Notitie rioolheffing gemeente Losser tm 2042.pdf
Tekst van het document
Rioolheffing gemeente Losser Berekening rioolheffing 2023-2042
28 oktober 2022 - Concept
Inhoudsopgave Inleiding ............................................................................................................................................... 2 Bestemmingsheffing............................................................................................................................ 2 Werkelijk verloop rioolheffing............................................................................................................. 3 Uitgangspunten berekening rioolheffing ............................................................................................ 3 Opbouw rioolheffing ........................................................................................................................... 4 Prognose rioolheffing tot 2042 ........................................................................................................... 4
Datum: 28 oktober 2022
1
Inleiding Het huidige Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) van gemeente Losser loopt te einde. Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om het GRP met 2 jaar te verlengen, zodat gewerkt kan worden aan het klimaatadaptatiebeleid en dit opgenomen kan worden in het nieuw op te stellen GRP. Omdat het investeringsprogramma wel is gewijzigd en vorig jaar een motie is ingediend omtrent de voorgestelde tariefsverhoging afgelopen jaar, is de rioolheffing opnieuw berekend voor de komende 20 jaar. Uitgangspunt hierbij is het huidige beleid te volgen. Gemeente Losser belast de eigenaar met een vast tarief voor de rioolheffing en daarnaast de gebruiker op basis van hoeveelheid afgevoerd water (dat geldt alleen voor grootverbruikers). De rioolheffing betreft dus de gemeentelijke afval-, hemel- en grondwatertaken. Daarbij gaat het om de kwantitatieve aspecten, zoals inzameling en transport.
Bestemmingsheffing De rioolheffing heeft het karakter van een bestemmingsheffing. In fiscaal-juridische zin betekent dit dat de heffing een zuivere belasting is. Belangrijke aandachtspunten van de rioolheffing zijn:
De opbrengsten zijn specifiek bestemd voor het doel waarvoor de heffing in het leven is geroepen. De heffing mag niet hoger zijn dan de kosten die de gemeente voor dit doel maakt (maximaal 100% kostendekking). Ook mag de gemeente de opbrengst niet aan andere zaken uitgeven. De vormgeving van de heffing moet een relatie hebben met de gemeentelijke watertaken. De gemeente treft de voorzieningen in het algemeen belang, maar zij moet de kosten wel op een aanvaardbare manier verdelen. Dit houdt in dat er een zekere relatie moet zijn tussen het kostenverhaal via de rioolheffing en het belang dat de belastingplichtige heeft bij de voorzieningen (profijtbeginsel). Kosten- en/of profijtbeginselen zijn veelgebruikte rechtvaardigingsgronden. Afschrijvingslasten (vervangings)investeringen (ook sparen of ideaalcomplex is mogelijk) Voor (vervangings)investeringen zijn er drie mogelijkheden: a. Hoofdregel is: activeren en afschrijven (let op: dit is verplicht voor uitbreidingsinvesteringen). b. Volgens artikel 229b van de Gemeentewet is het is ook mogelijk om vervangingsbijdragen in de rioolheffing op te nemen. Opgehaald geld voor vervanging is gelabeld als voorziening (44 lid 1d BBV) en niet als reserve. Het is geld heeft daarmee een specifieke bestemming. c. Ideaalcomplex (=de systematiek waar gemeente Losser uiteindelijk naartoe wil).
Het bedrag voor (vervangings)investeringen in de rioolheffing is gelijk aan (jaarlijkse) omvang (vervangings)investeringen. Gemeenten boeken in hetzelfde jaar de investering af met de bijdrage uit de opbrengst van de rioolheffing van dat jaar (loopt via de voorziening). Eindbalans ieder jaar: (vervangings)investeringen = 0. Een combinatie van deze drie methoden is ook mogelijk.
2
Werkelijk verloop rioolheffing In onderstaande grafiek is te zien hoe de prognose van de ontwikkeling was van de rioolheffing (aangepast met index) versus het werkelijke verloop.
Verloop rioolheffing € 360
€ 343,96
€ 340
€ 326,65
€ 320
€ 305,52
€ 300
€ 314,40
€ 285,77
€ 280
€ 291,96
€ 267,29
€ 260
€ 250,00
€ 240
€ 250,00
€ 277,59 € 255,24
€ 263,76
€ 220 € 200 2018
2019
2020
Werkelijk verloop
2021
2022
2023
Prognose uit GRP (variant vlot-voldoende)
Het werkelijke verloop van de rioolheffing is lager geweest dan is vastgesteld in het GRP. Oorzaken van het verschil in rioolheffing zijn dat in de berekening van 2016 is uitgegaan van (in 2023) €156.000 hogere kapitaallasten, dat is ongeveer €15,- in het tarief (=0,5% lagere rente en uitstel van investeringen). Daarnaast is het aantal heffingseenheden toen 353 lager, dat scheelt ongeveer €10,in het tarief.
