Toelichting bestemmingsplan Beverborg
Tekst van het document
De ontwikkeling sluit goed aan bij de ambities op het gebied van ‘recreatie en toerisme’ zoals verwoord in de Kadernota Buitengebied Losser.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
26
“Buitengebied partiele herziening Holtweg 1, Beuningen – Lutterzandweg 15, De lutte” Ontwerp 4.3.3
Beleidsnota Recreatie en Toerisme
4.3.3.1 Algemeen De gemeente Losser heeft grote ambities op het gebied van recreatie en toerisme (R&T). In het coalitieakkoord, de sociaaleconomische strategie en de toekomstvisie 2025 wordt de vrijetijdseconomie als belangrijke sector beschouwd. Een sector die niet alleen een rol speelt in de lokale werkgelegenheid, maar ook in de kwaliteit van leven van inwoners en bezoekers. Een sterke toeristische sector maakt de gemeente Losser een aantrekkelijke omgeving om te wonen, te werken en te recreëren. Om de vrijetijdseconomie verder te versterken is de beleidsnota R&T en marketingplan uit 2007 herijkt en is samen met belangenpartijen op het gebied van R&T een actieprogramma voor de komende vijf jaar opgesteld. 4.3.3.2 Doelstellingen Door te investeren wil de gemeente Losser de lokale vrijetijdseconomie een structurele positieve impuls geven. Hiervoor heeft de gemeente een aantal doelen opgesteld: •
Toeristisch aanbod verbreden: om de groei in toerisme en recreatie op te vangen is het belangrijk om het aanbod uit te breiden. Enerzijds betekent dit het verlengen van het toeristische seizoen door nieuwe activiteiten, arrangementen, voorzieningen en accommodaties. Anderzijds wordt het toeristische aanbod uitgebreid door het beter te verdelen over de verschillende kernen binnen de gemeente.
•
Belangenpartijen verenigen in een platform R&T: de gemeente Losser zal de oprichting en start faciliteren, waarna het platform zelfstandig aan de slag gaat. Het platform zal bestaan uit verschillende belangenpartijen op het gebied van recreatie en toerisme. De gemeente Losser is agenda-lid. Het platform heeft tot doel het actieprogramma te monitoren en bij te houden, de gemeente en andere partijen te adviseren op het gebied van recreatie en toerisme, kennis te delen met betrokken partijen en fondsen en subsidies te werven.
•
Profiel ‘De Schatkamer van Twente’ verder uitbouwen: de Schatkamer van Twente wordt de komende jaren verder uitgebouwd door het beeldmerk te laden en meer partijen aan te laten sluiten. Hiervoor is het van belang om ondernemers en inwoners duidelijk te maken waar de Schatkamer voor staat en hen ambassadeurs te maken. Hoe breder de Schatkamer uitgedragen wordt, des te beter de gemeente zichzelf op de kaart weet te zetten bij de inwoners en bezoekers van Twente.
•
Arbeidsplaatsen voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt: in samenwerking met ondernemers uit de vrijetijdseconomie wil de gemeente Losser de komende jaren 3 tot 5 opleidingsen arbeidsplaatsen (voor minimaal 6 maanden) beschikbaar maken voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Hiervoor vraagt de gemeente Losser een inspanningsverplichting van het platform R&T.
4.3.3.3 Toetsing van het initiatief aan de Beleidsnota Recreatie en Toerisme Met de gewenste ontwikkeling worden de maatschappelijke, horeca arrangementen en recreatie activiteiten op de locaties het Jan Wesselinkhoes en Erve Beverborg ingepast en daarmee toekomstbestendig gemaakt. Dit betekent een duurzame versterking van de lokale vrijetijdseconomie en het toeristisch-recreatief product van de gemeente Losser. De ontwikkeling sluit goed aan bij de gemeentelijke ambities op het gebied van recreatie en toerisme. 4.3.4
Toekomstvisie Lutterzand op de kaart, duurzaam perspectief voor natuur, landbouw en recreatie
4.3.4.1 Algemeen In augustus 2007 is de toekomstvisie “Lutterzand op de kaart, duurzaam perspectief voor natuur, landbouw en recreatie” vastgesteld. Het belangrijkste uitgangspunt van de toekomstvisie is de bescherming van de aanwezige natuurwaarden in het Lutterzand. Deze natuurwaarden zijn de succesfactor van het gebied, maar BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
27
“Buitengebied partiele herziening Holtweg 1, Beuningen – Lutterzandweg 15, De lutte” Ontwerp deze trekken zodanig veel mensen naar het gebied, dat de bijzondere natuurwaarden op sommige plekken dreigen te verdwijnen. Behoud van natuurwaarden betekent echter niet dat er geen ruimte is voor andere functies, maar een duidelijke afbakening qua ruimtelijke ontwikkelperspectief per functie is een pré. Het gebied Lutterzand is niet bijzonder groot. Dit vraagt om een gezamenlijke aanpak en uitstraling van de recreatieve voorzieningen. Gelijkmatige verdeling van bezoekers en voorzieningen is daarbij een bijzonder aandachtspunt. Met een gezamenlijke inzet van gemeente en ondernemers op kwaliteit en uitstraling kan het Lutterzand voor een ieder een aangename plek zijn om te wonen, te ondernemen en recreëren. Samenvattend worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: • • • • • •
de kernkwaliteit ‘Natuur’ staat voorop; de functie recreatie en landbouw krijgen voldoende ruimte, maar wel met oog voor de natuurwaarden en ruimtelijke afbakening; de Dinkel krijgt bijzondere aandacht en bescherming; de druk van bezoekers en parkeerders wordt zoveel mogelijk verspreid over het gebied; kwaliteit en eenduidige uitstraling vormen de basis voor recreatie voorzieningen; gemeente, eigenaren en gebruikers dragen gezamenlijk verantwoordelijkheid voor het Lutterzand.
