Startnota Energiestrategie.pdf
Tekst van het document
Startnota Energiestrategie Twente
Aanleiding Nederland heeft het Klimaatakkoord van Parijs ondertekend en haar doelstellingen bepaald voor 2030 (49% CO2-emissiereductie ten opzichte van 1990) en 2050 (minimaal 80-95% CO2-emissiereductie). Voor de uitwerking van de afspraken is op 21 december 2018 het ontwerp klimaatakkoord gepresenteerd. Aan vijf tafels zijn afspraken gemaakt: industrie, gebouwde omgeving, mobiliteit, landbouw en landgebruik en elektriciteit. Regionaal maatwerk is nodig om invulling te geven aan de nationale doelen. De Regionale Energiestrategieën (RES) zijn een belangrijk onderdeel in het ontwerp Klimaatakkoord en hebben een relatie naar de Nationale Omgevingsvisie (NOVI i.o.). Bestuurders in Twente kiezen met de aanpak in deze nota voor een gezamenlijke aanpak van de Energiestrategie Twente waarin we voortbouwen op bestaande lokale en regionale initiatieven.
Klimaatakkoord Het ontwerp Klimaatakkoord van 21 december is doorgerekend door het Planbureau voor de leefomgeving en het Centraal Planbureau. Mede op basis van deze doorrekening presenteerde het kabinet op 28 juni 2019 het voorstel voor het klimaatakkoord. Uitgangspunt van het kabinet in dit voorstel is dat de CO2-emissiereductie voor iedereen haalbaar en betaalbaar is. De verwachting is dat partijen in november 2019 het akkoord ondertekenen. De gemeenten, waterschappen en provincies zijn via hun koepels vertegenwoordigd. Belangrijke randvoorwaarden voor gemeenten, waterschappen en provincies zijn maatschappelijke draagvlak, integrale oplossingen, ruimtelijke kwaliteit en voldoende bevoegdheden en vergoeding voor invulling van hun regierol en uitvoeringslasten.
Het doel van de Regionale Energie Strategie De RES is de regionale vertaling van de nationale doelen op tenminste elektriciteit en gebouwde omgeving. In het voorstel Klimaatakkoord is een apart hoofdstuk (D7) opgenomen over de RES. Een RES beschrijft de manier en de termijn waarop een regio zal bijdragen aan de nationale opgave van opwek van (grootschalige) hernieuwbare elektriciteit op land en de verduurzaming van de gebouwde omgeving. Gemeenten, provincie en waterschappen werken deze keuzes uit met netbeheerders, woningcorporaties, natuur- en milieuorganisaties, inwoners, bedrijfsleven en andere maatschappelijke partners.
Inhoud en het aanbod van de Energiestrategie Twente De Energiestrategie Twente is het gezamenlijke product waarin Twente beschrijft welke doelen zij gaat halen en op welke termijn. Het geeft een overzicht van lopende projecten, de mogelijkheden van opwek en besparing en strategische keuzes op basis van verkenningen, ruimtelijke inpasbaarheid, de verdeling van bronnen en de energie-infrastructuur. De Energiestrategie Twente geeft inzicht in hoe de transitie te realiseren met een horizon van 2030 en een doorkijk naar 2050. Het proces om tot de Energiestrategie te komen wordt
startnota – Energiestrategie Twente
2
zowel top down als bottom up beïnvloed. Nationaal is de kwantitatieve opgave voor grootschalige opwek van elektriciteit met zon en wind op land 35 TWh. De opgave voor de verduurzaming gebouwde omgeving is een kwalitatieve opgave in een eerste regionale strategie voor de verduurzaming van de warmtevoorziening. Zie voor een gedetailleerde beschrijving van de inhoud van een RES de Handreiking Regionale Energie Strategieën van 20 december 2018. Voor meer informatie zie de website van het Nationaal Programma RES: https://regionale-energiestrategie.nl/default.aspx
De termijn voor deze uitwerking is beperkt. Dit alles moet in juni 2020 leiden tot een onderbouwd en afgewogen aanbod van de regio bestaande uit: • In de regio geverifieerde analyses; • Een onderbouwd inzicht in welk deel van de potentie voor opwekking van elektriciteit in 2030 gerealiseerd kan zijn, waar mogelijk ruimtelijk weergegeven (dit komt overeen met het regionale “bod”); • Inzicht in de warmtebronnen en eerste globale verdeling van deze bronnen; • Inzicht in de benodigde aanpassing en uitbreiding van infrastructuur; • Inzicht in de werkstructuur waarmee de opgave gerealiseerd gaat worden; • Planning voor vervolg / besluitvorming; • Globale planning transitie tot 2030. Aanvullend op bovenstaande levert de Energiestrategie Twente een beschrijving van het doorlopen proces met de relevante stakeholders en een beschrijving hoe die betrokkenheid er in de toekomst uit ziet.
