Technische vragen JRRK VJN Beantwoord
Tekst van het document
Technische vragen JRRK: -
Pagina 3: wanneer was desbetreffende regelgeving omtrent overgang naar het nieuwe pensioenfonds bekend? Of lag het in de lijn der verwachting?
Antwoord: Op 19 december 2024 is van het Ministerie van Binnenlandse Zaken een brief ontvangen waarin wordt gevraagd gegevens aan te leveren om de gevolgen van de Wet toekomst pensioenen voor de pensioenen van wethouders voor de decentrale overheden in te schatten. Dit op verzoek van de Eerste Kamer om de pensioenen van politieke ambtsdragers (zoals wethouders) op dezelfde manier te regelen als voor de rest van Nederland. Op 20 augustus 2025 zijn de resultaten van dit onderzoek teruggekoppeld aan de gemeenten die aan het onderzoek hebben deelgenomen; ook Losser was bij die deelnemers. In de begeleidende brief is aangegeven dat de uitkomst een voorlopige indicatie van de financiële gevolgen en risico’s is en dat er in de periode van 1 januari 2025 tot 1 januari 2028 (het werkelijke moment van overdracht van de opgebouwde voorziening pensioenen wethouders) nog veel kan veranderen in de relevante factoren. Om een juiste inschatting van het aangegeven bedrag voor de benodigde voorziening te kunnen maken is nadien een onderbouwing gevraagd van de uit het onderzoek naar voren gekomen berekening, maar daarop zijn slechts in algemene zin antwoorden gegeven.
Uiteindelijk bleek dat, in tegenstelling tot de berekeningen die Losser alle jaren tot nu had gemaakt, niet 100% van de via actuariële berekeningen tot stand gekomen bedragen, maar dat deze bedragen moesten worden gecorrigeerd met het dekkingspercentage van het ABP. Omdat dit dekkingspercentage (123,5 per 31-12-2025) pas achteraf wordt bepaald, is pas begin 2026 een berekening gemaakt van het in de jaarrekening 2025 op te nemen bedrag per 31-12-2025. -
Pagina 3: wat is de achterliggende reden van de hogere energiekosten?
Antwoord: Begin 2026 is vastgesteld dat één meetpunt gedurende meerdere jaren niet correct heeft gefunctioneerd, waardoor een aanvullende factuur van € 178.000 over de afgelopen drie jaar is ontvangen. Daarnaast is door een nabetaling voor energie, die bij de financiële rapportage 2025 nog niet bekend was, op diverse taakvelden een overschrijding te zien, ook op gemeentelijke panden. Deze overschrijding is ruim € 100.000 -
Pagina 3: waardoor zijn de personeelskosten toch hoger dan verwacht?
Antwoord: In de laatste maanden van 2025, dus na het opstellen van de FR25, is op een aantal dossiers nog extra personele inzet geweest, zoals duurzaamheid en datagedreven werken/digitale transitie. De extra personeelskosten worden nu zichtbaar in de rekening 2025 en worden daarom ook toegelicht, maar tegenover de extra kosten staat ook een onttrekking aan de reserve. Het heeft op dit onderdeel geen invloed op het resultaat en is in die zin ook aangemerkt als acceptabel (zie toelichtingen op onder meer pagina 3 en pagina 119 (begrotingsrechtmatigheid).
-
Pagina 3: welke afrekensystematiek wordt gehanteerd dat de gemeente Enschede nu nog met een factuur van € 200.000,- kan komen voor IT-faciliteiten? Hadden we zelf niet inzichtelijk welke verplichtingen er nog zijn? Is er een verplichtingenregistratie aanwezig?