4.3.4.2 Zonering functies De uitgangspunten voor het Lutterzand zij vertaald in vijf zoneringen. Deze geven aan waar welke activiteiten en functies mogelijk zijn. De zoneringen dienen niet zozeer als beperking bij ontwikkeling, maar zijn meer richtinggevend voor de gewenste toekomstige ontwikkeling van het gebied. De volgende vijf zoneringen zijn onderscheiden: • • • • •
natuur natuur met verblijfsrecreatie/horeca natuur met dagrecreatie natuur met landbouw agrarisch cultuurlandschap
De locaties van het plangebied liggen in zoneringsgebied ‘Natuur met dagrecreatie’. Verder is het zoneringsgebied “Natuur met verblijfsrecreatie/horeca’ in dit geval interessant met betrekking tot de functie horeca. Hieronder wordt op de doelstellingen binnen deze zones ingegaan. Natuur met dagrecreatie Het grootste deel van Lutterzand blijft voor de recreant gewoon openbaar toegankelijk. In deze zone met subkoers dagrecreatie ontstaan er kansen voor optimalisatie van het routenetwerk voor wandelen en fietsen, plaatsing van meubilair van natuurlijke materialen en informatiepanelen over aanwezige natuur- en cultuurhistorische waarden. Een spreiding van bezoekers kan gestimuleerd worden door een slimme routing, bebording en verspreiding van voorzieningen. Locatie De Beverborg ligt binnen deze zone wordt genoemd als officiële trouwlocatie. Aangeven wordt dat er ten tijde van vaststelling van de toekomstvisie sprake is van een verschil tussen het gebruik en de bij de gronden behorende bestemming. Nadien is aan zowel de Erve Beverborg als aan het Jan Wesselinkhoes een maatschappelijke bestemming met horeca-gerelateerde activiteiten toegekend. Deze activiteiten zijn nodig als economische dragers voor de instandhouding van het landgoed, waarbij wordt geïnvesteerd in de natuurlijke waarden van het gebied.
Natuur met verblijfsrecreatie/horeca De toekomstvisie gaat uit van ruimtelijke clustering van verblijfsrecreatieve en horecafuncties. De locaties voor verblijfsrecreatie en horeca zijn daarom afgebakende zones waarbij nog steeds de natuur voorop staat. De functies hebben ontwikkelingsmogelijkheden gericht op kwaliteit, mits deze aanpast zijn op natuurwaarden en het karakter van het Lutterzand.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
28
“Buitengebied partiele herziening Holtweg 1, Beuningen – Lutterzandweg 15, De lutte” Ontwerp 4.3.4.3 Toetsing van het initiatief aan de Toekomstvisie Lutterzand op de kaart De locaties Erve Beverborg en Het Jan Wessinkhoes liggen beide in de zone ‘Natuur met Dagrecreatie’ en niet binnen de zone ‘Natuur met verblijfsrecreatie/horeca’. Gelet op de gekozen ruimtelijke zonering/clustering zijn er op basis van de toekomstvisie in beginsel geen ontwikkelingsmogelijkheden voor beide trouwlocaties. Allereerst wordt opgemerkt dat de toekomstvisie richtinggevend is voor nieuwe ontwikkelingen in het Lutterzand. Op de locaties Erve Beverborg en het Jan Wesselinkhoes was ten tijde van vaststelling van de toekomstvisie reeds sprake was van horeca-gerelateerde activiteiten en deze waren ook bekend bij de gemeente Losser. Voorliggend bestemmingsplan maakt het niet mogelijk om de bestaande bebouwing waarin de activiteiten plaatsvinden uit te breiden, maar past de bestaande activiteiten die reeds plaatsvinden via een onderbouwde maatwerkregeling planologisch vast. Als gezegd zijn deze activiteiten nodig als economische dragers van het landgoed en de instandhouding van de omringende natuurwaarden. Gelet op het voorgaande wordt geconcludeerd dat de toekomstvisie de voorgestelde maatwerkregeling voor horeca op de locaties Erve Beverborg en het Jan Wesselinkhoes niet in de weg staat. 4.3.5
Landschapsontwikkelingsplan Losser
4.3.5.1 Algemeen In mei 2007 is de landschapsontwikkelingsvisie opgesteld voor het gebied Noordoost-Twente/Twenterand. Deze visie geeft een gewenst landschappelijk streefbeeld voor de gemeente Losser voor de komende 10 jaar. Daarnaast biedt de gemeentelijke uitwerking handvatten voor het bijsturen en de inpassen van toekomstige ontwikkelingen in het landschap. Het LOP wordt gebruikt om te beoordelen of nieuwe ontwikkelingen landschappelijke aanvaardbaar zijn en hoe deze goed landschappelijk worden ingepast. Aan ontwikkelingen die niet binnen de streefbeelden van het LOP passen maar wel een meerwaarde vormen voor de gemeente Losser, kan medewerking worden verleend door gemotiveerd af te wijken van het LOP. Op basis van het LOP is het plangebied gelegen binnen het deelgebied ‘Dinkeldal’. 4.3.5.2 Deelgebied Dinkeldal De landschappelijke eenheid Dinkeldal loopt van de zuidgrens van Losser tot de noordgrens en strekt zich uit tot in de gemeente Dinkelland. Het deelgebied kenmerkt zich door een sterke invloed van de Dinkel. Het gaat om de gronden die om de Dinkel liggen. Naar herstel van het Dinkeldalsysteem gaat vanuit het beleid al veel aandacht uit. Het LOP ondersteunt deze ontwikkeling. De boven- en middenloop van de Dinkel krijgen de ruimte voor natuurlijke dynamiek en meandering. De benedenloop vormt een nat open inundatie- en retentiegebied waar het water wordt geborgen.
