ROB Tjaskermolen, De Lutte (10-5-2022)_compleet.pdf
Tekst van het document
Voor vervoer van gevaarlijke stoffen geldt de ‘Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen’ (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen, per buisleiding of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: • • •
het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); de Regeling basisnet; de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied).
De regelgeving omtrent buisleidingen is opgenomen in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is het tot een minimum beperken van risico’s waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
23
Tjaskermolen, De Lutte Ruimtelijke onderbouwing
4.4.2
Verantwoording
Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het projectgebied. In afbeelding 4.1 is een uitsnede van de Risicokaart met betrekking tot het projectgebied weergegeven.
Afbeelding 4.1:
Uitsnede Risicokaart (Bron: Atlas Leefomgeving)
Uit de inventarisatie blijkt dan ook dat het projectgebied: • • • •
zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); zich niet bevindt binnen een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen.
Wel bevinden zich in ten zuiden van het projectgebied vervoerswegen voor gevaarlijke stoffen. In 2007 is hier reeds onderzoek naar uitgevoerd en kon destijds verantwoord worden. Met de gemeente is reeds afgestemd dat nadere risicoverantwoording hierdoor niet noodzakelijk is. 4.4.3
Conclusie
Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.5
Milieuzonering
4.5.1
Algemeen
Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
24
Tjaskermolen, De Lutte Ruimtelijke onderbouwing
verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: • •
het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.
Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is. Hoewel deze richtafstanden indicatief zijn, volgt uit jurisprudentie dat deze afstanden als harde eis gezien worden door de Raad van State bij de beoordeling of woningen op een passende afstand van bedrijven worden gesitueerd. 4.5.2
Gebiedstypen
In de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering’ wordt een tweetal gebiedstypen te onderscheiden; 'rustige woonwijk' en 'gemengd gebied'. Een ‘rustige woonwijk’ is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven, winkels, horeca of kantoren) voor. Van een ‘gemengd gebied’ is sprake indien direct naast woningen andere functies voorkomen zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook de aanwezigheid van verkeersaders kan een hogere milieubelasting in het gebied veroorzaken dan aanwezig is in een rustige woonwijk. De Staat van Bedrijfsactiviteiten in bijlage 1 van de VNG-publicatie is afgestemd op het omgevingstype 'rustige woonwijk'. Deze richtafstanden kunnen zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsstap worden verlaagd indien sprake is van omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor bijvoorbeeld geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. Voor het projectgebied aan de Tjaskermolen is omgevingstype ‘rustige woonwijk’ van toepassing. Het gaat heir om een woonwijk waar geen sprake is van functiemenging.
Welke richtafstanden gelden voor het omgevingstype ‘rustige woonwijk’ is hieronder weergegeven. Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6
Richtafstanden tot omgevingstype rustige woonwijk 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m
Richtafstanden tot omgevingstype gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
25
Tjaskermolen, De Lutte Ruimtelijke onderbouwing
4.5.3
Situatie projectgebied
Aan de hand van vorenstaande regeling is onderzoek verricht naar de feitelijke situatie. De VNG-uitgave ‘Bedrijven en Milieuzonering’ geeft een eerste inzicht in de milieuhinder van inrichtingen. Er dient bij het realiseren van nieuwe functies gekeken te worden naar de omgeving waarin de nieuwe functie gerealiseerd gaat worden. Hierbij spelen twee vragen en rol: • •
past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking).
Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ordening. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast. De functie ‘Wonen’ betreft geen milieubelastende functie en is daarom niet opgenomen in de VNG-uitgave ‘Bedrijven en Milieuzonering’. Vorenstaande betekent dat er geen sprake is van een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat van omliggende bebouwing. Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de nieuwe functie binnen het projectgebied hinder ondervindt van bestaande functies in de omgeving. Omgekeerd gaat het om de vraag of bestaande functies in de omgeving belemmerd worden in de bedrijfsvoering door de nieuwe milieugevoelige functies. De functie in het projectgebied wordt aangemerkt als milieugevoelige functie. In de onderstaande tabel worden de activiteiten/functies benoemd welke zijn gelegen in de nabijheid van het projectgebied. Tevens is aangegeven tot welke milieucategorie deze activiteit of functie wordt gerekend, welke richtafstand aangehouden moet worden tussen de gevel van de nieuwe woning en het bestemmingsvlak van de betreffende milieubelastende functie en wat de daadwerkelijke afstand hiertussen bedraagt. Functie
Milieucategorie 3.1
Richtafstand ‘rustige woonwijk’ 50m
Daadwerkelijke afstand (circa) 240m
Sporthal Kroepsweg 1 Bedrijven gevestigd aan Luttermolenweg Luttermolenweg
Maximaal 3.1
50m
400m
Op basis van bovenstaande tabel voldoet het projectgebied ruimschoots aan alle richtafstanden. Er is daarmee sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de te realiseren woning. Omgekeerd wordt omliggende bedrijvigheid niet in haar bedrijfsvoering belemmerd. 4.5.4
Conclusie
Gezien het feit dat wordt voldaan aan alle richtafstanden wordt geconcludeerd dat het aspect milieuzonering geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.6
Ecologie
4.6.1
Algemeen
Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet Natuurbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met de Wet Natuurbescherming en het Natuur Netwerk Nederland (voorheen EHS). Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
26
Tjaskermolen, De Lutte Ruimtelijke onderbouwing
4.6.2
Gebiedsbescherming
4.6.2.1 Natura 2000 Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Nederland heeft aan de hand van een vergunningenstelsel een zorgvuldige afweging gewaarborgd rond projecten die gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden. Het projectgebied ligt op circa 930 meter afstand van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Dinkelland’. Voor elk Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd voor alle beschermde soorten en habitats die daar aanwezig zijn. Per soort of habitat is aangegeven of behoud van de huidige aantallen/arealen voldoende is, danwel of uitbreiding of een verbetering nodig is. Niet alleen activiteiten binnen een Natura 2000-gebied maar ook activiteiten buiten een Natura 2000-gebied kunnen de instandhoudingsdoelstellingen in gevaar brengen. Dit wordt externe werking genoemd. Gezien de mogelijke externe werking van de beoogde ontwikkeling op het nabijgelegen Natura 2000-gebied, is het van belang om te toetsen of de realisatie van de beoogde ontwikkeling conflicteert met de waarden waarvoor dit gebied is aangewezen. Hiervoor is in elk geval een toetsing aan de Wet natuurbescherming noodzakelijk.