Bestuurlijke besluitvorming Energiestrategie Twente: In het voorstel voor een Klimaatakkoord en de aanpak in Twente zijn de volgende momenten voor besluitvorming gemarkeerd: • Oktober 2018: 14 Twentse gemeenten, provincie en waterschap starten voorbereiding en geven in PHO MDA mandaat aan stuurgroep, kernteam en inzet medewerkers alle organisaties. • Voorjaar 2019: Colleges B&W, Gedeputeerde Staten en Waterschapsbesturen stellen gezamenlijk de concept startnota Energiestrategie Twente vast. Dit ter voorbereiding van spoedige besluitvorming na ondertekening van het Klimaatakkoord. Raden, Provinciale Staten en Algemeen Bestuur Waterschappen ontvangen de concept startnota ter info / opiniërend. • December 2019: Na ondertekening van het Klimaatakkoord stellen de gemeenteraden, Provinciale Staten en de Algemene Vergadering van de Waterschappen de startnota Energiestrategie Twente vast.
startnota – Energiestrategie Twente
3
•
• •
•
April 2020: concept Energiestrategie Twente wordt geaccordeerd door de Gedeputeerde Staten, de colleges van B&W, de Waterschapsbesturen en opiniërend voorgelegd aan gemeenteraden, Provinciale Staten en de Algemene Vergadering van de waterschappen. De voorzitter van de stuurgroep brengt het concept in bij het Nationaal Programma RES. Op basis van alle 30 concept RES-en vindt tussen juni en oktober 2020 landelijke doorrekening en eventuele herverdeling plaats. Parallel aan de landelijke doorrekening voert de regio het gesprek over de wensen en bedenkingen van de volksvertegenwoordigers. Op basis van die uitkomsten en een eventuele herverdeling stellen we de RES 1.0 op. Maart 2021: Energiestrategie Twente 1.0 vastgesteld door gemeenteraden, Provinciale Staten en de Algemene Vergadering van de waterschappen.
Voorafgaand aan de formele besluitvorming start het presidium van de Twenteraad in samenwerking met de RES organisatie een energiedialoog voor alle regionale volksvertegenwoordigers (gemeenteraden, provinciale staten en algemeen bestuursleden waterschappen). Dit bouwt voor op de eerste twee regionale informatiebijeenkomsten van 9 mei en 21 november. Met de energiedialoog wil de Twenteraad volksvertegenwoordigers nog beter en ‘bij de tijd’ ondersteunen. De activiteiten van de energiedialoog volgen op logische momenten in het proces.
