Ontwerpverordening jeugdhulp 2022 geconsolideerd.pdf
Tekst van het document
Onderwerp Zaaknr. Documentnr.
: Verordening jeugdhulp gemeente Losser 2022 : 22Z01255 : 22.0014624
Verordening jeugdhulp gemeente Losser 2022
De raad van de gemeente Losser, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 30 augustus 2022; gelet op de artikelen 2.9, 2.10, 2.12 en 8.1.1, derde lid, van de Jeugdwet; overwegende dat: •
•
•
de Jeugdwet de verantwoordelijkheid voor het organiseren van goede en toegankelijke jeugdhulp bij de gemeente heeft belegd, waarbij het uitgangspunt is dat de verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen allereerst bij de ouders en de jeugdige zelf ligt; het noodzakelijk is om regels vast te stellen over: - de door het college te verlenen individuele voorzieningen en overige voorzieningen; - de voorwaarden voor toekenning, de wijze van beoordeling van en de afwegingsfactoren bij een individuele voorziening; - de wijze waarop de toegang tot en de toekenning van een individuele voorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen; - de wijze waarop de hoogte van een persoonsgebonden budget wordt vastgesteld; - de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een individuele voorziening of een persoonsgebonden budget, alsmede misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet; - de waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van jeugdhulp of de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering en de eisen die worden gesteld aan de kwaliteit daarvan; het wenselijk is te bepalen onder welke voorwaarden degene aan wie een persoonsgebonden budget wordt verstrekt, de jeugdhulp kan betrekken van een persoon die behoort tot diens sociale netwerk.
besluit vast te stellen: de Verordening jeugdhulp gemeente Losser 2022.
Verordening jeugdhulp gemeente Losser 2022
1
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1.1 Begripsbepalingen 1. In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. algemene voorziening: een voorziening waar de jeugdige of zijn ouders gebruik van kunnen maken zonder dat een beslissing van de gemeente nodig is. Deze voorziening is dus vrij toegankelijk; b. budgethouder: de persoon aan wie persoonsgebonden budget is toegekend; c. college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Losser als bedoeld in artikel 34 van de Gemeentewet; d. financieel besluit: een door het college vastgestelde regeling, waarin op grond van deze verordening bedragen en eventuele nadere regels zijn gesteld; e. gesprek: het mondelinge contact bij het onderzoek naar de hulpvraag; f. hulpvraag: de behoefte van een jeugdige of zijn ouders aan jeugdhulp in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en/of stoornissen, als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van de wet waarvoor een melding wordt gedaan; g. individuele voorziening: een op de jeugdige of zijn ouders toegesneden jeugdhulpvoorziening die door het college in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget wordt verstrekt; h.
ondersteuningsbehoefte: wat een jeugdige of zijn ouders ondanks de aanwezige eigen kracht/mogelijkheden en sociaal netwerk nodig heeft om te kunnen functioneren, respectievelijk wat het gezin ondanks de aanwezige eigen kracht/mogelijkheden en het sociaal netwerk nodig heeft om de jeugdigen in het gezin (weer) zonder belemmering of bedreiging te laten ontwikkelen. i. ondersteuningsplan: een document waarin de ondersteuningsbehoefte van de jeugdige en/of zijn ouders is vastgelegd, samen met de doelen (beoogde resultaten) en hoe deze te bereiken, evenals de bijdragen die zowel het college als de hulpvrager en zijn sociale netwerk hieraan kunnen leveren; j. persoonsgebonden budget (pgb): het persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 8.1.1 van de Jeugdwet, zijnde een door het college verstrekt budget aan een jeugdige of zijn ouders, dat hem in staat stelt de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort van derden te betrekken; k. pgb-plan: een aan een jeugdige of zijn ouders aangereikt en door de jeugdige of zijn ouders ingevuld format pgb-plan. Het pgb-plan wordt door het college beoordeeld in verband met de aanspraak op een persoonsgebonden budget (pgb); l.
pgb-vertegenwoordiger: een door de jeugdige of zijn ouders gemachtigde natuurlijke persoon of rechtspersoon dan wel een door de rechter benoemde wettelijk vertegenwoordiger die de aan het persoonsgebonden budget verbonden taken op zich neemt; m. sociaal netwerk: personen uit huiselijke kring of andere personen met wie de jeugdige of zijn ouders een sociale relatie onderhoudt; n. toegangsteam: de uitvoeringsorganisatie die door de gemeente belast is met de uitvoering van ondersteuning aan inwoners die (tijdelijk) problemen ondervinden met hun zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie; o. Twents model: het uniforme model voor jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning dat de Twentse gemeenten hanteren voor de inkoop per 1 januari 2019. In het Twents model staat het resultaat dat de inwoner of het gezin wil bereiken centraal; p. Veilig Thuis Twente: het regionale advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet; q. wet: Jeugdwet;
Verordening jeugdhulp gemeente Losser 2022
2
r.
Wettelijk voorliggende voorziening: een voorziening op grond van een andere wet dan de Jeugdwet. Deze voorzieningen noemen we voorliggend, omdat ze voorrang hebben op voorzieningen uit de Jeugdwet.
2. Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Jeugdwet, het Uitvoeringsbesluit en de Algemene wet bestuursrecht.
Hoofdstuk 2. Algemene voorzieningen Artikel 2.1 Beschikbare algemene voorzieningen 1. De volgende algemene voorzieningen zijn beschikbaar: a. Informatie en opvoedingsadvies; b. Preventieve opvoedings- en opgroeiondersteuning individueel; c. Preventieve opvoedings- en opgroeiondersteuning groepsgewijs; d. Ondersteuning vanuit het toegangsteam werk, inkomen, jeugd en zorg (WIJZ); - kortdurende ondersteuning; - casemanagement; - thuisbegeleiding; - maatschappelijk werk. 2. Het college kan nadere regels vaststellen over welke algemene voorzieningen op basis van het eerste lid beschikbaar zijn. Artikel 2.2 Toegang algemene voorziening 1. Een algemene voorziening is rechtstreeks toegankelijk zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften en persoonskenmerken van de jeugdige of zijn ouders. 2. Jeugdigen en ouders die menen een beroep te kunnen doen op een algemene voorziening, kunnen zich rechtstreeks wenden tot de betreffende instelling die deze voorziening aanbiedt.
Hoofdstuk 3. Individuele voorzieningen Artikel 3.1 Beschikbare individuele voorzieningen 1. De volgende individuele voorzieningen zijn beschikbaar: a. ondersteuningsbehoefte 1 t/m 4 (incl. ambulante spoedhulp); b. dyslexiezorg; c. consultatie en diagnostiek; d. wonen en verblijf; e. hoog specialistische 24-uurs zorg; f. maatregelhulp; g. beschikbaarheidsvoorzieningen; h. curatieve jeugd geestelijke gezondheidszorg; i. vervoer van de jeugdige van en naar de locatie waar de jeugdhulp wordt geboden 2. Het college kan nadere regels vaststellen over welke individuele voorzieningen op basis van het eerste lid beschikbaar zijn. Artikel 3.2 Aanvraag 1. Een aanvraag voor een individuele voorziening is vormvrij (schriftelijk, digitaal of mondeling). De aanvraag kan dan ook mondeling, schriftelijk of digitaal bevestigd worden door het college. In het ondersteuningsplan is de bevestiging schriftelijk terug te vinden.