Gelet op de onderlinge afstand is directe hinder (bijv. geluid, verstrooiing van licht etc.) niet aan de orde. Naast directe hinder dient tevens te worden gekeken naar de mogelijke toename van stikstofdepositie op kwetsbare habitattypen binnen Natura 2000-gebieden. Om dit te beoordelen is er een zogenaamde AERIUS-berekening uitgevoerd voor de gebruiksfase die samenhangt met de voorgenomen ontwikkeling. Door BJZ.nu is reeds een AERIUS-berekening uitgevoerd. Uit de berekening is gebleken dat er geen meetbare stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden zal plaatsvinden als gevolge van de ontwikkeling. Voor de volledige stikstofberekening wordt verwezen naar bijlage 1. 4.6.2.2 Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlandse natuurbeleid (NNN). Het NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het ‘nee, tenzij’-principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. Binnen en aangrenzend aan het projectgebied liggen geen gronden die behoren tot het NNN. Het projectgebied bevindt zich in een woonwijk en heeft reeds de woonbestemming. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN niet aantast. 4.6.3
Soortenbescherming
4.6.3.1 Algemeen Wat betreft de soortenbescherming is de Wet natuurbescherming van toepassing. Hierin wordt onder andere de bescherming van dier- en plantensoorten geregeld. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden. Als hiervan sprake is, moet ontheffing of vrijstelling worden gevraagd. 4.6.3.2 Situatie projectgebied De huidige inrichting en het beheer maken het projectgebied tot een ongeschikt leefgebied voor beschermde soorten. Het projectgebied is onbebouwd en bestaat volledig uit grasland. Daarnaast wordt dit grasland periodiek onderhouden (maaien). Door uitvoering van de voorgenomen activiteit wordt verwacht dat er geen beschermde soorten verstoord, beschadigd of gedood worden en er wordt geen beschermd functioneel leefgebied van bepaalde soorten zoals
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
27
Tjaskermolen, De Lutte Ruimtelijke onderbouwing
bijvoorbeeld vleermuizen aangetast. Daarnaast wordt gesteld dat het projectgebied, mede gelet op de terreingesteldheid en het onderhoud hiervan, ongeschikt is voor beschermde flora. Het is om voorgenoemde redenen niet te verwachten dat de ontwikkeling negatieve effecten zou kunnen hebben op flora- en fauna die de wet beoogd te beschermen. Overigens wordt benadrukt dat rekening wordt gehouden met de in artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming opgenomen zorgplichtbepaling. 4.6.4
Conclusie
Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
4.7
Archeologie & Cultuurhistorie
4.7.1
Archeologie
4.7.1.1 Algemeen De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in 2019 in werking treedt. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. Als blijkt dat in het projectgebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. 4.7.1.2 Situatie projectgebied Op basis van het bestemmingsplan “de Lutte 2020” heeft het projectgebied een hoge archeologische verwachtingswaarde. Hierbij geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen groter dan 2.000 m² en dieper dan 30 cm. Het projectgebied is groter dan 2.000 m² (circa 2.400 m²). Echter wordt opgemerkt dat slechts circa de helft (of minder) bebouwd zal worden (circa 1.200 m2 of minder). Gelet op het vorenstaande vinden er geen bodemingrepen plaats waarbij de oppervlakte van 2.000 m2 wordt overschreden.
Het uitvoeren van een archeologisch onderzoek wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. 4.7.2
Cultuurhistorie
4.7.2.1 Algemeen Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden verstaan die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in werking treedt. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. 4.7.2.2 Situatie projectgebied Er bevinden zich zowel in het projectgebied als in de directe omgeving geen Rijks- danwel gemeentelijke monumenten. Gesteld wordt dat het aspect cultuurhistorie geen belemmering vormt voor voorliggend project.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
28
Tjaskermolen, De Lutte Ruimtelijke onderbouwing
4.7.3
Conclusie
Geconcludeerd kan worden dat er geen archeologisch onderzoek benodigd is en er geen sprake is van negatieve effecten op de cultuurhistorische waarden.
