5m2
Rijwoningen
middelduur
23
151m2
Hoekwoningen
middelduur
16
252m2
2onder1-kap
duur
24
280m2
Vrijstaand
duur
14
390m2
Vrije kavel
duur
7
450m2
Totaal 8
120
2. PROGR AMMA
2.1
architectonische eenheden
Er is een grote variatie aan woning typen. Dat vormt de basis voor de verscheidenheid. De eenheid komt voort uit een nadere groepering volgens de hoofdlijnen en momenten in het plan: de lijnen N-Z (schering van het landschap) en O-W (inslag), de eilanden en de veranda’s.
De eilanden vragen om een specifiek ensemble dat de landschappelijk zetting en de relatie met het water benut. De verandawoningen vormen samen (mede vanwege de oriëntatie op een woonpad in het groen en samen met de achterliggende parkeeroplossing) een karakteristiek ensemble. De vrije kavel liggen aan de buitenrand en sluiten aan bij de linten van Rossum, zoals die in de loop der tijd zijn bebouwd.
laag eenvoudig rijtje hoogrijtje met bijzondere hoek kort rijtje eindwoning 2onder1-kap vrijstaand onderdeel van project vrijstaand - vrije kavel veranda’s eiland hoofdstraat O-W (inslag) hoofdstraat N-Z (schering) De Appelgaerde, Rossum
Beeldkwaliteitsplan
05 april 2024
9
3. PLANONT WIKKELING
3.0
visie en ruimtelijk concept
De afronding van Rossum Noord omvat niet alleen woonbebouwing, maar ook een belangrijk landschappelijk vormgegeven stelsel van water en beplantingen.
In eerste instantie wordt de school ingepast, de nieuwe ontsluiting aan de HC de Jonghweg gemaakt en op een lager schaalniveau de verbindingen met de woonwijk gelegd (via De Sterappel en De Fazant/Kersenbogerd). Dat biedt de mogelijkheid om het watersysteem uit te breiden en de met hoogstamboomgaarden omgeven avontuurlijke speelruimten te scheppen. Hierdoor krijgt de natuur, die afhankelijk is van dergelijke opgaande beplantingen, oppervlaktewater en oevervegetaties, de kans zich te ontwikkelen. Ook kan, als verbindende schakel met de bestaande buurt, een speelplek worden ingericht. Een stelsel van paden maakt recreatieve beleving en gebruik van de omgeving mogelijk. Dat maakt ook een ommetje van uit de bestaande buurten mogelijk. De bebouwing heeft een dorpse kleinschalige korrel en de huizen hebben nauw contact met het landschap.
10
De Appelgaerde, Rossum
Beeldkwaliteitsplan
05 april 2024
11
3. PLANONT WIKKELING
3.1
groen-blauwe structuur
Doordat het groen een samenhangende stelsel vormt, biedt het extra kansen voor de natuurontwikkeling.
Watergangen voegen zich in dit systeem, evenals enkele wandelpaden. Samen maakt het een hecht, op het onderliggende landschap geënt, geheel. Daarmee zijn de woningen in het omringende landschap verankerd. De robuustheid van het stelsel en de keuze van beplantingen zorgen voor een gunstig milieu voor flora en fauna. Karakteristieke landschapselementen, zoals hoogstam boomgaarden, bloemrijke weiden en sloten met knotwilgen, bieden mens en dier een goede plek. De ontwikkeling van de groenstructuur verzorgt het landschap. De gemeente hanteert de volgende normen: - , bomen per inwoner - m groen per inwoner woningen betekent normatief inwoners. In het Inrichtingsplan zullen dus minimaal bomen worden geplant. in het Stedebouwkundigplan moet dus minimaal . m groen aanwezig zijn. De plankaart bevat . m groen, m overstroombare oever en . m water.
12
De Appelgaerde, Rossum
Beeldkwaliteitsplan
05 april 2024
13
4.
BEELDK WALITEIT
4.0
Een buurt met een dorps karakter waar de landschappelijke context beleefbaar is.
Voor De Appelgaerde is gezocht naar een beeldkwaliteit die zich voegt in de context van Rossum: op de overgang van de dorpskern naar de velden met fruitgaarden, weilanden en akkers.
