Raadsbesluit Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Losser 2025
Tekst van het document
Hoofdstuk 11 Beëindiging, herziening en intrekking en terugvordering Algemeen Het college past, indien aangewezen, de belangenafweging toe op basis van het nieuwe toetsingskader aan het evenredigheidsbeginsel. Artikel 11.1 Beëindiging Er wordt gesproken van beëindiging als de inwerkingtreding van het besluit ingaat vanaf het heden of naar de toekomst toe. Beëindiging heeft dus, in tegenstelling tot een herziening/intrekking, geen terugwerkende kracht. In dit artikel is bepaald wanneer het college kan overgaan tot beëindiging van de maatwerkvoorziening dan wel pgb. Artikel 11.2 Herzien of intrekken van besluiten Voor de cliënt geldt op grond van artikel 2.3.8 van de wet de plicht tot het desgevraagd of onverwijld mededeling doen van feiten of omstandigheden die van belang zijn voor de voortzetting van het
40
recht op een maatwerkvoorziening dan wel een pgb. Deze verplichting geldt (in geval van een pgb) ook jegens de Sociale verzekeringsbank (SVB). Het (deels) ongedaan maken van een aanspraak over een periode in het verleden, wordt herzien/intrekken genoemd. Een herziening/intrekking van een besluit is het met terugwerkende kracht opnieuw beslissen over de aanspraak over een periode in het verleden, waarbij de aanspraak afwijkend wordt vastgesteld of wordt ingetrokken in het geval er in het geheel geen aanspraak heeft bestaan. Het college kan een besluit herzien of intrekken als onjuiste inlichtingen zijn verstrekt en de verstrekking van juiste inlichtingen tot een ander besluit zou hebben geleid of bij het niet voldoen aan andere voorwaarden genoemd in artikel 2.3.10, eerste lid, van de wet. Ook kan het voorkomen dat de cliënt de verplichtingen uit een privaatrechtelijke overeenkomst met de aanbieder, niet of onvoldoende nakomt. Denk bijvoorbeeld aan het onzorgvuldig gebruik van een scootmobiel. De verordening biedt daarom een publiekrechtelijke grondslag om het betreffende toekenningsbesluit in te trekken. Dat betekent nadrukkelijk niet dat op het college in zo’n geval geen ondersteuningsplicht meer rust, maar dat mogelijk - de feiten en omstandigheden in aanmerking genomen - kan worden volstaan met het verstrekken van een gebruikerspas voor de Regiotaxi.
Artikel 11.3 Terugvordering geldswaarde Eerste lid In dit lid is de wettelijke bevoegdheid van het college uitgewerkt tot het terugvorderen van ten onrechte genoten maatwerkvoorzieningen, financiële tegemoetkomingen dan wel pgb’s in geval de inlichtingenplicht door de cliënt opzettelijk is geschonden en/of de derde daaraan opzettelijk zijn medewerking heeft verleend (bijv. CRVB:2023:209, CRVB:2022:724). Gelet op het reparatoire karakter van de terugvordering ligt het op de weg van het college de opzet aannemelijk te maken. Tweede lid Spreekt voor zich, behoeft geen toelichting.
Hoofdstuk 12 Kwaliteit, klachten en medezeggenschap Artikel 12.1 Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning De Wmo 2015 maakt met artikel 3.1 van de wet de door gemeenten gecontracteerde aanbieders direct verantwoordelijk voor het leveren van voorzieningen (ondersteuning) van goede kwaliteit. Ook zijn een aantal uitgangspunten bepaald die in ieder geval gelden voor diensten en hulpmiddelen. Het college zal er op toe moeten zien dat de eisen door aanbieders worden nageleefd. Het in dit artikel genoemde jaarlijkse cliëntervaringsonderzoek is verplicht op grond van artikel 2.5.1, eerste lid, van de wet. Artikel 12.2 Verhouding prijs en kwaliteit van voorziening geleverd door derden Eerste en tweede lid Bij verordening moeten regels worden gesteld ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van een voorziening en de eisen die worden gesteld aan de kwaliteit daarvan (art. 2.6.6, eerste lid, van de wet). Daarbij dient in ieder geval rekening gehouden te worden met de deskundigheid van de beroepskrachten en de arbeidsvoorwaarden. Om te voorkomen dat alleen gekeken wordt naar de laagste prijs voor de uitvoering worden in dit artikel in een aantal andere aspecten genoemd waarmee het college bij het vaststellen van tarieven (naast de prijs) rekening dient te houden.
Hiermee wordt bereikt dat een beter beeld ontstaat van reële kostprijs voor de activiteiten die zij door aanbieders willen laten uitvoeren. Derde lid Spreekt voor zich, behoeft geen toelichting.