4.8
Besluit milieueffectrapportage
4.8.1
Algemeen
De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument (Besluit milieueffectrapportage) met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Op 7 juli 2017 is het besluit voor het laatst gewijzigd. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: •
•
•
4.8.2
Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten).
Situatie projectgebied
4.8.2.1 Artikel 2.8 van de Wet Natuurbescherming Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ligt op circa 930 meter afstand van het projectgebied. Zoals in paragraaf 4.6.2.1 en bijlage 1 (AERIUS berekening) van deze ruimtelijke onderbouwing is beschreven is er geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstelling van Natura 2000-gebieden. Het voornemen is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningsplichtig. Het opstellen van een passende beoordeling is gelet op het vorenstaande niet noodzakelijk. 4.8.2.2 Drempelwaarden Besluit m.e.r. Op basis van onderdeel D kan de in dit plan besloten ontwikkeling worden aangemerkt als: 'De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen' (onderdeel D 11.2 besluit m.e.r.). Gelet op de aard- en omvang van de voorgenomen ontwikkeling is het de vraag of er sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' als bedoeld in onderdeel D 11.2 van het Bestluit milieueffectrapportage.
Uit jurisprudentie (ABRvS 18 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2414) volgt dat het antwoord op deze vraag afhankelijk is van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene ontwikkeling moet worden beoordeeld of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Niet relevant is of per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen ontstaan. De voorgenomen ontwikkeling gaat uit van het toevoegen van slechts 5 grondgebonden woningen (5 woningen zijn planologisch gezien reeds toegestaan) in de kern de Lutte op gronden die in de huidige situatie al voorzien zijn van de bestemming ‘Tuin’ en ‘Wonen’. Het gaat om een kleinschalige ontwikkeling waarbij uitsluitend sprake is van een beperkte toename van het aantal toegestane woningen. Verder is, voor zover in dit kader relevant, sprake van een nieuwe functie die niet leidt tot een aantasting van het woon- en leefklimaat ter plaatse van omliggende woningen. Gelet op het vorenstaande en de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling, wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
29
Tjaskermolen, De Lutte Ruimtelijke onderbouwing
4.8.3
Conclusie
Met de ontwikkeling is geen sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject waardoor het Besluit milieueffectrapportage niet van toepassing is.
4.9
Water
4.9.1
Algemeen
De watertoets - zoals deze in het kader van ruimtelijke plannen dient te worden uitgevoerd - is het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. De watertoets wordt uitgevoerd binnen de bestaande wet- en regelgeving op het gebied van ruimtelijke ordening en water. De watertoets vormt de verbindende schakel tussen het waterbeheer en de ruimtelijke ordening. Het primaat voor het waterbeheer in de gemeente Losser ligt bij het Waterschap Vechtstromen. 4.9.2
Beleid
4.9.2.1 Europees beleid De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald. 4.9.2.2 Rijksbeleid Het Rijksbeleid op het gebied van het waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Waterplan (NWP) 2016-2021 (vastgesteld 17 december 2015). Het plan geeft op hoofdlijnen de ambities weer van het Rijk ten aanzien van het nationale waterbeleid en het daaraan gerelateerde ruimtelijke beleid. De belangrijkste ambities richten zich op waterveiligheid, zoetwater en waterkwaliteit. Maar ook de Deltabeslissingen en enkele waterafhankelijke thema's als natuur en duurzame energie hebben in het plan een plek gekregen.
De doorwerking van de beleidsambities/uitgangspunten naar lagere overheden is geregeld in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012), het Bestuursakkoord Water (2011) en de Waterwet (2009). 4.9.2.3 Regionaal beleid Door de invoering van de Kaderrichtlijn Water is Nederland verdeeld in vijf deelstroomgebieden. Het deelstroomgebied Rijn-Oost wordt beheerd door de waterschappen Rijn en IJssel, Vechtstromen, Vallei en Veluwe, Drents Overijsselse Delta, en Zuiderzeeland. Om te voldoen aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water hebben deze waterschappen een Waterbeheerplan opgesteld. Het algemeen bestuur van het waterschap Vechtstromen heeft in de vergadering van 7 oktober 2015 het 'Waterbeheerplan 2016-2021' vastgesteld. In het Waterbeheerplan is aangegeven hoe het waterschap zijn taken de komende jaren (2016 tot 2021) wil uitvoeren. In het plan zijn doelen en maatregelen gesteld voor de thema's waterveiligheid, voldoende water, schoon water en het zuiveren van afvalwater. Deze zijn gericht op het: voorkomen of beperken van overstromingen, wateroverlast en droogte; beschermen en verbeteren van de kwaliteit van het oppervlaktewater en grondwater en het zorgen voor een goed functionerend regionaal watersysteem. het effectief en efficiënt behandelen van afvalwater in de afvalwaterzuiveringsinstallaties.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