De landelijke sfeer, bepaald door de positie aan de rand van Rossum en de stedenbouwkundige structuur die op de landschappelijke omstandigheden is geënt, vormen de basis van de beeldkwaliteit. De hier volgende omschrijving van de beeldkwaliteit gaat een stap verder, met het doel dat de architectuur de stedenbouwkundige kenmerken van de woonomgeving versterkt. De woondichtheid biedt niet zonder meer ruimte voor een aangename dorpse of landelijke sfeer. Samen met de hoofdelementen uit de groenstructuur en de karakteristieke randen van de wijk, moet de ontspannen rangschikking van de woningen het beoogde beeld oproepen. Vanwege de beperkte omvang van de tuinen en de druk van alle geparkeerde auto’s luistert de uitstralingen van de architectuur nauw. Afstemming van vorm, materiaal en detaillering op de gewenste samenhang, afwisseling en sfeer zijn noodzakelijk om de wijk voor iedereen tot een prettige plek te maken. Het gaat daarbij om expressie van variatie en geborgenheid. Geborgenheid: een goed woord voor een woning, een straat en een buurt. Wanneer ontstaat geborgenheid? Het antwoord wordt ontleend aan wat we in dorpen in het algemeen als aangenaam ervaren: losse korrels en afwisseling (vooral door kapvorm en bouw- en goothoogte en individuele expressie), maar ook: een beschut karakter door de onderlinge samenhang waardoor het dorp een geheel vormt.
Dat laatste is in het dorp vaak ontstaan onder invloed van de tijd en ligging in het landschap waarin het dorp zich ontwikkelde: de wisselwerking tussen plek en bebouwing, tussen landschap en occupatie. Het samenhangende karakter komt tot uiting in een eenvoudig palet van materialen en kleuren. De geleidelijke groei leidt ook tot een boeiende afwisseling: kleine variaties op een thema en soms een eigenwijze invulling van de plek. Tegenwoordig is de keuze uit bouwmaterialen schier eindeloos, de detaillering niet meer bepaald door ambachtelijke vervaardiging en de snelle ontwikkeling van de wijk sluit een verrijkende invloed van de factor tijd uit. 14
Daarom zijn voor de twee beeldbepalende aspecten - afwisseling met ruimte voor individuele expressie en samenhang binnen het geheel - in enkele heldere regels gevat. De regels voor de bebouwing zijn ontwikkeld vanuit het beeld van het geheel van de woonomgeving. Ze zijn ook gebaseerd op het adagium alledaagse eenvoud en liefde voor detail. Aansluitend op het landschap is er een voorkeur voor eenvoud en natuurlijkheid in materialen, met aandacht voor eigenschappen als lichtwerking, textuur, tactiele kwaliteiten, seizoensaspecten en duurzame veroudering. De detaillering is beheerst en terughoudend en staat nooit op zichzelf, maar ondersteunt de architectonische hoofdlijnen. In abstracte zin: comfort op ingetogen wijze; vertrouwd, maar niet ouderwets; verzorgd, maar niet sober of kaal; rustig, maar niet saai; geen decor, wel elegant. Meer concreet: kappen, die sterk het hoofdvolume bepalen; stevig beëindigd met overstek, de goot in dakvlak opgenomen; of juist een het dakvlak achter een doorgetrokken gevel, kappen maken langs de hoofdstructuur lange lijnen met accenten; in de woonstraten bieden kappen de kans op meer losheid en individualiteit van de woning. De uitdrukking van de gevels is niet hard, glad, scherp en grafisch, maar tactiel, met textuur, met aandacht voor randen, overgangen en beëindigingen. De woningen vormen korrels van diverse grote in het plan.
Een -onder--kap woning is een gebouw, een villa, met toevallig twee voordeuren. Mogelijk zit de ene deur in de zijgevel, zodat de eenheid van de woning als een plastisch volume wordt versterkt. Evenzo vormt de rijwoningen een bouwwerk met kop en staart, niet uitsluitend de repetitie van dezelfde woning, waarbij de beëindiging toeval en pardoes eindigt. De eindgevels en de aansluitende voorgevel zijn het belangrijkste deel van het gebouw, want het meest zichtbaar in het straatbeeld. Hier een lage goot maken, draagt sterk bij aan het landelijke beeld. Spiegeling van de woningen, waardoor de voordeuren gegroepeerd worden brengt rust in het totale gevelbeeld en versterkt het idee dat een reeks rijwoningen toch een gebouw vormen. Bij hoekpercelen die aan de hoofdontsluiting in het zicht liggen, is de dubbele oriëntatie van het woongebouw van belang.
Hagen dragen bij aan een goede overgang van openbaar naar privé. De zijtuinen laten minimaal de ruimte vrij voor een stevige haag of een begroeid hekwerk. Samen vormen tuin en haag een belangrijk aspect van de groene woonomgeving. In de volgende paragrafen zijn de architectuurregels verwoord.
