CConstaterende datLosser
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting bestemmingsplan Beverborg

Raadsvergadering 8 februari 2024, gemeente LosserBij agendapunt: Gewijzigd vaststellen ontwerp bestemmingsplan "Buitengebied part.herz. Holtweg 1 en Lutterzandweg 1515.868 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan

Buitengebied partiele herziening Holtweg 1, Beuningen – Lutterzandweg 15, De Lutte

Juni 2020

Status: Ontwerp

“Buitengebied partiele herziening Holtweg 1, Beuningen – Lutterzandweg 15, De lutte” Ontwerp

Bestemmingsplan “Buitengebied partiele herziening Holtweg 1, Beuningen – Lutterzandweg 15, De Lutte”

Plannaam: “Buitengebied partiele herziening Holtweg 1, Beuningen – Lutterzandweg 15, De Lutte” IMRO-nummer: NL.IMRO.0168.BP008vzp1702-0301 Plantype: Bestemmingsplan Status: Ontwerp Datum: Juni 2020

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

1

“Buitengebied partiele herziening Holtweg 1, Beuningen – Lutterzandweg 15, De lutte” Ontwerp

TOELICHTING

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

2

“Buitengebied partiele herziening Holtweg 1, Beuningen – Lutterzandweg 15, De lutte” Ontwerp

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 4 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

AANLEIDING ............................................................................................................................................... 4 LIGGING VAN HET PLANGEBIED ....................................................................................................................... 4 DE BIJ HET PLAN BEHORENDE STUKKEN ............................................................................................................. 5 HUIDIG BESTEMMINGSPLAN ........................................................................................................................... 5 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 8

HOOFDSTUK 2 DE HUIDIGE SITUATIE ..................................................................... 9 HOOFDSTUK 3 PLANBESCHRIJVING ..................................................................... 12 3.1 3.2

DE ONTWIKKELING ..................................................................................................................................... 12 VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................................................... 13

HOOFDSTUK 4 BELEIDSKADER ........................................................................... 15 4.1 4.2 4.3

RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 15 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 16 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 25

HOOFDSTUK 5 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN .................................................. 30 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7

GELUID (WET GELUIDHINDER) ...................................................................................................................... 30 BODEMKWALITEIT ...................................................................................................................................... 30 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 31 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 33 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 35 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 37 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 38

HOOFDSTUK 6 WATERPARAGRAAF ..................................................................... 40 6.1 6.2

VIGEREND BELEID....................................................................................................................................... 40 WATERPARAGRAAF .................................................................................................................................... 40

HOOFDSTUK 7 JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING ............................... 42 7.1 7.2 7.3

INLEIDING................................................................................................................................................. 42 OPZET VAN DE REGELS ................................................................................................................................ 42 VERANTWOORDING VAN DE REGELS............................................................................................................... 43

HOOFDSTUK 8 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .................................................. 45 HOOFDSTUK 9 VOOROVERLEG, INSPRAAK & ZIENSWIJZEN........................................ 46 9.1 9.2 9.3

VOOROVERLEG .......................................................................................................................................... 46 INSPRAAK ................................................................................................................................................. 46 ZIENSWIJZEN ............................................................................................................................................. 46

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING ............................................................................... 47 BIJLAGE 1: BIJLAGE 2 BIJLAGE 3: BIJLAGE 4:

HISTORISCH BODEMONDERZOEK HOLTWEG 1, BEUNINGEN ........................................................................ 47 HISTORISCH BODEMONDERZOEK LUTTERZANDWEG 15, DE LUTTE ............................................................... 48 AKOESTISCH ONDERZOEK ..................................................................................................................... 49 STIKSTOFDEPOSITIEBEREKENING ............................................................................................................ 50

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

3

“Buitengebied partiele herziening Holtweg 1, Beuningen – Lutterzandweg 15, De lutte” Ontwerp

HOOFDSTUK 1 1.1

INLEIDING

Aanleiding

Ten noordoosten van de kern De Lutte bevindt zich Landgoed Het Meuleman. Op dit landgoed bevinden zich de trouwlocaties het Jan Wesselinkhoes (Holtweg 1, Beuningen) en Erve Beverborg (Lutterzandweg 15, De Lutte). Beide locaties zijn in 2002 reeds aangewezen als trouwlocatie, maar geconstateerd is dat het gebruik planologisch nog niet op de juiste wijze is ingepast. De wens is om de activiteiten, die reeds vele jaren op beide mooie locaties plaatsvinden, toekomstbestendig te maken en vast te leggen in een nieuw bestemmingsplan. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de gewenste juridisch planologische kaders. In deze toelichting zal worden aangetoond dat het gewenste plan vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is en dat het geheel in overeenstemming is met een ‘goede ruimtelijke ordening’.

1.2

Ligging van het plangebied

Het plangebied bestaat uit twee locaties gelegen aan de Holtweg 1, Beuningen (Jan Wesselinkhoes) en Lutterzandweg 15, De Lutte (Erve Beverborg) op Landgoed Het Meulenman in het buitengebied van de gemeente Losser. In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied ten opzichte van de kernen De Lutte en Beuningen, aangegeven. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding.

Figuur 1.1

Ligging van het plangebied in het buitengebied van de gemeente Losser (Bron: ArcGis)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

“Buitengebied partiele herziening Holtweg 1, Beuningen – Lutterzandweg 15, De lutte” Ontwerp

1.3

De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan “Buitengebied partiele herziening Holtweg 1, Beuningen – Lutterzandweg 15, De Lutte” bestaat uit de volgende stukken: • •

verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.0168.BP008vzp1702-0301) en een renvooi; regels.

Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

1.4

Huidig bestemmingsplan

1.4.1

Algemeen

De locaties van het plangebied zijn gelegen binnen de begrenzing van het bestemmingsplan “Buitengebied” dat door de gemeenteraad op 19 maart 2013 is vastgesteld. Daarnaast geldt de Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2016 (vastgesteld op 20 juni 2017). In figuur 1.2 is voor beide locaties een uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan “Buitengebied” opgenomen met daarin aangegeven de ligging van het plangebied (aangegeven met de rode kaders). Voor de exacte ligging van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

5

“Buitengebied partiele herziening Holtweg 1, Beuningen – Lutterzandweg 15, De lutte” Ontwerp

Figuur 1.2

1.4.2

Uitsneden verbeelding geldend bestemmingsplan (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

Bestemmingen en aanduidingen

Hieronder wordt per locatie ingegaan op de huidige planologische situatie. Holtweg 1, Beuningen (Jan Wesselinkhoes) In het bestemmingsplan “Buitengebied” zijn de gronden in het plangebied bestemd tot ‘Maatschappelijk’ en ‘Natuur – Natuur en bos’ ter plaatse van het beoogde parkeerterrein. Daarnaast zijn de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 2 en 3’ van toepassing. Tevens kent het plangebied de volgende aanduidingen: • • • •

specifieke bouwaanduiding – karakteristiek erf bouwvlak functieaanduiding bedrijfswoning uitgesloten gebiedsaanduiding reconstructiewetzone – extensiveringsgebied.