30
Tjaskermolen, De Lutte Ruimtelijke onderbouwing
4.9.3
Waterparagraaf
Bij plannen in het kader van de Wet ruimtelijke ordening moet een watertoets worden uitgevoerd. Daarvoor is overleg nodig met de waterbeheerder in een zo vroeg mogelijk stadium. Het waterschap gebruikt de watertoets om de inrichting, het beheer en het onderhoud van (nieuw) stedelijk water goed af te stemmen op de ruimtelijke functies. Belangrijk daarbij is dat hierdoor benedenstrooms geen wateroverlast ontstaat. Uit de digitale watertoets blijkt dat de ‘normale procedure’ van het watertoetsproces moet worden doorlopen. Dit houdt in dat het waterschap wordt geïnformeerd over de ontwikkeling. De ontwikkeling is reeds in het kader van vooroverleg voorgelegd aan het waterschap. Hieruit blijkt dat de ontwikkeling een geringe invloed heeft op de waterhuishouding in het projectgebied, gezien de ontwikkeling qua bouwmogelijkheden minimaal afwijkt van het onderliggende bestemmingsplan “de Lutte 2020”. Afvalwater afkomstig van de nieuwe woningen wordt afgevoerd via het gemeentelijk rioleringsstelsel. Het hemelwater wordt niet aangesloten op de gemeentelijke riolering, maar zal ter plaatse oppervlakkig worden afgevoerd naar de watergang aan de Rosmolen. Het watertoetsresultaat is opgenomen in bijlage 2 van deze ruimtelijke onderbouwing. 4.9.4
Conclusie
Wateraspecten vormen geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.10
Verkeer en parkeren
4.10.1 Algemeen Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en de verkeersgeneratie die ontstaat door de nieuwe ontwikkeling. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van parkeerkencijfers van het CROW. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer en parkeren. Deze kencijfers zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en praktijkervaringen van gemeenten. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeergeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen. Voor het bepalen van de parkeerbehoefte is door Goudappel een parkeeronderzoek uitgevoerd voor het berekenen van de parkeerbehoefte. Hier wordt in de volgende subparagraaf nader op ingegaan. Voor het bepalen van de verkeersgeneratie zijn de verkeersgegevens op basis CROW ‘Toekomstbestendig parkeren’, publicatie 381 (december 2018) gebruikt. Hierbij zijn onderstaande gegevens aangehouden; Verstedelijkingsgraad;
niet stedelijk / gemeente Losser (Bron: CBS Statline)
Stedelijke zone;
rest bebouwde kom
Functie;
koop, huis, tussen/hoek
4.10.2 Parkeren Door Goudappel is in opdracht van de gemeente Losser een parkeerdrukonderzoek uitgevoerd ten behoeve van het bepalen van de parkeerbehoefte. Door middel van een telling is de parkeerdruk op de openbare parkeerplaatsen geconstateerd. De conclusie van dit onderzoek is hierna weergegeven. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar de onderzoeksrapportage in bijlage 3. Er is een raming van de parkeerbehoefte gemaakt op basis van de parkeerkencijfers van het CROW. Er is uitgegaan van koopwoningen in een niet stedelijke omgeving binnen de bebouwde kom. Op basis van de parkeerkencijfers zijn in totaal 20 parkeerplaatsen nodig, waarvan ten minste 3 op openbaar terrein ten
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
31
Tjaskermolen, De Lutte Ruimtelijke onderbouwing
behoeve van bezoek. In het plan zijn 17 parkeerplaatsen aanwezig, waarvan 13 openbaar. Dat betekent dat er drie parkeerplaatsen in de omgeving beschikbaar moeten zijn. Uit het onderzoek naar de parkeerbezetting weten we dat de parkeerplaatsen in de directe omgeving maar beperkt worden gebruikt, op beide avonden waren er direct om de hoek in totaal 26 parkeerplaatsen vrij. Ook als we er rekening mee houden dat in de huidige situatie op de weg geparkeerd wordt op het wegvak waar de nieuwe woningen komen is er ruim voldoende parkeerruimte beschikbaar om het parkeren op te vangen. 4.10.3 Verkeersgeneratie Op basis van de CROW publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren’ (december 2018) resulteert de voorgenomen ontwikkeling: het toevoegen van vijf woningen, in een extra verkeersgeneratie van 37 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. De omliggende wegen zijn van ruimvoldoende omvang om deze beperkte toename verkeersveilig op te vangen. Wat betreft verkeersgeneratie voorziet de voorgenomen ontwikkeling in geen belemmering. 4.10.4
Conclusie
Vanuit parkeer- en verkeerskundig oogpunt zijn er geen bezwaren tegen voorliggend initiatief.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
32
Tjaskermolen, De Lutte Ruimtelijke onderbouwing
HOOFDSTUK 5 5.1
Vooroverleg
5.1.1
Het Rijk
VOOROVERLEG
In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. 5.1.2
Provincie
Voorliggende ruimtelijke onderbouwing wordt in het kader van vooroverleg toegezonden aan de Provincie Overijssel. 5.1.3
Waterschap
Het project is voorgelegd aan het waterschap via de digitale watertoets. Het waterschap heeft aangegeven geen opmerkingen te hebben op het voorgenomen project. Het watertoetsresultaat is opgenomen in bijlage 1 van deze toelichting.