Twentse scope Energietransitie In de regio Twente beginnen we niet bij nul. Twentse gemeenten zijn al sinds 2017 actief om de energietransitie in regionaal verband te adresseren. In 2017-2018 is de Twentse Energie Strategie (TES) opgesteld. De resultaten van de TES zijn de opmaat om te komen tot de Energiestrategie Twente. De energietransitie heeft sterke verbindingen en (ruimtelijke) samenhang met andere thema’s en sectoren. Vanuit de Energiestrategie Twente sluiten we aan op thema’s als klimaatadaptatie, landschapsbeheer, biodiversiteit, mobiliteit, ondergrond en op initiatieven als potentie uit water en de verduurzaming van de landbouw.
startnota – Energiestrategie Twente
4
Veel partners werken al samen aan deze thema’s. We bouwen voort op de ontwikkelpaden uit de TES, de initiatieven van NEO en lokale initiatieven. We nemen de parallel lopende transities en andere opgaven in het gebied niet over, maar zoeken verbinding en ruimtelijke samenhang en borgen daarbij de ruimtelijk kwaliteit.
Integraliteit Energiesysteem De invulling van de twee opgaves heeft grote impact op het energiesysteem. Het energiesysteem is de koppeling tussen alle sectoren (“sektorenkopplung”). Dat gaat bijvoorbeeld over het benutten van restwarmte van de industrie in de gebouwde omgeving of de invloed van elektrische mobiliteit op de elektriciteits-netwerken in de wijken. Of transport van duurzame gassen in de bestaande gasinfrastructuur. We gaan snel van het Groningse gas en geleidelijk van het buitenlandse gas. De productie van biogas en groengas kan een deel van de warmtevraag van de gebouwde omgeving duurzaam invullen. Het elektriciteitsnet moet verzwaard worden en verslimmen om vraag en aanbod op elkaar af te stemmen, lokale overschotten worden opgeslagen of omgezet in bijvoorbeeld waterstof. De infrastructuur voor elektriciteit, gas en warmte is de verbindende schakel voor een veilige, betrouwbare, betaalbare en duurzame energievoorziening voor Twente. Voor de kwaliteit van het toekomstige energiesysteem is een integrale afweging noodzakelijk in de Energiestrategie Twente.
Ambitie In Twente zetten we in op een gezamenlijk bod waarbij de gemeenten, waterschappen en provincie hun bijdrage leveren en zich naar vermogen gezamenlijk inspannen om deze opgave te realiseren. De gemeenten, waterschappen, provincies en de netbeheerders zijn naar elkaar en voor de stakeholders hierop aanspreekbaar. In de Energiestrategie Twente komt een realistisch bod voor de opwekking van hernieuwbare elektriciteit dat per gemeente concreet is uitgewerkt naar bron (minimaal wind en zon). We brengen gezamenlijk in kaart waar wat kan en waar het niet kan. We formuleren regionale uitgangspunten voor de verdeling van lusten en lasten, ruimtelijke inpasbaarheid en lokaal eigenaarschap. Er komt een regionale strategie warmte waarin aandacht is voor de in Twente beschikbare warmtebronnen zoals biogas, restwarmte en geothermie en de verdeling van dezen. De energiestrategie van de regio wordt gebaseerd op twee vragen: 1. Wat wordt verwacht van Twente vanuit het Klimaatakkoord? De nationale opgave betreft 35 TWh. Deze wordt, rekening houdend met de potentie van Overijssel en Twente, geanalyseerd om een verwachte realistische bijdrage vanuit Twente te bepalen. 2.
Wat wil Twente? Voortbouwend op de huidige ambities van Nieuwe Energie Overijssel, Twente en Twentse gemeenten voor 2023 (en verder waar beschikbaar), wordt gezamenlijk bepaald waar we in 2050 als regio Twente willen staan met de energietransitie. Samen klimaatneutraal, energieneutraal of energieleverend? Voor het 2050 beeld worden zowel bestaande technieken als innovaties meegenomen.
startnota – Energiestrategie Twente
5
Ook worden belangrijke regionale of lokale meekoppelkansen voor de energietransitie meegenomen bij het bepalen van de ambitie in de Energiestrategie Twente voor 2050. Op basis van deze ambitie kan bepaald worden waar Twente in 2030 wil staan (m.b.t. opwekking elektriciteit). De regionale ambitie voor 2030 zal vervolgens vertaald worden in een of meerdere ruimtelijk uitgewerkte varianten waarbij de aspecten ruimtelijke kwaliteit, maatschappelijke acceptatie en maatschappelijke kosteneffectiviteit meegenomen zijn. De uitgewerkte varianten vormen de basis voor de gezamenlijke keuzes.