Gronden met de bestemming ‘Maatschappelijk’ zijn bestemd voor maatschappelijke voorzieningen en het behoud en herstel van de cultuurhistorische waarden in de vorm van karakteristieke erven en panden met daarbij behorende: • • • • • • • •

bedrijfsgebouwen, waaronder overkappingen; bedrijfswoningen; aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij bedrijfswoningen; overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde; tuinen, erven en terreinen; nutsvoorzieningen; waterhuishoudkundige voorzieningen; wegen, paden en parkeervoorzieningen.

Een bedrijfswoning is gelet op de functieaanduiding ‘bedrijfswoning uitgesloten’, niet mogelijk.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

6

“Buitengebied partiele herziening Holtweg 1, Beuningen – Lutterzandweg 15, De lutte” Ontwerp

De gronden met de bestemming ‘Natuur - Natuur en bos’ zijn bestemd voor natuur, bestaande bossen en bosbouw, het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de cultuurhistorische, natuurlijke en landschappelijke waarden, cultuurgrond, waarbij het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke waarden, zoals houtwallen, houtsingels en bosschages, worden nagestreefd. De gronden met dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2 en 3’ zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de gebieden met een hoge verwachtingswaarde. Het karakteristieke erf is aangeduid met de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – karakteristiek erf’. De karakteristieke panden zijn, afhankelijk van hun beschermde status, aangeduid met de ‘specifieke bouwaanduiding – rijksmonument’ of ‘karakteristiek’. Dit deel van het plangebied kent daarnaast ook de gebiedsaanduiding ‘reconstructiewetzone – extensiveringsgebied’ en geeft aan dat de Reconstructiewet van toepassing is en dat op de aangewezen locatie sprake is van extensiveringsgebied. De aanduiding is niet relevant voor dit bestemmingsplan, aangezien deze aanduiding gekoppeld is aan ontwikkelingsmogelijkheden van agrarische bedrijvigheid die in voorliggend geval niet van toepassing is.

Lutterzandweg 15, De Lutte (Erve Beverborg) In het bestemmingsplan “Buitengebied” zijn de gronden in het plangebied bestemd tot ‘Maatschappelijk’ en ‘Natuur-Natuur en Bos’ te plaatse van het parkeerterrein van deze locatie . Verder zijn de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 3’ en ‘Waarde – Landgoed’ van toepassing. Tevens kent het plangebied de volgende aanduidingen: • • • •

bouwaanduiding – karakteristiek (deels) functieaanduiding bedrijfswoning uitgesloten gebiedsaanduiding reconstructiewetzone – extensiveringsgebied Gebiedsaanduiding speciale beschermingszone 1

Gronden met de bestemming ‘Maatschappelijk’ zijn bestemd voor maatschappelijke voorzieningen en het behoud en herstel van de cultuurhistorische waarden in de vorm van karakteristieke erven en panden met daarbij behorende: • • • • • • • •

bedrijfsgebouwen, waaronder overkappingen; bedrijfswoningen; aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij bedrijfswoningen; overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde; tuinen, erven en terreinen; nutsvoorzieningen; waterhuishoudkundige voorzieningen; wegen, paden en parkeervoorzieningen.

Een bedrijfswoning is gelet op de functieaanduiding ‘bedrijfswoning uitgesloten’, niet mogelijk. De gronden met de bestemming ‘Natuur - Natuur en bos’ zijn bestemd voor natuur, bestaande bossen en bosbouw, het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de cultuurhistorische, natuurlijke en landschappelijke waarden, cultuurgrond, waarbij het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke waarden, zoals houtwallen, houtsingels en bosschages, worden nagestreefd. De gronden met dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de gebieden met een middelhoge verwachtingswaarde. het karakteristieke pand is aangeduid met de ‘bouwaanduiding ‘karakteristiek’. Dit deel van het plangebied kent daarnaast ook de gebiedsaanduiding ‘reconstructiewetzone – extensiveringsgebied’ en geeft aan dat de Reconstructiewet van toepassing is en dat op de aangewezen locatie sprake is van extensiveringsgebied. De aanduiding is niet relevant voor dit bestemmingsplan, aangezien deze BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

7

“Buitengebied partiele herziening Holtweg 1, Beuningen – Lutterzandweg 15, De lutte” Ontwerp aanduiding gekoppeld is aan ontwikkelingsmogelijkheden van agrarische bedrijvigheid die in voorliggend geval niet van toepassing is. Voor een gedeelte van de locatie geldt ten slotte de gebiedsaanduiding ‘speciale beschermingszone 1’ . Deze gronden zijn, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen (basisbestemming), aangewezen voor de bescherming van de instandhoudingsdoelstelling van het Natura 2000-gebied Dinkelland, ingevolge de aanmelding bij de Europese Commissie door de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Er mogen op of in deze gronden geen gebouwen en bouwwerken, geen nieuwe gebouwen worden gebouwd. Ten behoeve van de andere voor deze gronden geldende bestemming(en) mag uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. 1.4.3

Strijdigheid

De bestemming ‘Maatschappelijk’ die voor beide locaties van toepassing is laat ondergeschikte horeca ten behoeve van de maatschappelijke functie toe. Het huidige en gewenste gebruik bestaat naast maatschappelijke activiteiten ook uit zelfstandige horeca in de vorm van huwelijksceremonies/bruiloften, kleinere feesten en partijen en recepties. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een bredere bestemming welke de huidige en gewenste activiteiten planologisch mogelijk maakt.