5.2
Zienswijzen
Het ontwerpbesluit wordt voor een periode van 6 weken ter inzage gelegd. Gedurende deze periode kan een ieder een zienswijze indienen op het ontwerpbesluit.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
33
Tjaskermolen, De Lutte Ruimtelijke onderbouwing
BIJLAGEN BIJ DE RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Bijlage 1:
AERIUS-berekening
Bijlage 2:
Watertoets
Bijlage 3:
Parkeeronderzoek
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
34
AERIUS Berekening
Tjaskermolen, De Lutte
April 2022
Status: definitief
AERIUS Berekening Tjaskermolen, De Lutte Definitief
AERIUS BEREKENING TJASKERMOLEN, DE LUTTE
Auteur: Status: Datum: Projectnummer:
BJZ.nu Definitief April 2022 2022-117
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
1
AERIUS Berekening Tjaskermolen, De Lutte Definitief
INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 3 HOOFDSTUK 2 VOORGENOMEN ONTWIKKELING ....................................................... 4 HOOFDSTUK 3 UITGANGSPUNTEN ........................................................................ 5 3.1 3.2
ALGEMEEN ................................................................................................................................................. 5 GEBRUIKSFASE ............................................................................................................................................ 5
HOOFDSTUK 4 RESULTATEN & CONCLUSIE .............................................................. 7 BIJLAGE BIJ DE STIKSTOFBEREKENING ........................................................................ 8 BIJLAGE 1
REKENRESULTATEN GEBRUIKSFASE........................................................................................................... 8
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
2
AERIUS Berekening Tjaskermolen, De Lutte Definitief
HOOFDSTUK 1
INLEIDING
Voorliggende AERIUS-berekening heeft betrekking op een onbebouwd perceel aan de Tjaskermolen in De Lutte. Het gaat om het perceel kadastraal bekend als gemeente Losser, sectie G, nummer 2929 (hierna projectgebied). Het voornemen bestaat om ter plaatse van het projectgebied 8 rijwoningen en een tweeonder-één-kapwoning te realiseren. In afbeelding 1.1 is de ligging van het projectgebied weergegeven.
Afbeelding 1.1
Ligging van het projectgebied (Bron: PDOK)
In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is inzicht in de te verwachten effecten van stikstof op nabijgelegen Natura 2000-gebieden nodig. BJZ.nu is gevraagd om de te verwachten stikstofemissie als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling en de eventuele gevolgen daarvan inzichtelijk te maken. De stikstofberekening is uitgevoerd met behulp van de voorgeschreven rekentool AERIUS Calculator 2021. In voorliggend rapport wordt een toelichting op de AERIUS berekening gegeven.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
3
AERIUS Berekening Tjaskermolen, De Lutte Definitief
HOOFDSTUK 2
VOORGENOMEN ONTWIKKELING
Het voornemen bestaat om ter plaatse van het projectgebied 8 aaneengebouwde woningen (rijtjeshuizen) en een twee-onder-één-kapwoning te realiseren. Concreet gaat het om twee blokken van vier rijwoningen en één blok van twee-onder-een-kapwoningen.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
4
AERIUS Berekening Tjaskermolen, De Lutte Definitief
HOOFDSTUK 3 3.1
UITGANGSPUNTEN
Algemeen
Het projectgebied bevindt zich op circa 860 meter afstand vanaf de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Dinkelland’. Daarnaast ligt het projectgebied op circa 2,2 kilometer afstand vanaf het Natura 2000-gebied ‘Landgoederen Oldenzaal’. In het kader van de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn), die op 1 juli 2021 in werking is getreden, is de aanlegfase van de ontwikkeling achterwege gelaten. In de Wsn is namelijk een partiële vrijstelling voor de bouwsector opgenomen. Dit houdt in dat de door de bouw mogelijk veroorzaakte stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden buiten beschouwing wordt gelaten bij een natuurvergunning. De vrijstelling geldt slechts voor tijdelijke stikstofemissies tijdens de bouw-, sloop en aanleg en andere werkzaamheden en niet voor structurele stikstofemissies in de gebruiksfase van het bouwwerk of werk als gevolg van bijvoorbeeld bewoning, gebruik van utiliteitsbouw of verkeer dat over een weg rijdt. Concreet betekent dit dat de aanlegfase sinds het in werking treden van de Wet stikstofreductie en natuurverbetering niet meer berekend hoeft te worden. Hieronder worden de uitgangspunten van de berekening ten aanzien van de gebruiksfase toegelicht.