Verordening jeugdhulp gemeente Losser 2022
3
2. Het college wijst de jeugdige en/of zijn ouders op de mogelijkheid gebruik te maken van een onafhankelijke vertrouwenspersoon of onafhankelijke cliëntondersteuning. 3. Het college kan nadere regels vaststellen met betrekking tot de procedure voor de aanvraag van een individuele voorziening. Artikel 3.3 Toegang en besluit 1. Het college legt de beslissing omtrent het al dan niet verlenen van een individuele voorziening door het toegangsteam WIJZ vast in een beschikking. Het ondersteuningsplan en het afsprakenof resultatenoverzicht kunnen onderdeel uitmaken van de beschikking. 2. Het college neemt het besluit als bedoeld in het eerste lid op grond van de aanvraag, evenals het onderzoek en het daaruit volgende ondersteuningsplan als bedoeld in artikel 3.5. 3. In spoedeisende gevallen treft het college zo spoedig mogelijk een passende voorziening, of vraagt het college een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp aan, aIs bedoeld in hoofdstuk 6 van de wet, in afwachting van de uitkomsten van het onderzoek. 4. Het college draagt zorg voor de inzet van jeugdhulp na verwijzing door de huisarts, medisch specialist of jeugdarts, als en voor zover de jeugdhulpaanbieder van oordeel is dat inzet van jeugdhulp nodig is. Alleen op aanvraag wordt een beschikking afgegeven. 5.
Het college zorgt voor inzet van jeugdhulp die de rechter of de gecertificeerde instelling nodig acht bij de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel en de uitvoering van jeugdreclassering. Alleen op aanvraag wordt een beschikking afgegeven. 6. De jeugdige of zijn ouders moeten zich binnen 3 maanden na de besluitdatum hebben gemeld bij een jeugdhulpaanbieder, dan wel bij het pgb binnen 3 maanden zijn gestart met het werken aan het resultaat waarvoor het is verstrekt. Artikel 3.4 Vooronderzoek 1. Het college verzamelt alle voor het onderzoek van belang zijnde en toegankelijke gegevens over de jeugdige en zijn situatie en maakt zo spoedig mogelijk een afspraak voor een onderzoek. 2. Voor het onderzoek verschaffen de jeugdige of zijn ouders aan het college alle overige gegevens en bescheiden die naar het oordeel van het college voor het onderzoek nodig zijn en waarover zij redelijkerwijs de beschikking kunnen krijgen. 3. Het college kan in overleg met de jeugdige of zijn ouders afzien van een vooronderzoek als bedoeld in het eerste en tweede lid. Artikel 3.5 Het onderzoek en opstellen ondersteuningsplan 1. Het college onderzoekt in een gesprek met de jeugdige of zijn ouders zo spoedig mogelijk en voor zover nodig in het kader van de hulpvraag: a.
de behoeften, persoonskenmerken, voorkeuren, veiligheid, ontwikkeling en gezinssituatie van de jeugdige of zijn ouders en het probleem of de hulpvraag; b. het gewenste resultaat van het verzoek om jeugdhulp; c. het vermogen van de jeugdige of zijn ouders om zelf of met ondersteuning van de naaste omgeving een oplossing voor de hulpvraag te vinden; d. de mogelijkheden om gebruik te maken van een andere voorziening; e. de mogelijkheden om de hulpvraag te beantwoorden door het inzetten van een algemene voorziening; f. de mogelijkheden om een individuele voorziening te verstrekken; g. de mogelijkheden om te kiezen voor een pgb, waarbij de jeugdige of zijn ouders in begrijpelijke bewoordingen wordt ingelicht over de gevolgen van die keuze; h. de wijze waarop een mogelijk toe te kennen individuele voorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, wonen of werk en inkomen;
Verordening jeugdhulp gemeente Losser 2022
4
i.
2. 3.
4.
5.
6. 7.
hoe rekening kan worden gehouden met de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jeugdige en zijn ouders. Bij het onderzoek kan het college de identiteit van de jeugdige en/of zijn ouders vaststellen aan de hand van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht. Het college kan, met schriftelijke instemming van de jeugdige of zijn ouders, informatie inwinnen bij andere instanties, zoals de huisarts, en met deze in gesprek gaan over de problemen en de meest aangewezen hulp. Het college kan consultatie en diagnostiek vragen aan een jeugdhulpaanbieder over welke jeugdhulp het best passend is voor de jeugdige of zijn ouders. Het college en de jeugdige of zijn ouders leggen de relevante en van toepassing zijnde informatie, genoemd in het eerste lid, schriftelijk vast in het ondersteuningsplan. Als de jeugdige en zijn ouders al een pgb-plan, ondersteuningsplan of familiegroepsplan als bedoeld in artikel 1.1. van de wet hebben opgesteld, betrekt het college dat als eerste bij het onderzoek, bedoeld in het eerste lid. Na afronding van het onderzoek verstrekt het college aan de jeugdige of zijn ouders het ondersteuningsplan met de uitkomsten van het onderzoek, tenzij zij hebben meegedeeld dit niet te wensen.
Opmerkingen of latere aanvullingen van de jeugdige of zijn ouders worden aan het ondersteuningsplan toegevoegd. Het college kan in overleg met de jeugdige of zijn ouders afzien van het gesprek.
Artikel 3.6 Criteria individuele voorzieningen 1. Jeugdigen of ouders kunnen slechts in aanmerking komen voor een individuele voorziening voor zover zij geen oplossing kunnen vinden voor de hulpvraag: a. binnen hun eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen, waaronder in ieder geval wordt verstaan: i. op eigen kracht van ouders en/of hulp van andere personen uit het sociale netwerk; ii. het aanspreken van een aanvullende verzekering die is afgesloten. b. door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een algemene voorziening, of c. door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een andere voorziening. 2. Er bestaat slechts aanspraak op een individuele voorziening voor zover deze als passende individuele voorziening (goedkoopst adequaat) is aan te merken. 3. Indien de aanvraag betrekking heeft op kosten voor jeugdhulp die de jeugdige of ouder voorafgaand aan de aanvraag heeft gemaakt, kan het college hier enkel een voorziening voor verstrekken: a. als op het moment van de aanvraag nog steeds sprake is van opgroei- of opvoedingsproblemen, psychische problemen of stoornissen waarvoor de hulp is ingezet, en b. voor zover het college de noodzaak en passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kan beoordelen. 4. Het college kan nadere regels stellen ter verdere uitwerking van de criteria, zoals genoemd in het eerste en tweede lid.
Artikel 3.7 Aanvullende criteria persoonsgebonden budget 1. De jeugdige, zijn ouders of de wettelijk vertegenwoordiger hebben onverminderd artikel 8.1.1 van de wet de mogelijkheid om te kiezen voor een pgb indien de jeugdige of zijn ouders naar oordeel van het college op eigen kracht, al dan niet met hulp uit zijn sociale netwerk, voldoende in staat is te achten tot: a. een redelijke waardering van zijn belangen, en b. het op een verantwoorde manier uitvoeren van de aan een pgb verbonden taken; 2. Als een jeugdige of zijn ouders de jeugdhulp zelf wenst in te kopen met een pgb, dient hij daartoe een pgb-plan in. In het pgb-plan weten de jeugdige of zijn ouders te motiveren waarom een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb gewenst is.
Verordening jeugdhulp gemeente Losser 2022
5
3. Een pgb voor het betrekken van jeugdhulp door een persoon die behoort tot het sociaal netwerk kan worden verstrekt als aan onderstaande voorwaarden wordt voldaan: a. de geboden jeugdhulp is passend, adequaat en veilig; b. de geboden hulp naar oordeel van het college leidt tot gelijk of beter resultaat dan formele hulp; c. de personen uit het sociaal netwerk die de hulp gaan verlenen, hebben zich voldoende op de hoogte gesteld van de verantwoordelijkheden die aan het bieden van jeugdhulp verbonden zijn; d. een geldige VOG-verklaring getoond kan worden. 4. De persoon aan wie een pgb wordt verstrekt, kan de jeugdhulp betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk voor zover het niet gaat om een vorm van behandeling of specialistische ondersteuning. 5. Aan de in het eerste en tweede lid gestelde voorwaarden wordt niet voldaan als de ondersteuner een belang heeft dat tegengesteld is aan het belang van de jeugdige of zijn ouders.