De Appelgaerde, Rossum
Beeldkwaliteitsplan
05 april 2024
15
4.
BEELDK WALITEIT
4.1
architectuurregel: dansende daken
Het kappenlandschap is in dorpen en landelijke gebieden een beeldbepalend aspect. Dit landschap wordt gekenmerkt door het ‘dansen’ van de dakvormen. Hoog, laag, groot, klein - variatie is het devies.
De variatie is in richting, grootte en vorm. Het zadeldak is de gebruikelijke kapvorm; er is veel van de kap zichtbaar. Dat betekent dat een steile kaphelling moet worden toegepast: graden of meer. Ook houdt dit in dat de kap regelmatig ‘omlaag getrokken’ wordt. Dus lage goten (circa m hoogte) komen geregeld voor. Het grootste deel van de aan- en opbouwen hebben een kap(je) of zijn in de kap opgenomen.
variatie in kaprichting
kap en hoek werken samen
lage goot, uitbouw onder de kap
16
variatie in kaprichting
4.
BEELDK WALITEIT
4.2
architectuurregel: verspringende gevels
De ruimte voor individualiteit binnen een samenhangend geheel wordt zichtbaar door de structuur van de bouwvolumen.
Een rijtje woningen (of een twee-kapper) wordt ontworpen als een herkenbaar (collectief) geheel en vervolgens is daarbinnen elke woning, op een lager niveau dus, herkenbaar; niet alleen door de voordeur, maar bijvoorbeeld door het goed inzetten van verspringingen in de gevel. Alle sprongen bij elkaar geven, samen met de sprongen in goothoogten, het levendige en geborgen straatbeeld.
een rij ontwerpen als een gebouw met behulp van kapdraaiingen
verspringende gevels en erkers verrijken het beeld
De Appelgaerde, Rossum
draaiende kaprichtingen geven een rij een begin, midden en eind
Beeldkwaliteitsplan
05 april 2024
17
4.
BEELDK WALITEIT
4.3
architectuurregel: rondom ontworpen
In het plan mogen géén blinde gevels vanaf de straat zichtbaar zijn. Er is dus op alle hoeken een tweezijdige oriëntatie.
Alle straatgerichte zijden van de woningen hebben de openheid en het karakter van een voorkant. De hoekwoning is daardoor de belangrijkste woning in de rij en moet daarom in het architectonisch ontwerp de aandacht krijgen. Aanbouwen en garages maken als ze op een hoek gelegen zijn deel uit van de kap en het gevelbeeld is een samenhangend geheel waar de uitbouw of garage aan bij draagt.
18
een geprononceerde hoek
twee voorkanten
een deur en een bijzonder raam kan genoeg zijn
een overtuigende dubbele oriëntatie
4.
BEELDK WALITEIT
4.4 architectuurregel: aanbouwen, garages en dakkapellen Het uitgangspunt voor aanbouwen en garages is dat ze bijdragen aan het totaalbeeld van de architectuur. Hiervoor moeten aanbouwen onderdeel uitmaken, of logisch voortvloeien uit volume van het hoofdgebouw.
Bij voorkeur wordt een aanbouw onder de hoofd kapvorm ondergebracht, waarbij de goot wordt doorgetrokken; in dat geval draagt de aanbouw bij aan de wens voor lage goten. Het is van groot belang dat de dakkapellen meedoen in het straatbeeld. De verhouding tussen dakvlak en omvang van de dakkapel moet evenwichtig zijn. Een dakkapel is daarom nooit meer dan m lang en bestrijkt nooit meer dan / van de lengte van het dak. Verbijzondering van de dakkapel kan het juist tot een aantrekkelijk onderdeel van de verschijning van de woning maken: bijvoorbeeld doordat de kapel door de goot steekt, of van een kap is voorzien. De verticaliteit kan dakkapellen sprekend maken. De zijkanten van de dakkapellen worden vanaf de straat het meest ervaren. Daarom moeten deze zijkanten aandacht krijgen en van een duurzaam verouderend materiaal worden gemaakt, zoals hout.
dakkapellen dragen bij aan het straatbeeld
dakkapellen zijn integraal onderdeel van het gevelontwerp
dakkapellen/dakramen zijn mee ontworpen
de aanbouw vloeit voort uit het hoofdvolume
aanbouw vloeit voort uit het hoofdvolume
De Appelgaerde, Rossum
Dakkapellen worden, ook als deze bij de bouw niet meteen worden gerealiseerd, mee ontworpen. Op deze manier ligt er een model dat in de toekomst kan worden toegepast.
