20231017 Zienswijze college - OR - ambtelijke organisatie op bestuurskrachtonderzoek 2023
Tekst van het document
Aan: de gemeenteraad
Onderwerp
: Zienswijze bestuurskrachtonderzoek Maasdriel ‘23
Datum
: 17 oktober 2023
Zaaknummer
:
Geachte leden van de gemeenteraad, In deze brief geven wij u de gezamenlijke zienswijze van het college, de ambtelijke organisatie en de ondernemingsraad (OR) op het Bestuurskrachtonderzoek Maasdriel 2023, uitgevoerd door Dirk Louter Advies en Management B.V. in samenwerking met adviesbureau Rijnconsult. Dat Maasdriel op dit moment niet volledig in staat is om alle opgaven die nu en in de toekomst voorzien zijn op adequaat niveau uit te voeren, is een pijnlijke conclusie. Maar geen verrassende boodschap. De bevindingen in het rapport komen overeen met die uit eerder onderzoek, zoals dat van bureau Berenschot uit 2017. Hoewel er sindsdien al veel is verbeterd, merken we vrijwel dagelijks dat het over de volle breedte nog onvoldoende is. Dat bevestigt dit rapport. Na de presentatie van de resultaten op 6 september aan uw raad en het college en de volgende dag aan de ambtelijke organisatie zijn we als college en organisatie met elkaar in gesprek gegaan. Dit met als doel om te komen tot deze zienswijze. Bestuurskrachtprobleem Een oplossing begint met het erkennen van het probleem. In deze reactie reflecteren wij, aan de hand van de vier hoofdelementen van bestuurskracht, op de gepresenteerde resultaten.
Wij delen de conclusie van de onderzoekers dat er door alle onderdelen van het zogenoemde motorblok gewerkt moet worden aan álle facetten van de bestuurskracht om tot versterking van die bestuurskracht te komen. De onderzoekers doen daarvoor enkele suggesties, die naar onze mening toepasbaar zijn op vele gemeenten in Nederland van vergelijkbare omvang. In deze reactie gaan wij daarom een stapje verder vanuit de overtuiging dat we concretere handvatten nodig hebben om daadwerkelijk aan een nieuw verhaal voor Maasdriel te kunnen gaan werken. Wij vragen uw raad daarom: • vast te stellen dat het opnieuw vormgeven van het lokaal politiek-bestuurlijkambtelijk stelsel noodzakelijk is; • het college de opdracht te geven een voorstel uit te werken voor de inrichting van een toekomstbestendige organisatie; • het college de opdracht te geven een voorstel uit te werken voor een Maasdrielse besturingsfilosofie waarin rollen, taken en verantwoordelijkheden van alle onderdelen binnen het motorblok als ook de uitgangspunten voor het onderlinge samenspel gedefinieerd worden;
• •
•
het college de opdracht te geven een visie op lokale en regionale samenwerking op te stellen; de stuurgroep uit te breiden met vertegenwoordiging van uw raad naast de burgemeester als voorzitter van de raad ter onderstreping van de gezamenlijke verantwoordelijkheid die er is om de bestuurskracht te versterken; Alle voorgenoemde punten op te nemen in de nadere uitwerking van fase 3 van de opdracht zoals deze aan Dirk Louter Advies en Management B.V. in samenwerking met adviesbureau Rijnconsult is verstrekt in het kader van het bestuurskrachtonderzoek.
In het vervolg van deze brief lichten wij ons verzoek aan uw raad nader toe. Organisatiekracht Naast het uitvoeren van onze wettelijke taken, werken ambtenaren dagelijks aan de ambities en opgaven uit het bestuursakkoord ‘Samen Doen’. Daarbij komen de aanvullende opgaven vanuit de regio en het Rijk. Los van de complexiteit van een aantal opgaven is het opgavenpakket simpelweg te omvangrijk. Het laat geen ruimte voor nieuwe verzoeken. Toch komen die er nog te vaak. Vanuit uw raad of het college. De Maasdrielse hands on mentaliteit is een kracht, maar tegelijkertijd een valkuil. We constateren dat de ambtelijke organisatie trappelt om het hoofd boven water te houden, maar af en toe al kopje onder gaat. Met die manier van werken is het logisch dat we onvoldoende tijd nemen om over de grenzen van ons takenpakket, onze afdeling, onze portefeuille of zelfs onze gemeente te kijken. Dat inzicht in elkaars werkzaamheden is wel nodig om integraal aan de slag gaan met de opgaven die voor ons liggen. En om keuzes te kunnen maken. Ambities bijstellen Want scherpe keuzes maken, dat is noodzakelijk. Dat wordt nu onvoldoende gedaan. De eerste stap is te komen tot een realistisch opgavenprofiel voor Maasdriel, inclusief de trends, ontwikkelingen en nieuwe wettelijke taken die op ons afkomen.