Artikel 3.8 Verplichtingen persoonsgebonden budget 1. Aan het pgb zijn de volgende verplichtingen verbonden: de jeugdige of zijn ouders stellen het format pgb-plan op dat ingediend kan worden voor of na het gesprek, maar uiterlijk bij het indienen van een aanvraag.. Het college kan aanvullende voorwaarden aan de inhoud van het pgb-plan stellen (zie artikel 3.10); a. het pgb mag in ieder geval niet aan administratieve bemiddelingsbureaus, andere tussenpersonen of andere belangenbehartigers worden betaald; b. Het pgb moet binnen drie maanden na toekenning zijn aangewend voor bekostiging van het resultaat waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden, zoals bedoeld in artikel 3.3, zesde lid. In geval van een woonvoorziening kan van deze termijn worden afgeweken in overleg met het college. 2. De jeugdige of zijn ouders aan wie een pgb is toegekend, sluit met de hulpverlener een zorgovereenkomst volgens een verplicht format van de Sociale Verzekeringsbank (SVB), waarin onder andere afspraken zijn opgenomen over de wijze van declareren. 3. In de zorgovereenkomst, als bedoeld in het tweede lid, sluit de hulpverlener zich aan bij de afspraken die zijn gemaakt in het pgb-plan over de kwaliteit en het resultaat van de jeugdhulp. 4.
De kwaliteitseisen die gelden voor de door het college gecontracteerde jeugdhulpaanbieders zijn ook van toepassing op de derde aan wie het pgb wordt besteed, tenzij het pgb daardoor onbereikbaar wordt en de jeugdige of zijn ouders onverkort voldoet aan de voorwaarden van artikel 8.1.1 van de wet en bepalingen van de verordening. Voor personen uit het sociaal netwerk gelden de gestelde opleidingseisen niet, maar wel de Verklaring Omtrent Gedrag, als bedoeld in artikel 4.16 van de wet. 5. De jeugdige of zijn ouders aan wie een pgb is toegekend, zorgt er voor dat een jeugdhulpaanbieder op wie het Arbeidstijdenwet niet van toepassing is niet meer dan veertig uur in één week voor hem werkzaamheden verricht; 6. Het college kan nadere regels vaststellen over de aan het pgb verbonden voorwaarden en verplichtingen.
Artikel 3.9 Hoogte persoonsgebonden budget 1. Bij het vaststellen van de hoogte van het pgb, wordt onderscheid gemaakt tussen formele en informele hulp. 2. Van formele hulp is sprake als de hulp verleend wordt door onderstaande personen (met uitzondering van personen uit het sociaal netwerk van de jeugdige of zijn ouders):
Verordening jeugdhulp gemeente Losser 2022
6
3.
4. 5.
6.
7. 8.
9.
a. personen die werkzaam zijn bij een instelling die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staat in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en die beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken, of; b. personen die aangemerkt zijn als zelfstandige zonder personeel. Daarnaast moeten ze ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken. c. personen die ingeschreven staan in het register, bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG-register) en/of artikel 5.2.1 van het Besluit Jeugdwet (SKJ-register), voor het uitoefenen van een beroep voor het verlenen van jeugdhulp. Van informele hulp is sprake als: a. de hulp geboden wordt door personen die niet voldoen aan de criteria als genoemd in lid 2; b. de hulp geboden wordt door personen die voldoen aan de criteria als genoemd in lid 2, maar tot het sociaal netwerk van de jeugdige en/of zijn ouders horen. Indien de jeugdhulp geboden wordt door een bloed- of aanverwant in de 1e of 2e graad van de budgethouder is er altijd sprake van informele hulp.
De formele of informele hulpverlener mag niet tevens pgb-vertegenwoordiger zijn. Ook mag de formele of informele hulpverlener geen familie (bloed- en/of aanverwant tot in de tweede graad) zijn van de pgb-vertegenwoordiger. Het pgb voor formele hulp als bedoeld onder lid 2 bedraagt maximaal 85% van de kostprijs van de in de situatie van de jeugdige of zijn ouders goedkoopst compenserende voorziening in natura en is toereikend (m.u.v. de module wonen en verblijf voor formeel pgb). Het pgb voor informele hulp als bedoeld onder lid 3 onderdeel b is gelijk aan het bedrag, zoals genoemd in artikel 5.22, eerste lid, van de Regeling langdurige zorg. Voor het tarief voor vervoer van en naar de locatie waar groepsondersteuning via formele hulp wordt geboden geldt 85% van het zorg in natura tarief. Voor groepsondersteuning via informele hulp is het tarief gebaseerd op de autokosten volgens het Nibud (miniklasse). Het college stelt de tarieven die het verschuldigd is aan de (gecontracteerde) jeugdhulp aanbieders, de tarieven omtrent het pgb en de andere bedragen vast in het Financieel besluit.
Artikel 3.10 Besteding persoonsgebonden budget 1. De budgethouder mag een pgb gedurende maximaal 13 weken per kalenderjaar buiten de gemeente Losser besteden. Deze periode is vanzelfsprekend niet begrensd indien het gesloten jeugdhulp betreft en de woonplaats van jeugdige niet wijzigt. 2. De budgethouder kan het pgb voor ten hoogste zes weken per kalenderjaar inzetten voor betaling van jeugdhulp tijdens verblijf buiten Nederland. 3. Het pgb voor informele hulp mag niet worden besteed aan ouder(s) dan wel personen uit het sociaal netwerk als en voor zover; a. een voorziening die voor de jeugdige of zijn ouders algemeen gebruikelijk wordt geacht; b. activiteiten, die naar oordeel van het college worden aangemerkt als eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen; c. personen uit het sociaal netwerk, die overbelast zijn of dreigen te geraken. 4. De volgende kosten zijn uitgesloten voor vergoeding vanuit een pgb: a. kosten voor bemiddeling; b. kosten voor tussenpersonen of belangenbehartigers; c. kosten voor het voeren van een pgb-administratie; d. kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb; e. kosten voor feestdagenuitkering; f. vervoerskosten naar groepsondersteuning als hiervoor geen beschikking afgegeven zal worden; Verordening jeugdhulp gemeente Losser 2022
7
g. reiskosten hulpverlener of een derde aan wie het pgb besteed wordt; h. bijkomende zorgkosten; i. contributie voor het lidmaatschap (bijvoorbeeld van Per Saldo), kosten voor het volgen van cursussen over pgb, kosten voor het bestellen van informatiemateriaal; j. alle zorg en ondersteuning die onder een andere wet dan de Jeugdwet vallen; k. inkopen van ondersteuning buiten EU-landen, vanwege de onmogelijke opgave om te controleren op kwaliteit en financiën. 5. Het college kent geen verantwoordingsvrij bedrag toe vanuit het pgb. 6. Het college verleent geen éénmalige uitkering bij beëindigen van het pgb. 7. Het is niet toegestaan om automatisch een vast bedrag per periode uit te betalen. Hoofdstuk 4. Herziening, beëindiging, intrekking, terugvordering en bestrijding misbruik Artikel 4.1. Herziening, beëindiging, intrekking en terugvordering zorg in natura (zin) en persoonsgebonden budget (pgb) 1. Degene aan wie krachtens deze verordening een individuele voorziening is verstrekt, is verplicht op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan het college mededeling te doen van feiten en omstandigheden, waarvan hun redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande een individuele voorziening, bedoeld in artikel 8.1.2. van de wet. 2.
Onverminderd artikel 8.1.4 van de wet kan het college een besluit, genomen op grond van deze verordening, beëindigen, wijzigen, herzien of intrekken als het college vaststelt dat: a. de jeugdige of zijn ouders onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; b. de jeugdige of zijn ouders niet langer op de individuele voorziening of het daarmee samenhangende pgb zijn aangewezen; c. de individuele voorziening of het daarmee samenhangende pgb niet meer toereikend is te achten; d. de jeugdige langer dan 8 weken verblijft in een (residentiele) jeugdhulpinstelling of een instelling als bedoeld in de Wet langdurige zorg of de zorgverzekeringswet; e. de jeugdige of zijn ouders niet voldoen aan de voorwaarden van de individuele voorziening of het pgb, of f. de jeugdige of zijn ouders de individuele voorziening of het daarmee samenhangende pgb niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het is bestemd. 3.
