Strategische Beleidsnota Sociaal Domein 2024-2027
Tekst van het document
Strategische beleidsnota sociaal domein
2024-2027
Inhoudsopgave 1.
Inleiding ......................................................................................................................................................................................... 3 Leeswijzer ................................................................................................................................................................................................ 3
2.
Strategische doelstellingen .................................................................................................................................................... 4 We staan in verbinding met onze inwoners .............................................................................................................................. 4 We zijn toegankelijk en bereikbaar .............................................................................................................................................. 4 We werken aan sterke sociale structuren om te komen tot samenredzaamheid ...................................................... 4 Ervaringsdeskundigheid en inwonersparticipatie gebruiken we voor het versterken van de samenleving .... 5 Iedereen krijgt gelijke kansen door verschillen te erkennen en te accepteren ........................................................... 5 We gaan uit van eigenkracht, eigenverantwoordelijkheid en eigenwaarde ................................................................ 6 Integraal werken en samen handelen voor een inclusieve, diverse, betrokken en veilige samenleving .......... 6 We stimuleren positieve gezondheid en zetten in op de vitaliteit van onze inwoners ........................................... 6
3.
Totstandkoming.......................................................................................................................................................................... 8 Participatie voor en door partners ................................................................................................................................................ 8
4.
Achtergrondinformatie ............................................................................................................................................................ 9 Beleidsterreinen binnen het sociaal domein ............................................................................................................................. 9 Rol van de gemeente .......................................................................................................................................................................11 Landelijke maatschappelijke ontwikkelingen .........................................................................................................................12 Regionale en lokale maatschappelijke ontwikkelingen ......................................................................................................14 De opgaven ..........................................................................................................................................................................................16
5.
Bronnenlijst .................................................................................................................................................................................17
2
1.
Inleiding
Voor u ligt de nieuwe Strategische Beleidsnota Sociaal Domein (hierna: SBS). Met deze nota geeft de gemeente Losser vorm en richting aan het lokale sociaal beleid. Deze nota en het coalitieakkoord 2022-2026 vormen de basis voor het gemeentelijk beleid in het sociaal domein. Zowel in de Jeugdwet (artikel 2.2), de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (artikel 2.1.2), de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (artikel 2), de Participatiewet (artikel 8d) als de Wet publieke gezondheid (artikel 13) wordt verplicht een door de raad vast te stellen plan of nota voorgeschreven. Middels deze nota en de uitwerking willen wij voldoen aan deze wettelijke eisen. Deze nota kent een looptijd van 2024-2027 waarbij een evaluatie per coalitieperiode dient te worden uitgevoerd. Het Sociaal Domein is groot en complex, variërend van werk en opvoeding tot schulden en zorg. Door die grote verscheidenheid is een beleidskader, wat stuurt op de overall samenhang en doelstellingen, wenselijk. Met deze SBS schetsen we het totaalplaatje, voor samenhang en helderheid: jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015) zijn wellicht het meest bekend, maar ook de Participatiewet, het minimabeleid, schuldhulpverlening, inburgering, cultuur, onderwijs en gezondheidsbeleid zijn onderdeel van het sociaal domein.
Daarnaast zijn er diverse raakvlakken met bijvoorbeeld sport, veiligheid, economie, ruimte en realisatie. De komende jaren staan we lokaal voor een aantal grote uitdagingen, die het hoofd moeten worden geboden. De beleidsnota gaat in op de trends en ontwikkelingen in onze maatschappij, onze beleidskoers en benoemt actuele opgaven in bestaanszekerheid, gelijke kansen, de samenleving (inclusief, betrokken en veilig) en de vitaliteit van onze inwoners in de meest brede zin van het woord. Daarom werken we integraal & domeinoverstijgend. We positioneren ons- en acteren aan de voorkant van de maatschappij, er wordt nadrukkelijker gekeken naar preventie en het versterken van de samenleving. Dit in tegenstelling tot het ‘medisch’ oplossen van gezondheidsvraagstukken en het oplossen van escalaties, hetgeen ook in ons beleid weerspiegelt. De betaalbaarheid van zowel de jeugdhulp als de maatschappelijke ondersteuning ontbreken niet, zij zullen ook de komende jaren actueel zijn. Daarnaast staat de gemeente Losser uiteraard niet op zichzelf. Landelijke en regionale ontwikkelingen werken door in het lokale sociaal beleid. Vaak positief, maar soms ook negatief. Bijvoorbeeld door het ontbreken van een duidelijke visie of wetgeving, ofwel overhevelen van taken, maar dan zonder de benodigde middelen.
In de beleidsnota is er aandacht voor landelijke en regionale ontwikkelingen die doorwerken op het gemeentelijke sociaal beleid.
Leeswijzer Dit document is opgebouwd rondom 8 strategische doelstellingen. Elke doelstelling sluit aan bij de opgaven van dit moment. Deze beleidsnota kent een ‘omgekeerde opbouw’. Omdat de doelstellingen de basis vormen van deze nota, komen deze als eerste aan bod. Aansluitend is de totstandkoming van dit document beschreven, hierin zijn onder andere de genomen stappen en het participatieproces beschreven. Als laatste is relevante achtergrondinformatie opgenomen, hierin wordt onder andere gekeken naar actuele trends en ontwikkelingen binnen en buiten de gemeente. De trends en ontwikkelingen leiden tot grote opgaven in de toekomst, hierin zitten parallelen met de strategische doelstellingen. Als laatste is er kort aandacht voor de rol van de gemeente en de gemeentelijke opgave binnen het sociaal domein vanuit het principe Opgave Gericht Werken.
3
2.