Relatie tot Omgevingsbeleid De huidige provinciale en gemeentelijke Omgevingsvisies, bestemmingsplannen en provinciale Omgevingsverordening bieden het afwegingskader waarmee de actuele maatschappelijke opgaven en transities, zoals klimaatadaptatie, circulaire economie, de transitie van het landelijk gebied en de energietransitie, in samenhang beoordeeld kunnen worden. Tijdens het uitwerken van de Energiestrategie Twente kan er de behoefte ontstaan om de huidige afwegingskaders (gedeeltelijk) te heroverwegen bij het bevoegde gezag. Aangezien de beschikbare tijd waarin de Energiestrategie moet worden opgesteld beperkt tijd overlaat voor aanpassingen in het Omgevingsbeleid kan deze actie plaats vinden na oplevering en vaststelling van de Energiestrategie Twente. Het proces en de resultaten van de Energiestrategie Twente levert uiteindelijk een bouwsteen voor het omgevingsbeleid van gemeenten, provincies en Rijk. Afspraak in het voorstel voor een Klimaatakkoord is dat uiterlijk in 2025 alle vergunningen zijn afgegeven voor ruimtelijke inpassing van hernieuwbare elektriciteit op land met het oog op tijdige realisatie van de opgave.
startnota – Energiestrategie Twente
6
Thematafels De focus van de RES Twente is op de thema’s hernieuwbare elektriciteit op land en de verduurzaming van de gebouwde omgeving. Om deze thema’s uit te werken richten we verschillende werkgroepen in. Hierin werken gemeenten, waterschappen en provincies samen met publieke en maatschappelijke partners. De werkgroepen krijgen daarmee een centrale rol in de inventarisatie, de verkenning van de bouwstenen en de vertaling naar de varianten. De ruimtelijke samenhang en draagvlak zijn onlosmakelijk onderdeel van de aanpak. De stuurgroep en het kernteam borgen de samenhang tussen de werkgroepen en de bestuurlijke besluitvorming.
Thematafel Elektriciteit Deze thematafel levert een onderdeel van de strategie voor een onderbouwd en afgewogen aanbod van de regio wat betreft mogelijk op te stellen duurzaam opwekvermogen minimaal onderverdeeld in zon en wind. Concreet betekent dit: • Een regionale invulling van het op te stellen vermogen in MW (en verwachte MWh) voor hernieuwbare energie op land en de betekenis hiervan voor de elektriciteitsinfrastructuur. • Hierin worden regio’s gevraagd om in eerste instantie te sturen op overprogrammering om de nationale doelstellingen te kunnen halen. Het is de verwachting dat de nodige zoekgebieden af zullen vallen of kleiner zullen worden naarmate er wordt toegewerkt naar de uitvoeringsfase. • Naast de afspraak om tenminste 35 TWh grootschalig hernieuwbaar op land in 2030 gerealiseerd te hebben, worden regio’s ook aangemoedigd om kleinschalig zon-opdak te betrekken in hun RES. • Een heldere en herleidbare onderbouwing van het aanbod en de keuzes voor potentiële zoekgebieden die benut kunnen worden. Indien mogelijk worden deze zoekgebieden ook op kaart getoond. In vier werkgroepen (dorpsmolen, concentratiegebieden, Twentse kracht en verdienmodel) worden de kansen en bouwstenen verkend. Vervolgens wordt, rekening houdend met de ‘couleur locale’ inclusief maatschappelijk draagvlak van de individuele gemeenten, gezamenlijk gekomen tot een regionaal gedragen varianten.