Als het college een besluit op grond van het tweede lid onderdeel a tot en met f heeft herzien of ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens heeft plaatsgevonden, kan het college van degene die onjuiste of onvolledige gegevens heeft verschaft geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten individuele voorziening middels zorg in natura of het ten onrechte genoten pgb. 4. Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het pgb binnen zes maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. 5. Een pgb wordt beëindigd op de laatste dag van de maand, waarin de jeugdige is dan wel niet langer staat ingeschreven in het Basisregistratie Personen (BRP) van de gemeente Losser, conform het woonplaatsbeginsel. 6. Het college onderzoekt uit het oogpunt van kwaliteit van de geleverde zorg, al dan niet steekproefsgewijs, de bestedingen van pgb’s. 7. Het college kan periodiek onderzoeken of er aanleiding is een besluit te heroverwegen en kan hierover nadere regels opstellen.
Verordening jeugdhulp gemeente Losser 2022
8
Artikel 4.2 Bestrijding oneigenlijk gebruik, misbruik en niet-gebruik 1. Het college informeert jeugdigen en ouders in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een jeugdhulpvoorziening zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet. 2. Het college wijst een toezichthouder aan die belast is met het houden van toezicht op de naleving van rechtmatige uitvoering van de wet, waaronder de bestrijding van misbruik, oneigenlijk gebruik en niet-gebruik van deze wet. 3. Het college kan nadere regels opstellen over de bevoegdheden van de toezichthouder.
Hoofdstuk 5. Afstemming met andere voorzieningen Artikel 5.1 Afstemming met gezondheidszorg 1. Het college maakt afspraken met de huisartsen, medisch specialisten, jeugdartsen en de zorgverzekeraars over de voorwaarden waaronder en de wijze waarop de verwijzing, als bedoeld in artikel 2.6 eerste lid, onderdeel g van de wet en artikel 3.3 lid 4 van deze verordening, plaatsvindt. 2. Het college maakt afspraken met de zorgverzekeraars en het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) hoe de continuïteit van zorg te garanderen voor jeugdigen die jeugdhulp ontvangen en de leeftijd van 18 jaar bereiken en daarmee onder de Zorgverzekeringswet of Wet langdurige zorg komen te vallen, en hoe te voorkomen dat jeugdigen tussen wal en schip vallen wanneer er discussie is over het wettelijke kader. Artikel 5.2 Afstemming met Veilig Thuis Twente, gecertificeerde instellingen en het justitiedomein 1. Het college maakt afspraken met Veilig Thuis Twente en de gecertificeerde instellingen over de aansluiting tussen de algemene voorzieningen als bedoeld in hoofdstuk 2 en de gecertificeerde instellingen. Ook worden er afspraken gemaakt met de gecertificeerde instellingen, de Raad voor de Kinderbescherming en Justitiële Jeugdinrichtingen over de inzet van jeugdhulp bij de uitvoering van een strafrechtelijke beslissing en jeugdreclassering als bedoeld in artikel 2.4 lid 2 onderdeel b van de wet. 2.
Het college en de gecertificeerde instelling leggen de afspraken als bedoeld in het eerste lid vast in een protocol als bedoeld in artikel 3.5 lid 3 lid van de wet. Artikel 5.3. Afstemming met voorschoolse voorzieningen, onderwijs en leerplicht 1. Het college zorgt ervoor dat alle locaties, primair onderwijs, voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs een contactpersoon hebben bij het toegangsteam WIJZ van de gemeente. 2. Het college draagt zorg voor een goede afstemming tussen de in lid 1 genoemde contactpersonen en de leerplichtambtenaren. 3. Afspraken over de afstemming van jeugdhulpvoorzieningen, onderwijszorg en leerplichtzaken worden vastgelegd in het ondersteuningsplan van de jeugdige of zijn ouders. Artikel 5.4 Afstemming met Wmo‐voorzieningen en voorzieningen werk en inkomen 1. Het college draagt zorg voor een goede afstemming van voorzieningen op grond van deze verordening en voorzieningen voor jeugdigen of zijn ouders op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). 2. Het college draagt zorg voor de continuïteit van zorg onder zijn verantwoordelijkheid wanneer de jeugdige de leeftijd van 18 jaar bereikt. 3.
Het college draagt zorg dat het toegangsteam, jeugdhulpaanbieders en de gecertificeerde instellingen financiële belemmeringen voor het slagen van preventie en jeugdhulp vroegtijdig signaleren en waar nodig jeugdigen en hun ouders helpen de juiste ondersteuning vanuit de gemeentelijke voorzieningen - zoals schuldhulpverlening, inkomensvoorzieningen, re-
Verordening jeugdhulp gemeente Losser 2022
9
integratievoorzieningen en armoedevoorzieningen - te krijgen om deze belemmeringen weg te nemen.
Hoofdstuk 6. Waarborgen verhouding prijs en kwaliteit Artikel 6.1 Verhouding prijs en kwaliteit jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen Het college houdt in het belang van een goede prijs-kwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te leveren jeugdhulp of uit te voeren maatregelhulp, rekening met: a. de aard en omvang van de te verrichten taken; b. de voor de sector toepasselijke Cao-schalen in relatie tot de zwaarte van de functie; c. een redelijke toeslag voor overheadkosten; d. een voor de sector reële mate van non-productiviteit van het personeel als gevolg van verlof, ziekte, scholing en werkoverleg; e. kosten voor bijscholing van het personeel.
Hoofdstuk 7. Klachten en medezeggenschap Artikel 7.1. Klachtregeling Het college behandelt klachten van de jeugdige of zijn ouders die betrekking hebben op de wijze van afhandeling van aanvragen als bedoeld in deze verordening overeenkomstig de bepalingen van de Klachtenregeling gemeente Losser. Artikel 7.2 Inspraak en medezeggenschap 1. Het college betrekt de inwoners van de gemeente Losser bij de voorbereiding van het beleid betreffende jeugdhulp overeenkomstig de Inspraakverordening Losser. 2. Het college stelt de betrokken onafhankelijke adviesraad van het college, zijnde de Participatieraad Sociaal Domein, vroegtijdig in de gelegenheid gevraagd en ongevraagd advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende jeugdhulp. Het college voorziet hierbij de Participatieraad van ondersteuning om zijn rol effectief te kunnen vervullen.
Hoofdstuk 8. Slotbepalingen Artikel 8.1. Evaluatie Het door het gemeentebestuur gevoerde beleid wordt eenmaal per vier jaar geëvalueerd. Artikel 8.2 Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de jeugdige of zijn ouders afwijken van de bepalingen van deze verordening indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Artikel 8.3 Intrekking oude verordening en overgangsrecht 1. De Verordening jeugdhulp gemeente Losser 2020 wordt ingetrokken. 2. Een jeugdige of ouder houdt recht op een lopende voorziening, verstrekt op grond van de Verordening jeugdhulp gemeente Losser 2020 totdat het college een nieuw besluit heeft genomen.
Verordening jeugdhulp gemeente Losser 2022
10
3. Aanvragen die zijn ingediend onder de Verordening jeugdhulp gemeente Losser 2020 en waarop nog niet is beslist bij het inwerking treden van deze verordening, worden afgehandeld krachtens de Verordening jeugdhulp gemeente Losser 2022. 4. Op bezwaarschriften tegen een besluit op grond van de verordening genoemd in het eerste lid, wordt beslist met inachtneming van die verordening. Artikel 8.4. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening jeugdhulp 2022.
Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 4 oktober 2022.