41
Artikel 12.3 Klachtregeling De gemeente is op grond van de Awb in het algemeen verplicht tot een behoorlijke behandeling van mondelinge en schriftelijke klachten over gedragingen van personen en bestuursorganen die onder haar verantwoordelijkheid werkzaam zijn. Eerste lid In dit lid is een bepaling opgenomen over het gemeentelijke klachtrecht. Deze bepaling is niet verplicht op grond van deze wet en is hier opgenomen in het belang om in de verordening een compleet overzicht van rechten en plichten van cliënten te geven. Gelet op het van toepassing zijnde hoofdstuk 9 van de Awb, waarin een uitvoerige regeling omtrent klachtbehandeling is gegeven, en ook het recht is neergelegd om na de afhandeling van de klacht de bevoegde ombudsman te verzoeken een onderzoek in te stellen, kan in deze verordening met de eenvoudige bepaling van het eerste lid worden volstaan. De reguliere klachtenregeling van de gemeente Losser is hierop van toepassing. Tweede lid In dit lid is een bepaling over klachten ten aanzien van aanbieders opgenomen. Een dergelijke bepaling is verplicht op grond van artikel 2.1.3, tweede, onder e, van de wet, waarin is bepaald dat in de verordening in ieder geval wordt bepaald ten aanzien van welke voorzieningen en diensten regeling voor de afhandeling van klachten van cliënten is vereist. Desbetreffende aanbieder is verplicht hiervoor een klachtregeling op te stellen.
Om te voorkomen dat cliënten zich benadeeld gaan voelen kunnen zij hun klacht jegens de aanbieder eerst bij de betreffende aanbieder indienen. Zij moeten erop kunnen vertrouwen dat de aanbieder de klacht snel in behandeling neemt en de klacht ook snel afhandelt. Daar waar de afhandeling niet naar wens is, staat de weg naar de gemeente voor het indienen van de klacht open. Derde lid Hierin zijn een aantal instrumenten voor het college aangegeven om te zorgen dat de verplichting tot klachtregeling door aanbieders goed wordt uitgevoerd. Artikel 12.4 Medezeggenschap bij aanbieders van maatschappelijke ondersteuning Dit artikel geeft uitvoering aan artikel 2.1.3, tweede lid, onder f van de wet, waarin is bepaald dat in ieder geval moet worden bepaald ten aanzien van welke voorzieningen een regeling voor medezeggenschap van cliënten over voorgenomen besluiten van de aanbieder, welke voor de gebruikers van belang zijn, vereist is. In dit artikel gaat het dus om medezeggenschap van cliënten tegenover de aanbieder. Voorheen moest de aanbieder voldoen aan de in de Wet klachtrecht cliënten en de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen (Wmcz) gestelde regels. Onder de Wmcz werd inspraak tegenover de aanbieder verwezenlijkt via de cliëntenraad. Onder de Wmo 2015 is het stellen van regels geheel aan gemeenten overgelaten.
Eerste en tweede lid Hierin is dit uitgewerkt door het bepalen dat aanbieders een regeling voor medezeggenschap dienen vast te stellen. Alle aanbieders van maatwerkvoorzieningen zijn verplicht zo’n regeling op te stellen. In de tweede lid is een aantal instrumenten voor het college aangegeven om te zorgen dat de verplichting tot medezeggenschap door aanbieders goed wordt uitgevoerd.
Hoofdstuk 13 Mantelzorgerwaardering en inspraak Artikel 13.1 Jaarlijkse waardering mantelzorgers Deze bepaling is een uitwerking van de verordeningsplicht in artikel 2.1.6 van de wet. Hierin is opgenomen dat bij verordening wordt bepaald hoe het college zorg draagt voor een jaarlijkse blijk
42
van waardering voor de mantelzorgers van cliënten in de gemeente. De gemeente Losser doet dit door activiteiten te organiseren op de dag van de mantelzorg. Artikel 13.2 Inspraak In dit artikel wordt verwezen naar de krachtens artikel 150 van de gemeentewet vastgestelde inspraakverordening en de inspraakverordening van de gemeente Losser. Op deze manier wordt gewaarborgd dat er voor het Wmo-beleid eenzelfde inspraakprocedure geldt als op andere terreinen. Regeling van inspraak en medezeggenschap is verplicht op grond van artikel 2.1.3, derde lid, van de wet.
Hoofdstuk 14 Slotbepalingen Artikel 14.1 Hardheidsclausule Een beschikking dient in het individuele geval maatwerk te zijn. Onder omstandigheden kan dit er toe leiden dat moet worden afgeweken van een bepaling in de verordening met een rechtstreekse verwijzing naar artikel 2.3.5 van de wet. Te verwachten is dat een beroep op de hardheidsclausule minder vaak zal voorkomen. Er vindt immers op basis van artikel 2.3.2 van de wet standaard al een zorgvuldige beoordeling plaats waarbij met alle persoonlijke omstandigheden rekening wordt gehouden. De hardheidsclausule wordt in deze verordening niettemin gehandhaafd als vangnet voor al die situaties waarbij toepassing van de verordening leidt tot een onbillijke situatie. Het afwijken van de verordening kan alleen ten gunste en nooit ten nadele van de cliënt. In het algemeen geldt dat de cliënt gemotiveerd moet aangeven dat zijn situatie bijzonder is. Hij zal dat desgevraagd ook nader moeten onderbouwen. Artikel 14.2 Intrekking oude verordening en overgangsrecht Eerste en tweede lid De Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Losser 2022 maakt plaats voor deze verordening. Voor lopende besluiten geldt overgangsrecht. Derde lid Dit lid bepaalt dat deze verordening onmiddellijke werking heeft voor aanvragen waarop het college beslist na de inwerkingtreding.
Vierde lid Dit lid bepaalt dat lopende bezwaarschriften volgens de ‘oude’ verordening worden afgehandeld. Artikel 14.3 Inwerkingtreding en citeertitel Dit artikel bepaalt de inwerkingtreding van deze verordening en legt vast hoe de verordening dient te worden aangehaald.
43