Strategische doelstellingen
De strategische doelstellingen lopen als rode draad door deze beleidsnota en vormen de basis voor toekomstig beleid binnen het sociaal domein. De strategische doelstellingen zijn tot stand gekomen voor en door onze (netwerk)partners na een zorgvuldig participatietraject (zie hoofdstuk 3). De strategische doelstellingen zijn richtinggevend en vormen de kaders voor toekomstige uitvoeringsplannen binnen het brede sociale domein. In de stategische doelstellingen wordt beschreven ‘wat’ we willen bereiken. In de diverse uitvoeringsplannen staat het ‘hoe’ centraal. Er is bewust gekozen voor acht doelstellingen, hiermee raken we aan alle aspecten van het sociaal domein en zorgen we er tegelijk voor dat de doelstellingen doelgericht en ambitieus zijn. De volgende acht strategische doelstellingen zijn geformuleerd:
We staan in verbinding met onze inwoners In verbinding staan zegt iets over de manier van communiceren met onze inwoners. Het betekent dat we, zowel als gemeente als inwoners, openstaan voor feedback, suggesties en vragen en dat we op een transparante manier communiceren. Het is de manier om een wederzijdse en gelijkwaardige relatie op te bouwen. Een sterke verbinding met en tussen de inwoners en ambtenaren kan leiden tot een hogere betrokkenheid. Inwoners die zich verbonden voelen zijn vaak meer gemotiveerd om hun best te doen en om bij te dragen aan het behalen van gemeenschappelijke doelen.
We zijn toegankelijk en bereikbaar We zijn als gemeente op verschillende manieren toegankelijk en bereikbaar voor al onze inwoners. We zijn op deze manier laagdrempelig bereikbaar en nodigen hiermee uit voor een gesprek. Hieronder enkele sporen waaraan we werken: • Digitaal toegankelijke dienstverlening: We zorgen ervoor dat de gemeentewebsite toegankelijk is voor iedereen (o.a duidelijke taal en o.a. machine leesbaar voor blinden en slechtzienden). Een toegankelijke website helpt inwoners om op de hoogte te blijven van belangrijke informatie. Tevens kunnen zij de gemeentelijke producten en diensten aanvragen. • Fysieke toegankelijkheid: Onze openbare gebouwen en de openbare ruimte in alle kernen, zijn toegankelijk voor mensen met een beperking of chronische ziekte. Dit is belangrijk om een inclusieve samenleving te creëren en blijven. • Communicatie: We communiceren op een duidelijke en begrijpelijke met onze inwoners. We hebben hierbij oog voor de verschillende doelgroepen. We zorgen ervoor dat informatie helder geschreven is en gemakkelijk te begrijpen is voor iedereen. • Inspraak: We betrekken onze inwoners bij besluitvorming en geven ze de mogelijkheid om hun mening te geven en invloed te hebben op (beleids)plannen van de gemeente.
• Samenwerking: We werken samen met andere organisaties, zoals belangenverenigingen of maatschappelijke organisaties, om de toegankelijkheid en bereikbaarheid van de gemeente te verbeteren.
We werken aan sterke sociale structuren om te komen tot samenredzaamheid We werken met inwoners en maatschappelijke partners samen aan leefbaarheid en sociale samenhang in de dorpskernen. Hoe beter inwoners elkaar kennen, hoe groter de kans is dat men iets voor elkaar gaat doen. De gemeente Losser stimuleert en faciliteert burgerinitiatieven en samenwerkingsverbanden op wijk-/kernniveau tussen inwoners, maatschappelijke partners en professionals. We maken daarbij gebruik van het bestaande noaberschap en vrijwilligers. Het vergroten van de eigen kracht van inwoners, eigen netwerk en het bouwen
4
van een sterke sociale basis kunnen we als gemeente Losser niet alleen. We werken daarom samen met partners aan maatschappelijke opgaven op het gebied van ontmoeting, verenigingsleven, onderwijs, opvoeding, werk, gezondheid, wonen, bewegen, cultuur en veiligheid.
Ervaringsdeskundigheid en inwonersparticipatie gebruiken we voor het versterken van de samenleving Het gebruik van ervaringsdeskundigheid en inwonersparticipatie helpt om de samenleving sterker en veerkrachtiger te maken. Het stelt mensen in staat om hun eigen ervaringen te delen, anderen te ondersteunen en invloed uit te oefenen op beslissingen die hen direct aangaan (empowerment). Ervaringsdeskundigheid en inwonersparticipatie worden gebruikt om de samenleving te versterken en gemeentelijk beleid kwalitatief te verbeteren, dit kan op verschillende manieren: • Anderen ondersteunen: Ervaringsdeskundigen zijn mensen die persoonlijke ervaring hebben met een bepaald onderwerp, zoals een ziekte, psychische aandoening of sociaal probleem. Eigenlijk brengt elke inwoner een vorm van ervaring mee. Ze kunnen hun ervaringen delen en anderen helpen die in een vergelijkbare situatie verkeren. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren door het bieden van praktische hulp, emotionele steun of het delen van advies en tips. • Ervaringen delen: Ervaringsdeskundigen kunnen samenwerken met professionals, organisaties en beleidsmakers om de kwaliteit van diensten en voorzieningen te verbeteren. Ze kunnen waardevolle inzichten bieden op basis van hun eigen ervaringen en helpen bij het ontwikkelen van beleid dat beter aansluit bij de behoeften van de samenleving.
• Empowerment: Ervaringsdeskundigheid en inwonersparticipatie dragen bij aan empowerment van individuen en gemeenschappen. Door inwoners te betrekken bij besluitvorming en hen een stem te geven, kunnen ze meer controle krijgen over hun eigen leven en omgeving. Dit kan leiden tot een groter gevoel van eigenwaarde, zelfvertrouwen en veerkracht.