1.5

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied en de omgeving gegeven. Hoofdstuk 3 gaat in op de planbeschrijving. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van rijk, provincie en de gemeente Losser beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsaspecten de revue. Hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid van het project. Hoofdstuk 9 gaat in op inspraak en vooroverleg.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

8

“Buitengebied partiele herziening Holtweg 1, Beuningen – Lutterzandweg 15, De lutte” Ontwerp

HOOFDSTUK 2

DE HUIDIGE SITUATIE

Het plangebied bestaat uit twee locaties gelegen aan de Holtweg 1, Beuningen (Jan Wesselinkhoes) en Lutterzandweg 15, De Lutte (Erve Beverborg) op Landgoed Het Meulenman in het buitengebied van de gemeente Losser. Holtweg 1, Beuningen (Jan Wesselinkhoes) De belangrijkste structuurdragers in de omgeving van dit deel van het plangebied is de beekloop van de Puntbeek en de Holtweg. De functionele structuur bestaat uit natuur en bosgronden, agrarische cultuurgronden enkele woonfuncties en een agrarisch bedrijf Het plangebied, in figuur 1.2 aangegeven met de rode kaders, wordt aan de westzijde begrensd door de Puntbeek, ten zuiden door de Holtweg en ten noorden en oosten door bosgronden. Op de locatie is het Jan Wesselinkhoes bestaande uit een karakteristieke boerderij met bijgebouw aanwezig. Hieronder is de huidige situatie door middel van een luchtfoto en straatbeeld weergegeven.

Figuur 2.1

Luchtfoto plangebieddeel Holtweg 1, Beuningen (Bron: Provincie Overijssel)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

9

“Buitengebied partiele herziening Holtweg 1, Beuningen – Lutterzandweg 15, De lutte” Ontwerp

Figuur 2.2

Huidige situatie plangebied (Bron: Tourist info Losser)

Lutterzandweg 15, De Lutte (Erve Beverborg) De belangrijkste structuurdragers in de omgeving van dit deel van het plangebied zijn de beekloop van de Dinkel ten westen en de Lutterzandweg ten oosten. De functionele structuur bestaat uit natuur- en bosgronden. Het plangebied, in figuur 2.4 aangegeven met de rode kaders, wordt aan alle zijden begrensd door bosgronden. Op de locatie is Erve Beverborg bestaande uit een karakteristiek boerderijerf aanwezig. Hieronder is de huidige situatie door middel van een luchtfoto en straatbeeld weergegeven.

Figuur 2.4

Luchtfoto plangebieddeel Lutterzandweg 15, De Lutte (Bron: Provincie Overijssel)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

10

“Buitengebied partiele herziening Holtweg 1, Beuningen – Lutterzandweg 15, De lutte” Ontwerp

Figuur 2.4

Huidige situatie plangebied (Bron: Tourist info Losser)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

11

“Buitengebied partiele herziening Holtweg 1, Beuningen – Lutterzandweg 15, De lutte” Ontwerp

HOOFDSTUK 3 3.1

PLANBESCHRIJVING

De ontwikkeling

De ontwikkeling betreft het planologisch vastleggen van de huidige en gewenste activiteiten welke reeds jarenlang op de twee locaties plaatsvinden. Het borgen van de toekomst van de locaties en bijbehorende activiteiten is van groot belang. Vanwege de huuropbrengst zijn zowel Erve Beverborg als het Jan Wesselinkhoes belangrijke en noodzakelijke economische dragers voor Landgoed Het Meuleman. Naast de huuropbrengst van de panden bestaan de inkomsten van het landgoed voornamelijk uit natuur- en bossubsidies. Alle cultuurgronden, welke vroeger landbouwopbrengsten leverden, zijn inmiddels omgevormd tot natuurgronden. Deze gronden genereren, met uitzonderen van een (onzeker) subsidiestelsel geen financiën meer. De activiteiten vinden plaats binnen de bestaande bebouwing en binnen het bestaande erf. Concreet gaat het per locatie om de volgende activiteiten: Holtweg 1, Beuningen (Jan Wesselinkhoes) • • • • • • • •

Vertrekpunt voor excursies/wandelingen (al dan niet onder begeleiding) op het landgoed; Educatieve bijeenkomsten; Vergaderingen/conferenties; Expositieruimte; Huwelijksceremonies (zonder versterkte muziek); Foto-rapportages; Lunch en Brunch onder begeleiding van een cateraar; Uitvaartceremonies (zonder versterkte muziek);

Lutterzandweg 15, De Lutte (Erve Beverborg) • • • • • • • • • • • • •

Vertrekpunt voor excursies/wandelingen (al dan niet onder begeleiding) op het landgoed; Educatieve bijeenkomsten; Vergaderingen/conferenties; Expositieruimte; Huwelijksceremonies/bruiloften; Kleinere feesten/partijen onder begeleiding van een cateraar; Kinderfeestjes; Diner/barbecue/foodtruck; Uitvaartceremonies; Recepties; Familiereünies; Teambuildingdagen; Stichting ‘Vobula’ landgoedkamp voor het landgoed;

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

12

“Buitengebied partiele herziening Holtweg 1, Beuningen – Lutterzandweg 15, De lutte” Ontwerp

3.2

Verkeer en parkeren

3.2.1

Algemeen

Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de publicatie ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie, publicatie 317 (oktober 2012)’ van het CROW. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer en parkeren. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeergeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen. 3.2.2

Uitgangspunten

In voorliggende situatie is echter sprake van zodanig specifiek gebruik dat geen goede vergelijking kan worden gemaakt met de in de publicatie ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie, publicatie 317 (oktober 2012)’ van het CROW aangeven functies. Omdat er van beide locaties wel gegevens beschikbaar zijn van de verkeersbewegingen per jaar wordt hier vanuit gegaan. Hieronder worden de uitgangspunten per locatie weergegeven. Holtweg 1, Beuningen (Jan Wesselinkhoes) • • • •

5460 auto’s per jaar (gemiddeld 16 per weekdagetmaal) 20 bussen per jaar (gemiddeld 0,05 per weekdagetmaal) 100 bestelbussen per jaar (gemiddeld 0.3 per weekdagetmaal) 25 vrachtwagens per jaar (gemiddeld 0,07 per weekdagetmaal)

Lutterzandweg 15, De Lutte (Erve Beverborg) • • • • 3.2.3

7280 auto’s per jaar (gemiddeld 20 per weekdagetmaal) 30 bussen per jaar (gemiddeld 0,08 per weekdagetmaal) 208 bestelbussen per jaar (gemiddeld 0,6 per weekdagetmaal) 25 vrachtwagens per jaar (gemiddeld 0,07 per weekdagetmaal) Situatie parkeren

