2022 01 11 Vragenhalfuur 13 januari 2022 - Rotech - rol gemeente - maatschappelijke verevening
Tekst van het document
Raadsvergadering van:
13 januari 2022
Behorende bij agendapunt:
3
Onderwerp:
Omgevingsvergunningprocedure Rotech * afwijzing van door B&W geïnitieerde vergunningaanvraag * maatschappelijke verevening in de procedure * informatievoorziening college en raad over het dossier
Op 6 december jl. heeft B&W de uitspraak van de Rechtbank Arnhem ontvangen inzake het beroep van Rotech in Ammerzoden tegen de weigering van een omgevingsvergunning voor het realiseren van een bedrijfsuitbreiding; de gemeenteraad is daar per 7 december over geïnformeerd. De fractie PvdAGroenLinks heeft kennisgenomen van de uitspraak, alsook van het beroepschrift van Rotech. Onze fractie heeft gevraagd om dat beroepschrift ter informatie aan de gehele raad ter beschikking te stellen. De Rechtbank heeft geoordeeld over de rechtmatigheid van het B&W-besluit. Dat staat dus niet ter discussie. Maar dat laat onverlet dat de gemeenteraad vragen kan stellen aan B&W over haar handelen in dit jarenlang als probleemdossier aangemerkte dossier, dat onderdeel uitmaakte van de opdracht voor een speciaal voor de probleemdossiers aangestelde bestuursadviseur. De fractie PvdA-GroenLinks heeft daarover veel vragen n.a.v. beroep en uitspraak en dient die vragen in voor het vragenhalfuur in de raadsvergadering van 13 januari aan B&W. Ons voorstel daarbij is, om bij het vaststellen van de raadsagenda te concluderen en te besluiten dat behandeling als interpellatie meer recht doet aan de mogelijkheden van de andere fracties om het college ook te bevragen hierover. De vragen aan B&W zijn: 1. Bevestigt de burgemeester dat hij i.v.m.
het burgercommissielidmaatschap van de heer Van Rooij (VVD) portefeuillehouder van het dossier Rotech is en dat hij vanaf juni 2015 in die hoedanigheid als verantwoordelijke aan dit dossier gewerkt heeft? 2. a. Is het beeld juist dat de burgemeester aan dit dossier heeft gewerkt met de bedoeling om één van de langlopende probleemdossiers in Maasdriel op te lossen vanuit de verwachting dat de door Rotech gewenste uitbreiding van de bedrijfsbebouwing op Hoge Heiligenweg 11 bestemd en vergund zou kunnen worden? b. Welke informatie c.q. welk bestuurlijk beeld lag er onder de insteek dat medewerking verleend zou kunnen c.q. zou moeten worden aan de door Rotech gewenste bedrijfsuitbreiding? 3. Waarom heeft de burgemeester eind 2017 / begin 2018 de tijdelijke bestuursadviseur probleemdossiers ingezet voor het dossier Rotech? 4. a. Klopt het dat er op 23 februari 2018 door de burgemeester en de tijdelijke bestuursadviseur een gesprek met Rotech is geweest en dat in dit gesprek op advies van de bestuursadviseur en de burgemeester is afgesproken om een WABO afwijkingsprocedure in gang te zetten? b. Bevestigt de burgemeester dat met deze WABO afwijkingsprocedure beoogd werd om de uitbreiding van de bedrijfsbebouwing van Rotech eerst te vergunnen en na deze vergunningverlening alsnog opgenomen te krijgen in het uiteindelijke bestemmingsplan Buitengebied herziening 2016? c.
Waarom achtte de portefeuillehouder op dat moment die procedure ‘in de omgekeerde volgorde’ juist in dit probleemdossier?
5. In de email van de tijdelijke bestuursadviseur aan Rotech van 20 april 2018 als schriftelijke bevestiging van de afspraken van 23 februari staat over de kosten van de procedure: “Voor de eerste fase dien je normaal gesproken leges te betalen voor de afwijking van het bestemmingsplan en voor het opstellen van de ruimtelijke onderbouwing. De leges betaal ja aan de gemeente en de ruimtelijke onderbouwing zou je aan Ruimte in Advies moeten betalen. Ik ga in ieder geval regelen (op papier) dat dit niet hoeft. Mondeling hebben we deze toezegging al gekregen.“ Blijkens de antwoorden op onze eerdere schriftelijke vragen d.d. 28 september 2021 heeft de burgemeester een totaal ander beeld van deze afspraken dan Rotech én de tijdelijke bestuursadviseur. Uit het Rechtbankdossier van Rotech komt, ook door citaten van de burgemeester, als beeld naar voren dat de toezegging dat de procedure geheel voor rekening van de gemeente zouden komen als tegemoetkoming naar Rotech bedoeld was, omdat Rotech jarenlang met ambtelijke tegenwerking te maken gehad heeft. a.