Iedereen krijgt gelijke kansen door verschillen te erkennen en te accepteren Gelijke kansen voor iedereen is een belangrijk onderwerp dat veel aandacht behoeft. Het gaat erom dat iedereen dezelfde kansen krijgt om te slagen in het leven, ongeacht hun achtergrond, geslacht, ras of andere factoren. Gelijke behandeling van ongelijke gevallen is niet het uitgangspunt. Voor het leveren van maatwerk is het van belang dat we ongelijke gevallen behandelen naarmate ze verschillen (ongelijkheidsbeginsel). Het onderwijs speelt een belangrijke rol bij het bevorderen van gelijke kansen. Door te zorgen voor gelijke toegang tot onderwijs en gelijke kansen op succes in het onderwijs, kunnen kinderen en jongeren hun volledige potentieel bereiken. Werkgevers kunnen bijdragen aan gelijke kansen door te zorgen voor een eerlijke en gelijke behandeling van alle werknemers. Dit omvat het bieden van gelijke beloning voor gelijk werk, het bieden van gelijke kansen op promotie en het creëren van een inclusieve werkomgeving. Als gemeente ontwikkelen we beleid dat gericht is op het bevorderen van gelijke kansen. Dit kan bijvoorbeeld betrekking hebben op huisvesting, gezondheidszorg, sociale diensten en andere gebieden die van invloed zijn op de levenskwaliteit van mensen. Het vergroten van de bewustwording over het belang van gelijke kansen kan ook bijdragen aan verandering.
Door te informeren over de voordelen van gelijke kansen en de nadelen van ongelijkheid, kunnen we samenwerken om een meer rechtvaardige samenleving te creëren.
5
We gaan uit van eigenkracht, eigenverantwoordelijkheid en eigenwaarde Het leven is niet altijd even gemakkelijk. Iedereen is anders en zal op een eigen manier moeten omgaan met de uitdagingen die het leven biedt. In de meeste gevallen biedt de eigen draagkracht, het netwerk en/of de sociale basis in de dorpskern voldoende ondersteuning. Waar nodig zetten we in op versterking van de veerkracht van deze samenleving; het vergroten van zelfregie, zelfredzaamheid, participatie en benutten van het eigen netwerk zijn daarbij vertrekpunt. Deze manier van werken verhoogd de eigenwaarde van onze inwoners. Alle basisvoorzieningen en gespecialiseerde hulp en ondersteuning zijn gericht op het zelfstandig functioneren. De basisvoorzieningen worden zoveel mogelijk ingericht als algemene voorziening en waar mogelijk gecollectiveerd. Hulp en ondersteuning zetten we slim in. ‘Zo licht als mogelijk, zo zwaar als nodig en zo dichtbij als het kan ‘van zorgen vóór, naar zorgen dát’. Het uitgangspunt is dat de inwoner snel zelf verder kan. Er worden realistische doelen gesteld. Dit betekent dat we kijken wat de inwoner nodig heeft om zoveel mogelijk zelfredzaam te zijn. Voor inwoners die niet kunnen, bieden we een vangnet. Als (volwassen) inwoners er bewust voor kiezen om de hulpvraag niet op deze manier op te lossen, is dit hun eigen verantwoordelijkheid en eigen keuze.
De gemeente Losser zet alleen gespecialiseerde hulp en ondersteuning in wanneer de inzet van eigen kracht, het netwerk en de sociale basis onvoldoende is om de (hulp)vraag op te lossen en de inwoner gemotiveerd is om met de (hulp)vraag aan de slag te gaan. We acteren in de basis in een vrijwillig kader. We accepteren dat een inwoner niet geholpen wil worden. Alleen wanneer de veiligheid van de inwoner of de omgeving in het geding is, grijpt de gemeente Losser waar mogelijk in of schaalt op naar het gedwongen kader (vanuit wettelijke verplichtingen). Het principe van eigenkracht, zelfoplossend vermogen (het vermogen om zelfstandig tot een oplossing voor een probleem te komen) en eigen mogelijkheden staat voorop.
Integraal werken en samen handelen voor een inclusieve, diverse, betrokken en veilige samenleving Integraal samenwerken en samen handelen betekent dat er samenhang is in de aanpak op het niveau van de inwoner en tussen professionals. Voor de inwoner betekent dit een samenhangende aanpak die aandacht heeft voor alle leefgebieden en alle vraagstukken van de inwoner. Voor de professionals betekent het dat zij onderliggende problematiek signaleren en met elkaar samenwerken en processen, werkwijze en expertise op elkaar afstemmen om tot een gezamenlijk plan voor de inwoner te komen. De bestaande integrale werkwijze binnen de gemeente faciliteert hierin. Het objectiveren, het feitelijk maken van gebeurtenissen is hier een wezenlijk onderdeel van zonder dat een gebeurtenis gebagetaliseerd wordt. We pakken echte problemen aan door groepen niet buiten te sluiten maar met hun samen te werken aan een oplossing- systeemgericht. We stellen daarbij wel duidelijke grenzen: Met inwoners binnen de kaders (bv. sociale normen, wet- en regelgeving). Verruwing gaan we tegen door kansen te benoemen en perspectief te bieden: positief labelen. We zetten niet in op de ‘tegenpolen’ maar juist op de grote middengroep.
We stimuleren positieve gezondheid en zetten in op de vitaliteit van onze inwoners Als gemeente Losser omarmen we het principe van positieve invloed uitoefenen. Positieve invloed is dat gezondheid en niet de aanwezigheid van ziekte of gebreken, voor zover mogelijk, leidend is: Het vermogen om je aan te passen, je eigen regie te voeren en je eigen leven als betekenisvol te ervaren. We normaliseren en de-medicaliseren.