Het Jan Wesselinkhoes (Holtweg 1) genereert op basis van bovengenoemde uitgangspunten een verkeersgeneratie van gemiddeld 16 auto’s/bestelbussen per weekdagetmaal en af en toe een bus/touringcar. Ten opzichte van de geldende maatschappelijke bestemming is er geen sprake van een substantiële toename. Deze bestemming biedt reeds mogelijkheden aan maatschappelijke functies zoals bijvoorbeeld een museum, bibliotheek of kinderboerderij welke ook meer of minder mate een verkeersaantrekkende werking hebben. De te parkeren voertuigen worden in de toekomstige situatie geparkeerd op het nieuw aan te leggen parkeerterrein in het bos ten westen van de locatie zoals aangeven op onderstaand kaartje. Op dit terrein worden 30 parkeerplaatsen aangelegd. Via een voorwaardelijke verplichting in de planregels is de aanleg en instandhouding van de parkeergelegenheid juridisch geborgd.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

13

“Buitengebied partiele herziening Holtweg 1, Beuningen – Lutterzandweg 15, De lutte” Ontwerp

Afbeelding 3.1

Aan te leggen parkeerterrein bij Jan Wesselinkhoes (Bron: BJZ.nu)

Erve Beverborg (Lutterzandweg 15) genereert op basis van de eerder genoemde uitgangspunten een verkeersgeneratie van gemiddeld 21 auto’s/bestelbussen per weekdagetmaal en af en toe een bus/touringcar. In het door Buro Tideman uitgevoerde akoestisch onderzoek voor Erve Beverborg (Bijlage 2) is gekeken naar de representatieve bedrijfssituatie van Erve Beverborg. Dit zijn dagen waarop de locatie wordt gebruikt voor bijvoorbeeld een huwelijksvoltrekking of een bedrijfsfeest. Op dergelijke dagen komen er gemiddeld 40 auto’s/bestelbussen per weekdagetmaal. Op en rondom het terrein van Erve Beverborg is een natuurlijk aangelegde parkeerplaats aanwezig die voldoende ruimte biedt aan het parkeren van 60 auto’s. In dit bestemmingsplan is hiervoor een aanduiding parkeerterrein opgenomen. 3.2.3 Situatie verkeer Wat betreft de verkeersgeneratie van de in paragraaf 3.1 beschreven activiteiten wordt verwacht dat deze ten opzichte van de huidige (planologische) situatie (maatschappelijk) gelijk blijft of iets toeneemt. Omdat een maatschappelijke bestemming gelet op de begripsomschrijving in het geldende bestemmingsplan een breed scala aan activiteiten toelaat is het niet goed mogelijk op basis van de CROW richtlijnen een gemiddelde verkeersgeneratie per weekdagetmaal vast te stellen.

Het is hierdoor niet mogelijk de vergelijking te maken tussen de huidige en toekomstige planologische situatie qua verkeersgeneratie. Wel kan worden aangeven dat de wegen rondom de plangebieden aan de Holtweg 1 en Lutterzandweg 15 in voldoende mate zijn ingericht om de in paragraaf 3.2.2 aangegeven verkeersbewegingen in de huidige en toekomstige situatie goed en veilig af te wikkelen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

14

“Buitengebied partiele herziening Holtweg 1, Beuningen – Lutterzandweg 15, De lutte” Ontwerp

HOOFDSTUK 4

BELEIDSKADER

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

4.1.1.1 Algemeen De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is op 13 maart 2012 vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. Tevens vervangt het een aantal ruimtelijke doelen en uitspraken in onder andere de Agenda Landschap en de Agenda Vitaal Platteland. Daarmee wordt de SVIR het kader voor thematische of gebiedsgerichte uitwerkingen van rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. 4.1.1.2 Rijksdoelen en regionale opgaven In de SVIR heeft het Rijk drie rijksdoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): • • •

Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijkeconomische structuur van Nederland; Het verbeteren, instandhouden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.

Voor de drie rijksdoelen worden de 13 onderwerpen van nationaal belang benoemd. Hiermee geeft het Rijk aan waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. De drie hoofddoelen van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid kennen nationale opgaven die regionaal neerslaan. Opgaven van nationaal belang in Oost-Nederland (de provincies Gelderland en Overijssel) zijn: •

•

• •

Het waar nodig verbeteren van de internationale achterlandverbindingen (weg, spoor en vaarwegen) die door Oost Nederland lopen. Dit onder andere ten behoeve van de mainports Rotterdam en Schiphol; Het formuleren van een integrale strategie voor het totale rivierengebied van Maas en Rijntakken (Waal, Nederrijn, Lek en de IJssel, deelprogramma rivieren van het Deltaprogramma) en de IJsselvechtdelta (deelprogramma’s zoetwater en rivieren) voor waterveiligheid in combinatie met bereikbaarheid, ruimtelijke kwaliteit, natuur, economische ontwikkeling en woningbouw; Het tot stand brengen en beschermen van de (herijkte) EHS, inclusief de Natura 2000 gebieden (zoals de Veluwe); Het robuust en compleet maken van het hoofdenergienetwerk (380 kV), onder andere door het aanwijzen van het tracé voor aansluiting op het Duitse hoogspanningsnet.

Het betreft een project waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de hoofddoelen zoals verwoord in de structuurvisie.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

15

“Buitengebied partiele herziening Holtweg 1, Beuningen – Lutterzandweg 15, De lutte” Ontwerp 4.1.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR wordt de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigt en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’.

stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Toepasselijkheid Ladder voor duurzame verstedelijking Toetsing aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ is noodzakelijk bij ‘nieuwe stedelijke ontwikkelingen’ (3.1.6 Bro). In voorliggend geval gaat het om een uitbreiding van activiteiten bij twee bestaande trouwlocaties in het buitengebied. Er vindt geen uitbreiding van bebouwing plaats. In voorliggend geval is de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing aangezien er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. 4.1.2

Conclusie toetsing aan het rijksbeleid

Geconcludeerd kan worden dat het relevante ruimtelijke ordeningsbeleid op rijksniveau de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling niet in de weg staat.