De voorzitter,
De griffier,
Verordening jeugdhulp gemeente Losser 2022
11
TOELICHTING OP DE VERORDENING JEUGDHULP LOSSER 2022 Algemene toelichting Deze verordening geeft uitvoering aan de Jeugdwet. De Jeugdwet kent een voorzieningenplicht voor de gemeente; de jeugdhulpplicht. Deze houdt kort gezegd in dat de gemeente (het college) een jeugdhulpvoorziening moet treffen als de jeugdige of zijn ouders dit nodig hebben bij problemen met het opgroeien, de zelfredzaamheid of deelname aan de maatschappij. De aard en omvang van deze voorzieningenplicht wordt in beginsel door de gemeente bepaald (maatwerk). Het doel van het jeugdzorgstelsel blijft ook na de decentralisatie van het Rijk naar de gemeente onverminderd overeind: jeugdigen en ouders krijgen waar nodig tijdig bij hun situatie passende hulp, met als beoogd doel ervoor te zorgen de eigen kracht van de jeugdige te versterken en het zorgend en probleemoplossend vermogen van het gezin te verbeteren.
De Jeugdwet schrijft in de artikelen 2.9, 2.10 en 2.12 voor dat de gemeenteraad per verordening in ieder geval regels opstelt: • over de door het college te verlenen individuele voorzieningen en algemene (vrij toegankelijke) voorzieningen; • met betrekking tot de voorwaarden voor toekenning, de wijze van beoordeling van en de afwegingsfactoren bij een individuele voorziening; • over de wijze waarop de toegang tot en de toekenning van een individuele voorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, werk en inkomen; • over de wijze waarop de hoogte van een persoonsgebonden budget (pgb) wordt vastgesteld; • voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een individuele voorziening of persoonsgebonden budget, alsmede van misbruik of oneigenlijke gebruik van de Jeugdwet; • over de wijze waarop inwoners worden betrokken bij de uitvoering van de Jeugdwet; • ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van jeugdhulp of uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering en de eisen die worden gesteld aan de kwaliteit daarvan. Artikel 2.9 van de Jeugdwet is niet uitputtend geformuleerd en biedt derhalve ruimte om met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Jeugdwet nog andere regels te stellen.
Daarnaast kan de gemeenteraad op grond van artikel 8.1.1 lid 3 van de wet bepalen onder welke voorwaarden de persoon aan wie een persoonsgebonden budget (pgb) wordt verstrekt, de jeugdhulp kan betrekken van een persoon die behoort tot zijn sociaal netwerk. Deze verordening kan niet los worden gezien van de beleidsregels jeugdhulp gemeente Losser en het Integraal beleidsplan sociaal domein dat de gemeenteraad op grond van artikel 2.2 van de Jeugdwet heeft vastgesteld. Het Integraal beleidsplan sociaal domein is integraal vormgegeven, wat betekent dat zowel de randvoorwaarden vanuit de Jeugdwet, alsmede de voorwaarden vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) en de Participatiewet zijn opgenomen. Algemene en individuele voorzieningen Een voorziening voor jeugdhulp kan een breed spectrum van verschillende soorten ondersteuning, hulp en zorg omvatten. In de verordening is onderscheid gemaakt tussen algemene (vrij toegankelijke) en individuele (niet vrij toegankelijke) voorzieningen op het gebied van jeugdhulp. Voor een deel van de hulpvragen zal volstaan kunnen worden met een algemene voorziening. Hier kunnen de jeugdige of zijn ouders gebruik van maken zonder dat zij daarvoor een verwijzing of een besluit van de gemeente nodig hebben. De jeugdige of zijn ouders kunnen zich voor deze jeugdhulp dus rechtstreeks tot de Verordening jeugdhulp gemeente Losser 2022
12
jeugdhulpaanbieder wenden. Een individuele voorziening zal vaak betrekking hebben op meer gespecialiseerde zorg. Voor deze niet vrij toegankelijke vormen van hulp zal eerst beoordeeld moeten worden of de jeugdige of zijn ouders deze hulp daadwerkelijk nodig hebben. De gemeente bepaalt zelf welke hulp vrij toegankelijk is en welke niet. In deze verordening zijn de beschikbare algemene en individuele voorzieningen uitgewerkt in hoofdstuk 2 en 3. Toeleiding naar de jeugdhulp De toeleiding naar jeugdhulp kan op verschillende manieren plaatsvinden, te weten: • via de gemeente; • na verwijzing door de huisarts, medisch specialist of jeugdarts; • via Veilig Thuis Twente; • via de gecertificeerde instellingen, rechter, openbaar ministerie (OM) of justitiële jeugdinrichting (JJI). Toegang jeugdhulp via de gemeente Een hulpvraag van een jeugdige of zijn ouders kan binnenkomen bij het toegangsteam WIJZ van de gemeente. Het toegangsteam zal dan onderzoeken of en zo ja, welke jeugdhulp nodig is. Is een individuele voorziening nodig, dan geeft het college (althans een deskundige namens het college) daartoe een besluit af. Toegang via de huisarts, de jeugdarts of de medisch specialist De Jeugdwet regelt daarnaast dat de jeugdhulp toegankelijk is na een verwijzing door de huisarts, de jeugdarts en de medisch specialist.
In de praktijk zullen de huisarts, medisch specialist en jeugdarts vaak niet bepalen welke specifieke vorm van hulp nodig is, maar verwijzen naar één van de jeugdhulpaanbieders die de gemeente heeft ingekocht. De jeugdhulpaanbieder beoordeelt vervolgens op basis van zijn professionele autonomie welke voorziening precies nodig is (de behandelvorm), hoe vaak iemand moet komen (de omvang) en hoe lang (de duur). Daarbij dient de jeugdhulpaanbieder zich te houden aan de afspraken die hij daarover met de gemeente heeft gemaakt in het kader van zijn contract- of subsidierelatie, en met de regels die daarover zijn vastgelegd in deze verordening. Toegang via Veilig Thuis Twente Ook Veilig Thuis Twente is een toegang tot (onder andere) jeugdhulp. Veilig Thuis Twente geeft advies over vermoedens en gevallen van huiselijk geweld en kindermishandeling, onderzoekt indien nodig op basis van een melding of er sprake is van kindermishandeling, motiveert zo nodig ouders tot accepteren van jeugdhulp en legt daartoe contacten met de hulpverlening.
Toegang via de gecertificeerde instelling, de kinderrechter, het openbaar ministerie en de directeur of de selectiefunctionaris van de justitiële jeugdinrichting In het kader van de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering kan de gecertificeerde instelling zelfstandig bepalen dat jeugdhulp nodig is (artikel 3.5 lid 1 van de Jeugdwet). Bij jeugdreclassering heeft niet alleen de gecertificeerde instelling deze bevoegdheid, maar kunnen ook andere instanties besluiten dat jeugdhulp nodig is. Deze andere instanties zijn de rechter, de officier van justitie, de directeur van de justitiële jeugdinrichting (JJI) en de selectiefunctionaris van de justitiële jeugdinrichting (JJI). De gemeente is er verantwoordelijk voor dat de jeugdhulp wordt ingezet die deze instanties nodig achten ter uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering. De gemeente heeft dus een leveringsplicht (zie artikel 2.4 lid 2 onderdeel b van de Jeugdwet). Wel geldt als uitgangspunt dat rekening wordt gehouden met de jeugdhulp die de gemeente heeft ingekocht.