Hoe kan het dat Rotech én de bestuursadviseur een totaal ander beeld van de afspraken hebben dan de burgemeester, maar dat de bestuursadviseur maandenlang op basis van die afspraken aan het werk is geweest en het andere beeld van de burgemeester pas na haar vertrek tot geschillen leidt? Wanneer en wat heeft de burgemeester met de tijdelijk bestuursadviseur besproken over “Ik ga in ieder geval regelen (op papier) dat dit niet hoeft. Mondeling hebben we deze toezegging al gekregen.“ b. Welke vergunningaanvraag voor een kleine verbouwing van Rotech naast de bedrijfsuitbreiding is besproken op 23 februari 2018 en sindsdien aan de orde geweest? (Immers: in de antwoorden op schriftelijke vragen van 28 september wordt gezegd dat vrijstelling van leges is toegezegd voor een vergunning kleine verbouwing – maar wordt uiteindelijk wel toegekend voor de vergunningsaanvraag uitbreiding.) c. Is het juist dat wettelijk gezien alleen de heffingsambtenaar besluiten mag nemen over het niet innen van conform de verordeningen verplichte leges, m.a.w. dat een bestuurder geen toezeggingen mag doen m.b.t. vrijstelling van leges en dat ongeacht of het om een grote of een kleine vergunning gaat? Als dit juist is, betekent het dat de burgemeester buiten de wet c.q. buiten zijn bevoegdheden gehandeld heeft. Waar moet dit gemeld worden en is dit gemeld? d. Er was m.b.t.
de adviseringskosten van bureau RiA sprake van een geschil tussen gemeente en de bestuursadviseur? (Gezien o.a. het citaat van de bestuursadviseur “Daarnaast moest ik alles dat ik had opgeslagen overhandigen aan Roderik in ruil voor betaling van mijn facturen.” in het Rotechrechtbankdossier). Hoe is dit geschil besproken en hoe is dit uiteindelijk opgelost? e. De gemeenteraad is per 14 oktober 2020 geïnformeerd door Ray-advocaten https://maasdriel.raadsinformatie.nl/document/9279235/1/14-10-2020%20brf%20Maasdriel over een verschil van inzicht tussen gemeente en de dan voormalig bestuursondersteuner n.a.v. de bij deze vraag aangehaalde email van 20 april 2018. De burgemeester schrijft p.o. op 15 oktober 2020 in een nadere toelichting aan de gemeenteraad: ‘De gemeentesecretaris zal contact opnemen met de advocaat van betrokkene om e.e.a. in een goed overleg nogmaals toe te lichten en betrokkene ertoe te bewegen alle relevante documenten (mochten die er zijn) aan ons te overhandigen.’ Welk contact is er nadien geweest tussen de gemeentesecretaris en de advocaat en zijn alle problemen tussen de gemeente en de voormalig bestuursadviseur nadien opgelost? 6. Met welke logica verklaart B&W dat de bestuursadviseur nadat zij in augustus 2018 door de organisatie is aangesproken op expliciet verkeerd handelen door de adviesrol van RiA voor de gemeente t.b.v.
Rotech nog steeds voor de gemeente Maasdriel blijft werken en er per 2 november 2018, expliciet genoemd ook voor het dossier Rotech, zelfs een nieuwe overeenkomst wordt afgesloten?
7. Aan Rotech is gevraagd om als “maatschappelijke verevening” voor medewerking aan haar bedrijfsuitbreiding een perceel grond in De Grote Ingh aan te kopen voor de tuinbouwherstructurering van dat gebied. Datzelfde perceel is ook al eerder in het kader van de bestemmingswijziging ten behoeve van de bedrijfsuitbreiding van het bedrijf Nedcool aan de gemeenteraad gepresenteerd als maatschappelijke verevening voor die ruimtelijke ontwikkeling. a. Op welke manier kan een grondtransactie gezien worden als maatschappelijk verevening voor een uitbreiding van bebouwing (‘verstening’)? b. Hoe kan verkoop van hetzelfde perceel grond aan het PHTB twee keer dienst doen als maatschappelijk vereveningsproject voor medewerking aan een bedrijfsuitbreiding? c. Wat moet er voor de locatie Hoge Heiligenweg 11 te Ammerzoden maatschappelijk verevend worden i.v.m. de gewenste bedrijfsuitbreiding? 8. Naast het als voorkeursproject aankopen van het perceel Grote Inghweg voor de tuinbouwherstructurering zijn door het PHTB namens het gemeentebestuur van Maasdriel nog drie andere projecten aan Rotech voorgelegd die, zoals gesteld door het PHTB, elk op zichzelf zouden voldoen als maatschappelijke verevening voor medewerking aan de bedrijfsuitbreiding. Ze zijn als keuzemogelijkheden aan Rotech voorgelegd.