Uitgangspunten berekening rioolheffing De rioolheffingsberekening is gemaakt over een periode van 20 jaar. Er is gerekend zonder inflatie. De rente bedraagt 2,5%. Er is voor de rioolheffingsberekening gebruik gemaakt van het rioleringsmodel van de gemeente Groningen, dat zij zelf heeft ontwikkeld om niet afhankelijk te zijn van externe adviesbureaus. Dit model is getoetst en goedgekeurd door een accountant.
3
Opbouw rioolheffing 8%
13%
8%
3%
6% 16%
12%
34%
Overhead
BTW
Straatreiniging
Kapitaallasten
Voorziening
Beheer en onderhoud
Kwijtschelding
Personeelslasten
Prognose rioolheffing tot 2042 Deze paragraaf geeft de doorrekening naar de benodigde rioolheffing om voldoende geld te hebben voor het beheer en de geplande projecten. De gegevens en de keuzes van de voorgaande paragrafen komen hier bij elkaar en leiden tot de benodigde rioolheffing. De rioolheffing is over een periode van 20 jaar berekend. Er is gekeken naar eventuele investeringspieken buiten deze periode (doordat veel riolen tegelijk aan het eind van hun levensduur komen). Er is een kostendekkende rioolheffing berekend over de periode en met 2041. Zowel de baten (tarief rioolheffing en aantal heffingseenheden) als een overzicht van alle lasten zijn in het berekeningsmodel gebracht. De lasten betreffen de lopende kapitaallasten, de exploitatiekosten (met onder andere doorberekening van personeelskosten), de beheer- en onderhoudskosten (zoals reiniging en inspectie), benodigde onderzoekskosten en investeringen. Uitgangspunt is dat het tarief 100% kostendekkend is en het vastgestelde beleid uit het GRP wordt gevolgd. Er is in de berekening gerekend zonder inflatie-correctie. Bij de tariefstelling wordt dat jaarlijks bepaald. De komende jaren is het door de toenemende lasten noodzakelijk om het tarief jaarlijks te verhogen.
Het verloop van de benodigde rioolheffing is weergegeven in onderstaande grafiek en tabel (let op: deze waarden zijn op prijspeil 2022 en moeten jaarlijks nog worden verhoogd met de prijsindex):
4
Tarief rioolheffing € 800 € 700 € 600 € 497
€ 500
€ 548
€ 567
€ 609 € 622
€ 634
€ 660
€ 673
€ 686
€ 460 € 394
€ 400 € 300
€ 513
€ 531
€ 586 € 598
€ 647
€ 426
€ 352 € 292
€ 314
€ 200 € 100
Kostendekkend tarief (huidig beleid met geleidelijke stijging)
2041
2040
2039
2038
2037
2036
2035
2034
2033
2032
2031
2030
2029
2028
2027
2026
2025
2024
2023
2022
€0
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
€ 292
€ 314
€ 352
€ 394
€ 426
€ 460
€ 497
Het voortzetten van het huidige beleid vraagt om een forse verhoging de komende jaren. Voorgesteld wordt om deze noodzakelijke stijging te verdelen over enkele jaren en daarmee tijdelijk gebruik te maken van de voorziening. Het beleid van het huidige GRP blijft leidend. Investeringsprogramma en kredieten Het investeringsprogramma is geactualiseerd (waarmee nieuwe inzichten zijn verwerkt) en opgenomen in deze berekening. De kredieten zijn opnieuw berekend en aangepast naar prijspeil 2022. Tevens zijn voor 2023 en voor 2024 de benodigde kredieten geactualiseerd en geïndexeerd en opgenomen in de kostendekkende rioolheffingsberekening. Het gaat in totaal om (afgerond) ruim € 8,25 miljoen voor 2023 en ruim € 2,73 miljoen voor 2024. Bij het verlengen van het GRP tot en met 2024 moeten deze kredieten beschikbaar worden gesteld ten behoeve van de uitvoering. De reeds beschikbaar gestelde kredieten zijn bijgesteld naar prijspeil 2022 en zijn opgenomen in de hiervoor genoemde bedragen.
5