De aandacht in het LOP gaat vooral uit naar behoud en herstel van de historisch landschappelijke waarden van het oude cultuurlandschap langs de randen van het Dinkeldal. Het betreffen waarden zoals het kleinschalige reliëf (geïsoleerde koppen) en de verspreid liggende éénmansessen (kampen) met hun oude bebouwingen (essen en hoevezwermen) en de vele landschapselementen. Kleinschalige afwisseling in het (agrarisch) grondgebruik tussen de hogere koppen en de lagere delen dient hier te worden gestimuleerd. 4.3.5.3 Toetsing van het initiatief aan Landschapsontwikkelingsplan Noordoost-Twente/ Twente De ontwikkeling gaat niet gepaard met bouwactiviteiten of andere ruimtelijke ingrepen. De ontwikkeling doet daarmee geen afbreuk aan de landschappelijke kwaliteiten van het Dinkeldal.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
29
“Buitengebied partiele herziening Holtweg 1, Beuningen – Lutterzandweg 15, De lutte” Ontwerp
HOOFDSTUK 5
MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema’s geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, ecologie en archeologie & cultuurhistorie.
5.1
Geluid (Wet geluidhinder)
5.1.1
Algemeen
De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeursgrenswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen. 5.1.2
Verantwoording geluidsaspecten
5.1.2.1 Industrielawaai Het plangebied is niet gelegen binnen de zone van een gezoneerd bedrijventerrein. Daarom wordt niet nader op het aspect industrielawaai ingegaan. In paragraaf 5.5 wordt nader ingegaan op geluidshinder vanuit de inrichting op de omgeving. 5.1.2.2 Weg- en railverkeerslawaai De beoogde activiteiten zijn niet geluidsgevoelig in het kader van de Wet geluidhinder. Er hoeft niet nader op de aspecten weg- en railverkeerslawaai te worden ingegaan. 5.1.3 Conclusie De Wet geluidhinder vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
5.2
Bodemkwaliteit
5.2.1
Algemeen
Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740. Kruse Milieu en Advies heeft voor zowel de locatie Holtweg 1, Beuningen (Jan Wesselinkhoes) als de locatie Lutterzandweg 15, De Lutte (Erve Beverborg) een historische bodemonderzoek (NEN 5725) uitgevoerd. De
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
30
“Buitengebied partiele herziening Holtweg 1, Beuningen – Lutterzandweg 15, De lutte” Ontwerp onderzoeksresultaten worden hierna kort beschreven. Voor de complete onderzoeksrapportages wordt verwezen naar bijlage 1 en 2 van deze toelichting. 5.2.2
Verantwoording bodemkwaliteit
Holtweg 1, Beuningen (Jan Wesselinkhoes) Het “Jan Wesselinkhoes” wordt al vele jaren gebruikt als trouwlocatie. Ook wordt de locatie gebruikt voor andere bijeenkomsten, kleine feesten en partijen en als vertrekpunt voor wandelingen in de omgeving. Er is geen informatie beschikbaar, waaruit blijkt dat de bodem mogelijk verontreinigd is. De onderzoekslocatie kan daarom als onverdacht worden beschouwd. Een verkennend bodemonderzoek is noodzakelijk. Lutterzandweg 15, De Lutte (Erve Beverborg) Het “Erve Beverborg” wordt al vele jaren gebruikt als trouwlocatie. Ook wordt de locatie gebruikt voor andere bijeenkomsten, kleine feesten en partijen en als vertrekpunt voor wandelingen in de omgeving. Er is geen informatie beschikbaar, waaruit blijkt dat de bodem mogelijk verontreinigd is. De onderzoekslocatie kan daarom als onverdacht worden beschouwd. Een verkennend bodemonderzoek is niet noodzakelijk. 5.2.3
Conclusie
Het aspect bodemkwaliteit staat de uitvoering van dit bestemmingsplan niet in de weg.
5.3
Luchtkwaliteit
5.3.1
Algemeen
Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan ondermeer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: • •
Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen).