6
We voorkomen liever dan dat we genezen en richten preventie op de gebieden waar deze het meest effect sorteert. Hierin is een duidelijke link met de opgaven zoals die binnen de gemeente benoemd zijn (zie hoofdstuk 4) en de omgevingsvisie van de gemeente Losser, waarin ingezet wordt op een positieve leefomgeving.
7
3.
Totstandkoming
Deze strategische beleidsnota is tot stand gekomen na een participatietraject, een omgevingsanalyse op basis van actuele trends en ontwikkelingen en de inzet van (ambtelijke en externe) expertise. In dit hoofdstuk worden de totstandkoming en specifiek het participatietraject toegelicht.
Participatie voor en door partners Om tot een document van, voor en door het sociaal domein te komen, is de betrokkenheid van verschillende netwerkpartners van groot belang geweest. Door verschillende partners mee te laten denken over de inhoud van dit document, is toegewerkt naar een strategische beleidsnota die het volledige taakveld van het sociaal domein dekt. De beleidsnota is herkenbaar en heeft meerwaarde voor alle betrokken partijen. Speciale dank gaat uit naar alle partners die betrokken zijn geweest bij de totstandkoming van deze beleidsnota. In verschillende (brainstorm)sessies en overleggen die eind 2022 gestart zijn, is de basis gelegd voor dit document. Externe expertise en ervaring is ingewonnen ten behoeve van specifieke onderdelen van de beleidsnota. Gedurende 2023 is alle input verzameld en verwerkt naar een eerste conceptversie. Deze eerste conceptversie is na de zomer van 2023 verrijkt met interne en externe expertise. De conceptversie die hieruit voortkwam is wederom voorgelegd aan alle betrokkenen uit het participatietraject. Aangeleverde ideeën, opmerkingen en suggesties zijn verwerkt en hebben geresulteerd in de beleidsnota die nu voorligt. In het participatietraject zijn de volgende partners en groepen betrokken geweest: -
De gemeenteraad Losser Mentaal Losser Carintreggeland Zorggroep Sint Maarten EduXtra GGD Twente De participatieraad gemeente Losser Stichting Fundament Jeugd (middels een traject met ConsultingKids)
Daarnaast is gebruik gemaakt van externe expertise en ervaringen: -
Collegiale afstemming met diverse gemeenten (vorm en proces beleidsnota) Bureau Acute Zorg Euregio (trends en ontwikkelingen) Stichting Ixta Noa (thema ervaringsdeskundigheid)
8
4.
Achtergrondinformatie
In dit hoofdstuk staat diverse achtergrondinformatie centraal. De beleidsterreinen binnen het sociaal domein worden behandeld, de rol van de gemeente wordt uiteengezet en er is aandacht voor landelijke en regionale ontwikkelingen binnen het sociaal domein. Als laatste is er aandacht voor de opgaven vanuit het principe Opgave Gericht Werken.
Beleidsterreinen binnen het sociaal domein Als gemeente zijn we verantwoordelijk voor het uitvoeren van onder andere de Wet inburgering, Wet op de schuldhulpverlening (Wgs), Participatiewet, Jeugdwet, Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), Wet publieke gezondheid (Wpg), de Wet op het Specifiek Cultuurbeleid (Wsc), Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob) en het beweeg- en sportbeleid. De Wet inburgering, Wgs, Jeugdwet, Wmo, Wpg en Wsc zijn kaderwetten: gemeenten hebben binnen de kaders van de wet veel vrijheid om hun ondersteuning in te richten. De Participatiewet is een beleidsrijke wet: de uitvoering is in veel regels en procedures uitgewerkt. Het beweeg- en sportbeleid komt niet voort vanuit een wettelijke taak en is een verantwoordelijkheid van de gemeente. Alle wetten hebben eigen kracht en eigen verantwoordelijkheid als uitgangspunt: Het doel van de Wet inburgering is dat inburgeringsplichtigen zo snel mogelijk meedoen in Nederland. En dat ze daarnaast zo snel mogelijk werk vinden. De belangrijkste verandering is: De gemeente gaat inburgeringsplichtige nieuwkomers begeleiden bij hun inburgering. Volgens de Participatiewet zijn mensen verantwoordelijk voor de kosten van hun eigen leven(sonderhoud). Wie daar niet in kan voorzien, krijgt een inkomen tot de bijstandsnorm.
De nadruk ligt op de toeleiding naar werk en minder op een inkomen bieden; het is eerder bedoeld als een trampoline in plaats van een vangnet. De Jeugdwet is bedoeld voor kinderen en jongeren (en hun ouders) die hulp nodig hebben bij het verminderen, stabiliseren, behandelen en omgaan met psychische problemen en stoornissen, psychosocialeen gedragsproblemen, een lichte verstandelijke of lichamelijke beperking of opvoedingsproblemen. De Jeugdwet gaat uit van de eigen verantwoordelijkheid en eigen mogelijkheden van jeugdigen en hun ouders, met inzet van hun eigen sociale netwerk. Pas als een externe verwijzer of de gemeente zelf vindt dat een jeugdige hulp nodig heeft, moet deze worden geleverd. De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) regelt hulp en ondersteuning voor inwoners, zodat zij zo lang mogelijk zelfstandig thuis kunnen wonen en deel kunnen blijven nemen aan de maatschappij. In de Wmo staat de eigen verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid van mensen voorop. Pas als iemand zelf geen hulp kan regelen, kan hij een beroep doen op ondersteuning vanuit de gemeente. De Wet op de schuldhulpverlening (Wgs) regelt dat mensen met (dreigende) problematische schulden bij gemeenten terecht kunnen voor onder meer advies, schuldbemiddeling of een saneringskrediet. De gemeente heeft hierbij de verplichting om hulp te bieden.