4.2

Provinciaal beleid

In deze paragraaf wordt het voor deze ontwikkeling relevante provinciale beleid behandeld. Op 12 april 2017 hebben Provinciale Staten van Overijssel de nieuwe Omgevingsvisie Overijssel 2017 'Beken Kleur' en bijbehorende Omgevingsverordening Overijssel 2017 vastgesteld. Op 1 mei zijn de nieuwe Omgevingsvisie en Omgevingsverordening in werking getreden. 4.2.1

Omgevingsvisie Overijssel 2017

De omgevingsvisie is het centrale provinciale beleidsplan voor het fysieke beleidsplan voor het fysieke leefmilieu in Overijssel. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Enkele centrale ambities van de provincie: • •

goed en plezierig wonen, nu en in de toekomst door een passend en flexibel aanbod van woonmilieus (typen woningen en woonomgeving) die voorzien in de vraag (kwantitatief en kwalitatief); versterken complementariteit van bruisende steden en vitaal platteland als ruimtelijke, cultureel, sociaal en economisch samenhangend geheel. Dit door behoud en versterking van leefbaarheid en diversiteit van het landelijk gebied, stedelijke netwerken versterken, behoud en versterken van cultureel erfgoed als drager van identiteit;

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

16

“Buitengebied partiele herziening Holtweg 1, Beuningen – Lutterzandweg 15, De lutte” Ontwerp • •

4.2.2

veilig, gezond en schoon kunnen wonen, werken, recreëren en reizen door te zorgen voor waterveiligheid, externe veiligheid en verkeersveiligheid; investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan. Omgevingsverordening Overijssel 2017

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Uitgangspunt is dat verstedelijking en economische activiteiten gebundeld worden ten behoeve van een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied. 4.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities van de provincie Overijssel, wordt het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel gebruikt. In dit uitvoeringsmodel staan de volgende stappen centraal: 1. 2. 3.

Of – generieke beleidskeuzes Waar – ontwikkelingsperspectieven Hoe – gebiedskenmerken

Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, etcetera kun je aan de hand van deze drie stappen bepalen of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. In figuur 4.1 is het Uitvoeringsmodel weergegeven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

17

“Buitengebied partiele herziening Holtweg 1, Beuningen – Lutterzandweg 15, De lutte” Ontwerp

Figuur 4.1

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)

4.2.3.1 Of - generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in het handelen. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidkeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantorenlocaties – en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten – te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening. 4.2.3.2 Waar – ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de omgevingsvisie op de toekomst van Overijssel onderscheid de provincie zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn.

De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaal-economische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de – voor dat BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

18

“Buitengebied partiele herziening Holtweg 1, Beuningen – Lutterzandweg 15, De lutte” Ontwerp ontwikkelingsperspectief – geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging ten aanzien van functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen. 4.2.3.3 Hoe – gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in de omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden.

Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet. 4.2.4

Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

Toetsing van voorliggend initiatief aan het uitvoeringsmodel van de Omgevingsvisie Overijssel geeft globaal het volgende beeld. 4.2.4.1 Of - generieke beleidskeuzes Ten aanzien van de generieke beleidskeuzes is met name ‘Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik’ (artikel 2.1.3) van toepassing. Artikel 2.1.3 uit de Omgevingsverordening Overijssel wordt hierna beschreven en getoetst. Artikel 2.1.3: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpenwanneer aannemelijk is gemaakt: • •

dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut.

Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel In het voorliggende geval wordt geen extra ruimtebeslag gelegd door bouwen of verharden op de groene omgeving. De in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling vindt namelijk in zijn geheel plaats binnen de grenzen van de bestaande bebouwing en maatschappelijke bestemming van de locaties. Hiermee is sprake van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Voor het overige zijn er in het kader van de ‘generieke beleidskeuzes’ geen aspecten die nadere onderbouwing behoeven. 4.2.4.2 Waar - ontwikkelingsperspectieven In dit geval zijn vooral de ontwikkelingsperspectieven voor de Groene Omgeving van belang. In de Groene Omgeving gaat het vooral om: behoud en versterking van de kwaliteit van het landschap, het realiseren van

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

19

“Buitengebied partiele herziening Holtweg 1, Beuningen – Lutterzandweg 15, De lutte” Ontwerp een samenhangend netwerk van gebieden met natuur- en waterkwaliteit, ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, het toerisme en andere economische dragers, realisatie van waterkwaliteitsdoelen, het duurzaam beheer van drinkwatervoorraden én het opwekken van hernieuwbare energie. In de Groene Omgeving onderscheidt de provincie de volgende ontwikkelingsperspectieven: • • • •

de zone Ondernemen met Natuur en Water buiten het Natuurnetwerk Nederland; de zone Ondernemen met Natuur en Water binnen het Natuurnetwerk Nederland; agrarisch ondernemen in het grootschalige landschap; wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap.

Het plangebieddeel aan de Lutterzandweg 15 is op de Ontwikkelingsperspectievenkaart aangemerkt als ‘zone ondernemen met natuur en water buiten het Natuurnetwerk Nederland’. Het plangebieddeel aan de Holtweg 1 is aangemerkt als ‘Natuurnetwerk Nederland’. In figuur 4.2 is een uitsnede van de perspectievenkaart behorende bij de Omgevingsvisie opgenomen, de locaties zijn met rode sterren indicatief aangegeven.

Figuur 4.2

Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)

Zone ondernemen met natuur en water buiten het Natuurnetwerk Nederland Het ontwikkelingsperspectief ‘Zone Ondernemen met Natuur en Water (ONW)’ richt zich op het realiseren van een robuust en samenhangend netwerk van gebieden met natuur-, water- en landschappelijke kwaliteit. Het accent ligt op natuur die, naast biodiversiteit, betekenis heeft voor mensen en bijdraagt aan hun welzijn en welvaart. Om dit mogelijk te maken, biedt de provincie ruimte aan de groeiende groep betrokken ondernemers en bewoners die zelf willen ondernemen met natuur en water. Er zijn gebieden binnen de Zone ONW die buiten het natuurnetwerk liggen. In deze gebieden is ruimte voor groen ondernemerschap, voor initiatieven en functies die de economische en maatschappelijke dragers zijn van de kwaliteit van natuur, water en landschap én ruimte voor continuïteit van de aanwezige landbouwfunctie. Initiatieven van bewoners en ondernemers zijn hier leidend: zij zijn eigenaar en vormgever van de omgevingskwaliteit. De na te streven kwaliteitsdoelen voor natuur en water zijn daarbij het uitgangspunt. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