Antwoord: De kosten die gepaard gaan met de IT-faciliteiten zijn opgebouwd uit verschillende componenten. Een deel zijn de licentiekosten (o.a. Microsoft en Vmware) die door de leveranciers, tussentijds, onvoorzien (sterk) zijn verhoogd. Er zijn daarnaast diverse aanpassingen in contracten voor o.a. beveiliging (DigiD E-dienst, gebruik Eherkenning en PKI-beveiligingscertificaten) die hebben geleid tot deze kostenstijging. Anderzijds betalen we een vergoeding voor een account en devices (laptop en mobiel). We hanteren hiervoor een normgetallen op basis van het aantal medewerkers aan het begin van het kalenderjaar. Gedurende het jaar verschilt het aantal en deze wordt aan het einde van het kalenderjaar verrekend. Binnen het IT-bedrijf zijn contractmanagers werkzaam die zicht hebben op de duur en kosten van het lopende software licenties en de afschrijvingstermijn van de hardware. Door enerzijds strak te onderhandelen en anderzijds mee te doen met landelijke aanbestedingen proberen zij de kostenstijging te temperen. Zelfs deze professionals zijn geconfronteerd met een onvoorzienbare kostenstijging. -
Algemeen: is het mogelijk om de meest recente MIP te verkrijgen?
Antwoord: Binnen de gemeente wordt gewerkt met een Meerjarige Integrale Planning (MIP), waarin de voorgenomen investeringen en projecten meerjarig worden geordend en gevolgd. Op dit moment is het MIP echter niet vastgesteld als afzonderlijk beleidsdocument, maar ingericht als een intern sturingsinstrument in de vorm van een dynamisch overzicht (Excel). Dit betekent dat er geen “vastgestelde versie” van het MIP beschikbaar is die één-opéén kan worden verstrekt. Het overzicht wordt periodiek geactualiseerd en gebruikt voor interne sturing, en vormt de basis voor de investeringsramingen zoals opgenomen in de begroting en de P&C-documenten. De investeringen en bijstellingen worden verwerkt in de reguliere planning- en control producten, zoals de begroting en de tussentijdse rapportages. Deze documenten vormen de formele kader stellende en controlerende basis. We zijn bezig met een verdere professionalisering van de MIP waarbij ook het doel is om een periodieke rapportage aan de raad te kunnen aanbieden over majeure projecten. Deze zal in het kader van de P&C-cyclus aan de raad worden aangeboden. -
Algemeen: wordt er een projectadministratie bijgehouden als het gaat om grote (> 250.000) projecten? Zo ja, hoe gebeurt dit?
Antwoord: Op dit moment ondersteunt ons financiële pakket dat niet. Met de overgang naar het nieuwe financiële pakket in 2027 wordt dit naar verwachting wel geïmplementeerd.. Individuele projectleiders houden hun eigen projectadministratie bij en leggen hier intern verantwoording over af. Door de beperkingen van ons huidige financiële pakket is dit vooral handmatig werk (Excel).
-
Pag. 24 Herinrichting Gronausestraat Q1/Q2 wordt verwacht het ontwerp vast te stellen. Op 1 juni is het ontwerp nog niet vast gesteld. Is de verwachting nog realistisch? Zo nee, wanneer wordt dit verwacht?
Antwoord: In overleg met de Wethouder is besloten het definitieve ontwerp voor vaststelling te bespreken met de dorpsraad. Deze afspraak is gepland voor half juni. De verwachting is dat we kort daarna het ontwerp zullen kunnen vaststellen. -
Pag. 53 Risico’s: nr. 5. Schaarste arbeidsmarkt: team PVH en inhuur. Inhuur van krachten met specifieke kennis om deze in huis te halen is een meerwaarde. Momenteel staan er geen vacatures voor deze afdeling online. Hoeveel vacatures dienen er nog ingevuld te worden om het gewenste dienstverleningniveau te bereiken?
Antwoord: Momenteel wordt er op een aantal vakgebieden gekeken naar de structurele formatiebehoefte. Er zijn veel recente ontwikkelingen nog onvoldoende uitgekristalliseerd om daar nu antwoord op te geven. Enkele voorbeelden hiervan zijn implementatie Omgevingswet, implementatie Exploitatievergunningen. In de begrotingstukken voor 2027 zal dit nader uitgewerkt worden. Omdat deze vraag nu nog onduidelijk is, wordt er nu inderdaad nog niet actief geworven. -
Pag. 108+111 Kwaliteitsimpuls Glane De uitgaven bedragen €357.628 voor het ontwerp- en participatieproces van de herinrichting van de Gronausestraat in Glane. Waar bestaan deze kosten precies uit? En is dit niet relatief hoog t.o.v. het totale project?