De Wet publieke gezondheid (Wpg) is het wettelijke kader voor de publieke gezondheidszorg. De Wpg heeft als kenmerk dat alle activiteiten zijn gericht op preventie, inclusief gezondheidsbevordering. De Wpg regelt het lokale gezondheidsbeleid, de jeugdgezondheidszorg, ouderengezondheidszorg, infectieziektebestrijding en gezondheidsbevordering. De wet biedt een kader voor de samenwerking tussen rijk en gemeenten op het terrein van de publieke gezondheidszorg. Het cultuurbeleid in Nederland is een kerntaak van de rijksoverheid. Deze is verankerd in de Wet op het specifiek cultuurbeleid (Wsc). De Wsc regelt de benodigde randvoorwaarden voor cultuur en erfgoed. De
9
Wsc legt de drie overheidslagen (Rijk, provincie en gemeente) weinig inhoudelijke en gedetailleerde verplichtingen op. De uitzondering daarop is de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob) die de kaders meegeeft waarbinnen het bibliotheekwerk gedaan moet en kan worden. Het ministerie van OCW heeft een wijziging van de Wsob aangekondigd. De grootste wijziging is dat de huidige ‘bevorderingstaak’ wordt omgezet naar een plicht voor gemeenten en provincies. De toegang tot de openbare bibliotheek wordt hiermee voor alle inwoners gegarandeerd. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor accommodaties voor podiumkunsten, en voor de financiering van het beheer van gemeentelijke collecties. Daarnaast geldt het ringenmodel dat door de VNG is ontwikkeld voor gemeentelijk cultuurbeleid. Daaruit is op te maken over welke culturele infrastructuur een gemeente moet beschikken op basis van haar inwoneraantal. Hierbij geldt, hoe groter de gemeente, hoe meer voorzieningen en hoe uitgebreider het beleid en bijbehorend budget. De Gemeentewet biedt geen wettelijk kader voor beweeg- en sportbeleid. Het maken en uitvoeren van beweeg- en sportbeleid is daarmee geen kerntaak. Gemeenten hebben wel te maken met andere wet- en regelgeving die invloed heeft op beweeg- en sportbeleid en de financiering daarvan.
Denk bijvoorbeeld aan de verhuur en exploitatie van sportaccommodaties maar ook aan de verstrekking van subsidies. Het beweeg- en sportbeleid is erop gericht dat inwoners meer gaan bewegen en sporten. Bewegen is noodzakelijk voor een gezond lichaam en een gezonde geest. Sporten is een keuze en doelgericht en intensiever. Bewegen en sporten heeft allerlei positieve effecten op de gezondheid en de samenleving. Het beweeg- en sportbeleid is gericht op een aanbod dat voor iedereen toegankelijk is, en waar inwoners plezier aan beleven. Sportaccommodaties en voorzieningen worden gezien als een belangrijk instrument van het beweeg- en sportbeleid. Als er voldoende mogelijkheden zijn voor inwoners zet dit aan tot bewegen en sporten. Denk hierbij ook aan de inrichting van de leefomgeving (veel groen, goede wandelpaden en fitnesstuinen).
10
Rol van de gemeente De gemeente kent vier verschillende rollen: Om ons beleid vorm te geven pakken wij allereerst onze beleidsregisserende en daarmee agenderende rol (1) om de beleidsdoelen met de prioriteiten voor de komende tijd te bepalen. Dit zijn de vier doelen onder de opgave binnen het sociaal domein. Bij het aanpakken van de maatschappelijke opgaven (2) beseffen wij dat de gemeente dit niet alleen kan. We vinden het daarom belangrijk om samen te werken aan het bereiken van de doelen en daarom sluiten we coalities met elkaar. Denk hierbij aan het preventie-akkoord, sport-akkoord, onderwijs- en schuldenagenda. We nemen een passende rol waarin we partijen bij elkaar brengen (netwerkend), stimulerend, faciliterend en indien nodig regulerend. Ten derde heeft de gemeente in het sociaal domein veel uitvoerende (wettelijke) taken (3) zoals het verstrekken van uitkeringen, geven van zorgindicaties, faciliteren van de bekostiging van leerlingenvervoer, enzovoort. Wij willen onze dienstverlening op het sociaal domein inrichten conform de vastgestelde visie op de dienstverlening; empathisch en efficiënt binnen de wettelijke termijnen, meedenkend met de inwoner (‘ja, mits’), en beleidsrelevant (zelfredzaamheid bevorderend, meedenkend en uitleggend als we niet meegaan in de wens van de inwoner). We blijven werken aan vertrouwen. Ten vierde blijven wij vernieuwing aanjagen (4).
De samenleving verandert snel, middelen zijn schaars, dus van ons allemaal wordt meebewegen en ontwikkeling/ innovatie gevraagd. Dit komt niet vanzelf tot stand en daarom zien wij daar een rol in. De veranderende relatie tussen overheid en bewoners is daarbij essentieel. Om te komen tot meer samenwerking tussen gemeente en bewoners, is het van belang om inzicht te krijgen in de gebruikte gemeentelijke bestuursstijlen en het effect hiervan op het gevoel van betrokkenheid van bewoners. Onderstaande figuur (figuur 1) dient als beknopt voorbeeld en laat twee mogelijke veranderrichtingen zien.