20

“Buitengebied partiele herziening Holtweg 1, Beuningen – Lutterzandweg 15, De lutte” Ontwerp Zone ondernemen met natuur en water binnen Natuurnetwerk Nederland Binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN) staan in Overijssel de kwaliteitsambities Natuur als ruggengraat en Continu en Beleefbaar watersysteem voorop. Behoud en versterking van de natuurkwaliteit staat centraal binnen de bestaande natuur van het natuurnetwerk. Voor initiatieven die niet passen binnen de doelstelling van het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) is binnen het natuurnetwerk geen ruimte, tenzij er sprake is van een groot openbaar belang waar niet op een andere manier aan voldaan kan worden (het ‘nee, tenzij’-principe). Daarbij hanteert de provincie zogenaamde NNNspelregels. Binnen de gebieden waar de komende jaren natuurrealisatie plaatsvindt, is medegebruik mogelijk. Voorwaarde is wel dat initiatieven actief bijdragen aan realisatie van het robuuste en samenhangende netwerk van gebieden met natuur-, water- en landschappelijke kwaliteit. Toetsing van het initiatief aan het ‘Ontwikkelingsperspectief’ De ontwikkeling betreft het planologisch regelen van reeds jarenlang bestaande activiteiten op de in de natuur gelegen trouwlocaties aan de Holtweg 1, Beuningen en Lutterzandweg 15, De Lutte. De ontwikkeling gaat niet gepaard met uitbreiding van bebouwing of verharding.

Maatschappelijke en horeca-activiteiten zijn veelvoorkomende functie in de Zone ONW. Met de ontwikkeling wordt het gebruik van Erve Beverborg en het Jan Wesselinkhoes als voor de in hoofdstuk 3 genoemde activiteiten toekomstbestendig gemaakt en blijven deze voor het landgoed belangrijke economische dragers behouden. Van afbreuk van de waarden van de zone ONW of het NNN is geen sprake. Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling niet conflicteert met de ambities van de geldende ontwikkelingsperspectieven. 4.2.4.3 Hoe - gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De “Stedelijke laag” wordt in dit geval buiten beschouwing gelaten, aangezien voor de locatie en de directe omgeving geen specifieke eigenschappen gelden voor deze laag. 1.

De “Natuurlijke laag“

De natuurlijke laag is de laag van de bodem, het reliëf, het watersysteem en de natuur die zich hier ‘van nature’ op vestigt. Deze natuurlijke laag is het resultaat van de wisselwerking tussen abiotische (fysische) en biotische factoren en processen. Zo zorgden ijs-, wind- en waterstromen in Overijssel voor het ontstaan van een afwisselend landschap van stuwwallen, dekzandgronden, beekdalen en natte laagtes en bepaalden de stroomsnelheden van IJssel, Vecht, Regge of Dinkel waar het fijne (komgronden) en waar het grovere sediment (oeverwallen) werd afgezet. En ontwikkelde veen zich daar, waar het water maar moeilijk weg kon. Beide delen van het plangebied zijn op de gebiedskenmerkenkaart de “Natuurlijke laag” aangeduid met het gebiedstype “Beekdalen en natte laagtes”. In figuur 4.3 is dat aangegeven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

21

“Buitengebied partiele herziening Holtweg 1, Beuningen – Lutterzandweg 15, De lutte” Ontwerp

Figuur 4.3

De Natuurlijke laag (Bron: Provincie Overijssel)

“Beekdalen en natte laagtes” Het Overijsselse zandlandschap is van oorsprong kletsnat. In de laagtes van het zandgebied verzamelde zich het water. Hier ontwikkelden zich moerassen en broekbossen, waar het water in de loop van het seizoen geleidelijk uit weg sijpelde naar de lager gelegen delen, naar de beken en rivieren. Als ontwikkelingen plaats vinden in of in de directe nabijheid van beekdalen en natte laagtes, dan dragen deze bij aan extra ruimte voor de dynamiek van het stromende water en het vasthouden van water, aan versterking van de samenhang in het beeksysteem en aan vergroting van de zichtbaarheid, bereikbaarheid en beleefbaarheid van het water. Toetsing van het initiatief aan de “Natuurlijke laag” De ontwikkeling betreft het planologisch regelen van reeds jarenlang bestaande activiteiten op de in de natuur gelegen trouwlocaties aan de Holtweg 1, Beuningen (Jan Wesselinkhoes) en Lutterzandweg 15, De Lutte (Erve Beverborg). De ontwikkeling gaat niet gepaard met uitbreiding van bebouwing of verharding. Geconcludeerd wordt dat de ‘Natuurlijke laag’ geen belemmeringen vormt voor de in dit plan besloten ontwikkeling. 2.

De “Laag van het agrarische cultuurlandschap”

Het agrarisch cultuurlandschap is bij uitstek een gebruikslandschap. Bij de ontwikkeling ervan hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we het agrarisch cultuurlandschap in de loop van de tijd gaan waarderen. Het heeft als ‘consumptielandschap’ voor bewoners, recreanten en toeristen nieuwe betekenis gekregen. De landschappelijke structuren zijn belangrijke dragers van de biodiversiteit Het plangebied aan Holtweg 1 (Jan Wesselinkhoes) ligt op de rand van het “Oude Hoevenlandschap” en “Jonge heide- en broekontginningenlandschap”. Het plangebied aan de Lutterzandweg 15 (Erve Beverborg) is op

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

22

“Buitengebied partiele herziening Holtweg 1, Beuningen – Lutterzandweg 15, De lutte” Ontwerp gebiedskenmerkenkaart in de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” aangemerkt als landschapstype “Oude hoevenlandschap”. In figuur 4.4 is dit weergegeven.

Figuur 4.4

Laag van het agrarisch cultuurlandschap (Bron: Provincie Overijssel)

“Oude hoevenlandschap” Het oude hoevenlandschap betreft een landschap met verspreide erven. Het werd ontwikkeld nadat de complexen met de grote essen ‘bezet’ waren. Die vonden ze bij kleine dekzandkopjes die individueel werden ontgonnen. Dit leidde tot een landschap dat de zelfde opbouw kent als het essenlandschap, alleen in een meer kleinschalige, meer individuele en jongere variant. Deze kleinere maat en schaal is tevens de reflectie van de natuurlijke ondergrond. Het landschap is contrastrijk met veel variatie op de korte afstand. Als ontwikkelingen plaats vinden in het oude hoevenlandschap, dan dragen deze bij aan behoud en accentuering van de dragende structuren (groenstructuur en routes) van het oude hoevenlandschap, en aan de samenhang en de karakteristieke verschillen tussen de landschapselementen. ‘Jonge heide- en ontginningslandschap’ De grote oppervlakte aan – voormalige – natte en droge heidegronden was oorspronkelijk functioneel verbonden met het essen- en oude hoevenlandschap; hier werd geweid en werden de plaggen gestoken voor in de stal; in de stal bemeste plaggen dienden als structuurverbeteraar en bemesting voor de akkergronden op de essen. Na de uitvinding van kunstmest ging deze functie verloren en werden deze gronden grotendeels in cultuur gebracht.