5.3.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip ‘niet in betekenende mate’ is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: • • •
woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
31
“Buitengebied partiele herziening Holtweg 1, Beuningen – Lutterzandweg 15, De lutte” Ontwerp Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. 5.3.1.2 Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van ‘gevoelige bestemmingen’ binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. 5.3.2
Verantwoording luchtkwaliteit
Voor de ontwikkeling is een NIBM-tool berekening uitgevoerd. Omdat beide locaties aparte inrichtingen vormen in het kader van de Wet milieubeheer zijn ook twee berekeningen uitgevoerd. Normaal gesproken wordt in deze berekening uitgegaan van het aantal extra vervoersbewegingen ten opzichte van de reeds bestaande planologische situatie. Omdat dit in voorliggende situatie niet goed mogelijk is (zie ook paragraaf 3.2) is in dit geval per locatie uitgegaan van het daadwerkelijk aantal voertuigbewegingen per dag zoals opgenomen in paragraaf 3.2, hierbij is uitgegaan van respectievelijk 0,4 % en 0,3 % vrachtverkeer. De berekening laat per locatie het volgende beeld zien. Holtweg 1, Beuningen (Jan Wesselinkhoes)
Figuur 5.1
NIBM berekening Holtweg 1 (Bron: Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
32
“Buitengebied partiele herziening Holtweg 1, Beuningen – Lutterzandweg 15, De lutte” Ontwerp Lutterzandweg 15, De Lutte (Erve Beverborg)
Figuur 5.2
NIBM berekening Lutterzandweg 15 (Bron: Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat)
Uit de berekening blijkt dat voorliggend bestemmingsplan ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Vervolgonderzoek naar effecten op de luchtkwaliteit is niet noodzakelijk. Uit de jaarlijkse rapportage van de luchtkwaliteit blijkt tevens dat er, in de omgeving van het plangebied, langs wegen geen overschrijdingen van de grenswaarden aan de orde zijn. Een overschrijding van de grenswaarden is ook in de toekomst niet te verwachten. Tevens wordt opgemerkt dat de functie niet wordt aangemerkt als een gevoelige bestemming in het kader van het Besluit gevoelige bestemmingen. 5.3.3
Conclusie
Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan.
5.4
Externe veiligheid
5.4.1
Algemeen
Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: • • •
het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid;
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
33
“Buitengebied partiele herziening Holtweg 1, Beuningen – Lutterzandweg 15, De lutte” Ontwerp • •
het Besluit risico’s zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit.
Voor vervoer gevaarlijke stoffen geldt de ‘Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen’ (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgesteld in: • • •
het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); de Regeling basisnet; de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied).
Het transporteren van stoffen per buisleiding is geregeld in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. 5.4.2
Verantwoording externe veiligheid
Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. In figuur 5.3 is een uitsnede van de Risicokaart met betrekking tot beide delen van het plangebieden omgeving weergegeven.
Figuur 5.3
Uitsnede Risicokaart (Bron: Risisokaart.nl)
Uit de inventarisatie blijken geen belemmeringen ten aanzien van het aspect externe veiligheid.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
34
“Buitengebied partiele herziening Holtweg 1, Beuningen – Lutterzandweg 15, De lutte” Ontwerp 5.4.3
Conclusie
Een en ander brengt met zich mee dat de ontwikkeling in overeenstemming is met wet- en regelgeving ter zake van externe veiligheid.
5.5
Milieuzonering
5.5.1
Algemeen
Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden.
De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is. 5.5.2
Gebiedstypen
In de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ is een tweetal gebiedstypen onderscheiden; 'rustige woonwijk' en 'gemengd gebied'. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. Op basis van de VNG-uitgave wordt het buitengebied gerekend tot een met het omgevingstype ‘rustige woonwijk’ vergelijkbaar omgevingstype. Het omgevingstype ‘gemengd gebied’ wordt in de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ omschreven als een gebied met een matige tot sterke functiemenging waarbij bijvoorbeeld direct naast woningen andere functies voor kunnen komen zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. De richtafstanden (met uitzondering van het aspect gevaar) uit het omgevingstype rustige woonwijk kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsmaat worden verlaagd indien sprake is van een ‘gemengd gebied’. Daarbij wordt in de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ opgemerkt dat het vanuit het oogpunt van efficiënt ruimtegebruik de voorkeur verdient functiescheiding niet verder door te voeren dan met het oog op een goed woon- en leefklimaat noodzakelijk is. Beide locaties bevinden zich in het buitengebied, zodat sprake is van een rustig omgevingstype. Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1
Richtafstanden tot omgevingstype rustige woonwijk 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m
Richtafstanden tot omgevingstype gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
35
“Buitengebied partiele herziening Holtweg 1, Beuningen – Lutterzandweg 15, De lutte” Ontwerp 5.2 5.3 6
5.5.3
700 m 1.000 m 1.500 m
500 m 700 m 1.000 m
Verantwoording milieuzonering
5.5.3.1 Algemeen Zoals reeds hiervoor genoemd wordt bij het realiseren van nieuwe bestemmingen gekeken naar de omgeving waarin de nieuwe bestemmingen gerealiseerd worden. Hierbij spelen twee vragen een rol: 1. 2.
past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking).
5.5.3.2 Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ontwikkeling. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden wordt aangetast. Hieronder wordt per locatie de situatie beschreven. Het Jan Wesselinkhoes (Holtweg 1, Beuningen) Op basis van de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' kunnen de activiteiten bij het Jan Wesselinkhoes het beste worden vergeleken met een kleinschalig conferentieoord/congrescentrum waar geen versterkte muziek wordt afgespeeld. Dit valt onder milieucategorie 1 met een grootste richtafstand van 10 meter voor mogelijke geur- en geluidshinder. Ten oosten van de locatie bevindt zich op 15 meter een recreatiewoning (Holtweg 3). Uit jurisprudentie blijkt dat een recreatiewoning wel een geurgevoelig object betreft (ECLI:NL:RVS:2015:422), maar geen geluidsgevoelig object (ABRvS 30 mei 2000, nr. 199901166/1). Aan de richtafstand van 10 meter kan echter worden voldaan. Woonfuncties in de omgeving liggen op minimaal op 200 meter. De ontwikkeling leidt dan ook niet tot aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden. Erve Beverborg (Lutterzandweg 15, De Lutte) Op Erve Beverborg vindt een breder scala aan activiteiten plaats en op een grotere schaal.