3.2
Gebruiksfase
3.2.1
Woningen
De woningen worden gasloos gebouwd. Ten aanzien van het gebruik is geen sprake van stikstofemissies en deposities op Natura 2000-gebieden. De bebouwing is neutraal (zonder emissies) gemodelleerd in de AERIUSberekening. 3.2.2
Verkeersgeneratie
De te realiseren woningen brengen een bepaald aantal verkeersbewegingen met zich mee. Dit heeft stikstofuitstoot tot gevolg. Het toenemend aantal verkeersbewegingen als gevolg van het project heeft dan ook invloed op de AERIUS-berekening en moet in ogenschouw worden genomen. Om het aantal verkeersbewegingen te bepalen is gebruik gemaakt van de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)’. Hierbij zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • •
Verstedelijkingsgraad: weinig stedelijk / gemeente Losser (Bron: CBS Statline); Stedelijke zone: rest bebouwde kom;
In de publicatie van de CROW is de verkeersgeneratie per functie uiteengezet. Daarnaast wordt hierin een minimaal en maximaal aantal verkeersbewegingen voor de functies aangegeven. In voorliggend geval is van het gemiddelde uitgegaan. Op basis van de vorenstaande uitgangspunten ontstaat qua verkeersgeneratie als gevolg van het project het volgende beeld: Functie Koop, huis, tussen/hoek Koop, huis, twee-ondereen-kap Totaal
Verkeersgeneratie per woning per weekdag etmaal 7,4 7,8
Aantal woningen 8 2
Totale verkeersgeneratie (per weekdagetmaal) 59,2 15,6 74,8
De totale verkeersgeneratie voor de beoogde 10 woningen komt neer op afgerond 75 verkeersbewegingen per weekdag.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
5
AERIUS Berekening Tjaskermolen, De Lutte Definitief De invloed van het verkeer rijdend van en naar de locatie is meegenomen, totdat dit verkeer opgaat in het heersende verkeersbeeld. Dit is het geval op het moment dat het aan- en afrijdende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag nog niet, dan wel niet meer, onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg kan bevinden. De verkeersbewegingen zijn gemodelleerd over vijf routes, te weten; • • • • •
Langs het projectgebied de Tjaskermolen (straat met éénrichtingsverkeer) Vanaf het projectgebied richting het zuidwesten tot aan de Ertsmolen; Vanaf het projectgebied richting het zuidoosten tot aan de Tjaskermolen; Vanaf het projectgebied richting het noorden tot aan de Rosmolen; Vanaf het projectgebied richting het noordwesten tot aan de Spinnekopmolen.
Ter hoogte van de Ertsmolen, Tjaskermolen, Rosmolen en Spinnekopmolen zal het verkeer zich in meerdere richtingen verspreiden en opgaan in het heersende verkeersbeeld. Opgemerkt wordt dat over alle vijf routes rekening is gehouden met 100% van de verkeersbewegingen. Hierdoor is rekening gehouden met vijf keer zoveel verkeersbewegingen dan in werkelijkheid het geval zal zijn (worst-case situatie).
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
6
AERIUS Berekening Tjaskermolen, De Lutte Definitief
HOOFDSTUK 4
RESULTATEN & CONCLUSIE
Uit de AERIUS-berekening met betrekking tot de gebruiksfase blijkt dat in de gebruiksfase van de voorgenomen ontwikkeling geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. De onderdelen en resultaten van de AERIUS-berekening zijn in bijlage 1 bijgevoegd. Het project is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningsplichtig.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
7
AERIUS Berekening Tjaskermolen, De Lutte Definitief
BIJLAGE BIJ DE STIKSTOFBEREKENING Bijlage 1
Rekenresultaten gebruiksfase
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
8
Projectberekening
Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron
Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
BJZ.nu Tjaskermolen, - De Lutte Tjaskermolen Woningbouw Tjaskermolen
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
RvCiAcZtRwyf 20 april 2022, 09:35 Wnb-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar 2023
Situatie 1 - Beoogd
Resultaten
Emissie NH3 0,4 kg/j
Hoogste depositie Hexagon Situatie 1 - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) 0,00 ha Gekarteerd oppervlak met afname (ha) 0,00 ha Grootste toename van depositie 0,00 mol/ha/j Grootste afname van depositie 0,00 mol/ha/j
RvCiAcZtRwyf (20 april 2022)
Emissie NOx 5,0 kg/j Gebied
2/6
Projectberekening
Situatie 1 (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 1 Wonen en Werken | Woningen | Woningen Tjaskermolen
Verkeersnetwerk
RvCiAcZtRwyf (20 april 2022)
Emissie NH3 Emissie NOx 0,4 kg/j
5,0 kg/j
3/6
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn
Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie. RvCiAcZtRwyf (20 april 2022)
4/6
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Situatie 1" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Totaal
RvCiAcZtRwyf (20 april 2022)
Berekend (ha Hoogste totale Met toename Grootste gekarteerd) depositie (ha gekarteerd) toename (mol/ha/jr) (mol/ha/jr)
0,00
0,00
0,00
0,00
Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol/ha/jr)
0,00
0,00
5/6
Projectberekening
Situatie 1, Rekenjaar 2023 1 Wonen en Werken | Woningen Naam Woningen Uittreedhoogte Tjaskermolen Warmteinhoud Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele Variatie Continue Emissie
1,0 m 0,000 MW
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2021.0.5_20220328_855771c674 Database versie 2021.0.5_855771c674 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
RvCiAcZtRwyf (20 april 2022)
6/6
Digitale Watertoets Res ultaat van de check gedaan op 09-03-2022
Digitale watertoets De watertoets helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toets en of u de belangen van het Waters chap raakt. Indien dit het geval is krijgt u teks t en uitleg over het vervolg proces .
VOOR DE ACTIVITEIT DIGITALE WATERTOETS IS OP BASIS VAN DE GEGEVEN ANTWOORDEN NODIG: 1.
Normale procedure
OP BASIS VAN ONDERSTAANDE LOCATIE
09-03-2022, 10:06
P agina 1 van 6
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets VRAGEN EN ANTWOORDEN UIT DE CHECK 1.
Gaat het om een ruimtelijk plan dat uits luitend een functiewijziging van bes taande bebouwing inhoudt? nee
2.
