toelichting en regels Provinciaal Inpassingsplan N2000 gebied Stroothuizen-Punthuizen
Tekst van het document
4.3
Afwijken van de bouwregels Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in: a. en worden toegestaan dat een tweede bedrijfswoning wordt gebouwd, mits: 1. de noodzaak voor de bedrijfsvoering met twee volwaardige arbeidskrachten is aangetoond bij een bedrijfsomvang groter dan 120 nge's en de beide arbeidskrachten fulltime werkzaam zijn in het bedrijf; 2. het gaat om een agrarisch bedrijf met een redelijk zicht op een duurzame voortzetting (voldoende toekomstperspectief); 3. de situering van de tweede bedrijfswoning een duidelijke relatie heeft met het agrarisch bedrijf, waarbij geldt dat ten behoeve van de tweede bedrijfswoning maximaal 100 m² aan bijgebouwen mag worden opgericht; 4. er sprake is van een goede landschappelijke inpassing; b. en worden toegestaan dat de inhoud van de bedrijfswoning wordt vergroot tot ten hoogste 1.000 m³, mits: 1. deze afwijkingsmogelijkheid wordt toegepast ten behoeve van de huisvesting van een tweede (huishouden van een) persoon; 2. de vergroting noodzakelijk is voor het constante toezicht op het agrarisch bedrijf en er een bedrijfsomvang aanwezig is van minimaal 120 nge in verband met de duurzaamheid van het bedrijf als volwaardig meermansbedrijf; 3. er niet eerder een tweede bedrijfswoning is gebouwd; 4. tevens de afwijkingsmogelijkheid in lid 5.5, onder c wordt toegepast; c.
en worden toegestaan dat de goothoogte van bedrijfsgebouwen wordt verhoogd tot ten hoogste 8 m;
PIP Provinciaal Inpassingsplan N2000 gebied Punthuizen-Stroothuizen-Beuninger Achterveld, herziening 1
40
d.
e. f.
4.4
en worden toegestaan dat de bouwhoogte van bedrijfsgebouwen, overkappingen, en mestverwerkingsinstallaties wordt verhoogd tot ten hoogste 12 m, mits er sprake is van een goede landschappelijke inpassing; en worden toegestaan dat de bouwhoogte van torensilo’s wordt verhoogd tot 15 m, mits er sprake is van een goede landschappelijke inpassing; en worden toegestaan dat, in geval van gehele sloop van het woongedeelte inclusief de deel met een bestaande inhoud van meer dan 2.000 m³, een nieuw woongedeelte wordt gebouwd met een inhoud van ten hoogste 2.000 m³ mits: 1. het nieuwe woongedeelte wordt gebouwd overeenkomstig de voormalige karakteristieke hoofdvorm; 2. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke waarden, de woonsituatie en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden.
Specifieke gebruiksregels Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen: a. het gebruik van gronden en bouwwerken voor mestverwerking anders dan de in toegelaten mestverwerking; b. het gebruik van gronden en bouwwerken voor nevenactiviteiten, anders dan de in toegelaten nevenactiviteiten; c. het opslaan van agrarische producten binnen het bouwperceel voor zover het gronden betreft die zijn gelegen voor (het verlengde van) de naar de weg gekeerde gevel(s) van een bedrijfswoning en/of bedrijfsgebouw of, indien geen bedrijfswoning aanwezig is, het dichtst bij de weg gelegen bedrijfsgebouw; d. het opslaan van zand, steen en naar de aard daarmee gelijk te stellen materialen, voor een periode langer dan zes maanden per jaar; e. de opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijk gebruik onttrokken voorwerpen, stoffen en materialen, behoudens voor zover de opslag geschiedt in het kader van de normale uitoefening van het bedrijf; f. het splitsen van een bedrijfswoning in meer dan één woning; g. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van detailhandel, anders dan de verkoop van eigen en streekeigen producten; h. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van verblijfsrecreatieve doeleinden, met uitzondering van een bed and breakfast; i.