Verordening jeugdhulp gemeente Losser 2022
13
Twents model voor het inkopen van jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning Per 1 januari 2019 hanteren de twaalf Twentse gemeenten het Twents model voor jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning op basis van de Jeugdwet en de Wmo 2015. Het Twents model sluit aan bij de transformatie van het sociaal domein. Om de inwoner passende ondersteuning op maat te geven moeten individueel geïndiceerde oplossingen aansluiten bij de inwoner of het gezin (zie hoofdstuk 3 voor de beschikbare individuele voorzieningen) en op de algemene en lokaal georganiseerde voorzieningen. Het Twents model is zo ontworpen dat het aansluit op lokale verschillen en mee kan bewegen met lokale, regionale en landelijke ontwikkelingen. In het Twents model is het niet de gemeente of de verwijzer die bepaalt hoe er aan een oplossing moet worden gewerkt, maar de aanbieder in dialoog met de inwoner. De gemeente of verwijzer bepaalt in gesprek met de inwoner wat (welk resultaat) er behaald moet worden. De aanbieder krijgt een budget om de inwoner zodanig te ondersteunen dat dit resultaat daadwerkelijk kan worden behaald. De keuzevrijheid voor inwoner en daarmee ook diversiteit van aanbieders is gegarandeerd.
In het Twents model zijn vier ondersteuningsbehoeften gedefinieerd: • Ondersteuningsbehoefte 1: de inwoner heeft ondersteuning nodig bij de uitvoering van dagelijkse handelingen en vaardigheden; • Ondersteuningsbehoefte 2: de inwoner heeft ondersteuning nodig bij het voeren van regie over en uitvoering van dagelijkse handelingen en vaardigheden; • Ondersteuningsbehoefte 3: de inwoner heeft specialistische/therapeutische ondersteuning nodig; • Ondersteuningsbehoefte 4: de inwoner heeft behandeling nodig. Per ondersteuningsbehoefte worden verschillende niveaus onderscheiden op basis van kenmerken van de inwoner of het gezinssysteem. Het toegangsteam WIJZ bepaalt welke ondersteuningsbehoefte (of combinatie van meerdere ondersteuningsbehoeften) bij het te bereiken resultaat past en bepaalt het niveau. Vervolgens wordt door het toegangsteam een inschatting gemaakt van de omvang en de duur van de ondersteuning. Het toegangsteam kan hiervoor afstemming zoeken met een aanbieder. De omvang van de ondersteuning vermenigvuldigd met de prijs bepaalt het budget dat de aanbieder maximaal krijgt voor het bereiken van het resultaat. Naast de ondersteuningsbehoeften kan het toegangsteam WIJZ er voor kiezen om één of meerdere modules in te zetten.
Het model bevat vier modules: • Module consultatie en diagnostiek: bij de consultatie wordt de aanbieder geconsulteerd met vragen die het toegangsteam WIJZ heeft over de te behalen resultaten en de in te zetten ondersteuning. Diagnostiek betreft het onafhankelijk in kaart brengen van de problematiek van de inwoner en draagt bij aan de vraagverheldering van het toegangsteam. • Module wonen en verblijf: in het Twents model wordt een onderscheid gemaakt tussen de ondersteuning en het verblijf waarbij het verblijf aanvullend kan worden in gezet op de ondersteuning. Onder deze module vallen onder andere kortdurend verblijf, verblijf in een instelling, de pleegzorg en gezinshuizen. • Module maatregelhulp: dit betreft de verplichte ingezette ondersteuning vanuit een maatregel, zoals Jeugdbescherming, Jeugdreclassering en Jeugdzorgplus. Overigens kan Jeugdzorgplus in sommige gevallen ook vanuit een vrijwillig kader ingezet worden. Module beschikbaarheidsvoorzieningen; dit betreft voorzieningen die gemeenten beschikbaar willen hebben in de regio, zoals weinig voorkomende, hoog specialistische 24-uurs zorg, crisisbedden, crisiszorg en het coördinatiepunt spoedhulp. Bij noodzakelijke inzet van een individuele voorziening wordt op basis van de resultaten tot een combinatie van ondersteuningsbehoefte(n), niveaus en modules gekomen.
Het is mogelijk meerdere resultaten met de inzet van één ondersteuningsbehoefte of module te realiseren. Het is ook mogelijk
Verordening jeugdhulp gemeente Losser 2022
14
dat meerdere ondersteuningsbehoeften of modules bijdragen aan één resultaat. Artikelsgewijze toelichting Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1.1 Begripsbepalingen In artikel 1 worden de begrippen gedefinieerd die cruciaal zijn voor het begrijpen van de verordening. Lid 1 onderdeel a: algemene voorziening . Dit is een voorziening waar de jeugdige of zijn ouders gebruik van kunnen maken zonder dat een beslissing van de gemeente nodig is. Deze voorziening is dus vrij toegankelijk. De Jeugdwet spreekt in artikel 2.9 onderdeel a van 'overige voorziening'. In de memorie van toelichting op de wet spreekt de wetgever echter over een ‘algemene’ of ‘vrij toegankelijke voorziening’. Ook de praktijk spreekt vaak over algemene dan wel vrij toegankelijke voorzieningen. Omdat 'algemene voorziening' de meest gangbare term is en bovendien ook binnen de Wmo 2015 wordt gehanteerd, is deze overgenomen in de verordening. Lid 1 onderdeel b: andere voorziening Een andere voorziening is een voorziening die de jeugdige kan ontvangen op grond van een andere wet dan de Jeugdwet, bijvoorbeeld de Wmo 2015, de Zorgverzekeringswet (Zvw) of de Wet langdurige zorg (Wlz). Lid 1 onderdeel c: budgethouder De budgethouder is degene die op grond van de Jeugdwet een persoonsgebonden budget (pgb) ontvangt om daarmee jeugdhulp in te kunnen kopen.
Aangezien zowel jeugdigen als ouders jeugdhulp kunnen krijgen, gaat het om de jeugdige of om zijn ouders. Lid 1 onderdeel d: college Deze bepaling spreekt voor zich en behoeft geen toelichting. Lid 1 onderdeel e: financieel besluit Deze bepaling spreekt voor zich en behoeft geen toelichting. Lid 1 onderdeel f: gesprek Het gesprek is het mondelinge contact bij het onderzoek naar de hulpvraag waarin het college met degene die jeugdhulp vraagt zijn gehele situatie bespreekt ten aanzien van de ondervonden problemen, de gevolgen en de gewenste resultaten van de te kiezen oplossing. Dit kunnen in de praktijk ook meerdere gesprekken zijn. De uitvoering van deze gesprekken wordt door het college gemandateerd aan het toegangsteam WIJZ van de gemeente. Dit mag op grond van de algemene regels van de Awb. Lid 1 onderdeel g: hulpvraag Deze bepaling spreekt voor zich en behoeft geen toelichting. Lid 1 onderdeel h: individuele voorziening Een individuele voorziening is een op de jeugdige of zijn ouders toegesneden vorm van jeugdhulp. Deze voorziening is niet vrij toegankelijk. Er is een individuele beoordeling benodigd. Hierbij zal het vaak betrekking hebben op meer gespecialiseerde zorg.
Verordening jeugdhulp gemeente Losser 2022
15
Lid 1 onderdeel i: ondersteuningsbehoefte Ondersteuningsbehoeften zijn onderdeel van het Twents model voor jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning. Er zijn vier gradaties ondersteuningsbehoeften, oplopend van licht (ondersteuningsbehoefte 1) naar zwaar (ondersteuningsbehoefte 4). Onder deze ondersteuningsbehoeften zijn de meeste vormen van jeugdhulp gepositioneerd, zoals de Jeugd-GGZ, specialistische jeugdzorg (ambulant), specialistische dagbehandeling en verzorging van jeugd met een lichamelijke, verstandelijke en/of zintuigelijke beperking. Ernstige Enkelvoudige Dyslexie (EED) valt onder de ondersteuningsbehoeften 3 en 4 én de module diagnostiek. Vervoer maakt geen onderdeel uit van de ondersteuningsbehoeften. Lid 1 onderdeel j: ondersteuningsplan Het ondersteuningsplan is het resultaat van het onderzoek dat de gemeente uitvoert naar de hulpvraag van jeugdigen of zijn ouders. Het plan beschrijft de bijdragen die zowel het college, de hulpvrager als het sociaal netwerk gaan leveren om gezamenlijk een oplossing te bieden voor de hulpvraag. Onder dit ondersteuningsplan wordt ook het hulpverleningsplan verstaan zoals bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet. Lid 1 onderdeel k: persoonsgebonden budget (pgb) Een jeugdige of zijn ouders kunnen een individuele voorziening ontvangen in de vorm van een persoonsgebonden budget.