Op basis van de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' kunnen de activiteiten op Erve Beverborg vanuit een worst-case benadering worden vergeleken met een discotheek. Dit betreft een milieucategorie 2 functie met een richtafstand van 30 meter vanwege geluidshinder. De richtafstanden van de VNG-Publicatie zijn echter te beperkt voor het voorkomen van hinder in een rustige omgeving. Om deze reden is besloten nader onderzoek te verrichten naar de geluidbelasting in de omgeving. Door Akoestisch Buro Tideman is een akoestisch onderzoek verricht naar mogelijke geluidshinder voor gevoelige functies (woningen) in de omgeving. Hieronder worden de onderzoeksresultaten weergegeven, de volledige onderzoeksrapportage is opgenomen in bijlage 3 van deze toelichting. Onderzoeksresultaten akoestisch onderzoek De maximale geluidbelasting treedt op tijdens een bruiloft met inzegening, toespraak, achtergrond muziek buiten en een DJ binnen. Deze resultaten toetsend aan de grenswaarden van een goede ruimtelijke ordening en volgende uit de VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering”, kunnen de volgende conclusies worden getrokken: Stap 1: Uitgaand van een richtafstand van 50 meter van de grens van Erve Beverborg is geen enkele woning gelegen binnen deze afstand. In het kader van zorgvuldigheid zijn de eerste woningen meegenomen in alle richtingen.
Deze zijn gelegen op een afstand van meer dan 300 meter vanaf de Erve Beverborg. De ligging van de punten is aangeven in figuur 1 en 3 van het onderzoeksrapport.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
36
“Buitengebied partiele herziening Holtweg 1, Beuningen – Lutterzandweg 15, De lutte” Ontwerp Stap 2: Er is een worst-case-bedrijfssituatie inzichtelijk gemaakt waarbij naast muziek in het gebouw met een niveau van 95 dB(A) met het dancespectrum ook achtergrondmuziek op het terras tot 23 uur aanwezig is. Het geluidniveau binnen wordt begrensd met een limiter. De gebruikers moeten gebruik maken van de aanwezig installatie. Door de gemeente Losser is aangeven dat gezien de rustige omgeving het niet wenselijk is om een hogere waarde dan 45 dB(A) toe te staan. Uitgaande van 95 dB(A) voor muziek binnen met het dancespectrum en gesloten deuren kan worden voldaan aan de richtwaarde van een rustige woonomgeving bij de woningen. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat wordt voldaan aan de grenswaarden voor een goede ruimtelijke ordening, zoals bedoeld in de VNG-publicatie, dat voldaan wordt aan het geluidbeleid van de gemeente en dat voldaan wordt aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit. De voorwaarden waaronder wordt voldaan worden geborgd in de regels van het bestemmingsplan “Buitengebied partiele herziening Holtweg 1, Beuningen – Lutterzandweg 15, De Lutte’’ en zijn, waar noodzakelijk, ook in een maatwerkvoorschrift vastgelegd. 5.5.3.3 Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de functie hinder ondervindt van bestaande functies (in de omgeving).
De locaties zijn in het kader milieuzonering niet aan te merken als milieugevoelige objecten, waardoor er geen hinder wordt ondervonden van bestaande functies in de omgeving. 5.5.4
Conclusie
Vanuit het oogpunt van milieuzonering zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling.
5.6
Ecologie
Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Het wettelijk kader is de Wet natuurbescherming. Sinds 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet vervangt drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Floraen faunawet. Met deze wet worden de Europese natuurbeschermingsrichtlijnen (de Vogel- en Habitatrichtlijn) zo helder mogelijk geïmplementeerd. Bovendien sluit het instrumentarium van de Wet natuurbescherming aan op het huidige omgevingsrecht en de toekomstige Omgevingswet. 5.6.1
Gebiedsbescherming
5.6.1.1 Natura 2000-gebieden De bescherming van Natura 2000-gebied wordt geregeld via de Natuurbeschermingswet. Provincies vormen het bevoegd gezag voor de duurzame veiligstelling van deze gebieden in hun provincie. Voor activiteiten die leiden tot aantasting van de duurzame instandhouding van deze gebieden dient een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming aangevraagd te worden. Om te onderzoeken wat de effecten zijn van de planologische ontwikkeling op beide locaties in het licht van natuurwetgeving is door Natuurbank Overijssel een stikstofdepositieberekening met behulp van de Aerius-calculator uitgevoerd. In het onderzoek is uitgegaan van een lichte toename van verkeer als gevolg van cateraars die de horeca bij de activiteiten van locatie Beverborg en het Jan Wesselinkhoes verzorgen. De conclusie van het onderzoek is dat de stikstofuitstoot als gevolg van de toename aan verkeer niet leidt tot een verhoogde stikstofdepositie (NOx) op Natura 2000gebieden. De activiteiten zijn daarom niet in strijd met de Wet natuurbescherming. Er hoeft geen vergunning aangevraagd te worden. Het volledige onderzoek is bijgevoegd in bijlage 4.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
37
“Buitengebied partiele herziening Holtweg 1, Beuningen – Lutterzandweg 15, De lutte” Ontwerp 5.6.1.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. Het NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het ‘nee, tenzij’- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. De locatie Holtweg 1, Beuningen ligt binnen het NNN, de locatie Lutterzandweg 15 ligt niet binnen het NNN, maar wordt hierdoor wel omringd. Vanwege het feit dat de voorgenomen ontwikkeling uitsluitend een planologische verruiming van het gebruik betreft en niet gepaard gaat met fysieke ingrepen worden de wezenlijke kenmerken of waarden van het NNN-gebied niet aangetast. 5.6.2
Soortenbescherming
5.6.2.1 Algemeen Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. Het is verboden om alle soorten die beschermd zijn volgens de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn, evenals de in paragraaf 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming genoemde soorten te doden en te verwonden, evenals het beschadigen en vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden. 5.6.2.2 Situatie plangebied In voorliggend geval is uitsluitend sprake van een planologische verruiming van het gebruik. De ontwikkeling gaat niet gepaard gaat met fysieke ingrepen, waardoor beschermde soorten of hun habitat niet wordt aangetast. Een ecologisch onderzoek naar soortenbescherming wordt niet noodzakelijk geacht. 5.6.3
Conclusie
Er worden geen negatieve effecten op het NNN en Natura 2000-gebieden verwacht. Daarnaast zijn geen negatieve effecten op beschermde soorten te verwachten.