Aanvankelijk kleinschalig en min of meer individueel door keuterboertjes, later werd de ontginning planmatig en grootschalig aangepakt (tot in de jaren 60 van de 20e eeuw). De grote natte broekgebieden ondergingen een vergelijkbare ontwikkeling, waardoor de natte en de droge jonge ontginningen nu gelijkenis vertonen. Ten opzichte van omliggend essen- en hoevenlandschap zijn de landbouwontginningen relatief grote open ruimtes, deels omzoomd door boscomplex. Erven liggen als blokken BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

23

“Buitengebied partiele herziening Holtweg 1, Beuningen – Lutterzandweg 15, De lutte” Ontwerp aan de weg geschakeld. Wegen zijn lanen met lange rechtstanden. Vaak zijn het ‘inbreidings’landschappen met en rommelige driehoekstructuren als resultaat. Als ontwikkelingen plaats vinden in de agrarische ontginningslandschappen, dan dragen deze bij aan behoud en versterking van de dragende lineaire structuren van lanen, bosstroken en waterlopen en ontginningslinten met erven en de kenmerkende ruimtematen. Toetsing van het initiatief aan de "Laag van het agrarisch cultuurlandschap” De ontwikkeling betreft uitsluitend het planologisch inpassen van reeds bestaande activiteiten ter plaatse van bestaande bebouwing en binnen het bestaande erf. De ontwikkeling doet hiermee geen afbreuk aan de gebiedskenmerken van de ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap’. 3.

Laag van de beleving

De laag van de beleving is het domein van de belevenis, de betekenis en identiteit. Het voegt kenmerken toe als landgoederen, recreatieparken, recreatieve routes maar benut ook vooral de kwaliteit van de andere drie lagen. Het maakt ze beleefbaar en tot een belevenis. Het belevenisaspect wordt een steeds belangrijke pijler onder het ruimtelijk kwaliteitsbeleid. Beide plangebieddelen zijn (net als het grootste deel van de buitengebied) aangeduid met ‘donkerte’. ‘Donkerte’ Lichte gebieden geven een beeld van economische dynamiek; zoals de steden en dorpen, de snelwegen, de kassengebieden, attractieparken en grote bedrijventerreinen. De donkere gebieden geven daarentegen een indicatie van het rustige buitengebied van Overijssel. Het zijn relatief luwe en dunbevolkte gebieden met een lage gebruiksdruk. De ambitie is gericht op het koesteren van donkerte als kwaliteit. Het streven is gericht op het handhaven van de donkerte en, waar mogelijk, de gebieden bij ontwikkelingen nog donkerder te maken. De sturing is gericht op het minimaal toelaten van kunstlicht. Het vereist het selectief inzetten en 'richten' van kunstlicht en het vermijden van onnodig kunstlicht bij ontwikkelingen. De kansen hiervoor doen zich met name voor bij ontwikkelingen die een grote invloed hebben op het aspect donkerte, zoals grotere woon- en werklocaties en wegen.

Ook de projectering van passages van auto(snel)wegen en regionale wegen speelt daarbij een grote rol vanwege het feit dat op- en afritten veelal leiden tot stedelijke ontwikkelingen. Toetsing van het initiatief aan de ‘Laag van de beleving’ Het planologisch regelen van de activiteiten op beide locaties brengt geen onevenredige lichthinder met zich mee, die leidt tot een onaanvaardbare situatie. Bij buitenactiviteiten in de avond kan er incidenteel wel sprake zijn van enige lichthinder, maar dit is onder de huidige maatschappelijke bestemming ook al mogelijk. Het aspect ‘donkerte’ vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. 4.2.5

Conclusie toetsing van het initiatief aan het provinciaal beleid

Geconcludeerd wordt dat de ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening Overijssel verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

24

“Buitengebied partiele herziening Holtweg 1, Beuningen – Lutterzandweg 15, De lutte” Ontwerp

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1

Structuurvisie Losser

4.3.1.1 Algemeen De gemeente Losser heeft op 16 oktober 2018 haar nieuwe structuurvisie vastgesteld. In de structuurvisie geeft de gemeente een actueel beeld van het ruimtelijk ordeningsbeleid en beschikt de gemeente over een samenhangend beleidsdocument dat leidend is voor de ruimtelijke ordening en ontwikkelingen voor de komende jaren. De structuurvisie geeft richting aan de wijze waarop ruimtelijke kwaliteiten binnen de gemeente kunnen worden behouden en versterkt. In de visie wordt bepaald wat de essentiële en gebiedsspecifieke kwaliteiten zijn, waar kansen liggen en hoe ontwikkelingen op deze kwaliteiten en kansen kunnen inspelen. De gemeente Losser en andere overheden hebben al diverse beleidstukken opgesteld die sturing geven aan de ontwikkelingen binnen de gemeente. In deze structuurvisie worden geen nieuwe wegen ingeslagen; de visie is in hoofdlijnen een voortzetting van het bestaande gemeentelijke en provinciale beleid. Op onderdelen is het bestaande beleid geactualiseerd, het betreft onder meer de op regionaal niveau gemaakte afspraken ten aanzien van woon‐ en werklocaties en het geactualiseerde provinciale beleid (Omgevingsvisie en Omgevingsverordening). Ten aanzien van opgaven en knelpunten waarvoor nog geen keuzes zijn gemaakt, zijn nieuwe oplossingen gezocht. De visie heeft betrekking op de gehele gemeente: de kernen en het buitengebied.