Met dit budget kan de jeugdige of zijn ouders zelf de benodigde hulp inkopen. Deze begripsomschrijving benadrukt dat het in deze verordening gaat om het persoonsgebonden budget dat verleend kan worden op grond van artikel 8.1.1 van de Jeugdwet. Lid 1 onderdeel l: pgb- plan Aan het recht op een persoonsgebonden budget is voor de jeugdige of zijn ouders de plicht verbonden een pgb-plan, volgens het door de gemeente aangereikte format, op te stellen. In dit door de jeugdige of zijn ouders ingevulde pgb-plan, is de motivatie opgenomen waarom een pgb gewenst is, welke diensten uit het pgb worden betaald, wat de kwaliteit daarvan is en welke resultaten daarmee worden bereikt.
Lid 1 onderdeel m: pgb-vertegenwoordiger. Wanneer de jeugdige of zijn ouders niet in staat zijn om een pgb te beheren, kan een pgbvertegenwoordiger worden aangewezen. Een pgb-vertegenwoordiger kan een persoon zijn die door de budgethouder gemachtigd is of een wettelijke vertegenwoordiger die is aangesteld door de rechtbank (bewindvoerder, curator of voogd). Indien er een pgb-vertegenwoordiger is, wordt de pgbvaardigheid van de pgb-vertegenwoordiger getoetst. Lid 1 onderdeel n: sociaal netwerk Tot het sociaal netwerk worden gerekend de personen uit de huiselijke kring (o.a. (ex-)partners, gezinsleden, familieleden of mantelzorgers) of andere personen met wie de jeugdige of zijn ouders een sociale relatie onderhoudt. Met dat laatste worden personen bedoeld met wie de jeugdige of zijn ouders regelmatig contacten heeft, zoals buren, medeleden van een vereniging etc. Het begrip ‘sociaal netwerk’ komt ook voor in de Wmo 2015. Bij de uitvoering van de Jeugdwet wordt aangesloten bij deze begripsomschrijving. Lid 1 onderdeel o: toegangsteam Het toegangsteam van de gemeente Losser bestaat uit integraal consulenten van team werk en inkomen en team zorg. Zij ondersteunen Losserse inwoners met (tijdelijk) problemen in zelfredzaamheid en/of maatschappelijke participatie en zijn het gezicht voor onze inwoners.
Verordening jeugdhulp gemeente Losser 2022
16
Lid 1 onderdeel p: Twents model Voor nadere uitleg zie algemene toelichting “Twents model voor het inkopen van jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning”. Lid 1 onderdeel q: Veilig Thuis Twente In de Jeugdwet wordt het begrip 'advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling' gebruikt. Inmiddels is hiervoor de naam Veilig Thuis Twente in de plaats gekomen. In de verordening wordt daarom laatstgenoemde term gebruikt. Lid 1 onderdeel r: wet Dit is de verwijzing naar de Jeugdwet, 2015. Lid 2 Het aantal definities van artikel 1 is beperkt aangezien de Jeugdwet al veel definities kent die ook bindend zijn voor deze verordening. Deze wettelijke definities zijn dan ook niet nogmaals opgenomen in deze verordening. Hierbij gaat het onder meer over de definities van ‘jeugdhulp’, ‘jeugdige’, ‘ouder’ en ‘familiegroepsplan’. Ook de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kent een aantal definitiebepalingen die voor deze verordening van belang zijn, zoals: ‘aanvraag’ (artikel 1:3, derde lid, van de Awb) en ‘beschikking’ (artikel 1:2 van de Awb).
Hoofdstuk 2. Algemene voorzieningen Artikel 2.1 Beschikbare algemene voorzieningen Dit artikel geeft een nadere uitwerking van de verplichte delegatiebepaling van artikel 2.9 onderdeel a van de Jeugdwet, waarin is bepaald dat het college regels stelt over de te verlenen individuele en algemene jeugdhulpvoorzieningen. Uit de memorie van toelichting op de Jeugdwet (Kamerstukken II 2012/13, 33 684, nr. 3) komt naar voren dat de inwoner recht heeft op een duidelijk beeld van het aanbod van voorzieningen binnen de gemeente. De gemeente Losser kiest ervoor om mogelijke aanpassingen op deze beschrijving van algemene voorzieningen kenbaar te kunnen maken via de nadere regels Jeugdhulp (artikel 2, lid 2). Dit geeft de ruimte om het aanbod aan voorzieningen verder te ontwikkelen, zonder dat de verordening daarop aangepast moet worden. Artikel 2.2 Toegang algemene voorziening Algemene voorzieningen zijn vrij toegankelijk. Jeugdige en/of zijn ouders kunnen zich direct hiertoe wenden zonder de procedure uit artikel 3.2 te hoeven doorlopen (zie inleiding onder “Algemene en individuele voorzieningen” voor meer informatie). Het is wel mogelijk dat iemand een aanvraag indient voor een individuele voorziening en het college vervolgens na het onderzoek tot de conclusie komt dat er een algemene voorziening aanwezig is die passend is.
Dan kan het college daar naar verwijzen en de aanvraag voor de individuele voorziening afwijzen. Zie in dit verband ook artikel 3.6 lid 1 van deze verordening.
Hoofdstuk 3. Individuele voorzieningen Artikel 3.1 Beschikbare individuele voorzieningen Zie de toelichting bij artikel 2 van deze verordening en de inleiding onder “Algemene en individuele voorzieningen” en “Twents model voor jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning”. Ook voor vervoer van de jeugdige van en naar de locatie waar de jeugdhulp wordt geboden, kan een individuele voorziening worden verstrekt. Verordening jeugdhulp gemeente Losser 2022
17
Het college kan op grond van het tweede lid de in lid 1 genoemde voorzieningen aanvullen of specificeren. Artikel 3.2 Aanvraag Lid 1 Een jeugdige of zijn ouders kunnen een aanvraag (laten) indienen voor een individuele jeugdhulpvoorziening. De aanvraag voor een individuele voorziening is vormvrij (schriftelijk, digitaal of mondeling). Het college bevestigt de aanvraag mondeling, schriftelijk of digitaal aan de jeugdige of zijn ouders en registreert dit zorgvuldig. Lid 2 In artikel 2.6, eerste lid, onder f, van de Jeugdwet is bepaald dat het college ervoor verantwoordelijk is dat jeugdigen, zijn ouders of pleegouders een beroep kunnen doen op een vertrouwenspersoon. Met de vertrouwenspersoon wordt een functionaris bedoeld, zoals deze nu al werkzaam is binnen de jeugdzorg. Onafhankelijkheid, beschikbaarheid en toegankelijkheid zijn belangrijke factoren voor een goede invulling van deze functie. Met deze bepaling wijst het college de jeugdige of zijn ouders op de mogelijkheid van kosteloze bijstand door een vertrouwenspersoon bij vragen, klachten en problemen over (de toeleiding naar) jeugdhulp. Naast het benaderen van een vertrouwenspersoon is ook onafhankelijke cliëntondersteuning mogelijk. Dit is een algemene voorziening waar inwoners voor informatie en advies over vraagstukken vanuit de Jeugdwet terecht kunnen.
Ook uitgebreide vraagverheldering en kortdurende, kort cyclische ondersteuning bij het maken van keuzes op diverse levensterreinen maken daarvan deel uit. Lid 3 Deze bepaling regelt dat het college nadere regels kan vaststellen over de aanvraagprocedure. Artikel 3.3 Toegang en besluit Dit artikel vormt de eerste bepalingen ter invulling van de verplichting van artikel 2.9, onder a, van de Jeugdwet. Hierin is opgenomen dat de gemeenteraad bij verordening in ieder geval regels stelt over de door het college te verlenen algemene en individuele voorzieningen met betrekking tot de voorwaarden voor toekenning van, de wijze van beoordeling van, en de afwegingsfactoren voor toekenning van een individuele voorziening.