het gebruik van gedeelten van een bedrijfswoning, inclusief aan- of uitbouwen en bijgebouwen bij de bedrijfswoning, voor de uitoefening van een aan huis verbonden beroep of een kleinschalige bedrijfsactiviteit, indien: 1. het beroep of bedrijf niet wordt uitgeoefend door één van de bewoners van de bedrijfswoning, waarbij één andere arbeidskracht ter plekke werkzaam mag zijn; 2. de beroeps-/bedrijfsoppervlakte in de bedrijfswoning meer bedraagt dan 30% van het vloeroppervlak van de bedrijfswoning; 3. de beroeps-/bedrijfsoppervlakte meer dan 50 m² bedraagt; 4. parkeren niet op eigen erf plaatsvindt; 5. detailhandel plaatsvindt anders dan productiegebonden detailhandel; j. het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor permanente bewoning.
4.5
Afwijken van de gebruiksregels Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in: a. en worden toegestaan dat de uitoefening van een agrarisch bedrijf wordt gecombineerd met die vorm van agrarische biomassavergisting (co-vergisting) waarbij het bedrijf: 1. eigen geproduceerde mest verwerkt en de co-vergiste mest gebruikt op de gronden die tot het bedrijf behoren of afvoert naar derden; of 2. aangevoerde mest verwerkt en de co-vergiste mest gebruikt op de tot het bedrijf behorende gronden, mits: is aangetoond dat geen sprake is van onevenredige schade voor de aangrenzende (agrarische) bedrijven, in die zin dat de bedrijven in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt; er sprake is van een bouwperceel, gelegen aan een weg die berekend is op zwaar verkeer;
NL.IMRO.9923.ipPuntenStrootHer1-on01
41
is aangetoond dat geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de milieusituatie, de natuurlijke en landschappelijke waarden, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; en worden toegestaan dat een agrarisch bedrijf wordt gecombineerd met een nevenactiviteit, met dien verstande dat alle activiteiten ten behoeve van de uitoefening van de nevenactiviteit worden ondergebracht binnen de bestaande bebouwing en er geen sprake is van buitenopslag van (afval)materialen en goederen, behorende bij deze nevenactiviteit; en worden toegestaan dat een bedrijfswoning wordt gebruikt voor twee huishoudens ten behoeve van inwoning, mits: 1. deze afwijkingsmogelijkheid uitsluitend wordt toegepast ten behoeve van de huisvesting van een tweede (huishouden van een) persoon; 2. de bestaande bouwmassa niet wordt vergroot (tenzij tevens de afwijkingsmogelijkheid in is toegepast) en er geen sprake is van splitsing in meerdere woningen; 3. er sprake blijft van één hoofdtoegang, die toegang verschaft tot een gemeenschappelijke hal van waaruit rechtstreekse toegang tot de beide woonruimtes wordt verschaft; 4. er sprake blijft van één aansluiting op de verschillende nutsvoorzieningen en er geen toename van het aantal inritten naar het perceel plaatsvindt; 5.
er geen sprake is van onevenredige schade voor de aangrenzende (agrarische) bedrijven, in die zin dat de bedrijven in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt; 6. er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; en worden toegestaan dat een kampeerterrein voor kleinschalig kamperen op een agrarisch bouwperceel wordt aangelegd, met dien verstande dat: 1. kleinschalig kamperen alleen is toegestaan bij een functionerend of een voormalig agrarisch bedrijf 2. er maximaal 25 kampeerplaatsen zijn toegestaan, gedurende het kampeerseizoen van 15 maart tot en met 31 oktober; 3. kleinschalig kamperen niet is toegestaan in de gebieden die zijn aangeduid als 'reconstructiewetzone - landbouwontwikkelingsgebied'; 4. er ten behoeve van een zorgvuldige landschappelijke inpassing een erfinrichtingsplan, afgestemd op de landschaps- en beheersvisie uit het Landschapsontwikkelingsplan, wordt opgesteld; en worden toegestaan dat vrijstaande bijgebouwen worden gebruikt voor tijdelijke bewoning door een hulpbehoevende, met als doel het verlenen van mantelzorg, mits: 1. de hulpbehoevende een naast familielid is; 2. de hulpbehoevendheid wordt geïndiceerd door medewerkers van de afdeling Werk, inkomen en zorg, teamzorg; 3. niet reeds een tweede woning of tweede zelfstandige woonruimte aanwezig is; 4.
de afstand tussen het hoofdgebouw en het mantelzorggebouw ten hoogste 20 m bedraagt; 5. geen sprake is van een zelfstandige woonunit; 6. voorts wordt voldaan aan de voorwaarden zoals vervat in ter zake vastgestelde beleidsregel Mantelzorgwoningen gemeente Losser.
b.
c.
d.
e.