De voorkeursvariant van Twente wordt landelijk getoetst door het PBL. Indien de optelling van alle regionale strategieën te laag is volgt via een herverdeling van de rest mogelijk een extra opgave voor de regio.
startnota – Energiestrategie Twente
7
Vuistregels voor de opwek van 1 Twh Windturbines 110 - 130 van 3 MW of 70 - 90 van 4 MW Zonnevelden 1100 ha (oost-west opstelling) of 1500 ha (zuid opstelling) (met 20% van deze ruimte voor ruimtelijke inpassing rondom)
Thematafel Gebouwde omgeving (=Warmte) Deze thematafel heeft de opdracht om de regionale strategie warmte uit te werken. Concreet betekent dit: • Gevalideerd overzicht van alle beschikbare warmtebronnen binnen de regio. • Gevalideerd overzicht van de totale warmtevraag binnen de regio. • Gevalideerd overzicht van de bestaande en geprojecteerde infrastructuur voor warmte. • Beschrijving van wat realistische gezien de bruikbare bronnen zijn binnen de regio in tijd en geld. Daarnaast volgt een kwalitatieve beschrijving van: • Relevante stakeholders gesproken en betrokken in proces en een beschrijving van hoe de betrokkenheid er in de toekomst uit zal zien (denk hierbij aan de infrabeheerders, de afnemers, potentiele investeerders). • Procesvoorstel hoe beschikbare bronnen, warmtevraag en infrastructuur logisch efficiënt en betaalbaar gekoppeld kunnen worden. • Afwegingskader voor het bepalen van de bruikbaarheid van een bron • Afwegingskader voor de omgang met warmtebronnen binnen de regio, waarmee een verdeling van warmte mogelijk gemaakt gaat worden. In vier werkgroepen (stedelijk wamtenet, alternatieven platteland, biomassa en biogas en geo- en aquathermie) worden de warmtebronnen en benuttingsmogelijkheden geïnventariseerd. Voor de infrastructuur wordt gekeken naar warmtenetten en de inzet van gasinfrastructuur voor duurzame gassen.
De thematafel stemt het proces en de informatie af op de warmtetransitievisies die gemeenten opstellen. Dat betekent dat de thematafel gebruik maakt van de warmtetransitievisies die in ontwikkeling zijn. Andersom levert de thematafel informatie die ook bruikbaar is voor gemeenten die aan hun warmtetransitievisie (gaan) werken. Hierdoor zijn de warmtetransitievisie en de Energiestrategie goed op elkaar afgestemd. Waterstof is volop in ontwikkeling. In een werkgroep systeemintegratie wordt gekeken naar de mogelijke rollen en tijdspaden van deze energiedrager.
startnota – Energiestrategie Twente
8
Organisatie en besluitvorming De besluitvorming in Twente wordt georganiseerd langs de bestaande lijnen van de colleges, raden, staten, DB en AB. Het regionaal portefeuillehoudersoverleg milieu, duurzaamheid en afval (PHO MDA) vormt het besluitvorming voorbereidend orgaan. Bestuurders van het waterschap en de provincie sluiten aan bij het agendapunt Energiestrategie Twente in dit overleg. De Stuurgroep Energiestrategie Twente (met publieke en maatschappelijke partijen) is vanuit het PHO MDA en de andere overheden aangewezen als bestuurlijk opdrachtgever. De Stuurgroep heeft het mandaat om voorstellen uit te werken en besluitvorming voor te bereiden; De voorzitter van de stuurgroep fungeert als bestuurlijk opdrachtgever van de onafhankelijk procesbegeleider. De Stuurgroep wordt ondersteund door een ambtelijk kernteam met een onafhankelijk procesbegeleider. Het ambtelijk kernteam richt met de werkgroepen een tijdelijke werkorganisatie in waarin uiteenlopende betrokkenen en professionals de regionale beschikbare kennis en expertise in kunnen brengen. Procedureel schakelt het kernteam met de collega’s van de 14 gemeenten, provincie en waterschappen door middel van het Ambtelijk Overleg Milieu & Duurzaamheid. Zoveel als mogelijk hebben deze collega’s ook een rol in een van de werkgroepen.