Worden in het plan meer dan 10 wooneenheden gerealis eerd? nee
3.
Is er in of rondom het plangebied s prake van wateroverlas t of grondwateroverlas t? nee
4.
Neemt in het plan het verharde oppervlak van bebouwing en bes trating toe met meer dan 1500m2? nee
5.
Wordt op het perceel hemelwater (HWA) en afvalwater (DWA) verzameld in dezelfde rioolbuis ? nee
6.
Maakt het plan deel uit van een groter plan dat in ontwikkeling is ? nee
7.
Worden er op bedrijfs matige wijze activiteiten verricht waardoor het verharde oppervlak verontreinigd raakt? nee
8.
Bedraagt het vers chil tus s en de hoogte van de weg en de bovenzijde van de begane-grondvloer minder dan 30 centimeter? nee
9.
Bedraagt het vers chil tus s en de GHG (Gemiddelde Hoogs te Grondwaters tand) en de bovenzijde van de begane-grondvloer minder dan 80 centimeter? nee
10.
bargerveen nee
09-03-2022, 10:06
P agina 2 van 6
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets 11.
beekhers tel nee
12.
grondwaterbes _en_s tiltegebied nee
13.
ruimtevoorvecht nee
14.
verbods zone diepe boringen nee
15.
zoekgebied nee
16.
primaire watergebieden nee
17.
RWZ I nee
18.
s trokenkaart nee
19.
pers leidingen nee
20.
rioolgemalen nee
21.
keurzone ja
22.
gewijzigd klimaat nee
09-03-2022, 10:06
P agina 3 van 6
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets 23.
huidig klimaat nee
09-03-2022, 10:06
P agina 4 van 6
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets DETAILS 1.
Normale procedure Op bas is van uw locatie en gegeven antwoorden blijkt dat u waters chaps belangen raakt.
Wat moet ik doen? "datum dos s iercode Geachte heer/mevrouw , U heeft het Waters chap Vechts tromen geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets (www.dewatertoets .nl). De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de Normale procedure van het watertoets proces moet worden doorlopen. Watertoets proces : Op grond van artikel 12 uit het bes luit op de ruimtelijke ordening moeten ruimtelijke plannen zijn voorzien van een waterparagraaf. Hiervoor moet het proces van de watertoets worden doorlopen. Bij het watertoets proces gaat het om het hele proces van vroegtijdig meedenken, informeren, advis eren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de waterhuis houdkundige as pecten in ruimtelijke plannen en bes luiten. Waters chap Vechts tromen kijkt wat de invloed van het plan op de waterhuis houding is en geeft een wateradvies . Daarbij toets t het waters chap het plan aan het voorkeurs beleid dat is geformuleerd. Voor het verdere proces is het van belang om de RO advis eur van het waters chap te betrekken bij het plan. Wij verzoeken u ons te informeren over de wijze waarop het plan verder zal worden voorbereid. Daarvoor kunt u contact opnemen met de, voor des betreffende gemeente, aangewezen RO advis eur.
Ben van Veenen b.van.veenen@vechts tromen.nl gemeente Hardenberg gemeente Los s er gemeente Ommen Frits Huttenhuis f.huttenhuis @vechts tromen.nl gemeente Borne gemeente Coevorden gemeente Hellendoorn gemeente Oldenzaal Els Boerrigter e.boerrigter@vechts tromen.nl gemeente Dinkelland gemeente Ens chede gemeente Tubbergen
09-03-2022, 10:06
P agina 5 van 6
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets Heral Hes s elink h.hes s elink@vechts tromen.nl gemeente Almelo gemeente Rijs s en-Holten gemeente Wierden Henry Legtenberg h.legtenberg@vechts tromen.nl gemeente Borger-Odoorn gemeente De Wolden gemeente Emmen gemeente Hoogeveen gemeente Midden-Drenthe gemeente Twenterand Wim Geerdink w.geerdink@vechts tromen.nl gemeente Berkelland gemeente Haaks bergen gemeente Hengelo gemeente Hof van Twente Telefonis ch bereikbaar via mailverzoek of algemeen telefoonnr. 088-2203333. Algemene info: In de procedurebepalingen van de Wro voor het bes temmings plan is opgenomen dat de kennis geving wordt toegezonden aan de ins tanties die bij het overleg zijn betrokken. De terinzagelegging van het bes temmings plan kunt u zenden aan kennis gevingwro@vechts tromen.nl. Copyright Digitale watertoets - http://www.dewatertoets .nl//. Dit document is gegenereerd via de webs ite http://www.dewatertoets .nl//. Het document mag alleen worden gebruikt ten behoeve van het plan, dat in dit document is oms chreven. De informatie in dit document is houdbaar tot maximaal 1 jaar, gerekend vanaf de genoemde datum in dit document."
Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie
09-03-2022, 10:06
P agina 6 van 6
https://dewatertoets.nl
Opdrachtgever
Gemeente Losser
Datum
6 mei 2022
Auteur
Joost Verhoeven
Kenmerk
011953.20220506.N1.02
Status
Definitief
Pagina
1/5
Parkeeronderzoek Tjaskermolen De Lutte 1.