Antwoord: De in de jaarrekening 2025 verantwoorde uitgaven van € 357.628 binnen KWI Glane bestaan niet uitsluitend uit kosten voor het ontwerp- en participatieproces van de herinrichting van de Gronausestraat. Van dit bedrag heeft circa € 290.000 betrekking op een administratieve verrekening met het project Kulturhus Glane. Deze verrekening vloeit voort uit de wijze waarop de financiering van het Kulturhus in het MIP is ingericht, waarbij een deel van de dekking binnen het programma KWI Glane was opgenomen. Het project Kulturhus Glane was grotendeels al in 2024 uitgevoerd maar de verrekening is – vanuit administratief oogpunt – verwerkt in de jaarrekening 2025. Hiermee betreft het geen additionele uitgaven in 2025, maar een verschuiving in de financiële verantwoording. Het effect hiervan is tevens zichtbaar bij het onderdeel ‘Investeringen diverse Kulturhusen’, waar de gerealiseerde uitgaven lager uitvallen dan in de toelichting is gespecificeerd.
Voorjaarsnota: -
Pag 13: Welke resultaten zijn zichtbaar van de inzet op Kansrijke Start en het versterken van het Toegangsteam? Hoe wordt samengewerkt met scholen, sportverenigingen en jongerenwerk om problemen eerder te signaleren?
Antwoord: Door de versterking van het toegangsteam zijn we in staat om preventief en lokaal de inwoners te ondersteunen. We hebben geïnvesteerd in algemene voorzieningen in de wijken, zo is aan iedere voorziening een integraal consulent uit het toegangsteam gekoppeld. Deze integraal consulenten hebben tevens een rol als brugfunctionaris en/ of schoolmaatschappelijk werker op alle scholen binnen de gemeente Losser en/ of als praktijkondersteuner bij de huisartsen. Hierdoor zijn de lijnen kort en kunnen we werken vanuit de visie; ‘zo licht en dichtbij als mogelijk en zo zwaar als nodig’. Deze investering laat positieve resultaten zien in de monitor sociaal domein. De inzet van ‘Kansrijke Start’ sluit naadloos aan op de reeds ingezette koers t.a.v. vroegsignalering en passende ondersteuning van gezinnen. Met de aanstelling van een projectleider Kansrijke Start in 2026 wordt o.a. het onderdeel gezondheid goed geïntegreerd binnen het geheel, en draagt het bij aan de gezamenlijk aanpak. Gezondheid, onderwijs, zorg en welzijn zijn immers onlosmakelijk met elkaar verbonden. -
Pag 14: toekomstig Sociaal Domijn(blz.14) 4.1.2 kadernota: doel C : inwoners ervaren een inclusieve betrokken en veiligeomgeving. Blijft er budgettaire ruimte voor autonome ontwikkelingen op dit gebied?
Antwoord: Er is jaarlijks binnen de budgettaire ruimte de mogelijkheid om bij te sturen op autonomie ontwikkeling waar dit wenselijk is. Met het voorbehoud dat deze ontwikkelingen passen binnen het beschikbare budget. -
Pag. 17: Welke concrete investeringen of ondersteuningsmaatregelen zijn de komende jaren voorzien om agrarische ondernemers toekomstperspectief te bieden, en hoe wordt voorkomen dat het buitengebied economisch verzwakt?
Antwoord: De opgaven in de landbouwtransitie zijn van een dusdanige schaal dat zij in veel situaties de gemeentelijke mogelijkheden overstijgt. Onze inzet is daarom vooral faciliterend en gericht op het bieden van perspectief. Dit doen wij door functieverandering mogelijk te maken, initiatieven voor agrarische verbreding te ondersteunen en actief samen te werken met provincie, waterschap en andere partners, inclusief het benutten van provinciale en landelijke regelingen. Ter ondersteuning van deze processen zijn geen middelen beschikbaar gesteld. De komende jaren wordt het buitengebied, conform huidig beleid, versterkt door een combinatie van functieverandering, economische verbreding en gebiedsgerichte samenwerking.
