2022 03 15 Eindrapport Ammerzoden (geanonimiseerd)
Tekst van het document
3 Gedragscode integriteit college van B&W Maasdriel 2010 Kernbegrippen Zie bij 2.
Informatie Artikel 4.1 Een lid van het college gaat zorgvuldig en correct om met informatie waarover hij uit hoofde van zijn ambt beschikt. Hij verstrekt geen geheime informatie. Artikel 4.2 Een lid van het college houdt geen informatie achter, tenzij deze geheim of vertrouwelijk is en het niet geven van informatie mogelijk is op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur. Artikel 4.3 Een lid van het college maakt niet ten eigen bate of van zijn persoonlijke betrekkingen gebruik van in de uitoefening van het collegelidmaatschap verkregen informatie.
[Projectnummer] – Openbaar
21
4 Gedragscode integriteit college van B&W Maasdriel 2015 In de ‘Gedragscode Integriteit voor burgemeester en wethouders Maasdriel 2015’ staat dat integriteit betrekking heeft op ‘’de zorgvuldigheid die politieke ambtsdragers moeten betrachten bij het invullen van hun rol in de democratische rechtsstaat.’’ Daarbij geeft de gedragscode aan dat integriteit niet alleen in begrepen moet worden in termen van regels. Integriteit is een breder begrip, waarbij er ook aandacht dient te zijn voor onderlinge omgangsvormen, respectvolle omgang met burgers en organisaties, tussen politieke ambtsdragers onderling en tussen politieke ambtsdragers en medewerkers. Hierbij is het behoud van politieke authenticiteit van groot belang. Artikel 3.2 De burgemeester respectievelijk de wethouder maakt niet ten eigen bate of ten bate van derden gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen niet openbare informatie.
5 Gemeentewet Artikel 12 1. De leden van de raad maken openbaar welke andere functies dan het lidmaatschap van de raad zij vervullen. 2. Openbaarmaking geschiedt door terinzagelegging van een opgave van de in het eerste lid bedoelde functies op het gemeentehuis. Artikel 15 – Verboden handeling 1. Een lid van de raad mag niet:1 •
als advocaat of adviseur in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de gemeente of het gemeentebestuur dan wel ten behoeve van de wederpartij van de gemeente of het gemeentebestuur;
•
als gemachtigde in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de wederpartij van de gemeente of het gemeentebestuur;
Artikel 28 1. Een lid van de raad neemt niet deel aan de stemming over:2 a. een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken; Artikel 169 lid 2 – Informatieplicht 2. Het college en elk van zijn leden geven de raad alle inlichtingen die de raad voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft. 4. Zij geven de raad vooraf inlichtingen over de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder e, f, g en h3, indien de raad daarom verzoekt of indien de uitoefening ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente. In het laatste geval neemt het college geen besluit dan nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen.
Dit geldt conform artikel 41 c ook voor wethouders Dit geldt conform artikel 58 ook voor wethouders 3 In deze is e relevant: Het college is in ieder geval bevoegd te besluiten namens de gemeente, het college of de raad rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij de raad, voor zover het de raad aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist; 1 2
[Projectnummer] – Openbaar
22
6 Algemene wet Bestuursrecht De Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) is van toepassing op alle bestuursorganen (burgemeester, gemeenteraad, college) en bevat algemene bepalingen die van toepassing zijn op het verkeer tussen burgers en bestuursorganen. Onderstaand enkele van deze bepalingen die ook wel “Algemene beginselen van behoorlijk bestuur” worden genoemd.
Algemene beginselen van behoorlijk bestuur Artikel 2:4 – Verbod op vooringenomenheid •
Het bestuursorgaan vervult zijn taak zonder vooringenomenheid.
•
Het bestuursorgaan waakt ertegen dat tot het bestuursorgaan behorende of daarvoor werkzame personen die een persoonlijk belang bij een besluit hebben, de besluitvorming beïnvloeden.
Artikel 3:3 – Verbod op misbruik van bevoegdheden Het bestuursorgaan gebruikt de bevoegdheid tot het nemen van een besluit niet voor een ander doel dan waarvoor die bevoegdheid is verleend. Artikel 3:46 – Motivering •
Een besluit dient te berusten op een deugdelijke motivering.