Lid 1 en 2 Het college is verantwoordelijk voor de inzet van de noodzakelijke voorzieningen op het gebied van jeugdhulp. In Losser is deze bevoegdheid gemandateerd aan het team zorg. Een individuele voorziening wordt door een consulent uit het toegangsteam toegekend (of afgewezen). De keuze voor het al dan niet toekennen van een individuele voorziening zal gebaseerd zijn op het onderzoek naar de ondersteuningsbehoefte van de jeugdige of zijn ouders en de ingediende aanvraag. Na toekenning zal een beschikking verstuurd worden. Het ondersteuningsplan en het afspraken- of resultatenoverzicht kunnen onderdeel uitmaken van de beschikking. Lid 3 Dit lid regelt de toeleiding naar jeugdhulp in crisissituaties. In gevallen waar onmiddellijke start van de hulp nodig is (en het besluit niet kan worden afgewacht), kan het besluit tot inzet van een individuele voorziening genomen worden na de daadwerkelijke start van de hulp. Het besluit tot inzetten van de hulp moet vervolgens binnen 4 weken na de start van de hulp zijn vastgelegd in een beschikking. In deze situaties zal in eerste instantie een beroep moeten worden gedaan op het voorzieningenpakket dat door de gemeente is ingekocht via subsidies dan wel contracten. Mocht Verordening jeugdhulp gemeente Losser 2022
18
hierin een leemte bestaan, dan zal het college anderszins in de op haar rustende verplichting moeten voldoen. Lid 4 In artikel 2.6, eerste lid, onderdeel g van de Jeugdwet is geregeld dat, naast de gemeentelijk georganiseerde toegang tot jeugdhulp, ook de mogelijkheid bestaat tot directe verwijzing door de huisarts, medisch specialist of jeugdarts. Dit laatste geldt zowel voor de algemene voorzieningen als de individuele voorzieningen en wordt in overleg met de gemeente gedaan. Met een dergelijke verwijzing kan de jeugdige rechtstreeks aankloppen bij de jeugdhulpaanbieder. In de praktijk zal het de jeugdhulpaanbieder (bijvoorbeeld de jeugdpsychiater, gezinswerker of orthopedagoog) zijn die na de verwijzing (stap 1) beoordeelt welke jeugdhulp precies nodig is. De jeugdhulpaanbieder bepaalt in overleg met de jeugdige of zijn ouders daadwerkelijk de concrete inhoud, vorm, omvang en duur van de benodigde jeugdhulp. Deze aanbieder stelt dus feitelijk vast wat naar zijn oordeel de inhoud van de benodigde voorziening dient te zijn en hij zal zijn oordeel mede baseren op de protocollen en richtlijnen die voor een professional de basis van zijn handelen vormen (stap 2). Dit wordt niet vastgelegd in een beschikking, mits er door de arts, jeugdhulpaanbieder, de jeugdige of zijn ouders naar gevraagd wordt.
Lid 5 Bij de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel gaat het om situaties waarbij gesloten jeugdhulp nodig is vanwege ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen. Volgens art. 6.1.8 van de Jeugdwet kan het college hiervoor bij de kinderrechter een verzoek indienen voor een machtiging, een spoedmachtiging of een voorwaardelijke machtiging. Naast de Jeugdwet is ook de Wet Bijzondere Opnemingen in Psychiatrische Ziekenhuizen (Wet BOPZ) van kracht. Deze wordt toegepast in geval er sprake is van acute bedreiging van de veiligheid van de jeugdige en/of zijn omgeving. De rechter of burgemeester neemt hiertoe een besluit. Er is dan sprake van gedwongen opname. De gemeente is verplicht de jeugdhulp te leveren waartoe de rechter/burgemeester besluit. Ook bij toepassing van de Wet BOPZ wordt een tijdelijke voorziening getroffen. De Raad voor de Kinderbescherming is hier altijd bij betrokken. Dit wordt niet vastgelegd in een beschikking, tenzij er naar gevraagd wordt. Lid 6 Dit lid regelt dat van een jeugdige of zijn ouder(s) wordt verwacht dat ze binnen 3 maanden hun indicatie ‘verzilveren’ door zich te melden bij de jeugdhulpaanbieder. Of, als het bijvoorbeeld gaat om hulp uit het sociaal netwerk, het pgb binnen 3 maanden gaan inzetten voor de aangewezen jeugdhulp.
Dit om te voorkomen dat een indicatie veroudert en de situatie op termijn dusdanig is gewijzigd, dat eigenlijk een nieuwe indicatie nodig is. Voldoet de jeugdige of zijn ouders niet aan deze voorwaarde, dan kan dat een grond opleveren om de aanspraak op de jeugdhulpvoorziening in te trekken.
Artikel 3.4 Vooronderzoek Dit artikel is opgenomen om een zorgvuldige procedure te waarborgen en te zorgen dat jeugdigen en hun ouders goed worden geïnformeerd. Lid 1 Dit lid dient ter voorbereiding van het onderzoek waarbij de daarvoor relevante bekende gegevens in kaart worden gebracht.. Op deze manier wordt voorkomen dat jeugdigen of ouders belast worden met vragen over zaken die bij de gemeente al bekend zijn. De regels met betrekking tot privacy van betrokkenen en gegevensuitwisseling die gelden op grond van de wet en de Algemene verordening gegevensbescherming zijn hierop overeenkomstig van toepassing. Indien gegevens nodig zijn waartoe het college geen toegang heeft in verband met de privacyregels, kan het college de jeugdige Verordening jeugdhulp gemeente Losser 2022
19
of zijn ouders vragen om toestemming. Het vooronderzoek kan, afhankelijk van de inhoud van de melding, meer of minder uitgebreid zijn en omvat ook de uitnodiging voor het gesprek. Lid 2 Bij de vaststelling van de datum, het tijdstip en de locatie voor het onderzoek kunnen al wat concrete vragen worden gesteld. Ook kan aan de jeugdige of zijn ouders worden verzocht om nog een aantal stukken te overleggen. Lid 3 Dit lid is opgenomen ter voorkoming van onnodige bureaucratie. Als de gemeente al een dossier heeft van de jeugdige of zijn ouders en de jeugdige of zijn ouders geven toestemming dit dossier te gebruiken, kan een vooronderzoek achterwege blijven. Een gesprek over de acute hulpvraag is dan in de regel nog wel nodig.
Artikel 3.5 Onderzoek en opstellen ondersteuningsplan Om de juiste hulp te kunnen inzetten en een zorgvuldig besluit te kunnen nemen, is het van belang dat alle feiten en omstandigheden van de hulpvraag worden onderzocht. In dit artikel wordt benadrukt dat een gesprek deel uitmaakt van het onderzoek en dat de omgeving van de jeugdige of zijn ouders daar zo veel mogelijk bij betrokken wordt. Persoonlijk contact tussen de gemeente en de jeugdige of zijn ouders speelt hierbij een belangrijke rol. De locatie van het gesprek en het aantal gesprekken is afhankelijk van de concrete situatie. Lid 1 De onderdelen a tot en met i zijn de onderwerpen die in ieder geval aan de orde komen in het onderzoek. Het betreft uiteraard altijd maatwerk. Indien de jeugdige of zijn ouders al bij de gemeente bekend zijn, zullen een aantal zaken niet meer uitgediept hoeven te worden en zal bijvoorbeeld alleen kunnen worden gevraagd of er nog nieuwe ontwikkelingen zijn. Komen een jeugdige en/of zijn ouders voor het eerst bij de gemeente, dan zal het gesprek dienen om een totaalbeeld van de jeugdige of zijn ouders en hun situatie te krijgen.