Beeldkwaliteitsplan
05 april 2024
19
4.
BEELDK WALITEIT
4.5
architectuurregel: materiaal gevel en dak
De gevels worden uitgevoerd in een genuanceerde, maar niet bonte, kleur metselwerk. De hoofdkleur moet in het rood roodbruine palet (aardkleur in gedekte tinten) liggen; variaties binnen een thema.
Donkere kleuren zoals turfbruin, grijs, antraciet, en zwart zijn niet toegestaan, Voor de gehele wijk geldt een beperkte sortering van bakstenen. Bijzondere detaillering van het metselwerk draagt bij aan een verzorgd uiterlijk en geeft een aangenaam beeld van ambachtelijkheid. De bakstenen zijn handvorm en leveren een genuanceerd beeld. De voeg versterkt dit beeld: iets donkerder dan de steen en terugliggend of gepointmasterd. Op deze wijze komt het traditionele materiaal het beste tot zijn recht. Stucwerk en keimwerk passen niet in deze omgeving. Houten gevels, of delen van gevels, kunnen wel, verwijzend naar traditionele schuren. Kunststofalternatieven voor hout, kunnen worden toegepast na goedkeuring van een monster in de voorgestelde kleur. De langs- en dwarskappen van de woningen worden uitgevoerd in een, keramische dakpan, aansluitend op de gangbare “blauwe” pannen in Rossum, donker grijs. Incidenteel kan ook een rieten kap vallen binnen het landelijke beeld. Zonnepanelen zijn zwart van kleur en mogen geen glimmende of metaalkleurige lijsten hebben. Ze vormen een neutraal en eenvoudig vlak. Ze dienen zorgvuldig te worden ingepast en liggen bij voorkeur in en niet op het dak. Het is ook mogelijk dat zonnepanelen een heel dakvlak bestrijken mits er een nokpan wordt toegepast.
gedempt genuanceerd metselwerk en een pannen dak
dakvlak van zonnepanelen met nokpan
één materiaal mag incidenteel de overhand hebben
ingepaste zonnepanelen
Zorgvuldige integratie van warmtepomp en dakdoorvoeren is van belang. Dakdoorvoeren en warmtepompen zijn niet zichtbaar vanaf de straat. Als er schoorstenen worden toegepast worden deze benut en zijn er geen aanvullende dakdoorvoeren Toepassing van de warmtepomp in een schijnschoorsteen behoort tot de mogelijkheden. Hemelwaterafvoeren worden in gecoat metaal (niet zink) uitgevoerd en hebben een donkere kleur. Mastgoten hebben de voorkeur. Bij toepassing van zink is dit gepatineerd zink.
20
De Appelgaerde, Rossum
Beeldkwaliteitsplan
05 april 2024
21
4. BEELDK WALITEIT
4.6 groene kaders en overgang openbaar-privé De openbare groenstroken winnen aan kwaliteit, doordat de tuinen op een passende wijze het beeld ondersteunen.
Hagen zomen de voortuinen af en met klimop begroeide hekken omgeven de zij en achtertuinen. Ook een watergang kan de overgang vormen. Daar is het instandhouden van de oevervegetatie van belang omdat deze hier voor privacy zorgt. Verandas maken het westelijke blok rijwoningen tot iets bijzonders. Specifiek sluit deze bouwvorm aan bij de groen ruimte voor de deur, waar slechts een woonpad loopt. De rijwoningen aan de oostzijde hebben een privéstoep als overgang naar de groenstrook.
erfgrenzen water geluiddichte groenscherm lage hagen rondom parkeerkoffer lage hagen voortuinen hoge hagen klimop hekwerken veranda stoepje 22
4. BEELDK WALITEIT
4.6 groene kaders en overgang openbaar-privé
veranda
lage hagen met hoge klimop hekwerken rondom parkeerkoffer
hoge en lage hagen als kaders langs de tuinen
groene achterpaden
`
stoepje De Appelgaerde, Rossum
Beeldkwaliteitsplan
05 april 2024
23
4.
BEELDK WALITEIT
4.7 stedebouwkundig detail Op stedebouwkundig niveau spelen een aantal elementen in dit plan een belangrijke rol in de beeldkwaliteit.