F IGUUR 1: VERANDERENDE RELATIE TUSSEN OVERHEID EN BEWONERS BEZIEN VANUIT BESTUURSSTIJLEN
11
Landelijke maatschappelijke ontwikkelingen Er zijn verschillende maatschappelijke ontwikkelingen die de komende jaren gevolgen (kunnen) hebben voor de vraag naar ondersteuning vanuit het sociaal domein. We schetsen er hier enkele die van invloed zijn op (de werking van) het sociaal domein: demografische, technologische, economische, sociaal-culturele ontwikkelingen en veranderingen in beleid. In de meeste gevallen gaat het om landelijke ontwikkelingen die ook voor Losser relevant zijn. Onderstaande ontwikkelingen zijn overgenomen uit de publicatie ‘Uitdagingen in het sociaal domein’ van het Sociaal en Cultureel Planbureau uit 2022. Voor de uitgebreide bronvermelding wordt verwezen naar de bronnenlijst van deze publicatie. Deze publicatie is opgenomen in de bronnenlijst (hoofdstuk 5). Demografische ontwikkelingen. In 2030 zullen er naar verwachting ruim 2 miljoen 75-plussers zijn, bijna 500.000 meer dan nu; het aandeel neemt dan toe van 9% naar 11%. Ook het aantal alleenwonende 75-plussers zal vermoedelijk stijgen, net als het aantal kinderloze ouderen. Dit zijn groepen die relatief veel (publiek gefinancierde) zorg en ondersteuning gebruiken. Vermoedelijk zal de potentiële beroepsbevolking minder toenemen, en het aantal jeugdigen stabiel blijven. Verder neemt het aandeel alleenstaanden en eenoudergezinnen naar verwachting toe.
De komende jaren zal er aanzienlijk meer personeel in de (ouderen)zorg en ondersteuning nodig zijn, ook binnen de gemeentelijke ondersteuning, om aan de toenemende vraag te voldoen. Er zullen naar verhouding steeds minder mensen in de (potentiële) beroepsbevolking zijn om zorg te geven: het personeelsaanbod in de zorg- en welzijnssector blijft naar verwachting achter bij de vraag. Ook het aantal (potentiële) mantelzorgers blijft achter. Dit kan betekenen dat de druk op de mantelzorgers toeneemt: zij kunnen minder vaak de zorg delen met anderen, vooral aan de randen van Nederland. Bij de jeugdzorg is de relatie tussen demografie en gebruik niet zo eenduidig. Hoewel het aantal jeugdigen de afgelopen jaren niet toenam, steeg het gebruik van jeugdzorg wel, met name de lichtere vormen van jeugdzorg. Dat het aandeel jeugdigen dat jeugdzorg ontvangt toeneemt, kan bijvoorbeeld samenhangen met een verslechterende psychische gezondheid van jongeren of de grotere inzet van gemeenten op preventie en vroegsignalering. Maar dit kan ook komen door medicalisering van problemen, en de hoge prestatiedruk en hoge geluksnorm waardoor mensen professionele zorg vragen als er iets tegenzit. Of de vraag naar jeugdzorg verandert hangt dus vooral samen met beleid en opvattingen.
Het aandeel mensen met een niet-westerse migratieachtergrond in de bevolking neemt de komende jaren naar verwachting toe, van 14% nu naar 17% in 2030. Mensen met een niet-westerse migratieachtergrond maken relatief vaak gebruik van de bijstand of gemeentelijke arbeidsre-integratie-instrumenten en ook van een combinatie van de drie decentralisatiewetten. Of de toename van het aandeel niet-westerse migranten zal leiden tot een toename van de vraag naar ondersteuning, hangt af van de samenstelling van de groep migranten (zoals hun leeftijd en opleidingsniveau) en bijvoorbeeld of zij aan werk kunnen komen. Bij de 75plussers zal het aandeel migranten (vooral de traditionele migrantengroepen van Surinaamse, Turkse of Marokkaanse herkomst) toenemen, maar relatief gering blijven (in 2018 3% en in 2030 4,5% van de 75plussers). Technologische ontwikkelingen. Het gebruik van technologieën zoals eHealth (veelal gebruikt in de curatieve zorg) en domotica (vaak gebruikt in de ouderenzorg) kan de autonomie en zelfredzaamheid van mensen vergroten en (langer) thuisbehandeling of thuis wonen mogelijk maken. Echter, in hoeverre en op welke terreinen technologieën ook (op grote schaal) personeel kunnen vervangen, en hoe snel die ontwikkelingen gaan, is nog niet duidelijk: adequate zorg vergt juist vaak ook menselijk contact en individuele aandacht.
Het gebruik van technologie blijft achter bij de mogelijkheden, onder meer doordat patiënten en zorgverleners terughoudend zijn, en doordat niet iedereen over digitale vaardigheden of voldoende financiële middelen
12
beschikt om technologieën aan te schaffen. Ook hebben diverse stakeholders (zorgprofessionals, managers in de zorg, leveranciers van technologieën) verschillende belangen bij de inzet van technologieën. Corona heeft laten zien dat er technisch meer mogelijk is dan vooraf werd gedacht, maar ook dat er grenzen zijn aan de mogelijkheden van bijvoorbeeld beeldtelefonie. Zo geeft de Raad voor Volksgezondheid & Samenleving (RVS) aan dat de ervaringen met digitale zorg die in coronatijd is geboden wisselend zijn, en dat deze vorm van zorg bijvoorbeeld in de ggz door zowel cliënten als hulpverleners als beperkend wordt gezien. Digitale zorg moet volgens de RVS dan ook verder worden ontwikkeld. Ook in de E-healthmonitor wordt geconstateerd dat het gebruik van technologie in de zorg tussen 2020 en 2021 is toegenomen, maar dat dit nog lang niet vanzelfsprekend is. Volgens deze monitor zijn er veranderingen nodig in zorgprocessen, in vaardigheden van zorggebruikers en zorgverleners en in de financiering om de toepassing van digitale zorg te vergroten en te verbeteren. Een meer algemene ontwikkeling is de digitalisering van de (overheids)communicatie. Verschillen in digitale vaardigheden kunnen leiden tot een digitale kloof, die samenhangt met onder meer leeftijd, opleiding en inkomen.