PIP Provinciaal Inpassingsplan N2000 gebied Punthuizen-Stroothuizen-Beuninger Achterveld, herziening 1
42
Artikel 5
5.1
Natuur
Bestemmingsomschrijving De voor Natuur aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. natuur, overeenkomstig het inrichtingsplan; b. het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de natuurlijke waarden; landschappelijke waarde; hydrologische waarden; archeologische waarden, geomorfologische waarden en cultuurhistorische waarden; c. de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied Dinkelland, deelgebied PunthuizenStroothuizen en BeuningerAchterveld"; d. het uitvoeren van het inrichtingsplan; met daaraan ondergeschikt; a. nutsvoorzieningen; b. het extensieve dagrecreatie en extensieve dagrecreatie ; c. wegen en paden; d. bestaande beken, plassen, poelen, vennen, sloten en/of andere watergangen en/of -partijen, al dan niet mede bestemd voor waterberging; met de daarbij horende: a. andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
5.2
Bouwregels
5.2.1 Gebouwen en overkappingen Op of in deze gronden mogen geen gebouwen of overkappingen worden gebouwd.
5.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Op deze gronden mogen de volgende bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd: a. erfafscheidingen tot een maximale bouwhoogte van 1 m; b. perceelafscheidingen, tot een maximale bouwhoogte van 2 m; c. kleinschalige bouwwerken ten behoeve van extensieve dagrecreatie, in de vorm van picknickbankjes en vergelijkbare bouwwerken;
5.3
Specifieke gebruiksregels
5.3.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken met deze bestemming wordt in aanvulling op artikel in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden en bouwwerken voor verblijfsrecreatie;
NL.IMRO.9923.ipPuntenStrootHer1-on01
43
b.
c. d. e. f. g.
5.4
het toepassen (waaronder uitrijden), gebruiken en opslaan van meststoffen en/of andere landbouwproducten, met uitzondering van bemesting ten behoeve van het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de natuurlijke waarden en landschappelijke waarde van de gronden, zoals beschreven in het inrichtingsplan; het scheuren, het omzetten en/of anderszins ingrijpend wijzigen van gronden; het aanbrengen van oppervlakteverhardingen en/of de aanleg van wegen en paden anders dan ten behoeve van het toegestane gebruik of de bereikbaarheid van bebouwde percelen; het gebruik van gronden ten behoeve van een paardrijbak; het ontwateren van gronden; het onttrekken van grond- en oppervlaktewater ten behoeve van agrarische activiteiten.
Afwijken van de gebruiksregels Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in: a. voor het medegebruik voor de klootschietsport, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van sport - klootschietsport', mits: 1. de totale lengte van de baan (inclusief de lengte binnen de bestemmingen 'Agrarisch - 3' en 'Sport') niet langer wordt dan 1 km.
5.5
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde,
of van werkzaamheden
5.5.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het af- en of vergraven, egaliseren en/of ophogen van gronden; b. het (doen) vellen van bomen en/of houtgewas; c. het aanplanten van bomen en/of houtgewas; d. het dempen van beken, plassen, sloten en/of andere watergangen en/of -partijen; e. het aanleggen of verharden van wegen, fiets-, voet- en ruiterpaden, parkeervoorzieningen en overige oppervlakteverhardingen; f. het aanleggen van voorzieningen voor extensief dagrecreatief medegebruik en/of het educatief medegebruik; g. het aanleggen van ondergrondse of bovengrondse transport, energie- en of telecommunicatiekabels en/of -leidingen;
5.5.2 Uitzonderingen Het in artikel 5 lid 5.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die: a. het toegestane onderhoud en/of het toegestane natuurbeheer betreffen, waaronder het kappen bij wijze van dunning; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit plan met een daarvoor benodigde vergunning; c. noodzakelijk onderdeel zijn ter uitvoering van het inrichtingsplan;
5.5.3 Beoordelingscriteria De in artikel 5 lid 5.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend als geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de te beschermen waarden en/of doelstellingen beschreven in en c.