Na het doorgeven van de keuze door Rotech voor het project ‘sloop bedrijfshal Ganzeweg 3’ is aan Rotech bericht dat dit sloopproject toch niet voldoende maatschappelijke compensatie was voor medewerking; in tweede instantie werd gesteld dat Rotech alle drie de projecten zou moeten uitvoeren als maatschappelijke verevening voor de gevraagde bedrijfsuitbreiding. a. Welke criteria hanteert B&W van Maasdriel voor het beoordelen wat voldoende maatschappelijke verevening is voor medewerking aan een bedrijfsuitbreiding? b. Door wie zijn de criteria opgesteld en vastgesteld? Op welke wijze zijn deze met partijen zoals Rotech die hiermee te maken hebben in hun procedures gecommuniceerd? c. Hoort de juiste gang van zaken niet te zijn dat dergelijke criteria in de ruimtelijke ordening op voorstel van het college eerst door de gemeenteraad dienen te zijn vastgesteld, vóór er in de uitvoering van het beleid door het college mee gewerkt zal worden? d. Bij hoeveel aanvragen voor medewerking heeft B&W sinds de bestemmingsplanwijziging Nedcool (december 2015, te benoemen als nummer 1) eisen voor maatschappelijke verevening gesteld? 9.
Tijdens de rechtbankzitting op 16 november in Arnhem is door de ambtelijke vertegenwoordiging namens B&W op een vraag van de rechter geantwoord, dat geen enkel maatschappelijk vereveningsproject voldoende kon zijn om medewerking aan de bedrijfsuitbreiding van Rotech mogelijk te maken. a. Waarom zijn namens B&W maatschappelijke vereveningsprojecten voorgesteld terwijl die blijkens deze uitspraak toch niet tot de gevraagde bedrijfsuitbreiding konden leiden? b. Hoe omschrijft B&W het beeld van het B&W-beleid m.b.t. maatschappelijke verevening bij ROprojecten dat uit de vragen 7 en 8 en het antwoord op de vraag van de rechter naar voren komt? c. Wil B&W aan de raad toezeggen dat het bij geen enkele RO-project nog eisen m.b.t. maatschappelijke verevening zal hanteren, tenzij c.q. totdat er sprake is van in de openbare raadsvergadering vastgesteld beleid m.b.t. maatschappelijke verevening?
10. a. Waarom is de raad al in een informatiebijeenkomst ter voorbereiding van de commissiebespreking en raadsvaststelling van het bestemmingsplan buitengebied op 27 mei en tijdens deze openbare besprekingen als volgt geïnformeerd (zie https://maasdriel.raadsinformatie.nl/document/7656568/1/Presentatie_Raad_20190527 terwijl Rotech in het dossier laat zien op twee voorgelegde vereveningsvoorstellen positief te hebben gereageerd?
b. Welke uitleg geeft de portefeuillehouder bestemmingsplan buitengebied herziening 2016 ervoor dat hij bij behandeling daarvan in de raadsvergadering op 26 juni 2019 nog aangeeft dat er ‘voor Van Rooij (= Rotech) een afzonderlijke procedure loopt en om die reden niet met het bestemmingsplan hoeft te worden meegenomen’, terwijl het weigeringsbesluit d.d. 16 juli 2019 voor de door de gemeente zelf geïnitieerde vergunningsaanvraag ‘in afwijking van het bestemmingsplan’ op dat moment bij de ambtelijke ondersteuning van de wethouder al in een nagenoeg gereed stadium moet zijn geweest?
11. Blijkens het rechtbankdossier van Rotech is het college van B&W in het bestuursvoorstel onjuist geïnformeerd over in elk geval de oppervlakte van de gevraagde bedrijfsuitbreiding van 2.470m 2 waar in de stukken opgemaakt voor dit bestuursvoorstel consequent met 2.740m 2 wordt gewerkt. De door de burgemeester gevraagde check bij de voormalig bestuursadviseur is niet conform haar reactie uitgevoerd en aan de burgemeester voorgelegd; na het genomen bestuursbesluit wordt in de brief aan Rotech wel weer de correcte omvang van 2.470m 2 genoemd. Het positieve advies van de tijdelijke bestuursadviseur al van juli 2018 voor de gevraagde vergunning is nimmer aan het college van B&W voorgelegd; evenmin zijn de argumenten daarvoor (noodzakelijk in een bestuurvoorstel voor te leggen ingeval er geen ambtelijk eenduidig advies kan worden gegeven) in het latere bestuursvoorstel opgenomen.
Kan het college op basis van deze voorliggende gang van zaken de conclusie van ons als dossierlezer en vragensteller delen dat achteraf bezien de voorbereiding van het B&W-besluit niet juist c.q. onvolledig is geweest? 12. Is het college voornemens om richting Rotech nog dingen recht te gaan zetten i.v.m. toezeggingen en gewekte verwachtingen door een door de gemeente in gang gezette en uitgevoerde WABO
vergunningsprocedure en daarnaast de bijzondere procedure m.b.t. maatschappelijke verevening als eis voor medewerking zonder door de raad vastgesteld beleidskader?