5.7
Archeologie & cultuurhistorie
5.7.1
Archeologie
5.7.1.1 Algemeen Op grond van de Erfgoedwet dient er in ruimtelijke plannen rekening gehouden te worden met archeologische waarden. In de Erfgoedwet is bepaald dat gemeenten een archeologische zorgplicht hebben en dat initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord, verplicht zijn rekening te houden met de archeologische relicten die in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. 5.7.1.2 Verantwoording archeologie Het plangebied is voorzien van de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 2’ en ‘Waarde – Archeologie 3’. Omdat de ontwikkeling niet gepaard gaat met bodemingrepen is het uitvoeren van archeologisch onderzoek niet noodzakelijk. Wel wordt opgemerkt dat de in het huidige bestemmingsplan van toepassing zijnde archeologische dubbelbestemmingen worden overgenomen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
38
“Buitengebied partiele herziening Holtweg 1, Beuningen – Lutterzandweg 15, De lutte” Ontwerp 5.7.2
Cultuurhistorie
5.7.2.1 Algemeen Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. De bescherming van cultuurhistorische elementen is vastgelegd in de Monumentenwet 1988. Deze wet is vooral gericht op het behouden van historische elementen voor latere generaties. Op grond van de wet Modernisering Monumentenzorg (de MoMo), die per 1 januari 2012 van kracht is geworden, moet een goede ruimtelijke onderbouwing een beschrijving bevatten van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. 5.7.2.2 Verantwoording cultuurhistorie Aan zowel de Holtweg 1 als Lutterzandweg 15 bevindt zich, op basis van de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Overijssel en het bestemmingsplan Buitengebied van de gemeente Losser karakteristieke bebouwing. De activiteiten hebben geen negatieve invloed op de aanwezige karakteristieke waarden en laten inwoners en toeristen deze juist beleven. Gesteld wordt dat het aspect cultuurhistorie geen belemmering vormt voor dit plan. 5.7.3
Conclusie
Geconcludeerd wordt er geen archeologisch onderzoek nodig is. Tevens is geen sprake van negatieve effecten op de cultuurhistorische waarden.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
39
“Buitengebied partiele herziening Holtweg 1, Beuningen – Lutterzandweg 15, De lutte” Ontwerp
HOOFDSTUK 6
WATERPARAGRAAF
6.1
Vigerend beleid
6.1.1
Provinciaal beleid
In de Omgevingsvisie Overijssel wordt ruim aandacht besteed aan de wateraspecten. De ambities zijn, naast de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water, gericht op de verbetering van de kwaliteit van de kleinere wateren, de veiligheid, de grondwaterbescherming, bestrijding van wateroverlast, de kwantiteit en kwaliteit van grond- en oppervlakte water en waterbeleving zowel in de groene ruimte als stedelijk gebied. 6.1.2
Beleid waterschap Vechtstromen
Door de invoering van de Kaderrichtlijn Water is Nederland verdeeld in vijf deelstroomgebieden. Het Door de invoering van de Kaderrichtlijn Water is Nederland verdeeld in vijf deelstroomgebieden. Het deelstroomgebied Rijn-Oost wordt beheerd door de waterschappen Rijn en IJssel, Vechtstromen, Vallei en Veluwe, Drents Overijsselse Delta en Zuiderzeeland. Om te voldoen aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water hebben deze waterschappen een Waterbeheerplan opgesteld. Het algemeen bestuur van het waterschap Vechtstromen heeft in de vergadering van 7 oktober 2015 het ‘Waterbeheerplan 2016-2021’ vastgesteld. In het Waterbeheerplan is aangegeven hoe het waterschap zijn taken de komende jaren (2016 tot 2021) wil uitvoeren. In het plan zijn doelen en maatregelen gesteld voor de thema’s waterveiligheid, voldoende water, schoon water en het zuiveren van afvalwater. Deze zijn gericht op het: • • • 6.1.3
voorkomen of beperken van overstromingen, wateroverlast en droogte; beschermen en verbeteren van de kwaliteit van het oppervlaktewater en grondwater en het zorgen voor een goed functionerend regionaal watersysteem; het effectief en efficiënt behandelen van afvalwater in de afvalwaterzuiveringsinstallaties. Verbreed gemeentelijke rioleringsplan 2013-2016
Gemeenten zijn wettelijk verplicht een gemeentelijk rioleringsplan vast te stellen, vaak afgekort als GRP. Sinds kort moet dit plan niet alleen over de riolering gaan, maar ook over hemelwater en grondwater. Daarom wordt gesproken van een verbreed gemeentelijk rioleringsplan, ofwel vGRP. Het voorgaande GRP is vastgesteld voor de periode 2007 tot en met 2010 en vervolgens verlengd tot en met 2012. Om te blijven voldoen aan de planverplichting uit de Wet milieubeheer is het nieuwe vGRP opgesteld voor de periode 2013 tot en met 2016. Maar de wettelijke plicht is niet de enige aanleiding. De gemeente wil haar taken voor afvalwater, hemelwater en grondwater goed en efficiënt uitvoeren. Een goed plan is daarvoor essentieel.