In aanvulling op bovenstaande beginselen uit de Awb zijn mogelijk ook onderstaande beginselen van belang: •
Gelijkheidsbeginsel: gelijke gevallen dienen op gelijke wijze te worden behandeld.
•
Legaliteitsbeginsel: voor overheidshandelen dient een wettelijke grondslag te bestaan.
7 Beleidskader VAB Doelstelling: “Door hergebruik en functieverandering van vrijgekomen agrarische bedrijfsbebouwing in het buitengebied willen de samenwerkende gemeenten de vitaliteit en de ruimtelijke en landschappelijke kwaliteit van het buitengebied behouden en vergroten, zonder daarbij de ontwikkelingsmogelijkheden voor agrarische bedrijven te beperken.”
Reikwijdte: Dit beleidskader is opgesteld door de samenwerkende gemeenten in de regio Rivierenland. Het beleid geldt niet in de intensiveringszones (glas)tuinbouw in de Bommelerwaard.
Relevante uitgangspunten: •
De regeling voor functieverandering is alleen van toepassing op vrijkomende en vrijgekomen agrarische bedrijfsbebouwing in het buitengebied die met een vergunning is opgericht en minstens vijf jaar rechtmatig is gebruikt (d.w.z. conform de bestemming uit het vigerende bestemmingsplan). Functieverandering naar wonen kan daarnaast ook van toepassing op bedrijfsbebouwing in het buitengebied die minimaal 5 jaar voor niet-agrarische (rechtmatige) doeleinden in gebruik is (geweest);
•
functieverandering is alleen mogelijk wanneer hergebruik van de vrijgekomen agrarische bedrijfsgebouwen voor agrarische doeleinden niet mogelijk of wenselijk is;
•
functieverandering van vrijgekomen agrarische bedrijfsgebouwen mag niet leiden tot een beperking van de ontwikkelingsmogelijkheden voor omliggende agrarische bedrijven;
[Projectnummer] – Openbaar
•
23
de regeling voor functieverandering geldt voor recent vrijgekomen agrarische bedrijfsgebouwen (met een agrarische bestemming) maar ook voor eerder vrijgekomen agrarische bedrijfsgebouwen (waarvan de bestemming reeds is omgezet in bijvoorbeeld een woonbestemming). In dit beleidskader zal voor beide soorten bebouwing het begrip “vrijgekomen agrarische bedrijfsbebouwing in het buitengebied” worden gehanteerd. Voor functieverandering naar wonen komen ook bedrijfsgebouwen in aanmerking die nooit voor agrarische doeleinden in gebruik zijn geweest;
•
bij functieverandering moet de bestaande infrastructuur toereikend zijn voor de nieuwe functie. Nieuwe functies mogen dan ook geen grote verkeersaantrekkende werking hebben;
•
nieuwe bebouwing wordt alleen toegestaan wanneer deze op een goede landschappelijke en stedenbouwkundige wijze kan worden ingepast in het buitengebied;
•
buitenopslag van goederen en stalling buiten is niet toegestaan;
•
functieverandering wordt geëffectueerd door aanpassing van de agrarische bestemming binnen afzienbare termijn.
Functieverandering: Vrijgekomen agrarische bedrijfsbebouwing kan – onder in dit beleidskader uitgewerkte voorwaarden – worden hergebruikt voor woondoeleinden of verscheidene bedrijfsmatige doeleinden. Daarnaast worden mogelijkheden geboden voor sloop van de vrijgekomen agrarische bedrijfsbebouwing en vervangende nieuwbouw. Afhankelijk van de hoeveelheid te slopen bedrijfsgebouwen mag/mogen: •
de vrijgekomen agrarische bedrijfsgebouwen verbouwd worden tot één of meerdere
•
wooneenheden;
•
een nieuw woongebouw met meerdere wooneenheden worden gebouwd;
•
een nieuw bijgebouw worden opgericht;
•
de bestaande woning naar inhoud worden vergroot.
Saldering: Wanneer op meerdere percelen agrarische bedrijfsgebouwen vrijkomen, mogen de eigenaren de handen in een slaan en samen een plan indienen voor functieverandering. De oppervlakte van op meerdere percelen gesloopte vrijgekomen agrarische bedrijfsgebouwen mag worden opgeteld voor het verkrijgen van extra bouwrechten.