-
Pag. 17: Toekomstbestendig wonen en leven: d. Stikstofregelgeving Geldt dit ook voor andere stikstofgevoelige woningbouwprojectlocaties? Zo ja, welke?
Antwoord: Voormalig Eldorado in Glane stagneert ook door stikstofregelgeving. -
Pag. 18: Op basis waarvan wordt verwacht dat er 100 woningen worden opgeleverd? In 2025 stond dit getal er ook en toen werd ca de helft gehaald.
Antwoord: De verwachte 100 woningen die in 2026 worden opgeleverd zijn gebaseerd op de interne woningbouwmonitor. Intern wordt gemonitord welke woningbouwprojecten zijn ingepland en in welke jaren de woningen uit deze projecten naar verwachting worden opgeleverd. -
Pag. 20: g. De herinrichting van de Gronausestraat in Glane is aanbesteed en in uitvoering. Acht het college het - inmiddels jaren geleden - gereserveerde budget toereikend?
Antwoord: volgens de recent gemaakte raming ter voorbereiding op de aanbesteding zal het mogelijk zijn dit uit te voeren binnen het ter beschikking gestelde budget. -
Pagina 21: Welke fietsroutes rondom Beuningen voldoen nog niet aan de huidige richtlijnen voor verkeersveiligheid?
Antwoord: Een overzicht met een (kwalitatieve) analyse van fietspaden hebben we niet beschikbaar. Een waardeoordeel over (fiets)infrastructuur kan enkel gegeven worden wanneer duidelijk is op basis van welke criteria men dan beoordeelt. Denk daarbij bijvoorbeeld aan breedte in relatie tot intensiteit, hoeveelheid (potentiële) conflictpunten, gemeten/gewogen ongevallencijfers, etc. -
Pagina 23: er is een bedrag opgenomen ter grootte van €828.000 voor vernieuwing van de brug of voor vervanging van de brug? En is inzichtelijk welke bruggen de komende jaren nog meer vervangen c.q. versterkt moeten worden in welke tijdsperspectief hangt hier aan?
Antwoord: Dit bedrag is een raming voor herstel/vernieuwing van de bestaande brug. Volledige vervanging gaat ongeveer 1,4 miljoen kosten. Er is nog geen inzicht in de vervangingsopgave voor de komende maanden. Zoals vermeld wordt hier de komende maanden aan gewerkt. -
Pag. 28 Toekomstbestendig buitengebied Acht het college het aantal beschikbare ambtenaren buitengebied voldoende om kennis in huis te hebben en te houden?
Antwoord: Het college herkent het belang van voldoende capaciteit en kennis voor het buitengebied. Op dit moment is de inzet werkbaar voor de belangrijkste lopende opgaven.
Tegelijk is in het overdrachtsdocument expliciet benoemd dat de opgaven in het landelijk gebied in omvang en complexiteit toenemen en onder druk kunnen komen te staan in verhouding tot de beschikbare ambtelijke en financiële uitvoeringscapaciteit. -
Pagina 30: Landelijke beëindiging veehouderijlocaties. Voorstel om € 108.000 in een voorziening te storten. Waarom hebben we dit geld gekregen? Wat zijn we er mee van plan?
Antwoord: De gemeente heeft voor de vier Lbv-deelnemers een rijksbijdrage van in totaal € 108.000 (€ 27.000 per locatie) ontvangen. Deze middelen zijn bedoeld om de uitvoeringskosten te dekken die samenhangen met de beëindiging van veehouderijen. We zetten deze middelen in om de betrokken ondernemers te ondersteunen bij de planologische afronding van hun beëindiging. Denk aan het aanpassen van het omgevingsplan, benodigde onderzoeken en ruimtelijke onderbouwingen. Uitgangspunt is dat deze kosten niet bij de ondernemers worden neergelegd. Om te borgen dat het geld hiervoor beschikbaar blijft, wordt voorgesteld het bedrag te storten in een voorziening. Hiermee sluiten we aan bij de bedoeling van het Rijk en faciliteren we een zorgvuldige beëindiging voor de betrokken ondernemers.