6.2
Waterparagraaf
6.2.1
Algemeen
Zoals in voorgaande paragrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets).
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
40
“Buitengebied partiele herziening Holtweg 1, Beuningen – Lutterzandweg 15, De lutte” Ontwerp Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). 6.2.2
Watertoetsproces
Waterschap Vechtstromen is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets (voor beide locaties apart). De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat, omdat er geen bebouwing of verharding wordt toegevoegd, geen waterschapsbelang aan de orde is. De procedure in het kader van de watertoets is goed doorlopen. Het waterschap Vechtstromen geeft een positief wateradvies.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
41
“Buitengebied partiele herziening Holtweg 1, Beuningen – Lutterzandweg 15, De lutte” Ontwerp
HOOFDSTUK 7 7.1
JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING
Inleiding
In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is.
7.2
Opzet van de regels
7.2.1
Algemeen regels
In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. 2. 3. 4. 7.2.2
Inleidende regels (begrippen en wijze van meten); Bestemmingsregels; Algemene regels (o.a. algemene afwijkingsregels); Overgangs- en slotregels. Inleidende regels
Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: •
Begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd.
•
Wijze van meten (Artikel 2) Dit artikel geeft op een eenduidige manier aan op welke wijze afstanden, dakhellingen en oppervlakten moeten worden gemeten en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden.
7.2.3
Bestemmingsregels
Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. De regels zijn onderverdeeld in o.a.: • •
Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan; Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (bouwhoogte, goothoogte etc.); BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
42
“Buitengebied partiele herziening Holtweg 1, Beuningen – Lutterzandweg 15, De lutte” Ontwerp • •
Afwijken van de bouwregels/ gebruiksregels: onder welke voorwaarde mag afgeweken worden van de aangegeven bouw- en/of gebruiksregels. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden: in de recreatieve bestemming is een omgevingsvergunningstelsel opgenomen ter bescherming van bestaande groensingels. In de archeologische dubbelbestemming is een omgevingsvergunningstelsel opgenomen ter bescherming van mogelijke archeologische waarden.
In paragraaf 7.3 worden de bestemmingen nader toegelicht en wordt aangegeven waarom voor bepaalde gronden voor deze is gekozen. 7.2.4
Algemene regels
Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: •
Anti-dubbeltelregel (Artikel 8) Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich met name voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage.
•
Algemene gebruiksregels (Artikel 9) In dit artikel worden de algemene gebruiksregels beschreven. Deze regel bevatten bepalingen omtrent functies die in ieder geval in strijd zijn met het bestemmingsplan. Ook is hier een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor de aanleg en instandhouding van de parkeervoorziening bij het Jan Wesselinkhoes (Holtweg 1, Beuningen). Daarnaast is er de volgende informatieverplichting opgenomen. Tot een met het bestemmingsplan strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken conform de in artikel 3.1 benoemde activiteiten, zonder het maandelijks verstrekken van een overzicht met het aantal en de aard van de activiteiten die in de daaropvolgende maand plaatsvinden binnen het plangebied
•
Algemene aanduidingsregels (artikel 10) In dit artikel zijn regels opgenomen behorend bij de gebiedsaanduidingen ‘Overige zone –essen’, Overige zone – speciale beschermingszone 1’ en ‘Reconstructiewetzone – extensiveringsgebied’.
•
Algemene afwijkingsregels (Artikel 11) In dit artikel wordt beschreven voor welke zaken van het bestemmingsplan kan worden afgeweken.
•
Overige regels (Artikel 12) In deze bepaling zijn regels ten aanzien van de aanvullende werking welstandscriteria en een natuurtoets bij binnenplanse afwijkingen en wijzigingen opgenomen.
7.2.5
Overgangs- en slotregels
In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In het overgangsrecht is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregel wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.
7.3
Verantwoording van de regels
Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
43
“Buitengebied partiele herziening Holtweg 1, Beuningen – Lutterzandweg 15, De lutte” Ontwerp waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. De bestaande situatie is hierbij het uitgangspunt. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. ‘Gemengd’ (Artikel 3) De voor 'Gemengd' aangewezen gronden zijn bestemd voor maatschappelijke voorzieningen en horeca. De locatie Holtweg 1 (Jan Wesselinkhoes), heeft vanwege de daar plaatsvindende horeca-activiteiten (zie ook paragraaf 3.1) de functieaanduiding ‘horeca tot en met categorie 1’ gekregen. De locatie Lutterzandweg 15 (Erve Beverborg) heeft vanwege de daar plaatsvindende horeca-activiteiten de functieaanduiding ‘horeca tot en met categorie 2’. Daarnaast zijn de gronden bestemd voor het behoud en herstel van de cultuurhistorische waarden in de vorm van karakteristieke erven en panden. De kenmerken hiervan zijn beschreven in de inventarisatie van karakteristieke erven en panden in de gemeente Losser die als bijlage 1 bij de regels is opgenomen.