Deze kloof kan leiden tot verschillen in de toegankelijkheid van de zorg wanneer steeds meer voorzieningen alleen digitaal zijn aan te vragen en relevante informatie alleen op het web te vinden is. De ouderen van de toekomst zullen naar verwachting minder vaak digibeet zijn omdat zij al eerder in hun leven met computers te maken hebben gehad. Economische ontwikkelingen. De vraag naar inkomensondersteuning en re-integratie hangt samen met de conjunctuur. In tijden van voorspoed is de werkloosheid laag, en de aanspraak op ondersteuning daarmee ook. Ook het personeelsbeleid van werkgevers is afhankelijk van de conjunctuur. Zo is er als het economisch goed gaat meer aandacht voor het aannemen van mensen met een arbeidsbeperking en het faciliteren van de combinatie van arbeid en (mantel)zorg. Toekomstige lange termijn ontwikkelingen op het terrein van arbeid en inkomen zijn echter moeilijk te voorspellen. De toename van flexibel werk en platformisering kan ook leiden tot een toename van de vraag naar inkomensondersteuning. Deze vormen van arbeid zijn immers onzekerder dan de traditionele vaste dienstverbanden. Zelfstandigen zijn lang niet altijd verzekerd tegen werkloosheid en arbeidsongeschiktheid en zijn daardoor bij inkomensverlies eerder dan werknemers aangewezen op de gemeentelijke bijstand. Sociaal-culturele ontwikkelingen.
Bij sociaal-culturele ontwikkelingen gaat het onder meer om veranderende normen en waarden en een internationale mobiliteit; ontwikkelingen die relevant zijn voor de zorg maar zich niet makkelijk laten kwantificeren. Waar de zorg voor mensen met beperkingen tot de jaren zestig van de vorige eeuw een taak voor de familie en de liefdadigheid was, is de verantwoordelijkheid hiervoor steeds meer verschoven naar de overheid. De laatste jaren wordt echter meer nadruk gelegd op de inzet van informele hulp, ook in het recente coalitieakkoord (TK 2021/2022). Dit lijkt echter niet zonder meer door de burger te worden overgenomen. Het aandeel mensen dat vindt dat mensen die vanwege een langdurige ziekte of beperking hulp nodig hebben deze hulp zoveel mogelijk van familie, vrienden of buren moeten krijgen, is namelijk tussen 2010 en 2019 gedaald. Ook is er een lichte verschuiving te zien in de verantwoordelijkheid die werkgevers voelen om iemand met een arbeidsbeperking in dienst te nemen. Maar hoewel meer werkgevers zeggen hiertoe bereid te zijn, is het aandeel werkgevers dat daadwerkelijk mensen met een arbeidsbeperking in dienst neemt sinds de invoering van de Participatiewet niet gestegen. Beleidsmatige ontwikkelingen. Beleid is continu in beweging, ook op het terrein van het sociaal domein.
In het recente coalitieakkoord wordt de maatschappelijke opgave van het ondersteunen van mensen in het sociaal domein op verschillende plekken geadresseerd (TK 2021/2022). Zo wil het nieuwe kabinet de overheid transparant, toegankelijk en begrijpelijk maken, al wordt nog niet meteen duidelijk hoe. Daarnaast streeft men
13
naar een stabielere financiering voor onder meer gemeenten en vergroting van hun autonomie, die wellicht meer ruimte geven voor innovatie. Met betrekking tot ouderen streeft men naar langer thuis wonen, onder andere door innovatieve woonvormen en domotica, maar ook door mantelzorg. Het is echter de vraag of dit voldoende is om langer thuis te kunnen blijven wonen en wat dit betekent voor de druk op de gemeentelijke Wmo-ondersteuning en op de mantelzorg. Met betrekking tot de jeugdzorg wordt gezocht naar manieren om de kosten te beteugelen, bijvoorbeeld door de ondersteuning nader af te bakenen, de behandelduur te normeren en een eigen bijdrage in te voeren. Met dit soort maatregelen wordt een groter beroep gedaan op de zelf en samenredzaamheid van mensen die ondersteuning nodig hebben.
Regionale en lokale maatschappelijke ontwikkelingen In sommige gevallen gaan de ontwikkelingen in de gemeente Losser tegen de trends in of hebben ze een puur regionaal of lokaal karakter. Deze ontwikkelingen worden hier uiteengezet. Gezondheidsvaardigheden. Voor een goede gezondheid en levenstijl is het van belang dat onze inwoners in staat zijn om goede keuzes te maken waar het gaat over hun gezondheid en levenstijl. De GGD noemt de mogelijkheid tot het maken van deze keuzes gezondheidsvaardigheden. Op dit moment beschikt 7% van de inwoners van de gemeente Losser niet over voldoende gezondheidsvaardigheden. De verwachting is dat dit aantal de komende jaren zal stijgen (ROAZ-Beeld Euregio, 2023). Vergrijzing en ontgroening. Het aantal oudere inwoners neemt fors toe en inwoners leven gemiddeld langer (dubbele vergrijzing) en het aantal jongere inwoners neemt in verhouding af (ontgroening) hierdoor zullen zorgvragen en kosten toenemen. Naast de Participatiewet is in de gehele zorgketen sprake van de uitgangspunten ‘zelf als het kan - thuis als het kan - digitaal als het kan’. Uitgangspunten die zullen bijdragen aan betaalbare en blijvend toegankelijke en passende zorg. Er zal meer een beroep gedaan worden op de eigen verantwoordelijkheid van de burgers zelf en diens (sociale) omgeving alvorens professionele zorg ingeschakeld wordt. Eenzaamheid komt steeds vaker voor.