PIP Provinciaal Inpassingsplan N2000 gebied Punthuizen-Stroothuizen-Beuninger Achterveld, herziening 1
44
Artikel 6
6.1
Waarde - Archeologie 2
Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de gebieden met een hoge verwachtingswaarde.
6.2
Bouwregels In het belang van de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden en onder de voorwaarde dat de oppervlakte waarop de aanvraag betrekking heeft groter is dan of gelijk is aan 2.000 m2 en de activiteit op een grotere diepte dan 0,3 m wordt uitgevoerd: a. dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; de verplichting om een archeologisch rapport te overleggen geldt niet voor bouwwerken ter vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande oppervlakte met niet meer dan 2.000 m² wordt uitgebreid; b. kunnen aan een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht de volgende regels worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3.
de verplichting de oprichting van het bouwwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties, tenzij in het rapport als bedoeld onder a naar het oordeel van het bevoegd gezag is aangetoond dat het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft niet zal leiden tot een onevenredige aantasting van archeologische waardenn.
6.3
Afwijken van de bouwregels Er kan worden afgeweken van het bepaalde in voor de overlegging van het aldaar genoemde archeologische rapport, indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie voldoende is vastgesteld. Daarbij maakt de gemeente gebruik van de archeologische advieskaart van RAAP (RAAP-rapport 264: Herinrichting Losser Noord, een archeologische inventarisatie, kartering en advieskaart; juni 1997 en RAAP-rapport 640: Herinrichting Losser-Zuid, provincie Overijssel; een archeologische inventarisatie, kartering en advieskaart; maart 2001). De woorden "het rapport als bedoeld onder a" in dienen in dat geval te worden gelezen als "andere beschikbare informatie";
6.4
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde,
of van werkzaamheden
6.4.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de in artikel 6 lid 1 omschreven gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
NL.IMRO.9923.ipPuntenStrootHer1-on01
45
a.
b.
het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 0,3 m met een oppervlakte groter dan of gelijk aan 2.000 m², zoals afgraven, diepploegen, egaliseren, frezen, aanleg of rooien van bos of boomgaard, aanbrengen van oppervlakteverhardingen, aanleggen van drainage, aanbrengen en verwijderen van funderingen met dien verstande dat een omgevingsvergunning ook verplicht is voor: gebieden met een kleinere oppervlaktemaat dan 2.000 m² en dieper dan 0,3 m die zijn gelegen binnen een afstand van 50 m uit de bestemming ‘Waarde - Archeologie 1‘ van het bestemmingsplan Buitengebied, vastgesteld op 19 maart 2013 door de raad van de gemeente Losser.
6.4.2 Uitzonderingen De in artikel 6 lid 4.1 bedoelde vergunning is niet vereist voor werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die: a. plaatsvinden in of op gronden waarvan schriftelijk is aangetoond dat zich ter plekke geen archeologische waarden bevinden; b. reeds in uitvoering zijn ten tijde van de inwerkingtreding van het plan; c. de herdrainage, het uitbaggeren van sloten of het toegestane onderhoud betreffen; d. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning; e. op archeologisch onderzoek zijn gericht.
6.4.3 Beoordelingscriteria a.
b.
De in artikel 6 lid 4.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien de plaats waar werken en/of werkzaamheden zullen worden uitgevoerd voldoende archeologisch is onderzocht en vaststaat dat er geen onevenredige afbreuk aan de archeologische waarden en/of cultuurhistorische waarden wordt gedaan, dan wel dat afdoende maatregelen zijn getroffen tot behoud of bescherming van die waarden of de eventuele bodemvondsten naar elders zijn overgebracht. Bij de beslissing over de omgevingsvergunning zal worden betrokken de oppervlakte die aantoonbaar reeds eerder door een van de in artikel 6 lid 4.1 genoemde werkzaamheden is verstoord.