De bouwregels gaan uit van de bestaande oppervlakte aan bebouwing en behoud van de karakteristieke hoofdvorm. In de gebruiksregels zijn voor de locaties maatwerkregels opgenomen ter voorkoming van geluidshinder voor geluidsgevoelige functies in de omgeving. Tot slot kent de bestemming een omgevingsvergunningstelsel, waarin een sloopverbod ter bescherming van karakteristieke waarden is vastgelegd. ‘Natuur - Natuur en bos’ (Artikel 4) De voor 'Natuur – Natuur en bos' aangewezen gronden zijn bestemd voor natuur, bestaande bossen en bosbouw, het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de cultuurhistorische, natuurlijke en landschappelijke waarden, cultuurgrond, waarbij het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke waarden, zoals houtwallen, houtsingels en bosschages, worden nagestreefd. Hiernaast is ter plaatse van de aanduidingen ‘parkeerterrein’ een parkeerterrein ten behoeve van Erve Beverborg (Lutterzandweg 15, De Lutte) en het Jan Wesselinkhoes (Holtweg 1, Beuningen) toegestaan. ‘Waarde – Archeologie 2 en 3’ (Artikel 5 en 6) In dit geval zijn de geldende dubbelbestemmingen ‘Waarde - Archeologie 2’ en Waarde – Archeologie 3’ conform het bestemmingsplan “Buitengebied” overgenomen. Deze gronden met deze dubbelbestemmingen zijn uitsluitend bedoeld voor het behoud en bescherming van gebieden met een hoge archeologische verwachtingswaarde.
Een omgevingsvergunningstelsel voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden beschermt de archeologische waarde van de gronden. ‘Waarde – landgoed’ (Artikel 7) De dubbelbestemming 'Waarde - Landgoed' is overgenomen uit het geldende bestemmingsplan. De gronden ter plaatse van deze dubbelbestemming zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de cultuurhistorische en andere waarden en elementen, die tezamen de ruimtelijke beheerseenheid van een landgoed vormen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
44
“Buitengebied partiele herziening Holtweg 1, Beuningen – Lutterzandweg 15, De lutte” Ontwerp
HOOFDSTUK 8
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID
Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. In het voorliggende geval wordt een overeenkomst gesloten tussen initiatiefnemer en de gemeente. Hierin is verzekerd dat het risico van planschade voor rekening van de initiatiefnemer komt alsmede de aanleg van nutsvoorzieningen en ruimtelijke kwaliteit. De gemeentelijke kosten worden verhaald middels de legesverordening, waardoor het kostenverhaal voor de gemeente volledig is verzekerd. Dit brengt met zich mee dat vaststelling van een exploitatieplan achterwege kan blijven.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
45
“Buitengebied partiele herziening Holtweg 1, Beuningen – Lutterzandweg 15, De lutte” Ontwerp
HOOFDSTUK 9 9.1
VOOROVERLEG, INSPRAAK & ZIENSWIJZEN
Vooroverleg
Op grond van artikel 3.1.1 Bro is vooroverleg vereist met het waterschap en met de diensten van de provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. 9.1.1
Rijk
In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. 9.1.2
Provincie Overijssel
Deze paragraaf wordt ingevuld nadat vooroverleg met de provincie heeft plaatsgevonden. 9.2.3
Waterschap Vechtstromen
In het kader van de watertoets heeft er een digitale watertoets plaatsgevonden via de website www.dewatertoets.nl. De uitkomsten van deze watertoets hebben ertoe geleid dat er geen waterschapsbelang is en geen nader vooroverleg noodzakelijk is.
9.2
Inspraak
Conform de gemeentelijke inspraakverordening kan het bestuursorgaan zelf besluiten of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. In voorliggend geval is door initiatiefnemer op 11 september 2018 een informatiebijeenkomst voor omwonenden georganiseerd bij Erve Beverborg. Tijdens deze bijeenkomst is door omwonenden aangeven dat men regelmatig geluid afkomstig van Erve Beverborg kan horen. Dit echter niet in die mate dat er sprake is van onevenredige geluidshinder. Wel is aangeven dat het wenselijk is dat Erve Beverborg maatregelen neemt om het geluidsvolume te verminderen. Door Akoestisch Bureau Tideman is tijdens de bijeenkomst uitleg geven over de technische mogelijkheden om het muziekgeluid binnen de muren van het pand Beverborg te begrenzen tot aanvaardbare waarden. Initiatiefnemer heeft aangegeven hierin te willen investeren.
9.3
Zienswijzen
Deze paragraaf wordt na de ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan ingevuld.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
46
“Buitengebied partiele herziening Holtweg 1, Beuningen – Lutterzandweg 15, De lutte” Ontwerp
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING
Bijlage 1:
Historisch bodemonderzoek Holtweg 1, Beuningen
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
47
“Buitengebied partiele herziening Holtweg 1, Beuningen – Lutterzandweg 15, De lutte” Ontwerp
Bijlage 2
Historisch bodemonderzoek Lutterzandweg 15, De Lutte
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
48
“Buitengebied partiele herziening Holtweg 1, Beuningen – Lutterzandweg 15, De lutte” Ontwerp
Bijlage 3:
Akoestisch onderzoek
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
49
“Buitengebied partiele herziening Holtweg 1, Beuningen – Lutterzandweg 15, De lutte” Ontwerp
Bijlage 4:
Stikstofdepositieberekening
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
50