Technische vragen en antwoorden CDA.docx
Tekst van het document
Hierbij de technische vragen vanuit de CDA fractie bij de regiovisie Jeugdhulp. En antwoorden. 1. We lezen in de raadsinfo “Ook onze lokale participatieraad kon hier bij aansluiten.” Is dat ook gebeurt en is aan te geven wat de lokale input is geweest? Antwoord: De Losserse participatieraad is bij de regionale bijeenkomsten aanwezig geweest om informatie op te halen en eventuele vragen te stellen. Ook is er in onze gemeente een lokale bijeenkomst geweest eind augustus 2021, waar een afvaardiging aanwezig was van lokale partijen, gemeenteraadsleden en de participatieraad. De lokale input die vanuit deze bijeenkomst is meegegeven richting de regio had o.a. betrekking op de volgende onderdelen; - we moeten meer denken in kansen i.p.v. stempels; dus meer inzetten op versterken van de leefomgeving (normaliseren) - inzetten op maatwerk - minder aanbieders voor kwaliteitsbewaking en betere samenwerkingsafspraken - inzet preventie (o.a. rol verenigingsleven benutten evenals jongerenwerk) - elkaar regionaal en lokaal ontlasten en versterken - lokaal doen wat lokaal kan In de eindvisie die nu voorligt zijn de hoofdlijnen, die voor 14 Twentse gemeenten van toepassing zijn, uit de input gehaald. De onderdelen die van invloed zijn op het lokale proces/de lokale inrichting worden aankomend jaar meegenomen bij het herzien van het integraal beleidsplan sociaal domein 2019-2022. 2.
Wat is wettelijk voorgeschreven qua vormgeving van de regionale samenwerking: wat zou regionaal moeten? Vervolgvraag: wordt dit in de voorgestelde opzet gevolgd of zijn er aanvullingen? Antwoord: Op dit moment ligt er een wetvoorstel voor een wijziging van de Jeugdwet voor de nieuwe coalitie van de Tweede Kamer. Hierin wordt aangegeven dat de bovenste lagen vanuit de piramide op pag. 23 (oranje/rood gekleurd) van de Regiovisie jeugdhulp Twente, regionaal georganiseerd dient te worden. Dit gaat met name om de zwaarste vormen van specialistische jeugdhulp en (nog) niet om de ambulante jeugdzorg. Desondanks wordt er steeds meer druk uitgeoefend op het ministerie om ook de GGZ (ambulant deel; paars gekleurd in de piramide) regionaal of zelfs bovenregionaal in te laten kopen. Voorbeelden waaruit deze druk naar voren komt zijn de landelijke samenwerkingsagenda (Rijk, brancheverenigingen en VNG) en de uitspraken van de arbitragecommissie. Ondersteuning vanuit de GGZ is in Losser al jaren de grootste categorie (zie paragraaf 2.3, lokale monitor sociaal domein 2020). 3. Hoeveel jongeren zijn betrokken geweest bij de invulling van de regiovisie? Wij lezen in het voorwoord: “Het is de oogst van een ontmoeting tussen negen jeugdigen met ervaring in jeugdhulp in Twente en het projectteam van de regiovisie.
Het is de oogst van een ontmoeting tussen negen jeugdigen met ervaring in jeugdzorg in Twente, twee begeleiders en het projectteam van de Regiovisie.” Is vaker en met meer jongeren gesproken tijdens het traject? Antwoord: Tijdens dit project is er meerdere keren ingezet op het betrekken van de doelgroep. Zo zijn er 26 cliëntenraden van zorgaanbieders in de gelegenheid gesteld om enquêtes in te vullen. Aangezien dit ook anoniem kon, is niet helemaal duidelijk hoeveel enquêtes er zijn geretourneerd. Daarnaast is er op advies van Stichting Cliënten Perspectief een fysieke bijeenkomst georganiseerd, waaraan 9 jeugdigen met ervaring in de jeugdhulp in
Twente hebben deelgenomen. Hierbij werd aangegeven de groep niet te groot te maken, aangezien je met een kleine groep meer de diepte in kunt gaan. 4. H8 Duurzaam en betaalbaar.. Beide belangrijke elementen, maar gefocusseerd op betaalbaarheid zien wij in de paragraaf “Kansen en ontwikkelingen” het volgende terug: “We willen niet meer uitsluitend sturen op financiële beheersing. Ons streven is gericht op regionale verbeteringen. Deze verbeteringen verlichten de druk en knelpunten in het stelsel en de kosten van jeugdhulp. Financiële rust zorgt ervoor dat de focus vooral komt te liggen op de zorg en ondersteuning die nodig is.” Helemaal eens, maar dat geeft minder houvast voor betaalbaarheid op korte en lange termijn. Op welk moment en via welke instrument krijgt de Raad meer inzicht in de wijze waarop die betaalbaarheid wordt geborgd? Antwoord: Betaalbaarheid zal altijd een belangrijk onderdeel blijven voor onze gemeente. Hier wordt o.a. via de voorjaarsnota en de jaarrekening bij stilgestaan. Echter zien we dat de afgelopen 6 jaar erg veel nadruk is geweest op de financiële inrichting van de jeugdzorg, terwijl we eigenlijk willen investeren in kwalitatief goede, duurzame zorg die passend en betaalbaar is. Deze zin is toegevoegd om aan te geven dat we het meer zouden moeten hebben over de inhoud van de zorg en het centraal zetten van de inwoner dan over de financiën.
In Losser zetten we hier al langer op in door bijv. de inzet op preventie en pilots. Hiermee zeggen we niet dat de financiën niet van belang zijn. 5. Tenslotte wordt in deze visie weinig aandacht besteed aan preventie, juist een onderwerp om die betaalbaarheid te borgen. Is dat bewust naar de lokale verantwoordelijkheid gebracht en wat is de argumentatie daarvoor. Antwoord: Preventie dient wel genoemd te worden, maar is een lokale gelegenheid. Alle 14 Twentse gemeenten zijn hier zelf verantwoordelijk voor en hebben dit allen op een andere manier georganiseerd. Daarnaast dienen we te voorkomen dat het door de Regiovisie jeugdhulp Twente een regionale aangelegenheid lijkt. De uitwerking van preventie zal dan ook centraler staan in de lokale beleidsstukken. Alvast bedankt voor je reactie. Met vriendelijke groet, Jeroen Renard