Techn. vraag-beantwoording BF klimaatadaptatie (Harold) Sligman
Tekst van het document
Technische vragen In te vullen door de Raadsgriffie: Vragensteller(s):
H. Sligman
Fractie(s):
Burgerforum
Datum van indienen:
24 november 2025
In te vullen door ambtelijke organisatie: Behandelend ambtenaar:
Titel van de vragen: vragen over raadsvoorstel Klimaatadaptatie Korte toelichting (facultatief): Naar aanleiding van het raadsvoorstel Klimaatadaptatie worden de volgende vragen gesteld. De technische vragen: 1. Welke delen van onze dorpen voldoen niet aan de 3 -30 -300 norm?
Op basis van de huidige klimaatlabels blijkt dat met name het percentage bladerdek in enkele gebieden onvoldoende is om aan de 3-30-300 richtlijn te voldoen. Het gaat specifiek om: • • • •
Losser Centrum Losser Noord ( Saller en Bloemenbuurt) De Lutte Oost ( Luttermolenveld) Glane
2. Hoeveel m2 groen is er gemiddeld per inwoner? Even Beuningen als voorbeeld. Ervan
uitgaande dat het dorp zo'n 1.000 inwoners tel, hoeveel m2 openbaar groen is er dan beschikbaar per inwoner? En dan graag een overzicht van al onze kernen.
Op basis van gegevens uit de Klimaateffectatlas is het beschikbare openbare groen per inwoner per kern als volgt:
Kern Beuningen kern Lutte kern Glane kern Overdinkel kern Losser Oost Losser West
Oppervlakte [m2] groen per inwoner 85 91 165 82 58 61
Groen per inwoner (bron: Klimaateffectatlas)
Technische vragen Klimaat 3. Graag een overzicht per dorp waarin aangegeven wordt het percentage groen
Onderstaand overzicht toont per kern het aandeel openbaar groen, niet-openbaar groen (bijvoorbeeld particulier terrein) en het totale percentage groen.
Kern
[%] Openbaar groen
[%] groen
Beuningen kern Lutte kern Glane kern Overdinkel kern Losser Oost Losser West
[%] niet openbaar groen
35 35 36 37 34 40
21 15 37 17 17 15
21 19 31 21 21 21
(bron: Klimaateffectatlas)
4. Graag ontvangen wij de klimaatdialoog die gevoerd is tussen de gemeente Losser en de
stakeholders in onze gemeente?
Voor het opstellen van de Klimaatadaptatiestrategie zijn in meerdere sessie klimaatdialogen gevoerd met onderstaande stakeholders in de regio. • • • • • • • • • •
Domijn (woningcorporatie) Gebiedscollectief NOT Landschap Overijssel LTO Noord Natuurmonumenten Provincie Overijssel Rijkswaterstaat Oost-Nederland Veiligheidsregio Twente Vitens (drinkwaterbedrijf) Waterschap Vechtstromen
Deze klimaatdialogen waren georganiseerd rondom de thema`s toekomstig bestendig buitengebied, toekomstbestendig wonen, werken en leven en toekomstbestendig sociaal domein. Per thema zijn verschillende werksessies, interviews en plenaire bijeenkomsten gehouden, waarbij de stakeholders hun visie, ambities, knelpunten en oplossingsrichtingen hebben ingebracht. De uitkomsten van deze dialogen zijn meegenomen in uitwerking van de klimaatadaptatiestrategie. 5. Graag een globaal overzicht van de kosten van alle in de klimaatadaptiestrategie
genoemde maatregelen?
De kosten van de in de Klimaatadaptatiestrategie genoemde maatregelen bedragen voor de komende planperiode 2025-2030 circa € 1,5 miljoen. Deze kosten zijn opgenomen in het
Technische vragen Kostendekkingsplan van het Water- en Rioleringsprogramma (WRP) 2025-2030. De maatregelen richten zich op het beperken van wateroverlast, het verbeteren van groen en biodiversiteit en het bestrijden van hittestress. De precieze uitwerking en prioritering van deze maatregelen wordt nog verder ingevuld bij de nadere besluitvorming van het uitvoeringsprogramma. 6. Op basis van welke rekenmethodiek of verdeelsleutel worden de extra werkzaamheden
die voortkomen uit areaaluitbreiding van groen (zoals bomenbeheer, maaien, snoeien en overige onderhoudstaken) toegerekend en doorbelast aan het servicebedrijf?
De extra werkzaamheden die voortkomen uit areaaluitbreiding van groen worden toegerekend op basis van: het aantal extra m² x de typologie van het groen x de CROW-norm voor onderhoud x het geldende uurtarief. 7. Het CDA heeft n.a.v de wateroverlast van 21 juli 2024 artikel 35 vragen gesteld (datum
vraag 29 juli 2024). In de onderstaande vraag wordt verwezen naar een nog te houden evaluatie. Graag horen wij wanneer die evaluatie heeft plaatsgevonden, wie daar bij aanwezig waren behoudens de al genoemde overheden en wat de uitkomsten waren:
“4. Het schoonhouden van sloten en duikers draagt bij aan betere afvloeiing van overtollig water. Met welke frequentie gebeurt dit? In hoeverre is dat voldoende? Welke maatregelen zijn hierin in te nemen en welke voor- en nadelen zijn daar aan verbonden?” “Deze vraag gaat in op het watersysteem als geheel en zal onderwerp zijn van bovengenoemd evaluatie met alle betrokken overheden (en betreft een groter gebied dan alleen de overlastsituatie bij de A1 ter plaatse van De Lutte). Op de meest kwetsbare punten in het samenhangende stelsel van sloten, duikers en riolen vindt onderhoud in een hogere frequentie plaats dan in andere delen. Desondanks kan de evaluatie over 21 juli jl nieuwe inzichten opleveren. Duidelijk is dat gezamenlijke en gedeelde kennis bij alle betrokken overheden over de werking van het watersysteem als geheel essentieel is. En hierbij ook het besef dat bij extreme neerslagsituaties zoals 21 juli jl het systeem van sloten en duikers domweg ontoereikend is en het water zich verzamelt op de laag gelegen plekken. De A1 ter plaatse van De Lutte is een weg in ingraving en is daarmee zo’n laaggelegen plek.” Deze evaluatie heeft nog niet plaats gevonden. Wel zijn we in gesprek met het waterschap en Rijskwaterstaat over het in beeld brengen van de knelpunten in het watersysteem. De primaire verantwoordelijkheid voor de A1ligt bij Rijkswaterstaat (RWS).
Waarbij RWS nu bezig met een analyse is naar de waterproblematiek rondom de A1 en daar de gemeente en het waterschap bij betrekt.