Escalatie De Energiestrategie Twente is gebaseerd op een aanpak die aansluit op regionale en lokale ambities. Tegelijkertijd is de afspraak tussen landelijke en decentrale overheden dat alle RESen samen optellen tot een compleet landelijk plan van 35 TWh. Uitgangspunt bij de Energiestrategie Twente is dat er één realistisch plan namens de 14 gemeenten in Twente, de provincie en de waterschappen komt. Indien de bijdrage van de regio Twente te laag is of bepaalde gemeenten onvoldoende willen bijdragen zal de provincie haar sturingskracht inzetten. Deze sturingskracht wordt opgebouwd vanuit de voorkantsamenwerking (praten, confronteren en aanspreken) en kan uiteindelijk leiden tot een aan gemeente(n) toegewezen aandeel in het regionale plan.
Afstemming Energiestrategie met andere regio’s De uitvoeringsplannen hoeven niet persé in hetzelfde regioverband als de Energiestrategie tot realisatie te komen. Met name daar waar het voor de hand ligt om op basis van de ruimtelijke en/of economische samenhang in de uitvoering de verbinding te leggen met andere regio’s, kan de opgave vanuit de Energiestrategie gezamenlijk met een andere regio tot stand komen. Bovendien is het van belang dat tijdens de ontwikkeling van de Energiestrategie Twente afstemming plaatsvindt met de “ aangrenzende regio’s” zoals WestOverijssel, Drenthe en de Achterhoek. Hiervoor sluiten we aan bij de nationale georganiseerde momenten. Ook zullen we gedurende elke fase met de omliggende regio’s afstemmen. Ook in Euregio-verband zullen onze Duitse buren worden aangehaakt.
startnota – Energiestrategie Twente
9
Communicatie De communicatie over het Klimaatakkoord en de RES zijn cruciaal om bij te dragen aan onze opdracht om: • Samen met partners te komen tot een regionaal gedragen en geaccordeerde strategie voor de regio Twente, dat bijdraagt aan het behalen van de doelstellingen uit het Klimaatakkoord. • Een ambitieuze strategie na te streven waarin de RES doelgericht en ook realistisch te werk gaat. De organisatie van de Energiestrategie Twente doet dat op verbindende wijze als betrouwbare partner. Een communicatiestrategie is opgesteld om hier invulling aan te geven. De belangrijkste uitgangspunten zijn: • Communicatie met de samenleving en inwoners gebeurt onder lokale regie. • De RES faciliteert de lokale overheden in de communicatie opdat we regionaal een eenduidige boodschap en taal hebben, met de mogelijkheid voor couleur locale. • De communicatie vanuit de RES sluit aan en maakt gebruik van de landelijke campagne die dit najaar start. • De totstandkoming en uitvoering van de RES is een meerjarig en iteratief proces dat om flexibiliteit in de organisatie en uitvoering vraagt. Dit plan voor de lange termijn biedt ruimte voor maatwerk in de concrete uitvoering. • Het RES-traject kent een duidelijke fasering. Met communicatie sluiten we hierbij aan door ook een fasering aan te brengen in het strategisch communicatieplan.