Inleiding
Er liggen plannen voor de bouw van 10 woningen aan de Tjaskermolen in De Lutte die deels zullen parkeren op openbaar terrein. In het verleden zijn er meldingen geweest over parkeeroverlast in de omgeving van deze locatie. De gemeente heeft Goudappel BV gevraagd een parkeerdrukonderzoek te houden in de omliggende straten. Doel is te achterhalen of er overlast is en bepalen of de woningbouw mogelijk tot parkeeroverlast gaat leiden.
Figuur 1.1: In oranje de nieuwbouw, in rood het gebied van het parkeeronderzoek
Goudappel BV werkt vanuit Amsterdam, Den Haag, Deventer, Eindhoven en Leeuwarden en via onze partners in het buitenland
Snipperlingsdijk 4
Postbus 161
+31(0) 570 666 222
BTW NL 0072 11 879 B01
7417 BJ Deventer
7400 AD Deventer
info@goudappel.nl
KVK
Nederland
Nederland
www.goudappel.nl
IBAN NL09 INGB 0001 2746 32
3801 7479
In deze notitie beschrijven we de uitkomsten van het parkeeronderzoek en bekijken we de parkeersituatie rond de nieuwe woningen.
2.
Inventarisatie
Voor het feitelijke onderzoek is het gebied geschouwd. Alle woningen hebben op eigen terrein parkeerruimte voor de eigen auto. We hebben per sectie bekeken welk aantal openbare parkeerplaatsen aanwezig is. Dat is hierna weergegeven. In totaal zijn er 46 parkeerplaatsen beschikbaar in vakken langs de straten.
11 1
10 1
2
8
9
3
7
6
5 4
Figuur 2.1: Sectie-indeling parkeeronderzoek
nr.
straatnaam
aantal parkeerplaatsen
1
Windmolen
3
2
Paltrokmolen
8
3
Tjaskermolen
–
4
Rosmolen
9
5
Rosmolen
6
6
Rosmolen
9
7
Tjaskermolen
–
8
Paltrokmolen
4
9
Paltrokmolen
4
10
Spinnekopmolen
–
11
Waterradmolen
3
Totaal
46
opmerking
3 plekken bezet door werkzaamheden
Tabel 2.1: Inventarisatie openbare parkeerplaatsen
2
3.
Parkeerbezetting
Op dinsdag 5 en donderdag 7 april is het onderzoek uitgevoerd, rond 11 uur ’s avonds. Op beide avonden hebben we op de beschikbare 43 parkeerplaatsen telkens 7 geparkeerde auto’s geteld. Op de dinsdagavond stond 1 auto op de weg geparkeerd, op de Tjaskermolen grenzend aan het plangebied, op donderdag stonden er 2 auto’s op dat wegdeel geparkeerd. De parkeerdruk was beide avonden laag, 16%. De auto’s die geparkeerd stonden buiten de vakken staan wel op het wegvak waar de nieuwe woningen gepland zijn. Direct om de hoek van het nieuwe plangebied waren tijdens het onderzoek aan de Paltrokmolen (sector 2 en 8) 12 parkeerplaatsen vrij, aan de Rosmolen (sector 4 en 5) 14 parkeerplaatsen. De resultaten van de parkeerdrukmeting zijn opgenomen in bijlage 1.
4.
Parkeren bij de nieuwbouw
Het programma voor de nieuwbouw bestaat uit 10 woningen met 13 openbare parkeerplaatsen en 4 parkeerplaatsen op eigen terrein. We hebben een raming van de parkeerbehoefte gemaakt op basis van de parkeerkencijfers van het CROW1. We gaan uit van koopwoningen in een niet stedelijke omgeving binnen de bebouwde kom. Voor een twee onder één kap woning geldt een parkeerkencijfer van 1,8-2,6 pp/woning, gemiddeld 2,2 parkeerplaatsen per woning. Voor een rijhuis of hoekwoning is dat 1,6-2,4, gemiddeld 2 parkeerplaatsen per woning. Per woning moet 0,3 parkeerplaats op openbaar terrein beschikbaar zijn ten behoeve van bezoek. woningtype
aantal
parkeerkencijfer
aantal parkeerplaatsen
twee onder een kap
2
2,2
4,4
rij of hoek
8
2
16
totaal
20
Tabel 4.1: Parkeerraming nieuwbouw
Op basis van de parkeerkencijfers zijn in totaal 20 parkeerplaatsen nodig, waarvan ten minste 3 op openbaar terrein ten behoeve van bezoek.
1
CROW Publicatie 381: Toekomstbestendig parkeren.
3
In het plan zijn 17 parkeerplaatsen aanwezig, waarvan 13 openbaar. Dat betekent dat er drie parkeerplaatsen in de omgeving beschikbaar moeten zijn. Uit het onderzoek naar de parkeerbezetting weten we dat de parkeerplaatsen in de directe omgeving maar beperkt worden gebruikt, op beide avonden waren er direct om de hoek in totaal 26 parkeerplaatsen vrij. Ook als we er rekening mee houden dat in de huidige situatie op de weg geparkeerd wordt op het wegvak waar de nieuwe woningen komen is er ruim voldoende parkeerruimte beschikbaar om het parkeren op te vangen.
4
Bijlage 1 Resultaten Parkeeronderzoek
11 1
10 1
2
8
9
3
7
6
5 4
5