PIP Provinciaal Inpassingsplan N2000 gebied Punthuizen-Stroothuizen-Beuninger Achterveld, herziening 1
46
Hoofdstuk 3
Artikel 7
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
NL.IMRO.9923.ipPuntenStrootHer1-on01
47
Artikel 8
8.1
Algemene gebruiksregels
Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik en laten gebruiken van de gronden als standplaats voor kampeermiddelen, tenzij het gronden betreft waar vrij kamperen is toegestaan of een kampeerterrein voor kleinschalig kamperen is toegestaan; b. het gebruik en laten gebruiken van de gronden en bouwwerken ten behoeve van prostitutie of een seksinrichting; c. het gebruik en laten gebruiken van de gronden voor de opslag van schroot, afbraak- en bouwmaterialen, anders dan ten behoeve van de uitvoering van krachtens de bestemming toegelaten bouw- en gebruiksactiviteiten en werken en werkzaamheden; d. het gebruik en laten gebruiken van gronden ten behoeve van weekmarkten, jaarmarkten, evenementen, festiviteiten, manifestaties, en/of standplaatsen voor detailhandel, indien die activiteiten een aaneengesloten periode van meer dan 14 dagen omvatten; e. het storten van puin en afvalstoffen; f. de stalling en opslag van (aan het oorspronkelijk gebruik onttrokken) voer-, vaar- of vliegtuigen; g. het gebruik en laten gebruiken van de gronden voor het plaatsen en/of aanbrengen van nietperceelsgebonden handelsreclame of daarmee gelijk te stellen weilandborden, anders dan tijdelijke borden overeenkomstig de redelijke eisen van welstand; h.
het gebruik van gronden voor het beoefenen van gemotoriseerde snelheids- en of behendigheidssporten en de (model)vliegsport met uitzondering van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'modelvliegtuigbaan'.
PIP Provinciaal Inpassingsplan N2000 gebied Punthuizen-Stroothuizen-Beuninger Achterveld, herziening 1
48
Artikel 9
9.1
Overige regels
Gemeentelijke bevoegdheid De gemeenteraad van Losser is bevoegd bestemmingsplannen vast te stellen voor gronden of delen van gronden van dit plan onder de voorwaarden dat: a. de uitvoering van maatregelen zoals beschreven dit plan is gerealiseerd dan wel op een andere wijze wordt gewaarborgd dat zicht bestaat op realisatie van de genoemde maatregelen; b. de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied Dinkelland, deelgebied Punthuizen Stroothuizen - Beuninger Achterveld" in het nieuwe bestemmingsplan gerespecteerd blijven.
NL.IMRO.9923.ipPuntenStrootHer1-on01
49
Hoofdstuk 4 slotregels
Artikel 10
Overgangs- en
Overgangsrecht
10.1 Overgangsrecht bouwwerken a.
b. c.
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. Het bevoegd gezag kan eenmalig ontheffing verlenen van het eerste lid voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in met maximaal 10% zijn. is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
10.2 Overgangsrecht gebruik a. b.
c. d. e.
het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; het is verboden het met het inpassingsplan strijdige gebruik, bedoeld in , te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; indien het gebruik, bedoeld in , na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan; het onder a, b en c toegelaten gebruik is vanaf 2 jaar na het onherroepelijk worden van het plan niet toegestaan, als en voor zo ver dit in strijd is met de Richtlijnen 79/409/EEG en 92/43/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 2 april 1979, respectievelijk van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna.
PIP Provinciaal Inpassingsplan N2000 gebied Punthuizen-Stroothuizen-Beuninger Achterveld, herziening 1
50
Artikel 11
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het Provinciaal Inpassingsplan "N2000 gebied Punthuizen-Stroothuizen-Beuninger Achterveld, herziening 1".
NL.IMRO.9923.ipPuntenStrootHer1-on01
51