Op basis daarvan volgt het gesprek tussen uw raad en het college waarbij we ons af moeten vragen of al die opgaven en ambities nog uitvoerbaar én wenselijk zijn. In de wetenschap dat niet alles meer kan. Idealiter werken we toe naar bijvoorbeeld een 80-20 verdeling, waarbij de 20% duidt op de speelruimte die er is om onverwachte ontwikkelingen of verzoeken op te vangen. Het maken van keuzes vraagt tevens om een scherpe visie voor de lange termijn. Waar willen we naartoe met Maasdriel? Daar dachten we al vaker over na en dat heeft geleid tot documenten als bijvoorbeeld de Omgevingsvisie Bommelerwaard, de nota samenleven, de integrale visie op handhaving, maar natuurlijk ook het bestuursakkoord. De vraag die we ons moeten stellen is wat er dan nog ontbreekt om te komen tot een volwaardige, strategische agenda voor de lange termijn op basis waarvan we meer gericht te werk gaan en stoppen met activiteiten die uit gewoonte doen, maar nu niet meer of in mindere mate bijdragen.
Denk aan een besturingsfilosofie en een visie op samenwerking en positionering in lokaal en regionaal verband. Versterken ambtelijke organisatie Op basis van die strategische agenda, maar ook andere aspecten zoals de financiële positie van Maasdriel en de huidige organisatiesamenstelling kunnen we een beeld vormen van wat er nodig is om ons te ontwikkelen van een ‘activiteit gestuurde’ organisatie naar een ‘keten gestuurde’ organisatie, die toegerust is op de toekomst. Die stap is in een keer vrij groot, daarom is een tussenstap mogelijk nodig met aansluitend een doorgroeiproces dat een aantal jaar in beslag neemt. Omdat gedurende dat proces de winkel ook gewoon open moet blijven, is het realistisch om rekening te houden met een noodzakelijke investering. Waarbij we bestaande structuren, werkwijzen en instrumenten vergaand ter discussie stellen en bereid zijn te veranderen. Dit leidt tot een voorstel voor een hernieuwde inrichting van een toekomstbestendige organisatie. Die verandering vergt ruimte, tijd, financiële middelen en commitment. Tijd, ruimte en middelen die er nu niet zijn. Ook die constatering bevestigt de noodzaak om keuzes te maken in de ambities en opgaven. Datzelfde geldt voor commitment van álle onderdelen in het raderwerk; raad, college en ambtelijke organisatie. Want verandering gaat niet zonder slag of stoot.
We moeten voorkomen dat we bij het minste of geringste tegengeluid binnen of buiten de organisatie elkaar terugfluiten. Integendeel, we moeten elkaar stimuleren en faciliteren om ons als organisatie én bestuur te ontwikkelen. Ook als dat weerstand oplevert. Daarover voeren we dan met elkaar het gesprek. Bestuurlijke kracht Het raderwerk hapert. De verschillende onderdelen van het raderwerk functioneren over het algemeen onvoldoende. Maar misschien nog wel belangrijker, het benodigde samenspel tussen raad, college en ambtelijke organisatie ontbreekt. Een belangrijke oorzaak lijkt het gebrek aan vertrouwen in elkaar. Investeren in bestuurlijk systeem Het vergroten van het vertrouwen vergt meer rolvastheid en taakeigenaarschap bij alle individuele onderdelen van het raderwerk. We gaan nu te vaak op de stoel van een ander zitten. Dat zien we terug in alle onderdelen van het raderwerk. Wij zien een belangrijke rol weggelegd voor de driehoek burgemeester, griffier en gemeentesecretaris om ieder binnen het eigen onderdeel nadrukkelijk te sturen en te coachen op de juiste invulling van rollen, taken en verantwoordelijkheden. Dit met als doel te komen tot raderen die op zichzelf (raad, college en ambtelijke organisatie) eenduidig als collectief opereren en communiceren, en er een integrale samenwerking tot stand komt tussen de verschillende raderen.