De korrel van de bebouwing, de afronding van het blok verandawoningen, beneden-bovenwoningen met galerij, hoekaccenten en de stoepzone verankeren de bebouwing in de dorpse opzet van De Appelgaerde. Het stedenbouwkundig plan is vast. De rijtjes mogen niet langer worden dan in het SP. De BKP regels zijn op alle woningen van toepassing. De situaties waar een specifiek stedenbouwkundig detail geldt, worden in de volgende paragrafen toegelicht.
uitbouw opgenomen in verlaagde kap bijzondere hoekwoning rijwoningen, beneden-bovenwoning met galerij rijwoningen met stoep rijwoningen met veranda 24
4.
BEELDK WALITEIT
4.8.1 kavelpaspoorten voor vrije kavels Voor de vrije kavels worden kavelpaspoorten opgesteld waarin alle van toepassing zijnde kaders en regels worden verwoord en verbeeld.
Aan de hand van het kavelpaspoort ontwerpt de architect van de koper een woning en deze treedt hierover in overleg met welstand. De vrijstaande woningen die projectmatig worden ontwikkeld, worden ontworpen samen met de overige woningen en voegen zich in het geheel.
De Appelgaerde, Rossum
Beeldkwaliteitsplan
05 april 2024
25
4. BEELDK WALITEIT
4.8.2 twee onder één kap Wisselende kapvormen van de twee onder één kapwoningen dragen bij aan het gevarieerde straatbeeld.
De woningen hebben afwisselend een asymmetrische dwarskap, een symmetrische dwarskap en een mansardekap met een verspringende goothoogte. Door te spiegelen en kleine verspringingen in de rooilijn ontstaat grotere zelfstandigheid van de woningen en zo een prettige, bij het dorp passende, stedebouwkundige korrel.
26
4.
BEELDK WALITEIT
4.8.3 eindwoningen met uitbouw op hoek Eindwoningen van rijtjes met een uitbouw zijn beeldbepalen en bieden en dragen bij aan het straatbeeld met dansende daken.
Uitbouwen op beeldbepalende hoeken zijn opgenomen in de verlengde kap met een lage goot. Er zijn openingen in de gevel van woning en uitbouw die een samenhangend gevelbeeld vormen.
De Appelgaerde, Rossum
Beeldkwaliteitsplan
05 april 2024
27
4. BEELDK WALITEIT
4.8.4 verandawoningen De ligging van de rijtjes die aan een brede berm grenzen en oost-west georienteerd zijn, nodigt uit om de voorzijde van de woning als verblijfsruimte te gebruiken.
De voorzijde krijgt daarom een veranda. Deze buitenruimte maakt integraal deel uit van de woning en de architectuur van de woning.
28
4.
BEELDK WALITEIT
4.8.5 beneden-bovenwoning met galerij De benedenbovenwoningen vormen een geheel én hebben ook boven een buitenruimte doordat de bovenwoningen ontsloten worden met een galerij.
De rijtjes zijn kort de galerij ook als verblijfsplek functioneert. Het trappenhuis van de galerij is op de koppen inpandig.
De Appelgaerde, Rossum
Beeldkwaliteitsplan
05 april 2024
29
4. BEELDK WALITEIT
4.8.6 rijwoningen met stoep De rijtjes aan de oostzijde van het plangebied liggen aan een breed trottoir met voorkanten die goed op de middagzon liggen.
Een stoep voor de woning en behorend bij de woning, versterkt de gebruikswaarde daarvan.
30
4. BEELDK WALITEIT
4.9
openbare ruimte
De straat is een belangrijke schakel in het dorpse woonmilieu. De ruimte draagt bij aan de sociale cohesie.
De inrichting moet veelzijdiger gebruik dan uitsluitend het rijden en parkeren van auto’s mogelijk maken. Het gewenste gebruik en het beoogde beeld krijgt de dorpse sfeer door de auto’s te concentreren in een parkeerkoffer. Overzichtelijkheid speelt bij het ontspannen straatbeeld een belangrijke rol. Daartoe wordt minstens een zijde van de straat vrij gehouden van geparkeerde auto’s. En het langsparkeren wordt frequent onderbroken door groen. 4.9.1. materialisatie
Het gehele profiel, inclusief de parkeerkoffers, wordt bestraat met klinkers met een rustige en warme uitstraling. Hagen langs de tuinen zorgen voor de groene kaders. Speelplekken krijgen een natuurlijk karakter en ogen als een weitje of eilandje. Paden hebben een natuurlijk en informeel karakter en zijn van grind of houtsnippers. Als er valondergronden nodig zijn is het kleurgebruik terughoudend en speeltoestellen zijn overwegend van hout.
De Appelgaerde, Rossum
Beeldkwaliteitsplan
05 april 2024
31
BIJL AGEN
01
32
plankaart
A0
1:500