• De RES onderscheidt verschillende doelgroepen in de communicatie: Kern, initiële partners, potentiële partners en overigen. Dat is niet statisch, met de aanpak in Twente willen we in de loop van de tijd meer en meer mensen, ondernemers en andere initiatiefnemers betrekken. Verschillende instrumenten en communicatiemiddelen zullen afgestemd op de doelgroepen en fasering gemaakt en ingezet worden zoals bijvoorbeeld: Informatie- en werkbijeenkomsten, nieuwsbrieven, artikelen, een toolkit voor communicatieadviseurs, inzet social media, vertaling landelijke campagne, etc. Communicatie is de eerste trede op de participatieladder, naarmate initiatieven in de tijd concreter worden zijn volgende stappen op de participatieladder nodig. Ook hiervoor geldt dat dat onder lokale regie gebeurt. Participatie vraagt een maatwerkaanpak afgestemd op de lokale situatie. De RES levert daar inhoudelijke bouwstenen voor zoals bijvoorbeeld de mogelijkheden voor financiële participatie met omwonenden. Voor het proces van participatie faciliteert de RES met een werkgroep kennisdeling tussen gemeenten en andere partners.
startnota – Energiestrategie Twente
10
Inschatting benodigde middelen en capaciteit Voor de inzet van personeel vanuit gemeenten is in het PHO MDA van 3 oktober 2018 reeds toegezegd: 0,2 fte per kernteamlid, 100 uur per gemeente vanuit het AO MDA en 100 uur per gemeente voor de inzet van de RO medewerkers. De netbeheerders, provincie en het waterschap stellen eveneens deskundigheid beschikbaar voor het kernteam. Daarnaast levert de provincie een extern procesbegeleider voor 3 dagen per week, de Regio Twente een secretaris voor 200 uur en ondersteuning (m.n. plannen van afspraken) voor 150 uur. Voor de uitvoering wordt een tijdelijke werkorganisatie ingericht. Voor de dekking van externe kosten voor activiteiten worden de regionale middelen uit het Klimaatakkoord ingezet. Vooruitlopend op de ondertekening van het Klimaatakkoord staat de provincie garant voor deze kosten.
startnota – Energiestrategie Twente
11
Bijlage 1 Stuurgroep Energiestrategie Twente • • • • • • • • • • • •
Dhr. Louis Koopman, wethouder Haaksbergen (voorzitter stuurgroep) Dhr. Niels van den Berg, wethouder Enschede Dhr. Ben Blokhuis, wethouder Dinkelland Dhr. Claudio Bruggink, wethouder gemeente Hengelo Dhr. Jan Herman Scholten, wethouder Haaksbergen namens bestuurders RO Dhr. Tijs de Bree, gedeputeerde Provincie Overijssel Dhr. Hans van Agteren, Heemraad Waterschap Vechtstromen (vertegenwoordiging waterschappen) Dhr. Gerald de Haan, directeur Coteq netbeheer Dhr. Han Slootweg, directeur Assetmanagement Enexis Dhr. Marc Kapteijn, algemeen directeur Twence Dhr. Danny van Deursen (Procesbegeleider Energiestrategie Twente), Mw. Marie José Herik-Jonker (Regio Twente, secretaris Stuurgroep)
Het ambtelijk kernteam bestaat uit leden van de organisaties: • Gemeente Rijssen-Holten; • Gemeente Twenterand; • Gemeente Haaksbergen; • Gemeente Hengelo; • Gemeente Enschede; • NOT-gemeenten • Coteq • Enexis • Waterschap Vechtstromen • Provincie Overijssel • Regio Twente
startnota – Energiestrategie Twente
12
Overzicht werkgroepen RES Twente Thematafel elektriciteit
Thematafel warmte
Dorpsmolen
Onderzoek naar mogelijkheden voor gemeenschapsgedragen energieopwek Bestuurlijk opdrachtgever: Ben Blokhuis, wethouder Dinkelland “We houden ons bezig met het mee helpen ontwikkelen van “lokale dorpsmolens” oftewel kleine eigen energieprojecten. We werken voor en met elkaar aan begrip en draagvlak voor de energietransitie. Wij staan voor kleinschalige energieprojecten met een grote kans van slagen. Hoe mooi is het als je samen met je buren energie kunt opwekken en die ook samen kunt gebruiken.”