Zowel bij jongeren als ook ouderen neemt eenzaamheid toe. Corona heeft gezorgd voor een grote toename aan eenzaamheid, vooral bij ouderen. Daarnaast zien we dat een afname aan sociale structuren en verenigingen vooral degene treffen met een klein sociaal netwerk. De verwachting is dat eenzaamheid de komende jaren zal toenemen (Regiobeeld Twente, 2023). Toename zorgproblematiek en zorgkosten. We zien dat de aard en ernst van de problematiek onder jeugd/jongvolwassen stijgt. De vragen om gespecialiseerde (zwaardere) vormen van ondersteuning nemen toe, er ontstaan wachtlijsten bij specialisten en instellingen. De rijksmiddelen zijn niet meer kostendekkend. Het gevolg hiervan is dat een steeds grotere groep specialistische hulp nodig heeft die vaak niet altijd op korte termijn gegeven kan worden. Afname vrijwillige inzet. Het aantal mensen dat zich inzet voor een vrijwillige functie (bijvoorbeeld in het verenigingsleven) bevindt zich al jaren in een dalende trend. Het is steeds moeilijker om vrijwilligers te vinden die zich (langdurig) willen committeren aan een vrijwilligersfunctie. Ook binnen de gemeente Losser zien we hiervan de gevolgen bij (sport)verenigingen en voorzieningen die door vrijwilligers worden uitgevoerd. De gevolgen hiervan zijn divers maar nagenoeg altijd negatief.
Zo sluiten sportkantines of zijn steeds kleiner wordende vrijwillige besturen van verenigingen niet meer in staat om hun taken uit te voeren. Het gevolg hiervan is een afname van sociale cohesie en een verzwakking van sociale structuren.
14
Overgewicht en overmatig alcoholgebruik. In Twente liggen de percentages overgewicht en overmatig alcoholgebruik ruim boven het landelijk gemiddelde. Het aantal rokers is lager en neemt naar verwachting in de periode tot 2030 af. Overgewicht gaat de aankomende jaren echter sterk toenemen (Regiobeeld Twente, 2023). De negatieve gezondheidseffecten van deze ontwikkelingen zullen zich naar verwachting doorvertalen in een toename in zorgvragen. Chronische aandoeningen. In 2023 heeft 52% van de inwoners van Twente een chronische aandoening, variërend in ernst en complexiteit. In Losser heeft 32% van de inwoners (in 2023) een chronische aandoening. Ondanks dat dit fors lager is dan het Twentse gemiddelde levert dit een forse druk uit op de zorg. De verwachting is dat het aantal mensen met een chronische aandoening in Losser de komende jaren gaat stijgen (Regiobeeld Twente, 2023). Sociaal-economische score. In vergelijking met de Twentse grote steden en landelijk, ligt de sociaaleconomische score (SES-WOA) van de gemeente Losser boven het gemiddelde. De SES-WOA score is voor het eerst bepaald door het Centraal Bureau voor de Statistiek op basis van gegevens over financiële welvaart (W), opleidingsniveau (O) en recent arbeidsverleden (A) van de huishoudens in de betreffende regio (Regiobeeld Twente, 2023).
Binnen de gemeente Losser zijn de gemiddelden echter zeer divers en schommelen per dorpskern.
15
De opgaven Binnen de gemeente Losser is het Opgave Gericht Werken geïntroduceerd. Binnen het Opgave Gericht Werken zijn vijf grote opgaven gedefinieerd. Voor het sociaal domein staat de opgave ‘We werken aan een toekomstbestendig sociaal domein’ centraal. Deze opgave (figuur 2) is als volgt opgebouwd:
F IGUUR 2: DE OPGAVE TOEKOMSTBESTENDIG SOCIAAL DOMEIN In de gemeente Losser is het ‘onmeunig mooi (samen)leven, recreëren, ondernemen en werken’. Daar zorgen we samen voor. We spelen in op de behoeften van onze gemeenschap. Daarbij hebben we oog voor de diversiteit van onze kernen. We zijn een betrouwbare partner voor inwoners, ondernemers, organisaties en onze partners in de regio. En zetten ons in voor goede voorzieningen en de ontwikkeling van ons prachtige natuurgebied. Binnen het Sociaal Domein willen we dat in Losser alle inwoners meedoen, zelfredzaam zijn en regie voeren over hun eigen leven. Dit geldt voor zowel individueel niveau als met elkaar. We zetten in op samenredzaamheid, omkijken naar elkaar en iets voor elkaar doen.
16
5.
Bronnenlijst
Menzis & Twentse Koers (2023). Regiobeeld Twente 2023. Geraadpleegd oktober 2023 via https://Twentsekoers.nl/wp-content/uploads/2023/06/Basis-regiobeeld-Twente-2023.pdf Sociaal en Cultureel Planbureau (2022). Uitdagingen in het sociaal domein; nieuwe gemeentebesturen aan zet. Geraadpleegd oktober 2023 via https://www.scp.nl/publicaties/publicaties/2022/03/15/uitdagingen-in-hetsociaal-domein Bureau Acute Zorg Euregio (2023). ROAZ-beeld Euregio. Geraadpleegd september 2023 via https://www.dejuistezorgopdejuisteplek.nl/.uc/f5a301525010250b794008bedf501d0a57b87cddf328b00/ROA Z-beeld%20Euregio%202023%20v1.0.pdf
17