Bij het bepalen van wat er nodig is, is de eerder genoemde strategische agenda een belangrijk vertrekpunt. We besteden nu veel tijd en aandacht aan onderwerpen waar we gevoel bij hebben en die we begrijpen of die dicht bij ons of onze inwoners en ondernemers
staan. Daarbij verliezen we de hoofdopgaven of het werk dat eigenlijk moet gebeuren uit het oog. Zo houden we de in het rapport benoemde adhocratie in stand en maken we keuzes onvoldoende vanuit het algemeen belang. Samenwerkingskracht Raad, college en ambtelijke organisatie vormen samen de gemeente Maasdriel. Ieder vanuit eigen rol, taken en verantwoordelijkheden. Allemaal voor het algemene belang. Dat algemene belang bestaat uit de belangen van ál onze elf kernen met elk hun eigen identiteit en het overall belang van de gemeente. Hoe we de relatie met de samenleving vormgeven is onderdeel van de nieuw op te stellen besturingsfilosofie en visie op samenwerking. Juist omdat we allemaal een andere rol hebben in het betrekken van inwoners en ondernemers kunnen we elkaar op dat vlak versterken. Wij zijn allen verantwoordelijk om buiten naar binnen te brengen en doen dat al veelvuldig in onze beleids- en planvorming. Toch zijn we daarin nu nog teveel afhankelijk van individuele behoeften, afwegingen en inschattingen. Daardoor verschilt de wijze en momenten waarop inwoners, ondernemers of maatschappelijke partners worden betrokken nog vaak. Dat leidt onnodig tot onduidelijkheid, onbegrip of wantrouwen. Daarom moet er een duidelijke leidraad komen voor het betrekken van inwoners en ondernemers.
Daarbij zijn transparantie over hetgeen we doen en het actief kenbaar maken van de mogelijkheden voor de samenleving om daar invloed op uit te oefenen belangrijke aandachtspunten. Samenwerking aangaan Op een abstracter niveau helpt een brede visie op samenwerking en positionering ons om lokale en regionale relaties te versterken en verbeteren. De resultaten van het onderzoek vragen om een analyse van die samenwerkingsrelaties vanuit het perspectief van álle betrokkenen en dus niet alleen vanuit eigenbelang. Daar waar alle betrokken partijen binnen de samenwerking tevreden zijn, kunnen bestaande samenwerkingen worden gecontinueerd. Er zullen ook samenwerkingen anders ingericht moeten worden. Omdat deze niet passen bij dat hernieuwde ambitieniveau of die financiële positie van Maasdriel. Of omdat wij momenteel door een aantal relaties niet worden beschouwd als een volwaardige, betrouwbare partner, die constructief bijdraagt aan het grotere geheel. Op weg naar een duurzame toekomst moeten we afscheid nemen van de naam dat Maasdriel alleen meedoet als het er zelf iets aan heeft. Het slagen van de visie op samenwerking hangt ook samen met de organisatie inrichting. Investeren in samenwerking betekent automatisch ook investeren in de organisatie.
Meer inwonersparticipatie of het functioneren als netwerkorganisatie vraagt namelijk om een andere invulling of het creëren van nieuwe functies, uitbreiding van capaciteit en/of keuzes in wat we wel en niet doen.
Financiële kracht De financiële kracht van Maasdriel vormt volgens de onderzoekers nog geen bedreiging voor de bestuurskracht. Het financiële perspectief is met de kennis van nu echter wel zorgelijk te noemen en vraagt om weloverwogen, scherpe keuzes. Spreekwoordelijke winst kan snel geboekt worden door het opnemen van de financiële consequenties bij de uitwerking van moties. Voor de langere termijn vereist de huidige financiële situatie het heroverwegen van de uitvoering van ambities en opgaven en het gesprek over wat we bereid zijn te investeren voor het versterken van de bestuurskracht. Tot slot Gaat er dan niets goed in Maasdriel? Dat is het beeld dat zou kunnen ontstaan na de presentatie van het bestuurskrachtonderzoek. Onterecht naar onze mening. We laten u en onze omgeving graag het tegendeel zien. Echter, met de resultaten uit het onderzoek voor ons en deze brief als reactie daarop, past ons voor nu bescheidenheid op dat vlak. Want het college en de ambtelijke organisatie hebben de boodschap goed verstaan. Daar willen wij geen twijfel over laten bestaan. Het is nu aan uw raad om het vervolg te bepalen. Wij vragen langs deze weg aandacht voor de gezamenlijke verantwoordelijkheid die we daarin hebben.
En nodigen u van harte uit om met ons, het college én de ambtelijke organisatie het gesprek nader aan te gaan over de benodigde ingrediënten voor het versterken van de bestuurskracht. En de uitkomsten van dat gesprek vast te leggen in de opdracht voor de volgende fase van het bestuurskrachtonderzoek. Zodat we sámen Maasdriel voorbereiden op de toekomst.
Het college van Maasdriel,
de secretaris
de burgemeester (wnd)
P.U.L.M. Coesmans
J.L. Geurts