Omdat de opgaven en het beleid in de kernen en het buitengebied sterk van elkaar verschillen, worden ze in afzonderlijke delen behandeld zonder de samenhang uit het oog te verliezen. 4.3.1.2 Visie het recreatieve landschap In de structuurvisie wordt in zijn algemeenheid aangegeven dat de gemeente inzet op het uitbouwen van de recreatieve en toeristische sector. Het is nadrukkelijk de wens de recreatieve potentie van de gemeente verder te benutten met behoud van natuurgebieden zoals het Lutterzand. Beide locaties liggen in het zogenaamde recreatieve landschap. Dit landschap betreft gebieden waar nu grotere aaneengesloten bosgebieden liggen. In deze gebieden (en in de omgeving) zijn bijzondere landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten aanwezig. Hierdoor vormt het gebied een aantrekkelijk landschap waar toeristen en recreanten graag willen verblijven. Het is niet verwonderlijk dat dit de gebieden zijn waar al verschillende vormen van verblijfsrecreatie aanwezig zijn. Het doel voor dit gebied is om de recreatieve sector hier verder te ontwikkelen en de natuur‐ en landschapswaarden beleefbaar te maken. Dit betekent dat hier in de toekomst kleinere en grotere verblijfs‐ en dagrecreatieve voorzieningen kunnen komen. De recreanten kunnen in Losser en De Lutte gemakkelijk gebruik maken van de aanwezige voorzieningen.

Initiatieven voor nieuwe ontwikkelingen hebben bij voorkeur en functionele en ruimtelijke relatie met het landschap. Bij de afweging om een uitbreiding of nieuwvestiging al dan niet toe te staan, wordt gekeken naar de ruimtelijke impact die een ontwikkeling heeft. Deze mag geen afbreuk doen aan de landschappelijke kwaliteit en moet bijdragen aan de beleefbaarheid van het landschap. Nieuwe ontwikkelingen worden getoetst aan de Nota Verblijfsrecreatie Noordoost Twente. Naast de recreatieve activiteiten, zal de landbouw een belangrijke rol blijven vervullen. Deze bedrijven kunnen profiteren van de aanwezigheid van de recreanten, door nevenactiviteiten gericht op recreatie, zoals kamperen bij de boer, te ontwikkelen. Echter, andere vormen van verbreding en ook de ‘normale’ grondgebonden bedrijvigheid passen uitstekend in dit landschap. Door het beheer van het landschap door de boeren, wordt de recreatieve waarde van het gebied versterkt. Tevens biedt het gebied tussen Losser en Oldenzaal, ook goede mogelijkheden voor de ontwikkeling van de zorgsector in het buitengebied. Reden hiervoor is de goede verbinding van dit gebied met de Twentse steden. Daarnaast zijn de voorzieningen van de kernen Losser en De Lutte dichtbij. Ten slotte biedt het landschap een goede omgeving voor mensen die zorg nodig hebben, vanwege de rust en de recreatieve mogelijkheden.

Aan ontwikkelingen die afhankelijk zijn van, en/of eigen zijn aan dit deelgebied (recreatie, maatschappelijke zorg, grondgebonden landbouw) wordt in BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

25

“Buitengebied partiele herziening Holtweg 1, Beuningen – Lutterzandweg 15, De lutte” Ontwerp principe ruimte geboden, onder voorwaarde dat dit geen afbreuk doet aan de ruimtelijke of ecologische kwaliteiten. 4.3.1.3 Toetsing van het initiatief aan de Structuurvisie Losser Met de voorgenomen ontwikkeling worden de reeds bestaande maatschappelijke activiteiten, horecaarrangementen en recreatie activiteiten op de locaties Jan Wesselinkhoes en Erve Beverborg planologisch ingepast en daarmee toekomstbestendig gemaakt. Hiermee dragen de locaties bij aan toeristisch-recreatieve aantrekkelijkheid van de gemeente Losser en landgoed het Meuleman en kunnen inwoners en toeristen het bijzondere landschap beleven. De ontwikkeling sluit goed aan bij de visie op het recreatief landschap zoals verwoord in de Structuurvisie Losser. 4.3.2

Kadernota Buitengebied Losser

4.3.2.1 Algemeen De gemeente Losser heeft in het kader van bestemmingsplan Buitengebied op 15 december 2009 de Kadernota Buitengebied Losser vastgesteld. De kadernota geeft, vanuit een analyse van het verleden en een beschrijving van het heden, een doorkijk naar de toekomst. De kadernota geeft een antwoord op de vraag welke kant het opgaat met de landbouwsector, de recreatiesector, het wonen, de natuur en de bedrijvigheid. De Kadernota bevat, kort samengevat, het beleid voor het buitengebied. De hoofddoelstelling voor het buitengebied van de gemeente Losser is: ‘Het streven naar (economische) vitaliteit en leefbaarheid, waarbij in geval van nieuwe functies en ontwikkelingen de kernkwaliteiten van het landelijke gebied ten minste worden behouden en waar mogelijk worden versterkt’. In het voorliggende geval is met name het beleidsthema ‘Visie op de recreatie’ van toepassing. 4.3.2.2 Visie op de recreatie Losser is een bijzonder aantrekkelijke toeristisch-recreatieve gemeente. Met name natuur en landschap zijn hiervoor 'verantwoordelijk'. Er bestaat dan ook een directe en onlosmakelijke relatie tussen natuur en landschap enerzijds en recreatie en toerisme anderzijds.

Het belangrijkste onderdeel van het toeristischrecreatieve product is het afwisselende en grotendeels kleinschalige karakter van het landschap, met de daarbij behorende landschapselementen en karakteristieke (boeren)erven. Bij ontwikkelingen in de toeristisch-recreatieve sector is het afstemmen van nieuwe recreatieve ontwikkelingen op de kenmerken van het gebied (natuurwaarden, landschappelijke en cultuurhistorische waarden) van groot belang. Immers, alleen op deze wijze kan het gebied aantrekkelijk blijven voor toeristen en recreanten. In algemene zin streeft de gemeente dan ook naar de duurzame aanleg, versterking en uitbreiding van het aanbod en investeringen die bijdragen aan het versterken van het totaalpakket, daarbij aansluitend aan de aard en de schaal van de gemeente Losser. Recreatie en toerisme wordt dan ook gezien als basisfunctie. 4.3.2.3 Toetsing van het initiatief aan de Kadernota Buitengebied Losser Met de ontwikkeling worden de reeds bestaande maatschappelijke activiteiten, horeca-arrangementen en recreatie activiteiten op de locaties Jan Wesselinkhoes en Erve Beverborg planologisch ingepast en daarmee toekomstbestendig gemaakt. Hiermee dragen de locaties bij aan toeristisch-recreatieve aantrekkelijkheid van de gemeente Losser en kunnen inwoners en toeristen het bijzondere landschap beleven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Losser&id=8079c273-1e53-4bc1-bbbb-cffc13eb82b9