[Projectnummer] – Openbaar
24
Bijlage 2: het onderzoeksprotocol Dit protocol geeft inzicht in de wijze waarop Berenschot omgaat met de vertrouwelijkheid van de informatie die aan Berenschot wordt verstrekt in het kader van het onderzoek. Dit protocol wordt aan de gesprekspartners ter beschikking gesteld voordat een interview plaatsvindt. 1.
De informatie die aan Berenschot wordt verstrekt tijdens interviews, gesprekken of anderszins wordt vertrouwelijk behandeld. Dit geldt niet voor zover de informatie afkomstig is uit openbare bronnen. Dit betekent ook dat de verstrekte informatie alleen door leden van het Berenschotteam wordt gebruikt in het kader van het onderhavige onderzoek.
2.
De rapportage wordt vertrouwelijk door Berenschot opgeleverd aan de opdrachtgever i.c. de gemeenteraad. In de rapportage wordt geen tot de persoon herleidbare informatie opgenomen met uitzondering van de personen waar het onderzoek over gaat.
3.
Indien in de rapportage naar personen herleidbare informatie is opgenomen, dan wordt deze informatie onder geheimhouding aan de desbetreffende personen ter wederhoor voorgelegd.
4.
Van de interviews die Berenschot in het kader van dit onderzoek afneemt, worden gespreksverslagen gemaakt. Van een interview, in de zin van voorliggend onderzoeksprotocol, is sprake indien een onderhoud met een betrokkene voorafgaand aan het onderhoud als zodanig wordt bestempeld.
5.
Het gespreksverslag - dat geen woordelijk verslag zal zijn - wordt aan de gesprekspartner voorgelegd. Door hem/haar geconstateerde feitelijke onjuistheden in het verslag kunnen door hem/haar gecorrigeerd worden. Bovendien kan de gesprekspartner in een naschrift bij het verslag aanvullende informatie verstrekken of nadere inzichten naar voren brengen.
6.
Het gespreksverslag wordt definitief vastgesteld nadat de reactie van de gesprekspartner (schriftelijke of mondeling) is ontvangen of als binnen een door Berenschot gestelde termijn geen reactie is ontvangen. Het definitieve verslag wordt naar de gesprekspartner gestuurd.
7.
Het definitieve gespreksverslag wordt niet als bijlage opgenomen in het rapport. Ook wordt het verslag niet aan de opdrachtgever en/of derden verstrekt.
8.
Van de inhoud van het interview wordt door de geïnterviewde geen mededeling gedaan aan derden, anders dan na schriftelijke toestemming van Berenschot.
9.
Na afloop van het onderzoek worden gespreksverslagen en ter beschikking gestelde informatie bij Berenschot gearchiveerd en beheerd. Gespreksverslagen en informatie worden gedurende een periode van drie jaar bewaard. Na drie jaar worden zij vernietigd, tenzij er gegronde redenen zijn dit niet te doen.
10. Berenschot heeft geen wettelijk verschoningsrecht. Berenschot verstrekt geen herkenbare gegevens over het onderzoek aan derden, tenzij wet- of regelgeving, of een gerechtelijke instantie Berenschot daartoe verplicht.
25
[Projectnummer] – Openbaar
Bijlage 3: overzichtskaart onderzoeksgebied
Om het onderzochte gebied inzichtelijk te maken, is onderstaand de situatie gevisualiseerd: •
De paarse cirkel laat het transportbedrijf Deckers zien;
•
De rode cirkel betreft het bedrijf van de broer van het ex raadslid Goesten;
•
Het roze vak is de grond die de heren Goesten samen hebben gekocht van de heer
•
Het gele vak laat de tuinuitbreidingen zien van de bewoners van Meander 60 tot en met 76 (westkant). Deze
;
tuinuitbreiding was mogelijk door grond te kopen van de heer Goesten; •
Het groene vak heeft bij de vaststelling van het VAB bestemmingplan de enkelbestemming wonen gekregen. Het gaat hierbij om 1,3 hectare.
•
Het blauwe vak laat de tuinuitbreidingen zien van de bewoners van Meander 34 tot en met 56 (noordkant). De bewoners hebben deze gronden gekocht de bewoners de Hoge Heiligenweg 32 en 34.