Concentratiegebieden
Verkennen van gebieden van grootschalige opstelling energieopwek Bestuurlijk opdrachtgever: Jan Herman Scholten, wethouder Haaksbergen “De duurzame opgave is zo fors, dat wij ook groot moeten denken. Dat betekent: verkennen of concentratie van zonnevelden en windturbines past bij Twente.”
Stedelijk regionaal Warmtenet
Efficiënte koppeling vraag en aanbod regionaal warmtenet Bestuurlijk trekker: Claudio Bruggink, wethouder Hengelo “De warmtetransitie heeft veel impact op onze inwoners. Daarom willen we de beschikbare warmte optimaal benutten en onderzoeken wij in de werkgroep Regionaal Warmtenet welke infrastructuur hiervoor nodig is. Minder uitstoot van CO2 en meer duurzame energie; daar gaan we voor.”
Alternatieven platteland
Mogelijkheden platteland verkennen en kansen zichtbaar maken Bestuurlijk opdrachtgever: Ben Blokhuis, wethouder Dinkelland “De uitdaging voor warmtealternatieven is groot en mensen worden in hun portemonnee geraakt. Voor de dorpen, kernen en het buitengebied zijn er weinig alternatieven. Juist daarom moeten we met een regionale blik kijken.”
Geothermie en Aquathermie
Ontsluiten van kennis en hiaten zichtbaar maken Bestuurlijk opdrachtgever: Hans van Agteren, Heemraad Waterschap Vechtstromen (vertegenwoordiging waterschappen)
Twentse Kracht
Meekoppelkansen van de regionale transitieopgave Bestuurlijk opdrachtgever: Tijs de Bree, gedeputeerde Provincie Overijssel “Wij vinden het belangrijk dat initiatieven van onderop ruimte krijgen, mits de omgeving goed wordt betrokken bij de planvorming en kan participeren in het uiteindelijke plan.”
Verdienmodel
De economische benefits van de RES Bestuurlijk opdrachtgever: Tijs de Bree, gedeputeerde Provincie Overijssel “We staan voor een grote opgave om de opwek van onze energie te verduurzamen. Uiteindelijk levert dat een schonere en dus plezieriger leefomgeving op voor onze inwoners. Er is ook een financieel-economische kans: als we de energietransitie slim organiseren kunnen we het geïnvesteerde geld terugverdienen, en opnieuw inzetten voor de Twentse samenleving.”
“Energie uit water biedt veel kansen!”
Biomassa en biogas
Potentie zichtbaar maken en richting geven aan verdeelvraagstukken Bestuurlijk opdrachtgever: Gerald de Haan, directeur Coteq netbeheer “Twente is een regio met veel platteland en uitdagingen. Het beschikt over veel biomassabronnen zoals biogas uit het mestoverschotten. Deze energiebronnen kunnen nu en voor lange termijn gebruikt worden in de productie van biogas, groengas, warmte en elektriciteit. Om dit potentieel optimaal te benutten moet er regie worden gevoerd en de juiste keuzes worden gemaakt voor efficiënte inzet in de Gebouwde Omgeving, Industrie, Mobiliteit en Elektriciteit.”
Algemeen Participatie
Lokale energie-initiatieven ondersteunen en naar alle partners en bij elke stap de verwachtingen goed hebben en houden. Bestuurlijk opdrachtgever: Niels van den Berg, wethouder Enschede “De energietransitie maken we in Twente samen. Iedereen kan meedoen, particulieren en ondernemers.”
Systeemintegratie
Toekomstbeelden voor het Twentse energiesysteem in 2050 Bestuurlijk opdrachtgever: Han Slootweg, directeur assestmanagement Enexis “Wij zullen inzicht geven in mogelijke toekomstbeelden voor het Twentse energiesysteem in 2050. We schetsen welke opties aantrekkelijk zijn om het huidige Twentse energiesysteem (zowel warmte, gas als elektriciteit) daarop voor te bereiden. Denk hierbij naast netverzwaring aan energieopslag, conversie en smart grids.”